Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7622

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21-10-2013
Datum publicatie
22-10-2013
Zaaknummer
STR-13_700212
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:191, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

geweldsdelict en meerdere vermogensdelicten; strafmaat

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 02/700212-13, 02/688184-13, 02/688309-13, 12/715374-12 en
12/733110-11 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 oktober 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd, Torentijdweg 1, 4337 PE Middelburg,

ter terechtzitting verschenen,

raadsman mr. Grootjans, advocaat te Middelburg,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 oktober 2013, waarbij de officier van justitie mr. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd en is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

parketnummer 02/700212-13

1.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een

woning staat,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid

diesel (autobrandstof), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het die [slachtoffer]

tonen van een mes en/of het houden van/wijzen met dat/een mes in de richting

van die [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal maken van (een)

stekende beweging(en) met dat/een mes in de richting van die [slachtoffer];

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele, gedurende

de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid diesel

(autobrandstof), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

zich met een jerrycan en/of één of meer slang(en) naar het voertuig van die

[slachtoffer] heeft begeven en/of de tankdop van dat voertuig heeft

losgedraaid/opengemaakt, en/of een hoeveelheid diesel (autobrandstof) uit de

brandstoftank van dat voertuig heeft overgeheveld in een jerrycan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het die [slachtoffer] tonen van

een mes en/of het houden van/wijzen met een/dat mes in de richting van die [slachtoffer]

en/of het meermalen, althans eenmaal maken van (een) stekende

beweging(en) met dat/een mes in de richting van die [slachtoffer];

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]

, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

meermalen, althans eenmaal met een mes (van zeer korte afstand) (een) stekende

beweging(en) in de richting van (het lichaam/de romp) van die [slachtoffer]

heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

een Buck Nighthawk mes (een zogenaamd combat knive), zijnde een voorwerp als

bedoeld in de categorie IV van de Wet wapens en munitie, heeft gedragen;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 27 lid 1 Wet wapens en munitie

parketnummer 02/688184-13

1.

hij op enig(e) tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 10 februari 2012

tot en met 13 februari 2012 te Nisse, gemeente Borsele, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen (kenteken

[kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking (van een veiligheidsslot);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode 10 februari

2012 tot en met 27 november 2012 te Nisse, gemeente Borsele en/of te

Vlissingen, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (kenteken [kenteken])

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen

wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op enig(e) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 november 2012

tot en met 22 november 2012 te [woonplaats 2], gemeente Borsele, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Calvijn College, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21

november 2012 tot en met 27 november 2012 te [woonplaats 2], gemeente Borsele

en/of te Vlissingen, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (met

aangelaste neuswielklem) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die aanhangwagen wist dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

hij op enig(e) tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 23 november 2012

tot en met 25 november 2012 te Zoutelande, gemeente Veere, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

(van een stalen ketting met slot);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 23

november 2012 tot en met 27 november 2012 te Zoutelande, gemeente Veere en/of

te Vlissingen, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (Albe Berndes Ty)

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen

wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 24 november 2012 te [woonplaats 3], gemeente Borsele, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen (enkelasser),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 24

november 2012 tot en met 27 november 2012 te [woonplaats 3], gemeente Borsele en/of

te Vlissingen, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (enkelasser met

bruine schotten/achterlichten op witte triplexplaatjes) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die aanhangwagen wist dat het (een)

door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 19

november 2012 tot en met 22 november 2012 te Borssele, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 19

november 2012 tot en met 27 november 2012 te Borssele, gemeente Borsele en/of

te Vlissingen, in elk geval in Nederland, een aanhangwagen (met deuk in

spatbord) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

aanhangwagen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 10

februari 2012 tot en met 30 november 2012, te Sint Annaland, gemeente Tholen

en/of te s'Heerenhoek en/of te Vlissingen, althans in Nederland, (telkens) een

voorwerp, te weten een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) (contant) geld, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van een voorwerp, te weten een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) (contant) geld,

(telkens) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

parketnummer 02/688309-13

hij op of omstreeks 07 maart 2013 te Tholen, [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] de woorden toegevoegd : "Als je niet

zorgt dat het geld vandaag op mijn rekening staat, dan kom ik vannacht de boel

hier in de fik steken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en/of (vervolgens) opzettelijk dreigend een (groot) mes/dolk gepakt

en/of aan die [slachtoffer 6] en/of aan die [slachtoffer 7] getoond en/of dat/die mes/dolk

boven zijn hoofd geheven en/of (daarbij) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 6] en/of

die [slachtoffer 7] de woorden toegevoegd: "Ik laat me door niets of niemand

tegenhouden";

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 12/715374-12

1.

hij op of omstreeks 25 augustus 2012 te Sint Philipsland, in de gemeente

Tholen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote)

hoeveelheid diesel (ongeveer 350 liter), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 25 augustus 2012 te Sint Philipsland, in de gemeente

Tholen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (grote) hoeveelheid diesel

(ongeveer 350 liter), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), de tankdop van een vrachtwagen heeft/hebben

geforceerd, in elk geval de tank van een vrachtwagen heeft/hebben geopend

en/of vervolgens (met behulp van een geprepareerde slang) de diesel uit de

tank van die vrachtwagen heeft/hebben gehaald en/of (vervolgens) in een of

meerdere jerrycans heeft/hebben gedaan en/of die met diesel gevulde jerrycans

in een door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) gebruikte auto (Opel Combo)

heeft/hebben geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2. ( parketnummer 12/705355-12)

hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 januari 2012 te Borssele, in elk

geval in de gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3.(parketnummer 12/705355-12)

hij op of omstreeks 03 februari 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een container heeft

weggenomen een hoeveelheid houten latten en/of een bezem, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte] op of omstreeks 3 februari 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente

Borsele,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een container heeft

weggenomen een hoeveelheid houten latten en/of een bezem, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of aan verdachte, waarbij

die [medeverdachte] zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door een slot van die container te forceren;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 3 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 3 februari 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

opzettelijk en wederrechtelijk (een slot van) een container, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.(parketnummer 12/705355-12)

hij op of omstreeks 10 april 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kliko met koper

en/of een kachel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 10 april 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en wederrechtelijk een kliko (met koper) en/of een kachel, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggemaakt

door die kliko (met koper) en/of die kachel weg te halen bij de woning van

die [slachtoffer 11] en/of weg te gooien en/of achter te laten in de polder langs de

Zeedijk bij [woonplaats 1];

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 4 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 10 april 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

nadat er in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 4 april 2012

te 's-Heerenhoek, het misdrijf was gepleegd van diefstal (in vereniging en/of

met braak en/of verbreking) van koper, althans nadat er enig misdrijf was

gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of

vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerpen

waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf

heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van

de ambtenaren van de justitie of politie onttrokken, immers heeft verdachte

een kliko met daarin (een deel van) dat weggenomen koper weggehaald bij de

woning van één van de verdachten van de diefstal van dat koper en/of

weggegooid in de polder langs de zeedijk bij [woonplaats 1];

art 189 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Parketnummer 02/700212-13

4.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een voltooide diefstal met geweld, zoals onder feit 1 aan hem is ten laste gelegd. Hij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer], de verklaringen van [getuige] en de vader van [slachtoffer], en het proces-verbaal van bevindingen. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij diesel heeft weggenomen uit de tank van [slachtoffer]. Verdachte had al diesel vanuit de tank in zijn jerrycan gedaan, waarmee deze uit de feitelijke heerschappij van aangever was gebracht. Het door hem gebruikte geweld, het trekken van een mes en het daarmee steken in de richting van het lichaam van [slachtoffer], stond in het teken van wegkomen. De officier van justitie is van mening dat verdachte geen beroep op noodweer(exces) toekomt. Dat er jegens hem geweld is gebruikt door aangever is een beroepsrisico als men uit stelen gaat.

Ook feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen, gelet op hetgeen hij ten aanzien van feit 1 heeft aangevoerd. Tot slot acht hij ook feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

4.1.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de diefstal van diesel met geweld aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman doet ten aanzien van de poging zware mishandeling een beroep op noodweer dan wel noodweerexces. Verdachte is aangevallen door aangever en vervolgens heeft hij met een mes stekende bewegingen gemaakt in de richting van aangever in het kader van de noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lijf van verdachte zelf.

4.1.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 23 juni 2013 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van diefstal van brandstof uit zijn vrachtauto die in de nabije omgeving van zijn woning te [woonplaats 1] stond geparkeerd, en poging tot doodslag. Hij heeft verklaard dat hij een bewegingssensor heeft gemonteerd op de tankdop van zijn vrachtauto, zodat er een alarm afgaat op het moment dat er iemand aan de tankdop zit. Op 23 juni 2013 omstreeks 02:03 uur ging het alarm af. Aangever heeft zijn vader en een boer in de buurt gebeld en is gewapend met een gordijnroede naar buiten gelopen. Hij zag in de boomgaard een voor hem onbekend voertuig staan. Hij zag een persoon met een jerrycan naar de auto lopen.2 Op het moment dat verdachte hem zag aankomen zag aangever dat verdachte een pakkende beweging maakte naar zijn riem. Omdat aangever dacht dat verdachte een wapen pakte sloeg hij verdachte met de gordijnroede, waardoor verdachte op de grond viel. Op het moment dat verdachte op de grond lag zag aangever dat hij een mes in zijn handen had. Aangever heeft het mes vastgepakt en vervolgens is er een worsteling ontstaan waarbij verdachte het mes met kracht in de richting van de zij van aangever heeft bewogen.3

[getuige] heeft verklaard dat hij, nadat hij door [slachtoffer] was gebeld, direct naar hem toe is gereden. Hij zag dat een voor hem onbekende man stekende bewegingen maakte in de richting van [slachtoffer] en dat deze het mes van deze man wilde afpakken.4

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij heeft geprobeerd diesel weg te nemen uit de vrachtauto van [slachtoffer]. Hij ontkent echter dat hij met een mes stekende bewegingen in de richting van hem heeft gemaakt. Verdachte werd tijdens het wegnemen van de diesel betrapt door [slachtoffer], die hem gelijk met een voorwerp een klap op zijn rechterschouder gaf. Als gevolg van deze klap, waarbij een zenuw in zijn arm is geraakt, kon hij zijn arm bijna niet meer bewegen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij door deze klap op de grond is gevallen en vervolgens is mishandeld door [slachtoffer]. Op dat moment bemerkte hij dat hij aan zijn riem een foedraal met daarin een mes had hangen. Hij heeft dit mes met moeite kunnen pakken, maar hij kon er geen stekende bewegingen mee maken, omdat hij zijn rechterarm als gevolg van de klap bijna niet kon bewegen. Er is een worsteling ontstaan tussen hem en [slachtoffer], en daardoor is het mes heen en weer gegaan.5

De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is of sprake is van een voltooide diefstal dan wel een poging tot diefstal, zoals door de verdediging is gesteld.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad laat een diefstal weinig ruimte voor een pogingfase. Als criterium voor de voltooide wegneming geldt dat het goed voldoende aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende is onttrokken. Gelet op de heersende jurisprudentie op dit punt is de rechtbank van oordeel dat in dit geval, waarbij de uit de tank van de vrachtauto weggenomen diesel in jerrycans is aangetroffen bij de auto van verdachte, sprake is geweest van een zodanige heerschappij over die goederen dat de diefstal als voltooid dient te worden aangemerkt.

Met betrekking tot het door verdachte jegens aangever gebruikte geweld overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat de gedragingen van verdachte - te weten het in de avonduren plegen van een diefstal van brandstof - voor aangever als eigenaar van die brandstof voldoende reden was om beschermend dan wel verdedigend op te treden ten behoeve van zijn eigendom. Aangever stond derhalve in zijn recht om, nadat hij was gealarmeerd dat er iemand aan de tankdop van zijn vrachtauto zat, op onderzoek uit te gaan. Hij heeft daarbij verdachte overlopen. Geconfronteerd met verdachte, die met een mes in zijn hand een dreigende houding jegens hem aannam, mocht hij met een gordijnroede slaan. De verklaring van verdachte dat hij het mes pas heeft gepakt op het moment dat hij was geslagen door aangever en hij op de grond lag komt de rechtbank niet geloofwaardig voor. Immers, verdachte heeft verklaard dat hij zijn rechterarm bijna niet meer kon bewegen als gevolg van de klap, waardoor het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk is dat verdachte, terwijl hij naar eigen zeggen op de grond ligt en verwikkeld is in een worsteling met aangever, in staat is om met diezelfde gekwetste arm het mes uit de aan zijn zij hangende foedraal te pakken. Bovendien wordt dit niet ondersteund door de verklaring van aangever en heeft [getuige] gezien dat verdachte stekende bewegingen maakte in de richting van [slachtoffer], hetgeen volgens verdachte niet meer mogelijk was nadat hij was geslagen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte stekende bewegingen met een mes heeft gemaakt in de richting van het lichaam van [slachtoffer], zoals onder 1 primair en 2 aan hem is ten laste gelegd, in die zin dat sprake is van een eendaadse samenloop. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van de diefstal van diesel, gevolgd door geweld en bedreiging met geweld, en een poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat in de bovenomschreven situatie voor verdachte een dusdanige situatie bestond dat verdedigend handelen door verdachte was geboden. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op noodweer dan wel noodweerexces.

