Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7789

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
02/800092-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling overvallen supermarkt, bewijsmotivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800092-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te Breda

gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. Koppen, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 oktober 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van Dorst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Steenderen, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen

tot de afgifte van in totaal -circa- 2453,17 Euro en/of een aantal pakjes

sigaretten (Marlboro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Coop Supermarkt en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

- met (een) bivakmuts(en) op zijn/hun hoofd(en) de winkel is/zijn binnen

gekomen en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp in (een) zijner handen heeft gehouden en/of dat

vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht (gehouden)

op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven-

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil het geld uit

de kluis' en/of "dit duurt te lang" en/of 'dat ze nog sigaretten wilde(n)'

2.

hij op of omstreeks 28 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of PLUS supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) , welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en of zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of PLUS Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte, en of zijn mededader(s)

- met een bivakmuts op zijn hoofd de supermarkt PLUS is/ zijn binnen gegaan

en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 6] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, in een zijner handen gehouden en/of dat vuurwapen, althans

het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op die [slachtoffer 6] en/of

(daarbij) opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, -zakelijk

weergegeven- die [slachtoffer 6] de woorden heeft toegevoegd: "maak open" en/of

"gewoon iets aanslaan en dan openen" en/of "waar is het grote geld" en/of

"pak het even" en/of "2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis", althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde afpersing in vereniging. Zij baseert zich daarbij op de aangiften, meerdere getuigenverklaringen en de camerabeelden bij de pizzeria waarop de kleding van de overvallers te zien is. De aangetroffen zwarte jas met bontkraag die bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef is aangetroffen, komt overeen met de jas die door de kleinere man in de pizzeria gedragen wordt en vervolgens tijdens de overval. Daarnaast zijn bij deze doorzoeking goederen gevonden die tijdens de overval gebruikt zijn, namelijk bivakmutsen, handschoenen, een jumbotas en een zwart pistool.

Ten aanzien van feit 2:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder dit feit ten laste gelegde diefstal met geweld en afpersing in vereniging. Zij baseert zich daarbij op de aangiften, meerdere getuigenverklaringen en de camerabeelden waarop de kleding van de overvallers te zien is. Op de witte trui met opschrift ‘32’ die bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef is aangetroffen, is het DNA van verdachte aangetroffen. Deze witte trui is te zien op de camerabeelden tijdens de overval. Daarnaast wijst zij op de bij de doorzoeking gevonden goederen die tijdens de overval gebruikt zijn, namelijk de bivakmutsen, handschoenen, een jumbotas, kentekenplaten en een zwart pistool. In de woning werden eveneens geldbakjes, identiek aan de bij de Plus weggenomen bakjes in beslag genomen met daarop de dactyloscopische sporen van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank met betrekking tot beide feiten niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het navolgende. Ondanks dat verdachte wel voldoet aan een aantal vereisten voor daderschap, kunnen vele willekeurige personen hieraan voldoen. De kans dat het openbaar ministerie de verkeerde groep onder de loep heeft genomen is klein, maar de concrete betrokkenheid van verdachte bij beide feiten is niet vast te stellen. Vele mensen kwamen in de woning bij verdachte over de vloer. Voor de bij de doorzoeking aangetroffen goederen geeft verdachte een logische verklaring. De goederen met verdachtes DNA leveren geen enkel bewijs. Iedereen gebruikte elkaars kleding en spullen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De overval op supermarkt Coop in Steenderen

Op donderdag 3 januari 2013 was [slachtoffer 1]1 achter de kassa werkzaam bij supermarkt Coop te Steenderen, gemeente Bronckhorst. Omstreeks 17.40 uur zag ze twee mannen lopen met bivakmutsen op via de zijde van de sigarettenverkoop. Ze liepen op haar af en de grote man zei: ‘Ik wil het geld uit de kluis!’. De grote man stond aan de linkerkant van haar, aan het einde van de lopende band. De andere man stond schuin voor haar en stak een boodschappentas naar haar uit. Ze heeft de hele bak met muntgeld die in de lade zat eruit gehaald en in de boodschappentas gegooid. Vervolgens heeft ze het briefgeld dat in de lade lag eruit gehaald. De grote man zei tegen haar dat ze niet snel genoeg was. Ze moest vervolgens naar kassa nummer 2 lopen. Ze heeft daarop de lade van kassa nummer 2 opengemaakt, het bakje met muntgeld eruit gehaald en daarna het briefgeld. Vervolgens heeft ze alles in de tas gedaan. De kleinere man zei toen tegen haar dat ze mee moest lopen naar de kassa bij de sigarettenautomaat, waar een andere medewerker, [slachtoffer 2], achter stond. Ze zag dat [slachtoffer 2] het geld al in de tas deed. Ze hoorde dat de mannen tegen [slachtoffer 2] zeiden dat ze nog sigaretten wilden. Het maakte niet uit hoeveel maar het moest wel Marlboro zijn. Ze omschrijft dader 1:

