Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:5660

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-05-2013
Datum publicatie
12-08-2013
Zaaknummer
748947
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAHV/ Wet Mulder. Verzet tegen tenuitvoerlegging van het door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigd dwangbevel. De kantonrechter overweegt dat het volgens vaste rechtspraak op de weg van het bestuursorgaan ligt, in het geval van niet-aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, bij betwisting van de ontvangst van het desbetreffende stuk aannemelijk te maken dat dit op de gestelde datum is verzonden. Daartoe is in ieder geval vereist dat het stuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat er een deugdelijke verzendadministratie is. De kantonrechter constateert verder dat door de officier op geen enkele wijze de verzendadministratie inzichtelijk is gemaakt. In het zaakoverzicht, welke bij het schriftelijk commentaar van de officier is gevoegd, staat de datum van verzending van de bescheiden. Hier staat echter naar het oordeel van de kantonrechter niet mee vast dat de brieven daadwerkelijk zijn aangemaakt en verzonden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat de inleidende beschikking en de door het CJIB verzonden aanmaningen hem niet hebben bereikt. Beslissing: Gegrondverklaring van het verzet met vernietiging van het tegen betrokkene uitgevaardigd dwangbevel.

De kantonrechter bepaalt verder dat het griffierecht aan betrokkene terugbetaald dient te worden en dat de officier van justitie een vergoeding van proceskosten aan de gemachtigde van betrokkene dient te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer : 748947 \ MZ VERZ 12-42

CJIB-nummer: 160738232

uitspraak: 30 mei 2013

Beslissing

Op de in het openbaar gehouden zitting van 30 mei 2013 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door L.P.A. Gijsen-van der Linden als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het verzet dat is gedaan tegen de tenuitvoerlegging van het door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigde dwangbevel met bovenvermeld CJIB-nummer.

Het verzetschrift is ingediend door:

naam: : [betrokkene]

adres : [adres 1]

woonplaats : [adres 2], nader ook te noemen: betrokkene,

gemachtigde : mr. J.J.M. Boot

adres : Kruispoort 1

woonplaats : 4651 AL Steenbergen.

--------------------

De gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen in persoon.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen.

Betrokkene heeft verzet gedaan en daartoe aangevoerd hetgeen in het verzetschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld. Ter zitting heeft de gemachtigde van betrokkene medegedeeld de gronden van het verzet te handhaven.

De officier van justitie heeft bij brief van 28 februari 2013 een schriftelijk commentaar op het verzet overgelegd, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

1 De beoordeling

Het verzet is tijdig gedaan.

De gemachtigde van betrokkene heeft aangevoerd dat betrokkene de inleidende beschikking noch de door het CJIB verzonden aanmaningen heeft ontvangen. Door de officier van justitie is niet inzichtelijk gemaakt of de stukken daadwerkelijk zijn verzonden nu er geen inzicht is verschaft in de verzendadministratie van het CJIB. In dat verband verwijst de gemachtigde van betrokkene naar diverse uitspraken van de Raad van State. Tevens voert de gemachtigde van betrokkene aan dat betrokkene pas hoeft aan te tonen dat hij de betreffende stukken niet heeft ontvangen indien het bestuursorgaan de verzending van het desbetreffende stuk aannemelijk heeft gemaakt.

Volgens vaste rechtspraak ligt het op de weg van het bestuursorgaan, in het geval van niet-aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, bij betwisting van de ontvangt van het desbetreffende stuk aannemelijk te maken dat dit op de gestelde datum is verzonden. Daartoe is in ieder geval vereist dat het stuk is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en er een deugdelijke verzendadministratie is. Indien het bestuursorgaan de verzending van het desbetreffende stuk aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om de ontvangst ervan op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Hiertoe dient de geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.

De officier heeft in zijn schriftelijk commentaar niet gesteld dat de stukken aangetekend zijn verzonden, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat dit niet is geschied. De officier van justitie heeft enkel gesteld dat de initiële beschikking, alsmede de aanmaningen naar betrokkene zijn verzonden aan het bij het CJIB geverifieerde adres uit de gemeentelijke basisadministratie en dat deze bescheiden niet retour zijn ontvangen. Op geen enkele wijze is de verzendadministratie inzichtelijk gemaakt. In het zaakoverzicht, welke bij het schriftelijk commentaar is gevoegd, staat de datum van verzending van de bescheiden. Hier staat echter niet mee vast dat de brieven daadwerkelijk zijn aangemaakt en zijn verzonden.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat de inleidende beschikking en de door het CJIB verzonden aanmaningen hem, op grond van een niet aan hem toe te rekenen omstandigheid, niet hebben bereikt. Gelet hierop hoeft betrokkene de ontvangst ervan niet meer op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen.

Nu de inleidende beschikking betrokkene niet heeft bereikt, is deze niet onherroepelijk geworden en staat de mogelijkheid van beroep hiertegen nog open.

Het verzet dient derhalve gegrond te worden verklaard, met vernietiging van het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel.

De gemachtigde van betrokkene heeft in het verzetschrift medegedeeld van de beroepsmogelijkheid geen gebruik te willen maken, doch slechts bezwaar te maken tegen de opgelegde verhogingen en kosten van het dwangbevel, zodat de kantonrechter het verzet gegrond zal verklaren voor zover deze kosten het bedrag van de initiële sanctie ad € 192,= (inclusief € 6,= administratiekosten) overschrijden.

De gemachtigde van betrokkene heeft verzocht om een vergoeding van de proceskosten.

Op grond van artikel 1 sub a van het Besluit proceskosten bestuursrecht komt een bedrag van

€ 472,= als vergoeding in aanmerking. Daarbij merkt de kantonrechter op dat de wegingsfactor ‘licht’ (= 0,5) is toegepast. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen.

2 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het verzet gegrond en bepaalt het door betrokkene te betalen bedrag op € 192,= (inclusief € 6,= administratiekosten);

- vernietigt het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel;

- bepaalt dat het griffierecht, voor zover betaald, aan betrokkene dient te worden terugbetaald;

- draagt de officier van justitie op een bedrag van € 472,= aan vergoeding van proceskosten te betalen aan de gemachtigde van betrokkene.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 mei 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u het met de beslissing op uw verzet niet eens, dan kunt u binnen twee weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beschikking hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (118 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Na indiening van het beroepschrift krijgt u een ontvangstbevestiging. Daarin staat ook de termijn waarbinnen u opnieuw griffierecht dient te betalen en zekerheid dient te stellen, wil uw beroep ontvankelijk zijn.

Datum toezending beschikking: