Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7741

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
2317063_E16102013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing vereffening nalatenschap. Publicatie in Staatscourant en twee nieuwsbladen in verband met de hoge kosten niet voorgeschreven. Bekendmaking op internet geeft even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid iedere belanghebbende te informeren omtrent nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 2317063 OV VERZ 13-4237

beschikking d.d. 16 oktober 2013 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

[verzoeker], wonende te [adres],

mede-erfgenaam in de nalatenschap van:

[erflater],

laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats erflater],

overleden te [Duitsland in 2011],

nader te noemen “erflater”.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de op 7 augustus 2013 gewezen beschikking onder nummer [2....enz.];

  • -

    het op 27 augustus 2013 ter griffie ontvangen verzoekschrift.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1

Verzoeker, mede-erfgenaam van erflater, is medevereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater en verzoekt de kantonrechter een bevel te geven tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap als bedoeld in artikel 4:209 BW. Verzoeker geeft een toelichting op de vermogensbeschrijving die reeds is overgelegd, bij het verzoek waarop bovengenoemde beschikking is gewezen.

2.2

In bovengenoemde beschikking is het daaraan ten grondslag gelegde verzoek afgewezen, omdat uit de boedelbeschrijving bleek dat de nalatenschap baten bevatte ad € 65.000,00. Dit bedrag is volgens de thans gegeven toelichting van verzoeker ten gunste gekomen van één van de schuldeisers van de nalatenschap, nl. de ABN-AMRO bank, in wiens opdracht een schip van erflater voor genoemd bedrag openbaar is verkocht. Verdere baten zijn niet (meer) aanwezig. Het voortzetten van de vereffeningsprocedure is derhalve doelloos geworden.

2.3

De kantonrechter ziet geen aanleiding de vereffenaars nog te horen en zal als gevolg van het vorenstaande het onderhavige verzoek thans toewijzen en aldus de opheffing van de vereffening van de nalatenschap bevelen.

2.4

De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er geen baten (meer) zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoekster zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

2.5

De vereffeningskosten worden vastgesteld op nihil.

4 De beslissing

De kantonrechter:

beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;

stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op NIHIL.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.J.H. Goossens, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 oktober 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.