Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:11287

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-12-2013
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
C/12/86160 / HA ZA 12-281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over rechtskracht van concept-testament. Dit kan rechtsgeldig eerder testament niet opzij zetten. Verder overwegingen over interpretatie van het rechtsgeldige testament.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht


Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/12/86160 / HA ZA 12-281

Vonnis van 4 december 2013

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.M.J.O. Haaijer-Cattrysse te Hulst,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.M. Backus te Utrecht,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. drs. J. Wouters te Middelburg.

Eiseres zal hierna [eiseres] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna respectievelijk de zoon en de dochter worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 13 maart 2013,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2013,

  • -

    de akte overleggen producties van 10 juli 2013 van [eiseres],

  • -

    de antwoordakte na overlegging producties van 7 augustus 2013 van de zoon,

  • -

    de antwoordakte na overlegging producties van 7 augustus 2013 van de dochter.

2 De feiten

2.1.

Op 8 juni 2010 is [erflater] (hierna: erflater) overleden. Erflater was in voor hem eerste echt gehuwd met [echtgenote erflater], welk huwelijk is ontbonden door echtscheiding, ingeschreven op 22 november 1996. Uit dit huwelijk zijn de zoon en de dochter geboren.

2.2.

Bij uiterste wilsbeschikking van 6 mei 1998 (hierna: het testament) heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. Erflater was op dat moment ongehuwd. In het testament heeft erflater naast zijn toenmalige levensgezel [naam levensgezel] (hierna: [naam levensgezel]), de zoon en de dochter aangewezen als zijn erfgenamen. Daarbij heeft erflater bepaald dat alle beschikkingen ten gunste van [naam levensgezel] vervallen zodra erflater en zij niet meer samenwonen.

2.3.

Erflater is vervolgens in tweede echt gehuwd met [naam levensgezel], welk huwelijk is ontbonden door echtscheiding, ingeschreven op 14 april 2000.

2.4.

In 2003 is erflater in derde echt gehuwd met [eiseres]. Erflater en [eiseres] zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Tot deze gemeenschap behoort onder meer de echtelijke woning aan de [adres] (hierna: de woning). Dit huwelijk is op 8 juni 2010 door het overlijden van erflater ontbonden.

2.5.

Voor zijn overlijden heeft erflater notariskantoor Loof Segers Poppe te Terneuzen opdracht gegeven een nieuw testament te redigeren. Op 29 maart 2010 heeft Loof Segers Poppe erflater een concepttestament toegezonden, waarin erflater [eiseres] aanwijst als zijn enig erfgenaam. Dit concepttestament is niet ten overstaan van een notaris verleden.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, primair te bepalen dat zij enig erfgenaam is van de nalatenschap van erflater, althans dat zij als echtgenote van erflater mede-erfgenaam is. Subsidiair vordert [eiseres] de zoon en de dochter te veroordelen om hun medewerking te verlenen aan de vestiging van een levenslang vruchtgebruik op de nalatenschap van erflater, althans op de daartoe (gedeeltelijk) behorende woning en inboedel, alsmede op alle andere goederen, binnen 30 dagen na betekening van het te wijzen vonnis. Tevens vordert [eiseres] te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van alle rechtshandelingen die de zoon en de dochter dienen te verrichten voor vestiging van dit vruchtgebruik. Daarnaast vordert [eiseres] de zoon en de dochter te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat het testament van erflater niet overeenstemt met zijn wil, nu erflater [eiseres] als enig erfgenaam wilde aanwijzen, zoals blijkt uit het concepttestament opgesteld door Loof Segers Poppe.
Daarnaast heeft erflater gedwaald in het objectieve recht. Erflater verkeerde in de veronderstelling dat zijn testament door zijn huwelijk met [eiseres] geen werking meer zou hebben. Hierdoor zou erflater hebben nagelaten zijn testament te herroepen. Het is in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de rechtsgevolgen van een testament dat slechts in stand is gebleven door dwaling in het objectieve recht, in stand te houden. Gelet hierop dienen aan het testament de rechtsgevolgen te worden onthouden.
Ter comparitie heeft [eiseres] verwezen naar een arrest van het Hof Amsterdam van 18 oktober 2011. Net als in die zaak zijn de omstandigheden in onderhavige zaak na het opmaken van het testament gewijzigd. Met deze gewijzigde omstandigheden kon erflater geen rekening houden. Daarmee heeft het testament zijn belang verloren.

Voor zover de rechtbank tot het oordeel komt dat de zoon en de dochter enig erfgenaam zijn, stelt [eiseres] subsidiair dat de zoon en de dochter op grond van het bepaalde in artikel 4:29 en 4:30 BW verplicht zijn mee te werken aan het vestigen van een recht van vruchtgebruik ten behoeve van [eiseres]. Voor haar verzorging heeft [eiseres] behoefte aan voornoemd vruchtgebruik, nu zij over onvoldoende financiële middelen beschikt en zij, mede gezien de taalbarrière, niet in staat is die te verwerven.