Feit 3

Op 23 juni 2013 is door de politie een zwart mes van het merk Buck in beslag genomen, dat door verdachte zou zijn gebruikt tegen [slachtoffer].6

Het door verdachte gebruikte mes is onderzocht. Het betreft een Buck Nighthawk, zijnde een zogenaamd combat knive met een totale lengte van 28,5 centimeter. Dit voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie IV onder I van de Wet wapens en munitie.7

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het in beslag genomen mes zijn eigendom is.8

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de onder feit 3 ten laste gelegde overtreding wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Parketnummer 02/688184-13

4.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder feit 1 tot en met 5 ten laste gelegde diefstallen van aanhangwagens in die zin dat hij de feiten 1 en 3 tezamen en in vereniging met [medeverdachte] heeft gepleegd en de overige feiten alleen. Hij baseert zich daarbij op de aangiftes en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] dat de vijf bij [getuige 2] aangetroffen aanhangwagens zijn gestolen door hem en verdachte dan wel door verdachte alleen. Verdachte ontkent dit en stelt alleen aan de aanhangwagens te hebben geknutseld. De officier van justitie is van mening dat de verklaring van verdachte kennelijk leugenachtig is. Hij voert daartoe aan dat de vriendin van [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte regelmatig de auto van [medeverdachte] leende en dat dit ook het geval was in de nacht dat de aanhangwagen van het Calvijn College werd gestolen. Dit wordt ook bevestigd door de vriendin van verdachte. Geheel subsidiair - mocht de rechtbank wel waarde hechten aan de verklaring van verdachte - is hij van mening dat opzetheling ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Nu verdachte wist dat één of meer aanhangwagens gestolen waren en hij geld heeft aangenomen afkomstig van de verkoop van deze gestolen dan wel geheelde goederen acht de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 6 ten laste gelegde witwassen.

4.2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, aangezien er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de vijf aanhangwagens heeft gestolen, of dat hij ten tijde van het verwerven, voorhanden hebben en/of overdragen wist dat het door misdrijf verkregen aanhangwagens betroffen. Zij verzoekt dan ook verdachte integraal vrij te spreken. De verdediging voert daartoe aan dat alleen [medeverdachte] verklaart dat verdachte de aanhangwagens samen met hem dan wel alleen heeft gestolen. De verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] zijn echter ongeloofwaardig, onbetrouwbaar en tegenstrijdig. Verdachte ontkent ten stelligste. [medeverdachte] heeft hem verteld dat hij de aanhangwagens in België kocht, zoals [medeverdachte] ook zelf in zijn eerste verhoor bij de politie heeft verklaard. Verdachte heeft de aanhangwagens slechts helpen opknappen.

Ook voor wat betreft het onder 6 ten laste gelegde witwassen is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft wel contant geld gekregen voor zijn werkzaamheden, maar niet staat vast dat het zwart geld is. De aangifte inkomstenbelasting loopt immers nog.

4.2.3

Het oordeel van de rechtbank 9

In de nacht van 21 op 22 november 2012 werd in [woonplaats 2] een aanhangwagen gestolen. Door de aangever van deze diefstal werd bij de politie gemeld dat deze aanhangwagen vanaf 27 november 2012 op het internet (“prikbord” van Zeelandnet) te koop werd aangeboden, door [getuige 2] te Vlissingen. Verbalisanten zijn ter plaatse gegaan. [getuige 2] verklaarde dat hij deze en nog vier aanhangwagens van twee jongens had gekocht die op dat moment op zijn terrein aanwezig waren. In het kantoor van [getuige 2] werden vervolgens verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen.10

[getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat hij op 16 of 17 november 2012 werd gebeld door [medeverdachte]. Hij had twee aanhangwagens te koop. Een dag later was [medeverdachte], samen met de andere jongen die op zijn bedrijf is aangehouden, met nog een aanhanger bij hem op het terrein. [medeverdachte] heeft deze aanhangwagens samen met een andere jongen opgeknapt en vervolgens aan [getuige 2] verkocht. Op 26 november 2012 kwamen zij weer met twee aanhangwagens. Ook deze heeft [getuige 2] gekocht. [medeverdachte] was altijd samen met de jongen die ook is aangehouden.11

Geloofwaardigheid verklaring [medeverdachte]

heeft verklaard dat hij samen met verdachte vier aanhangwagens aan [getuige 2] heeft verkocht en dat zij één aanhangwagen nog aan het opknappen waren.12 De aanhangwagens waren allemaal door hem samen met verdachte dan wel door verdachte alleen weggenomen.13 heeft verklaard schoon schip te willen maken en belast in zijn verklaringen met name zichzelf. De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte] niet het doel heeft zichzelf ten koste van anderen vrij te pleiten. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank onaannemelijk dat [medeverdachte] een belastende verklaring ten aanzien van verdachte zou afleggen terwijl deze niet bij de feiten betrokken is. Daar komt bij dat tegenover de verklaring van [medeverdachte] slechts de verklaring van verdachte staat, die ten stelligste ontkent betrokken te zijn geweest bij de diefstallen. De verklaring van verdachte is echter op punten aantoonbaar onjuist. Zo heeft verdachte verklaard dat hij nooit de personenauto van [medeverdachte] leende, terwijl zowel de vriendin van [medeverdachte] als ook de vriendin van verdachte zelf tegenover de politie heeft verklaard dat verdachte de auto van [medeverdachte] met enige regelmaat leende.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] geloofwaardig en betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs.

Feit 1

Op 13 februari 2012 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen. Aangever heeft verklaard dat hij zijn aanhangwagen, voorzien van een witte kentekenplaat met kenteken [kenteken], op 10 februari 2012 omstreeks 17:00 uur heeft geparkeerd op de parkeerstrook voor zijn woning te Nisse en dat hij deze heeft afgesloten door middel van een veiligheidsslot. Hij bemerkte op 13 februari 2012 omstreeks 11:00 uur dat zijn aanhangwagen weg was.14

Op 30 november 2012 is bij [getuige 2] te Vlissingen een bruine aanhangwagen aangetroffen en in beslag genomen.15 [slachtoffer 2] herkende deze aanhangwagen als zijnde zijn eigendom.16

[medeverdachte] heeft bij de politie - nadat aan hem een foto van de betreffende aanhangwagen was getoond - verklaard dat hij deze herkende als zijnde een aanhangwagen die hij samen met verdachte heeft gestolen.17

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vorenstaande het onder feit 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden in die zin dat verdachte samen met [medeverdachte] de aanhangwagen heeft weggenomen.

Feit 2

[slachtoffer 12] heeft op 29 november 2012 namens het Calvijn College aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen. Het betrof een zogenaamde kiepkar waarvan het kiepmechanisme was vastgezet. Deze aanhangwagen was op 21 november 2012 zonder slot vastgekoppeld aan zijn personenauto en stond in een parkeervak te [woonplaats 2]. Op 22 november 2012 omstreeks 07:15 uur zag hij dat de aanhangwagen niet meer aan zijn personenauto gekoppeld was. [slachtoffer 12] heeft op 29 november 2012 op “prikbord” een advertentie zien staan waarin de aanhangwagen te koop werd aangeboden. Een collega is gaan kijken en wist 100 % zeker dat dit de aanhangwagen van het Calvijn College betrof. Dit zag hij aan de door hen zelf aangelaste neuswielklem.18

Op 30 november 2012 is bij [getuige 2] te Vlissingen voornoemde aanhangwagen aangetroffen en in beslag genomen.19

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat verdachte met een aanhangwagen, een zogenaamd kiepertje, kwam aanzetten.20

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de onder feit 2 primair gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen kan worden in die zin dat verdachte deze diefstal alleen heeft gepleegd.


