Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:7106

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
12/705985-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 6 WvW, verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel, rechte weg, langere dan enkel moment durende onoplettendheid, alcohol, overschrijding maximum snelheid, zeer onvoorzichtig en onachtzaam.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2013/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 12/705985-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 oktober 2013

in de strafzaak tegen de ter terechtzitting verschenen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

raadsman mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 augustus 2013, waarbij de officier van justitie mr. G.V. van der Hofstede en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als verkeersdeelneemster, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, Renault), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (Westerscheldetunnelweg),

na het gebruik van alcoholhoudende drank,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig met hoge/aanzienlijke snelheid rijdende en naderend een, voor haar, verdachte, in gelijke richting als zij, verdachte, eveneens over die weg rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen),

niet, althans niet tijdig, het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen

en/of

niet, althans niet behoorlijk, de snelheid van het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig te verminderen

en/of niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk, met het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig uit te wijken

en/of

in ieder geval geen, althans niet voldoende, maatregelen te nemen, toen zij, verdachte, daartoe genoodzaakt was, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen,

(mede) tengevolge waarvan zij, verdachte, met onverminderd hoge/aanzienlijke snelheid tegen (de achterzijde van) voormeld, voor haar, verdachte, rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) is gebotst/gereden,

waardoor een ander (te weten een inzittende van voormeld motorrijtuig, personenauto, Volkswagen, genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: nek/halsletsel en/of een scheurtje van/in het schaambot,

zulks terwijl zij, verdachte, toen daar, dat motorrijtuig (personenauto, Renault) heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van haar, verdachte's, bloed, bij een onderzoek als bedoeld in Artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,17 milligram, in elk geval hoger dan 0,50 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn,

zijnde de terminologie in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis is gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, Renault), daarmede rijdende op de weg, de Rijksweg N-62 (Westerscheldetunnelweg),

na het gebruik van alcoholhoudende drank,

met dat motorrijtuig, met hoge/aanzienlijke snelheid, rijdende en naderend een, voor haar, verdachte, in gelijke richting als zij, verdachte, eveneens over die weg rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen),

het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot stilstand heeft gebracht, althans de snelheid van dat motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende heeft verminderd, althans niet behoorlijk is uitgeweken, althans niet voldoende maatregelen heeft genomen, toen zij, verdachte, daartoe genoodzaakt was, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld, voor haar, verdachte, rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen), waarna zij, verdachte, (vervolgens) met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto, Renault), in botsing/aanrijding is gekomen met voormeld motorrijtuig (personenauto, Volkswagen, met als bestuurder: [Getuige 1] en als inzittenden: [getuige 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,17 milligram, in elk geval hoger dan 0,50 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

art 8 lid 2 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

en voor zover ook terzake het onder 1 meer subsidiair telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto), dit motorrijtuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

en voor zover ook terzake het onder 1 nog meer subsidiair telastegelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als bestuurster van een motorvoertuig (personenauto, Renault) daarmede met hoge/aanzienlijke snelheid rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N-62 (Westerscheldetunnelweg), haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij in staat was om haar voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers met onverminderd hoge/aanzienlijke snelheid tegen (de achterzijde van) een voor haar, verdachte, in gelijke richting als zij, verdachte, eveneens over die weg rijdend motorvoertuig (personenauto, Volkswagen, met als bestuurder: [Getuige 1] en als inzittenden: [getuige 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]) is gebotst/gereden;

art 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het haar primair ten laste gelegde heeft begaan. De officier van justitie baseert zich hierbij op het proces-verbaal van bevindingen, het rapport verkeersongevallen analyse, het NFI onderzoek, de medische verklaringen, de verklaringen van de getuigen [Getuige 1], [slachtoffer 2] en [getuige 2] bij de politie, alsmede de verklaringen van getuige [slachtoffer 1], afgelegd bij de politie en ter zitting, en de verklaringen van verdachte bij de politie en ter zitting.

Verdachte is met te hoge snelheid en onder invloed van alcohol tegen een langzamer rijdende personenauto gebotst. Als gevolg van het ongeval hebben alle vier inzittenden van de andere personenauto verwondingen opgelopen waarvan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten nek/halsletsel en een scheurtje in het schaambot.

