Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:11290

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
30-09-2014
Zaaknummer
C/02/268226 / HA ZA 13-621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank onbevoegd? Vraag of arbitraal beding onderdeel uitmaakt van de overeenkomst bevestigend beantwoord. De verschillende algemene voorwaarden met verschillende arbiters maakt dit oordeel niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 297

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht


Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/268226 / HA ZA 13-621

Vonnis in incident van 11 december 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap

ARCHITECTEN ALLIANTIE B.V.,

gevestigd te Goes,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.J. Blaak-Looij te Goes,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te Goes,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

4. de besloten vennootschap

[gedaagde sub 4] ,

statutair gevestigd te Goes, kantoorhoudende te Kloetinge,

5. de besloten vennootschap

HOTELEXPLOITATIE OOSTERSCHELDE B.V.,

statutair gevestigd te Goes, kantoorhoudende te Kloetinge,

gedaagden in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. drs. P.H.A. van Namen te Middelburg.

Partijen zullen hierna Architecten Alliantie en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de incidentele conclusie houdende de exceptie van onbevoegdheid

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten in het incident

2.1.

Architecten Alliantie vordert in de hoofdzaak, samengevat, hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van € 54.085,50 in hoofdsom vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vordering betreft onbetaald gebleven facturen voortvloeiend uit een tweetal opdrachtbevestigingen (d.d. 30 mei 2006 en d.d. 19 december 2008) ter zake door haar verrichte architectenwerkzaamheden.

3 Het geschil in het incident

3.1.

[gedaagde] Gé c.s.vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij stelt daartoe dat op grond van de algemene voorwaarden SR 1997 en DNR 2005, die ingevolge de opdrachtbevestigingen d.d. 30 mei 2006 en 19 december 2008 van toepassing zijn, het onderhavige geschil beslecht dient te worden middels arbitrage.

3.2.

Architecten Alliantie voert verweer. Primair stelt zij dat niet bewezen is dat er sprake is van wilsovereenstemming over een arbitragebeding in algemene voorwaarden, nu niet vast staat dat de betreffende voorwaarden aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld. Subsidiair stelt Architecten Alliantie dat het beroep van [gedaagde] op enig arbitragebeding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat dit zou betekenen dat het onlosmakelijk aan elkaar verbonden geschil tussen partijen door (tot) drie verschillende instanties beslecht zou moeten worden.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

[gedaagde] heeft voor alle weren de exceptie van onbevoegdheid voorgesteld ten aanzien van de vordering van Architecten Alliantie. De rechtbank overweegt het volgende.

4.2.

Artikel 1022 lid 1 Rv bepaalt dat ingeval een geschil bij een Nederlandse rechter aanhangig wordt gemaakt en de gedaagde zich beroept op een arbitraal beding dat voorziet in arbitrage in Nederland, de rechter zich onbevoegd dient te verklaren, tenzij het arbitraal beding niet geldig tussen partijen is overeengekomen. Ingevolge artikel 1021 Rv wordt een overeenkomst tot arbitrage bewezen door een geschrift. Daarvoor is voldoende een geschrift dat een dergelijk beding bevat of dat verwijst naar algemene voorwaarden die een dergelijk beding bevatten, mits dat geschrift door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.

4.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schriftelijke opdrachtbevestiging d.d. 30 mei 2006, althans de algemene voorwaarden die daarin van toepassing worden verklaard, een arbitrageclausule bevat(ten). De betreffende opdrachtbevestiging, overgelegd als productie 3 bij de dagvaarding, is door De Architecten Alliantie opgesteld en door beide partijen ondertekend. Middels ondertekening van deze opdrachtbevestiging heeft [gedaagde] de daarin opgenomen arbitrageclausule uitdrukkelijk aanvaard. Voorts merkt de rechtbank op dat ingevolge het bepaalde in artikel 1021 Rv de aanvaarding van een arbitrageclausule ook stilzwijgend kan geschieden. Nu vast staat dat [gedaagde] de algemene voorwaarden met daarin de arbitrageclausule heeft ontvangen en tussen partijen ook niet ter discussie staat dat Architecten Alliantie nadien is aangevangen met de werkzaamheden die zij op basis van de specificaties uit de opdrachtbevestiging heeft uitgevoerd, kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] de daarin opgenomen arbitrageclausule ook stilzwijgend heeft geaccepteerd.

4.4.

Hetzelfde geldt met betrekking tot de opdrachtbevestiging d.d. 19 december 2008 die een verwijzing naar dezelfde algemene voorwaarden bevat en tevens op de tweede pagina, onder opmerkingen nr 2 de DNR 2005 van toepassing verklaart. Tussen partijen is niet in geschil dat de DNR 2005 eveneens een arbitrageclausule bevat. Door ondertekening van die opdrachtbevestiging heeft [gedaagde] de daarin opgenomen arbitrageclausule uitdrukkelijk aanvaard.

4.5.

De rechtbank overweegt dat nu alle gedaagden zich hebben beroepen op de onbevoegdheid van de rechtbank vanwege de toepasselijkheid van de arbitrageclausules, zij daar ook allen aan gebonden zijn. Indien aan de hand van de toepasselijke arbitrageclausules verschillende arbitrage-instituten bevoegd zouden zijn, heeft Architecten Alliantie zulks aan zichzelf te wijten, nu zij in de door haar opgestelde opdrachtbevestigingen verschillende algemene voorwaarden van toepassing heeft verklaard, waarin kennelijk verschillende arbitrage-instituten bevoegd worden verklaard. De gevolgen daarvan komen voor rekening van Architecten Alliantie en kunnen in ieder geval niet leiden tot de conclusie dat de arbitrageclausules ter zijde gesteld dienen te worden.

4.6.

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank onbevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen, nu partijen arbitrage zijn overeengekomen.

De incidentele vordering zal derhalve worden toegewezen. Architecten Alliantie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op een bedrag van € 452,-- aan salaris advocaat.

4.7.

Architecten Alliantie zal, nu de rechtbank zich in de hoofdzaak onbevoegd zal verklaren, ook in de kosten van de hoofdzaak worden veroordeeld. De kosten van [gedaagde] in de hoofdzaak worden begroot op een bedrag van € 1.836,-- voor vast recht.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst de vordering toe

5.2.

veroordeelt Architecten Alliantie in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 452,--;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

verklaart zich onbevoegd;

5.5.

veroordeelt Architecten Alliantie in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.836,--

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2013.1

1 type: aij coll: