Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:11325

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
C/12/87243 / HA ZA 13-25
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gevolgen vechtpartij tussen twee personen. Eiser wordt €1.500,- smartegeld toegewezen i.p.v gevorderde € 12.500,-. Verder worden diverse posten schadevergoeding toegewezen. Rechtbank oordeelt ook over het eigen schuld verweer. Dit leidt ertoe dat 75% van de schade wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht


Zittingsplaats: Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/12/87243 / HA ZA 13-25

Vonnis van 18 december 2013

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. C.A.M. Dilven te Etten-Leur,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M. Harte te Terneuzen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 juli 2013,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van partijen van 30 september 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 6 maart 2008 waren [eiser], [gedaagde], [partij 1], [partij 2] en [partij 3] op een feest in het Schutterhof op de vliegbasis te Woensdrecht. Op enig moment stond [eiser] voor het Schutterhof. Toen [partij 1] naar buiten kwam ontstond er een woordenwisseling tussen [eiser] en [partij 1]. Aanleiding daarvoor was dat [eiser] er iets van zei toen [partij 1] door een groepje andere mensen liep dat voor het Schutterhof stond. Later die avond zag [eiser] dat [partij 2] in gesprek was met [partij 1] en liep naar ze toe. Er ontstond toen opnieuw een woordenwisseling tussen [eiser] en [partij 1], waarbij [eiser] en [partij 1] op enig moment met de hoofden tegen elkaar stonden en [partij 1] riep dat hij een kopstoot had gekregen. Er kwamen vrienden van [partij 1] bij. Op enig moment had [partij 3] [eiser] bij de nek vast. [gedaagde] maakte [partij 3] los, waarna [eiser] [gedaagde] met één vuistslag op de hals, de kaak en het oor sloeg. In reactie daarop heeft [gedaagde] [eiser] hard met de vuist op de mond geslagen. [eiser] viel daardoor achterover. Toen [eiser] op de grond lag is hij door (een) ander(en) geschopt.

2.2.

[eiser] is na de vechtpartij naar de avondtandarts gegaan, omdat hij enkele voortanden in de onder- en bovenkaak miste. Hij heeft nadien verschillende behandelingen aan zijn gebit ondergaan. De implantaten die werden geplaatst werden afgestoten. Na twee jaar zijn bij [eiser] twee permanente bruggen (een in de bovenkaak en een in de onderkaak) geplaatst.

2.3.

[gedaagde] is bij vonnis van de meervoudige militaire kamer van de rechtbank Arnhem van 10 november 2008 veroordeeld voor het omstreeks 7 maart 2008 openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. [eiser] heeft zich in die procedure als benadeelde partij gevoegd. Zijn vordering is ten dele toegewezen. [gedaagde] is (onder meer) – hoofdelijk, met zijn mededader – veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 2.500,00. Voor het overige is [eiser] niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

2.4.

[gedaagde] heeft het bedrag van € 2.500,00 betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 44.416,22, vermeerderd met rente en kosten.

Hij legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eiser] en [partij 1] hadden een woordenwisseling en stonden op enig moment met de hoofden tegen elkaar. Er kwamen vrienden van [partij 1] bij. [gedaagde] sloeg [eiser] met gebalde vuist tegen de mond. [eiser] viel daardoor achterover. Op dat moment voelde het alsof de tanden in zijn mond los zaten. Toen [eiser] op de grond lag, is hij geschopt en geslagen. De schade van [eiser] bedraagt in totaal € 46.916,22. Daarvan heeft [gedaagde] € 2.500,00 vergoed. [eiser] heeft derhalve nog € 44.416,22 van [gedaagde] te vorderen. De schade van [eiser] bestaat uit de volgende posten.

Reiskosten

De reiskosten bedragen € 362,69, namelijk 1511,2 kilometer x € 0,24.

Kosten kleefpasta

[eiser] heeft in de beginperiode kleefpasta gebruikt. Die was nodig om het plastic plaatje met kunsttanden op zijn plaats te houden. De kosten bedragen 9 x € 4,49, derhalve in totaal

€ 40,41.

Kosten flosdraad

Het moet worden voorkomen dat er ontstekingen ontstaan tussen het tandvlees en de bruggen. De tandarts heeft aangegeven dat [eiser] daarom voor de rest van zijn leven speciale flosdraad moet gebruiken. De zorgverzekeraar vergoedt de kosten van de flosdraad niet. De kosten bedragen tot en met september 2012 € 99,63, namelijk 27 maanden x € 3,69 per maand. [eiser] zal deze kosten de rest van zijn leven moeten maken. De levensverwach-ting van een Nederlandse man is 78 jaar. Dat betekent dat [eiser] de flosdraad nog 53 jaar zal gebruiken. De contante waarde van de toekomstige schade bedraagt € 1.113,92.

Kosten spoelmiddel

[eiser] dient spoelmiddel te gebruiken om tandplak te voorkomen, want dat is niet goed voor de brug. Het spoelmiddel kost € 7,50 per fles. Er worden 6 flessen per jaar gebruikt. De schade bedraagt tot en met maart 2012 € 225,00.

Telefoonkosten

[eiser] heeft vooral de eerste drie maanden na de mishandeling, maar ook daarna, veel moeten bellen met de staftandarts, K&M Dental Design Center, Univé, Slachtofferhulp en zijn advocaat. Voorheen had [eiser] een telefoonbundel van € 27,50 per maand. Nu zijn de gemiddelde kosten € 60,00 à € 70,00 per maand. De schade bedraagt in totaal € 450,00, namelijk 12 maanden x € 37,50 (uitgaande van € 65,00 minus € 27,50).

Tandartskosten

[eiser] heeft zes tandartsfacturen ontvangen ten bedrage van in totaal € 879,79. Het betreft onder meer een factuur van de nachttandarts, een factuur voor een periodieke controle en facturen voor een wortelkanaalbehandeling. Op dit moment zijn de kosten grotendeels vergoed door de verzekering van Defensie. [eiser] weet niet of de verzekering van Defensie de kosten van een volgende brug, als de huidige breekt, zal vergoeden. Het contract van [eiser] bij Defensie loopt op 20 augustus 2015 af. De kans dat het contract zal worden verlengd is klein gelet op de reorganisatie. Daar komt bij dat [eiser] geen verlenging van het contract wil. Het is de vraag of hij dan in aanmerking komt voor een verzekering voor tandartskosten. Hij zal in elk geval een hogere premie moeten betalen, terwijl bovendien ook bij een aanvullende verzekering een maximale uitkering geldt die de werkelijke kosten niet dekt. Gelet op de levensduur van de bruggen, maximaal 10 jaar, en de leeftijd van [eiser] zullen de bruggen nog meerdere malen moeten worden vervangen. Bij brief van 19 januari 2010 van tandarts implantoloog Moolenaar zijn de kosten verbonden aan het behandelplan vastgesteld op ongeveer € 10.000,00. De tandarts begroot de kosten bij brief van 22 maart 2012 op € 20.494,48.

Smartengeld

De immateriële schade bedraagt € 12.500,00. [eiser] is nog erg jong, namelijk (ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding) 26 jaar. De gebeurtenis heeft flinke impact gehad op zijn jeugd. Het heeft twee jaar geduurd voordat de dubbele brug was geplaatst. [eiser] heeft veel pijnlijke behandelingen ondergaan. Hij voelt zich onzeker. Een gebit is erg bepalend voor het gezicht. Nu al merkt [eiser] dat het gebit er anders gaat uitzien door een terugtrekkende kaak. [eiser] heeft ook zorgen over de toekomst. Hij is bang dat de brug breekt. Als dat gebeurt, leidt dat tot kosten die hij niet kan dragen. Hij past daarom op met alles wat hij doet en ondervindt daardoor beperkingen.

Advocaatkosten

[eiser] heeft advocaatkosten gemaakt. Voor de civiele procedure heeft hij een toevoeging gekregen, waarbij een eigen bijdrage is opgelegd van € 750,00.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. [eiser] heeft eigen schuld aan de schade. Toen [partij 3] [eiser] bij de nek vast had, maakte [gedaagde] [partij 3] los. [eiser] verlegde zijn agressie toen naar [gedaagde] en sloeg hem met één vuistslag op de hals, de kaak en het oor. In reactie daarop heeft [gedaagde] [eiser] geslagen. [gedaagde] heeft [eiser] één klap gegeven. Met die ene klap kan [gedaagde] de schade aan het gebit van [eiser] niet hebben veroorzaakt. De schade is ook ontstaan door de schoppen die [eiser] van (een) ander(en) heeft gekregen toen hij op de grond lag. Indien [gedaagde] de schade van [eiser] moet vergoeden, dan moet de schadevergoeding gematigd worden, omdat [gedaagde] het gevorderde bedrag niet kan betalen en omdat hij zonder matiging de rest van zijn leven een schuld aan [eiser] moet afbetalen. [gedaagde] betwist de hoogte van de door [eiser] gestelde schade.

Reiskosten

[eiser] stelt onvoldoende omtrent deze schadepost. Hij heeft niet aangetoond dat deze reiskosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Er wordt ook een vergoeding van reiskosten van en naar de basis in Woensdrecht gevorderd, maar daarvoor betaalt Defensie een vergoeding.

Kosten kleefpasta

Het is niet aangetoond dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de gedraging van [gedaagde]. De kleefpasta was niet medisch noodzakelijk. [eiser] overlegt slechts één bonnetje van kleefpasta ten bedrage van € 13,47. Voor het overige is de vordering niet onderbouwd. [gedaagde] betwist dat [eiser] deze kosten heeft gemaakt.

Kosten flosdraad

Hij heeft niet aangetoond dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de gedraging van [gedaagde]. De flosdraad is niet medisch noodzakelijk. [eiser] overlegt slechts één bonnetje van flosdraad ten bedrage van tweemaal € 3,69. Voor het overige is de vordering niet onderbouwd. [gedaagde] betwist dat [eiser] deze kosten maakt dan wel dient te maken. De flosdraad wordt bovendien door de zorgverzekering vergoed.

Kosten spoelmiddel

Hij heeft niet aangetoond dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van de gedraging van [gedaagde]. De medische noodzaak van het gebruik van het spoelmiddel betwist [gedaagde]. [eiser] overlegt slechts één bonnetje van spoelmiddel ten bedrage € 7,50, maar hij vordert de kosten daarvan tot en met maart 2012. [gedaagde] betwist dat [eiser] die kosten heeft gemaakt.

Telefoonkosten

[gedaagde] betwist dat de telefoonkosten van [eiser] ten gevolge van de mishandeling zijn gestegen van € 27,50 naar € 65,00 per maand. Alleen de werkelijke kosten van de gesprekken die het gevolg zijn van de mishandeling komen voor vergoeding in aanmerking. [eiser] heeft niet concreet aangegeven om welke gesprekken het gaat, bijvoorbeeld door middel van een gespecificeerde nota.

Tandartskosten

Tot nu toe zijn alle tandartskosten van [eiser] vergoed door de zorgverzekeraar van Defensie. De tandartsfacturen komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking. De toekomstige schade van € 20.494,48 is dermate onzeker dat dit bedrag niet voor vergoeding in aanmerking komt. Het is de vraag of [eiser] Defensie zal verlaten. [eiser] zal, ook als hij Defensie verlaat, verzekerd blijven voor ziektekosten. De zorgverzekeraar zal eventuele tandheelkundige kosten vergoeden. Onduidelijk is ook of vervanging van de bruggen nodig zal zijn, wanneer dat nodig zal zijn en of er dan causaal verband met het ongeval zal zijn.

Smartengeld

De gevorderde vergoeding van immateriële schade is te hoog. De gevolgen zijn, hoe vervelend ook, nog wel te overzien. Een vergoeding van € 1.000,- is redelijk.

Advocaatkosten

De eigen bijdrage die [eiser] opgelegd heeft gekregen komt niet voor vergoeding in aanmerking. [eiser] vordert namelijk ook een veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. Er is daarnaast geen plaatst voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] [eiser] op 6 maart 2008 een vuistslag op de mond heeft gegeven en dat [gedaagde] daardoor onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. Wel is tussen hen in geschil of de schade aan het gebit van [eiser] het gevolg is van die vuistslag, of [eiser] eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade en wat de omvang van de schade is. De rechtbank zal deze geschilpunten hierna achtereenvolgens beoordelen.

Causaal verband

4.2.

