Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BY7411

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
27-12-2012
Zaaknummer
06/921013-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Handel in illegaal vuurwerk in november 2009 en deelname aan criminele organisatie. Volgt veroordeling tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 voorwaardelijk (uitspraak medeverdachten: LJN BY7275, BY7415 en BY7418).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

meervoudige economische strafkamer

parketnummer: 06/921013-09

datum uitspraak: 18 december 2012

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats op 1963],

wonende te [plaats, adres]

raadsman mr. B. Drykoningen, advocaat te Utrecht

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 oktober 2011 en 4 december 2012.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

verdachte in of omstreeks de maand november 2009,

in de gemeente Putten en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk, ongeveer 15.330 kg, althans een hoeveelheid

consumentenvuurwerk, te weten een aantal flowerbeds en/of mortierbommen en/of

lawinepijlen/signaalraketten en/of vuurpijlen en/of fonteinen en/of

Napolitaanse bommen en/of vlinders binnen het grondgebied van Nederland heeft

gebracht en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen, ten aanzien

waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen en/of

de ter uitwerking van dat besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet

milieubeheer gestelde regels, aangezien:

- dat vuurwerk (grotendeels) niet was voorzien van een in de Nederlandse taal

gestelde gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat

bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker

en omstanders kan ontstaan en/of niet was voorzien van een vermelding of

afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te

verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;

en/of

- die flowerbeds (deels) waren voorzien van meer dan één lont en/of het

brutogewicht van een aantal van die flowerbeds meer bedroeg dan 10 kg;

en/of

- die mortierbommen herlaadbaar waren en/of de lont(en) van die mortierbommen

niet zodanig was/waren samengesteld, dat het verloop van de ontsteking tot

het moment van de ontbranding van het consumentenvuurwerk bij voortduring

zichtbaar was;

en/of

- die lawinepijlen/signaalraketten en/of vuurpijlen (deels) niet waren

voorzien van een vast verbonden stok voor vluchtstabilisatie;

en/of

- de effect lading van die lawinepijlen/signaalraketten en/of vlinders niet

uitsluitend bestond uit zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 2,5

gram;

artikel 1a Wet op de economische delicten

artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer jo artikel 1.2.2 en artikel 2.1.3

Vuurwerkbesluit (oud)

artikel 5, 6, 8 en 9 Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

2.

verdachte in of omstreeks het jaar 2009, althans in de maand november 2009

in de gemeente Putten, aan of nabij de [adres 3 te plaats],

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning een

(vuurwerkopslag) inrichting als bedoeld in bijlage 1 onder k van het "Besluit

algemene regels voor inrichtingen milieubeheer" in werking heeft gehad;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 8.1 lid 2 Wet milieubeheer

art 8.1 lid 1 ahf/ond a Wet milieubeheer

art 8.1 lid 1 ahf/ond b Wet milieubeheer

art 8.1 lid 1 ahf/ond c Wet milieubeheer

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de maand november 2009 te

Wielen (Duitsland) en/of Twist (Duitsland), althans in Duitsland, buiten het

Rijk in Europa, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

al dan niet opzettelijk, meermalen, althans eenmaal,

(een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden illegaal, 1,4 G en 1,3 G

consumentenvuurwerk, (thans zijnde professioneel vuurwerk), bestaande uit (te

Wielen) en/of (te Twist) een aantal/hoeveelheid

Chinese rollen (Chinesische Rolle) t.w. o.a. (T809, Celebration Cracker

(100.000)) en/of (T812 Celebration Cracker (300.000)) en/of lawinepijlen

(Signalrakete) (Zink-Rakete(n) (Typ) 901) en/of Spanisch Cracker of Cracker

P8) en/of Flowerbeds of Cake Boxen, of batterijen, 199S Assorted Cake (1.3G)

en/of 36S Battery en/of Cake 114S en/of batterijen Cake (Amici) 78S en/of

84S Battery en/of 100S Battery (Cake(s) 78S Battery en/of Cake(s) 114 S

Battery)

voorhanden heeft gehad en/of heeft opgeslagen, ten aanzien waarvan niet werd

voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van

voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet

milieugevaarlijke stoffen gestelde regels en/of krachtens artikel 9.2.2.1 van

de wet Milieubeheer, gestelde eisen,

immers

was (een deel van) voornoemd vuurwerk niet voorzien van:

- de aanduiding: "Geschikt voor particulier gebruik'' en/of

- de naam en/of de handelsnaam en/of het handelskenmerk en/of de naam en/of de

plaats van vestiging van de fabrikant en/of de importeur of handelaar, en/of

- een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat

bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker

en/of omstanders kon ontstaan, en/of

was in strijd met artikel 6 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004

het brutogewicht van een consumentenvuurwerkartikel, te weten één of meer

Chinese rol(1en) (thans zijnde professioneel vuurwerk) van 14 kilogram (T809)

en/of van 21 kilogram (T812), in elk geval meer dan de op grond van voornoemd

artikel toegestane 10 kilogram, en/of

bestond de lading van die Chinese rol(1en) en/of lawinepijlen en/of

(Spanish) Cracker P8 en/of Cake Boxen (thans zijnde professioneel vuurwerk)

niet uitsluitend uit zwart buskruit zoals bedoeld in artikel 9 van de Regeling;

artikel 3 van de Wet op de Economische Delicten en/of

artikel 5 lid 1 onder 2e Wetboek van Strafrecht

art 1.2.2 lid 1 ahf/ond a Vuurwerkbesluit

art 2.1.3 lid 1 Vuurwerkbesluit

4.

hij op of omstreeks de nacht van 3 op 4 november 2009 en/of op of omstreeks de

nacht van 25 op 26 november 2011, althans in de maand november 2011, te

[plaats, adres 1], (Duitsland) en/of te [plaats, adres 2], (Duitsland), in Duitsland, buiten het

Rijk in Europa,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, al dan niet

opzettelijk, meermalen, althans eenmaal, zonder daartoe verleende vergunning,

een in of op[adres 1]1 te plaats] (Duitsland), althans een aan

de [adres 1], en/of op perceel [adres 2 te plaats], gelegen inrichting waar ontplofbare stoffen preparaten of produkten

worden opgeslagen, zijnde een inrichting genoemd in Categorie 3.1 van de bij

het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I, in

werking heeft gehad;

art 8.1 lid 1 ahf/ond c Wet Milieubeheer en/of paragrafen 17 (1), 40 (2)

Sprengstoffgesetz (Duitse Wet op de Springstoffen);

art 3 Wet op de Economische Delicten en/of artikel 5 lid 1 onder 2e Wetboek

van Strafrecht

art 8.1 lid 1 ahf/ond c Wet milieubeheer

5.

verdachte in of omstreeks de periode van

1 september 2009 t/m 26 november 2009,

althans in het jaar 2009, in Nederland,

heeft opgericht en/of leiding heeft gegeven en/of heeft deelgenomen aan

een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk het tezamen en in vereniging

opzettelijk voorhanden hebben en/of aan een ander ter beschikking

stellen en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van

consumentenvuurwerk dat niet aan de eisen van het Vuurwerkbesluit voldoet;

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding onderzoek

Medio 2009 is de regiopolitie Drenthe een onderzoek gestart naar de invoer van en de handel in illegaal vuurwerk. Uit informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid rees het vermoeden dat diverse personen zich bezig hielden met de handel in illegaal vuurwerk.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Met betrekking tot feit 3 heeft de officier van justitie opgemerkt dat niet bewezen kan worden dat de verdachte verboden consumentenwerk in de loods in Twist voorhanden heeft gehad. Voor feit 4 geldt mutatis mutandis hetzelfde, in die zin dat de verdachte niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het niet hebben van de in de tenlastelegging vereiste vergunning voor een inrichting in Twist.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van het onder 4 en het onder 5 tenlastegelegde. De enige link die de verdachte heeft met de in feit 4 vermelde loodsen is dat er sprake is van een huurcontract betreffende (alleen) de loods in Wielen. Feitelijke zeggenschap over de opslag van het vuurwerk aldaar heeft de verdachte echter niet gehad. Verder heeft de raadsman bepleit dat de verdachte geen leider, bestuurder of oprichter is geweest van of dienstbaar is geweest aan de vermeende criminele organisatie.

Beoordeling door de rechtbank

Op basis van vijf CIE-processen-verbaal2, een anonieme brief3 en gegevens uit verschillende de politie ter beschikking staande informatiesystemen4 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Ibis. In de CIE-processen-verbaal worden diverse personen genoemd die zich bezig zouden houden met de handel in illegaal vuurwerk. Vanaf augustus 2009 zijn verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet tegen onder meer [medeverdachte D], [medeverdachte A], de verdachte en [medeverdachte C]. De observaties en telefoontaps leiden begin en eind november 2009 uiteindelijk tot inbeslagname van vuurwerk in Putten, Twist (Duitsland) en Wielen (Duitsland). Op basis van de resultaten van het opsporingsonderzoek zijn vervolgens de genoemde personen en de verdachte aangehouden voor overtreding van met name het Vuurwerkbesluit en voor het vormen van een criminele organisatie.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de tenlastegelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden. De na te melden bewijsmiddelen worden telkens slechts gebruikt ten aanzien van de tenlastegelegde feiten waarop zij betrekking hebben. De verschillende verklaringen en de bevindingen van de diverse verbalisanten zijn hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven.

Feit 1 en feit 2

Tijdens een observatie op 3 november 2009 rond 23.49 uur werd door een observatieteam waargenomen dat een vrachtwagen met een Pools kenteken bij een terrein van het bedrijf [bedrijf A] aan de [adres 1 te plaats] (Duitsland) komt aanrijden.5 Op 4 november 2012 rond 00.39 uur arriveren bij de vrachtwagen ook een Mercedes Sprinter met kenteken [kenteken 1] en een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 2]. Er wordt even later gezien dat de vrachtwagen tussen twee loodsen in staat. Er wordt niet gezien wat daar gebeurt. De Volkswagen Golf en Mercedes Sprinter zijn op dat moment niet in beeld. Opgemerkt wordt dat uit eerder onderzoek al naar voren was gekomen dat de Volkswagen Golf in gebruik is bij [medeverdachte A]6. [medeverdachte C] heeft later verklaard bedoelde Mercedes Sprinter gehuurd te hebben en die nacht daarmee gereden te hebben.7 Rond 00.48 uur worden er laad- en losgeluiden gehoord.8

Omstreeks 01.17 uur arriveert er een Nederlandse vrachtauto met kenteken [kenteken 3].9 Dit kenteken staat op naam van [bedrijf B BV].10 [getuige]n, medewerker van [bedrijf B BV] heeft later verklaard dat de vrachtwagen in de periode van 3 en 4 november 2009 is gehuurd door de verdachte.11 Vervolgens werd gezien dat de vrachtauto rond 03.35 uur uit Wielen vertok en om 05.30 uur het terrein van een woning aan de [adres 3 te plaats] opreed.12

Op 4 november 2009 werd door de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland binnengetreden in het perceel [adres 3 te plaats]. Daar werd in een schuur een partij vuurwerk aangetroffen en in beslag genomen. Bij een eerste telling werden 34 pallets met verschillende soorten vuurwerk aangetroffen.13 De bewoners van het perceel [adres 3 te plaats] hebben verklaard dat de schuur werd verhuurd aan [verdachte B].14 Uit het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk blijkt dat het in totaal 15.330 kg betrof.15

Het in beslag genomen vuurwerk is op 11 november 2009 bij de Dienst der Domeinen onderzocht op uiterlijke kenmerken en gewicht. Het bleek te gaan om flowerbeds, mortierbommen, lawinepijlen/signaalraketten, vuurpijlen, fonteinen, Napolitaanse bommen, vlinders.16

Uit bedoeld proces-verbaal komt ook naar voren dat het inbeslaggenomen vuurwerk grotendeels niet was voorzien van een in de Nederlandse taal gestelde gebruiksaanwijzing als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onder e, van het Vuurwerkbesluit (oud) en ook niet van een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, onder b, van het Vuurwerkbesluit (oud).

Verder waren de flowerbeds deels voorzien van meer dan één lont, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de destijds vigerende Regeling nadere eisen vuurwerk 2004 (hierna: de Regeling) en waren de lonten van de mortierbommen niet zodanig samengesteld, dat het verloop van de ontsteking tot het moment van de ontbranding van het consumentenvuurwerk bij voortduring zichtbaar was als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling. Ten slotte blijkt uit het proces-verbaal dat een deel van de lading van de lawinepijlen/signaalraketten en de vlinders niet uitsluitend bestond uit zwart buskruit met een gewicht van ten hoogste 2,5 g als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling.

Tegenover de politie heeft [medeverdachte A] verklaard dat hij een maand vóór zijn verhoor op 28 november 2009 met [verdachte B] in Polen is geweest om daar vuurwerk te bestellen. Volgens afspraak werd de bestelling op 4 november 2009 in een door de verdachte gehuurde opslaghal in Wielen afgeleverd. [medeverdachte A] heeft verder verklaard dat het vuurwerk was bestemd voor professioneel gebruik en dat het vuurwerk was dat in Nederland niet is toegestaan voor de gewone consument.17 Uiteindelijk was het vuurwerk bestemd voor de Nederlandse markt.18

[medeverdachte A] heeft ook verklaard dat [medeverdachte C] heeft geholpen met het lossen van vuurwerk in de nacht van 3 op 4 november 2009. Het vuurwerk werd uit een vrachtauto gehaald en in de bus van [medeverdachte C] geladen en dat [medeverdachte C] ook hielp bij het overladen van het vuurwerk in de vrachtauto van [verdachte B]. [medeverdachte A] heeft verder verklaard dat hij samen met [verdachte B] en [naam A] heeft geholpen bij het uitladen van het vuurwerk in een schuur in of bij Putten.19

[medeverdachte C] heeft verklaard dat hij samen met [naam B] een Poolse vrachtauto heeft uitgeladen.20 en dat de partij die is ingeladen in de vrachtwagen van [verdachte B] naar een onbekende plaats werd vervoerd, maar dat hij er ook van op de hoogte was dat het illegaal vuurwerk betrof dat bestemd was voor de Nederlandse markt.21

Ter terechtzitting heeft [verdachte B] verklaard dat hij meermalen illegaal vuurwerk heeft geïmporteerd en dit heeft opgeslagen in Putten. [verdachte B] heeft voorts verklaard dat dit is gebeurd in de periode van juni 2009 tot en met november 2009.

Binnen de begrenzing van de schuur aan de [adres 3 te plaats] vond, mede gezien de omvang daarvan, bedrijfsmatig opslag van vuurwerk plaats. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het hier om een inrichting in de zin van de milieuregelgeving.22 Uit navraag bij het gemeentebestuur van Putten bleek dat voor het adres [adres 3 te plaats] in het kader van de Wet milieubeheer geen melding was gedaan of een vergunning was afgegeven dan wel was aangevraagd. Uit navraag bij het provinciebestuur bleek ook niet dat voor het in werking hebben van deze inrichting een vergunning was afgegeven of was aangevraagd.23

Feit 3 en feit 4

Op 26 november 2009 omstreeks 00.40 uur werd door het observatieteam waargenomen dat bij het bedrijf [bedrijf A], gevestigd aan de [adres 1 te plaats] (Duitsland) een Poolse vrachtauto werd gelost en dat twee voertuigen vervolgens werden geladen. Het ging hierbij om een Mercedes Sprinter met het kenteken [kenteken 4] en een Toyota Celica met het kenteken [kenteken 5]. Uit onderzoek was naar voren gekomen dat de Mercedes Sprinter op naam stond van een [bedrijf C uit plaats]. Kort vóór middernacht werd door het observatieteam gezien dat onder meer [medeverdachte C] in de Mercedes Sprinter stapte. Vervolgens werd waargenomen dat de Mercedes Sprinter om 02.41 uur aan de [adres 2 te plaats] stond en dat drie personen bezig waren met uitladen. Om 03.25 uur werd door het observatieteam doorgegeven dat de Mercedes Sprinter aan de [adres 4 te plaats] stond. 24

[medeverdachte A] heeft tegenover de politie verklaard dat dit transport door hem geregeld is bij [vuurwerkimporteur] in Polen. Daarnaast heeft [medeverdachte A] bij de betaling een rol gespeeld door een contant bedrag van ruim € 13.000,- aan [medeverdachte C] ter beschikking te stellen, welk bedrag die [medeverdachte C] op zijn beurt moest overhandigen aan de chauffeur van de Poolse vrachtauto.25 [medeverdachte C] heeft deze gang van zaken tegenover de politie bevestigd, al spreekt hij van € 12.000,-. 26 De Toyota Celica stond op naam van [naam C]. [naam C] heeft tegenover de politie verklaard dat [medeverdachte C] hem had gevraagd om te helpen. Later in het verhoor heeft [naam C] verklaard dat het om het lossen van vuurwerk uit een vrachtwagen ging en dat er dozen vanaf pallets in de bus van [medeverdachte C] waren overgeladen.27

[medeverdachte C] heeft tegenover de politie verklaard dat de loods vol stond met vuurwerk dat hij samen met [naam B] in de nacht van 25 op 26 november 2009 daar had afgeleverd. Deze partij vuurwerk was afkomstig uit de vrachtwagen die in Wielen werd uitgeladen.28 Verder heeft [medeverdachte C] tegenover de politie verklaard dat een deel van het vuurwerk dat in Twist is aangetroffen van [medeverdachte D] was. Gevraagd naar de hoeveelheid heeft hij verklaard dat het ongeveer 471 kg betrof. [medeverdachte D] heeft tegenover de politie en na geconfronteerd te zijn met de verklaring van [medeverdachte C] verklaard dat ongeveer 17 à 18 dozen met flowerbeds van hem waren en dat het ongeveer 400 kg betrof.

Op 26 november 2009 werd door de Duitse politie in de loods in Twist circa 7 ton verboden consumentenvuurwerk in beslag genomen.29 Diezelfde dag werd door de Duitse politie in de loods in Wielen circa 4 ton verboden consumentenvuurwerk in beslag genomen.30

Ter terechtzitting heeft [verdachte B] verklaard dat hij destijds de loods aan de [adres 1 te plaats] op zijn naam had staan. In het dossier bevindt zich ook een kopie van een in de Duitse taal gesteld huurcontract tussen [naam D] en [verdachte B] betreffende deze locatie.31

In een proces-verbaal bevindingen van 29 september 201132 is een verzamellijst33 opgenomen van het in Twist en in Wielen in beslag genomen vuurwerk. Uit deze lijst komt onder meer naar voren dat de volgende soorten vuurwerk in beslag zijn genomen:

Chinese rollen met artikelnummer T809 en omschrijving Celebration Cracker, 100.000 stuks per karton, Chinese rollen met artikelnummer T812 en omschrijving Celebration Cracker, 300.000 stuks per karton, vuurpijlen zonder stok met artikelnummer 901 en omschrijving Signalrakete (lawinepijl), knalvuurwerk met artikelnummer P8/PI1342 en omschrijving Spanish Cracker en flowerbeds met omschrijvingingen 199S Assorted Cake, 36S battery, 114S, 78S battery (Amic1), 84S battery en 100S battery.

Uit NFI-onderzoek34 is gebleken dat het brutogewicht van de Chinese rollen T809 in strijd met de Regeling meer dan 10 kg bedroeg en dat de lading niet uitsluitend uit zwart buskruit bestond. Over de Chinese rollen T812 komt uit het Duitse proces-verbaal naar voren dat het brutogewicht 21 kg betrof.35 Uit ander onderzoek is naar voren gekomendat geen enkel stuk vuurwerk in de loods in Twist van een duidelijk leesbare, in de Nederlandse taal opgestelde, gebruiksaanwijzing was voorzien.36 Ten slotte is gerelateerd dat voor de herkenning en classificatie van het vuurwerk op de locatie in Twist en Wielen de door de Duitse autoriteiten verstrekte beschrijvingen en foto's van het inbeslaggenomen vuurwerk zijn gebruikt. Aan de hand van de uiterlijke kenmerken van de verstrekte gegevens van het vuurwerk is het vuurwerk onderzocht en is vastgesteld dat het vuurwerk (vermeld op de verzamellijst en) inbeslaggenomen op de locaties in Twist en in Wielen niet voldeed aan de eisen die bij of krachtens het Vuurwerkbesluit (oud) werden gesteld.

Het knalvuurwerk met artikelnummer P8/PI1342 en omschrijving Spanish Cracker, was niet voorzien van de naam of de handelsnaam of het handelskenmerk of de naam of de

plaats van vestiging van de fabrikant of de importeur of handelaar.

De verdachte wordt verweten in Duitsland zonder daartoe verleende vergunning vuurwerk voorhanden te hebben gehad. Wat betreft het vereiste van de dubbele strafbaarheid, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafrecht, stelt de rechtbank vast dat een dergelijke feit in Duitsland ook strafbaar is gesteld. De rechtbank verwijst in dit verband naar de artikelen 17, 27 en 40 van het Duitse Sprengstoffgesetz.

Uit informatie van een rechtshulpverzoek komt naar voren dat noch voor de locaties in Twist en in Wielen noch aan de verdachten die deze locaties huurden en/of in gebruik hadden vergunningen waren afgegeven die het voorhanden hebben van het aldaar aangetroffen vuurwerk rechtvaardigden.37 Verdachte heeft, middellijk of onmiddellijk, zeggenschap gehad over (bedrijfsactiviteiten binnen) de inrichtingen in Wielen. Verdachte is normadressaat van de delictsomschrijving waarop de tenlasteleggingen in zijn zaak is toegesneden en kan in strafrechtelijke zin dan ook als pleger worden gezien.

Feit 5

Gelet op de inhoud van de zich in het dossier bevindende opgenomen telefoongesprekken, sms-berichten, observaties en verklaringen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte A] en [medeverdachte C] deel uitmaakten van een criminele organisatie met als doelstelling het binnen het grondgebied van Nederland brengen van verboden consumentenvuurwerk. De organisatie bestond minimaal uit de hierna te noemen leden die elk een eigen rol vervulden en daarmee elk een aandeel hadden in, dan wel ondersteuning boden aan gedragingen die strekten of rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Het samenwerkingsverband tussen hen vertoonde in de bewezen verklaarde periode aldus een zekere structuur en duurzaamheid.

De werkwijze was dat het vuurwerk door [medeverdachte A] of [verdachte B] werd besteld bij een vuurwerkimporteur [vuurwerkimporteur] in Polen. [medeverdachte A] had contact met het Poolse bedrijf [vuurwerkimporteur]. [medeverdachte A] heeft met betrekking tot het transport van 3 en 4 november 2009 tegenover de politie verklaard dat hij op verzoek van [verdachte B] vuurwerk heeft besteld in Polen omdat [verdachte B] wist dat hij goede contacten had met [vuurwerkimporteur] in Polen.38 Met betrekking tot het transport van 25 en 26 november 2009 heeft [medeverdachte A] verklaard dat hij opnieuw bemiddeld en dat hij opnieuw Wielen als afleverlocatie van het illegale vuurwerk had geregeld.39. Voorts heeft [medeverdachte A] verklaard dat hij gebeld wordt door mensen die weten dat hij vuurwerk kan leveren.40 [medeverdachte A] heeft voorts verklaard dat hij vanaf augustus 2009 bij de bestellingen van illegaal vuurwerk betrokken is geweest.41 [vuurwerkimporteur] vervoerde het vuurwerk vervolgens naar het nabij de Nederlandse grens gelegen Wielen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard vanaf juni 2009 tot en met november 2009 vuurwerk geïmporteerd te hebben vanuit Duitsland. De verdachte en [medeverdachte C] hebben opslagruimtes in Wielen en in Twist gehuurd dan wel in gebruik gehad om daar het voor de Nederlandse markt bestemde vuurwerk op te slaan. [medeverdachte A] heeft verklaard dat hij in augustus 2009 bij de bestellingen van illegaal vuurwerk betrokken is geraakt.42 [medeverdachte C] heeft verklaard dat hij vanaf juli 2009 bij de bestellingen van illegaal vuurwerk betrokken is geweest.43 Vanuit Wielen werd het geïmporteerde vuurwerk verder getransporteerd naar een bij de verdachte in gebruik zijnde schuur in Putten. Ook werd er verder vervoerd naar de bij [medeverdachte C] in gebruik zijnde loods in Twist. Bij het uitladen en het overladen waren naast de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte C], [verdachte B] en [medeverdachte A] ook andere personen actief.

Vanuit Putten en Twist zou het vuurwerk verder worden verspreid naar klanten in Nederland. Om de distributiehandelingen voor te bereiden hadden de verdachte, [medeverdachte C] en [medeverdachte A] onderling en met andere personen/verdachten veelvuldig telefonisch contact waarbij zij zich, ter voorkoming van ontmaskering, vaak bedienden van versluierd taalgebruik. Daarnaast vond het overladen plaats in de nachtelijke uren en werd er gebruik gemaakt van grote hoeveelheden contanten.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

verdachte in de maand november 2009, in de gemeente Putten en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, ongeveer 15.330 kg consumentenvuurwerk, te weten een aantal flowerbeds en mortierbommen en lawinepijlen/signaalraketten en vuurpijlen en fonteinen en Napolitaanse bommen en vlinders binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen en de ter uitwerking van dat besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels, aangezien:

dat vuurwerk (grotendeels) niet was voorzien van een in de Nederlandse taal gestelde gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan en/of niet was voorzien van een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn; en

die flowerbeds (deels) waren voorzien van meer dan één lont en

de lonten van die mortierbommen niet zodanig waren samengesteld, dat het verloop van de ontsteking tot het moment van de ontbranding van het consumentenvuurwerk bij voortduring zichtbaar was;

en die lawinepijlen/signaalraketten en/of vuurpijlen (deels) niet waren voorzien van een vast verbonden stok voor vluchtstabilisatie;

en

een deel van die lawinepijlen/signaalraketten en vlinders niet uitsluitend bestond uit zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 2,5 g;

2.

verdachte in het jaar 2009 in de gemeente Putten, aan de [adres 3 te plaats] opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning een (vuurwerkopslag) inrichting als bedoeld in bijlage 1, onder k, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer in werking heeft gehad;

3.

hij op tijdstippen in de maand november 2009 te Wielen (Duitsland) tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een hoeveelheid illegaal 1,4 G en 1,3 G consumentenvuurwerk, bestaande uit een hoeveelheid Chinese rollen (Chinesische Rolle) t.w. o.a. (T809, Celebration Cracker (100.000)) en/of (T812 Celebration Cracker (300.000)) en/of lawinepijlen (Signalrakete) (Zink-Rakete(n) (Typ) 901) en/of Spanisch Cracker of Cracker P8) en/of Flowerbeds of Cake Boxen, of batterijen, 199S Assorted Cake (1.3G) en/of 36S Battery en/of Cake 114S en/of batterijen Cake (Amici) 78S en/of 84S Battery en/of 100S Battery (Cake(s) 78S Battery en/of Cake(s) 114 S Battery) voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen, ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels en/of krachtens artikel 9.2.2.1 van de wet Milieubeheer, gestelde eisen, immers was (een deel van) voornoemd vuurwerk niet voorzien van:

de naam en/of de handelsnaam en/of het handelskenmerk en/of de naam en/of de plaats van vestiging van de fabrikant en/of de importeur of handelaar en/of

een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan en/of

was in strijd met artikel 6 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 het brutogewicht van een consumentenvuurwerkartikel, te weten één of meer Chinese rol(1en) (thans zijnde professioneel vuurwerk) van 14 kilogram (T809) en/of van 21 kilogram (T812), in elk geval meer dan de op grond van voornoemd artikel toegestane 10 kilogram en/of bestond de lading van die Chinese rol(1en) en/of lawinepijlen en/of (Spanish) Cracker P8 en/of Cake Boxen (thans zijnde professioneel vuurwerk) niet uitsluitend uit zwart buskruit zoals bedoeld in artikel 9 van de Regeling;

4.

hij in de nacht van 3 op 4 november 2009 en de nacht van 25 op 26 november 2009 te [plaats, adres 1], (Duitsland), opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een in of op[adres 1]1 te plaats] (Duitsland), althans een aan de [adres 1], gelegen inrichting waar ontplofbare stoffen preparaten of produkten worden opgeslagen, zijnde een inrichting genoemd in categorie 3.1 van de bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer behorende Bijlage I in werking heeft gehad;

5.

verdachte in de periode van 1 september 2009 tot en met 26 november 2009 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven namelijk het tezamen en in vereniging opzettelijk voorhanden hebben en/of aan een ander ter beschikking stellen en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van consumentenvuurwerk dat niet aan de eisen van het Vuurwerkbesluit voldoet.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

1. en 3

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer;

2.

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

4.

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

5.

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten 1 tot en met 5 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een al dan niet gedeeltelijke bewezenverklaring een geheel voorwaardelijke straf dan wel een werkstraf zou moeten worden opgelegd. De verdachte heeft een blanco strafblad en heeft niets verdiend aan de handel in het illegale vuurwerk. De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het tijdsverloop van drie jaar voordat de zaak inhoudelijk is behandeld.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de hoeveelheid illegaal vuurwerk die de criminele organisatie, waarvan de verdachte deel uitmaakte, in Nederland heeft gebracht. De verdachte heeft puur uit winstbejag gehandeld en hij heeft zich niets aangetrokken van het gevaar dat het door hem ingevoerde en verhandelde vuurwerk in de handen van niet-deskundigen kan veroorzaken. Vuurwerk is en blijft gevaarlijk, als dit niet met de nodige voorzorgsmaatregelen wordt vervoerd en wordt opgeslagen. Daarnaast is illegaal vuurwerk één van de oorzaken van ernstige brandschade, vernielingen en vele ongelukken, waarbij slachtoffers ernstig letsel oplopen.

De rechtbank zal toch een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu zij van oordeel is dat de hierna te melden straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Enerzijds acht de rechtbank het in verband met een juiste normhandhaving geboden de verdachte een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar anderzijds wil de rechtbank via de op te leggen straf invloed uitoefenen op het gedrag van de verdachte om zo tegen te gaan dat de verdachte opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten zal plegen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 augustus 2012, waaruit naar voren komt dat de verdachte geen relevante documentatie heeft.

Verder heeft de rechtbank ten voordele van de verdachte rekening gehouden met het aanzienlijke tijdsverloop in deze zaak.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk passend en geboden.

Onder verdachte is op 4 november 2009 een hoeveelheid van 15.330 kilogram illegaal vuurwerk in beslag genomen. Ten aanzien van dit in beslag genomen vuurwerk overweegt de rechtbank dat het ongecontroleerde bezit hiervan in strijd is met de wet. De rechtbank zal daarom van dit vuurwerk de onttrekking aan het verkeer bevelen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 27, 47, 57, 91, 140 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikelen 8.1 en 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, de artikelen 1.2.2, 2.1.3, van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 5, 6 en 9 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. en 3

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer

2.

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer

4.

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer

5.

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

en verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

* veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

* beveelt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* De rechtbank zal het d.d. 4 november 2009 te Putten inbeslaggenomen vuurwerk onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Van der Hooft en Prisse, rechters, tegenwoordigheid van mr. Koster, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2012.

Voetnoten:

1 Als hierna verwezen wordt naar bijlagennummers, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het relaasproces-verbaal, dossiernummer 2009031415 van de regiopolitie Drenthe, gesloten en ondertekend op 9 september 2010.

2 P. 123 tot en met p. 127.

3 P. 2.781.

4 P. E en F van het relaasproces-verbaal (ordner 1).

5 Proces-verbaal van observeren op dinsdag 3 november 2009, p. 2.708.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2.733.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p. 1.090.

8 Proces-verbaal van observeren op dinsdag 3 november 2009 p. 2.709.

9 Idem, p. 2.709.

10 Uitdraai kentekenregister, p. 2.717.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 2.618.

12 Proces-verbaal van observeren op dinsdag 3 november 2009, p. 2.710.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2.507 e.v.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachten [medeverdachte E] (p. 2.640 e.v.), [medeverdachte F] (p. 2.647 e.v.) en [medeverdachte G] (p. 2.654).

15 P. 2.888.

16 P. 2.892 tot en met p. 2.987.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.316-1317.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.613.

19 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.315.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p. 1.103.

21 Idem, p. 1.104.

22 Proces-verbaal van bevindingen regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, p. 2.509.

23 Proces-verbaal van bevindingen regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, p. 2.510.

24 Proces-verbaal van bevindingen inzet observatie, p. 2731-2732.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.320.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p. 1.094.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam C], p. 2.205 e.v.

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p. 1.090.

29 Duits proces-verbaal van inbeslagname, p. 170-233.

30 Duits proces-verbaal van inbeslagname, p. 301-415.

31 P. 2.602.

32 P. 3.840.

33 P. 3.873.

34 Deskundigenverklaring Chinese rollen, NFI, p. 3.861.

35 P. 390/ordner 1A.

36 Proces-verbaal van bevindingen van 30 november 2009, p. 2.746/2.747.

37 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3.843.

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.316

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.320

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.338

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.611.

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 1.611.

43 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte C], p. 1.091.