Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:5317

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-06-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
02/667381-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

met haar auto door rood licht is gereden en daardoor een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een motorrijder zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte met haar rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt waardoor een ander letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte door het rode licht is gereden, waardoor letsel aan een ander is toegebracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/667381-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 juni 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] (Polen)

wonende te [adres]

raadsman mr. R.G.J.M. Onderdonck, advocaat te Eindhoven

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 mei 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

met haar auto door rood licht is gereden en daardoor een ongeval heeft veroorzaakt waardoor een motorrijder zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte met haar rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt waardoor een ander letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte door het rode licht is gereden, waardoor letsel aan een ander is toegebracht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd, in die zin dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden, en baseert zich daarbij op de aangifte, de diverse getuigenverklaringen en de analyse van de verkeerspolitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank alleen tot een bewezenverklaring kan komen van hetgeen meer subsidiair tenlastegelegd is. De verdediging meent dat artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 niet is bedoeld voor de verkeershinder die is ontstaan als gevolg van de botsing van verdachte met aangever, zodat het subsidiair tenlastegelegde niet bewezen kan worden. Ook stelt de verdediging dat verdachte dient te worden vrijgesproken voor het primair tenlastegelegde feit. De enkele omstandigheid dat verdachte tijdelijk onoplettend was, maakt immers nog niet dat zij schuld heeft in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 7 juli 2012 reed verdachte in haar Fiat Panda over de Ringbaan Zuid te Tilburg in de richting van de Broekhovenseweg2. Getuige[getuige] die in dezelfde richting reed, heeft gezien dat verdachte door het rode verkeerslicht is gereden en dat de verkeerslichten al zeker 5 seconden op rood stonden toen verdachte de verkeerslichten passeerde3. Ook getuige[getuige 2] heeft gezien dat de Fiat Panda bij het kruispunt Ringbaan Zuid met de Wethouder Baggermanlaan door het rode verkeerslicht is gereden4.

Aangever[slachtoffer] stond te wachten voor het rode verkeerslicht op het voorsorteervak op de Wethouder Baggermanlaan om linksaf de Ringbaan Zuid op te kunnen rijden. Zodra het verkeerslicht op groen is gesprongen, is hij op zijn motor de kruising opgereden5.

De personenauto van verdachte komt daarop in aanrijding met aangever op de motor6.[slachtoffer] blijkt na het ongeval een dijbeenbreuk links, een halswervelbreuk en meerdere breuken in zijn voet, een handwortelbreukje, een middenhandsbeenbreuk, een longkneuzing en twee ribbreuken links, een forse open wond aan zijn voet en meerdere teenbreuken te hebben. Er zijn meerdere operaties nodig voor onder andere het bovenbeen en zijn voet. Er wordt een inschatting gemaakt dat de genezing 9 tot 12 maanden zal duren7.

Verdachte heeft verklaard dat zij dacht dat ze door het groene verkeerslicht is gereden. Uit zowel de getuigenverklaringen8 van[getuige] en[getuige 2] als het proces-verbaal verkeersongevalanalyse van de unit Forensisch Technisch Onderzoek9 concludeert de rechtbank echter dat verdachte door het rode verkeerslicht moet zijn gereden.

De vraag die voorligt, is of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de vraag of verdachte schuld aan het verkeersongeval heeft in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Er kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meerdere gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank gaat er gelet op verdachtes verklaring vanuit dat verdachte niet welbewust door het rode licht is gereden, zodat verdachte geen roekeloosheid verweten kan worden.

