Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7788

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-10-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
02/800091-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overvallen supermarkt, bewijsmotivering en klachtdelict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800091-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

gedetineerd in het huis van bewaring De Geerhorst te Sittard

raadsman mr. Verkaart, advocaat te Breda

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 oktober 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van Dorst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Steenderen, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen

tot de afgifte van in totaal -circa- 2453,17 Euro en/of een aantal pakjes

sigaretten (Marlboro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Coop Supermarkt en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

- met (een) bivakmuts(en) op zijn/hun hoofd(en) de winkel is/zijn binnen

gekomen en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp in (een) zijner handen heeft gehouden en/of dat

vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht (gehouden)

op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven-

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil het geld uit

de kluis' en/of "dit duurt te lang" en/of 'dat ze nog sigaretten wilde(n)',

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 10 januari 2013 te Nieuwendijk, gemeente Werkendam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal -circa- 1.981,82 Euro, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of COOP supermarkt, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft gedwongen

tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal -circa- 1.981,82 Euro, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

COOP Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte,

- met een bivakmuts op zijn hoofd de supermarkt COOP is binnen gegaan en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, in een zijner handen gehouden en/of dat

vuurwapen, althans het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op

die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of (daarbij) opzettelijk dreigend meermalen, althans

eenmaal, -zakelijk weergegeven- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de woorden heeft

toegevoegd: "de kassa la open" en/of "Je kan de kassa la toch wel openen"

en/of "Geld, kassa" en/of "Hebben jullie nog meer" en/of "Is dit alles" en/of

"Maak deze ook maar open" en/of "Het zijn barre tijden meneer", althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 25 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 6]

[slachtoffer 6]van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, naar/in de richting van die

[slachtoffer 6] heeft geschoten, althans twee/een schot(en) heeft gelost naar/in de

richting van die [slachtoffer 6], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 25 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, op of aan de

openbare weg, te weten het Dorsplein, althans op of aan een openbare weg, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

hebbende en/of zijnde hij, verdachte, (terwijl hij een bivakmuts op zijn hoofd

had), een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, gericht

(gehouden) op die [slachtoffer 6] en/of (aldus) naar die [slachtoffer 6] toegelopen en/of

twee/een schot(en) gelost met dat vuurwapen, althans met dat op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, op/naar/in de richting van die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 6]

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk dreigend, -zakelijk weergegeven- de

woorden toegevoegd: "Ik kom u overvallen, geld geven" en/of "Ik maak geen

grapje, je moet al het geld geven", althans woorden van soortgelijke dreigende

aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 28 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

en/of PLUS supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8] en/of PLUS Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een bivakmuts op zijn hoofd de supermarkt PLUS is/zijn binnen gegaan

en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 9] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, in een zijner handen gehouden en/of dat vuurwapen, althans

het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op die [slachtoffer 9] en/of

(daarbij) opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, -zakelijk

weergegeven- die [slachtoffer 9] de woorden heeft toegevoegd: "maak open" en/of

"gewoon iets aanslaan en dan openen" en/of "waar is het grote geld" en/of

"pak het even" en/of "2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis", althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

5.

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2012 tot en met 28 januari 2013

te Chaam, gemeente Alphen Chaam en/of te Oosterhout en/of te Gilze opzettelijk

een (personen)auto (Kia Carens), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders

dan door misdrijf, te weten met het doel om deze auto te kopen onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging. Aangever heeft een dag voor de terechtzitting een brief aan de officier van justitie doen toekomen waarin hij zijn aangifte nuanceert. Met deze brief is de klacht van aangever ingetrokken, aldus de verdediging.

De rechtbank overweegt dat, aangezien de tenlastegelegde verduistering zou hebben plaatsgevonden tussen naaste familieleden, vervolging alleen plaats heeft op een tegen verdachte gerichte klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd (artikel 324 juncto 316 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht). Aangever heeft bij de hulpofficier van justitie een klacht ingediend. Degene die een klacht indient, blijft gedurende acht dagen na de dag van indiening bevoegd om deze klacht weer in te trekken (artikel 67 van het Wetboek van Strafrecht). Deze termijn is geruime tijd verstreken waardoor het voor de vader van verdachte niet meer mogelijk was de klacht in te trekken. Het openbaar ministerie heeft de bevoegdheid na voornoemde termijn tot vervolging over te gaan. Dit betekent dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging ten aanzien van feit 5.

De officier van justitie is ook ten aanzien van de overige feiten ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle vijf ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 ten laste gelegde afpersing in vereniging. Zij baseert zich daarbij op de aangiften, meerdere getuigenverklaringen, de camerabeelden bij de pizzeria waarop de kleding van de overvallers te zien is en de camerabeelden van de Coop waarop verdachte als klant te zien is. De zwarte driekwart jas (maat 58) die bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef is aangetroffen, kwam qua maat, merkteken en kleur overeen met de jas die tijdens de overval gedragen werd. In de jas trof de politie onder meer een paspoort en rijbewijs van verdachte aan. Daarnaast zijn bij deze doorzoeking goederen gevonden die tijdens de overval gebruikt zijn, namelijk de bivakmutsen, handschoenen, een jumbotas en een zwart pistool.

Ten aanzien van feit 2:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 2 ten laste gelegde diefstal met geweld en afpersing. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte, de getuigenverklaringen, de aangetroffen goederen in de woning en de modus operandi.

Getuigen verklaren over een ‘forse man’. Van deze man zijn camerabeelden beschikbaar waarop de kleding zichtbaar is die gedragen wordt. Tijdens de doorzoeking wordt een zwarte driekwart jas (maat 58) gevonden die tijdens de overval gedragen is (identiek qua maat en kleur). In de jas worden onder meer het paspoort en rijbewijs van verdachte aangetroffen. Bij de overval wordt door de dader gebruikt gemaakt van een Jumbotas, een bivakmuts en een zwart pistool. Deze goederen worden tijdens de doorzoeking aangetroffen. De officier van justitie wijst ook nog op het feit datt door de dader tegen aangever wordt gezegd: “het zijn barre tijden meneer” hetgeen een vergelijkbare opmerking is, als de opmerking die gemaakt werd bij de overval op de Plus in Waspik (feit 4), namelijk ”2000 euro rijker, het is crisis meisje”.

Ten aanzien van feit 3:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde poging tot afpersing en poging tot doodslag.

De officier van justitie baseert zich daarbij onder meer op de aangifte, getuigenverklaringen, de in beslag genomen goederen en het DNA- en schotrestenonderzoek.

De aangever verklaart dat de dader een bruine suède jas droeg. Tijdens de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef, werden een bruine suède jas en een doorgeladen pistool aangetroffen. Bij DNA-onderzoek blijkt dat verdachte drager is geweest van de jas. Verdachte heeft een groot postuur en de jas betreft maat 58 waardoor deze niet door eenieder gedragen kan worden. Ook worden op deze jas schotresten aangetroffen, waaruit blijkt dat de drager van de jas heeft geschoten met een vuurwapen. Na de overval worden bij de Dönerwagen twee hulzen aangetroffen, in beslag genomen en onderzocht. Deze hulzen zijn afkomstig uit het bij de doorzoeking aangetroffen pistool, zo blijkt uit onderzoek van het NFI. Daarnaast zijn op het vuurwapen DNA-sporen van verdachte aangetroffen. Een getuige verklaart dat hij een auto met draaiende motor, gelijkend op een MPV met een wit met zwart kenteken ‘[kenteken]’ heeft waargenomen. Uit onderzoek bleek dat verdachte in bezit was van een dergelijke auto (Kia Carens) met Belgisch kenteken ‘[kenteken]’.

De officier van justitie acht tevens de ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen, aangezien uit de omstandigheden waaronder verdachte twee maal heeft geschoten het voorwaardelijk opzet kan worden afgeleid. Het lossen van een schot in een dergelijke kleine wagen had tot gevolg kunnen hebben dat aangever direct zou worden getroffen dan wel middels afkaatsing zou worden getroffen door de kogel.

Ten aanzien van feit 4:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4 ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging en afpersing in vereniging.

Zij baseert zich daarbij op de aangiften, meerdere getuigenverklaringen en de camerabeelden waarop de kleding van de overvallers te zien is. Bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef, zijn kledingstukken aangetroffen die overeenkomen met de door de overvallers gedragen kleding. Daarnaast zijn bij deze doorzoeking goederen gevonden die tijdens de overval gebruikt zijn, namelijk de bivakmutsen, handschoenen, een jumbotas, kentekenplaten en een zwart pistool.

Ten aanzien van feit 5:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 5 ten laste gelegde verduistering en baseert zich daarbij op de aangifte van de vader van verdachte, de getuigenverklaringen en de inbeslagname van de auto. Daarbij heeft zij in aanmerking genomen het schrijven van de vader van verdachte dat hij deze aangifte enkel heeft gedaan om weer in contact te komen met zijn zoon. Dit doet volgens haar niet af aan het feit dat verdachte de auto op enig moment onrechtmatig in gebruik had.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de feiten 1 tot en met 5.

Feit 1

Uit de beelden van de supermarkt blijkt dat de overval is gepleegd door twee personen. Deze beelden wijzen echter niets uit, want er zijn hierop geen concrete persoonsidentificerende kenmerken te zien. De beelden van de auto zijn zeer onduidelijk. Daarnaast is deze auto niet te linken aan de overvallers en heeft de politie via een internetonderzoek naar een vooraf gedane conclusie toegeredeneerd. Er is niet verder gerechercheerd naar mogelijk andere betrokken auto’s. Verdachte heeft een verklaring gegeven voor het feit dat hij die dag in Steenderen is geweest. Er zijn contra-indicaties als het gaat om het signalement van verdachte. Op basis van voorgaande punten is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Feit 2

De verdediging heeft – zakelijk weergegeven – bepleit dat de camerabeelden van de overval en de enkele getuigenverklaringen van klanten die ten tijde van de overval in de winkel waren, niet kunnen leiden tot wettig en overtuigend bewijs voor het verwijt dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Op de camerabeelden zijn geen concrete, voor het bewijs overtuigende, persoonsidentificerende kenmerken te ontwaren. De kledingstukken zijn zo algemeen dat daaraan geen enkele bewijswaarde moet worden toegekend. Twee getuigen geven een signalement van een veel oudere dader. In het beeld van dit personage passen simpelweg teveel andere personen.

Feit 3

De verdediging heeft – zakelijk weergegeven – bepleit dat het door het slachtoffer in de aangifte opgegeven signalement van de dader op geen enkele wijze overeenkomt met het signalement van verdachte. Daarnaast verklaart de aangever dat de dader vermoedelijk een bruine jas aan had, hetgeen geen overtuigende aanwijzing is. Er kan niet met voldoende zekerheid vastgesteld worden dat er een relatie bestaat tussen de schietpartij en de bij de doorzoeking aangetroffen jas. Ten aanzien van het sporenonderzoek geldt dat verdachte niet ontkent het wapen in handen te hebben gehad, maar hij is niet de enige. Het op het pistool aangetroffen DNA-mengprofiel bevestigt dat meerdere personen in aanraking zijn geweest met het pistool.

