Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7758

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
29-10-2013
Zaaknummer
C/02/267357 / KG ZA 13-436
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Openbare aanbestedingsprocedure, Aanbestedingswet 2012, II-B regime. Geen sprake van onrechtmatig handelen door aanbestedende dienst.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.116
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/217 met annotatie van mr. drs. T.H. Chen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/267357 / KG ZA 13-436

Vonnis in kort geding van 11 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOG NEDERLAND ZUID BV,

gevestigd te Sint Oedenrode,

eiseres,

advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HILVARENBEEK,

zetelend te Hilvarenbeek,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OISTERWIJK,

zetelend te Oisterwijk,

gedaagden,

advocaat mr. P.H.L.M. Kuypers te Brussel (België),

en de interveniërende partij

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

XCENT BV tevens handelend onder de naam Xcensus,

gevestigd te Gouda,

advocaat: mr. C.H. van Hulsteijn te Utrecht.

Partijen zullen hierna TOG, de gemeenten en Xcensus genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 juli 2013 met producties 1 tot en met 12,

  • -

    de brief van 30 september 2013 van de gemeenten met producties 1 tot en met 5,

  • -

    de brief van 1 oktober 2013 van TOG met producties 13 tot en met 15,

  • -

    de brief van 1 oktober 2013 van de gemeenten met producties 6a, 6b, 7a en 7b,

  • -

    de brief van 24 september 2013 van Xcensus,

  • -

    de brief van 1 oktober 2013 van Xcensus houdende een incidentele conclusie tot interventie met een productie,

  • -

    de brief van 2 oktober 2013 van Xcensus met productie 2,

  • -

    de mondelinge behandeling op 3 oktober 2013,

  • -

    de pleitnota van TOG,

  • -

    de pleitnota van de gemeenten,

  • -

    de pleitnota van Xcensus.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil in de hoofdzaak tussen TOG en de gemeenten

2.1.

TOG vordert bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

a. de gemeenten te gebieden de inschrijving van Xcensus alsnog af te wijzen of ter zijde te leggen en de opdracht (voorlopig) te gunnen aan TOG;

subsidiair:

de gemeenten te gebieden de inschrijving van TOG en Xcensus te herbeoordelen (op de aangegeven punten van bezwaar) en een nieuw besluit van voorlopige gunning te nemen, thans voorzien van de vereiste inhoudelijke motivatie op al die punten, met een nieuwe opschortende termijn van 20 dagen na bekendmaking van dit besluit;

meer subsidiair:

de gemeenten te gebieden om ten aanzien van de inschrijving van Xcensus inzicht te verschaffen aan TOG, althans aan de voorzieningenrechter op de hiervoor aangevoerde punten van bezwaar, door het overleggen van afschriften van deze (delen van) de inschrijvingen of aanvullende motivatie zoals door de gemeenten (kennelijk) van Xcensus gevraagd, althans dit inzicht te verschaffen op een wijze als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te bepalen althans

de gemeenten te gebieden om bij het inzicht verschaffen als onder c. gevraagd, tevens een schriftelijke toelichting te verstrekken, waarin wordt omschreven waarom de gemeenten ten aanzien van de prijs hebben geoordeeld dat er geen sprake is van irreële prijzen, waarbij de gemeenten aangeven hoe zij dat hebben getoetst;

te bepalen dat het onder c. en d. gevorderde in het kader van dit kort geding geschiedt, waarbij de zaak zo nodig voor dit doel wordt geschorst, en waarbij TOG alsmede overige inschrijvers wederom de gelegenheid krijgen om bezwaar te maken tegen de voorlopige gunning aan Xcensus binnen een periode van 20 dagen na uitvoering van het onder c. en d. bepaalde;

meest subsidiair:

de gemeenten te gebieden de onderhavige aanbesteding in te trekken en, indien zij de opdracht nog wensen te vergeven, te gebieden over te gaan tot heraanbesteding;

primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair:

hetgeen in het petitum onder a,b,c,d,e en f is gevorderd te bepalen op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- voor elke overtreding van het ten deze te wijzen vonnis en voorts een dwangsom van € 1.000,-- voor elke dag of gedeelte van een dag dat de gemeenten in gebreke blijven aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen met een maximum van € 100.000,--;

de gemeenten te veroordelen in de proceskosten en nakosten.

2.2.

