Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:3587

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
06-05-2014
Zaaknummer
240009 / 12-1455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Eenzijdige wijziging door werkgever van bedongen arbeid toelaatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0436
AR 2014/287
AR 2014/275

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

[Zaaknummer] [Rolnummer]

Zittingsplaats: Terneuzen

zaak/rolnr.: 240009 / 12-1455

vonnis van de kantonrechter d.d. 3 april 2013

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

verder te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. I. Ouwehand,

t e g e n :

de naamloze vennootschap

COFELY NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Bunnik,

gedaagde partij,

verder te noemen: Cofely,

gemachtigde: mr. A. Röder-Stam.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

  • -

    dagvaarding van 26 juni 2012,

  • -

    conclusies van antwoord, repliek en dupliek.

de beoordeling van de zaak

1.1. [eiseres] werkte als uitzendkracht voor Cofely als managementassistente P&O en Commercie van 4 december 2006 tot 1 juli 2007. Volgens schriftelijke overeenkomst voor onbepaalde tijd trad zij op 1 juli 2007 in dienst van Cofely voor 36 uur per week in de functie van directiesecretaresse P&O voor de afdelingen HR en Commercie. Deze functie is ingedeeld in salarisgroep 9. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Metaal & Techniek.

1.2. Met ingang van 1 oktober 2008 is de arbeidsduur verminderd tot 24 uur per week en werkte [eiseres] als directiesecretaresse alleen nog maar voor de afdeling Commercie.

1.3. Op 2 juli 2009 schreef Cofely aan [eiseres] een brief ter bevestiging van een gesprek van 30 juni 2009. De brief komt erop neer dat Cofely door de economische recessie genoodzaakt is in te grijpen in de kostenstructuur. Net als andere afdelingen moet de afdeling Commercie haar steentje bijdragen in de besparing van kosten. De 16 uren die [eiseres] voor de afdeling Commercie werkt, worden bezuinigd en daarom plaatst Cofely haar per 1 september 2009 volledig over naar de receptie. Zij biedt [eiseres] de functie van receptioniste aan. Die functie is ingeschaald in salarisgroep 5. Om het verschil met salarisgroep 9 te beperken, plaatst Cofely [eiseres] in salarisgroep 6. Cofely kondigde aan de inkomensachteruitgang in vier maanden geleidelijk af te bouwen. Op dat laatste kwam zij terug bij brief van 22 juli 2009. [eiseres] zal volgens die brief in september, oktober en november 2009 op grond van de CAO nog het oude salaris ontvangen en vanaf 1 december 2009 het salaris volgens het maximum van salarisgroep 6. [eiseres] verklaarde zich niet akkoord met de wijziging van haar functie en haar salaris. Vanaf 1 september 2009 werkte zij onder protest als receptioniste. Zij ontving het salaris conform de brief van Cofely van 22 juli 2009. Later is zij weer andere werkzaamheden voor Cofely gaan verrichten.

1.4. Op 5 juli 2010 stelde [eiseres] voor haar salaris als directiesecretaresse per 1 september 2009 te bevriezen zodat zij geen salarisverhogingen volgens de CAO zal ontvangen totdat het salaris in de nieuwe functie stijgt boven het gebruikelijke salaris in de functie van directiesecretaresse per 1 september 2009. Zij verbond daaraan het voorbehoud dat indien binnen anderhalf jaar de functie van directiesecretaresse Commercie weer ontstaat dan wel de werkzaamheden van directiesecretaresse HR uitbreiden, zij in aanmerking komt voor die functie. Cofely ging niet akkoord met dit voorstel.

1.5. Artikel 36 lid 3 van de CAO bepaalt dat de werknemer die een functie gaat vervullen die in een lagere salarisgroep is ingedeeld ten minste drie betalingsperioden nog het salaris zal ontvangen dat hij verdiende in de vorige functie. Vervolgens kan hij, al dan niet getemporiseerd, in de nieuwe salarisgroep worden ingedeeld.

2.1. [eiseres] vordert, zakelijk weergegeven:

primair:

  • -

    de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is, althans dat Cofely artikel 36 van de CAO onjuist toepast,

  • -

    de verklaring voor recht dat de inschakeling van het loon van [eiseres] vanaf 1 september 2009 ongewijzigd in schaal 9 dient plaats te vinden en dat dit loon per 1 januari 2012 in trede 9-10 dient te worden ingedeeld waarmee € 1.865,36 bruto per maand correspondeert, welk bedrag aan haar dient te worden betaald,

  • -

    de veroordeling van Cofely tot betaling van € 8.678,16 bruto aan achterstallig loon en € 694,25 bruto aan achterstallige vakantietoeslag met wettelijke rente en wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling,

subsidiair:

  • -

    de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is, althans dat Cofely artikel 36 van de CAO onjuist toepast,

  • -

    de verklaring voor recht dat het loon van [eiseres] over de periode van 1 september 2009 tot en met 26 juni 2012 dient te worden bevroren zodat het op 26 juni 2012 € 1.797,53 bruto per maand bedraagt,

  • -

    de veroordeling van Cofely tot betaling van € 7.672,05 bruto aan achterstallig loon en € 613,76 bruto aan achterstallige vakantietoeslag met wettelijke rente en wettelijke verhoging wegens vertraagde betaling,

meer subsidiair:

  • -

    de verklaring voor recht dat de eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst met loonsverlaging nietig is,

  • -

    de vaststelling in goede justitie van een bedrag dat Cofely verschuldigd is aan [eiseres] met wettelijke rente,

primair, subsidiair en meer subsidiair:

  • -

    de veroordeling van Cofely tot betaling van € 833,-- als vergoeding van buitengerechtelijke kosten,

  • -

    de veroordeling van Cofely in de proceskosten.

2.2. [eiseres] baseert haar vordering op het volgende. De bedongen arbeid van [eiseres] is die van directiesecretaresse P&O voor de afdelingen HR en Commercie voor 36 uur per week. De arbeidstijd is per 1 november 2008 teruggebracht tot 24 uur per week. Sindsdien werkte [eiseres] alleen voor de afdeling Commercie. Weliswaar zijn volgens Cofely de werkzaamheden als directiesecretaresse voor die afdeling vervallen, maar de werkzaamheden die [eiseres] tot 1 november 2008 verrichtte voor de afdeling HR bleven bestaan. Die werkzaamheden werden uitgevoerd door een collega op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het lag voor de hand dat de arbeidsovereenkomst met die collega per 1 september 2009 of later was geëindigd, dan wel dat die collega in plaats van [eiseres] werd ingezet als receptioniste. De eenzijdige verlaging van het loon per 1 december 2009 heeft voor [eiseres] negatieve gevolgen. Over de periode tot en met 31 december 2011 bedroeg het totale salarisverschil € 8.678,15 bruto. Het salaris beliep in december 2011 € 1.848,06 bruto in de oude functie en € 1.485,37 bruto in de nieuwe functie. Per 1 november 2008 was het salaris al verlaagd met een derde door de vermindering van de arbeidsduur. In de CAO is de aanbeveling opgenomen bij plaatsing in een lager ingeschaalde functie het oude salaris te handhaven. Cofely beperkt de afbouw van het salaris tot het minimum. [eiseres] functioneerde en functioneert goed. De reden voor de functiewijziging is bedrijfsorganisatorisch van aard. [eiseres] treft daarvoor geen verwijt. Het aangeboden salaris is volstrekt onvoldoende. Het salaris ging fors achteruit. Cofely had er alles aan moeten doen om de gevolgen van de functiewijziging voor [eiseres] zoveel mogelijk te beperken. Met de wijziging van de functie is niet voldaan aan de beginselen van evenredigheid, toereikende motivering en zorgvuldigheid. Alle omstandigheden hadden moeten worden meegenomen, wat niet is gebeurd. Subsidiair had [eiseres] het redelijke voorstel van 5 juli 2010 tot bevriezing van het loon moeten accepteren.

3.

Cofely betwist de vordering en de daarvoor aangevoerde gronden.

4.

De kantonrechter overweegt het volgende.

4.1.

Aanvankelijk was de bedongen arbeid van [eiseres] die van directiesecretaresse P&O voor de afdelingen HR en Commercie voor 36 uur per week. Aard en omvang daarvan zijn met wederzijds goedvinden van partijen - het tegendeel is niet voldoende gesteld of gebleken - gewijzigd zodat per 1 november 2008 de bedongen arbeid was die van directiesecretaresse voor de afdeling Commercie voor 24 uur per week. Toen werd het salaris evenredig beperkt, dus met een derde.

4.2.

De vraag is nu of Cofely mocht overgaan tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden door per 1 september 2009 [eiseres] tewerk te stellen in de functie van receptioniste en door per 1 december 2009 haar salaris te verlagen tot het maximum van salarisgroep 6.

4.3.

