Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:5486

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-06-2013
Datum publicatie
22-07-2013
Zaaknummer
STR-11_705364
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bedreiging behandelend psychiater,

bedreiging verpleegdkundige,

heimelijk maken van opnamen in badkamer van een minderjarig kind,

opslaan van opnames op gegevensdrager van minderjarig kind,

kinderporno aan te merken opnamen,

verdachte verminderd tot licht verminderd toerekeningsvatbaar,

voorwaardelijk gevangenisstraf en behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 12/705364-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juni 2013

in de strafzaak tegen de ter terechtzitting verschenen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verblijvende in de FPK “De Mare” te Halsteren.

raadsman mr. Olie, advocaat te Goes,

ter terechtzitting aanwezig.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld op de zittingen van 23 februari 2012, 20 september 2012 en

- inhoudelijk - van 13 juni 2013, waarbij de officier van justitie mr. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is tweemaal gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De wijzigingen zijn cursief weergegeven.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 januari 2011 te Goes [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven): "Als je dat doet maak ik iedereen koud!" en/of "Ik maak jou koud, jullie verkloten mijn hele leven terwijl er niets aan de hand is.",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 februari 2011 te Goes [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk [getuige] dreigend de woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven):"Die kan het morgen krijgen." en/of "Ik knip de remleidingen van de auto van [slachtoffer 2] door.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke

bedreiging die [slachtoffer 2] heeft kennisgenomen;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2010 tot en met 28 april 2010 te Goes, meermalen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3], althans een (minderjarig) persoon, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het plaatsen van een webcam/camera in de badkamer gericht op het toilet en/of (vervolgens) het filmen en/of het maken van opnames van die [slachtoffer 3], althans die (minderjarige) persoon, en/of (waarbij) het geslachtsdeel van deze [slachtoffer 3], althans die (minderjarige) persoon, (duidelijk) zichtbaar was en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het onverhoeds en/of heimelijk filmen en/of opnames maken van die [slachtoffer 3], althans die (minderjarige) persoon, en/of waarbij het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3], althans die (minderjarige) persoon, duidelijk in beeld is;

art 246 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ter zake het onder 3 ten laste gelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, ter zake dat

3 subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2010 tot en met

28 april 2010 althans in de periode van het laatste kwartaal 2009 en eerste kwartaal 2010 te Goes, (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een

webcam/videocamera, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer 3], althans een minderjarig persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de badkamer van voornoemde woning, (telkens) een afbeelding heeft vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks de periode van 12 maart 2010 tot en met 5 januari 2011 te Goes, in elk geval in Nederland, één of meermalen een (groot aantal) (in ieder geval 10 of daaromtrent) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een computer en/of een harde schijf), bevattende een of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon of personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had/hadden bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7] en/of [bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10]);

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Verbeterde lezing van de tenlastelegging

De rechtbank heeft de tenlastelegging verbeterd gelezen zoals hierboven - vet cursief - is aangegeven. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de onder 3 primair ten laste gelegde feitelijke aanranding van de eerbaarheid niet wettig en overtuigen bewezen kan worden en verzoekt de rechtbank verdachte hiervan vrij te spreken.

Hij acht op grond van de aangifte van Emergis, de aangiften van de betrokken slachtoffers, de afgelegde verklaringen van verdachte en de processen-verbaal bevindingen wettig en overtuigen te bewijzen dat verdachte de hem onder 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde zedendelicten heeft gepleegd en dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd.

Het feit dat de foto’s door de onderzoekers niet als kinderpornografisch zijn bestempeld neemt niet weg dat de inhoud van de filmpjes waarbij de camera op de wc is gericht en een minderjarige in bepaalde poses is gefilmd als kinderpornografie is te kwalificeren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat het onder 1, 2 en 3 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte dient van het onder 3 primair en 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Het onder 3 primair ten laste gelegde is zeer gekunsteld, met een daarin omschreven handeling die niet valt binnen het bereik van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht. De onder 4 ten laste gelegde overtreding van artikel 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht kan niet bewezen worden aangezien de in de tenlastelegging opgenomen filmpjes geen kinderpornografisch materiaal bevatten. Uit het dossier blijkt dat de onderzoekers van mening zijn dat de foto’s die zijn veilig gesteld geen pornografisch materiaal bevatten en als een print van filmbeelden geen pornografisch materiaal is, is de film waarvan die print is getrokken dat ook niet.

Gelet hierop verzoekt de raadsman de rechtbank verdachte van de onder 3 primair en 4 ten laste gelegde feiten vrij te spreken

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de stukken en de afgelegde verklaringen gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden1.

Op 5 januari 2011 tussen 12.00 en 13.00 uur belt de heer [slachtoffer 1], psychiater werkzaam bij Emergis te Kloetinge, enige malen met verdachte. Tijdens de telefonische gesprekken bedreigt verdachte [slachtoffer 1] met de dood, waarna [slachtoffer 1] aangifte doet.

Op 22 februari 2011 heeft mevrouw [getuige], verpleegkundige en woonbegeleider bij Emergis, in de loop van de avond een gesprek met verdachte. Tijdens dit gesprek bedreigt verdachte indirect mevrouw [slachtoffer 2] door tegen genoemde [getuige] met betrekking tot [slachtoffer 2] te zeggen dat [slachtoffer 2] het morgen wel zal krijgen en dat hij de remleidingen van de auto van [slachtoffer 2] zal doorsnijden. Nadat [slachtoffer 2] van deze indirecte bedreiging hoort doet ook zij aangifte.

Namens Emergis wordt op 10 januari 2011 aangifte gedaan van het (vermoedelijk) in bezit

hebben van kinderporno door verdachte. Met toestemming van verdachte wordt zijn

computer in beslaggenomen en onderzocht, waarbij geen kinderpornografisch materiaal

wordt aangetroffen maar wel 13 videobestanden met beelden van een toilet. Bij nader

onderzoek bleken 10 videobestanden opnames te zijn van een camera die van boven was

gericht op een wc en waarbij steeds het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in beeld werd gebracht. Verdachte heeft ter zitting erkend dat hij de camera heeft opgehangen in de badkamer van zijn woning bij het Spectrum in Goes en heimelijk opnames heeft gemaakt van de minderjarige persoon die verdachte kent als [slachtoffer 3].

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om feit 3 primair wettig en overtuigend te bewijzen. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken. Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte heimelijk filmopnames heeft gemaakt zoals onder 3 subsidiair ten laste gelegd. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de opnames zijn gemaakt in de periode zoals door verdachte ter zitting genoemd, te weten het laatste kwartaal van 2009 en het eerste kwartaal van 2010. De periode zoals in het proces-verbaal van de politie vermeld betreft volgens verdachte namelijk de periode waarin back-ups zijn gemaakt en in die periode woonde verdachte niet in het Spectrum en had hij geen eigen badkamer.

Uit het dossier maakt de rechtbank - evenals de verdediging en de officier van justitie - niet op dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen en films heeft verspreid. De rechtbank acht deze gedraging dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte van dat deel van het onder 4 ten laste gelegde vrijspreken. Zij zal verdachte eveneens vrijspreken van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het invoeren en/of uitvoeren van kinderporno, daar het dossier evenmin aanknopingspunten biedt voor het feit dat verdachte zich aan deze gedragingen schuldig zou hebben gemaakt. Hetzelfde geldt voor het vervaardigen van kinderporno nu dit niet in de ten laste gelegde periode is geschied. De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor is overwogen over de periode van het onder 3 subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank acht het bezit van kinderporno, zoals onder 4 ten lastegelegd wel wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft erkend dat hij de in de tenlastelegging beschreven filmopnames heeft gemaakt en dat op deze opnames, die hij op zijn computer heeft opgeslagen, telkens het geslachtsdeel van de minderjarige persoon [slachtoffer 3] is te zien2. Voor zover verdachte heeft betoogd dat hij de opnames maakte om een kluis in beeld te brengen, acht de rechtbank dat ongeloofwaardig gelet op het feit dat er geen kluis in beeld is alsmede gelet op de overige inhoud van het dossier in het bijzonder de vele foto’s van (half)naakte kinderen die op de computer van verdachte zijn aangetroffen3 en waarbij soms uitdrukkelijk wordt verwezen naar kinderporno4. De rechtbank is van oordeel dat of een foto of film als kinderpornografisch bestempeld kan worden, niet slechts kan worden afgeleid uit een getoonde expliciete seksuele gedraging. Indien de nadruk van het getoonde materiaal duidelijk op bepaalde poses van de kinderen is gericht of nadrukkelijk op bepaalde gedeelten van het lichaam zoals de geslachtsdelen, die in het concrete geval onmiskenbaar strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling, wordt dit als een seksuele gedraging als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht aangemerkt en dus als kinderpornografisch. Gelet op het feit dat op de beelden telkens het geslachtsdeel van de betreffende minderjarige duidelijk in beeld word gebracht5 in combinatie met de overige inhoud van het dossier zoals hiervoor beschreven, is de rechtbank van oordeel dat de betreffende filmopnames kinderpornografisch van aard zijn.

