Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:8043

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
11-11-2013
Zaaknummer
250752 / HA ZA 12-435
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

/

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/250752 / HA ZA 12-435

Vonnis van 30 oktober 2013

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres],

eiseres,

advocaat mr. E.J.H. Reitsma,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DIERCKXENS VAN GRINSVEN FRANKEN NOTARISSEN BV,

gevestigd te Kaatsheuvel,

gedaagde,

advocaat mr. H.G.A.M. Spoormans.

Partijen zullen hierna [eiseres] en het notariskantoor genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 oktober 2012 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    het proces-verbaal van de op 12 juni 2013 gehouden comparitie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiseres] vordert – enigszins samengevat – verklaringen voor recht dat het notariskantoor met de handelwijze van notaris [naam notaris] onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld, dat dit handelen aan het notariskantoor dient te worden toegerekend, dat het notariskantoor een schade heeft veroorzaakt van € 43.074,95 voor wat betreft de hypothecaire restschuld en € 93.235,79 voor wat betreft de aanspraak van de curator, alsmede veroordeling van het notariskantoor tot vergoeding van de door [eiseres] te lijden schade, op te maken bij staat. Verder vordert zij veroordeling van het notariskantoor in de kosten van de procedure.

2.2.

Het notariskantoor voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten:

  1. [eiseres] is getrouwd geweest met [naam X]. Het huwelijk is op 14 augustus 2008 ontbonden.

  2. De gevolgen van die ontbinding zijn geregeld in een echtscheidingsconvenant van 9 juli 2008. Daarbij is de woning van [eiseres] en [naam X] aan de [straatnaam] te [woonplaats] (verder te noemen: de woning) aan [naam X] toegedeeld onder de verplichting om voor zijn rekening te nemen de op de woning drukkende hypothecaire lasten, bestaande in een hypothecaire geldlening ten bedrage van in hoofdsom € 215.000,00 bij MNF Bank NV (hierna: MNF), en voorts onder de verplichting om wegens overbedeling € 26.000,00 aan [eiseres] te betalen.

  3. Om aan zijn verplichtingen jegens MNF en [eiseres] te kunnen voldoen, is [naam X] een hypothecaire lening van € 216.900,00 aangegaan bij Amstelstaete Hypotheken BV en heeft hij een bedrag van (ongeveer) € 33.000,00 geleend van de vader van [eiseres].

  4. Bij notariële akte van 11 september 2008 is de woning aan [naam X] geleverd. De akte is gepasseerd bij de notaris [naam notaris], middellijk aandeelhouder van het notariskantoor. De akte vermeldt dat de hypothecaire lening en de schuld aan [eiseres] door [naam X] zijn afgelost door betalingen op de rekening van het notariskantoor en dat [eiseres] ontslagen is uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.

  5. [eiseres] en [naam X] hebben hierna gezamenlijk, naar aanleiding van een offerte gedateerd 19 december 2008, een bedrag van € 250.000,00 geleend van MoneYou BV, waarmee de lening bij Amstelstaete en een deel van de lening bij de vader van [eiseres] zijn afbetaald. Op 24 december 2008 is een akte van hypotheek verleden voor [naam notaris], waarbij [naam X] een recht van hypotheek op de woning heeft gegeven aan MoneYou. Bij gelegenheid van het passeren van de akte, hebben [naam X] en [eiseres] op advies van [naam notaris] een overeenkomst gesloten, waarbij [naam X] zich heeft verbonden om, zo lang [eiseres] hoofdelijk aansprakelijk zal zijn voor betaling van de lening aan MoneYou, een op zijn leven afgesloten levensverzekering aan te houden en [eiseres] als eerste begunstigde aan te wijzen, terwijl [eiseres] zich heeft verbonden om de uitkering uit die verzekering aan te wenden ter aflossing van de lening aan MoneYou.

  6. [naam X] is in 2010 in staat van faillissement verklaard.

  7. MoneYou heeft de woning verkocht.

  8. Bij brief van 13 december 2010 is [eiseres] medegedeeld dat de restantvordering uit hoofde van de geldlening na verkoop van de woning € 43.074,95 bedraagt. MoneYou heeft [eiseres] aangesproken tot betaling van dit bedrag.

  9. Bij brief van 9 november 2010 heeft [curator], de curator in het faillissement van [naam X], [eiseres] onder meer als volgt bericht:
    “(…) Het vorenstaande betekent dat u en de gefailleerde hoofdelijk aansprakelijk waren voor de nakoming van de betalingsverplichting van € 272.607,04 jegens de bank. In de onderlinge verhouding tussen u en de gefailleerde hoeft de gefailleerde de helft van laatstgenoemd bedrag bij te dragen in de aflossing van die schuld, derhalve € 136.303,52. De gefailleerde heeft echter € 229.539,31 afgelost en derhalve € 93.235,79 meer dan waartoe hij in onderlinge verhouding met u verplicht was. Op grond van het bepaalde in artikel 6:12 lid 1 BW is de gefailleerde gesubrogeerd in de vorderingsrechten van de bank. Als gevolg van het vorenstaande bent u verplicht het bedrag van € 93.235,79 aan de boedel te vergoeden. (…)”

  10. Bij brief van 14 juli 2011 heeft [eiseres] [naam notaris] medegedeeld dat hij tekortgeschoten is in de verplichting om [eiseres] te wijzen op de risico’s die verbonden waren aan de ondertekening van de akte van 24 december 2008 en heeft zij [naam notaris], althans het notariskantoor, aansprakelijk gesteld voor de als gevolg daarvan door haar geleden schade.

  11. De beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van [naam notaris] heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3.2.

[eiseres] stelt dat zij op voorstel van [naam X] en zijn hypotheekadviseur [naam hypotheekadviseur] heeft “meegetekend” voor de lening bij MoneYou omdat [naam X] naar zijn zeggen zelfstandig geen lening kon krijgen om de lening bij Amstelstaete en bij haar vader af te betalen en omdat zij wilde dat de lening van haar vader werd afbetaald. Zij stelt dat de hypotheekadviseur haar heeft gezegd dat het “meetekenen” maar voor enkele maanden zou zijn en dat het voor haar “safe” zou zijn.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [naam notaris] een toerekenbare fout heeft gemaakt doordat hij haar bij het verlijden van de akte van 24 december 2008 niet heeft gewezen op het risico dat zij als hoofdelijk schuldenaar van MoneYou zou kunnen worden aangesproken tot betaling van de (gehele) hypothecaire geldschuld indien [naam X] niet aan zijn verplichtingen jegens MoneYou zou voldoen. Volgens [eiseres] had [naam notaris] haar “schriftelijk, expliciet en ruimschoots voorafgaand” aan het passeren van de akte van 24 december 2008 op die risico’s moeten wijzen. [eiseres] stelt dat zij als gevolg van de fout van [naam notaris] schade lijdt die bestaat in onder meer de restschuld na verkoop van de woning en het door de curator in zijn brief genoemde bedrag. Tijdens de comparitie van partijen heeft [eiseres] aangevoerd dat het notariskantoor aansprakelijk is voor de fouten van [naam notaris], omdat [naam notaris] in naam van het notariskantoor heeft gehandeld. In de dagvaarding had zij gesteld dat het notariskantoor onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld.

3.3.

Het notariskantoor bestrijdt dat [naam notaris] een beroepsfout heeft gemaakt. Het stelt dat [eiseres] zelf al wist van de door haar gestelde risico’s, zodat op [naam notaris] geen verplichting rustte om daar nog eens op te wijzen. Het stelt verder dat [naam notaris] [eiseres] wel gewezen heeft op het risico dat zij zou kunnen worden aangesproken uit hoofde van de geldlening bij MoneYou. Het notariskantoor betwist voorts dat [eiseres] zou hebben afgezien van het aangaan van de lening bij MoneYou indien [naam notaris] haar op de risico’s zou hebben gewezen. Tot slot betwist het de gestelde schade.

3.4.

