Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BZ0465

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
04-02-2013
Zaaknummer
12/530 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Indicatie begeleiding CIZ en Bureau Jeugdzorg bij dubbele grondslagproblematiek. Afbakening bevoegdheden. Gezamenlijk besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2013/102
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Meervoudige kamer

Reg.nr.: 12/530 AWBZ

Tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[eiseres], wettelijk vertegenwoordigd door [naam],

te [plaats],

eiseres,

en

Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg

verweerder.

1. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 22 februari 2012. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is behandeld ter zitting van 6 juni 2012, waar voor eiseres is verschenen haar wettelijk vertegenwoordiger. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I.C.J.G. van Maris.

2. Overwegingen

2.1 Het bestreden besluit is genomen door het CIZ. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat bij eiseres sprake is van een zogeheten dubbele grondslagproblematiek.

Naar vaste rechtspraak (onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 17 februari 2010, LJN: BL7216) is het CIZ niet bevoegd te besluiten over de AWBZ-zorg ten behoeve van eiseres, voor zover die verband houdt met haar psychiatrische beperking. Ten aanzien van vorenbedoelde AWBZ-zorg dient besluitvorming plaats te vinden door de Stichting die een Bureau jeugdzorg in stand houdt (hierna: Bureau jeugdzorg). Omwille van praktische redenen heeft de CRvB het daarbij mogelijk geacht dat door CIZ en Bureau jeugdzorg gezamenlijk onderzoek wordt verricht en/of gezamenlijk een besluit wordt genomen, ieder voor de zorg waarvoor hij bevoegd is te indiceren.

Blijkens (onder meer) de uitspraak van het College voor Zorgverzekeringen van 21 juni 2010 (LJN: BN1227) wordt naar aanleiding van genoemde uitspraak van de CRvB door het College aan het CIZ geadviseerd in gevallen waarin een dubbele grondslagproblematiek speelt in overleg te treden met Bureau jeugdzorg en gezamenlijk een indicatiebesluit af te geven.

In de onderhavige procedure is op 7 februari 2012 door Bureau jeugdzorg Gelderland door middel van een e-mailbericht aan verweerder een zogeheten instemmingsadvies uitgebracht. Bij brief van 5 juni 2012 heeft M. Peters, gedragskundige bij het Bureau jeugdzorg Gelderland, het advies van 7 februari 2012 nader gemotiveerd.

Hoewel uit het vorenstaande kan worden afgeleid dat sprake is van onderlinge afstemming van de besluitvorming door CIZ en Bureau jeugdzorg, is van een gezamenlijk genomen besluit, zoals bedoeld in de hierboven weergegeven uitspraken van de CRvB en CvZ, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Ingevolge artikel 8:51a van de Awb (de ‘bestuurlijke lus’) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te (laten) herstellen. Het gebrek kan worden hersteld door een besluit van Bureau jeugdzorg Gelderland te overleggen waarin Bureau jeugdzorg Gelderland aangeeft het bestreden besluit en het daaraan ten grondslag liggen indicatiebesluit, waar het betreft de zorg verband houdend met de psychiatrische beperking van eiseres, alsnog voor zijn rekening te willen nemen.

Ter zitting is namens verweerder medegedeeld dat hij gebruik maakt van deze hem geboden gelegenheid om het gebrek te (laten) herstellen.

3. Beslissing

De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid om binnen drie weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het bestreden besluit te (laten) herstellen met inachtneming van hetgeen in deze tussenuitspraak is overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Tj. Gerbranda, voorzitter en mr. E.J.J.M. Weyers en mr. C.W.C.A. Bruggeman, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2012.