Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7793

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
STR-12_700324
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontkennende verdachte veroordeeld voor verkrachting, poging zware mishandeling en meerdere vermogensdelicten tot een gevangenisstraf van 42 maanden; veelpleger

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 12/700324-12, 02/700259-13, 12/715313-11 (tul) en 22/004039-10 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1973 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd, Torentijdweg 1, 4337 PE Middelburg,

raadsman mr. E.G.M. Smit, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 oktober 2013, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen. De rechtbank heeft de feiten die in deze dagvaardingen zijn opgenomen, van een doorlopende nummering voorzien. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

De tekst van de tenlastelegging luidt als volgt.

Verdachte staat terecht, terzake dat:

parketnummer 12/700324-12

1.

(parketnr. 700324-12)

hij op of omstreeks 6 juni 2012 te Vlissingen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer]

(onverhoeds) op een bed heeft geduwd/gegooid en/of de kleding van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en/of uitgerukt en/of bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen

en/of die [slachtoffer] meermalen heeft geslagen en/of gestompt en/of in de keel

heeft geknepen en/of aan de haren heeft getrokken en/of (aldus) voor die [slachtoffer]

[slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

2.

(parketnr. 715137-12)

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te Vlissingen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk[aangever 1]

[aangever 1] van het leven te beroven, met dat opzet die [aangever 1] meermalen, althans

eenmaal met een mes heeft gestoken en/of gesneden in de nek en/of de

halsstreek, althans met een mes (een) stekende en/of zwaaiende beweging(en)

heeft gemaakt in de richting van (de nek en/of de halsstreek van) die [aangever 1],

waarbij hij die [aangever 1] in de nek en/of de halsstreek heeft geraakt en/of

tengevolge waarvan die [aangever 1] een (diepe) snijwond in een hand heeft

opgelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 2 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te Vlissingen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1]

[aangever 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die

[aangever 1] meermalen, althans eenmaal met een mes heeft gestoken en/of gesneden

in de nek en/of de halsstreek, althans met een mes (een) stekende en/of

zwaaiende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van (de nek en/of de

halsstreek van) die [aangever 1], waarbij hij die [aangever 1] in de nek en/of de

halsstreek heeft geraakt en/of tengevolge waarvan die [aangever 1] een (diepe)

snijwond in een hand heeft opgelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(parketnr. 715321-12)

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening. vanaf een kledingrek (buiten de winkel) van "Vögele", gelegen

aan de Glacisstraat, heeft weggenomen drie, in elk geval één of meer

pullover(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het

winkelbedrijf "Vögele", in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen, in elk geval in Nederland,

drie, in elk geval één of meer pullover(s) heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die pullover(s) wist dat het (een) door diefstal, in

elk geval door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

(parketnr. 715321-12)

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening, vanaf een rek (buiten een winkel) van de "Kijkshop", gelegen aan

de Spuistraat, heeft weggenomen twee, in elk geval één tas(sen), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf "De

Kijkshop", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen, in elk geval in Nederland,

twee, in elk geval één tas(sen) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of

heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van tas(sen) wist dat het (een) door diefstal, in elk geval door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

parketnummer 02/700259-13

1. 5.

(parketnummer: 700259-13)

hij op of omstreeks 5 augustus 2013 te Vlissingen,

meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hierna te noemen

goed(eren) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander dan aan

verdachte, en wel:

- zes, in elk geval twee zonnebrillen, geheel of ten dele toebehorende aan

Halfords Nederland BV en/of

- twee watergeweren en/of twee dinosauriër strandsets en/of twee pakjes

vochtige babydoekjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan winkelbedrijf Big Bazar;

art 310 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 5 augustus 2013 te Vlissingen meermalen, in elk geval

eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen

de/het hierna te noemen goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte,

- zes, in elk geval een of meer zonnebril(len), geheel of ten dele

toebehorende aan Halfords Nederland BV, uit de winkelvoorraad van een winkel

van Halfords heeft gepakt en/of (vervolgens) die zonnebrillen in een

fietstas heeft gedaan en/of daarmee een eindweegs is weggelopen en/of

- twee watergeweren en/of twee dinosauriër strandsets en/of twee pakjes

vochtige babydoekjes, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Big

Bazar, uit de winkelvoorraad van die winkel heeft gepakt en/of vervolgens

die/dat goed(eren) in een fietstas heeft gedaan en/of daarmee een eindweegs

is weggelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. 6.

(parketnummer: 700259-13)

hij op of omstreeks 5 augustus 2013 te Vlissingen, in elk geval in Nederland,

een fiets (merk Gazelle) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die fiets wist dat het een door diefstal, in elk geval door

misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3. 7.

(parketnummer: 688461-13)

hij op of omstreeks 30 mei 2013 te Vlissingen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een (metalen) barbecue en/of een metalen

pijp/buis en/of een hoeveelheid betonijzer, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Serko Geveltechniek, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 mei 2013 te Vlissingen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (metalen) barbecue en/of

een metalen pijp/buis en/of een hoeveelheid betonijzer, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Serko Geveltechniek, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan die [verdachte] en/of aan verdachte, bij het

plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest

door de bestelbus, althans het voertuig, waarin de weggenomen goederen werden

weggevoerd/afgevoerd, te besturen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4. 8.

(parketnummer: 688459-13)

hij op of omstreeks 16 december 2012 te Vlissingen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de[adres aangever 2]

[adres aangever 2] heeft weggenomen 16, althans meerdere, stuks

aftershave en/of een spelcomputer (Playstation 2) en/of een toilettas (met

inhoud) en/of een jas en/of een sierzwaard en/of twee zakjes wiet/hennep en/of

15, althans meerdere dvd's en/of 6 (drink)bekers en/of 2 cd-mappen met

meerdere cd's en/of zes euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Feit 1

4.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

Op basis van de verklaringen van aangeefster, de in haar woning aangetroffen sporen - waaronder het DNA van verdachte in en aan haar lichaam en op de stukgetrokken BH van aangeefster - en de op haar lichaam zichtbare sporen van geweld, en de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] komt de officier van justitie tot de vaststelling dat er wettig en overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde verkrachting. De complottheorie van verdachte dat aangeefster, na vrijwillig seks te hebben gehad met verdachte, door haar vriend ([getuige 2]) is mishandeld is zeer ongeloofwaardig. Dit impliceert immers een vooropgezet plan, waarbij de vriend van aangeefster, na haar te hebben mishandeld, door de vriendin van aangeefster - op verzoek van aangeefster - wordt gebeld zodat hij vervolgens met haar instemming kan doen alsof zij door iemand anders is mishandeld.

4.1.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft bij de politie onmiddellijk erkend dat hij in de nacht van 5 op 6 juni 2012 gemeenschap heeft gehad met aangeefster. Dit gebeurde op haar initiatief. Zij had verdachte vanaf haar balkon aangeroepen toen hij voorbij de woning fietste en hem uitgenodigd om in haar woning te komen drinken. Het kan zijn dat hij heeft aangebeld, maar dat kan hij zich niet herinneren. Het is op initiatief van aangeefster gekomen tot gemeenschap, iets waarvoor verdachte zich schaamt.

Het valt op dat aangeefster zich in het informatief gesprek met de politie op 6 juni 2012 niet alles kan herinneren omdat ze had gedronken. Uit de aangifte van 11 juni 2012 blijkt voorts dat ze versuft was door het gebruik van oxazepam. Daarbij geeft zij volgens de verdediging een te laag aantal alcoholhoudende consumpties op, te weten zes. Dat dit aantal te laag is leidt de verdediging af uit de omstandigheid dat aangeefster, tot middernacht alcohol zou hebben gedronken maar de volgende dag om 11.30 uur nog steeds onder invloed was. Dit volgt uit de omstandigheid dat de politie op dat tijdstip vaststelt dat aangeefster niet nuchter was.

Aangeefster heeft bovendien geen actieve herinnering aan de door haar gestelde gebeurtenissen nu zij aan de hand van constateringen achteraf tot reconstructie komt van onder meer het aantal eenheden oxazepam dat zij zou hebben genomen en het tijdstip van het bezoek door verdachte. Zij verklaart daarover in haar achtereenvolgende verklaringen op tegenstrijdige wijze.

De verklaringen van derden zijn daarom van belang. De verklaring van de buurvrouw [getuige 1] stemt overeen met de verklaringen van verdachte, waardoor aannemelijk is dat verdachte rond middernacht op verzoek van en door handelingen van aangeefster in haar woning is gekomen. Zowel aangeefster als verdachte verklaren dat het een relatief kort bezoek was, namelijk vijftien tot dertig minuten, respectievelijk “nog geen twintig minuten”.

Tijdens het bezoek van verdachte is er geen sprake geweest van verkrachting of mishandeling. Dit wordt ook ondersteund doordat getuige [getuige 1] pas rond 2.10 uur in de ochtend geluid hoort, dat aannemelijk maakt dat rond dat tijdstip een gewelddadig incident plaatsvond. Verdachte was toen al lang vertrokken.

Verder verdient opmerking dat aangeefster in de eerste contacten met haar boezemvriendin [getuige 3] geen melding maakte van verkrachting, maar uitsluitend van mishandeling. Aannemelijk is dat de persoon met wie aangeefster een gewelddadige relatie onderhield, haar wederom heeft mishandeld nadat hij in de woning had ontdekt dat zij hem ontrouw was geweest. Meerdere getuigen verklaren dat aangeefster vaker door haar vriend is mishandeld, hetgeen haar aanvankelijke ontkenning dat zij ooit, althans meer dan één keer, door hem is geslagen ongeloofwaardig maakt. Kennelijk heeft aangeefster getracht problemen met haar vriend te vermijden door aangifte te doen van verkrachting, waarbij zij - gelet op de verklaringen van [getuige 3] en [getuige 4] - op onderdelen aantoonbaar onjuist heeft verklaard.