Uit de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat zij dacht dat ze door groen was gereden, concludeert de rechtbank dat verdachte ook het aan het rode verkeerslicht voorafgaande oranje licht niet heeft gezien. Daar komt bij dat het verkeerslicht volgens getuige[getuige] al zeker 5 seconden op rood stond op het moment dat verdachte de kruising opreed. Daarnaast heeft verdachte ook op het moment dat zij de kruising opreed niet op het overige verkeer gelet. De rechtbank baseert deze conclusie op het feit dat verdachte heeft verklaard dat ze de motorrijder in het geheel niet heeft gezien voorafgaand aan de aanrijding en dat remsporen op de plaats van de aanrijding ontbreken. Ook heeft verdachte verklaard dat zij helemaal geen ander verkeer heeft gezien10, terwijl uit de getuigenverklaringen blijkt dat er meerdere voertuigen voor en achter haar zichtbaar moeten zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat hiermee vaststaat dat verdachte gedurende enige tijd, in ieder geval langer dan een enkel moment, niet op de verkeerslichten en op het overige verkeer heeft gelet. Daaruit concludeert de rechtbank dat verdachte zich in aanzienlijke mate onvoorzichtig heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan haar schuld te wijten is.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

zij, op of omstreeks 07 juli 2012, te Tilburg, als verkeersdeelneemster, namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, Fiat), daarmede rijdende over de weg, de Ringbaan-Zuid en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van die weg, met de weg, de Wethouder Baggermanlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig, met dat motorrijtuig rijdend en naderend voormelde kruising/splitsing van wegen, geen gevolg te geven aan een, in haar, verdachte's, richting gekeerd, voor haar, verdachte's, rijrichting bestemd, aldaar geplaatst, "rood licht" uitstralend, driekleurig verkeerslicht (aanduidende: "stop"), doch het kruisingsvlak van die kruising/splitsing van wegen, met onverminderde snelheid zowel te naderen als, vervolgens, op te rijden, op het moment dat de bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), komende vanaf de weg, de Wethouder Baggermanlaan, doende was het kruisingsvlak van genoemde kruising/splitsing van wegen, gezien haar, verdachte's, rijrichting, van "rechts naar links" op/over te rijden, (mede) tengevolge waarvan zij, verdachte, met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto, Fiat), in botsing/aanrijding is gekomen met dat, die kruising/splitsing van wegen oprijdend, motorrijtuig (motorfiets), bestuurd door: [initialen].[slachtoffer], waardoor die bestuurder (genaamd: [initialen].[slachtoffer]) van dat motorrijtuig (motorfiets) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: een dijbeenbreuk (links) en/of een halswervelbreuk en/of meerdere breuken van en/of in een voet en/of een handwortelbreukje en/of een middenhandsbeenbreuk en/of een longkneuzing en/of meerdere ribbreuken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis bij niet of niet goed vervullen en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging meent dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd, waardoor in ieder geval een lagere straf dient te volgen dan de officier van justitie heeft geëist. De verdediging verzoekt verdachte voor het meer subsidiair tenlastegelegde louter een geldboete op te leggen en te bepalen dat zij vanwege haar geringe inkomen deze in termijnen mag voldoen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt dat voor het slachtoffer [initialen].[slachtoffer] grote gevolgen heeft gehad.[slachtoffer] heeft op zitting aangegeven wat voor hem en zijn gezin de gevolgen zijn geweest, niet alleen fysiek maar ook op het psychische vlak. Het is voor hem nog altijd niet mogelijk het leven te leiden zoals hij dat voor het ongeval gewend was.

De rechtbank zal bij de strafmaat ten voordele van verdachte rekening houden met de omstandigheden dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat zij moeite heeft gedaan om contact op te nemen met het slachtoffer en dat zij heeft laten blijken de verantwoordelijkheid te nemen voor wat zij heeft gedaan. Ter terechtzitting is gebleken dat het ongeval ook op verdachte een grote impact heeft gehad.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 80 uur passend en geboden. Daarnaast zal zij verdachte een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178, 179, 188 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;

Dit vonnis is gewezen door mr. Struijs, voorzitter, mr. Van den Heuvel en mr. Kneepkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 juni 2013.

Mr. Kneepkens is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

zij, op of omstreeks 07 juli 2012, te Tilburg, als verkeersdeelneemster,

namelijk als bestuurster van een motorrijtuig (personenauto, Fiat), daarmede

rijdende over de weg, de Ringbaan-Zuid en gekomen ter hoogte van de

kruising/splitsing van die weg, met de weg, de Wethouder Baggermanlaan,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans

aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of

ondeskundig,

met dat motorrijtuig rijdend en naderend voormelde kruising/splitsing van

wegen, geen gevolg te geven aan een, in haar, verdachte's, richting gekeerd,

voor haar, verdachte's, rijrichting bestemd, aldaar geplaatst, "rood licht"

uitstralend, driekleurig verkeerslicht (aanduidende: "stop"),

doch het kruisingsvlak van die kruising/splitsing van wegen, met onverminderde

snelheid zowel te naderen als, vervolgens, op te rijden,

op het moment dat de bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), komende

vanaf de weg, de Wethouder Baggermanlaan, doende was het kruisingsvlak van

genoemde kruising/splitsing van wegen, gezien haar, verdachte's, rijrichting,

van "rechts naar links" op/over te rijden,

(mede) tengevolge waarvan zij, verdachte, met dat door haar, verdachte,

bestuurde motorrijtuig (personenauto, Fiat), in botsing/aanrijding is gekomen

met dat, die kruising/splitsing van wegen oprijdend, motorrijtuig

(motorfiets), bestuurd door: [initialen].[slachtoffer],

waardoor die bestuurder (genaamd: [initialen].[slachtoffer]) van dat motorrijtuig

(motorfiets) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: een dijbeenbreuk (links)

en/of een halswervelbreuk en/of meerdere breuken van en/of in een voet en/of

een handwortelbreukje en/of een middenhandsbeenbreuk en/of een longkneuzing

en/of meerdere ribbreuken,

zijnde de terminologe in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis

is gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

zij, op of omstreeks 07 juli 2012, te Tilburg, als bestuurster van een

motorrijtuig (personenauto, Fiat), daarmede rijdende op de weg, de

Ringbaan-Zuid en gekomen ter hoogte van de kruising/splitsing van die weg, de

Wethouder Baggermanlaan,

geen gevolg heeft gegeven aan een, in haar, verdachte's, richting gekeerd,

voor haar, verdachte's, rijrichting bestemd, aldaar geplaatst, "rood licht"

uitstralend, driekleurig verkeerslicht (aanduidende: "stop"),

och het kruisingsvlak van genoemde kruising/splitsing van wegen, met

onverminderde snelheid, zowel is genaderd als (vervolgens) is opgereden, op

het moment dat de bestuurder van een motorrijtuig (motorfiets), doende was het

kruisingsvlak van genoemde kruising/splitsing van wegen, gezien haar,

verdachte's, rijrichting, "van rechts naar links" op/over te rijden,

waarna zij, verdachte, met dat door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(personenauto, Fiat), in botsing/aanrijding is gekomen met dat, die

kruising/splitsing van wegen oprijdende, motorrijtuig (motorfiets), bestuurd

door: [initialen].[slachtoffer], waarbij genoemde bestuurder: [initialen].[slachtoffer], ten val is

gekomen en/of letsel heeft bekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die kruising/splitsing van

wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op

die kruising/splitsing van wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij, op of omstreeks 07 juli 2012, te Tilburg, als bestuurster

van een motorvoertuig (personenauto, Fiat), daarmede rijdende op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de Ringbaan-Zuid en gekomen ter hoogte van

de kruising/splitsing van die weg, met de weg, de Wethouder Baggermanlaan,

geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod

inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd

driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan

personen werd toegebracht en/of schade aan goederen is ontstaan;

art 68 lid 1 ahf/ond c Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

art 62 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL204K 2012144828 van de politie Midden en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, genummerd 1 t/m 28

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 9

3 Proces-verbaal van verhoor getuige[getuige], pagina 23

4 Proces-verbaal van verhoor getuige[getuige 2], pagina 22

5 Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 14

6 Zie voetnoot 3 en 4

7 Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring, ongenummerd, opgenomen na pagina 27

8 Zie voetnoot 3 en 4

9 Proces-verbaal verkeersongevalanalyse, pagina 21 (van 23)

10 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 24 mei 2013