Feit 4

De verdediging is van mening dat de beelden die zijn gemaakt ten tijde van de overval niet meer dan een zeer algemeen signalement van de dader geven waar vele personen onder zouden kunnen vallen. Er zijn geen concrete, overtuigende, persoonsidentificerende kenmerken te ontwaren, die verdachte als dader aanwijzen, zo blijkt ook uit de getuigenverklaringen. [Getuige 1] ziet op de avond van de overval in de straat vlakbij de supermarkt een grijze SUV parkeren en omschrijft een man van ongeveer 1.80 meter lang, weliswaar fors maar zeker niet dik of vadsig. Dit kan verdachte, bijna 2 meter lang en ruim 150 kilo wegend, niet zijn.

Feit 5

De auto is door de vader en oom vrijwillig aan verdachte ter beschikking gesteld. Toen men onverwachts de auto weer nodig had, kon men verdachte niet bereiken en restte niets anders dan aangifte te doen. Uit de latere verklaring van de vader blijkt dat een aangifte tot diefstal of verduistering zeker niet de bedoeling was. Het voorgaande zou tot vrijspraak dienen te leiden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De overval op supermarkt Coop in Steenderen

Op donderdag 3 januari 2013 was [slachtoffer 1]1 achter de kassa werkzaam bij supermarkt Coop te Steenderen, gemeente Bronckhorst. Omstreeks 17.40 uur zag ze twee mannen komen aanlopen met bivakmutsen op via de zijde van de sigarettenverkoop. Ze liepen op haar af en de grote man zei: ‘Ik wil het geld uit de kluis!’. De grote man stond aan de linkerkant van haar, aan het einde van de lopende band. De andere man stond schuin voor haar en stak een boodschappentas naar haar uit. Ze heeft de hele bak met muntgeld die in de lade zat eruit gehaald en in de boodschappentas gegooid. Vervolgens heeft ze het briefgeld dat in de lade lag eruit gehaald. De grote man zei tegen haar dat ze niet snel genoeg was. Ze moest vervolgens naar kassa nummer 2 lopen. Ze heeft daarop de lade van kassa nummer 2 opengemaakt, het bakje met muntgeld eruit gehaald en daarna het briefgeld. Vervolgens heeft ze alles in de tas gedaan. De kleinere man zei toen tegen haar dat ze mee moest lopen naar de kassa bij de sigarettenautomaat, waar een andere medewerker, [slachtoffer 2], achter stond. Ze zag dat [slachtoffer 2] het geld in de tas deed. Ze hoorde dat de mannen tegen [slachtoffer 2] zeiden dat ze nog sigaretten wilden. Het maakte niet uit hoeveel maar het moest wel Marlboro zijn. Ze omschrijft dader 1:

  • -

    blanke huidskleur;

  • -

    tussen de 1.75 en 1.80 meter lang;

  • -

    normaal postuur;

  • -

    grote haviksneus, deze viel echt op;

  • -

    donkere jas;

  • -

    donkere handschoenen;

  • -

    boodschappentas volgens mij van de Jumbo.

Voorts geeft ze een signalement van dader 2:

  • -

    tussen de 1.90 en 2.00 meter lang;

  • -

    fors postuur (dikke buik kon je goed zien in de jas);

  • -

    zwarte driekwart jas met ronde knopen erop;

  • -

    zwarte broek, zwarte schoenen, zwarte handschoenen.

Ook [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] was op donderdag 3 januari 2013 ten tijde van de overval achter de kassa werkzaam bij supermarkt Coop te Steenderen2. Ze zag twee mannen met bivakmutsen samen met haar collega [slachtoffer 1] richting de balie lopen. De man die voorop liep had een gele Jumbotas vast. De getuige beschreef hem als kleiner en dunner dan de achterste man. De voorste man had een grote neus, dat viel haar meteen op. De mannen kwamen naar de balie en de dikke man bleef bij de deur staan terwijl de dunne bij de balie zelf ging staan. Toen ze aan kwamen lopen, riep de dunne man: ‘Al het geld!’ en de dikke man riep: ‘Doe ook maar wat Marlboro.’. Haar collega [slachtoffer 1] kwam bij haar staan en pakte de kassalade, ze heeft deze in de tas gedaan. Getuige pakte daarop wat pakjes Marlboro en gooide die in de Jumbotas. Ze heeft het wapen in een flits gezien en het was zwart van kleur en groter dan een hand.

[slachtoffer 3], de eigenaar van de supermarkt, heeft een exacte uitdraai gemaakt van hetgeen door de overvallers is weggenomen3. Het in totaal meegenomen bedrag betreft
€ 2.453,17.

De betrokkenheid van verdachte

Uit onderzoek is gebleken dat op 3 januari 2013 een grotere en een kleinere man in een pizzeria in Steenderen zijn geweest4. De grotere man droeg een lange zwarte jas. De mannen hebben omstreeks 16.43 uur de pizzeria verlaten.

Om 16.26 uur is door bewakingscamera’s van de supermarkt gesignaleerd dat een onbekende man de supermarkt betreedt5. Deze man draagt geen trui of jas, terwijl het volgens de weersgegevens 7 à 8 graden Celsius was. De man heeft een stevig postuur en donker kort haar. Bij een fotovergelijking van de beelden werd geconstateerd dat deze man zeer sterke overeenkomsten vertoont met de man die op de bewakingsbeelden van de pizzeria was vastgelegd6. Verdachte heeft ter zitting verklaard begin dit jaar samen met [medeverdachte] bij een pizzeria te zijn geweest in Steenderen7. Verdachte verklaarde verder dat hij diezelfde dag ook bij een supermarkt in Steenderen is geweest om bier en enkele mixdrankjes te kopen. Verdachte kan geen exacte datum noemen dat hij daar was, maar geeft eveneens ter terechtzitting aan zichzelf te herkennen op de gemaakte beelden in de pizzeria. Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat verdachte samen met [medeverdachte] op 3 januari 2013, ongeveer één uur voor de overval, bij de pizzeria in Steenderen is geweest en iets daarvoor alleen in voornoemde supermarkt.