Het DNA-bewijs leidt niet tot een andere conclusie omdat hieruit niet meer blijkt dan wat verdachte al had toegegeven, namelijk dat hij gemeenschap met aangeefster heeft gehad en dat hij daarbij haar kleren mogelijk heeft aangeraakt, terwijl bovendien op de BH DNA is aangetroffen dat kennelijk aan andere mannen behoort dan verdachte.

4.1.3

Het oordeel van de rechtbank1

Verklaringen van aangeefster en de betrouwbaarheid daarvan

Allereerst ziet de rechtbank aanleiding de verklaringen van aangeefster te toetsen op consistentie en betrouwbaarheid. Aangeefster heeft blijkens het dossier de navolgende verklaringen afgelegd.

A. Aangeefster heeft op zondagochtend 6 juni 2012 in haar woning met de politie gesproken. Volgens de verbalisanten was aangeefster erg geëmotioneerd. Zij huilde en was in de war. Aangeefster verklaarde onder meer dat verdachte had aangebeld en zonder toestemming haar kamer had betreden. Zij hadden vervolgens bier gedronken. Op een gegeven moment had verdachte haar op het bed gesmeten en haar kleren van haar lichaam getrokken. Ze had luidkeels geschreeuwd en gegild zodat zij door medebewoners gehoord had kunnen worden. Tijdens het schreeuwen had verdachte haar meermalen in het gezicht geslagen met de vlakke hand en de vuist. Ook had hij haar BH kapot getrokken en had hij hard aan haar haar getrokken. Aangeefster toonde de verbalisanten plukken haar. Ze was tijdens de verkrachting niet geheel bij bewustzijn geweest, omdat zij eerder die avond zes halve liters bier had gedronken en een oxazepam van tien milligram had geslikt. Ze wist zeker dat verdachte haar zonder haar toestemming gepenetreerd - en derhalve verkracht - had. Op aanwijzen van de politie heeft aangeefster haar kleding en ondergoed alsmede enkele plukken haar in een plastic tas gedaan.2

Tijdens het informatieve gesprek met de politie op 6 juni 2012 omstreeks 11:30 uur verklaarde aangeefster onder meer dat verdachte rond middernacht voor de deur stond. Alles ging snel. Aangeefster had nog even met verdachte gezeten en vervolgens had hij haar op het bed gegooid en verkracht. Hij had haar in de vagina gepenetreerd met zijn penis. Zij vond het vreselijk. Ze had in verband met de overgang al anderhalf jaar geen seks gehad met haar vriend. Verdachte had haar ook geslagen. Haar BH was kapot gegaan doordat verdachte deze had afgerukt. Hoe de verkrachting is gestopt wist aangeefster niet. Verdachte was ineens weg. Na de verkrachting had ze een oxazepam van tien milligram genomen. Vervolgens had ze haar vriendin [getuige 3] (de getuige [getuige 3]) gebeld, aan wie ze echter niet durfde te vertellen wat er was gebeurd. Aangeefster wist tijdens dit informatieve gesprek met de politie alles niet meer zo goed omdat ze gedronken had voorafgaand aan de komst van verdachte, zes of zeven normale blikjes bier. Van een buurvrouw had ze begrepen dat er rond middernacht was aangebeld en dat alles zich had afgespeeld tussen middernacht en twee uur ’s ochtends. Verdachte kwam nooit bij haar thuis, ze kende hem van buiten. Ze was in het verleden wel eens in zijn woning geweest en had hem buiten regelmatig gesproken.3

In haar aangifte van 11 juni 2012 verklaarde aangeefster onder meer het volgende. Ze was 5 juni 2012 zo tussen 18:00 uur en 19:00 uur naar huis gegaan, maar was niet zeker van die tijd. Thuis had ze twee of drie biertjes gedronken en bij een vriendin ook een dergelijke hoeveelheid. Ze had ook een oxazepam ingenomen. Vervolgens was ze op bed in slaap gevallen. Zij had nog een sms-bericht aan haar vriend gestuurd, maar had daar geen antwoord op gekregen. Ze werd wakker van de deurbel. Ze had de deur geopend in de verwachting haar vriend te zien maar ineens stond daar verdachte. Verdachte vroeg om een biertje en hij heeft ook bier gedronken, al weet aangeefster niet of zij hem dat heeft gegeven.
Aangeefster wist niet meer hoe laat verdachte “begon”. Zij had van de buren begrepen dat dit om twee uur ’s ochtends was en dat hij bij iedereen had aangebeld.
Over de verkrachting vertelde aangeefster dat ze vermoedde dat ze versuft was door de oxazepam. Het was in een keer ‘pats boem’. Hij gooide haar neer op het bed en zei “hou je bek” en heeft haar geslagen. Ze was bang om dood te gaan, mede omdat hij haar in de keel kneep. Toen hij haar keel losliet, trok hij aan haar haren. Hij heeft haar kleren van haar afgetrokken. Ze wist niet meer hoe dat precies ging maar ze zag wel haar broek en onderbroek in elkaar binnenstebuiten op de vloer liggen. Ze weet niet hoe lang de verkrachting heeft geduurd. Verdachte bleef haar slaan en slaan. Toen hij weg ging voelde aangeefster overal pijn. Ze heeft een oxazepam genomen. Aangeefster weet dat omdat zij er maar zeven per week krijgt, één per dag. Zij zag later aan de strip dat zij er één tekort kwam.
Daarnaast verklaarde aangeefster dat zij zich meende te herinneren dat verdachte bij binnenkomst over haar vriend had gesproken. Hij vond haar vriend maar een sul. Van een vriendin had zij bij een eerdere gelegenheid al eens gehoord dat die vriendin een sms-bericht van verdachte had gekregen waarin stond dat verdachte de volgende keer niet de bril van de vriend van aangeefster zou pakken maar iets anders.4

Aangeefster heeft ten overstaan van de rechter-commissaris op 8 oktober 2012 onder meer het volgende verklaard. Zij heeft herhaald dat ze wakker werd van de deurbel en onverwacht verdachte in plaats van haar vriend voor zich zag. Ze had geen idee hoe laat het was. Zij was versuft van het slapen, had hem gevraagd wat hij kwam doen en had hem een biertje gegeven. Plots ging hij raar doen en in een keer scheurde hij aangeefster de kleren van het lijf. Vervolgens paste hij het reeds eerder door aangeefster beschreven geweld toe. Aangeefster herinnerde zich dat verdachte tijdens een ruzie met haar vriend een keer had gezegd “De volgende keer pak ik niet [getuige 2] zijn bril, maar pak ik iets anders.” Zij dacht daarom dat de verkrachting een wraakactie was. Kort voor de verkrachting hadden verdachte en haar vriend ruzie gehad.
Aangeefster wist niet precies hoelang verdachte op 6 juni in haar huis is geweest. Zij dacht dat dat kort was. Vijftien of twintig minuten, hooguit een halfuur. Zij had daarna nog een oxazepam genomen en was in slaap gevallen. Van de getuige [getuige 4] had aangeefster gehoord dat verdachte had verklaard dat hij als gevolg van drugsgebruik niet meer had geweten wat hij had gedaan.
De relatie met haar vriend beschreef zij als “over”. Het was een slechte relatie met veel ruzie en haar vriend gooide dan wel eens dingen naar haar, maar hij had aangeefster nooit geslagen. Het was ooit wel eens gebeurd dat hij haar sloeg in het begin van de relatie maar daarna nooit meer.5

Op basis van deze verklaringen van aangeefster, stelt de rechtbank vast dat aangeefster wisselend heeft verklaard en op onderdelen - tijdstip bezoek verdachte, tijdsverloop van de gebeurtenissen in haar woning, gebruik medicatie - aantoonbaar geen herinnering heeft aan de precieze gebeurtenissen op 5 en 6 juni 2012. Dit geldt ook tegen de achtergrond van de verklaringen van de getuige [getuige 4], die heeft verklaard dat het niet verdachte was maar juist aangeefster die hem had verteld over de reden waarom verdachte dit eventueel had gedaan. Voorts is het vermoeden gerechtvaardigd dat zij niet conform de waarheid heeft verklaard over de mate waarin zij alcoholhoudende drank heeft gebruikt, nu de politie waarnam dat zij op 6 juni 2012 om 11:30 uur nog niet nuchter was.

Gelet op deze omstandigheden heeft de rechtbank met bijzondere aandacht de verklaringen van aangeefster bestudeerd om de betrouwbaarheid ervan in relatie tot het overige bewijsmateriaal te beoordelen. Zij heeft daarbij in ogenschouw genomen dat aangeefster consistent heeft verklaard over het ontbreken van enig eigen inzicht in het tijdsverloop op basis van haar waarnemingen of herinnering, over het versuft zijn en het niet bewust meemaken van alle gebeurtenissen in die nacht en over de persoon van haar aanvaller en zijn handelingen voor zover zij die wel zelf heeft waargenomen. Daarnaast worden haar verklaringen op meerdere onderdelen die van belang zijn voor de beoordeling van de verdenking ondersteund door verklaringen van derden, zoals uit het navolgende zal blijken.

De rechtbank is daarom tot het oordeel gekomen dat, daar waar zij ondersteund worden door andere verklaringen of bewijsmiddelen, deze verklaringen van aangeefster voldoende betrouwbaar en overtuigend zijn om te gebruiken voor het bewijs.

Forensisch onderzoek

Aangeefster heeft op zondagochtend 6 juni 2013 omstreeks 9:55 uur melding gedaan ter zake van gewelddadige verkrachting door verdachte in haar woning te Vlissingen. Zij is vervolgens bezocht door de politie, die forensisch onderzoek in haar woning heeft gedaan en stukken van overtuiging in beslag heeft genomen.6 Aangeefster is medisch onderzocht en van haar verwondingen zijn door de politie foto’s gemaakt7. De forensische arts heeft op basis van zijn onderzoek vastgesteld: “(…) veelal rode verkleuringen huid, met intacte huid, passend bij uitwendig geweld (slaan, vastpakken), ook met onderhuidse bloedingen (deels) en kneuzingen, volledige genezing te verwachten, geen med. behand. nodig”.8 Uit de tekeningen en verdere aantekeningen van de forensische arts en foto’s blijkt dat de verwondingen zich bevonden in het gelaat, op het achterhoofd, achter het linkeroor, op de armen, polsen en handen, op het rechterbeen ter hoogte van de schaamstreek, op de linkerknie, op de rug, in de nek en op de linker bil9. Verder is DNA-materiaal afgenomen uit sperma dat zich bevond in en aan de vagina van aangeefster, en uit sporen aan de kapotgetrokken BH van aangeefster. De politie heeft dit materiaal in beslag genomen.10

Dit materiaal is onderzocht door het NFI waarbij in de DNA-databank voor strafzaken een match is gevonden voor het DNA in het op aangeefster aangetroffen sperma en het DNA van verdachte. Het DNA kan worden toegeschreven aan verdachte (in het kader van dit onderzoek aangeduid als onbekende man A), waarbij de berekende matchkans is gesteld op kleiner dan één op één miljard.11 Ander DNA-materiaal dat werd aangetroffen op de BH kon niet nader worden onderzocht, waarbij onder meer niet kon worden uitgesloten dat het aangetroffen DNA wel of niet behoorde tot het DNA van onbekende man A, zijnde verdachte.12

Uit dit forensisch bewijsmateriaal leidt de rechtbank af dat verdachte in de woning van aangeefster met haar gemeenschap heeft gehad. Dit is ook in overeenstemming met de verklaringen van verdachte op dat punt13. Voorts komt uit dit bewijsmateriaal naar voren dat aangeefster is mishandeld op een wijze die overeenstemt met de door haar afgelegde verklaringen voor zover deze de mishandeling inhouden. De rechtbank stelt daarbij vast dat de gevolgen van die mishandeling onder meer in de directe nabijheid van de vagina en aan de billen van aangeefster zichtbaar zijn. Verder stelt de rechtbank vast dat het DNA van verdachte is aangetroffen aan de binnenzijde van een kapotgescheurd kledingstuk (de BH van aangeefster).

Getuigenverklaringen

Getuige [getuige 1] woont in het gebouw waar zich ook het appartement van aangeefster bevindt. De appartementen hebben een gemeenschappelijke buitendeur, waarboven zich het appartement van de getuige bevindt. De getuige heeft verklaard dat om 0:00 uur in de nacht van 5 op 6 juni 2012 twee maal werd aangebeld. Zij stelde dit tijdstip vast met behulp van haar telefoon. Zij werd door dit aanbellen wakker maar heeft er niet op gereageerd. Zij hoorde dat er bij meerdere mensen in het pand werd aangebeld. Om 02:10 uur werd zij weer wakker. Ook dit tijdstip stelde zij vast aan de hand van de tijdsaanduiding op haar telefoon. Ditmaal werd zij wakker van geschreeuw. Ze hoorde niet precies wat er gezegd werd maar hoorde opmerkingen als “Auw” en “Ga mijn huis uit”. Zij hoorde een mannenstem en een vrouwenstem, maar herkende de stemmen niet. De volgende dag concludeerde zij dat de vrouw aangeefster moet zijn geweest om dat deze haar vertelde dat ze was mishandeld. Aangeefster vertelde dat dit door een vriend was gedaan. De getuige heeft gehoord dat de ruzie ongeveer vijf minuten duurde. Toen hoorde ze iemand weglopen. Toen de getuige naar buiten keek zag ze iemand weglopen en vervolgens fietsen, maar ze kon niet zien of dit een man of een vrouw was.14

De getuige [getuige 3], een goede vriendin van aangeefster, verklaarde onder meer het volgende. De avond van 5 juni 2012 was aangeefster bij haar op bezoek geweest. Aangeefster was ook bij de dochter van de getuige geweest en had daar een biertje gedronken. Aangeefster had ook nog een paar biertjes gehaald. Rond 19:45 uur is aangeefster naar huis gegaan. Enkele minuten later ontving de getuige een sms-bericht van aangeefster met de mededeling dat aangeefster veilig thuis was gekomen. Rond 02:30 uur in de nacht werd de getuige door aangeefster gebeld met het verzoek om de volgende ochtend om 08:30 uur langs te komen, omdat aangeefster bont en blauw zag. Aangeefster had meteen opgehangen zodat de getuige niet verder kon vragen. De getuige had gedacht dat aangeefster weer door haar vriend was geslagen.

De volgende ochtend vertelde aangeefster de getuige dat ze door verdachte was verkracht en dat hij haar daarbij had geslagen. Ze had de deur open gedaan omdat ze dacht dat haar vriend kwam. Buiten de omstandigheid dat verdachte op haar lag toen hij sloeg en haar had gezegd “Nou ben ik klaar” vertelde aangeefster geen details over de mishandeling en verkrachting. Aangeefster vertelde haar ook dat verdachte het laken van het bed had gehaald en had gezegd dat aangeefster dit laken zoals gebruikelijk door deze getuige kon laten wassen.

Ze vroeg de getuige om haar vriend - de getuige [getuige 2] - te bellen. [getuige 2] wilde eerst niet komen maar toen de aangeefster riep dat ze verkracht was, kwam hij wel naar haar toe.

De getuige beschreef aangeefster als iemand die veel drinkt en dan raar kan doen, dingen kan zien die er niet zijn. De getuige had ook met de buurvrouw gesproken, die vertelde dat zij om 01:50 uur gegil had gehoord en dat er bij iedereen aan was gebeld. De buurvrouw zei dat ze wel vaker gegil bij aangeefster had gehoord en er daarom niet op had gereageerd.15

De getuige [getuige 2], de vriend van aangeefster, verklaarde onder meer het volgende. Aangeefster ging ervan uit dat hij de avond van 5 juni 2012 bij haar langs zou komen, maar hij had zich niet lekker gevoeld en was daarom niet gegaan. Om 20:25 uur diezelfde avond ontving hij een sms-bericht van aangeefster met de tekst “Hoi lachebekje, alles goed met je (…)”. De volgende ochtend werd hij gebeld door de getuige [getuige 3], die hem vertelde dat aangeefster was verkracht. Hij is toen naar de woning van aangeefster gegaan en heeft haar geadviseerd aangifte te doen. Hij kon zien dat ze zwaar mishandeld was, dat haar broek kapot was en hij zag ook losse plukken haar in de woning.

Aangeefster vertelde hem dat ze die avond had gedacht dat hij was gekomen en had toen de buitendeur open gedaan. Toen had ze verdachte gezien en die heeft haar in een handomdraai op het bed gegooid. Aangeefster vertelde ook dat verdachte het laken van het bed had gehaald en in de douche nat had gemaakt.16

Uit deze getuigenverklaringen trekt de rechtbank de volgende conclusies.

De verklaring van getuige [getuige 1] maakt aannemelijk dat de gebeurtenissen in de woning van aangeefster zich hebben afgespeeld tussen middernacht, toen er werd aangebeld, en 02:10 uur, het tijdstip waarop de getuige wakker werd van een ruzie die ongeveer vijf minuten duurde. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [getuige 3] dat aangeefster haar rond 02:30 uur belde met de mededeling dat ze bont en blauw zag. De verklaring van getuige [getuige 3] maakt bovendien duidelijk dat aangeefster op 5 juni 2012 om 20:45 uur nog niet was mishandeld.

De verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 2] ondersteunen de verklaring van aangeefster waar zij stelt in de nachtelijke uren te zijn mishandeld en verkracht, onder meer omdat hieruit naar voren komt dat zij - ondanks de door haar zelf omschreven versufte toestand waarin zij aanvankelijk verkeerde - meteen hulp heeft gezocht bij haar naasten en daarbij consistent melding heeft gemaakt van hetgeen haar was overkomen.

De verklaringen van verdachte

Ter zitting heeft verdachte, net als eerder bij de politie en de rechter-commissaris, ontkend de aangeefster te hebben verkracht of mishandeld. Op haar uitnodiging was hij naar haar appartement gekomen om iets te drinken. Zij had hem toen uitgedaagd en was uit eigen initiatief seksuele handelingen bij hem gaan verrichten. Vervolgens hadden zij met haar instemming gemeenschap gehad op haar bed. Dat had korte tijd in beslag genomen en hij was uiteindelijk maximaal twintig minuten in haar woning aanwezig geweest. Hij was niet betrokken bij de ruzie die rond twee uur ’s ochtends is gehoord door een getuige, toen had hij die woning al lang verlaten. Desgevraagd heeft hij ook aangegeven dat aangeefster weliswaar had gedronken, maar dat zij er verder goed, althans voor haar doen normaal uitzag.17

Verdachte heeft onder meer de volgende verklaringen afgelegd over een aantal aspecten.

  1. Ten aanzien van de wijze waarop hij het appartement kon betreden verklaarde verdachte in zijn beide verklaringen bij de politie, dat aangeefster hem naar boven riep vanaf haar balkon en dat toen hij bij de voordeur kwam, zij die al open had gepiept. In de tweede verklaring voegde hij daaraan toe niet zeker te weten of aangeefster een deurbel had. In zijn verklaring ter terechtzitting verklaarde verdachte echter dat hij mogelijk heeft aangebeld, bijvoorbeeld omdat het te lang duurde.

  2. Omtrent het tijdstip van zijn aankomst bij aangeefster verklaarde aangever in zijn eerste verklaring bij de politie geen idee te hebben van het juiste tijdstip, in de tweede verklaring verklaarde hij daarover dat het misschien rond 22:30 à 23:00 uur is geweest. In die verklaring stelde hij ook dat hij maximaal twintig minuten in de woning is geweest. Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat het ook later kon zijn geweest, bijvoorbeeld rond middernacht, maar hield hij vast aan de maximale tijdsduur van twintig minuten.