De gedragingen van verdachte die hebben geleid tot het ongeval kwalificeert de officier van justitie, in de schuldvormen die artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 noemt, als grove schuld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat van de tenlastelegging het onderdeel ‘schuld’ niet kan worden vastgesteld en dus ook niet kan worden bewezen. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de enkele overschrijding van de toegestane hoeveelheid alcohol onvoldoende is om de schuld en gevaarzetting conform artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 vast te stellen. Voor de beoordeling van de zaak zijn tevens de snelheid waarmee verdachte reed en het snelheidsverschil tussen verdachte en de auto waarin de slachtoffers reden van belang. De snelheid waarmee verdachte reed kan echter niet worden vastgesteld. Daarmee kan ook het snelheidsverschil tussen verdachte en de voor haar rijdende auto niet worden vastgesteld. Op grond daarvan heeft de raadsman de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde (overtredingen van de artikel 6 respectievelijk 5 van de Wegenverkeerswet). Met betrekking tot de meer en nog meer subsidiair ten laste gelegde overtredingen van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en de meest subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten vast. .

Verdachte heeft op de avond van 26 oktober 2012, omstreeks 18.30 uur, thuis drie glazen wijn gedronken2. De wijnglazen die verdachte thuis gebruikt zijn ongeveer twee keer zo groot als de wijnglazen die in de horeca worden gebruikt3. Het alcoholgehalte in het bloed van verdachte ten tijde van het bloedonderzoek bedroeg 1,17 mg/ml4.

Omstreeks 22.00 uur die avond is verdachte vanuit Hulst met haar auto naar Lewedorp vertrokken. Verdachte is door de Westerscheldetunnel gereden. In de Westerscheldetunnel heeft verdachte haar auto op cruisecontrol gezet bij een snelheid van 110 km/u. Eenmaal uit de tunnel heeft verdachte gas gegeven en haar snelheid verhoogd tot ongeveer 130 of 140 km/u. Het was erg rustig op de weg. Verdachte is ter plaatse goed bekend. Tussen de Westerscheldetunnel en het tolplein is verdachte van achteren tegen de voor haar in gelijke richting rijdende Volkswagen aan gereden. De (achter)verlichting van de Volkswagen brandde5. Verdachte heeft voorafgaand aan de aanrijding niet geremd6. De Volkswagen is ten gevolge van de klap van de aanrijding in de naast de weg gelegen sloot beland en daar weer uit gestuiterd7. De Volkswagen reed op het moment van het ongeval met een snelheid van 90 tot 100 km/u8. Ten gevolge van het ongeval heeft inzittende [slachtoffer 1] lichamelijk letsel opgelopen, bestaande uit een barst in de 5de halswervel en een scheur in het schaambeen9. Het slachtoffer is nog niet van deze verwondingen hersteld. Verder herstel verloopt moeizaam. De nekwervel staat in een hoek van 15 graden. Nog niet duidelijk is of het slachtoffer alsnog aan haar nek geopereerd moet worden10. Ook inzittende [slachtoffer 2] heeft letsel ondervonden van het ongeval11. De (weers)omstandigheden ten tijde van het ongeval waren goed. Het weer en de weg waren droog en het betrof een rechte weg. De maximum snelheid ter plaatse bedraagt 100km/u. Er waren geen omstandigheden die van invloed zouden hebben kunnen zijn op het zicht op de achterlichten van de Volkswagen12.

Aan verdachte is primair overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 ten laste gelegd. Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van schuld aan het ontstane verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, komt het volgens vaste rechtspraak aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. In zijn algemeenheid valt niet aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor een bewezenverklaring van schuld in de zin van dit artikel. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft ondanks de op zichzelf gunstige omstandigheden (rechte weg, goed zicht, droog weer, erg rustig op de weg), de voor haar rijdende Volkswagen pas opgemerkt op het moment dat zij deze zo dicht was genaderd dat een aanrijding niet meer te voorkomen was en verdachte niet eens meer in staat was haar rem te bedienen. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte, gedurende langere tijd dan slechts een enkel moment, geen, althans onvoldoende, acht heeft geslagen op het verkeer dat recht voor verdachte op de weg reed.

De rechtbank heeft daarnaast vast gesteld dat verdachte ten tijde van het ongeval onder invloed was van alcohol. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van alcohol van negatieve invloed is op het vermogen tot besturen van voertuigen in het algemeen en het waarnemings- en reactievermogen in het bijzonder. De rechtbank is van oordeel dat ook verdachte zich van deze invloed bewust had moeten zijn.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de snelheid van verdachte niet kan worden vastgesteld. Uit de hiervoor aangehaalde, herhaaldelijk afgelegde, verklaringen van verdachte omtrent haar eigen snelheid en de verklaring van de getuige [Getuige 1] omtrent diens snelheid, in samenhang met de berekening van het snelheidsverschil van 37 tot 73 km/u tussen de beide voertuigen13 blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de snelheid waarmee verdachte reed op het moment van het ongeval in elk geval ruim hoger was dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid en dat sprake was van een hoge snelheid.

Gelet op het voorgaande - de langer dan een enkel moment durende onoplettendheid van verdachte, het alcoholgebruik voor het autorijden en de hoge snelheid - is de rechtbank van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden.

Het letsel van [slachtoffer 1] kan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de medische informatie hierover en de verklaring van getuige [slachtoffer 1] ter zitting, naar algemeen spraakgebruik gekwalificeerd worden als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank acht dan ook het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op de hierna onder 4.4 weergegeven wijze.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

zij, op of omstreeks 26 oktober 2012, in de gemeente Borsele, als verkeersdeelneemster, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, Renault), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (Westerscheldetunnelweg),

na het gebruik van alcoholhoudende drank,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig met hoge/aanzienlijke snelheid rijdende en naderend een, voor haar, verdachte, in gelijke richting als zij, verdachte, eveneens over die weg rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen),

niet, althans niet tijdig, het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen

en/of

niet, althans niet behoorlijk, de snelheid van het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig te verminderen

en/of

niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk, met het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig uit te wijken

en/of

in ieder geval geen, althans niet voldoende, maatregelen te nemen, toen zij, verdachte, daartoe genoodzaakt was, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen,

(mede) tengevolge waarvan zij, verdachte, met onverminderd hoge/aanzienlijke snelheid tegen (de achterzijde van) voormeld, voor haar, verdachte, rijdend motorrijtuig (personenauto, Volkswagen) is gebotst/gereden,

waardoor een ander (te weten een inzittende van voormeld motorrijtuig, personenauto, Volkswagen, genaamd [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: nek/halsletsel en/of een scheurtje van/in het schaambot,

zulks terwijl zij, verdachte, toen daar, dat motorrijtuig (personenauto, Renault) heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van haar, verdachte's, bloed, bij een onderzoek als bedoeld in Artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,17 milligram, in elk geval hoger dan 0,50 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn,

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uur.

De officier van justitie vordert tevens aan verdachte op te leggen een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft in zijn eis rekening gehouden met de richtlijnen, de inhoud van het reclasseringsrapport, de persoon van verdachte en de jurisprudentie. Verder heeft hij bij de bepaling van zijn strafeis meegewogen dat naar zijn mening sprake is van een grove schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeersweg 1994, het feit dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft, het delict geen feit is waarbij opzet in het spel is geweest en dat verdachte na het ongeval steeds contact heeft proberen te onderhouden met de slachtoffers.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht, rekening houdend met de door hem verzochte vrijspraken voor het primair en subsidiair ten laste gelegde en met het feit dat verdachte als alleenstaande moeder met kinderen ook nog een opleiding volgt, een werkstraf voor de duur van 120 uur waarvan 40 uur voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk op te leggen. De raadsman heeft hierbij expliciet gewezen op de financiële en emotionele gevolgen die het ongeval voor verdachte heeft gehad.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een aan haar schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt, als gevolg waarvan een inzittende van de personenauto waar zij tegenaan is gereden, nek/halsletsel en een scheurtje in het schaambot opliep. Aldus heeft zij de verkeersveiligheid in gevaar gebracht en een ander zwaar lichamelijk letsel toegebracht. De rechtbank oordeelt dat dit een ernstig feit is.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat rekening met het uittreksel Justitiële Documentatie van 2 augustus 2013 van verdachte. Hieruit blijkt dat zij eenmaal eerder met justitie in aanraking geweest, op 2 maart 2010. Verdachte heeft toen een transactie gekregen wegens een overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met een snelheid van 31 tot 35 km/u. De rechtbank rekent de verdachte aan dat zij niets van deze eerdere sanctie heeft geleerd en wederom, nu nota bene onder invloed van alcohol, ruim harder dan ter plaatse toegestaan rijdt en de in het verkeer in acht te nemen voorzichtigheid en zorgvuldigheid achterwege laat.

Uit het reclasseringsrapport van 5 februari 2013 komt onder meer naar voren dat verdachte verantwoording neemt ten aanzien van de slachtoffers, blijk geeft van groot schuldbesef en actief stappen onderneemt om herhaling in de toekomst te voorkomen. Daarnaast is verdachte een alleenstaande moeder met drie kinderen die zij naar school en andere activiteiten brengt. Zij studeert bovendien aan de Pabo in welk verband zij ook stage zal gaan lopen. In verband met deze activiteiten heeft verdachte behoefte aan eigen vervoer. Een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid zal een grote impact op het dagelijks leven van verdachte hebben. De reclassering schat het recidiverisico laag in. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze persoonlijke belangen van verdachte echter niet meebrengen dat geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid zal worden opgelegd. Het gaat immers om een ernstig feit en verdachte heeft al een transactie voor een eerdere snelheidsovertreding gehad.

Alles afwegend acht de rechtbank een straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden. Met het opleggen van een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid beoogt de rechtbank te bewerkstelligen dat verdachte zich in het verkeer vanaf heden (nog) meer bewust is van de in acht te nemen voorzichtigheid en te voorkomen dat zij zich nogmaals aan een strafbaar (verkeers)feit zal schuldig maken.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 2], Kasteelstraat 202, 4381 SN Vlissingen vordert een schadevergoeding van € 1.501,64 voor het bewezen verklaarde feit.

7.1

De visie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering zal worden verklaard. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de schade van de benadeelde partij [slachtoffer 2] al volledig door de verzekering is voldaan.

7.2

De visie van de raadsman

De raadsman heeft aangegeven de visie van de officier van justitie te delen en de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijkheid in de vordering te verklaren.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is het met de officier van justitie en de raadsman eens dat de benadeelde partij [slachtoffer 2], gelet op het feit dat de schade volledig door de verzekering is voldaan, niet ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b en 22c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het primair bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl degene die schuldig is aan dit feit, verkeerde in de toestand bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van deze wet;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd dat het rijbewijs van verdachte ingehouden is geweest in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de rijontzegging;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], Kasteelstraat 202, 4381 SN Vlissingen niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Duinhof, voorzitter, mr. H.K.N. Vos en mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W. Evenhuis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 oktober 2013

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. In de bewijsredenering is de inhoud van de gebezigde wettige bewijsmiddelen zakelijk samengevat (zie Hoge Raad 11 oktober 2011, LJN BT 7270).

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 27 oktober 2012, proces-verbaalnummer PL1960 2012082271-3, eerste alinea.

3 Verklaring van verdachte ter zitting van 29 augustus 2012.

4 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 1 november 2012 met zaaknummer 2012.10.30.028.

5 Processen-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 27 oktober 2012, proces-verbaalnummer PL1960 2012082271-3 en 30 oktober 2012, proces-verbaalnummer PL1927 2012082271-6.

6 Verklaring van verdachte ter zitting van 29 augustus 2013, inhoudende “Er was geeneens tijd om te remmen tussen het moment waarop ik hem zag en de klap” en proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2013, proces-verbaalnumer PL1936 2012082271-12, alinea 4.

7 Proces-verbaal verhoor getuige [Getuige 1] van 30 oktober 2012, proces-verbaalnummer PL1927 2012082271-7 en proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] van 8 november 2012, proces-verbaalnummer PL1927 2012082271-10

8 Proces-verbaal verhoor getuige [Getuige 1] van 30 oktober 2012, proces-verbaalnummer PL1927 2012082271-7, eerste alinea.

9 Medische verklaringen met betrekking tot [slachtoffer 1] van 30 oktober 2012 en 11 februari 2013. .

10 Verklaring getuige [slachtoffer 1] ter zitting van 29 augustus 2013

11 Medische verklaring met betrekking tot [slachtoffer 2] van 16 november 2012

12 Proces-verbaal Aanrijding misdrijf van 27 november 2012, proces-verbaalnummer PL1927 2012082271-1, pagina 1 onder “locatie ongeval en blad 7, laatste alinea.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2013, proces-verbaalnummer PL1936 2012082271-12, blad 2, onder “Conclusie”.