In reactie op het verweer van de zoon en de dochter betwist [eiseres] dat haar vordering is vervallen dan wel is verjaard. Zij heeft met haar verklaring in de brief van 15 oktober 2010 tijdig aanspraak gemaakt op het vruchtgebruik. Vervolgens is de verjaring gestuit bij brief van 19 juli 2011.
Tot slot betwist [eiseres] dat zij is gehouden tot vergoeding van de door de zoon en de dochter betaalde eigen bijdrage in de proceskosten.

3.3.

De zoon en de dochter voeren hiertegen verweer. Zij stellen daartoe dat een testament uitsluitend kan worden herroepen bij uiterste wil. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. De zoon en de dochter zijn derhalve op grond van het testament enig erfgenaam.

De zoon en de dochter betwisten dat erflater zou hebben gedwaald in het objectieve recht. Uit het feit dat erflater de notaris heeft verzocht een nieuw testament op te stellen, kan worden afgeleid dat hij wist dat zijn huwelijk met [eiseres] niet tot gevolg had dat zijn eerdere testament zijn werking had verloren. Voor het onthouden van rechtsgevolgen aan het testament bestaat derhalve geen aanleiding.

Subsidiair stellen de zoon en de dochter dat [eiseres] niet dan wel niet tijdig aanspraak heeft gemaakt op het vruchtgebruik. Hierdoor is deze aanspraak vervallen.

Voor zover er wel een aanspraak zou zijn ontstaan is de rechtsvordering van [eiseres] verjaard. De brief van 19 juli 2011 kan niet als een stuiting worden aangemerkt, nu niet duidelijk is welk recht van vruchtgebruik dient te worden gevestigd. In het geval deze brief wel als stuiting kan worden aangemerkt, is ook de nieuwe verjaringstermijn van één jaar en drie maanden verstreken.

[eiseres] wenst zich ten koste van de zoon en de dochter de gehele nalatenschap toe te eigenen, hetgeen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

Tot slot vorderen de zoon en de dochter [eiseres] te veroordelen tot betaling van de door de zoon en de dochter betaalde eigen bijdrage van respectievelijk € 125,00 en € 786,00 in verband met de aan hen verleende toevoegingen.

in reconventie

3.4.

De zoon en de dochter vorderen in reconventie een verklaring voor recht dat het testament van erflater rechtsgeldig is.
De dochter vordert daarnaast verdeling van de nalatenschap van erflater, zodanig dat de woning - zo mogelijk onderhands - wordt verkocht met als uitgangspunt de WOZ-waarde van € 210.000,00. Na optelling van de baten en aftrek van de schulden zoals vermeld in de aangifte erfbelasting, dient aan [eiseres] 50 % van de opbrengst toe te komen en aan de zoon en de dochter ieder 25 %.

De zoon vordert verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen, daarin begrepen de nalatenschap van erflater, een en ander op dezelfde wijze als de dochter vordert.
De zoon en de dochter vorderen tevens te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van alle rechtshandelingen die [eiseres] dient te verrichten om te kunnen komen tot volledige scheiding en deling van de nalatenschap.

3.5.

[eiseres] voert hiertegen verweer. Onder verwijzing naar haar stellingen in conventie stelt zij dat de vordering dient te worden afgewezen, nu de langstlevende echtgenoot wordt beschermd in die zin dat haar de mogelijkheid moet worden geboden in de echtelijke woning te blijven wonen.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Voor herroeping van een uiterste wilsbeschikking gelden dezelfde vormvoorschriften als voor het maken van een uiterste wilsbeschikking. Het door Loof Segers Poppe opgestelde concepttestament is niet door erflater ondertekend en vervolgens niet bij de notaris verleden. Hierdoor heeft dit concept geen definitief karakter gekregen en kan dit concepttestament het testament niet opzij zetten. Daar komt bij dat er tussen het toezenden van het concept en het overlijden van erflater ruim twee maanden zijn verstreken. Gelet op dit tijdsverloop kan de rechtbank niet concluderen dat het de wil van erflater was [eiseres] tot enig erfgenaam te benoemen. De rechtbank verwerpt de stelling van [eiseres] dat zij gelet op het concepttestament moet worden aangemerkt als enig erfgenaam.

Ook de stelling van [eiseres] dat erflater zou hebben gedwaald in het objectieve recht, kan niet leiden tot het oordeel dat [eiseres] (enig) erfgenaam is van de nalatenschap van erflater. Uit het feit dat erflater Loof Segers Poppe opdracht heeft gegeven een nieuw testament te redigeren, leidt de rechtbank af dat erflater niet in de veronderstelling heeft verkeerd dat door zijn huwelijk met [eiseres] aan dit testament geen werking meer zou toekomen. [eiseres] heeft haar stelling dat erflater heeft gedwaald in het objectieve recht onvoldoende met feiten en omstandigheden onderbouwd. Voor het onthouden van de rechtsgevolgen aan het testament, waardoor [eiseres] op grond van de wettelijke verdeling mede-erfgenaam van de nalatenschap zou zijn, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding.