  3. In zijn eerste verklaring maakt verdachte er melding van dat hij meteen na binnenkomst in de woning van aangeefster seksueel door haar werd benaderd, seks met haar had en meteen is weggegaan. In zijn tweede verklaring maakt hij er melding van dat hij na de gemeenschap een biertje pakte, een paar slokken dronk en dat bier meenam naar buiten.

  4. Verdachte heeft in zijn eerste verklaring bij de politie verklaard dat hij niet weet hoe het met de kleding van aangeefster zat. Hij dacht dat ze alles uit had.18 Bij zijn tweede verhoor verklaarde hij dat zij zelf haar kleren heeft uitgetrokken en dat hij zeker weet dat hij haar niet heeft geholpen met uitkleden. Toen hij haar zag was de haar BH nog heel. Verdachte heeft hooguit haar kleren van het bed gedaan19. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij haar BH mogelijk heeft vastgepakt.20

In zijn verschillende verklaringen heeft verdachte verklaarde dat hij niet was klaargekomen, dan wel dat hij de seks met aangeefster niet had afgemaakt.

In zijn eerste verklaring stelde verdachte dat hij tegen aangeefster sorry had gezegd dat hij meteen wegging. Dit had ze niet leuk gevonden want ze had hem nog wat nageroepen. In zijn tweede verklaring verklaarde hij te hebben gezegd dat hij er spijt van had en dat hij niet zou blijven slapen. Er was geen ruzie geweest, de buren hadden hen niet kunnen horen. Ter terechtzitting verklaarde verdachte dat hij haar had gezegd dat zij onfris rook en dat hij geen zin meer had. Zij zou daarover boos zijn geweest.

Het totaal van verklaringen van de verdachte acht de rechtbank onderling tegenstrijdig en daarmee niet geloofwaardig. Hierin is met name van belang dat verdachte de gemeenschap voortijdig zou hebben beëindigd, hetgeen wordt gelogenstraft door het aantreffen van sperma met verdachtes DNA in de vagina van aangeefster. Daarnaast zijn de verklaringen van verdachte omtrent de BH van aangeefster, in strijd met de vaststelling dat aan de binnenkant van de kapotte BH van aangeefster DNA van hem is aangetroffen. Voor het achterlaten van DNA is immers een krachtiger contact noodzakelijk dan de enkele aanraking die gepaard gaat met het enkel van het bed vegen of vastpakken en wegleggen van die BH, zoals verdachte heeft verklaard (mogelijk) te hebben gedaan. Het achterlaten van DNA op de BH is daarentegen wel in overeenstemming met een aanraking van die BH zoals die gepaard gaat met het met geweld kapot en van het lijf rukken daarvan, zoals door aangeefster is verklaard. De verklaring van verdachte dat hij misschien wel heeft aangebeld is voorts in strijd met zijn verdere verklaringen over de initiërende rol van aangeefster, maar past wel binnen de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1]. Zijn verklaring dat hij ten hoogste twintig minuten in de woning is geweest en geen, althans weinig, bier heeft gedronken is strijdig met hetgeen aangeefster hierover heeft verklaard en vindt geen steun in enig beschikbaar bewijsmiddel.

Het alternatieve scenario dat verdachte heeft opgeworpen, te weten dat [getuige 2] aangeefster heeft mishandeld, acht de rechtbank gelet op de afgelegde verklaringen en aangetroffen DNA sporen niet aannemelijk en vindt evenmin op andere wijze steun in het dossier.

Beoordeling van feit 1

Gelet op de beschikbare bewijsmiddelen zoals die in het voorgaande zijn besproken, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte op 6 juni 2012 aangeefster [slachtoffer] op gewelddadige wijze heeft verkracht door haar met grof geweld te dwingen tot het ondergaan van de door haar beschreven handelingen.

4.2

Feit 2

4.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [aangever 1] heeft gestoken dan wel verwond aan zijn nek en hand. Dit is te kwalificeren als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft door het maken van stekende of snijdende bewegingen in de richting van het hoofd of de hals van het slachtoffer de aanmerkelijke kans voor lief genomen dat hij vitale delen had kunnen raken. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de beschrijving van het letsel, het sporenonderzoek in de woning, en de verklaringen van [getuige 5] en [getuige 6]. De officier van justitie is van mening dat de verklaring van verdachte dat hij [aangever 1] niet heeft gestoken als kennelijke leugenachtig dient te worden gezien.

4.2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit verdachte integraal vrij te spreken van dit ten laste gelegde feit nu er gerede twijfel is omtrent de verdenking, mede geplaatst in het licht van de nadien voortgezette contacten tussen [aangever 1] en verdachte. Ook na het incident verbleef [aangever 1] nog regelmatig bij verdachte. Zij voert aan dat [aangever 1] pas na vier dagen aangifte heeft gedaan. Het letsel lijkt oppervlakkig te zijn en in de woning van verdachte zijn slechts weinig bloedsporen aangetroffen, en bovendien niet op de plaatsen die aangever aangeeft. De aangetroffen bloedsporen zijn ook niet nader onderzocht. Aangever was die avond emotioneel, onder invloed van plof en alcohol en heeft enige tijd alleen in de woning van verdachte doorgebracht. [getuige 5] stelt dat verdachte de bewuste avond heeft gesuggereerd dat hij verantwoordelijk was voor het letsel van [aangever 1], maar verdachte ontkent dat [getuige 5] die avond in zijn woning is geweest. De verklaring van [getuige 6] is een de auditu verklaring, is niet ondertekend en wordt door verdachte pertinent ontkend.

4.2.3

Het oordeel van de rechtbank21

Op 4 april 2012 heeft [aangever 1] aangifte gedaan van een poging doodslag dan wel zware mishandeling gepleegd door verdachte jegens hem. Hij heeft verklaard dat hij op 31 maart 2012 omstreeks 14:00 uur in de woning van verdachte was. De sfeer was in eerste instantie normaal. [aangever 1] rookte een jointje en zij dronken alcohol. Op enig moment begon verdachte de Hindoestanen te beledigen. [aangever 1] reageerde hier geïrriteerd op omdat hij Hindoestaans bloed heeft. Verdachte stond op, pakte een vleesmes van de tafel, liep op [aangever 1] af en haalde uit met het mes. [aangever 1] probeerde het mes af te weren, waardoor hij een diepe snede in zijn rechterhand heeft opgelopen. Ook had hij een flinke snede in zijn nek.22 Blijkens de letselverklaring van forensisch geneeskundige Weststrate zijn door een arts verwondingen aan de nek en rechterhand geconstateerd die zijn gedesinfecteerd en verbonden. Tevens blijkt uit die verklaring dat de wondjes op 5 april 2012 goed bleken te zijn genezen.23

De neef van [aangever 1], [getuige 5], heeft verklaard dat hij naar de woning van verdachte is gegaan en dat hij daar [aangever 1] aan trof. Hij zag dat de hand van [aangever 1] bloedde en hij zag druppels bloed bij het raam in de woonkamer.24 Dit is ook geconstateerd tijdens het onderzoek in de woning van verdachte.25 Hij is vervolgens weggegaan om jodium of iets dergelijks te halen. [getuige 5] heeft later gezien dat [aangever 1] ook gewond was in zijn nek.26 Verdachte heeft verklaard dat in zijn woning een tube betadine lag die niet van hem was. Toen [getuige 5] terug kwam in de woning was verdachte ook aanwezig. Hij hoorde dat verdachte zei dat hij helemaal gek werd en dat hij tegen [aangever 1] zei ‘ik wilde je geen pijn doen’.27

Op 31 maart 2012 is getuige [getuige 6] naar het politiebureau gekomen en heeft gemeld dat er iets voor was gevallen tussen [verdachte] (verdachte) en [aangever 1], en dat dat de schuld van [aangever 1] was. [getuige 6] heeft bij het politiebureau gemeld dat hij voor [verdachte] wilde opkomen.28

[getuige 6] heeft op 14 april 2012, tijdens een surveillance van de politie aan de Boulevard de Ruijter in Vlissingen, verklaard dat hij twee weken daarvoor inderdaad op het politiebureau was geweest, omdat verdachte hem de dag ervoor had verteld dat hij in zijn woning ruzie had gehad met [aangever 1] en dat hij [aangever 1] daarbij met een zwaai met een mes had verwond in zijn nek. [getuige 6] was naar de politie gegaan omdat hij voor verdachte op wilde komen. Volgens [getuige 6] zag hij verdachte de volgende dag weer en had deze tegen hem gezegd dat het met [aangever 1] wel los zou lopen omdat hij geen aangifte had gedaan. Enkele dagen voor 14 april 2012 had [getuige 6] verdachte nog gezien. Deze vertelde hem dat hij enkele dagen voor het voorval had vastgezeten. De politie heeft van de verklaring van [getuige 6] een proces-verbaal opgemaakt.29

[getuige 6] is ondanks dat daarvoor een afspraak was gemaakt, niet naar het politiebureau gekomen om de verklaring te ondertekenen. Verbalisant Elseman is vervolgens naar [getuige 6] toegegaan en heeft hem de tekst van de verklaring voorgelezen. [getuige 6] verklaarde meerdere malen dat de inhoud daarvan helemaal klopte, maar dat hij die niet wilde ondertekenen omdat hij vond dat verdachte al genoeg was gestraft.30

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [aangever 1] die dag bij hem in zijn woning was31, maar [getuige 5] heeft hij die bewuste avond niet gezien. Hij ontkent dat hij [aangever 1] met een mes heeft gestoken. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 31 maart 2012 ruzie had gehad met [aangever 1] en dat deze vervelend begon te doen over het feit dat verdachte hem verlinkt zou hebben32.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met een mes bewegingen heeft gemaakt in de richting van [aangever 1] en daarbij [aangever 1] in zijn nek en hand heeft gestoken/gesneden. De rechtbank merkt op dat de betrokkenen bekend zijn met drugs- en alcoholgebruik. Ook op deze dag was door zowel aangever als verdachte de nodige alcohol en/of verdovende middelen gebruikt. Het is een feit van algemene bekendheid dat het (veelvuldig) gebruik van alcohol en/of drugs, zoals dat aan de orde is bij verdachte en aangever, een nadelige invloed heeft op het waarnemingsvermogen en geheugen, waardoor achteraf afgelegde verklaringen op detailniveau minder accuraat kunnen zijn. De rechtbank is evenwel van oordeel dat op basis van de hiervoor aangehaalde verklaringen vastgesteld kan worden dat er op 31 maart 2012, in de woning van verdachte, tussen [aangever 1] en verdachte sprake is geweest van een conflict. De verklaring van [aangever 1] wordt daarnaast ondersteund door het geconstateerde letsel en de verklaring van [getuige 6]. Het scenario van verdachte dat [aangever 1] hem erin heeft geluisd omdat [aangever 1] door de getuigenverklaring van verdachte in een andere zaak achttien maanden gevangenisstraf heeft gekregen wordt niet ondersteund door enig bewijs en is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte met zijn gedragingen (voorwaardelijk) opzet op de dood dan wel op zware mishandeling van aangever heeft gehad.