Verdachte heeft de hem ten laste gelegde bedreigingen onder 1 en 2 en het heimelijk maken van filmopnames zoals onder 3 subsidiair ten laste gelegd bekend zodat ten aanzien van die feiten de rechtbank op grond van artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaat met een opgave van de bewijsmiddelen, te weten:

- de bekennende verklaringen van verdachte6;   

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 juni 20137;

- de aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 22 februari 20118;

- de aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 24 februari 20119;

- de verklaring van [getuige] d.d. 31 maart 201110;

- het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het in beslaggenomen videomateriaal van de computer van verdachte d.d. 21 oktober 201111;

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 05 januari 2011 te Goes [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven):"Als je dat doet maak ik iedereen koud!" en/of "Ik maak jou koud, jullie verkloten mijn hele leven terwijl er niets aan de hand is.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 22 februari 2011 te Goes [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk [getuige] dreigend de woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven):"Die kan het morgen krijgen." en/of "Ik knip de remleidingen van de auto van [slachtoffer 2] door.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreiging die [slachtoffer 2] heeft kennisgenomen;

3 subsidiair.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2010 tot en met 28 april 2010 althans in de periode van het laatste kwartaal 2009 en eerste kwartaal 2010 te Goes, (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een

webcam/videocamera, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, te weten [slachtoffer 3], althans een minderjarig persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de badkamer van voornoemde woning, (telkens) een afbeelding heeft vervaardigd;

4.

hij op of omstreeks de periode van 12 maart 2010 tot en met 5 januari 2011 te Goes, in elk geval in Nederland, één of meermalen een (groot aantal) (in ieder geval 10 of daaromtrent) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten een computer en/of een harde schijf), bevattende een of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon of personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had/hadden bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die/de perso(o)n(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer [bestandsnaam 1] en/of [bestandsnaam 2] en/of [bestandsnaam 3] en/of [bestandsnaam 4] en/of [bestandsnaam 5] en/of [bestandsnaam 6] en/of [bestandsnaam 7] en/of [bestandsnaam 8] en/of [bestandsnaam 9] en/of [bestandsnaam 10]);

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht enerzijds de ernst van de feiten voor de strafmaat van belang. Anderzijds rechtvaardigen de bedreigingen alsmede de aard en de beperkte omvang van de verzameling kinderporno naast het blanco strafblad van verdachte in beginsel nog geen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. De officier van justitie vordert op grond van hetgeen hij bewezen acht - rekening houdend met het rapport van de reclassering, het strafblad van verdachte, de rapporten van de deskundigen en de zekerheid de klinische behandeling in ‘De Mare’ te kunnen continueren - een forse voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden klinische behandeling in ‘De Mare’ zolang als psychiater Dingemanse dat nodig acht en verplicht reclasseringscontact met een proeftijd van 2 jaar met dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. Op het moment dat de behandeling bij ‘De Mare’ is voltooid kan de behandeling van verdachte worden voortgezet bij Emergis Zierikzee of bij een soortgelijke instelling.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Hoewel het volgens de raadsman afkeurenswaardig is wat verdachte heeft gedaan dient rekening te worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van de zaak. Zo is sprake van een nagenoeg blanco strafblad bij verdachte, is het aantal aangetroffen belastend videomateriaal klein, is verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar en verblijft hij inmiddels reeds enige tijd met een gesloten machtiging in de Mare.

Gelet op het vorenstaande is een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zonder klinische opname beter op zijn plaats dan de door de officier van justitie gevorderde klinische opname. Als bijzondere voorwaarden kunnen een ambulante behandeling bij ‘De Waag’ en toezicht door Emergis Zierikzee worden opgelegd met de andere interventies/behandelingen zoals de Reclassering Nederland in haar rapport van 29 januari 2013 heeft aangegeven.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich, naast bedreiging, schuldig gemaakt aan het heimelijk filmen middels een webcam/videocamera van een minderjarig kind op het toilet in de badkamer waarbij steeds het geslachtsdeel van het kind zichtbaar was. Deze beelden zijn vervolgens op de computer van verdachte opgeslagen, hetgeen in de gegeven omstandigheden bezit van kinderporno oplevert. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is.

De rechtbank neemt bij de strafoplegging in aanmerking dat het aantal aangetroffen bestanden relatief beperkt in aantal is en dat in die bestanden van actief misbruik van kinderen geen sprake is.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 21 mei 2013 niet eerder met de rechtbank in aanraking is geweest voor het plegen van enig strafbaar feit.