4.2.

Daarnaast heeft te gelden dat bij het uitleggen van een uiterste wil dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wil regelen alsmede op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. Daarbij dienen uitsluitend de omstandigheden ten tijde van het opmaken van de uiterste wil in aanmerking te worden genomen en niet (tevens) omstandigheden die op dat moment nog toekomstig zijn. Dit blijkt ook uit het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013, waarbij het arrest van het Hof Amsterdam waarnaar [eiseres] heeft verwezen is bekrachtigd.

Anders dan in voornoemd arrest heeft [eiseres] in het onderhavige geval onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden geoordeeld dat erflater ten tijde van het testeren in 1998 niet de zoon en de dochter (naast zijn toenmalige levensgezel) wilde laten erven. Dat nadien de omstandigheden en wellicht ook de wensen van erflater op dit punt zijn gewijzigd, doet niet af aan de bedoeling van erflater ten tijde van het maken van de uiterste wil. De rechtbank verwerpt derhalve de stelling van [eiseres] dat het testament zijn belang heeft verloren en de zoon en de dochter hieraan geen aanspraken meer zouden kunnen ontlenen, als gevolg waarvan de wettelijke verdeling aan de orde zou zijn.

Gelet op het voorgaande kan [eiseres] niet worden aangemerkt als (enig) erfgenaam van de nalatenschap van erflater. Om die reden komt de primaire vordering van [eiseres] niet voor toewijzing in aanmerking.

4.3.

Ten aanzien van de subsidiaire vordering van [eiseres] stelt de rechtbank vast dat tussen de brief van 19 juli 2011 en de betekening van de dagvaarding, meer dan één jaar en drie maanden is verstreken. [eiseres] heeft gesteld dat zij tijdig aanspraak heeft gemaakt op het door haar gewenste vruchtgebruik en dat de verjaring van haar vordering met de brief van 19 juli 2011 is gestuit. Veronderstellende dat zij hierin gevolgd zou moeten worden, was ook de nieuwe verjaringstermijn die zou zijn aangevangen op 20 juli 2011 ten tijde van het betekenen van de dagvaarding verstreken. Dit betekent dat ook in voornoemd geval de vordering van [eiseres] is verjaard. In het midden kan derhalve blijven of [eiseres] (tijdig) aanspraak heeft gemaakt op het vruchtgebruik en zo ja, of met de brief van 19 juli 2011 de verjaring van de vordering van [eiseres] is gestuit.

4.4.

Gelet op de familierechtelijke aard van het geschil zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in reconventie

4.5.

Gelet op het oordeel in conventie zijn de zoon en de dochter, als erfgenamen van erflater, tezamen met [eiseres] deelgenoten geworden van de ontbonden huwelijkse gemeenschap. In die hoedanigheid vordert de zoon jegens [eiseres] verdeling van deze gemeenschap in die zin dat de woning wordt verkocht en aan de opbrengst van de woning de baten en de schulden, zoals deze staan vermeld in de aangifte erfbelasting, toe te voegen respectievelijk af te trekken.

4.6.

[eiseres] heeft in reconventie haar stellingen in conventie deels herhaald. Zoals in conventie is overwogen is de vordering van [eiseres] met betrekking tot het vruchtgebruik verjaard. Aangezien [eiseres] de vorderingen tot verdeling voor het overige niet heeft betwist, komen deze voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de woning zal worden verkocht met als uitgangspunt een WOZ-waarde van € 210.000,00. Aan de opbrengst van de woning dient een bedrag van € 6.758,17 aan baten te worden toegevoegd en van deze opbrengst dient een bedrag van € 43.920,81 aan schulden te worden afgetrokken. Het totaalbedrag betreft het saldo van de ontbonden huwelijkse gemeenschap op de dag van overlijden van erflater. Van dit saldo komt 50 % toe aan [eiseres]. De zoon en de dochter komt ieder 25 % van dit saldo toe.

4.7.

Voor het geval [eiseres] haar medewerking niet verleent aan de verkoop van de woning en aan de levering van haar aandeel in de woning, zal de rechtbank bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de rechtshandelingen die [eiseres] daarvoor dient te verrichten.

4.8.

Gelet op de familierechtelijke aard van het geschil zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in reconventie

5.3.

verklaart voor recht dat het testament van [erflater] van 6 mei 1998 nog steeds rechtsgeldig is,

5.4.

stelt de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap vast als overwogen in 4.6,

5.5.

bepaalt dat, in geval [eiseres] in gebreke blijft haar medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning en/of de (tijdige) levering van haar aandeel in de woning aan de koper(s), dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van (dat deel van) de koopakte en/of de door de notaris op te stellen akte van levering,

5.6.

verklaart dit vonnis in reconventie ten aanzien van 5.4 en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2013.1

1 SdJ