Gelet op de aangifte en het bij aangever geconstateerde letsel kan niet worden geoordeeld dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood van aangever. Van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken.

De rechtbank acht de subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling wel wettig en overtuigend bewezen. Door met een vleesmes te zwaaien in de richting van aangever heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.

4.3

Feit 3 en 4

4.3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op het proces-verbaal waaruit blijkt dat er een melding is gedaan dat verdachte in café de Hobbit (de rechtbank begrijpt dat wordt bedoeld café Hoppit) gestolen goederen verkoopt vanuit een C1000 tas. Dat dit geen onzinverhaal is blijkt uit het feit dat verdachte in de omgeving van het café wordt aangetroffen en dat op ongeveer 10 meter van verdachte een C1000 tas met gestolen goederen wordt aangetroffen. Hiervan is aangifte gedaan namens Vögele en de Kijkshop. In een proces-verbaal wordt gerelateerd dat verdachte bij het eerste contact met de politie twee tasjes om zijn nek had hangen. Als verdachte later wordt aangehouden heeft hij nog maar één tasje. Het andere tasje wordt later aangetroffen in een vuilnisbak en door verbalisanten herkend als zijnde het tasje dat verdachte eerder bij zich had. In eerste instantie heeft verdachte verklaard dat hij maar één tasje had, maar hij past later zijn verklaring aan en geeft toe dat er twee tasjes waren, maar dat het andere tasje van een vriend was wiens naam hij niet wil noemen. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte zeer ongeloofwaardig en kennelijk leugenachtig. Bovendien voldoet verdachte aan het signalement dat de verkoopster van Vögele van de dader geeft. Subsidiair acht hij - mocht de rechtbank niet komen tot een diefstal - de opzetheling wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het onder 3 en 4 ten laste gelegde kan komen en verzoekt verdachte integraal vrij te spreken. De politie is het onderzoek gestart naar aanleiding van een anonieme melding. Verdachte heeft erkend dat hij voor café Hoppit heeft gestaan, net als vele anderen die avond. Na zijn vertrek zien verbalisanten op ongeveer 10 meter afstand een rode C1000 tas met gestolen goederen staan. De verklaring van de anonieme melder dat het een rode C1000 tas betrof is van mindere waarde nu verbalisant hem de gesloten vraag stelde of het een rode C1000 tas betrof die verdachte bij zich had. De juistheid van deze melding kan overigens niet worden getoetst, omdat de melder geen verklaring heeft willen afleggen. Verder staat vast dat verdachte bij zijn aanhouding één tamelijk versleten tas bij zich had van het merk New York, het merk dat wordt verkocht door de Kijkshop. Uit de aangifte blijkt dat er 10 tassen zijn weggenomen. Het is derhalve aannemelijk dat dit ook dubbele exemplaren betrof waardoor het niet valt uit te sluiten dat verbalisant een andere tas afkomstig van de diefstal heeft gezien en niet de tas die verdachte eerder bij zich had.

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank33

Op 3 september 2012 omstreeks 21:30 uur kwam bij de politie de melding binnen dat verdachte net uit café Hoppit aan de Walstraat te Vlissingen was gezet en dat hij een tas met gestolen goederen bij zich had. Hij probeerde deze goederen te verkopen.34 Verbalisanten troffen verdachte vervolgens aan op een bankje vlakbij café Hoppit. Hij had op dat moment twee zwarte tasjes om zijn nek hangen. Aan één van de tasjes hing nog een merklabel. Nadat verdachte verklaarde deze voor zijn vriendin te hebben gekocht, mocht hij zijn weg vervolgen.35 Terwijl collega’s met verdachte praatten, zagen twee verbalisanten op ongeveer tien meter afstand van de verdachte, die op dat moment geen tas bij zich droeg, een rode C1000 tas staan.36 In deze tas zaten een zwarte damestas en drie spencers.37 De melder, die overigens geen verklaring wilde afleggen, bevestigde aan een verbalisant, nadat deze hem had gevraagd of verdachte een rode C1000 tas bij zich had, dat de tas die verdachte bij zich had een rode C1000 tas betrof.38 Verdachte is vervolgens aangehouden op verdenking van heling van de goederen in de C1000 tas. Hij had tijdens zijn aanhouding een zwart tasje bij zich, voorzien van het label New York. Een soortgelijk tasje, nog verpakt in plastic, zat ook in de C1000 tas.39 Hij was niet meer in het bezit van het tasje met daaraan nog het merklabel dat hij eerder bij zich had.40 Door medewerkers van de gemeente Vlissingen is de volgende ochtend in een vuilnisbak in een zijstraat van de Walstraat een klein, nieuw, zwart damestasje met daaraan de plastic koordjes waar normaal de labels aan hangen gevonden.41 Dit tasje is door een verbalisant herkend als zijnde het tasje dat verdachte bij het contact voorafgaand aan zijn aanhouding om zijn nek droeg.42

Op 4 september 2012 heeft [aangever 3] namens Vögele Vlissingen, gevestigd aan de Glacisstraat te Vlissingen, aangifte gedaan van diefstal van pullovers. Zij werd er op 3 september 2012 door een collega op gewezen dat aan een rek buiten de winkel, waar pullovers en blouses aan hingen, vier lege kledinghangers hingen. Op 4 september 2012 kwam er een politieagent in de winkel met drie pullovers. Aangeefster herkende deze pullovers als eigendom van Vögele. Deze waren een dag eerder van het rek weggenomen.43

Een verkoopster bij Vögele heeft op 3 september 2012 omstreeks 15:30 uur een man bij het rek buiten de winkel zien staan die haar aandacht trok. Nadat deze man wegliep, is zij naar het rek gelopen en zag zij dat er vier lege kledinghangers aan het rek hingen. Zij beschrijft de man als volgt: ‘De man is 1.90 à 1.95 meter lang, kort haar, aan de zijkanten iets meer opgeschoren dan van boven. Zijn kleur haar is een soort blond achtig. De man droeg een wit Nike jack.’44

[aangever 4] deed op 4 september 2012 namens Kijkshop, gevestigd aan de Spuistraat te Vlissingen, aangifte van diefstal van tien tassen. Zij verklaarde dat zij op 3 september 2012 door een collega werd gebeld dat er tassen waren ontvreemd van een rek dat buiten de winkel stond. Waarschijnlijk zijn de tassen weggenomen middels een (valse) sleutel omdat het rek was afgesloten middels hangsloten. Aangeefster herkende onder andere een zwarte schoudertas van het merk New York als zijnde een tas die bij de Kijkshop wordt verkocht en die van het rek was ontvreemd.45

Verdachte verklaart geen enkele betrokkenheid te hebben bij de ten laste gelegde feiten. Hij komt nooit bij de Vögele of de Kijkshop. Hij heeft verder verklaard dat hij niet in café Hoppit is geweest en dat hij die dag ook geen C1000 tas bij zich had. Over het tasje dat hij in eerste instantie om zijn nek had en dat tijdens zijn aanhouding niet meer bij hem is aangetroffen, heeft hij verklaard dat hij dit bewaarde voor een vriend wiens naam hij niet wil noemen.

De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte is een bekende verschijning in Vlissingen. Hij is die avond bij café Hoppit gesignaleerd terwijl hij gestolen goederen te koop aanbood. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan deze melding ondanks dat de melder anoniem wenste te blijven. Zij neemt daarbij in aanmerking dat verdachte in de omgeving van het café is aangetroffen alsook dat in zijn directe nabijheideen C1000 tas met daarin gestolen goederen is aangetroffen. Daar komt bij dat het tasje dat verdachte om zijn nek had toen hij de eerste keer werd aangesproken door verbalisanten van hetzelfde merk was als het tasje dat later in de C1000 tas werd aangetroffen. Bovendien komt het door een verkoopster van de Vögele gegeven signalement van de persoon waarvan zij vermoedt dat hij de pullovers heeft weggenomen in grote lijnen overeen met de beschrijving die verdachte van zichzelf geeft. Immers, op de vraag van verbalisant of verdachte een signalement kan geven van zichzelf ten tijde van zijn aanhouding antwoordt hij ‘ik droeg een wit trainingsjack van het merk Nike … ik ben 1.82 lang en heb kastanje bruin haar, de zijkant van mijn haar is opgeschoren en de bovenzijde is wat langer.’46 Ter zitting heeft hij verklaard dat zijn haar niet blond is. Hij staat bekend als ‘de rooie’. Hij heeft verder verklaard dat in de zomer zijn haar wel wat geler wordt door de zon.47 Dit kan verklaren dat de verkoopster zijn haarkleur als blond omschrijft.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig. Zij is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich op 3 september 2012 heeft schuldig gemaakt aan zowel de diefstal bij de Vögele alsook bij de Kijkshop, zoals hierna bewezen verklaard.