  • -

    blanke huidskleur;

  • -

    tussen de 1.75 en 1.80 meter lang;

  • -

    normaal postuur;

  • -

    grote haviksneus, deze viel echt op;

  • -

    donkere jas;

  • -

    donkere handschoenen;

  • -

    boodschappentas volgens mij van de Jumbo.

Voorts geeft ze een signalement van dader 2:

  • -

    tussen de 1.90 en 2.00 meter lang;

  • -

    fors postuur (dikke buik kon je goed zien in de jas);

  • -

    zwarte driekwart jas met ronde knopen erop;

  • -

    zwarte broek, zwarte schoenen, zwarte handschoenen.

Ook [slachtoffer 2] was op donderdag 3 januari 2013 ten tijde van de overval achter de kassa werkzaam bij supermarkt Coop te Steenderen2. Ze zag twee mannen met bivakmutsen samen met haar collega [slachtoffer 1] richting de balie lopen. De man die voorop liep, had een gele Jumbotas vast. De getuige beschreef hem als kleiner en dunner dan de achterste man. De voorste man had een grote neus, dat viel haar meteen op. De mannen kwamen naar de balie en de dikke man bleef bij de deur staan terwijl de dunne bij de balie zelf ging staan. Toen ze aan kwamen lopen riep de dunne man: ‘Al het geld!’ en de dikke man riep: ‘Doe ook maar wat Marlboro.’. Haar collega [slachtoffer 1] kwam bij haar staan en pakte de kassalade, ze heeft deze in de tas gedaan. Getuige pakte daarop wat pakjes Marlboro en gooide die in de Jumbotas. Ze heeft het wapen in een flits gezien en was zwart van kleur en groter dan een hand.

[slachtoffer 7], de eigenaar van de supermarkt, heeft een exacte uitdraai gemaakt van hetgeen door de overvallers is weggenomen3. Het in totaal meegenomen bedrag betreft
€ 2.453,17.

De betrokkenheid van verdachte

Uit onderzoek is gebleken dat op 3 januari 2013 een grotere en een kleinere man in een pizzeria in Steenderen zijn geweest4. De grotere man droeg een lange zwarte jas. De mannen hebben omstreeks 16.43 uur de pizzeria verlaten.

Om 16.26 uur is door bewakingscamera’s van de supermarkt gesignaleerd dat een onbekende man de supermarkt betreedt5. Deze man draagt geen trui of jas, terwijl het volgens de weersgegevens 7 à 8 graden Celsius was. De man heeft een stevig postuur en donker kort haar. Bij een fotovergelijking van de beelden werd geconstateerd dat deze man zeer sterke overeenkomsten vertoont met de man die op de bewakingsbeelden van de pizzeria was vastgelegd6. Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens met medeverdachte [medeverdachte] bij de pizzeria in Steenderen is geweest. De camerabeelden van de pizzeria zijn getoond op TV Gelderland7. Getuige [getuige 1] heeft verdachte op de beelden herkend als de kleinere persoon. Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op 3 januari 2013, ongeveer één uur voor de overval, bij de pizzeria in Steenderen is geweest.

Verdachte had zijn verblijfplaats in een woning aan de [adres] te Gilze8. In deze woning heeft een doorzoeking plaatsgevonden9, waarbij verschillende goederen werden aangetroffen, waaronder een bigshopper van Jumbo met een bivakmuts, handschoenen, een zwarte driekwart jas van het merk Pierre Cardin, een zwarte jas met een bontkraag en een vuurwapen. Voorafgaand aan de doorzoeking werden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de woning aangehouden.

Er is een fotovergelijking gemaakt tussen de bij de doorzoeking aangetroffen driekwart jas van het merk Pierre Cardin en de jas die één van de daders van de overval in Steenderen droeg10. De rechtbank constateert dat de kleur, vorm en lengte van de jas en de plaats van het merkje overeen komen. In de jas van Pierre Cardin zijn verschillende documenten gevonden op naam van medeverdachte [medeverdachte]11. Hieruit leidt de rechtbank af dat medeverdachte [medeverdachte] de zwarte jas die is aangetroffen bij de doorzoeking, op enig moment heeft gedragen. Voorts is er een fotovergelijking gemaakt tussen de zwarte jas met bontkraag, aangetroffen bij de doorzoeking, en de jas die de andere dader van de overval in Steenderen heeft gedragen12. De rechtbank constateert dat de kleur en de lengte van de jas, de kleur en de vorm van de bontkraag en de kleur, vorm en plaats van het merkteken op de jas met elkaar overeenkomen.

Een verbalisant heeft de camerabeelden van de pizzeria bekeken13. Hij constateert op de camerabeelden dat de jas van de kleinere man soortgelijk is aan de jas die werd gedragen door één van de overvallers. Het postuur van de grotere man kwam overeen met dat van de grotere dader van de overval. Gelet op het door de rechtbank waargenomen postuur van beide verdachten neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de kleinere man verdachte betreft.

De rechtbank stelt vast dat verdachte past in het signalement dat door aangeefster [slachtoffer 1] van de eerste overvaller is gegeven. Medeverdachte [medeverdachte] voldoet aan het signalement dat [slachtoffer 1] van de tweede overvaller heeft gegeven, met name voor wat betreft de lengte en het postuur. Bij de overval is gebruik gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bivakmutsen en een tas van Jumbo. Deze voorwerpen en een vuurwapen zijn aangetroffen in de woning waar verdachte en medeverdachte [medeverdachte] verbleven. Voorts vertonen de jassen gedragen door de overvallers sterke overeenkomsten met twee jassen die in diezelfde woning zijn aangetroffen. Ten slotte is komen vast te staan dat verdachte op 3 januari 2013, ongeveer één uur voor de overval, met medeverdachte [medeverdachte] in Steenderen aanwezig is geweest, waarbij verdachte een jas droeg die soortgelijk was aan de jas die werd gedragen door één van de overvallers. De rechtbank acht niet aannemelijk dat, zoals de raadsman heeft bepleit, voorafgaand aan de overval van jas is gewisseld, nog daargelaten dat verdachte dit zelf niet heeft verklaard.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan de overval op supermarkt Coop in Steenderen. Uit de aangifte blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en in ieder geval één andere persoon. De rechtbank acht daarom ook het medeplegen bewezen. Nu de goederen door de medewerksters van de supermarkt zijn afgegeven, gaat de rechtbank bij de bewezenverklaring uit van afpersing.

Ten aanzien van feit 2

De overval op supermarkt Plus in Waspik

Op zaterdag 28 januari 2013 om ongeveer 19.00 uur zat [slachtoffer 6] achter kassa 1 van supermarkt Plus in Waspik, gemeente Waalwijk, aan de Kerkstraat 2714. Voor haar stonden twee mannen, een grote man en een kleine man. De grote man had een pistool vast. Hij hield het pistool op haar gericht. De grote man zei: ‘Maak open!’ en ‘Gewoon iets aanslaan en dan openen’. Zij heeft de ‘contant’-toets aangeraakt, waardoor de kassa open ging. De kleine man pakte munt- en papiergeld uit de kassalade. [slachtoffer 6] moest met de grotere man meelopen naar de servicebalie en daar de kassa openen. Daarna moest ze kassa 2 en kassa 3 openen. Bij de servicebalie zei één van de mannen: ‘waar is het grote geld’ en ‘pak het even’. Ze heeft het grote geld uit de kassa van de servicebalie en uit de andere drie kassa’s gepakt en aan de grote man gegeven. De grote man zei: ‘2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis’. Ze geeft het volgende signalement van de grote man:

  • -

    tussen de 30 en 40 jaar;

  • -

    lengte 1.90-2.00 meter;

  • -

    groot, fors, breed, redelijke buik;

  • -

    bivakmuts op;

  • -

    blank;

  • -

    zwarte jas en zwarte broek;

  • -

    groot rond gezicht.

De kleine man beschrijft ze als volgt:

  • -

    ongeveer 1.80 meter;

  • -

    dun en slank;

  • -

    blank;

  • -

    bivakmuts op;

  • -

    blonde beharing op zijn gezicht;

  • -

    smal gezicht.

De kleine man had een bigshopper van Jumbo bij zich.

Getuige [slachtoffer 5] runt samen met haar man [slachtoffer 4] de supermarkt Plus te Waspik15. Bij de overval is in totaal € 4.990,94 weggenomen. Uit de kassaladen werd het muntgeld compleet met inlegbakjes ontvreemd.

De betrokkenheid van verdachte

Op camerabeelden van de overval is te zien dat de overval is gepleegd door twee mannen16. Eén van de mannen heeft een groot, fors postuur en draagt een zwarte, halflange jas en een zwarte bivakmuts. De tweede persoon heeft een smal postuur en draagt een witte capuchon trui met zwarte touwtjes en op de linkerborst het cijfer 32 in het zwart gedrukt. Ook hij draagt een bivakmuts.

Verdachte had zijn verblijfplaats in een woning aan de [adres] te Gilze17. In deze woning heeft een doorzoeking plaatsgevonden18, Daarbij werden een Jumbo bigshopper met een bivakmuts, handschoenen, een zwarte driekwart jas van het merk Pierre Cardin, een trui, kentekenplaten, een plastic tas met kassabakjes en een vuurwapen aangetroffen19.

Er is een fotovergelijking gemaakt tussen de Pierre Cardin jas en de jas die werd gedragen door één van de overvallers20. De rechtbank constateert dat de kleur, vorm en lengte van de jas overeenkomen. In de zwarte jas van Pierre Cardin zijn verschillende documenten gevonden op naam van medeverdachte [medeverdachte]21. De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte] deze zwarte jas op enig moment heeft gedragen.

Ook ten aanzien van de aangetroffen trui is een fotovergelijking gemaakt,22 waarbij de aangetroffen trui is vergeleken met de trui die wordt gedragen door de tweede overvaller. Beide truien betreffen een witte trui met capuchon, met als opdruk het cijfer 32 in grote zwarte letters. De rechtbank stelt vast dat dat de aangetroffen trui voor wat betreft de kleur, de vorm, de plaats van de zakken, de touwtjes aan de voorkant en de kleur, de plaats en de vorm van de cijfers overeenkomt met de trui die wordt gedragen door de tweede overvaller. De witte trui met opschrift is, voorzien van het nummer AAFN5793NL, aan het NFI ter beschikking gesteld voor onderzoek23. Het NFI heeft de trui met nummer AAFN5793NL aan de binnenzijde van de kraag (AAFN5793NL#01) en aan de binnenzijde van de rechtermanchet (AAFN5793NL#02) bemonsterd, gericht op het veiligstellen van celmateriaal van de mogelijke drager(s) van de trui24. Het celmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek. Daarbij heeft het NFI geconcludeerd dat het celmateriaal in beide bemonsteringen afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat verdachte de bij de doorzoeking aangetroffen witte trui met als opdruk het cijfer 32 op enig moment heeft gedragen.

Getuige [getuige 2] zag op 28 januari 2013 omstreeks 18.45 uur een auto rijden25. De auto stopte en er stapten twee personen uit. De personen liepen weg in de richting van de Kerkstraat te Waspik. Het kenteken van de auto was [kenteken]. Ongeveer tien minuten later zag hij dezelfde personen terug komen lopen vanuit de Kerkstraat. Ze stapten in de auto en reden weg. De eerste persoon was een blanke man, mager postuur, ongeveer 30 jaar oud, met kort blond haar. De man droeg een gele tas. De tweede persoon was een blanke man van ongeveer 35 jaar, ongeveer 1.80 meter lang, met een fors postuur en een bol gezicht. Gelet op het tijdstip van deze waarneming, de overeenkomsten tussen het opgegeven signalement van de twee mannen en het signalement van de overvallers en het feit dat de supermarkt Plus is gevestigd aan de Kerkstraat, staat voor de rechtbank vast dat getuige [getuige 2] de daders van de overval heeft gezien en daarmee dat de daders gebruik hebben gemaakt van een auto met het kenteken [kenteken].