Verdachte had zijn verblijfplaats in een woning aan de [adres] te Gilze89. In deze woning heeft een doorzoeking plaatsgevonden10, waarbij verschillende goederen werden aangetroffen, waaronder een bigshopper van Jumbo met een bivakmuts, handschoenen, een zwarte driekwart jas van het merk Pierre Cardin, een zwarte jas met een bontkraag en een vuurwapen. Voorafgaand aan de doorzoeking werden verdachte en [medeverdachte] in de woning aangehouden.

Er is een fotovergelijking gemaakt tussen de bij de doorzoeking aangetroffen driekwart jas van het merk Pierre Cardin en de jas die één van de daders van de overval in Steenderen droeg11. De rechtbank constateert dat de kleur, vorm en lengte van de jas en de plaats van het merkje overeen komen. In de jas van Pierre Cardin zijn verschillende documenten gevonden op naam van verdachte12. Verdachte geeft ter zitting aan in bezit te zijn van een dergelijke jas van het merk Pierre Cardin13. Voorts is er een fotovergelijking gemaakt tussen de zwarte jas met bontkraag, aangetroffen bij de doorzoeking, en de jas die de andere dader van de overval in Steenderen heeft gedragen14. De rechtbank constateert dat de kleur en de lengte van de jas, de kleur en de vorm van de bontkraag en de kleur, vorm en plaats van het merkteken op de jas met elkaar overeenkomen.

Een verbalisant heeft de camerabeelden van de pizzeria bekeken15. Hij constateerde op de camerabeelden dat de jas van de kleinere man soortgelijk is aan de jas die werd gedragen door één van de overvallers. Het postuur van de grotere man kwam overeen met dat van de grotere dader van de overval. Gelet op het door de rechtbank waargenomen postuur van beide verdachten neemt de rechtbank als vaststaand aan dat de kleinere man [medeverdachte] betreft.

De rechtbank stelt vast dat verdachte past in het signalement dat door aangeefster [slachtoffer 1] van de tweede overvaller is gegeven, met name voor wat betreft de lengte en het postuur. [medeverdachte] voldoet aan het signalement dat [slachtoffer 1] van de eerste overvaller heeft gegeven. Bij de overval is gebruik gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend vuurwapen, bivakmutsen en een tas van Jumbo. Deze voorwerpen en een vuurwapen zijn aangetroffen in de woning waar verdachte en [medeverdachte] verbleven. Voorts vertonen de jassen gedragen door de overvallers sterke overeenkomsten met twee jassen die in diezelfde woning zijn aangetroffen, terwijl verdachte zelf heeft aangegeven dat één van deze in de woning aangetroffen jassen van hem is. Ten slotte is komen vast te staan dat verdachte op 3 januari 2013, ongeveer één uur voor de overval, met [medeverdachte] in Steenderen aanwezig is geweest, waarbij [medeverdachte] een jas droeg die soortgelijk was aan de jas die werd gedragen door één van de overvallers.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander of anderen heeft schuldig gemaakt aan de overval op supermarkt Coop in Steenderen. Uit de aangifte blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en in ieder geval één andere persoon. De rechtbank acht daarom ook het medeplegen bewezen. Nu de goederen door de medewerksters van de supermarkt zijn afgegeven, gaat de rechtbank bij de bewezenverklaring uit van afpersing.

Ten aanzien van feit 2

Op 10 januari 2013 werd te Nieuwendijk een overval gepleegd op supermarkt Coop. Eén van de caissières zag een forse man op haar af komen lopen met een pistool in zijn hand. Hij riep meerdere keren dat ze de kassalade moest openen. De man graaide in twee kassalades en stopte het geld in een Jumbotas. De caissière omschreef de overvaller als zijnde fors, dik, blank en ouder dan 40 jaar. Hij was geheel in het zwart gekleed. In het proces-verbaal met betrekking tot de beelden van de bewakingscamera wordt gerelateerd dat de overvaller een grote forse man is, van ongeveer 1.90 meter, gekleed in een zwarte jas tot halverwege zijn bovenbenen. Hij had een gele Jumbotas en een zwart vuurwapen bij zich en droeg een bivakmuts.

De rechtbank constateert dat het signalement van de overvaller overeenkomt met het signalement van verdachte. Voorts zijn in de woning waar verdachte verbleef, een Jumbo bigshopper, een vuurwapen en een bivakmuts aangetroffen. Voor het overige zijn er echter geen bewijsmiddelen die erop wijzen dat verdachte degene is geweest die de overval heeft gepleegd. Daarbij komt dat er ook andere personen in de woning verbleven. De officier van justitie heeft erop gewezen dat de overvaller de opmerking heeft gemaakt ‘het zijn barre tijden mijnheer’, terwijl de dader van de overval bij supermarkt Plus in Waspik (feit 4) een opmerking over de crisis heeft gemaakt. De rechtbank acht deze opmerking echter onvoldoende onderscheidend om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan het bewijs. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan. Zij zal hem dan ook van dit feit vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

Op 25 januari 2012 is een overval gepleegd op de Dönerwagen van [slachtoffer 6] in Waspik. Een persoon met een muts over zijn hoofd richtte een pistool op [slachtoffer 6] en zei: ‘Ik kom u overvallen, geld geven’. Er ging een schot af. Ook sloeg de man met de hand waarin hij het pistool had, op de glasplaat van de toonbank. Daarbij ging er nog een schot af. [slachtoffer 6] heeft twee messen gepakt, waarop de overvaller is weggerend. [slachtoffer 6] geeft het volgende signalement van de overvaller: man met bivakmuts, 1.80 meter lang, breed in de schouders, ongeveer 85 kilo, bruine jas.

Bij de doorzoeking in de woning waar verdachte verbleef, zijn een bruine suède jas en een vuurwapen aangetroffen. Het op het vuurwapen aanwezige celmateriaal is onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Daarbij is geconcludeerd dat sprake is van een onvolledig DNA-mengprofiel waarin kenmerken zichtbaar zijn van minimaal twee personen. Hieruit is een DNA-hoofdprofiel afgeleid. Dit matcht met het DNA-profiel van verdachte. Ook ten aanzien van de bruine suède jas is DNA-onderzoek verricht. Hierbij is geconstateerd dat het celmateriaal op de kraag van de jas matcht met het DNA-profiel van verdachte. Voorts heeft het NFI vastgesteld dat er een vrijwel zekere relatie bestaat tussen de mouwen van de bruine suède jas en een schietproces. Ten slotte is er onderzoek verricht aan twee hulzen die zijn aangetroffen in de buurt van de Dönerwagen van [slachtoffer 6]. Hieruit heeft het NFI geconcludeerd dat de resultaten van het vergelijkend hulsonderzoek zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer de hulzen zijn verschoten met het pistool dat in de woning is aangetroffen dan wanneer de hulzen zijn verschoten met een ander vuurwapen.

Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat de overval op de Dönerwagen is gepleegd met gebruikmaking van het vuurwapen aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef. Voorts staat gelet op de resultaten van het DNA-onderzoek vast dat verdachte dit vuurwapen op enig moment vast heeft gehad. Hieruit kan echter niet worden afgeleid dat verdachte het vuurwapen bij de overval op de Dönerwagen heeft gebruikt. Het is immers niet uitgesloten dat verdachte het vuurwapen bij een andere gelegenheid heeft vast gehad en dat een ander het vuurwapen heeft meegenomen naar de overval op de Dönerwagen, te meer daar op het vuurwapen een DNA-mengprofiel met de kenmerken van minimaal twee personen is aangetroffen. Bovendien is het vuurwapen niet in de kamer van verdachte aangetroffen en hadden ook de andere bewoners toegang tot het vuurwapen. Uit de onderzoeksresultaten met betrekking tot de bruine suède jas kan evenmin worden afgeleid dat verdachte de overvaller is geweest. Hieruit volgt slechts dat verdachte de jas op enig moment heeft gedragen en dat de jas op enig moment betrokken is geweest bij een schietproces. Niet gebleken is dat dit hetzelfde moment is geweest, nog daargelaten dat niet is komen vast te staan dat de overvaller juist deze bruine jas heeft gedragen. Daarbij komt dat verdachte niet zonder meer past in het signalement dat [slachtoffer 6] van de overvaller heeft gegeven. De overvaller wordt immers beschreven als een man van ongeveer 85 kilo, terwijl verdachte gelet op zijn postuur aanzienlijk zwaarder is.

Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 tenlastegelegde overval. Zij zal hem daarom van dit feit vrijspreken.

Ten aanzien van feit 4

De overval op supermarkt Plus in Waspik

Op zaterdag 28 januari 2013 om ongeveer 19.00 uur zat [slachtoffer 9] achter kassa 1 van supermarkt Plus in Waspik, gemeente Waalwijk, aan de Kerkstraat 2716. Voor haar stonden twee mannen, een grote man en een kleine man. De grote man had een pistool vast. Hij hield het pistool op haar gericht. De grote man zei: ‘Maak open!’ en ‘Gewoon iets aanslaan en dan openen’. Zij heeft de ‘contant’-toets aangeraakt, waardoor de kassa open ging. De kleine man pakte munt- en papiergeld uit de kassalade. [slachtoffer 9] moest met de grotere man meelopen naar de servicebalie en daar de kassa openen. Daarna moest ze kassa 2 en kassa 3 openen. Bij de servicebalie zei één van de mannen: ‘Waar is het grote geld?’ en ‘Pak het even’. Ze heeft het grote geld uit de kassa van de servicebalie en uit de andere drie kassa’s gepakt en aan de grote man gegeven. De grote man zei: ‘2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis’. Ze geeft het volgende signalement van de grote man:

  • -

    tussen de 30 en 40 jaar;

  • -

    lengte 1.90-2.00 meter;

  • -

    groot, fors, breed, redelijke buik;

  • -

    bivakmuts op;

  • -

    blank;

  • -

    zwarte jas en zwarte broek;

  • -

    groot rond gezicht.

De kleine man beschrijft ze als volgt:

  • -

    ongeveer 1.80 meter;

  • -

    dun en slank;

  • -

    blank;

  • -

    bivakmuts op;

  • -

    blonde beharing op zijn gezicht;

  • -

    smal gezicht.

De kleine man had een bigshopper van Jumbo bij zich.

Getuige [slachtoffer 8] runt samen met haar man [slachtoffer 7] de supermarkt Plus te Waspik17. Bij de overval is in totaal € 4.990,94 weggenomen. Uit de kassaladen werd het muntgeld compleet met inlegbakjes ontvreemd.

De betrokkenheid van verdachte

Op camerabeelden van de overval is te zien dat de overval is gepleegd door twee mannen18. Eén van de mannen heeft een groot, fors postuur en draagt een zwarte, halflange jas en een zwarte bivakmuts. De tweede persoon heeft een smal postuur en draagt een witte capuchon trui met zwarte touwtjes en op de linkerborst het cijfer 32 in het zwart gedrukt. Ook hij draagt een bivakmuts.

Verdachte had zijn verblijfplaats in een woning aan de [adres] te Gilze1920. In deze woning heeft een doorzoeking plaatsgevonden21. Daarbij werden een Jumbo bigshopper met een bivakmuts, handschoenen, een zwarte driekwart jas van het merk Pierre Cardin, een trui, kentekenplaten, een plastic tas met kassabakjes en een vuurwapen aangetroffen22.

Er is een fotovergelijking gemaakt tussen de Pierre Cardin jas en de jas die werd gedragen door één van de overvallers23. De rechtbank constateert dat de kleur, vorm en lengte van de jas overeenkomen. In de zwarte jas zijn verschillende documenten gevonden op naam van verdachte24 en verdachte heeft ter zitting verklaard in bezit te zijn van een dergelijke jas van het merk Pierre Cardin25. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte de zwarte jas die is aangetroffen bij de doorzoeking, op enig moment heeft gedragen.

Ook ten aanzien van de aangetroffen trui is een fotovergelijking gemaakt,26 waarbij de aangetroffen trui is vergeleken met de trui die wordt gedragen door de tweede overvaller. Beide truien betreffen een witte trui met capuchon, met als opdruk het cijfer 32 in grote zwarte letters. De rechtbank stelt vast dat de aangetroffen trui voor wat betreft de kleur, de vorm, de plaats van de zakken, de touwtjes aan de voorkant en de kleur, de plaats en de vorm van de cijfers overeenkomt met de trui die wordt gedragen door de tweede overvaller. De witte trui met opschrift is, voorzien van het nummer AAFN5793NL, aan het NFI ter beschikking gesteld voor onderzoek27. Het NFI heeft de trui met nummer AAFN5793NL aan de binnenzijde van de kraag (AAFN5793NL#01) en aan de binnenzijde van de rechtermanchet (AAFN5793NL#02) bemonsterd, gericht op het veiligstellen van celmateriaal van de mogelijke drager(s) van de trui28. Het celmateriaal is onderworpen aan DNA-onderzoek. Daarbij heeft het NFI geconcludeerd dat het celmateriaal in beide bemonsteringen afkomstig kan zijn van [medeverdachte]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [medeverdachte] de bij de doorzoeking aangetroffen witte trui met als opdruk het cijfer 32 op enig moment heeft gedragen.

[Getuige 1] zag op 28 januari 2013 omstreeks 18.45 uur een auto rijden29. De auto stopte en er stapten twee personen uit. De personen liepen weg in de richting van de Kerkstraat te Waspik. Het kenteken van de auto was 97NHP1. Ongeveer tien minuten later zag hij dezelfde personen terug komen lopen vanuit de Kerkstraat. Ze stapten in de auto en reden weg. De eerste persoon was een blanke man, mager postuur, ongeveer 30 jaar oud, met kort blond haar. De man droeg een gele tas. De tweede persoon was een blanke man van ongeveer 35 jaar, ongeveer 1.80 meter lang, met een fors postuur en een bol gezicht. Gelet op het tijdstip van deze waarneming, de overeenkomsten tussen het opgegeven signalement van de twee mannen en het signalement van de overvallers en het feit dat de supermarkt Plus is gevestigd aan de Kerkstraat, staat voor de rechtbank vast dat [Getuige 1] de daders van de overval heeft gezien en daarmee dat de daders gebruik hebben gemaakt van een auto met het [kenteken].

De bij de doorzoeking aangetroffen kentekenplaten waren voorzien van het kenteken [kenteken]30. Aan de uiteinden van beide kentekenplaten was tape bevestigd. De tape was enkele keren om de uiteinden heen geplakt. De tape op één van de kentekenplaten is, voorzien van nummer AAFW0480NL, aan het NFI ter beschikking gesteld. Het celmateriaal op de tape met nummer AAFW0480NL is onderzocht. Daarbij heeft het NFI geconcludeerd dat sprake is van een DNA-mengprofiel van twee personen,31 waaronder dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is circa 1 op 560 miljoen. Gelet op de conclusie van het NFI, in combinatie met het feit dat de kentekenplaat met de tape is aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef, staat voor de rechtbank vast dat verdachte de tape op de kentekenplaat met nummer [kenteken] heeft aangeraakt.

Bij de doorzoeking is voorts een aantal kassabakjes aangetroffen. Aangever [slachtoffer 7] heeft deze kassabakjes herkend als zijnde identiek aan de bankjes die bij de overval waren meegenomen32. Op drie van de kassabakjes werden dactyloscopische sporen (vingerafdrukken) aangetroffen33. Eén van de sporen is voorzien van nummer AAFW0119NL. Bij onderzoek bleek er een zeer grote mate van overeenkomst te bestaan tussen dit spoor en een vingerafdruk van [medeverdachte]34. De onderzoekers achten de kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon verwaarloosbaar klein. Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte] één van de kassabakjes heeft vastgepakt.

Resumerend stelt de rechtbank vast dat de overval is gepleegd door twee mannen, waarvan het signalement in belangrijke mate overeenkomt met dat van verdachte en [medeverdachte]. Eén van de overvallers droeg een zwarte, halflange jas, die overeenkomsten vertoont met de zwarte jas van Pierre Cardin die verdachte op enig moment heeft gedragen. De andere overvaller droeg een witte capuchon trui met opdruk, die zeer grote overeenkomsten vertoont met de trui die [medeverdachte] op enig moment heeft gedragen. Bij de overval werd gebruik gemaakt van een bigshopper van Jumbo. Een dergelijke bigshopper is aangetroffen bij de doorzoeking in de woning waar verdachte en [medeverdachte] verbleven. De overvallers hebben gebruik gemaakt van een auto voorzien van het kenteken [kenteken]. In de eerdergenoemde woning zijn twee kentekenplaten met dit nummer aangetroffen. Deze kentekenplaten waren omwikkeld met tape, hetgeen erop wijst dat ze aan een auto bevestigd zijn geweest. De tape op één van de kentekenplaten is aangeraakt door verdachte. Voorts zijn bij de overval kassabakjes weggenomen. In de woning zijn dergelijke kassabakjes aangetroffen. Ten aanzien van één van de kassabakjes staat vast dat [medeverdachte] dit heeft vastgepakt. Ten slotte komt de manier waarop de overval is gepleegd, overeen met de manier waarop de overval op supermarkt Coop in Steenderen is gepleegd. Ten aanzien van deze laatste overval heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat verdachte hierbij betrokken is geweest. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan de overval op supermarkt Plus, zoals onder feit 4 ten laste is gelegd. Uit de aangifte blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en in ieder geval één andere persoon. De rechtbank acht daarom ook het medeplegen bewezen. Nu een deel van het geld door verdachte en zijn mededaders is gepakt en een deel van het geld door aangeefster is afgegeven, gaat de rechtbank bij de bewezenverklaring uit van diefstal met geweld en afpersing.

Ten aanzien van feit 5

Op 28 januari 2013 werd namens [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] aangifte gedaan wegens verduistering van een zilvergrijze personenauto Kia Carens met het Belgische kenteken [kenteken]35. [slachtoffer 10] is de vader van verdachte. Voornoemde Kia Carens staat op zijn naam, maar is eigendom van zijn broer [slachtoffer 11]. Verdachte had met de broer van aangever (de oom van verdachte) afgesproken dat hij de auto op 30 november 2012 zou meenemen en deze op dinsdag 4 december 2012 zou komen betalen. Daarna hebben aangever en zijn broer niets meer van verdachte vernomen. Door één van de bewoners van het perceel aan de [adres] te Gilze werd aangegeven dat in de garagebox tegenover de woning van het perceel een auto zou staan in gebruik bij verdachte36. Op 30 januari 2013 werd de personenauto KIA Carens voorzien van het Belgische kenteken [kenteken] aangetroffen in de garagebox. De auto werd in beslag genomen. Verdachte heeft verklaard dat hij de auto in gebruik had37.

De vraag is of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering van de personenauto Kia Carens. Verdachte heeft ter zitting naar voren gebracht voornemens te zijn geweest de auto op 4 december 2012 te betalen, maar daar niet de middelen voor te hebben gehad. Het zou enkel een communicatieprobleem tussen zijn vader en hem zijn, waardoor zijn vader aangifte gedaan heeft.

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat verdachte zich de auto, die hij aanvankelijk rechtmatig onder zich had, vanaf 4 december 2012 wederrechtelijk heeft toegeëigend door de auto, anders dan was afgesproken, onder zich te houden zonder de koopsom te betalen. Dat de vader van verdachte vele maanden later schriftelijk aangeeft dat een en ander op een miscommunicatie zou berusten, doet daar niet aan af. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich de auto in de periode van 4 december 2012 tot en met 28 januari 2013 wederrechtelijk toegeëigend heeft.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 03 januari 2013 te Steenderen, gemeente Bronckhorst,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen

tot de afgifte van in totaal -circa- 2453,17 Euro en/of een aantal pakjes

sigaretten (Marlboro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Coop Supermarkt en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s)

- met (een) bivakmuts(en) op zijn/hun hoofd(en) de winkel is/zijn binnen

gekomen en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp in (een) zijner handen heeft gehouden en/of dat

vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp gericht (gehouden)

op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven-

opzettelijk dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik wil het geld uit

de kluis' en/of "dit duurt te lang" en/of 'dat ze nog sigaretten wilde(n)',

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

4.

hij op of omstreeks 28 januari 2013 te Waspik, gemeente Waalwijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

en/of PLUS supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van in totaal -circa- 4.990,94 Euro, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8] en/of PLUS Supermarkt, in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- met een bivakmuts op zijn hoofd de supermarkt PLUS is/zijn binnen gegaan

en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 9] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp, in een zijner handen heeft gehouden en/of dat vuurwapen, althans

het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft gericht op die [slachtoffer 9] en/of

(daarbij) opzettelijk dreigend meermalen, althans eenmaal, -zakelijk

weergegeven- die [slachtoffer 9] de woorden heeft toegevoegd: "maak open" en/of

"gewoon iets aanslaan en dan openen" en/of "waar is het grote geld" en/of

"pak het even" en/of "2.000 euro rijker, sorry meisje, crisis", althans

woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

5.

hij in of omstreeks de periode van 4 december 2012 tot en met 28 januari 2013

te Chaam, gemeente Alphen Chaam en/of te Oosterhout en/of te Gilze opzettelijk

een (personen)auto (Kia Carens), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders

dan door misdrijf, te weten met het doel om deze auto te kopen onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, heeft de rechtbank deze hersteld. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert, gezien de straffen die in vergelijkbare zaken door het openbaar ministerie zijn geëist, aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 jaar met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd rekening te houden met het feit dat verdachte niet eerder voor dergelijke feiten veroordeeld is. Daarnaast verzoekt de verdediging rekening te houden met de relatief rustige, weinig agressieve houding van de overvallers.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen op een supermarkt en een verduistering van een auto. Bij de overvallen zijn medewerkers bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Dit blijkt ook uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die ter zitting zijn voorgehouden. Hierin komt naar voren dat de slachtoffers zijn behandeld wegens psychische klachten, maar desondanks nog altijd angstig zijn. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, meerdere keren ten koste van anderen, op deze manier snel aan geld te komen.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover deze ter zitting aan de orde zijn gekomen, en het strafblad van verdachte, waaruit blijkt van eerdere veroordelingen voor relatief minder ernstige delicten.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een langere periode noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

De rechtbank sluit aan bij de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd en bij de oriëntatiepunten straftoemeting van het LOVS. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf van 6 jaar opleggen, met aftrek van voorarrest.