4.4

Feit 5

4.4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de onder feit 5 ten laste gelegde diefstallen wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hij baseert zich daarbij ten aanzien van de diefstal bij de Halfords op de aangifte van [aangever 5], en de herkenning door [aangever 5] van verdachte op de camerabeelden van de Albert Heijn als zijnde de persoon die de zonnebrillen in zijn fietstassen had als ook de herkenning van de fiets. Bovendien voldoet verdachte aan het gegeven signalement van de dader. Ook kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte goederen heeft weggenomen bij de Big Bazar, gelet op de aangifte en alles in onderlinge samenhang bezien en de korte tijd er tussen.

4.4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 5, nu er veel onzekerheden zijn welke gerede twijfel doen ontstaan omtrent de verdenking. Zij voert daartoe aan dat aangever [aangever 5] (Halfords) door een onbekende vrouw er op wordt geattendeerd dat ‘een man zonnebrillen in zijn fietstassen aan het doen is’. [aangever 5] heeft de fiets veiliggesteld. Verdachte heeft verklaard een ijsje te hebben gekocht bij de Albert Heijn en in de fietstassen wordt onder andere een pak ijs van Albert Heijn aangetroffen, waardoor de verbinding van de foto’s naar verdachte wordt versterkt. Aangeefster [aangever 6] van Big Bazar wordt later via Halfords op de hoogte gesteld van de diefstal. [aangever 5] noch [aangever 6] heeft waargenomen dat er goederen zijn weggenomen. Bovendien betreft het makkelijk te plegen wegnemingshandelingen omdat dat goederen onbeveiligd in een rek of mand buiten de winkel lagen. De verdenking is dat verdachte deze goederen heeft weggenomen, hetgeen door verdachte wordt ontkend.

4.4.3

Het oordeel van de rechtbank48

Op 5 augustus 2013 omstreeks 15:50 uur kwam bij de politie een melding binnen dat een man bij de Halfords op heterdaad was betrapt bij het stelen van zonnebrillen. [aangever 5] deed op 5 augustus 2013 namens Halfords te Vlissingen aangifte van diefstal van zes zonnebrillen. Aangever verklaarde dat hij die dag omstreeks 15:30 uur werd aangesproken door een vrouw die hem vertelde dat een man zonnebrillen in zijn fietstas aan het doen was. Aangever is naar buiten gelopen en heeft de man aangesproken. Hoewel de man ontkende, zag aangever in zijn fietstas zonnebrillen zitten. Toen hij de man daarop aansprak, pakte deze de zonnebrillen en gooide ze op straat. Dit betrof vier zonnebrillen. Aangever pakte de fiets vast, waarop de man wegrende. Aangever zag in de fietstas de volgende goederen: twee watergeweren, twee kinderstrandsets, twee pakjes vochtige babydoekjes en nog twee zonnebrillen. Hij geeft het volgende signalement van de dader: man, blank, 1.90 meter lang, rossig, rood haar en gekleed in een wit mouwloos t-shirt.49

[aangever 5] overhandigde de verbalisanten een goudkleurige Gazelle damesfiets met fietstassen. De verbalisant trof in de fietstassen diverse verpakkingen kinderspeelgoed, 1 pak Albert Heijn waterijs, 1 blik Euroshopper bier en vier blikjes Schultenbrau bier en twee zonnebrillen. Verbalisant is hierop naar Albert Heijn gegaan en heeft de beelden van de daar aanwezige beveiligingscamera’s bekeken. Omstreeks 15:34 uur zag hij een man in beeld komen die voldeed aan het door [aangever 5] opgegeven signalement. De man reed op een goudkleurige damesfiets voorzien van fietstassen. Verbalisant herkende de man als de hem ambtshalve bekende verdachte.50 Verbalisant heeft [aangever 5] enkele foto’s van de camerabeelden getoond. [aangever 5] herkende de man als zijnde de man die de zonnebrillen had weggenomen. Ook de fiets herkende hij als zijnde de fiets die bij Halfords was achtergebleven.51 Korte tijd later hebben verbalisanten op de boulevard te Vlissingen een man aangetroffen die voldeed aan het signalement van de verdachte van de diefstal van zonnebrillen. Dit betrof verdachte.52

Op 5 augustus 2013 deed [aangever 6] namens Big Bazar te Vlissingen aangifte van diefstal. Zij verklaarde dat die dag omstreeks 16:00 uur een medewerker van de Halfords haar enkele goederen toonde die vermoedelijk waren weggenomen bij de Big Bazar. De getoonde goederen, te weten twee watergeweren, twee dinosauriër strandsets en twee pakjes vochtige babydoekjes, waren toen bij hen te koop en lagen net buiten de winkel in manden. Navraag bij de kassière leerde dat deze goederen die dag nog niet waren verkocht.53

De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte ontkent elke betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten. De rechtbank acht zijn verklaring niet geloofwaardig aangezien [aangever 5] hem heeft herkend op camerabeelden als zijnde de man die hij heeft aangesproken en die de zonnebrillen in zijn fietstas had. Op het moment dat verdachte werd aangesproken pakte hij de zonnebillen uit zijn fietstas en gooide hij deze weg. Vervolgens rende hij met achterlating van zijn fiets weg. De rechtbank merkt op dat dit merkwaardig gedrag is voor iemand die zich niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zes zonnebrillen heeft weggenomen bij Halfords.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht zijn ook wettig en overtuigend bewezen dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan de diefstal bij de Big Bazar, zoals hieronder bewezen verklaard.

4.5

Feit 6

4.5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de opzetheling van een fiets, zoals onder feit 6 aan verdachte is ten laste gelegd niet wettig en overtuigend bewezen en vordert dat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken. Hij voert daartoe aan dat aangifte is gedaan van de diefstal van een grijskleurige fiets, terwijl de in beslag genomen fiets goudkleurig is blijkens het proces-verbaal.

4.5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat uit het dossier niet blijkt dat de in beslag genomen fiets dezelfde fiets is als die op 10 maart 2008 te Enschede is weggenomen. Subsidiair voert zij aan dat - als verdachte deze fiets al voorhanden zou hebben gehad - hij ook wist dat het een van misdrijf afkomstig goed betrof.

4.5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan. Zij kan op basis van de zich in het dossier bevindende stukken niet vast stellen dat de op 5 augustus 2012 onder verdachte in beslag genomen fiets dezelfde fiets betreft als die tussen 9 en 10 maart 2008 in Enschede is weggenomen en waarvan [aangever 7] aangifte heeft gedaan. Niet alleen komt de kleur niet overeen, de in beslag genomen fiets betreft een goudkleurige, terwijl aangifte is gedaan van een grijskleurige, maar er is ook geen onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de framenummers. Verdachte dient dan ook van dit feit te worden vrijgesproken.

4.6

Feit 7

4.6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 7 primair ten laste gelegde tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, en de verklaring van de broer van verdachte dat hij moest plassen, dat hij op een niet afgesloten terrein achter een loods in hoog gras een barbecue en een ijzeren pijp zag liggen en dat hij deze in het busje waarin zij reden heeft geladen alsook de verklaring van verdachte dat zijn broer [broer verdachte] een barbecue en een ijzeren pijp in de bestelbus waarvan hij op dat moment de bestuurder was heeft geladen.

4.6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat het onder 7 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De broer van verdachte heeft verklaard dat hij samen met verdachte en [vriend verdachte] was, dat hij moest plassen en toen een barbecue en een stuk pijp zag liggen en dat hij die heeft meegenomen. Verdachte erkent dat hij in de bestelbus van zijn broer reed toen zijn broer een barbecue heeft meegenomen vanachter autosloperij Netten. Verdachte heeft hierbij echter geen actieve rol gespeeld. Integendeel, hij heeft gezegd dat hij dit niet wilde.

4.6.3

Het oordeel van de rechtbank

[aangever 8] heeft op 31 mei 2013 namens Serko geveltechniek aangifte gedaan van diefstal van metaal ter waarde van enkele tientjes van zijn terrein. De buurman had gezien dat personen vanaf het terrein van aangever spullen in een bus laadden. Dit betrof dezelfde bus als die aangever twee dagen eerder ook al in de buurt van zijn bedrijf had zien rijden. Omdat hij het verdacht vond had hij toen een foto gemaakt van de bus en van één persoon.

Verbalisanten herkennen de persoon op de foto als zijnde de hen ambtshalve bekende verdachte.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die dag samen met zijn broer [broer verdachte] en een vriend was. Hij was de bestuurder van de bus van zijn broer. Zijn broer en vriend gingen op enig moment plassen en toen zij weer instapten hadden zij een kapotte barbecue bij en gooiden deze in de bus. Verdachte stelt dat hij de bus niet uit is geweest. Hij heeft tegen hen gezegd dat zij die troep niet mee moesten nemen. Hij weet niet dat [broer verdachte] de barbecue bij zijn flat heeft gezet.

De broer van verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment moest plassen en dat hij toen achter een loods in het gras een barbecue met daarin een stuk pijp zal liggen. Hij heeft deze voor de gein meegenomen in de bestelbus en bij verdachte voor de deur gezet.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel verdachte in de bestelbus zat en heeft gezien dat zijn medeverdachten goederen hebben ingeladen, uit het voorgaande niet blijkt dat er sprake is geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten met betrekking tot het plegen van de diefstal, dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. Verdachte dient dan ook van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Subsidiair is aan hem ten laste gelegd dat hij behulpzaam is geweest bij het plegen van de diefstal door de bestelbus waarin de weggenomen goederen werden weggevoerd te besturen. De rechtbank acht dit feit evenmin wettig en overtuigend bewezen nu uit de verklaring van verdachte - welke wordt ondersteund door camerabeelden - blijkt dat de broer van verdachte, nadat de weggenomen goederen in de bestelbus waren geladen, als bestuurder van de bestelbus is opgetreden. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.