Cofely stelt dat in de arbeidsovereenkomst een beding is opgenomen dat haar bevoegd maakt arbeidsvoorwaarden te wijzigen. Naar moet worden aangenomen, doelt zij op artikel 2 lid 3 van de arbeidsovereenkomst. Deze bepaling houdt in dat Cofely zich het recht voorbehoudt de inhoud van haar Handboek Arbeidsvoorwaarden en daarmee de arbeidsovereenkomst te wijzigen. Deze bepaling maakt haar niet bevoegd tot de per 1 september 2009 doorgevoerde wijziging van de functie van [eiseres] en de daarmee samenhangende verlaging van het salaris met ingang van 1 december 2009. Ook blijkt niet van een ander beding dat haar die bevoegdheid geeft.

4.4.

De in overweging 4.2 geformuleerde vraag dient te worden beantwoord met het uitgangspunt dat Cofely en [eiseres] verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Eerst komt aan de orde of zich een wijziging van omstandigheden voordeed en of Cofely daarin als goed werkgever aanleiding konden vinden tot het voorstel tot wijziging van arbeidsvoorwaarden en of haar voorstel redelijk is. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de aard van de gewijzigde omstandigheden die tot het voorstel aanleiding hebben gegeven en de aard en de ingrijpendheid van het voorstel, alsmede - naast het belang van Cofely en haar onderneming - de positie van [eiseres] en haar belang bij het ongewijzigd blijven van de arbeidsvoorwaarden. Tot slot moet worden onderzocht of aanvaarding van het voorstel in het licht van de omstandigheden van het geval in redelijkheid van [eiseres] kan worden gevergd.

4.5.

De reden van het voorstel van Cofely is bedrijfseconomisch van aard: de economische recessie noodzaakte haar tot bezuinigingen zodat de functie van directiesecretaresse voor de afdeling Commercie kwam te vervallen per 1 september 2009. Tegen de achtergrond van het intreden van een economische crisis in de loop van 2008 en de vrijheid van een ondernemer om in beginsel zelf te bepalen hoe zijn onderneming wordt ingericht of aangepast, moet dan ook worden aangenomen dat de omstandigheden per 1 september 2009 waren gewijzigd en Cofely aan [eiseres] de arbeid die vanaf 1 november 2008 gold als bedongen arbeid niet langer kon aanbieden.

4.6.

Partijen zijn het erover eens dat Cofely aan [eiseres] per 1 september 2009 geen ander werk aanbood dan de functie van receptioniste. Volgens [eiseres] had Cofely haar wel ander werk kunnen aanbieden, te weten de functie van directiesecretaresse voor de afdeling HR. Dat werk had zij eerder gedaan en werd op 1 september 2009 uitgevoerd door een collega op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Cofely betwist dat zij dit aanbod had moeten doen. [eiseres] had nu juist op eigen verzoek vanaf 1 november 2008 bewust afstand gedaan van het werk als directiesecretaresse voor de afdeling HR, zodat het volgens Cofely niet in de rede lag haar per 1 september 2009 weer dat werk te laten doen. Inmiddels bestaat ook die functie niet meer. [eiseres] stelt weliswaar dat op 1 september 2009 het werk van directiesecretaresse voor de afdeling HR nog steeds bestond, maar daarmee weerspreekt zij bij repliek niet dat het niet in de rede lag dat Cofely haar dat werk aanbood omdat zij daarvan kort daarvoor bewust afstand had gedaan. Bij die stand van zaken moet de kantonrechter het ervoor houden dat goed werkgeverschap niet meebracht dat Cofely haar dat werk aanbood vanaf 1 september 2009.

4.7.

Wel maakt de kantonrechter hierbij de kritische kanttekening dat naar het hem voorkomt het aanbeveling had verdiend dat partijen een meer open overleg hadden gevoerd over de gevolgen van het vervallen van de bedongen arbeid van [eiseres] per 1 september 2009. Cofely is te zeer blijven steken in de functie van receptioniste als enig alternatief voor ontslag. Daardoor kwam een eventueel alternatief als de functie directiesecretaresse voor de afdeling HR onvoldoende aan de orde. [eiseres] maakte wel melding van dat alternatief in de brieven van haar gemachtigde van 28 augustus 2009 en 30 maart 2010. Cofely reageerde daarop bij brief van 16 april 2010 met de mededeling dat het zeer verbaast dat [eiseres] een beroep doet op die functie omdat zij er zelf voor had gekozen die functie niet langer te vervullen aangezien zij dat werk niet leuk vond. Op dat laatste ging de gemachtigde van [eiseres] weer niet in toen zij reageerde bij brief van 5 juli 2010, wat moeilijk te begrijpen is als zij dat werk inderdaad zou willen doen. In ieder geval blijkt uit die reactie niet dat [eiseres] alsnog aanspraak maakte op de functie van directiesecretaresse voor de afdeling HR.

4.8.