Feit 3
[slachtoffer 3] heeft op 27 november 2012 aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen. Aangeefster heeft verklaard dat de op slot staande aanhangwagen tussen 23 november 2012 16:30 uur en 25 november 2012 09:30 uur is weggenomen van een terrein te Zoutelande.21 De aanhangwagen was van het merk Albe Berndes Ty.22

Op 30 november 2012 is bij [getuige 2] te Vlissingen een aanhangwagen van het merk Albe Berndes Ty in beslag genomen.23 De heer [getuige 3] (de rechtbank begrijpt dat dit de echtgenoot van [slachtoffer 3] is) heeft deze aanhangwagen herkend als zijn aanhangwagen. Hij heeft verklaard dat de aanhangwagen met een touw en een stalen ketting met slot aan een boom op een parkeerplaats stond geparkeerd.24

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard - nadat aan hem een foto van voornoemde aanhangwagen is getoond - dat hij deze samen met verdachte heeft gestolen en heeft verkocht aan [getuige 2].25

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de onder 3 ten laste gelegde diefstal van een aanhangwagen wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht in die zin dat verdachte dit feit samen met [medeverdachte] heeft gepleegd.

Feit 4

[slachtoffer 4] heeft op 1 februari 2013 aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen. Dit betrof een enkel-asser met bruin houten schotten en gegalvaniseerd staal. De achterlichten waren gemonteerd op witte triplexplaatjes. Aangever heeft zijn aanhangwagen op 24 november 2012 omstreeks 15:00 uur op een openbare parkeerplaats voor zijn woning in [woonplaats 3] gezet. Op 25 november 2012 omstreeks 10:00 uur zag hij dat de aanhangwagen weg was. Aangever heeft zijn aanhangwagen op de website van de politie herkend.26

Op 30 november 2012 is bij [getuige 2] te Vlissingen een aanhangwagen met bruine schotten maar zonder spatborden aangetroffen en in beslag genomen.27 Op foto’s van de inbeslaggenomen aanhangwagen is te zien dat de achterlichten op witte plaatjes zijn gemonteerd.28

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat verdachte zijn auto een keer heeft geleend en dat hij vervolgens met voornoemde aanhangwagen kwam aanzetten en dat verdachte deze aanhangwagen alleen heeft gestolen.29

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de onder 4 primair ten laste gelegde diefstal van een aanhangwagen wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht in die zin dat verdachte dit feit alleen heeft gepleegd.

Feit 5
Op 2 februari 2013 heeft [slachtoffer 5] - naar aanleiding van een melding op internet dat er van diefstal afkomstige aanhangwagens waren aangetroffen - aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen uit zijn achtertuin te Borssele tussen 19 november 2012 en 22 november 2012. 30

Op 30 november 2012 is bij [getuige 2] te Vlissingen een aanhangwagen zonder zijschot en spatborden aangetroffen en in beslag genomen.31 Aangever heeft deze aanhangwagen herkend als zijnde de aanhangwagen die bij hem is weggenomen.32

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat verdachte zijn auto een keer een nacht heeft geleend en dat hij vervolgens met voornoemde aanhangwagen kwam aanzetten en dat verdachte deze aanhangwagen alleen heeft gestolen in Borssele.33

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de onder 5 primair ten laste gelegde diefstal van een aanhangwagen wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht in die zin dat verdachte dit feit alleen heeft gepleegd.

Feit 6
[medeverdachte] is op 30 november 2012 aangehouden ter zake van diefstal van aanhangwagens. Hij heeft verklaard dat hij samen met verdachte twee aanhangwagens heeft gestolen en dat verdachte ook nog drie aanhangwagens alleen heeft gestolen. Zij hebben vier van deze aanhangwagens opgeknapt en vervolgens verkocht aan [getuige 2]. De opbrengst heeft hij gedeeld met verdachte.34 [getuige 2] heeft verklaard dat hij [medeverdachte] één keer € 800,00 heeft betaald voor twee aanhangwagens en één keer € 780,00.35

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte geldbedragen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen terwijl hij wist dat dat deze geldbedragen afkomstig waren uit enig misdrijf. Het onder 6 ten laste gelegde kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden.

4.3

Parketnummer 02/688309-13

4.3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht dit feit wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], en de verklaring van [getuige 4]. Verdachte heeft verklaard dat hij vol emoties zat, en dat hij [slachtoffer 6] wilde dwingen zijn - volgens hem onterecht overgemaakt geld -terug te storten.

4.3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is primair van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte vrij te spreken. Subsidiair merkt zij op dat verdachte vol emoties zat. Er heeft een verhitte discussie plaatsgevonden tussen [slachtoffer 7] en verdachte. Verdachte heeft een en ander gezegd, maar dit waren onbeheerste uitingen van woede en kunnen volgens de verdediging niet worden gekwalificeerd als bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Zij verwijst daarbij naar jurisprudentie.

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank 36

Op 7 maart 2013 is verdachte naar het kantoor van [slachtoffer 6], de bewindvoerder van zijn vriendin, gereden. Verdachte had daarvoor eerst telefonisch contact gehad met het kantoor van [slachtoffer 6]. Verdachte wilde dat [slachtoffer 6] een in zijn ogen ten onrechte van zijn rekening afgeschreven periodieke overboeking terug zou storten.37

Aangeefster [slachtoffer 6] heeft verklaard dat verdachte op 7 maart 2013 omstreeks 10:00 uur de parkeerplaats van haar kantoor op kwam rijden, uit zijn auto sprong en gelijk een dreigende houding aan nam. Hij begon te schreeuwen en op de ramen te bonzen. Toen haar man zei dat verdachte weg moest gaan hoorde zij, hoewel zij op dat moment 112 probeerde te bellen, verdachte zeggen ‘als je niet zorgt dat het geld vandaag op mijn rekening staat dan kom ik vannacht de boel hier in de fik steken’. Zij heeft later ook van haar man gehoord dat verdachte dit tegen hem heeft gezegd. Vervolgens zag aangeefster dat verdachte naar zijn auto liep en daaruit een groot mes van ongeveer 30 centimeter pakte en dit boven zijn hoofd hief en daarbij zei ‘ik laat me door niets of niemand tegen houden’.38

De echtgenoot van [slachtoffer 6], [slachtoffer 7], heeft verklaard dat hij zag dat er omstreeks 10:00 uur een auto de oprit kwam oprijden. Verdachte stapte uit, liep naar het kantoor en bonsde keihard op de ramen en schreeuwde. [slachtoffer 7] heeft de deur geopend en hoorde verdachte roepen ‘als het geld niet op mijn rekening komt dan kom ik terug en verbouw ik het hele kot. Ik steek alles in de fik’. Vervolgens liep verdachte naar zijn auto, dook erin en trok gelijk een mes van ongeveer 30 centimeter, een soort dolk, en riep ‘ik laat mij door niemand tegenhouden’.39

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij naar het kantoor van [slachtoffer 6] is gereden om zijn geld terug te halen, maar stelt zich op het standpunt dat hij hen niet heeft bedreigd met brandstichting of met een mes. Hij was emotioneel. Hij heeft gezegd dat hij niet eerder weg zou gaan dan dat hij zijn geld had, hetgeen hij uiteindelijk wel heeft gedaan. Toen [slachtoffer 7], naar zeggen van verdachte, zijn hond tegen hem opjutte, heeft hij gezegd ‘als je hem los laat, dan draai ik hem zijn nek om’ en ‘ik verbouw hier de boel’.40 [slachtoffer 7] ontkent dat hij de hond, die naast hem stond, tegen verdachte heeft opgezet. [slachtoffer 6] was op dat moment niet aanwezig, aldus verdachte, althans hij heeft haar niet gezien. Dit werd ook door [slachtoffer 7] bevestigd. Verder heeft verdachte verklaard dat hij altijd een mes in de auto heeft liggen, maar dat hij dit - voordat hij naar [slachtoffer 6] ging - uit de auto heeft gehaald en in zijn woning heeft gelegd.41

Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op 7 maart 2013 voorafgaand aan zijn bezoek aan het kantoor van [slachtoffer 6] verschillende keren telefonisch contact heeft gehad met een medewerkster van het kantoor, omdat hij zijn geld terug wilde. Dit wordt ook bevestigd door [getuige 4].42 Verdachte is vervolgens naar het kantoor gereden en heeft op de ramen gebonsd en van alles geroepen. Hij nam daarbij een dreigende houding aan. Hij heeft [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] bedreigd met brandstichting. Dat [slachtoffer 7] zou hebben gezegd dat [slachtoffer 6] niet aanwezig was en dat verdachte haar ook niet heeft gezien doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Immers, [slachtoffer 6] heeft verklaard dat zij in het kantoor aanwezig was en verdachte deze woorden heeft horen roepen. De bedreiging van verdachte heeft dus ook [slachtoffer 6] rechtstreeks bereikt.

De rechtbank acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een mes uit zijn auto heeft gepakt en dit dreigend aan [slachtoffer 7] heeft laten zien en hem daarbij de woorden heeft toegevoegd ‘ik laat mij door niets of niemand tegenhouden’. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] op dit punt. [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben het mes (gedetailleerd) beschreven en deze beschrijving komt overeen met het mes dat onder verdachte in beslag is genomen in de zaak met parketnummer 02/700212-13. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij voor zijn vertrek het mes uit de auto heeft gelegd, maar dit wordt niet ondersteund. Bovendien verklaren zowel verdachte als ook zijn vriendin dat het mes altijd in de auto van verdachte lag.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de woorden van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft bedreigd met brandstichting en een mes, zoals hieronder bewezen verklaard.

4.4

Parketnummer 12/715374-12

4.4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 primair ten laste gelegde diefstal van diesel. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van Weteringh en de bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie is van mening dat er sprake is van een voltooide diefstal met braak in vereniging, nu verdachte het oogmerk had op het wegnemen van diesel en er ook daadwerkelijk diesel is weggenomen. Verdachte en de mededader hadden, zij het slechts korte tijd, de feitelijke heerschappij over de brandstof.

Ook feit 2 acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, het feit dat de aanhangwagen is aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte], dat de aanhangwagen is herkend door de aangever als zijnde zijn eigendom, en de verklaring van [medeverdachte] dat hij deze aanhangwagen samen met verdachte heeft gestolen. Bovendien verklaart verdachte dat hij samen met [medeverdachte] diens aanhangwagen, waarvan hij wist dat hij gestolen was, heeft opgehaald op de Baandijk in Driewegen.

De officier van justitie acht bij feit 3 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] een container heeft opengebroken en daaruit een aantal latjes en een bezem heeft weggenomen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van verdachte dat hij een weddenschap had met [medeverdachte] en daarom het slot van de container heeft opengeslepen en de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte de container heeft opengebroken en dat hij zelf vervolgens een paar latjes en een bezem uit de container heeft weggenomen. Dat verdachte alleen het slot wilde open breken en geen goederen wilde wegnemen is niet relevant, nu hij niet heeft belet dat [medeverdachte] goederen heeft weggenomen.

De officier van justitie is primair van mening dat de onder 4 primair ten laste gelegde diefstal in vereniging van een kliko en kachel wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van [medeverdachte] dat hij samen met [verdachte] de kliko en kachel heeft weggegooid en de verklaring van verdachte dat hij die dag met een aanhangwagen een kachel heeft weggebracht met [medeverdachte].

Geheel subsidiair is de officier van justitie van mening dat het feit gekwalificeerd kan worden als het wegmaken van bewijsmateriaal.

4.4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1 primair ten laste gelegde. Zij wijst daarbij op het feit dat verdachte weliswaar samen met een ander diesel in jerrycans heeft gedaan, maar dat zij halsoverkop zijn vertrokken zonder medeneming van de jerrycans omdat zij werden betrapt. Verdachte had nog onvoldoende heerschappij over de diesel verworven. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, de poging diefstal van diesel, hetgeen door verdachte wordt erkend, refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging bepleit verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor handen is. Naast de aangifte is er enkel de verklaring van [medeverdachte] dat hij deze aanhangwagen samen met verdachte heeft gestolen. Verdachte ontkent deze aanhangwagen te hebben gestolen.

De verdediging is van mening dat het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden en verzoekt verdachte daarvan vrij te spreken. Verdachte heeft weliswaar het slot van de container open gemaakt, maar hij had niet de opzet goederen uit de container weg te nemen en wist ook niet dat [medeverdachte] dit van plan was. Ook voor medeplichtigheid is dit een vereiste. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ook feit 4 kan naar de mening van de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen worden. Er is alleen een aangifte en de verklaring van [medeverdachte] dat iemand zijn karretje bij aangever heeft opgehaald. Verdachte ontkent bij dit feit betrokken te zijn geweest.

4.4.3

Het oordeel van de rechtbank 43

Feit 1

Op 25 augustus 2012 omstreeks 03:37 uur komt bij de politie de melding binnen dat twee mannen brandstof aan het stelen zijn uit de tanks van vrachtauto’s. 44 Verbalisanten treffen ter plaatse een witte Opel Combo aan waarin diverse jerrycans staan en gele slangen liggen. Achter het busje staan diverse jerrycans gevuld met diesel. Onder de Opel Combo ligt een grote plas diesel.45 De daders worden niet aangetroffen. Uit onderzoek is gebleken dat negen jerrycans waren gevuld met 25 liter diesel en één jerrycan was gevuld met ongeveer 15 liter diesel.46

[slachtoffer 8] heeft op 25 augustus 2012 namens [slachtoffer 8] aangifte gedaan van diefstal van naar schatting ongeveer 500 liter diesel uit zijn vrachtauto. Hij heeft zijn vrachtauto op 25 augustus 2012 (de rechtbank begrijpt dat bedoeld wordt 24 augustus 2012) omstreeks 20:15 uur geparkeerd in een parkeerhaven onder de molen te Sint Philipsland. Op 25 augustus 2012 omstreeks 06:30 uur werd hij gebeld door een collega dat de tankdop van zijn vrachtauto op de grond lag. Aangever zag dat het slotje dat voor de hendel bij de tank was bevestigd weg was. Hij zag dat de brandstofmeter nog ongeveer een kwart aangaf, terwijl hij op 24 augustus 2012 600 liter had getankt.47 Volgens aangever is bij benadering 350 liter diesel uit de tank van zijn vrachtauto weggenomen.48

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij op 25 augustus 2012 samen met een ander heeft gepoogd diesel te stelen uit de tank van een vrachtwagen te Sint Philipsland. Dit zal naar schatting tussen de 300 en 350 liter diesel zijn geweest. Zij zijn tijdens het wegnemen van de diesel op enig moment gestoord door de politie en met achterlating van de jerrycans weggevlucht.49

De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is of sprake is van een voltooide diefstal dan wel een poging tot diefstal, zoals primair respectievelijk subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad laat een diefstal weinig ruimte voor een pogingfase. Als criterium voor de voltooide wegneming geldt dat het goed voldoende aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende is onttrokken. Gelet op de heersende jurisprudentie op dit punt is de rechtbank van oordeel dat in dit geval, waarbij de uit de tank van de vrachtauto weggenomen diesel in jerrycans is aangetroffen deels in de bestelbus van verdachte en deels naast die bestelbus, ook al zijn de daders niet meer aangetroffen bij die bestelbus, sprake is geweest van een zodanige heerschappij over die goederen dat de diefstal als voltooid dient te worden aangemerkt en dat dus geen sprake is van een poging tot diefstal, zoals door de verdediging gesteld.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Op 18 januari 2012 heeft [slachtoffer 9] aangifte gedaan van diefstal van een aanhangwagen uit zijn tuin te Borssele tussen 15 januari 2012 omstreeks 23:55 uur en 16 januari 2012 omstreeks 14:00 uur. De aanhangwagen was bruin van kleur en van het merk Power Trailer.50

Door de politie is naar aanleiding van het aantreffen van een aanhangwagen bij de woning van [medeverdachte] een onderzoek ingesteld. Aangever heeft deze aanhangwagen herkend als zijnde de aanhangwagen die bij hem is weggenomen.51

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij deze aanhangwagen samen met verdachte heeft gestolen in de polder tussen Driewegen en [woonplaats 1]. De aanhangwagen stond niet op slot.52

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een keer samen met [medeverdachte] een aanhangwagen heeft opgehaald in de buurt van de Baandijk te Driewegen, maar dat hij er vanuit ging dat deze aanhangwagen eigendom was van [medeverdachte].

Gelet op het vorenstaande alsook op hetgeen de rechtbank hiervoor onder 4.2.3 heeft overwogen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte], acht de rechtbank de onder 2 primair ten laste gelegde diefstal van een aanhangwagen wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht in die zin dat verdachte dit feit samen met [medeverdachte] heeft gepleegd.

Feit 3

[slachtoffer 10] heeft op 3 februari 2012 namens [slachtoffer 10] aangifte gedaan van diefstal met braak uit onder andere een zeecontainer op een bouwlocatie aan de Blinkhoek te
’s-Heerenhoek tussen 2 februari 2011 14:30 uur en 3 februari 11:15 uur. Het slot van de container is vermoedelijk opengeslepen. [slachtoffer 10] mist vooralsnog geen goederen.53

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een weddenschap had gesloten met [medeverdachte] over het openmaken van sloten. Hij heeft het slot van een zeecontainer aan de Blikhoek te ’s-Heerenhoek opengeslepen. [medeverdachte] heeft vervolgens een aantal houten latjes weggenomen.54 Verdachte heeft verklaard dat het niet zijn bedoeling was om goederen weg te nemen en dat hij kwaad is geworden.

[medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte een zeecontainer heeft opengebroken en dat hij daar vervolgens een aantal raggeltjes en een bezem uit heeft weggenomen.55

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal dan wel dat hij daar aan medeplichtig is geweest, zoals onder 3 primair respectievelijk subsidiair is ten laste gelegd. Zij overweegt daartoe dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte en [medeverdachte] een vooropgezet plan hadden om de zeecontainer open te breken teneinde daar goederen uit weg te nemen. Er is dan ook geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] gericht op het wegnemen van goederen. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het slot van de zeecontainer heeft vernield. De rechtbank acht dan ook het onder 3 meer subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

[slachtoffer 11] heeft op 13 april 2012 aangifte gedaan van diefstal van een kliko met daarin koper en een gietijzeren kachel, die naast zijn woning te ’s-Heerenhoek lagen. Deze stonden op een aanhangwagen van [medeverdachte]. De diefstal is gepleegd tussen 10 april 2012 09:00 uur en 13 april 2012 20:00 uur.56

[medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat zijn aanhangwagen bij [slachtoffer 11] stond en dat hij deze heeft opgehaald samen met verdachte.57 Verder heeft hij verklaard dat hij samen met verdachte een kachel en een kliko naar [adres 2] in Roosendaal heeft weggebracht en daar € 250,-- voor heeft ontvangen.58

Verdachte heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte] een kachel heeft weggebracht naar Roosendaal, maar dat hij niet wist dat deze van diefstal afkomstig was.

Gelet op het vorenstaande alsook op hetgeen de rechtbank hiervoor onder 4.2.3 heeft overwogen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte], acht de rechtbank de onder 4 primair ten laste gelegde diefstal van een kliko met koper en een kachel wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht in die zin dat hij dit feit met [medeverdachte] heeft gepleegd.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

parketnummer 02/700212-13

1.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een

woning staat,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid

diesel (autobrandstof), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het die [slachtoffer]

tonen van een mes en/of het houden van/wijzen met dat/een mes in de richting

van die [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal maken van (een)

stekende beweging(en) met dat/een mes in de richting van die [slachtoffer];

2.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]

, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

meermalen, althans eenmaal met een mes (van zeer korte afstand) (een) stekende

beweging(en) in de richting van (het lichaam/de romp) van die [slachtoffer]

heeft gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 23 juni 2013 te [woonplaats 1], gemeente Borsele,

een Buck Nighthawk mes (een zogenaamd combat knive), zijnde een voorwerp als

bedoeld in de categorie IV van de Wet wapens en munitie, heeft gedragen;

parketnummer 02/688184-13

1.

hij op enig(e) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 10 februari 2012

tot en met 13 februari 2012 te Nisse, gemeente Borsele, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen (kenteken

[kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking (van een veiligheidsslot);

2.

hij op enig(e) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 21 november 2012

tot en met 22 november 2012 te [woonplaats 2], gemeente Borsele, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Calvijn College, in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op enig(e) tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 23 november 2012

tot en met 25 november 2012 te Zoutelande, gemeente Veere, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

(van een stalen ketting met slot);

4.

hij op of omstreeks 24 november 2012 te [woonplaats 3], gemeente Borsele, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen (enkelasser),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

5.

hij op een of meerdere tijdstip(pen),in of omstreeks de periode van 19

november 2012 tot en met 22 november 2012 te Borssele, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aanhangwagen, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

6.