4.7

Feit 8

4.7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder feit 8 ten laste gelegde diefstal uit een woning wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, en de verklaring van getuigen [getuige 4], de buurman van aangever, en [aangever 1]. Verdachte erkent dat hij daar die avond is geweest, maar ontkent de inbraak. De officier van justitie hecht meer waarde aan de verklaringen van de getuigen, die hebben gehoord dat, kort nadat verdachte bij hen was weggegaan, de deur van de woning van [aangever 2] werd ingetrapt. Bovendien heeft [getuige 4] verdachte voorbij zien lopen met een rode Wibra tas, waarvan aangever zegt dat die verdwenen is uit zijn woning.

4.7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de onder feit 8 ten laste gelegde diefstal uit een woning niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat verdachte derhalve van dit feit dient te worden vrijgesproken. Zij voert daartoe aan dat zich in het dossier geen technisch bewijs bevindt en dat zowel verdachte als ook getuige [aangever 1] de diefstal ontkent. De bewijsconstructie is in sterke mate gebaseerd op de verklaring van [getuige 4], die tot drie keer toe niet is verschenen op afspraken om een aanvullende getuigenis af te leggen. [getuige 4] noemt in zijn verklaring een derde persoon, een Antilliaan. Verdachte en [aangever 1], die openlijk erkennen in de woning te zijn geweest, verklaren hier echter niet over.

4.7.3

Het oordeel van de rechtbank54

[aangever 2] heeft op 16 december 2012 aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres aangever 2]. Hij heeft verklaard dat verdachte en [aangever 1] op 15 december 2012 bij hem langs kwamen. Omstreeks 22:00 uur wilde aangever weg en heeft hij hen uit zijn kamer gestuurd. Vervolgens heeft hij zijn kamerdeur op slot gedaan en heeft hij het pand verlaten. Op 16 december 2012 omstreeks 01:30 uur kwam hij thuis en zag hij dat de deur van zijn kamer open stond. De deurpost was ter hoogte van het slot beschadigd. In zijn kamer trof hij op de grond een rommel aan en zag hij dat er 15 dvd’s, een geleende playstation 2, een toilettas met 16 aftershaves, een jas, een zwaard, 2 zakjes met hennep, 3 verpakkingen met in totaal 6 bekers, 2 cd-mappen met daarin cd’s en € 6,00 aan kleingeld weg waren.55 Aangever heeft op 20 december 2012 aan zijn verklaring toegevoegd dat hij van [getuige 4] had gehoord dat hij had gezien dat verdachte zijn kamer verliet met een rode boodschappentas, waarschijnlijk betrof het een tas van de Wibra. Deze tas stond in de kast in zijn kamer en is bij de inbraak ook weggenomen.56

Getuige [getuige 4] heeft in eerste instantie verklaard dat hij niets heeft gehoord. Later heeft hij verklaard dat er op 15 december 2012 omstreeks 22:00 uur werd aangebeld en dat [aangever 2], zijn buurman van kamer 5, de voordeur open deed. Vervolgens kwamen verdachte, [aangever 1] en een onbekende Antilliaan het pand binnen. Later die avond vertrok [aangever 2] en kwamen deze drie personen bij hem in de woning. Na vijf minuten liep verdachte de gang in richting kamer 3, 5 en de keuken en hoorde [getuige 4] gerommel vanuit de kamer van zijn buurman. Toen hij wilde gaan kijken werd hij tegengehouden door [aangever 1]. Op een gegeven moment zag hij verdachte langs lopen in de richting van de voordeur. Verdachte had een grote boodschappentas - hij dacht van de Wibra - bij zich. Die tas had hij niet bij zich toen hij bij [getuige 4] in de woning was.57

[aangever 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte naar het pand aan de Scheldestraat is gegaan, maar dat hij nooit op de kamer van [aangever 2] is geweest. Verdachte is alleen naar [aangever 2] gegaan, [aangever 1] was toen bij [getuige 4]. Verdachte was eerst ook naar de kamer van [getuige 4] gekomen. Toen [aangever 1] alleen met [getuige 4] in diens kamer was hoorde hij getrap tegen de deur van [aangever 2].58 Hij heeft niet gezien dat verdachte in de kamer van [aangever 2] heeft ingebroken.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die avond inderdaad bij [aangever 2] in de woning is geweest, maar toen was [aangever 2] zelf ook thuis.59 Hij was op dat moment alleen. Hij ontkent te hebben ingebroken in de kamer van [aangever 2]. Hij heeft in de keuken met een aantal mensen met de Afrikaanse nationaliteit die in het pand aanwezig waren staan praten. [aangever 1] was er ook. Wellicht dat hij een tasje met wat blikjes bier bij zich had toen hij wegging, maar zeker geen boodschappentas.
Bij de politie heeft verdachte in eerste instantie ontkend dat hij een boodschappentas bij zich had.

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte ten tijde van de woninginbraak in het pand aan de[adres aangever 2] aanwezig was. Zowel [getuige 4] als ook [aangever 1] heeft gehoord dat er, toen verdachte de kamer van [getuige 4] had verlaten, tegen de deur van de voordeur is geschopt. Bovendien heeft [getuige 4] gezien dat verdachte het pand heeft verlaten terwijl hij een rode boodschappentas bij zich droeg, die hij eerder niet bij zich had. Dat [getuige 4] op een aantal afspraken voor verhoor bij de politie niet is verschenen doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan zijn verklaring. Uit de woning van [aangever 2] blijkt een rode boodschappentas te zijn weggenomen. Verdachte heeft in eerste instantie ontkend dat hij een (boodschappen)tas bij zich had, maar heeft - nadat hij met de verklaring van [getuige 4] is geconfronteerd - verklaard dat toen hij wegging uit het pand hij een tas met wat biertjes bij zich had. De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de woning van [aangever 2] heeft ingebroken en daarbij goederen heeft weggenomen, zoals hierna bewezen verklaard.

4.8

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 6 juni 2012 te Vlissingen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [slachtoffer]

(onverhoeds) op een bed heeft geduwd/gegooid en/of de kleding van die [slachtoffer]

heeft uitgetrokken en/of uitgerukt en/of bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen

en/of die [slachtoffer] meermalen heeft geslagen en/of gestompt en/of in de keel

heeft geknepen en/of aan de haren heeft getrokken en/of (aldus) voor die [slachtoffer]

[slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. subsidiair

hij op of omstreeks 31 maart 2012 te Vlissingen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan[aangever 1]

[aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die

[aangever 1], althans eenmaal met een mes heeft gestoken en/of gesneden

in de nek en/of de halsstreek, althans met een mes (een) stekende en/of

zwaaiende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van (de nek en/of de

halsstreek van) die[aangever 1], waarbij hij die [aangever 1] in de nek en/of de

halsstreek heeft geraakt en/of tengevolge waarvan die [aangever 1] een (diepe)

snijwond in een hand heeft opgelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. primair

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening vanaf een kledingrek (buiten de winkel) van "Vögele", gelegen

aan de Glacisstraat, heeft weggenomen drie, in elk geval één of meer

pullover(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het

winkelbedrijf "Vögele", in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s);

4. primair

hij op of omstreeks 3 september 2012 te Vlissingen tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening, vanaf een rek (buiten een winkel) van de "Kijkshop", gelegen aan

de Spuistraat, heeft weggenomen twee, in elk geval één tas(sen), in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf "De

Kijkshop", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

5. primair

hij op of omstreeks 5 augustus 2013 te Vlissingen,

meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de/het hierna te noemen

goed(eren) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander dan aan

verdachte, en wel:

- zes, in elk geval twee zonnebrillen, geheel of ten dele toebehorende aan

Halfords Nederland BV en/of

- twee watergeweren en/of twee dinosauriër strandsets en/of twee pakjes

vochtige babydoekjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan winkelbedrijf Big Bazar;

8.

hij op of omstreeks 16 december 2012 te Vlissingen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de[adres aangever 2]

[adres aangever 2] heeft weggenomen 16, althans meerdere, stuks

aftershave en/of een spelcomputer (Playstation 2) en/of een toilettas (met

inhoud) en/of een jas en/of een sierzwaard en/of twee zakjes wiet/hennep en/of

15, althans meerdere dvd's en/of 6 (drink)bekers en/of 2 cd-mappen met

meerdere cd's en/of zes euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

Het zwaartepunt ligt voor de officier van justitie bij de verkrachting met geweld, waar op zichzelf een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar voor staat. Verdachte heeft de veelplegersstatus en is niet te stoppen waar het vermogensdelicten betreft. Ook dit weegt zwaar door in de strafmaat. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij telkens weer kansen heeft gehad van de rechter. De officier van justitie is van mening dat hij genoeg kansen heeft gehad. De enige passende straf thans is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van de tijd die verdachte inmiddels in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de officier van justitie de oriëntatiepunten van het LOvS voor wat betreft veelplegers miskent. Verdachte dient in de afgelopen twee jaar minimaal vijf keer veroordeeld te zijn, maar de verdediging komt niet verder dan drie delicten waarvoor hij is veroordeeld. Verdachte heeft zijn medewerking verleend aan het opstellen van een reclasseringsrapport. De reclassering schrijft dat er geen risico is op letselschade en dat er geen inschatting kan worden gemaakt met betrekking tot het recidiverisico, hetgeen op zichzelf bijzonder is. Er wordt geen stellige uitspraak gedaan. Verdachte wil veranderen en wil begeleiding op de vlakken waar hij zwak in zijn schoenen staat. Hij heeft grote persoonlijke belangen bij zijn invrijheidstelling, te weten behoud van zijn woning, de zorg voor zijn honden, de relatie met zijn vriendin, het zoeken naar een baan en het afronden van zijn werkstraf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Zij heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van mevrouw [slachtoffer]. Hij heeft haar door geweld gedwongen seksuele handelingen met hem te verrichten. Het geweld bestond uit het op het bed gooien van het slachtoffer, haar kleding uittrekken, slaan, in de keel knijpen en aan haar haren trekken. Dit alles heeft plaatsgevonden in de meest intieme privésfeer van de woning van aangeefster, een plek waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Dit is een ernstig misdrijf en verdachte heeft met zijn handelen een grove inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers en dat zij als gevolg van delicten als de onderhavige nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Ook in dit geval heeft het slachtoffer verklaard dat zij sinds het incident angst en gevoelens van onveiligheid ervaart.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het zeer gewelddadig karakter van het bewezenverklaarde feit.

Daarnaast heeft verdachte met een mes stekende en zwaaiende bewegingen in de richting van de nek van een ander slachtoffer gemaakt. Deze heeft zich deels kunnen verweren, maar is daarbij wel in nek en handen geraakt. Het slachtoffer had aan het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel kunnen overhouden. Het is niet aan het handelen van verdachte te danken dat dit gevolg niet is ingetreden. Hij heeft daarmee op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een aantal vermogensdelicten, te weten een woninginbraak en diverse winkeldiefstallen. Dit zijn bijzonder hinderlijke en ergerlijke feiten die schade en overlast toebrengen aan de benadeelden. Dergelijke feiten veroorzaken, naast financiële schade, vaak veel hinder voor de benadeelden.

De rechtbank houdt voorts rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld, veelal voor vermogensdelicten. Ondanks de vele veroordelingen gaat verdachte door met het plegen van strafbare feiten. Het feit dat verdachte nog in een proeftijd liep was voor hem kennelijk ook geen beletsel door te gaan met het plegen van strafbare feiten. Verdachte is terecht aangemerkt als veelpleger. Immers, hij is in de afgelopen vijf jaar ten minste drie keer veroordeeld voor strafbare feiten.

Met betrekking tot de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met het over verdachte uitgebrachte adviesrapport van Emergis verslavingszorg van 4 oktober 2013, waaruit blijkt dat verdachte van mening is dat zijn leven is gestabiliseerd: hij heeft een uitkering, huisvesting en een relatie met een duurzaam karakter. Desondanks blijft hij met justitie in aanraking komen. Hoewel hij de ten laste gelegde feiten ontkent, noemt hij beslissingen nemen zonder goed na te denken, zijn alcoholgebruik en sociale netwerk als oorzaken hiervoor. Hij heeft geen hulpvraag. In zijn beleving is het veelal de schuld van een ander dat er problemen ontstaan. De inschatting van het recidiverisico is onbekend. Een verplicht reclasseringstoezicht wordt niet geïndiceerd. De reclassering onthoudt zich van advies over de op te leggen sanctie nu verdachte ontkent.

Tot slot weegt de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat mee dat verdachte - die de feiten ontkent - op geen enkele manier berouw heeft getoond of verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen .

Voor deze veelheid aan feiten komt geen andere straf in aanmerking dan een langdurige gevangenisstraf. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank, nu zij minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden passend en geboden. Zij is van oordeel dat deze straf in overeenstemming is met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte. Zij ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 3.530,50 voor feit 1, bestaande uit € 3.450,00 ter zake van immateriële schade en € 80,50 ter zake van materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente.

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij integraal zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering is naar zijn mening voldoende onderbouwd en inzichtelijk gemaakt.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de door haar bepleite vrijspraak, dient te worden afgewezen dan wel dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is niet betwist door de verdediging, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van twee maanden gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 14 december 2011 (parketnummer 12/715313-11) ten uitvoer zal worden gelegd. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 22/004039-10 heeft hij geconcludeerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu de vordering meer dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd is ingediend.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 22/004039-10 nu deze buiten de termijn van drie maanden na expiratie is ingediend. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 12/715313-11 heeft zij, gelet op de door haar verzochte vrijspraken ten aanzien van de feiten 3 en 4, bepleit de vorderingen tot tenuitvoerlegging opgelegde voorwaardelijke straf af te wijzen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd, die hem bij vonnis van 14 december 2011 in de zaak met parketnummer 12/715313-11, is opgelegd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

De rechtbank stelt voorts vast dat de proeftijd in de zaak met parketnummer 22/004039-10 is verstreken op 13 mei 2013 en dat de vordering van de officier van justitie van
25 september 2013 niet binnen drie maanden na het beëindigen van die proeftijd is ingediend. De officier van justitie dient derhalve in de vordering tot tenuitvoerlegging niet-ontvankelijk te worden verklaard.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14f, 24c, 27, 36f, 45, 57, 242, 302, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 primair, 6, 7 primair en 7 subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 8 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.7 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Verkrachting;

feit 2 subsidiair: Poging tot zware mishandeling;

feit 3 primair: Diefstal;

feit 4 primair: Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 5 primair: Diefstal, meermalen gepleegd;

feit 8: Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 (tweeënveertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats slachtoffer 1] van € 3.530,50, waarvan € 80,50 ter zake van materiële schade en € 3.450,00 ter zake van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 6 juni 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer] (feit 1), € 3.530,50 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 45 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Vorderingen tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 14 december 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 12/715313-11 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 22/004039-10.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Duinhof, voorzitter, mr. R.A. Borm en mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 oktober 2013.

Mr. R.A. Borm is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL193C 2012041355 van de regiopolitie Zeeland, divisie recherche, rechercheteam 1 Walcheren, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 113.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7 van voornoemd eindproces-verbaal.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 9 en 10 van voornoemd eindproces-verbaal.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], pagina 13 tot en met 17 van voornoemd eindproces-verbaal.

5 De verklaring van [slachtoffer], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris op 8 oktober 2012.

6 Het proces-verbaal relaas, pagina 3 van voornoemd eindproces-verbaal.

7 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, pagina 32 tot en met 36 van voornoemd eindproces-verbaal, met als bijlagen de verklaring onderzoek zedendelicten van 6 juni 2012, opgemaakt door
J. Vrencken, forensisch arts, pagina 37 tot en met 46 van voornoemd eind-proces-verbaal, en de fotomap, pagina 54 tot en met 67 van voornoemd eindproces-verbaal.

8 De verklaring onderzoek zedendelicten van 6 juni 2012, opgemaakt door J. Vrencken, forensisch arts, pagina 42 van voornoemd eind-proces-verbaal.

9 De verklaring onderzoek zedendelicten van 6 juni 2012, opgemaakt door J. Vrencken, forensisch arts, pagina 42 tot en met 46 van voornoemd eind-proces-verbaal en de fotomap, pagina 54 tot en met 61 van voornoemd eindproces-verbaal.

10 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, pagina 34 en 35 van voornoemd eind-proces-verbaal

11 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 september 2012, pagina 83 van voornoemd eind-proces-verbaal.

12 Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 september 2012, pagina 84 van voornoemd eind-proces-verbaal.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 97 van voornoemd eindproces-verbaal en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.

14 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], pagina 21, 22 en 23 van voornoemd eindproces-verbaal.

15 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], pagina 28 tot en met 31 van voornoemd eindproces-verbaal.

16 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], pagina 24 tot en met 26 van voornoemd eindproces-verbaal.

17 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 99 van voornoemd eindproces-verbaal.

19 Het proces verbaal van verhoor verdachte, pagina 108 en 109 van voornoemd eindproces-verbaal.

20 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.

21 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL194E 2012024546 van de regiopolitie Zeeland, divisie recherche, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 56.

22 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], pagina 26 van voornoemd eindproces-verbaal.

23 De letselbeschrijving van de Ggd Zeeland van 20 juni 2012, opgemaakt door forensisch geneeskundige M. Weststrate, als bijlage gevoegd bij voornoemd eindproces-verbaal.

24 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5], pagina 35 van voornoemd eindproces-verbaal.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 van voornoemd eindproces-verbaal.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5], pagina 35 van voornoemd eindproces-verbaal.

27 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 5], pagina 34, 35 en 36 van voornoemd eindproces-verbaal.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 56 en 57 van voornoemd eindproces-verbaal.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 6], pagina 54 van voornoemd eindproces-verbaal.

30 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 56 en 57 van voornoemd eindproces-verbaal.

31 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2012.

32 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 21 en 22 van voornoemd eindproces-verbaal.

33 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL194A 2012068411 van de regiopolitie Zeeland, district Walcheren, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 61.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 en 42 van voornoemd eindproces-verbaal.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 42 van voornoemd eindproces-verbaal.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 van voornoemd eindproces-verbaal.

37 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 42 van voornoemd eindproces-verbaal.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 van voornoemd eindproces-verbaal.

39 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 en 41 van voornoemd eindproces-verbaal.

40 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 42 van voornoemd eindproces-verbaal.

41 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 54 van voornoemd eindproces-verbaal.

42 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 58 van voornoemd eindproces-verbaal.

43 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens Vogele, pagina 31 van voornoemd eindproces-verbaal.

44 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 7], pagina 38 van voornoemd eindproces-verbaal.

45 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] namens Kijkshop, pagina 33 en 34 van voornoemd eindproces-verbaal.

46 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 26 van voornoemd eindproces-verbaal.

47 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.

48 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL194F 2013053303 van de regiopolitie Zeeland, district Walcheren, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 39.

49 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] namens Halfords, pagina 12 en 13 van voornoemd eindproces-verbaal.

50 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 4 van voornoemd eindproces-verbaal.

51 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 5 van voornoemd eindproces-verbaal.

52 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 5 van voornoemd eindproces-verbaal.

53 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] namens Big Bazar, pagina 15 en 16 van voornoemd eindproces-verbaal.

54 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL193C 2012094077 van de regiopolitie Zeeland, district Walcheren, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 0 tot en met 110.

55 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], pagina 58 en 59 van voornoemd eindproces-verbaal en de daarbij gevoegde bijlage weggenomen goederen, pagina 61 en 62 van voornoemd eindproces-verbaal.

56 Het proces-verbaal van verhoor aangever [aangever 2], pagina 73 van voornoemd eindproces-verbaal.

57 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4], pagina 77 en 78 van voornoemd eindproces-verbaal.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [aangever 1], pagina 36 van voornoemd eindproces-verbaal.

59 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2013.