De rechtbank stelt voorop dat de zorg die [naam notaris] jegens [eiseres] diende te betrachten moet worden beoordeeld aan de hand van de zorg die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris verwacht mocht worden. Het gaat hier om een situatie waarin een ex-echtgenote samen met haar ex-echtgenoot een lening aangaat waarbij zij zich hoofdelijk verbindt tot nakoming van de verplichtingen uit die overeenkomst, terwijl de woning toebehoort aan de echtgenoot. In deze situatie diende [naam notaris] [eiseres] ingevolge de voornoemde maatstaf bij het verlijden van de akte van 24 december 2008 te vragen waarom zij ‘meetekende’ en diende hij te verifiëren of [eiseres] besefte wat zij deed. In beginsel diende [naam notaris] [eiseres] derhalve te wijzen op het risico dat [eiseres] uit hoofde van de geldlening bij MoneYou zou kunnen worden aangesproken tot betaling van de lening indien [naam X] om wat voor reden dan ook niet aan zijn verplichtingen uit hoofde van de lening zou voldoen. [eiseres] heeft niet weersproken dat [naam notaris] pas op 19 december 2008 opdracht heeft gekregen van MoneYou om een conceptakte op te stellen en dat het passeren van die akte op 24 december 2008 diende plaats te vinden. Gelet op deze omstandigheid, kon van [naam notaris] niet worden gevergd dat hij [eiseres] “schriftelijk, expliciet en ruimschoots voorafgaand” aan het passeren van de akte op de genoemde risico’s wees.

3.5.

Tijdens de comparitie heeft [naam notaris] onder meer het volgende verklaard over hetgeen op het notariskantoor voorafgaande aan het passeren van de akte is gebeurd en is gezegd:

“Het komt niet vaak voor dat ex-echtgenoten gezamenlijk een hypothecaire lening aangaan, terwijl het huis waarvoor die lening wordt aangegaan toebehoort aan slechts één van die echtgenoten. Een van de eerste dingen die ik daarom heb gevraagd tijdens de bespreking op 24 december 2008 aan [eiseres] is waarom zij dit deed. Dit was nog voordat de inhoud van de akte is doorgesproken. [eiseres] gaf aan dat haar vader geld had geleend aan [naam X] en dat [naam X] haar vader zou kunnen aflossen met de lening die zij samen met [naam X] zou aangaan. [naam Y] [de bij het passeren van de akte aanwezige hypotheekadviseur, toevoeging rechtbank] gaf aan dat er in feite twee opties waren. De eerste was om de tijdelijke hypothecaire lening op naam van [naam X] door te laten lopen. In dat geval zou de vader van [eiseres] een vordering hebben op [naam X] die [naam X] niet zou kunnen voldoen. De andere optie was dat [eiseres] zou meetekenen voor de nieuwe hypothecaire lening bij MoneYou, waardoor [naam X] in staat zou zijn om de lening bij de vader van [eiseres] af te lossen. [naam Y] voegde daaraan toe dat banken in het algemeen pas leningen durven te verstrekken als de bedrijfsresultaten gedurende een periode van drie jaar kunnen worden beoordeeld. Verder vertelde hij dat hij wilde proberen dat [naam X] eerder dan die drie jaar zelf een nieuwe lening op eigen naam zou kunnen aangaan, zodat de bijstand van [eiseres] niet langer nodig was. [eiseres] gaf hierop aan dat de laatste optie de bedoeling was, want haar vader had het geld nodig. Ik heb [eiseres] hierop gewaarschuwd voor de risico’s van de lening. Ik heb haar gevraagd of zij zich realiseerde dat de bank haar zou kunnen aanspreken voor de terugbetaling en de rente van de lening als [naam X] zou stoppen met betalen, bijvoorbeeld wanneer het met de onderneming van [naam X] slecht zou gaan. Ik heb gezegd dat de bank in dat geval bij [eiseres] zou aankloppen voor de terugbetaling van de lening. [eiseres], de heer [naam X] en [naam Y] wuifden dat risico een beetje weg als ware het een hypothetisch risico. De sfeer tussen de ex-echtgenoten was goed voor zover ik dat kon beoordelen. Ze gingen ervan uit dat het goed zou gaan met de onderneming van [naam X]. Vervolgens heb ik de zakelijk inhoud van de akte doorgenomen. Bij de mededeling in die akte over het mede-debiteurschap heb ik [eiseres] nog een keer hetzelfde verteld, namelijk dat als de heer [naam X] zou stoppen met betalen van de lening, de bank bij [eiseres] zou aankloppen voor de aflossing en de rente. Tijdens het doornemen van de inhoud van de akte, kwam ook het risico aan de orde dat de heer [naam X] zou overlijden. [naam Y] vertelde dat [eiseres] als begunstigde was aangewezen op de overlijdensrisicopolis van de heer [naam X], zodat dit risico was afgedekt. [eiseres] en de heer [naam X] gaven er blijk van dit te weten. Ik heb toen voorgesteld om die overeenkomst op papier te zetten, waarin [naam X] en [eiseres] afspreken dat [naam X] de overlijdensrisicopolis zal aanhouden en dat deze voor zijn rekening komt, zodat [eiseres] niet zou meebetalen aan de premie. Vervolgens is de akte getekend en ben ik naar boven gegaan waar ik de voornoemde overeenkomst heb opgesteld. De heer [naam X] en [eiseres] zijn toen beneden gebleven. Nadat ik de overeenkomst had opgemaakt, ben ik naar beneden gegaan en hebben partijen die getekend.”