hij op een of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 10

februari 2012 tot en met 30 november 2012, te Sint Annaland, gemeente Tholen

en/of te s'Heerenhoek en/of te Vlissingen, althans in Nederland, (telkens) een

voorwerp, te weten een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) (contant) geld, heeft

verworven, en voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van een voorwerp, te weten een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) (contant) geld,

(telkens) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

parketnummer 02/688309-13

hij op of omstreeks 07 maart 2013 te Tholen, [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft verdachte opzettelijk

dreigend die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 7] de woorden toegevoegd : "Als je niet

zorgt dat het geld vandaag op mijn rekening staat, dan kom ik vannacht de boel

hier in de fik steken", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking en/of (vervolgens) opzettelijk dreigend een (groot) mes/dolk gepakt

en/of aan die [slachtoffer 6] en/of aan die [slachtoffer 7] getoond en/of dat/die mes/dolk

boven zijn hoofd geheven en/of (daarbij) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 6] en/of

die [slachtoffer 7] de woorden toegevoegd: "Ik laat me door niets of niemand

tegenhouden";

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

parketnummer 12/715374-12

1.

hij op of omstreeks 25 augustus 2012 te Sint Philipsland, in de gemeente

Tholen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote)

hoeveelheid diesel (ongeveer 350 liter), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 januari 2012 te Borssele, in elk

geval in de gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aanhangwagen,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3. meer subsidiair

hij op of omstreeks 3 februari 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

opzettelijk en wederrechtelijk (een slot van) een container, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 10 april 2012 te 's-Heerenhoek, gemeente Borsele,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kliko met koper

en/of een kachel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Hij heeft bij de bepaling van de straf rekening gehouden met het feit dat verdachte de afgelopen twee jaar veelvuldig in aanraking is gekomen met politie en justitie. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat. Verdachte staat te boek als een kansarme veelpleger. Verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn daden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betoogt - gelet op de door haar bepleite vrijspraken en ontslag van alle rechtsvervolging - een aanzienlijk lagere straf aan verdachte op te leggen. Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan de helft voorwaardelijk met een lange proeftijd en eventueel een werkstraf voor de maximale duur acht zij afdoende. Verdachte kan dan laten zien dat hij zijn leven een andere wending wil geven en kan er dan ook zijn voor zijn gezin. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van de feiten op de dagvaarding met parketnummer 02/700212-13 is er sprake van samenloop.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Zij heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten. Het gaat daarbij in meerderheid om vermogensdelicten, veelal gepleegd samen met anderen. Dergelijke feiten veroorzaken, naast financiële schade, vaak veel hinder voor de benadeelden en zorgen zij voor onrustgevoelens.

Verdachte heeft onder andere ’s nachts diesel uit de tank van een vrachtauto weggenomen. Toen hij op heterdaad werd betrapt heeft hij getracht zijn vlucht mogelijk te maken door stekende bewegingen met een mes te maken in de richting van het slachtoffer. Dat deze niet gewond is geraakt is niet aan het handelen van verdachte te danken. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft door het begaan van deze bewezen verklaarde feiten zich schuldig gemaakt aan een zware vorm van criminaliteit, die niet alleen zeer bedreigend en traumatiserend is voor het slachtoffer, zoals blijkt uit zijn slachtofferverklaring, doch die bovendien grote onrust veroorzaakt in de samenleving in het algemeen.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij niet heeft stilgestaan bij de gevolgen die zijn handelen voor de benadeelden heeft gehad.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een geweldsdelict in de vorm van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit soort feiten zorgt voor gevoelens van angst en onveiligheid bij aangever en zijn vrouw.

De rechtbank houdt voorts rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld, onder andere voor vermogensdelicten. Verdachte is aangemerkt als zogenaamde zeer actieve veelpleger. Verdachte is op 16 november 2012 door de politierechter ter zake van een diefstal veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Nu een aantal van de onderhavige feiten is gepleegd voor de berechting door de politierechter van 16 november 2012 houdt de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, bij het opleggen van de na te melden straf rekening met de straf die verdachte bij voornoemd vonnis ter zake van deze eerdere strafbare feiten is opgelegd.

Met betrekking tot de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met het over verdachte uitgebrachte adviesrapport van Emergis verslavingszorg van 3 september 2013, waaruit blijkt dat er bij verdachte sprake is van een complexe en problematische leefsituatie. Hij heeft geen structurele dagbesteding en er is sprake van een forse schuldenlast, een geschiedenis met problematisch middelengebruik en een problematische huisvestings- en gezinssituatie. Verdachte neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn delictgedrag en hij legt alle schuld buiten zichzelf. Verdachte is op 13 november 2012 aangemeld bij De Waag. Hij houdt zich formeel aan de afspraken, maar onttrok zich later aan de behandeling. Het recidiverisico als ook het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt door de reclassering hoog ingeschat. Een verplicht reclasseringstoezicht wordt niet geïndiceerd. De reclassering adviseert aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Door en namens verdachte is ter terechtzitting aangevoerd dat hij sinds 24 augustus 2013 vader is van een zoon en dat hij er voor zijn gezin wil zijn. Hij heeft dan ook het voornemen in de toekomst geen strafbare feiten meer te plegen en denkt dit op eigen kracht te kunnen bewerkstelligen.

Voor deze veelheid aan feiten, gepleegd in korte tijd, komt geen andere straf in aanmerking dan een langdurige gevangenisstraf. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank, nu zij minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Zij is van oordeel dat deze straf in overeenstemming is met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte. Zij ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Het voorwaardelijke deel van de straf dient om verdachte er in de toekomst van te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen.

Voor het onder 02/700212-13 bewezenverklaarde feit 3, dat anders dan de overige bewezenverklaarde feiten, een overtreding is, zal de rechtbank, gelet op de strafoplegging voor de andere feiten, onder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf opleggen.

7 De benadeelde partijen

7.1

De benadeelde partij [slachtoffer] (parketnummer 02/700212-13)

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 578,53, waarvan
€ 78,53 ter zake van materiële schade en € 500,00 ter zake van immateriële schade voor feit 1 en 2, vermeederd met de wettelijke rente.

7.1.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

7.1.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte ter zitting heeft verklaard de schade die de benadeelde partij heeft geleden te willen vergoeden.

7.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is niet betwist door de verdediging, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

7.2

De benadeelde partijen [slachtoffer 12] en [slachtoffer 4] (parketnummer
02/688184-13)

De benadeelde partij [slachtoffer 12] vordert een schadevergoeding van € 152,90 ter zake van materiële schade voor feit 2.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 157,82 ter zake van materiële schade voor feit 4.

7.2.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

7.2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betoogt afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen dan wel dat zij niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, primair gelet op de door haar bepleite vrijspraak ten aanzien van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan en subsidiair omdat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd en gemotiveerd.

7.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vorderingen zullen worden toegewezen.

Hoewel ten aanzien van de medeverdachte slechts opzetheling kan worden bewezen, zal de rechtbank de vorderingen hoofdelijk toewijzen. Zij overweegt daartoe dat de periode

waarin de medeverdachte de aanhangwagens voorhanden heeft gehad direct aansluit op het moment van de diefstal en loopt tot het moment dat de aanhangwagens door de politie is teruggevonden. Dit betreft derhalve een periode van nog geen week. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat alle schadeposten die de benadeelde partij in zijn vordering heeft gespecificeerd, zijn ontstaan gedurende voornoemde periode.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

In de zaak met parketnummer 02/700212-13 zijn onder verdachte een aantal voorwerpen in beslag genomen, te weten een mes, een jerrycan en twee slangen.

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat het mes zal worden onttrokken aan het verkeer en dat de jerrycan en de slangen zullen worden verbeurd verklaard.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het feit is begaan met behulp van dit voorwerp.

Verder is het voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van twee weken gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 27 september 2011 ten uitvoer zal worden gelegd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit primair afwijzing van de vordering, nu tenuitvoerlegging niet opportuun is gelet op hetgeen door hem ter zitting is betoogd. Subsidiair verzoekt hij de proeftijd met één jaar te verlengen en meer subsidiair verzoekt hij de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 9a, 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45, 55, 57, 62, 63, 285, 302, 310, 311, 312, 350 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27, 54 en 56 van de Wet wapens en munitie.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 12/715374-12 onder feit 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

02/700212-13

ten aanzien van feit 1 en 2: Eendaadse samenloop van
diefstal, gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken,

en poging tot zware mishandeling;

feit 3: Handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

02/688184-13

feit 1 primair en 3 primair, telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

feit 2 primair, 4 primair en 5 primair, telkens: Diefstal;

feit 6: Witwassen;

02/688309-13
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

12/715374-12

Feit 1 primair, 2 en 4 primair, telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen;

Feit 3 meer subsidiair: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

ten aanzien van 02/700212-13 feit 1 primair en 2, 02/688184-13 feit 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6, 02/688309-13, en 12/715374-12 1 primair, 2 primair, 3 meer subsidiair en 4 primair:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 34 (vierendertig) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd ter zake van de onder parketnummer 02/700212-13 feit 3 bewezenverklaarde overtreding;

Benadeelde partijen

Parketnummer 02/700212-13

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [woonplaats 1] van € 578,53 (vijfhonderdachtenzeventig euro en drieënvijftig eurocent), waarvan € 78,53 ter zake van materiële schade en € 500,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 juni 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] (feit 1 en 2), € 578,53 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 11 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Parketnummer 12/715374-12

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 12], wonende te [woonplaats 2], van € 152,90 (honderd tweeënvijftig euro en negentig eurocent) ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats 3] van € 157,82 (honderd zevenenvijftig euro en tweeëntachtig eurocent) ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelde partijen de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 12] (feit 2), € 152,90, 3 (drie) dagen hechtenis, en

- benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4), € 157,82, 3 (drie) dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag (parketnummer 02/700212-13)

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een mes met bijbehorende houder, merk Buck Nighthawk;

- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten een jerrycan, en twee slangen van ongeveer 150 cm lang;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 27 september 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 12/733110-11 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. I.J.M. Woltring en
mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 oktober 2013.

Mr. Woltring en mr. Smits zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL195A 2013041137 van de regiopolitie Zeeland, district Oosterscheldebekken, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 144.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], pagina 65 en 66 van voornoemd eindproces-verbaal.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], pagina 70 van voornoemd eindproces-verbaal.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige], pagina 80 van voornoemd eindproces-verbaal.

5 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 oktober 2013.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 89 en 90 van voornoemd eindproces-verbaal.

7 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, pagina 95 van voornoemd eindproces-verbaal.

8 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2013.

9 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 2012090574 van de regiopolitie Zeeland, team Directe Opsporing, district Oosterscheldebekken, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 144.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 van voornoemd eindproces-verbaal.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], pagina 69 en 70 van voornoemd eindproces-verbaal.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 66 van voornoemd eindproces-verbaal.

13 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 67 van voornoemd eindproces-verbaal.

14 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], pagina 109 en 110 van voornoemd eindproces-verbaal.

15 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 122 van voornoemd eindproces-verbaal.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 113 van voornoemd eindproces-verbaal.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 67 (onder 2012011203) van voornoemd eindproces-verbaal.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12], pagina 80 en 81 van voornoemd eindproces-verbaal.

19 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 92 van voornoemd eindproces-verbaal.

20 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 61 van voornoemd eindproces-verbaal.

21 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], pagina 94 van voornoemd eindproces-verbaal.

22 Bijlage weggenomen goederen, pagina 96 van voornoemd eindproces-verbaal.

23 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 107 van voornoemd eindproces-verbaal.

24 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 97 en 98 van voornoemd eindproces-verbaal.

25 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 67 (onder 2012090004) van voornoemd eindproces-verbaal.

26 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], pagina 124 en 125 van voornoemd eindproces-verbaal.

27 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 133 van voornoemd eindproces-verbaal.

28 Foto’s, pagina 130 van voornoemd eindproces-verbaal.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 67 van voornoemd eindproces-verbaal.

30 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 5], pagina 135 van voornoemd eindproces-verbaal.

31 Kennisgeving van inbeslagneming, pagina 143 van voornoemd eindproces-verbaal.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 138 van voornoemd eindproces-verbaal.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 68 van voornoemd eindproces-verbaal.

34 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 67 en 68 van voornoemd eindproces-verbaal.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], pagina 70 van voornoemd eindproces-verbaal.

36 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer PL 1950 2013015290 van de regiopolitie Zeeland, district Oosterscheldebekken, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 45.

37 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7], pagina 6 respectievelijk 10 van voornoemd eindproces-verbaal alsook de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 oktober 2013.

38 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 8 maart 2013 en 27 maart 2013, pagina 6 respectievelijk 24 van voornoemd eindproces-verbaal.

39 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7], pagina 10 en 11 van voornoemd eindproces-verbaal.

40 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2013.

41 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 24 van voornoemd eindproces-verbaal.

42 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 4], pagina 18 van voornoemd eindproces-verbaal.

43 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met registratienummer van de regiopolitie Zeeland, district Oosterscheldebekken, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 90.

44 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 van voornoemd eindproces-verbaal.

45 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 12 van voornoemd eindproces-verbaal.

46 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 43 van voornoemd eindproces-verbaal.

47 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] namens [slachtoffer 8], pagina 40 en 41 van voornoemd eindproces-verbaal.

48 Het proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2012 met nummer PL 1955 2012065682-41, los gevoegd bij voornoemd eindproces-vrebaal.

49 De verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 7 oktober 2013.

50 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 9], pagina 173 van voornoemd eindproces-verbaal.

51 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 176 van voornoemd eindproces-verbaal.

52 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 108 van voornoemd eindproces-verbaal.

53 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] namens [slachtoffer 10], pagina 162 en 163 van voornoemd eindproces-verbaal.

54 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 oktober 2013.

55 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 112 van voornoemd eindproces-verbaal.

56 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11], pagina 156 en 157 van voornoemd eindproces-verbaal.

57 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 109 van voornoemd eindproces-verbaal.

58 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte], pagina 112 van voornoemd eindproces-verbaal.