Dat er alternatieven waren voor een andere functie dan receptioniste, kan gelet op het vooraanstaande niet worden aangenomen. Daardoor stonden partijen per 1 september 2009 voor de keus dat hetzij [eiseres] aan de slag ging als receptioniste, hetzij de arbeidsovereen-komst zou eindigen. In beide gevallen kreeg [eiseres] te maken met negatieve gevolgen. Het werk als receptioniste is aanzienlijk lager ingeschaald dan dat als directiesecretaresse. Afgezien van mogelijke financiële gevolgen betekent dit dat het werk als receptioniste aanzienlijk lager gekwalificeerd is dan het werk als directiesecretaresse. Bij ontslag zou [eiseres] ander werk moeten zoeken, waarbij ervan kan worden uitgegaan dat werk op het niveau van een directiesecretaresse in de regio Zeeuws-Vlaanderen niet voor het oprapen lag en ligt. In ieder geval besloot [eiseres] onder protest aan de slag te gaan als receptioniste. Uit de omstandigheid dat ruim drie jaar na 1 september 2009 de arbeidsovereenkomst nog steeds bestaat, valt af te leiden dat [eiseres] geen werk bij een andere werkgever gevonden heeft, als zij er al naar gezocht heeft. Met het aanbod van de functie receptioniste handelde Cofely bij het ontbreken van een ander alternatief dan ontslag niet in strijd met het goed werkgeverschap.

4.9.

In augustus 2009 genoot [eiseres] een loon volgens schaal 9 trede 7 en in december 2009 het verlaagde loon van schaal 6 trede 14. Indien zij vanaf december 2009 het loon had ontvangen volgens schaal 5 (de schaal die hoort bij de functie van receptioniste) had het loon moeten worden berekend volgens trede 13 van die schaal. De lonen voor een volledige werkweek bedroegen in die periode bruto per maand € 2.922,39 (schaal 9 trede 7) € 2.414,88 (schaal 6 trede 14) en € 2.214,58 (schaal 5 trede 13). De kantonrechter leidt dit alles af uit de producties IX en XVIII bij dagvaarding. Hieruit volgt dat [eiseres] te maken kreeg met een verlaging van het loon per 1 december 2009 met ongeveer 17,4%. Deze verlaging zou ongeveer 6,8% groter zijn uitgevallen als loonschaal 5 zou zijn toegepast. Voor zover partijen uitgaan van andere bedragen, onderbouwen zij die onvoldoende.

4.10.

De financiële gevolgen van de plaatsing van [eiseres] in een lager ingeschaalde functie zijn op twee manieren beperkt. In de eerste plaats kwam Cofely de verplichting uit de CAO na om gedurende drie maanden het oude hogere loon te betalen. De CAO verplicht niet tot meer. In de tweede plaats kwam Cofely [eiseres] financieel tegemoet door vanaf 1 december 2009 het loon volgens schaal 6 en niet volgens schaal 5 te betalen. Daarmee bood zij een structurele compensatie voor het inkomensverlies ter grootte van ruim een kwart van dat verlies. De kantonrechter acht dit alles redelijk. Cofely stond voor de bedrijfseconomische noodzaak tot bezuinigingen. Daarmee is het moeilijk te verenigen van haar te verlangen dat zij het salaris van de oude functie van [eiseres] onverkort bleef betalen hoewel daar arbeid tegen aanzienlijk lagere loonwaarde tegenover stond. In het geval van ontslag zou [eiseres] bij werkloosheid zijn aangewezen op een WW-uitkering die wordt berekend op basis van het laatst verdiende loon, te weten 75% gedurende twee maanden en vervolgens 70%. Na het verstrijken van de uitkeringsduur zou geen recht op een loonafhankelijke uitkering bestaan. Hoezeer ook het voor [eiseres] nadelig was dat zij te maken kreeg met een loonsverlaging, die nadelen zijn beperkt vergeleken met de financiële situatie waarin zij zou komen te verkeren in geval van ontslag en werkloosheid.

4.11.

Gelet op alle omstandigheden komt de kantonrechter tot het oordeel dat het voorstel van Cofely tot wijziging van de functie en het salaris van [eiseres] redelijk is. [eiseres] stond dan ook voor de keus dit voorstel te aanvaarden of het te verwerpen in welk geval de arbeidsovereenkomst tot een einde zou moeten komen. Zij koos niet voor dat laatste, zodat zij als goed werknemer het voorstel moest aanvaarden. Dit brengt mee dat haar vordering in alle onderdelen moet worden afgewezen.

4.12.

[eiseres] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

de beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding welke aan de zijde van Cofely tot op heden worden begroot op € 500,-- wegens salaris van de gemachtigde van Cofely.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.