Tegenover deze uitgebreide en vrij gedetailleerde verklaring van de notaris omtrent de gang van zaken op 24 december 2008, heeft [eiseres] tijdens de comparitie in feite niet veel meer gesteld dan dat zij zich de gang van zaken in feite niet herinnert. Zo heeft zij verklaard dat zij zich niet herinnert dat [naam notaris] haar op de risico’s heeft gewezen zij het dat zij meent dat dit niet is gebeurd, dat over de overlijdensrisicoverzekering en de begunstiging is gesproken en dat de notaris een extra overeenkomst over de overlijdensrisicoverzekering heeft opgemaakt die zij en haar ex-echtgenoot hebben getekend.

Dat ook daadwerkelijk over de risico’s van het hoofdelijk debiteurschap van [eiseres] is gesproken bij het verlijden van de akte, blijkt uit de door [naam notaris] bij die gelegenheid opgestelde en door partijen ondertekende overeenkomst over de overlijdensrisicoverzekering. Deze is immers tot stand gekomen met het oog op het risico dat [naam X] zou overlijden, in welk geval [eiseres] door MoneYou zou kunnen worden aangesproken tot nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst van geldlening.

De stelling dat over de risico’s is gesproken vindt voorts steun in de als productie 8 overgelegde aantekeningen van [naam notaris], waarin vermeld is: “hoofdelijk mede-debiteurschap. Vr. realiseert zich risico”.

3.6.

Gelet op het voorgaande, oordeelt de rechtbank dat [eiseres] de stelling van het notariskantoor dat [naam notaris] haar op de meergenoemde risico’s heeft gewezen, onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Daaraan doet niet af dat [eiseres] zich, bij monde van haar advocaat, tijdens de comparitie tevens op het standpunt heeft gesteld dat zij “zeker weet” dat de notaris haar niet op de risico’s heeft gewezen. Uit de hiervoor opgenomen verklaring van [eiseres] kan nu juist worden afgeleid dat zij dit niet zeker weet. Voorts is de mededeling in de brief van 6 december 2010 van de curator (productie 9) dat [naam X] heeft medegedeeld dat de consequenties van de hoofdelijkheid niet besproken zijn door de notaris onvoldoende. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat [eiseres] gewezen is op de risico’s. Aan bewijslevering op dit punt komt de rechtbank niet toe.

3.7.

De conclusie luidt dat het notariskantoor niet aansprakelijk is. De vorderingen van [eiseres] dienen derhalve te worden afgewezen. In het midden kan blijven of, en op welke grond het notariskantoor aansprakelijk zou zijn voor een eventuele fout van [naam notaris]. Ook de stellingen over het causaal verband en de schade behoeven geen bespreking.

3.8.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. Deze kosten bedragen € 575,00 wegens vastrecht en € 2.842,00 wegens kosten advocaat (2 punten van tarief volgens tariefgroep V), derhalve in totaal € 3.417,00.

Het vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard voor zover dit de kostenveroordeling betreft, zoals door het notariskantoor verzocht en door [eiseres] niet bestreden.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst af de vorderingen van [eiseres];

4.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding deze voor zover aan de zijde van het notariskantoor gevallen tot op heden begroot op € 3.417,00;

4.3.

verklaart dit vonnis voor zover dit de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Louwerse en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2013.