TOG legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de gemeenten onrechtmatig jegens haar handelen door de opdracht voorlopig te gunnen aan Xcensus aangezien, kort weergegeven:

( i) niet duidelijk is in hoeverre en hoe de gemeenten hebben getoetst aan de uitsluitingsgronden en minimumeisen,

(ii) Xcensus ten onrechte bij haar inschrijving [onderaannemer] niet als onderaannemer heeft vermeld in haar inschrijving;

(iii) Xcensus niet kan beschikken over de ervaringseisen die in het Aanbestedingsdocument zijn genoemd omdat zij een nieuwe speler op de markt is;

(iv) onduidelijk is waarom Xcensus evenveel punten scoort op het kwaliteitscriterium 4 ‘Koppeling met systemen’ als TOG;

( v) sprake is van oneerlijke mededinging en strijd met het aanbestedingsrecht omdat Xcensus geen reële prijs heeft aangeboden.

2.3.

De gemeenten betwisten dat zij op enigerlei wijze onrechtmatig jegens TOG heeft gehandeld. De gemeenten stellen dat zij de inschrijvingen nauwkeurig hebben getoetst aan de eisen zoals daaraan gesteld in de aanbestedingsstukken. Voor intrekking van het voornemen tot gunning, een herbeoordeling of een gebod tot heraanbesteding is volgens de gemeenten geen grond.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 Het geschil in het incident tot tussenkomst dan wel voeging

3.1.

Xcensus vordert bij incidentele conclusie tot interventie:

in het incident:

primair in het geding te worden toegelaten als tussenkomende partij en subsidiair in het geding te worden toegelaten als voegende partij aan de zijde van de gemeenten met veroordeling van TOG in de kosten van het incident vermeerderd met de wettelijke rente;

in de hoofdzaak:

bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. TOG niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van TOG af te wijzen;

II. voorwaardelijk, namelijk enkel en indien zulks nodig zou blijken te zijn: de gemeenten te gebieden het gunningsvoornemen ongewijzigd te laten en binnen vijf kalenderdagen na het in deze zaak te wijzen vonnis over te gaan tot definitieve gunning van de opdracht aan Xcensus; en:

III. TOG in de kosten van deze procedure te veroordelen waaronder de nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Xcensus legt aan haar incidentele vorderingen ten grondslag - kort weergegeven – dat zij geldig heeft ingeschreven met de laagste prijs. Volgens Xcensus hebben de gemeenten haar inschrijving zorgvuldig beoordeeld en is de opdracht terecht voorlopig aan haar gegund.

3.3

TOG en de gemeenten voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter zitting van 3 oktober 2013 heeft TOG bezwaar gemaakt tegen de tussenkomst subsidiair voeging door Xcensus. De voorzieningenrechter heeft ter zitting geoordeeld dat de door Xcensus gevorderde tussenkomst wordt toegestaan omdat verlies van recht dreigt voor Xcensus. De voorzieningenrechter heeft daarbij overwogen dat bij een geschil over een aanbesteding een eisende partij rekening moet houden met de mogelijkheid dat partijen willen tussenkomen dan wel zich voegen aan de zijde van de aanbestedende dienst. Dat TOG haar (volledige) inschrijving als productie aan de dagvaarding heeft gehecht maakt dat niet anders. Daar heeft zij zelf voor gekozen en daarmee het risico genomen dat een tussenkomende dan wel voegende partij hiervan kan kennisnemen. Dit kan zij niet aan een tussenkomende of voegende partij tegenwerpen.

4.2.

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de produkties wordt in dit kort geding uitgegaan van de navolgende feiten:

- De gemeenten hebben een openbare aanbestedingsprocedure gevolgd voor de ‘Outsourcing Wet WOZ/OZB 2014-2017 met als kenmerk GC13-01588. Uitbesteed wordt de uitvoering van de Wet WOZ en de aanslagregeling Onroerende-zaakbelastingen.

Het gaat om een openbare aanbestedingsprocedure overeenkomstig de Aanbestedingswet 2012, waarbij het zogenaamde II-B regime van toepassing is. Dit verlichte regime wordt uitgevoerd door een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure.

  • -

    Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving.

  • -

    Tot de aanbestedingsstukken behoren een Aanbestedingsdocument en een Nota van Inlichtingen. In het Aanbestedingsdocument staat in ‘Deel 1 Aanbestedingsleidraad’:

3.8 Samenwerkingsverbanden

Een rechtspersoon kan zich slechts één maal aanmelden als inschrijver: of zelfstandig of in combinatie. Het na selectie vormen van combinaties anders dan waarvoor aanmelding heeft plaatsgevonden is niet toegestaan en zal alsnog leiden tot uitsluiting.

Indien inschrijver niet zelfstandig de in dit aanbestedingsdocument gevraagde diensten kan of wenst te leveren, is het mogelijk om aan te melden in samenwerking met (een) andere onderneming(en). Aanmelden in samenwerking kan op twee manieren:

1. In combinatie

Inschrijven in combinatie met andere ondernemingen kan als een samenwerkingsverband waarbij elke deelnemer aan het samenwerkingsverband verklaart hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor de gestanddoening van de verplichtingen die voortvloeien uit de aanmelding en eventuele inschrijving alsmede de eventuele uitvoering van het contract. De combinatie dient gezamenlijk te voldoen aan de selectiecriteria. Een combinatie geldt als één inschrijver.

Indien er als combinatie wordt ingeschreven wordt aan de inschrijving toegevoegd:

Een verklaring van alle aan de combinatie deelnemende partijen waarin één partij wordt aangewezen als penvoerder voor de gehele combinatie.

Na inschrijving kan de combinatie niet meer van deelnemers/combinanten wisselen.

2. Als hoofdaannemer / onderaannemer

Het is toegestaan om te werken met onderaanneming. De inschrijver (hoofdaannemer) is en blijft hoofdelijk aansprakelijk voor het nakomen van de overeenkomst indien de aanbieding wordt geaccepteerd.’

In ‘Deel 3 Beoordelingsleidraad’ van het Aanbestedingsdocument staat onder meer:

3. Geschiktheideisen

(…)

3.3

Eisen technische- en beroepsbekwaamheid

->Ervaringseisen

De inschrijver (en ook de onderaannemer indien van toepassing) dient(en) een referentielijst in met hierin vermeld een referentie met betrekking tot de volgende kerncompetenties:

- de uitvoering van de Wet WOZ

- de aanslagregeling Onroerende-zaaksbelastingen

Omdat beide onderdelen dikwijls in de praktijk met elkaar verbonden zijn is het toegestaan één referentie in te dienen waar beide kerncompetenties gelden.

  • -

    TOG en Xcensus hebben tijdig op de aanbesteding ingeschreven.

  • -

    In totaal zijn door de gemeenten 5 inschrijvingen ontvangen.

  • -

    Eind juni 2013 hebben partijen een presentatie gehouden.

  • -

    Bij brief van 4 juli 2013 hebben de gemeenten TOG bericht dat de opdracht voorlopig is gegund aan Xcensus. Bij de brief is een proces-verbaal van gunning gevoegd. Xcensus en TOG zijn respectievelijk op de eerste en tweede plaats geëindigd met een gelijke totaalscore kwaliteit. Xcensus heeft met een lagere prijs ingeschreven als gevolg waarvan zij op de eerste plaats is geëindigd.

  • -

    Nadat de gemeenten de dagvaarding van TOG hadden ontvangen hebben zij Xcensus en TOG bij brief van 28 augustus 2013 uitgenodigd om (i) te zorgen voor de stukken genoemd in de Eigen Verklaring en (ii) een gesprek te hebben. De stukken zijn door de gemeenten bekeken en voor beide partijen akkoord bevonden. Tijdens het gesprek heeft TOG de kans gekregen haar stellingen verder toe te lichten en Xcensus de mogelijkheid gekregen om de stellingen van TOG gemotiveerd te betwisten. Zowel TOG als Xcensus hebben hiervan gebruik gemaakt en hun argumenten toegelicht. De gemeenten hebben geen aanleiding gezien de gunningsbeslissing aan te passen.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat in dit geval sprake is van een meervoudig onderhandse aanbesteding waarop de Aanbestedingswet 2012 (beperkt) van toepassing is. De algemene beginselen van aanbestedingsrecht zijn - vanzelfsprekend - onverkort van toepassing.

4.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de (enkele) stelling van TOG dat niet duidelijk is hoe en in hoeverre de gemeenten hebben getoetst aan de uitsluitingsgronden en minimumeisen, onvoldoende aannemelijk.

Door de gemeenten is gemotiveerd betwist dat sprake is van onduidelijkheid op dit punt. In het Aanbestedingsdocument ligt de wijze van beoordeling vast, aldus de gemeenten. De gemeenten hebben gesteld wel degelijk alle inschrijvingen te hebben getoetst aan het Aanbestedingsdocument. Dat een beoordeling heeft plaatsgevonden, blijkt volgens de gemeenten uit het proces-verbaal van gunning. Bovendien hebben de gemeenten de stukken van partijen als genoemd in de Eigen Verklaring getoetst en zijn partijen bij brief van 28 augustus 2013 uitgenodigd voor een gesprek om hun stellingen nader toe te lichten. Partijen hebben beiden een gesprek met de gemeenten gevoerd. Deze stellingen van de gemeenten zijn door TOG niet dan wel onvoldoende weersproken.

4.5.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op basis van het Aanbestedingsdocument niet vereist dat Xcensus als onderaannemer [onderaannemer] noemt in haar inschrijving. In Deel I onder 3.8. van het Aanbestedingsdocument staat duidelijk: ‘ Indien inschrijver niet zelfstandig de in dit aanbestedingsdocument gevraagde diensten kan of wenst te leveren, is het mogelijk om aan te melden in samenwerking met (een) andere onderneming(en). Daaronder staat welke samenwerkingsverbanden kunnen worden aangegaan; een Combinatie of een inschrijving als hoofdaannemer/onderaannemer. Vervolgens zijn de eisen opgenomen die aan de verschillende samenwerkingsverbanden worden gesteld. Vaststaat dat Xcensus heeft ingeschreven met de samenwerkingsvorm hoofdaannemer/onderaannemer. De eisen die worden gesteld aan een combinatie zijn dus niet op haar van toepassing. Onder de samenwerkingsvorm hoofdaannemer/onderaannemer is niet opgenomen dat alle in te schakelen onderaannemers op voorhand moeten worden vermeld. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver te begrijpen dat voor de samenwerkingsvorm hoofdaannemer/onderaannemer slechts die onderaannemers moeten worden vermeld in de inschrijving waarop zij een beroep doet om te voldoen aan de geschiktheidseisen. De stelling van TOG dat de inschrijving van Xcensus niet voldoet aan de daaraan in het Aanbestedingsdocument gestelde eisen omdat Xcensus ten onrechte [onderaannemer] niet als onderaannemer heeft vermeld in haar inschrijving, wordt verworpen.

4.6.

De voorzieningenrechter verwerpt de (enkele) stelling van TOG dat Xcensus niet kan beschikken over de ervaringseisen die in het Aanbestedingsdocument zijn genoemd omdat zij een nieuwe speler op de markt is. Deze stelling is door Xcensus en de gemeenten gemotiveerd betwist. Volgens Xcensus heeft zij ingeschreven met een onderaannemer en beschikt zij samen met deze onderaannemer over de ervaring als beschreven onder 3.3. van Deel III van het Aanbestedingsdocument. De gemeenten stellen dat zij hebben getoetst aan de geschiktheidseisen en dat is gebleken dat Xcensus samen met haar onderaannemer voldoet aan de geschiktheidseisen.

4.7.

Ten aanzien van de stelling van TOG dat onduidelijk is waarom Xcensus evenveel punten scoort op het kwaliteitscriterium 4 ‘Koppeling met systemen’ als TOG, overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

In het Aanbestedingsdocument is onder 1.13 van Deel II informatie opgenomen over - kort weergegeven - welke koppelingen minimaal moet worden gerealiseerd, welk uitgangspunt daarbij van toepassing is en aan welke eisen het WOZ-portaal dient te voldoen. De kwaliteitscriteria zijn in zekere mate ‘open’ gelaten. Bij een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure als de onderhavige moet bij de beoordeling van dergelijke open kwaliteitscriteria aan de gemeenten een zekere ruimte worden gelaten om te beoordelen of de koppelingen voldoen aan de in het Aanbestedingsdocument gestelde eisen.

TOG stelt dat onduidelijk is waarom Xcensus evenveel punten scoort op het onderdeel Koppelingen dan TOG zelf. Volgens TOG kan de score van Xcensus niet zo hoog zijn omdat Xcensus niet kan voldoen aan de eisen met betrekking tot de aansluiting op de Landelijke Voorziening WOZ binnen de wettelijke termijnen en de DigiD-aansluiting. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst TOG onder meer naar stukken waaruit volgens haar blijkt dat Centric later zal aansluiten op de Landelijke voorziening WOZ dan per 1 januari 2014 en naar een brief van de door Xcensus ingeschakelde onderaannemer waaruit volgens TOG blijkt dat deze per 1 januari 2014 gaat stoppen met de dienstverlening rondom het WOZ-loket woz.nl.