De bij de doorzoeking aangetroffen kentekenplaten waren voorzien van het kenteken [kenteken]26. Aan de uiteinden van beide kentekenplaten was tape bevestigd. De tape was enkele keren om de uiteinden heen geplakt. De tape op één van de kentekenplaten is, voorzien van nummer AAFW0480NL, aan het NFI ter beschikking gesteld. Het celmateriaal op de tape met nummer AAFW0480NL is onderzocht. Daarbij heeft het NFI geconcludeerd dat sprake is van een DNA-mengprofiel van twee personen,27 waaronder dat van medeverdachte [medeverdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is circa 1 op 560 miljoen. Gelet op de conclusie van het NFI, in combinatie met het feit dat de kentekenplaat met de tape is aangetroffen in de woning waar medeverdachte [medeverdachte] verbleef, staat voor de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte] de tape op de kentekenplaat met nummer [kenteken] heeft aangeraakt.

Bij de doorzoeking is voorts een aantal kassabakjes aangetroffen. Aangever [slachtoffer 4] heeft deze kassabakjes herkend als zijnde identiek aan de bankjes die bij de overval waren meegenomen28. Op drie van de kassabakjes werden dactyloscopische sporen (vingerafdrukken) aangetroffen29. Eén van de sporen is voorzien van nummer AAFW0119NL. Bij onderzoek bleek er een zeer grote mate van overeenkomst te bestaan tussen dit spoor en een vingerafdruk van verdachte30. De onderzoekers achten de kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon verwaarloosbaar klein. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte één van de kassabakjes heeft vastgepakt.

Resumerend stelt de rechtbank vast dat de overval is gepleegd door twee mannen, waarvan het signalement overeenkomt met dat van verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Eén van de overvallers droeg een zwarte, halflange jas, die overeenkomsten vertoont met de zwarte jas van Pierre Cardin die medeverdachte [medeverdachte] op enig moment heeft gedragen. De andere overvaller droeg een witte capuchon trui met opdruk, die zeer grote overeenkomsten vertoont met de trui die verdachte op enig moment heeft gedragen. Bij de overval werd gebruik gemaakt van een bigshopper van Jumbo. Een dergelijke bigshopper is aangetroffen bij de doorzoeking in de woning waar verdachte en medeverdachte [medeverdachte] verbleven. De overvallers hebben gebruik gemaakt van een auto voorzien van het kenteken [kenteken]. In de eerdergenoemde woning zijn twee kentekenplaten met dit nummer aangetroffen. Deze kentekenplaten waren omwikkeld met tape, hetgeen erop wijst dat ze aan een auto bevestigd zijn geweest. De tape op één van de kentekenplaten is aangeraakt door medeverdachte [medeverdachte]. Voorts zijn bij de overval kassabakjes weggenomen. In de woning zijn dergelijke kassabakjes aangetroffen. Ten aanzien van één van de kassabakjes staat vast dat verdachte dit heeft vastgepakt. De verklaring van verdachte dat er spulletjes in de aangetroffen kassabakjes werden bewaard en dat hij bij het opruimen deze bakjes wel eens had aangeraakt, acht de rechtbank in het licht van het overige bezien onaannemelijk. Ten slotte komt de manier waarop de overval is gepleegd, overeen met de manier waarop de overval op supermarkt Coop in Steenderen is gepleegd. Ten aanzien van deze laatste overval heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat verdachte hierbij betrokken is geweest. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan de overval op supermarkt Plus, zoals onder feit 4 ten laste is gelegd. Uit de aangifte blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en in ieder geval één andere persoon. De rechtbank acht daarom ook het medeplegen bewezen. Nu een deel van het geld door verdachte en zijn mededaders is gepakt en een deel van het geld door aangeefster is afgegeven, gaat de rechtbank bij de bewezenverklaring uit van diefstal met geweld en afpersing.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Steenderen, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen

tot de afgifte van in totaal -circa- 2453,17 Euro en/of een aantal pakjes

sigaretten (Marlboro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Coop Supermarkt en/of H.J. [slachtoffer 7], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

- met (een) bivakmuts(en) op zijn/hun hoofd(en) de winkel is/zijn binnen

gekomen en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp in (een) zijner handen heeft gehouden en/of dat

vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht (gehouden)

op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven-

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil het geld uit

de kluis' en/of "dit duurt te lang" en/of 'dat ze nog sigaretten wilde(n)',

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 28 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of PLUS supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

en/of PLUS Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een bivakmuts op zijn hoofd de supermarkt PLUS is/zijn binnen gegaan

en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 6] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, in een zijner handen heeft gehouden en/of dat vuurwapen, althans

het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op die [slachtoffer 6] en/of

