Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:3996

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-05-2013
Datum publicatie
02-07-2013
Zaaknummer
AWB- 12_4938
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob. Afwijzing gebruik handboek WWB Schulink is geen besluit. Feitelijke handeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 12/4938 WOB

uitspraak van 16 mei 2013 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

mr. [eiser], te Goes, eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 juli 2012 (bestreden besluit) inzake de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om gebruik te mogen maken van de maatwerkeditie van het handboek WWB van Schulinck.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2013. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [woordvoerder verweerder 1] en [woordvoerder verweerder 2].

Overwegingen

1.

Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser heeft op 1 maart 2012 bij het college een verzoek ingediend als bedoeld in artikel 3 van de Wob om hem toestemming te verlenen gebruik te mogen maken van de maatwerkeditie met specifiek gemeentelijk beleid van het handboek Schulinck.

Bij besluit van 27 maart 2012 (primair besluit) heeft het college dit verzoek afgewezen

Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaarschrift van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat nu het hier informatie betreft die al openbaar is, het verstrekken daarvan een feitelijke handeling is. Er is derhalve geen sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

2.

Eiser voert in beroep aan dat het primaire besluit wel is gericht op rechtsgevolg, te weten het onthouden van toegang tot gemeentelijke beleidsinformatie. De beleidsinformatie in de maatwerkeditie van Schulink is, anders dan het college stelt, niet op eenvoudige wijze ook elders te verkrijgen. Het betreft informatie over gemeentelijk beleid die niet in het normale abonnement op het Schulinck handboek WWB is opgenomen. Volgens eiser kan het college hem toegang verlenen door “één druk op de knop”.

3.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wob wordt onder 'document' verstaan een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Ingevolge artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken.

4.

Gelet op het verhandelde ter zitting ziet het verzoek van eiser op een onderdeel van een digitaal informatiesysteem (Kluwer Schulinck) dat in handen is van een commercieel bedrijf (Kluwer). Uit de beroepsgronden van eiser leidt de rechtbank af dat eiser met zijn verzoek beoogt feitelijk toegang te verkrijgen tot een onderdeel van het voornoemde informatiesysteem. Naar het oordeel van de rechtbank moet het verkrijgen van dergelijke toegang worden aangemerkt als een feitelijke handeling. De beslissing op een dergelijk verzoek is dan ook niet gericht op rechtsgevolg en derhalve geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

De vraag of hier de Wob van toepassing is, kan in verband hiermee buiten beschouwing blijven.

5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bezwaar van eiser terecht - zij het met een andere motivering - niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is ongegrond.

6.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. Bins-Scheffer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2013.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.