Xcensus heeft de stellingen van TOG gemotiveerd betwist. Xcensus stelt dat de software van Centric vanaf eind oktober 2013 gereed zal zijn om de vereiste koppeling op de Landelijke Voorziening WOZ te realiseren, daarvoor verwijst Xcensus naar de producties 9 en 14 van TOG waarin dit staat. Xcensus stelt dat zodra de Landelijke Voorziening WOZ gereed is voor aansluiting, zij direct zal zorgdragen voor aansluiting van de software op deze voorziening. Volgens Xcensus zal zij bij de uitvoering van de opdracht geen gebruik maken van de belastingtool van haar onderaannemer maar zal zij software van Centric gebruiken. Deze software van Centric bevat volgens Xcensus wel degelijk de vereiste DigiD-aansluiting. Nu dit onderdeel is beoordeeld door een beoordelingscommissie bestaande uit meer dan vijf deskundige beoordelaars heeft de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsgevonden, aldus Xcensus.

De gemeenten stellen de inschrijving van Xcensus te hebben getoetst aan de criteria. Volgens de gemeenten voldoet de dienstverlening van Xcensus aan alle door de gemeenten gestelde eisen, dus ook aan die met betrekking tot de aansluiting op de Landelijke voorziening.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door Xcensus en de gemeenten is de voorzieningenrechter van oordeel dat TOG onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aan Xcensus toegekende score onbegrijpelijk is. Eveneens onvoldoende aannemelijk is dat Xcensus niet een even hoge score als TOG op het onderdeel ‘koppelingen’ kan hebben behaald.

4.8.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat TOG onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van oneerlijke mededinging en strijd met het aanbestedingsrecht omdat Xcensus geen reële prijs heeft aangeboden. Nog afgezien van de vraag of artikel 2.116 Aanbestedingswet 2012 wel van toepassing is op de onderhavige aanbesteding zoals door TOG betoogd, is dit artikel niet geschreven ter bescherming van andere inschrijvers en is toepassing van deze bepaling een discretionaire bevoegdheid van de gemeenten. De stelling van TOG dat de prijs van Xcensus zou liggen onder de kostprijs, is door Xcensus gemotiveerd betwist. Xcensus heeft ter zitting aangevoerd dat zij een andere werkwijze hanteert als TOG met als gevolg dat zij een andere prijs kan aanbieden. De gemeenten hebben aangevoerd dat zij de prijsstelling en prijzen van Xcensus hebben getoetst en dat zij hebben geconcludeerd dat sprake is van een reële maar scherpe inschrijving. De gemeenten stellen voldoende voorzorgen te hebben genomen door het stellen van vragen en het krijgen van bevestigingen ten aanzien van de opgegeven prijzen en diensten van Xcensus. Volgens de gemeenten zijn er geen redenen om aan te nemen dat de inschrijving van Xcensus achteraf bezien verkeerd uitpakt voor de gemeenten.

4.9.

Dat sprake is van strijd met de beginselen van het aanbestedingsrecht is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gebleken, TOG heeft haar stellingen dienaangaande onvoldoende onderbouwd.

4.10.

Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt tot de conclusie dat de vorderingen van TOG worden afgewezen.

4.11.

De voorwaarde waaronder Xcensus haar vordering tegen de gemeenten heeft ingesteld is niet vervuld, zodat op die vordering niet behoeft te worden beslist.

4.12.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal TOG worden veroordeeld in de proceskosten van de gemeenten. Verder zal TOG veroordeeld worden in de kosten van Xcensus. Voor elk van hen worden de proceskosten begroot op € 589,- aan griffierecht en op € 816,- aan salaris advocaat, zijnde € 1.405,00 in totaal.

4.12.

De gevorderde veroordelingen in de nakosten zijn in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de hoofdzaak

5.1.

wijst de vorderingen van TOG af,

5.2.

veroordeelt TOG in de proceskosten, aan de zijde van de gemeenten tot op heden begroot op € 1.405,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt TOG in de na dit vonnis ontstane kosten van de gemeenten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat TOG niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart bovenstaande kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

in de tussenkomst

5.5.

veroordeelt TOG in de proceskosten, aan de zijde van Xcensus tot op heden begroot op € 1.405,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt TOG in de na dit vonnis ontstane kosten van Xcensus, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat TOG niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7.

verklaart bovenstaande kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.