7 De benadeelde partijen

feit 1

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.883,28 waarvan € 1.750,00 aan immateriële schade en € 133,28 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.633,28 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 133,28 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige deel acht de rechtbank benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van

3 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.860,93 waarvan € 1.750,00 aan immateriële schade en € 110,93 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.610,93 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 110,93 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige deel acht de rechtbank benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van

3 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij H.J. vordert een schadevergoeding van € 8.179,96.

De rechtbank wijst de vordering van [slachtoffer 3] af, nu benadeelde de door hem gevorderde schadebedragen via zijn verzekering vergoed heeft gekregen.

Feit 2

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 805,00. Verdachte is vrijgesproken voor feit 2 waaruit deze schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Feit 3

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een schadevergoeding van € 2.832,65. Verdachte is vrijgesproken voor feit 3 waaruit deze schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Feit 4

t.a.v. benadeelde partijen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8]

[slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] vorderen een schadevergoeding ten bedrage van

€ 1.240,91. Dit betreft materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is ook overigens voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van 28 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

Voorts zal de rechtbank bepalen dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 9]

[slachtoffer 9] vordert een schadevergoeding ten bedrage van € 1.522,40 waarvan
€ 1.500,00 aan immateriële schade en € 22,40 aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is ook overigens voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de gevorderde wettelijke rente toewijzen, met ingang van 28 januari 2013 en de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen.

De rechtbank bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader(s) is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

8 Het beslag

8.1

De verbeurdverklaring

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring. Niet vastgesteld is kunnen worden aan wie het voorwerp toebehoort.

Gebleken is dat de feiten zijn begaan met betrekking tot dit voorwerp

8.2

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 47, 57, 310, 312, 317 en 321 van het Wetboek van zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 5: verduistering;

- verklaart verdachte strafbaar.

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

902566 1.00 STK Jas Kl:zwart

-

g 1.3

en

902603 1.00 STK Jas Kl:zwart

PIERRE CARDIN

G 1.1 = bewijs

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten

902299 1.00 STK Muts KL:Zwart

Bivakmuts AAFN5796NL

W1.3a bivakmuts zwart

Benadeelde partijen

veroordeelt verdachte tot betaling aan

- de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), van € 1.633,28 waarvan € 133,28 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1), van € 1.610,93 waarvan € 110,93 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- benadeelde partij [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] (feit 4) van € 1.240,91 terzake van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- benadeelde partij [slachtoffer 9] (feit 4) van € 1.522,40 waarvan € 22,40 ter zake van materiële schade en € 1.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; (BP.20)

- bepaalt de benadeelde partijen [slachtoffer 5] (feit 2) en [slachtoffer 6] (feit 3) niet ontvankelijk in hun vordering;

- bepaalt dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 1) wordt afgewezen;

Schadevergoedingsmaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), € 1.633,28 / 26 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1), € 1.610,93 / 26 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] (feit 4), € 1.240,91 / 21 dagen hechtenis;

- benadeelde partij [slachtoffer 9] (feit 4), € 1.522,40 / 25 dagen hechtenis;

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Prenger, voorzitter, mr. Dekker en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Huijskens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 oktober 2013.

Mr. Ebben is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal “Hudson”, met dossiernummer 2013001699 van de Regio politie Noord- en Oost Gelderland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 59. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] [slachtoffer 1], p. 3.

2 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 2] [slachtoffer 2], p. 8.

3 Proces-verbaal verhoor aangever [slachtoffer 3], d.d. 5 januari 2013, p. 4.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 52.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 53.

7 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal “Penotti” met dossiernummer 2013008556 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant team opsporing Oosterhout, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 396.

8 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], d.d. 31 januari 2013, p. 268.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.

10 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

11 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 256.

12 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 258.

13 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.

14 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname d.d. 30 januari 2013, p. 255.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6.

16 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] d.d. 28 januari 2013, p. 127-130.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 8], p. 131 en 132.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 139.

19 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2], d.d. 31 januari 2013, p. 268.

20 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.

21 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

22 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 243-244.

23 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 257.

24 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 258.

25 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.

26 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, d.d. 30 januari 2013, p. 257.

27 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 292-293.

28 Het deskundigenrapport van het NFI d.d. 14 mei 2013, als losse bijlage gevoegd bij het eindproces-verbaal.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 3], p. 147-148.

30 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 292-294.

31 Het deskundigenrapport van het NFI d.d. 14 mei 2013, als losse bijlage gevoegd bij het eindproces-verbaal.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 299.

33 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 293.

34 Rapport van dactyloscopisch sporenonderzoek, p. 297 en 298.

35 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal “Penotti” met dossiernummer 2013008556 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant team opsporing Oosterhout, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd 1 tot en met 396. Proces-verbaal van aangifte[verdachte], d.d. 28 januari 2013, p. 56-59.

36 Proces-verbaal ambtelijk verslag m.b.t. aantreffen personenauto, Kia Carens, d.d. 31 januari 2013, p. 261 en 262.

37 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 11 oktober 2013.