(daarbij) opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, -zakelijk

weergegeven- die [slachtoffer 6] de woorden heeft toegevoegd: "maak open" en/of

"gewoon iets aanslaan en dan openen" en/of "waar is het grote geld" en/of

"pak het even" en/of "2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis", althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert, gezien de straffen die in vergelijkbare zaken door het openbaar ministerie zijn geëist, aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair verzoekt de verdediging rekening te houden met de ‘ingetogen’ manier waarop de overvallen gepleegd zijn. Bovendien was verdachte niet degene die gebruik maakte van een wapen. Voorts heeft verdachte geen recente vermogensdelicten op zijn strafblad.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee overvallen op supermarkten. Bij de overvallen zijn medewerkers bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Dit blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die ter zitting zijn voorgehouden. Hierin komt naar voren dat de slachtoffers zijn behandeld wegens psychische klachten, maar desondanks nog altijd angstig zijn. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld te komen.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover deze ter zitting aan de orde zijn gekomen, en het strafblad van verdachte, waaruit blijkt van eerdere veroordelingen voor relatief minder ernstige delicten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een langere periode noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. De rechtbank sluit aan bij de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd en bij de oriëntatiepunten straftoemeting van het LOVS. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf van 66 maanden opleggen, met aftrek van voorarrest.

7 De benadeelde partij

feit 1

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 1]

vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.883,28 waarvan € 1.750,00 aan immateriële schade en € 133,28 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.633,28 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 133,28 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige deel acht de rechtbank benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van

3 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 2]

vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.860,93 waarvan € 1.750,00 aan immateriële schade en € 110,93 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.610,93 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 110,93 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige deel acht de rechtbank benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van

3 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 8.179,96.

De rechtbank wijst de vordering van [slachtoffer 7] af, nu benadeelde de door hem gevorderde schadebedragen via zijn verzekering vergoed heeft gekregen.

feit 2

t.a.v. benadeelde partijen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]

[slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] vorderen een schadevergoeding ten bedrage van

€ 1.240,91, geheel bestaande uit materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is ook overigens voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van 28 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank zal bepalen dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 6]

vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.522,40 waarvan
€ 1.500,00 aan immateriële schade en € 22,40 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is ook overigens voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van 28 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank zal bepalen dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

8 Het beslag

8.1

Teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan [naam], de moeder van verdachte, omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen;

Feit 2: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 66 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

gelast de teruggave aan [naam], de moeder van verdachte, van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

- ‘ geld in tasje v.v.’

Benadeelde partijen

veroordeelt verdachte tot betaling aan

- de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), van € 1.633,28 waarvan € 133,28 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1), van € 1.610,93 waarvan € 110,93 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- benadeelde partij [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] (feit 2) van € 1.240,91 terzake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 2) van € 1.522,40 waarvan € 22,40 ter zake van materiële schade en € 1500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; (BP.20)

- bepaalt dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 1) wordt afgewezen;

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), € 1.633,28 / 26 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1), € 1.610,93 / 26 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] (feit 2), € 1.240,91 / 21 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 2), € 1.522,40 / 25 dagen hechtenis;

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Prenger, voorzitter, mr. Dekker en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Huijskens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 oktober 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal “Hudson”, met dossiernummer 2013001699 van de Regio politie Noord- en Oost Gelderland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 59. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 3.

2 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 8.

3 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 7], d.d. 5 januari 2013, p. 4.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 52.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 53.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 45.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3], d.d. 31 januari 2013, p. 268.

9 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

10 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 256.

11 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 258.

12 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname d.d. 30 januari 2013, p. 255.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6.

14 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 28 januari 2013, p. 127-130.

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 5], p. 131 en 132.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 139.

17 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3], d.d. 31 januari 2013, p. 268.

18 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

19 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

20 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 257.

21 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 258.

22 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 257.

23 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 292-293.

24 Het deskundigenrapport van het NFI d.d. 14 mei 2013, als losse bijlage gevoegd bij het eindproces-verbaal.

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 147-148.

26 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 292-294.

27 Het deskundigenrapport van het NFI d.d. 14 mei 2013, als losse bijlage gevoegd bij het eindproces-verbaal.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 299.

29 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 293.

30 Rapport van dactyloscopisch sporenonderzoek , p. 297 en 298.