Aan het verweer dat de schade aan het gebit van [eiser] niet met één vuistslag door [gedaagde] kan zijn veroorzaakt en mede moet zijn veroorzaakt door schoppen die [eiser] daarna van (een) ander(en) kreeg, gaat de rechtbank voorbij. [eiser] is hard door [gedaagde] op zijn mond geslagen en viel daardoor achterover. Dat een vuistslag met een dergelijke kracht de schade aan het gebit van [eiser] heeft veroorzaakt, is aannemelijk. [eiser] stelt bovendien onbetwist – en hij heeft dat kort na de vechtpartij ook verklaard tegenover de Koninklijke Marechaussee – dat het toen hij achterover viel voelde alsof de tanden in zijn mond los zaten. Het beeld van de schade aan het gebit – verlies van de voorste tanden in de onder- en in de bovenkaak – past daarnaast bij één vuistslag op de mond. Dat de tanden na de vuistslag van [gedaagde], namelijk toen [eiser] op de grond lag en geschopt werd, los zijn gekomen, acht rechtbank gelet op het voorgaande niet aannemelijk. Het causaal verband tussen de schade aan het gebit van [eiser] en de vuistslag van [gedaagde] staat derhalve vast.

Eigen schuld

4.3.

Gelet op de toedracht van de vechtpartij, zoals onder 2.1 van dit vonnis vermeld, gaat [eiser] in dezen ook zelf niet vrij uit. Het staat namelijk vast dat de eerste woordenwisseling tussen [eiser] en [partij 1] ontstond nadat [eiser] zich bemoeide met de manier waarop [partij 1] zich gedroeg jegens een groepje andere mensen dat voor het Schutterhof stond. Ook staat vast dat [eiser] [partij 1] daarna opnieuw heeft opgezocht, namelijk toen [partij 1] met [partij 2] stond te praten. Het staat ook vast dat [eiser] de eerste klap aan [gedaagde] heeft uitgedeeld, namelijk toen [gedaagde] tussen [eiser] en [partij 3] kwam. Dat hij [gedaagde] met één vuistslag op de hals, de kaak en het oor sloeg en dat [gedaagde] hem in reactie daarop in het gezicht sloeg, betwist [eiser] immers niet. [eiser] en [gedaagde] hebben gelet op het voorgaande in gelijke mate bijgedragen aan het ontstaan van de schade. Dat betekent echter niet dat de schade van [eiser] die het gevolg is van de vuistslag van [gedaagde] voor 50% voor rekening van [eiser] dient te komen. De reactie van [gedaagde] was disproportioneel. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] na de vuistslag van [eiser] niet kon weglopen. Zelfs als [gedaagde] dat niet kon, had hij kunnen volstaan met andere (minder agressieve) maatregelen, bijvoorbeeld [eiser] wegduwen, in plaats van [eiser] zo hard met de vuist op de mond slaan dat de voortanden van [eiser] los kwamen. De billijkheid eist derhalve, mede gelet op de ernst van het letsel van [eiser], dat [gedaagde] 75% van de schade van [eiser] vergoedt.

Schade

4.4.

De rechtbank zal hierna beoordelen of de verschillende schadeposten voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking komen.

Reiskosten

4.5.

[eiser] heeft, gelet op de (deels gemotiveerde) betwisting van die kosten door [gedaagde], onvoldoende gesteld omtrent de gevorderde vergoeding van reiskosten. De rechtbank zal dit deel van de vordering derhalve afwijzen.

Kosten kleefpasta

4.6.

Het staat voldoende vast dat [eiser] kleefpasta heeft moeten gebruiken om een plastic plaatje met kunsttanden op zijn plaatst te houden. Uit de stellingen van [gedaagde] volgt dat [eiser] tenminste een maal voor € 13,47 kleefpasta heeft gekocht. Het staat ook voldoende vast dat [eiser] – zoals hij stelt – negen maal kleefpasta heeft aangeschaft, nu [eiser] ten gevolge van de vuistslag van [gedaagde] zowel voortanden in de boven- als in de onderkaak mist en het twee jaar heeft geduurd voordat de dubbele brug werd geplaatst. De kosten van kleefpasta ten bedrage van € 40,41 komen derhalve voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking.

Kosten flosdraad

4.7.

Uit de door [eiser] in het geding gebrachte brief van tandarts implantoloog Moolenaar van 25 juli 2013 blijkt dat laatstgenoemde [eiser] adviseert Super floss te gebruiken om de brug goed schoon te houden en ontstekingen tussen de brug en het tandvlees te voorkomen. De speciale flosdraad is derhalve medisch noodzakelijk. Uit het door [eiser] in het geding gebrachte e-mailbericht van 12 augustus 2013 blijkt dat de kosten van de flosdraad niet door de zorgverzekeraar worden vergoed. Gelet op de medische noodzaak van het gebruik van de flosdraad staat voldoende vast dat [eiser] de flosdraad daadwerkelijk heeft gebruikt en dat hij deze de rest van zijn leven zal blijven gebruiken. Daarbij neemt de rechtbank mede in overweging dat uit de stellingen van [gedaagde] blijkt dat [eiser] deze flosdraad tenminste tweemaal heeft aangeschaft. Gelet op de jonge leeftijd van [eiser] en zijn levensverwachting – welke [gedaagde] niet betwist – kan redelijkerwijs worden verwacht dat [eiser] de flosdraad nog 53 jaar zal gebruiken. De kosten van gewone flosdraad moeten op de kosten van de speciale flosdraad in mindering worden gebracht, nu eerstgenoemde kosten niet het gevolg zijn van de vuistslag van [gedaagde]. De rechtbank begroot de kosten van gewone flosdraad op tweederde van de kosten van de speciale flosdraad. [gedaagde] dient derhalve eenderde van de kosten van de flosdraad tot en met september 2012, ten bedrage € 99,63, en eenderde van de toekomstige kosten, welke naar de contante waarde – zoals [eiser] stelt en [gedaagde] niet betwist – € 1.113,92 bedragen, te vergoeden. Dat betekent dat [gedaagde] gehouden is tot vergoeding van € 404,52 in verband met de kosten van flosdraad.

Kosten spoelmiddel

4.8.

[gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat [eiser] ter behoud van de dubbele brug spoelmiddel heeft gebruikt. Uit de brief van tandarts implantoloog Moolenaar van 25 juli 2013 blijkt dat [eiser] de brug goed schoon moet houden en dat hij ontstekingen tussen de brug en het tandvlees moet voorkomen. Spoelmiddel draagt bij aan het bereiken van dat doel. Daarom en omdat uit de stellingen van [gedaagde] volgt dat [eiser] het spoelmiddel tenminste eenmaal heeft gekocht, staat voldoende vast dat [eiser] het spoelmiddel daadwerkelijk heeft gebruikt. De kosten van het spoelmiddel tot en met maart 2012, ten bedrage van € 225,00, komen derhalve voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking.

Telefoonkosten

4.9.

[eiser] heeft zijn stelling dat hij ten gevolge van de vuistslag van [gedaagde] telefoonkosten ten bedrage van € 450,00 heeft gemaakt – in het licht van de betwisting van [gedaagde] – onvoldoende onderbouwd. De vordering tot vergoeding van de telefoonkosten zal derhalve worden afgewezen.

Tandartskosten

4.10.

De tandartskosten bestaan (naar de stelling van [eiser]) uit reeds gemaakte kosten en toekomstige kosten. De rechtbank zal de vorderingen tot vergoeding van deze kosten hierna afzonderlijk beoordelen.

4.11.

[eiser] vordert vergoeding van zes facturen ten bedrage van in totaal € 879,79 waarbij tandartskosten aan hem in rekening zijn gebracht. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] houdt in dat deze kosten door de zorgverzekeraar van Defensie zijn vergoed. [eiser] stelt dat de kosten grotendeels door de verzekering zijn vergoed. Dat (juist) de zes facturen waarvan [eiser] vergoeding vordert niet door de zorgverzekering zijn vergoed, is gesteld noch gebleken. De rechtbank houdt het er derhalve voor dat de bij de zes facturen in rekening gebrachte kosten door de zorgverzekeraar van Defensie zijn vergoed. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van deze kosten derhalve afwijzen.

4.12.

Dat de dubbele brug die [eiser] thans draagt niet de rest van zijn leven mee zal gaan, staat vast. Er is derhalve causaal verband tussen de vuistslag van [gedaagde] en de kosten van ten minste één vervanging van de dubbele brug. Naar de huidige stand van de medische (tandheelkundige) wetenschap – waarin de dubbele brug, zoals [eiser] stelt en [gedaagde] niet betwist, 10 jaar meegaat – bestaat er ook causaal verband tussen de vuistslag van [gedaagde] en de kosten van meerdere volgende vervangingen van de dubbele brug. [eiser] begroot de toekomstige tandartskosten ten gevolge van de vuistslag op € 20.494,48. Bij die begroting is geen rekening gehouden met mogelijke prijsstijgingen of prijsdalingen. Bovendien is het mogelijk dat door ontwikkelingen in de medische (tandheelkundige) wetenschap de levensduur van een brug wordt verlengd of dat een permanente oplossing wordt gevonden. De omvang van de toekomstige tandartskosten is op dit moment derhalve onzeker. Onzeker is ook of de tandartskosten voor rekening van [eiser] zullen komen. Als het contract van [eiser] bij Defensie wordt verlengd, zullen de tandartskosten immers – zoals [gedaagde] stelt en [eiser] niet voldoende gemotiveerd betwist – ook na 20 augustus 2015 door de zorgverzekering (van Defensie) worden gedekt, hoewel niet vaststaat dat deze verzekering dat gedurende de gehele loopbaan van [eiser] bij Defensie zal blijven doen. Daarnaast bestaat de kans dat, zelfs indien [eiser] Defensie verlaat (in 2015 of daarna), de tandartskosten door een andere ziektekostenverzekeraar zullen worden vergoed. Onzeker is tot slot ook of, en zo ja, hoeveel extra premie [eiser] aan die andere ziektekostenverzekeraar zou moeten betalen om zijn tandartskosten te kunnen verzekeren (als verzekeren al mogelijk zou zijn) en of er sprake zou zijn van een maximale uitkering die de werkelijke kosten niet dekt. Gelet op deze onzekerheden zal de rechtbank de toekomstige schade begroten. Na afweging van de goede en kwade kansen begroot de rechtbank de toekomstige schade van [eiser] ten gevolge van tandartskosten op € 12.500,00. De vordering tot vergoeding van de toekomstige tandartskosten zal derhalve worden toegewezen tot dit bedrag.

Smartengeld

4.13.

Dat [eiser] immateriële schade lijdt ten gevolge van de vuistslag van [gedaagde] is tussen partijen niet in geschil. Over de omvang van het smartengeld verschillen zij echter van mening. Naar het oordeel van de rechtbank is een smartengeld van € 1.500,00 billijk. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het feit dat [eiser] pijn heeft ondervonden van de vuistslag, dat hij daardoor zijn voortanden heeft verloren, dat hij verschillende pijnlijke behandelingen bij een tandarts heeft moeten ondergaan en dat hij mogelijk de rest van zijn leven twee bruggen in zijn mond zal dragen, hetgeen bepaalde beperkingen en lasten met zich meebrengt. Ook de jonge leeftijd van [eiser] en hetgeen in vergelijkbare gevallen aan smartengeld is toegekend, betrekt de rechtbank bij haar oordeel omtrent het smartengeld.

Advocaatkosten

4.14.

De door [eiser] betaalde eigen bijdrage voor de verleende toevoeging, waarvan [eiser] betaling vordert, wordt geacht in het toe te wijzen bedrag aan proceskosten te zijn begrepen, zodat deze post niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komt.

4.15.

Gelet op al het voorgaande zal de vordering van [eiser] worden toegewezen tot een bedrag van € 8.502,45, te weten 75% van € 14.669,93 (€ 40,41 + € 404,52 + € 225,00 +

€ 12.500 + € 1.500,00) minus € 2.500,00.

4.16.

De wettelijke rente over het bedrag van € 8.502,45 zal, nu [gedaagde] de gestelde ingangsdatum niet betwist, worden toegewezen met ingang van de dag van de vechtpartij.

4.17.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiser] worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

  • -

    in debet gestelde explootkosten € 69,62

  • -

    betaalde explootkosten 23,21

  • -

    griffierecht 75,00

  • -

    salaris advocaat 1.788,00 (2 punten x tarief € 894,00)

Totaal € 1.955,82

Aangezien aan [eiser] een toevoeging is verleend dienen de in debet gestelde explootkosten te worden voldaan aan de griffier van deze rechtbank.

4.18.

Nu [gedaagde] in de proceskosten zal worden veroordeeld, is ook de vordering van [eiser] tot veroordeling van [gedaagde] in de nakosten toewijsbaar. De nakosten zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 8.502,45 (achtduizend vijfhonderdtwee euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag met ingang van 6 maart 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.955,82, waarvan een bedrag van € 69,62 te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.653 ten name van MvJ (6301) onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaaknummer 87243 en het rolnummer 13-25,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2013.1

1 type: MG