In het rapport van psycholoog NIP/BIG drs. J.J. van der Weele van 11 mei 2012 en de rapporten van psychiater drs. W. Eland van 20 december 2012 en 12 april 2013 geven beide deskundigen aan dat verdachte lijdt aan een stoornis. Volgens van der Weele betreft dit een stoornis in de impulscontrole en volgens Eland een niet specifieke autistische stoornis en trekken van een narcistische en antisociale persoonlijkheid. Volgens de deskundigen is verdachte verminderd tot licht verminderd toerekeningsvatbaar. Van der Weele adviseert om geen verplichte begeleiding op te leggen. Deskundige Eland adviseert in het eerste rapport ambulante begeleiding en in de aanvulling op dat rapport- na consultatie van een behandelaar van verdachte- een verplichte klinische behandeling in bijvoorbeeld een FPA gevolgd door een ambulante behandeling bij De Waag te Middelburg.

De rechtbank neemt het advies van de gedragsdeskundigen betreffende de toerekenbaarheid over en houdt daarmee rekening bij het bepalen van de straf. Het advies om verdachte eerst klinisch te laten behandelen volgt de rechtbank niet nu verdachte thans reeds in een civiel kader klinisch wordt behandeld. De rechtbank acht het gelet op de rapportages van de deskundigen echter wel van belang dat wanneer het klinische behandeltraject eindigt verdachte verplicht ambulant wordt begeleid.

Alles afwegend komt de rechtbank tot de conclusie, dat voor het bewezen verklaarde passend is een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht en een ambulante behandeling bij ‘De Waag’ Middelburg, Emergis Zierikzee of soortgelijke instelling. De rechtbank zal tevens de door de Reclassering Nederland geadviseerde gedragsinterventies als verwoord in haar rapport van 29 januari 2013 overnemen.

De gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen en ervoor zorg te dragen dat verdachte zich houdt aan het ambulante behandeltraject. De rechtbank ziet geen aanleiding om de dadelijke uitvoerbaarheid te gelasten.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 139f, 240b en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

3 subsidiair. Gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid

niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk

van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd;

4. Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging,

waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht niet ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt gelet op de hiervoor vermelde bijzondere voorwaarden als algemene voorwaarde:

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* verdachte moet zich binnen drie werkdagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis melden bij de Reclassering Nederland, Vrijlandstraat 33B te 4337 EA Middelburg en zich tijdens de proeftijd blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Stichting Reclassering Nederland te Middelburg;

* verdachte moet meewerken aan een intake en indien een behandeling geïndiceerd is, zich ambulant laten behandelen bij Forensisch Centrum ‘De Waag’ te Middelburg, Emergis Zierikzee of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/ behandelaar zullen worden gegeven;

* verdachte moet meewerken aan de volgende gedragsinterventies:

  • -

    Cognitieve vaardigheidstraining (CoVa);

  • -

    Arbeidsvaardigheden training (ARVA), en

  • -

    Module budgetteren.

- draagt deze instellingen op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden.

Dit vonnis is gewezen door mr. Haesen, voorzitter, mr. De Jager en mr. Gieben, rechters, in tegenwoordigheid van Buyze, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op

27 juni 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer wordt daarmee bedoeld een pagina opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Zeeland, nummer PL193D 2011034803 d.d. 6 mei (doorlopende paginanummering 1 t/m 80 alsmede enkele ongenummerde pagina’s). In de bewijsredenering is de inhoud van de gebezigde wettige bewijsmiddelen zakelijk samengevat (zie Hoge Raad 11 oktober 2011, LJN BT 7270).

2 Verklaring verdachte ter zitting d.d. 13 juni 2013

3 Pagina 15 tot en met 27 van het dossier

4 Foto’s nr 33, 37 en 43 op pagina’s 18 en 19

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 oktober 2011, ongenummerd, inhoudende een beschrijving van de videobestanden.

6 De verhoren d.d. 21 maart 2011 van verdachte met bijlagen, proces-verbaalpagina’s 8 – 14 (met foto’s op pagina’s 15 – 27) en pagina’s 28 - 31.

7 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 juni 2013.

8 De aangifte van [slachtoffer 1], dossierpagina’s 69 - 72.

9 De aangifte van [slachtoffer 2], dossierpagina’s 74 - 77.

10 De getuigenverklaring van [getuige], dossierpagina’s 78 - 80.

11 Een los proces-verbaal, op ambtseed opgemaakt door verbalisant Groenewegen onder nummer PL193D 2011001541-6.