Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:5561

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
13-08-2013
Zaaknummer
777321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Indirect oordeel gevraagd over de al dan niet juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij het vervallen van drie functieplaatsen. Nu een ontslagvergunning voor werknemer is verzocht bij UWV en onbekend is welke functie daaraan is verbonden, zou in theorie aan afspiegeling voorbij kunnen worden gegaan. Werknemer heeft spoedeisend belang bij haar vordering tot tewerkstelling in nieuwe functieplaats teneinde te voorkomen dat gevolg wordt gegeven aan een ten onrechte verleende ontslagvergunning. Vordering tot betaling van verminderd salaris onvoldoende spoedeisend, volgt niet-ontvankelijkheid. Werknemer vervulde 1 van 5 bij reorganisatie vervallen functies. 2 van deze 5 medewerkers zijn geplaatst op nieuwe functie. Nieuwe functie is niet zwaarder, werkzaamheden zijn niet wezenlijk anders. Kantonrechter oordeelt dat sprake was van onderling uitwisselbare functies. Werknemer was op grond van het afspiegelingsbeginsel in aanmerking gekomen voor nieuwe functie. De alsnog gevolgde sollicitatieprocedure naar de nieuwe functie, waarop werknemer is afgewezen, was niet aan de orde geweest als afspiegelingsbeginsel juist was toegepast. Volgt toewijzing vordering werknemer tewerkstelling in de nieuwe functie op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0633
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 777321 VV EXPL 13-61

vonnis in kort geding d.d. 27 juni 2013

inzake

CONNY [eiseres 1],

wonende te [adres],

eiseres,

gemachtigde: mr. A.W. van Duijnhoven, senior jurist van Abvakabo FNV te Weert,

tegen

de besloten vennootschap KINDEROPVANG DE ROEF B.V.,

gevestigd te [adres],

gedaagde,

gemachtigde: mr. F.H.M. van Oorschot, advocaat te Roosendaal.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 31 mei 2013, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het geding ter terechtzitting van 11 juni 2013, met het daarbij behorende audiëntieblad.

2 Het geschil

Eiseres (verder te noemen “[eiseres 1]”) vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde (verder te noemen “De Roef”) te veroordelen:

  1. haar met onmiddellijke ingang tewerk te stellen in de functie van clustermanager met bijbehorend salaris en emolumenten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag;

  2. aan haar het achterstallig salaris inclusief emolumenten te betalen, vanaf 1 maart 2013 tot de datum waarop op rechtsgeldige wijze een einde zal zijn gekomen aan de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de vordering, te weten 1 april 2013;

  3. tot betaling van de kosten van dit geding.

De Roef concludeert tot afwijzing van de vordering.

3 De voorlopige beoordeling

3.1

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weerspro-ken, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud van de producties, het volgende vast:

  • -

    [eiseres 1] is sinds 1 maart 2002 in dienst van De Roef, laatstelijk in de functie van locatiemanager, tegen een salaris van laatstelijk € 3.030,71 bruto per maand, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gedurende 33 uren per week;

  • -

    per 1 februari 2012 is de heer I. [naam 1] (verder te noemen “[naam 1]”) aangesteld als interim manager van De Roef, met onder meer als taak een reorganisatie door te voeren teneinde een faillissement te voorkomen;

  • -

    op 27 april 2012 is de ondernemingsraad van De Roef door ondertekening akkoord gegaan met de inhoud van het 5e concept Sociaal Plan 2012;

  • -

    de vakbond Abvakabo FNV heeft haar instemming aan het Sociaal Plan onthouden;

  • -

    op 10 mei 2012 is een Reorganisatieplan gerealiseerd, waarin twee keer 26 managementuren zijn gereserveerd;

  • -

    in dat verband zijn twee collega locatiemanagers vanaf september 2012 de functie van clustermanager gaan uitoefenen, terwijl [eiseres 1] vanaf die tijd diverse taken vervult, waaronder werkzaamheden van de twee clustermanagers;

  • -

    een door De Roef aan UWV WERKbedrijf voor [eiseres 1] verzochte ontslagvergunning is op 5 december 2012 geweigerd omdat niet voldoende duidelijk is geworden of [eiseres 1] een unieke functie heeft vervuld waardoor deze functie niet afgespiegeld zou behoeven te worden;

  • -

    op 20 december 2012 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiseres 1] en [naam 1] waarin is gesproken over de wijziging van de functie-inhoud van locatiemanager naar die van clustermanager en het aantal in die functie te plaatsen functionarissen;

  • -

    begin 2013 heeft [eiseres 1] mee gesolliciteerd naar één van de twee functieplaatsen van clustermanager; de twee zittende clustermanagers zijn hierop benoemd;

  • -

    op 5 maart heeft opnieuw een gesprek plaatsgevonden tusen [eiseres 1] en [naam 1] over verdere samenwerking, waarbij [naam 1] heeft toegezegd een voorstel tot aanpassing van haar werkzaamheden te doen;

  • -

    op 12 maart 2013 heeft [eiseres 1] zich ziek gemeld;

  • -

    medio april 2013 is opnieuw een ontslagvergunning aan UWV WERKbedrijf verzocht voor [eiseres 1], waarvan de uitslag nog niet bekend is;

  • -

    eind 2011 heeft [eiseres 1] verzocht om vanaf 1 maart 2013 drie uren minder te kunnen gaan werken; bij e-mailbericht van 6 februari 2012 is haar door de afdeling Personeelszaken toegezegd dat dit verwerkt zal worden;

  • -

    bij e-mailbericht van 28 december 2012 heeft [eiseres 1] het verzoek tot vermindering van haar uren ingetrokken;

  • -

    vanaf 1 maart 2013 zijn er drie uren per week in mindering gebracht op het salaris van [eiseres 1].

3.2

[eiseres 1] baseert haar vordering op de hierboven vermelde feiten. Zij stelt zich op het standpunt dat zij ten onrechte niet is geplaatst in de functie van clustermanager, omdat zij bij juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel niet in aanmerking zou zijn gekomen voor ontslag. Zij stelt dat zij geen unieke functie bekleedt of heeft bekleed zodat haar functie had moeten worden meegenomen in de afspiegeling. Omdat zij vreest dat haar opnieuw een unieke functie is toebedeeld waarvoor inmiddels een ontslagvergunning is verzocht, stelt zij spoedeisend belang bij haar vordering te hebben. Met betrekking tot het achterstallig loon stelt zij dat ten onrechte drie arbeidsuren per week in mindering zijn gebracht op haar salaris, nu zij het verzoek dienaangaande heeft ingetrokken.

3.3

De Roef weerspreekt de vordering en stelt dat deze dient te worden afgewezen. De besluitvorming inzake de ontslagaanvraag ligt volgens De Roef bij het UWV nu er een tweede reorganisatieronde is ingetreden. De Roef stelt zich op het standpunt dat de sollicitatieprocedure omtrent de functie van clustermanager zorgvuldig is gevoerd en dat [eiseres 1] geen rechten kan claimen.

Met betrekking tot de urenvermindering stelt De Roef zich op het standpunt dat intrekking van de aanvraag een gepasseerd station was nu deze al op 6 februari 2012 was toegezegd.

3.3

De kantonrechter overweegt als volgt.

Indirect wordt een oordeel gevraagd over de al dan niet juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij het vervallen van drie functieplaatsen van locatiemanager. Vaststaat dat, nadat een eerder verzoek is afgewezen, opnieuw een ontslagvergunning voor [eiseres 1] is verzocht aan UWV WERKbedrijf. Gesteld noch gebleken is welke functie [eiseres 1] volgens dit verzoek bekleedt, zodat in theorie aan afspiegeling voorbij zou kunnen worden gegaan. Indien de ontslagvergunning zou worden verleend, kan ervan worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst met [eiseres 1] zal worden opgezegd. Teneinde te voorkomen dat gevolg wordt gegeven aan een -in haar opinie- ten onrechte verleende ontslagvergunning, is voldoende aannemelijk dat [eiseres 1] spoedeisend belang heeft bij het bedoelde oordeel waaruit haar vordering sub 1 voortvloeit, zodat zij daarin kan worden ontvangen.

Gesteld noch gebleken is dat [eiseres 1] in financiële problemen komt door de inhouding op haar salaris, zodat voor de vordering sub 2 onvoldoende spoedeisend belang bestaat om daarover in kort geding te beslissen. In zoverre zal [eiseres 1] niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.4

Vaststaat dat [eiseres 1] één van de vijf locatiemanagers was die tot medio 2012 in die functie werkzaam waren en dat volgens het reorganisatieplan deze functie zou worden vervangen door de functie van clustermanager. Uit de weergave van het standpunt van De Roef door UWV WERKbedrijf in haar beslissing op de ontslagaanvraag, blijkt dat De Roef zich in die procedure op het standpunt stelde dat [eiseres 1], gelet op de vereiste opleiding en de benodigde competenties, in de nieuwe organisatiestructuur niet in aanmerking kwam voor de genoemde nieuwe functie van clustermanager. Gesteld noch gebleken is het verschil in opleiding en competenties van de twee op die functie benoemde medewerkers enerzijds en die van [eiseres 1] anderzijds.

Ervan uitgaande dat de bedoelde medewerkers dezelfde werkzaamheden als [eiseres 1] hebben vervuld in de functie van locatiemanager, was sprake van onderling uitwisselbare functies.

Gesteld noch gebleken is voorts dat de functie van clustermanager aanmerkelijk zwaarder zou zijn dan die van locatiemanager, noch dat de in die functie te vervullen werkzaamheden zodanig zouden verschillen van de eerdere functie dat daaraan andere (hogere) eisen konden worden gesteld. Ook in dat verband wordt daarom uitgegaan van uitwisselbare functies. Voorshands is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, dan ook niet duidelijk waarom [eiseres 1] niet net als bedoelde medewerkers in aanmerking kwam voor de functie van clustermanager.

3.5

Nu er voorshands van moet worden uitgegaan dat sprake was van uitwisselbare functies, zou [eiseres 1] op grond van het afspiegelingsbeginsel in aanmerking zijn gekomen voor de functie van clustermanager. Van de vijf medewerkers konden er immers maar twee worden geplaatst. Of als peildatum nu wordt uitgegaan van 1 of van 23 mei 2012 kan in het midden blijven, omdat de te vervallen functies moesten worden verdeeld over de aanwezige leeftijdsgroepen. Hierdoor brengt een redelijke toepassing van het afspiegelingsbeginsel met zich dat de drie kortst in dienst zijnde werknemers voor ontslag zouden zijn voorgedragen. [eiseres 1] behoorde daar niet toe, zodat er voorshands van moet worden uitgegaan dat het afspiegelingsbeginsel niet op juiste wijze is toegepast, waardoor de invulling van de twee functieplaatsen niet naar behoren is geschied.

3.6

Uit het voorgaande volgt, dat wanneer de invulling van de functieplaatsen naar behoren was geschied, een sollicitatieprocedure naar die functie niet aan de orde zou zijn geweest. Als gevolg hiervan kan er met een grote mate van waarschijnlijkheid van worden uitgegaan dat de vordering sub 1 in een te voeren bodemprocedure toewijsbaar zal worden geacht, zodat deze thans reeds, daarop vooruitlopend, zal worden toegewezen.

3.7

Uit praktische overwegingen zal worden bepaald dat tewerkstelling dient te geschieden binnen één week na betekening van dit vonnis.

3.8

De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, zij het dat daaraan een maximum zal worden verbonden van € 10.000,00.

4 De kosten

De Roef zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de aan de zijde van [eiseres 1] gevallen kosten van het geding.

5 De beslissing bij wege van voorlopige voorziening

De kantonrechter:

veroordeelt De Roef om, binnen één week na betekening van dit vonnis, [eiseres 1] in de functie van clustermanager tewerk te stellen, met bijbehorend salaris en emolumenten, op straffe van verbeurte een dwangsom van € 250,00 per dag dat zij daarmee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00;

verklaart [eiseres 1] niet-ontvankelijk in haar vordering, genoemd sub 2.2;

veroordeelt De Roef in de aan de zijde van [eiseres 1] gevallen kosten van dit geding, tot deze uitspraak begroot op € 570,84 waaronder € 400,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiseres 1];

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.G.M. Ides Peeters, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.