Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BY5958

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-12-2012
Datum publicatie
12-12-2012
Zaaknummer
06/880057-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft bij het oversteken van een voorrangsweg geen voorrang verleend aan een voor haar van rechts komende auto. Er was geen sprake van bijzondere weers- of wegomstandigheden. Verdachte heeft verklaard deze auto niet opgemerkt te hebben. Drie van de vier inzittenden van de aangereden auto hebben zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Alle omstandigheden in ogenschouw genomen veroordeelt de rechtbank verdachte tot een voorwaardelijke werkstraf van 80 uur alsmede een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880057-12

Uitspraak: 12 december 2012

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren [1976 te geboorteplaats]

adres [adres]

Raadsman mr M.U. Özsüren, advocaat te Nijkerk

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 november 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 25 januari 2012 te Azewijn, gemeente Montferland,in elk

geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar

verkeer openstaande weg, de Langeboomsestraat, ter hoogte van de kruising met

de Terborgseweg,

roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of

onachtzaam,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing bord

model B 6 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens

1990 was geplaatst

en/of terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing

haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren

aangebracht, en/of

terwijl zij op die weg, de Terborgseweg, rijdend ander verkeer wel had

waargenomen en/of had zien naderen, en/of

niet, althans in onvoldoende mate op het voor haar gelegen gedeelte

van die weg, de Langeboomsestraat en/of de Terborgseweg, en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement

zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was

voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij,

die weg, de Terborgseweg , kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) het/de voormeld(e)kruising/kruispunt is opgereden en/of

overgereden, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 62 van voormeld reglement, geen gevolg heeft

gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk geen voorrang

heeft verleend aan de bestuurder van een op die Terborgseweg rijdend andere

motorrijtuig (personenauto), immers geen gevolg heeft gegeven aan bord B6

van bijlage 1 van voormeld reglement en/of geen gevolg heeft gegeven aan de

op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising aangebrachte haaientanden,

en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (die

bestuurder van) die personenauto merk: Opel, type: Astra, kenteken: [kenteken 1] en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de

bestuurder van) een motorrijtuig (taxibusje), welke stilstond op de

Langeboomsestraat,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (een) ander(en) ([slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3])

zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan, werd toegebracht;

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat zij,

verdachte, in strijd met voormeld bord en/of voormelde haaientanden geen

voorrang heeft verleend aan de bestuurder van dat op die kruisende weg, de

Terborgseweg, rijdend andere (motor)rijtuig

art 175 lid 3 Wegenverkeerswet 1994

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 25 januari 2012 te Azewijn, gemeente Montferland, in elk

geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee

rijdende op de weg, de Langeboomsestraat,ter hoogte van de kruising met de ,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, en/of

terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing bord

model B 6 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens

1990 was geplaatst

en/of terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing

haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren

aangebracht, en/of

terwijl zij op die weg, de Terborgseweg, rijdend ander verkeer wel had

waargenomen en/of had zien naderen, en/of

niet, althans in onvoldoende mate op het voor haar gelegen gedeelte

van die weg, de Langeboomsestraat en/of de Terborgseweg, en/of het overige verkeer heeft gelet en/of

is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement

zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij, verdachte, in staat was

voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij,

die weg, de Terborgseweg , kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(vervolgens) het/de voormeld(e)kruising/kruispunt is opgereden en/of

overgereden, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 62 van voormeld reglement, geen gevolg heeft

gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk geen voorrang

heeft verleend aan de bestuurder van een op die Terborgseweg rijdend andere

motorrijtuig (personenauto), immers geen gevolg heeft gegeven aan bord B6

van bijlage 1 van voormeld reglement en/of geen gevolg heeft gegeven aan de

op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising aangebrachte haaientanden,

en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (die

bestuurder van) die personenautomerk: Opel, type: Astra, kenteken: [kenteken 1], en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de

bestuurder van) een motorrijtuig (taxibusje), welke stilstond op de

Langeboomsestraat,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 25 januari 2012 rond 16.45 uur heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising Terborgseweg-Langeboomsestraat-Dr. Hoegenstraat te Azewijn. Een Volkswagen Golf reed over de Langeboomestraat richting de Dr. Hoegenstraat. Bij het oversteken van de Terborgseweg is de Volkswagen Golf aangereden tegen een van rechts komende Opel Astra en na deze aanrijding ook nog tegen een taxibusje. Ten gevolge van dit ongeval hebben de bestuurder van de Opel Astra alsmede twee passagiers zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Op basis van onderzoek van de politie is de verdenking gerezen dat verdachte als bestuurder van de Volkswagen Golf verantwoordelijk is voor de gevolgen van dit verkeersongeval.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de zich in het procesdossier bevindende getuigenverklaringen en bevindingen van de politie sprake is geweest van zeer onoplettend en zeer onachtzaam rijgedrag door verdachte.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte van het haar primair ten laste gelegde feit (artikel 6 van de WVW 1994) dient te worden vrijgesproken en dat het subsidiair ten laste gelegde feit (artikel 5 van de WVW 1994) wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, een en ander zoals weergegeven in de door hem overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota.

De raadsman stelt met name dat een falende waarneming onvoldoende is voor het bewijs van de aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid, in de zin van de laagste schuldgradatie binnen artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Het niet zien, waar dat wel had gemoeten, moet het gevolg zijn van ander verwijtbaar verkeersgedrag van verdachte. De raadsman verwijst hiervoor ook naar een uitspraak van de Hoge Raad 28 oktober 2008, NJ 2008,571.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het ten laste gelegde feit uit van de volgende feiten en omstandigheden. De verschillende verklaringen alsmede de bevindingen van de diverse verbalisanten zijn hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven.

Op 25 januari 2012 rond 16.45 uur reed verdachte als bestuurder van een Volkswagen Golf over de Langeboomsestraat richting Azewijn. Om haar weg te kunnen vervolgen over de Dr. Hoegenstraat diende zij de Terborgseweg, zijnde een voorrangsweg, over te steken. Op het moment dat zij zich op de kruising bevond reed zij tegen een van rechts komende Opel Astra die op dat moment op de Terborgseweg reed. De bestuurder en twee passagiers van de Opel Astra hebben zwaar letsel opgelopen. In de uitloop van deze botsing is de Volkswagen Golf daarna nog tegen een zich op de Dr. Hoegenstraat bevindend taxibusje aangereden.

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 28 november 2012, zakelijk weergegeven, verklaard dat zij op 25 januari 2012 te Azewijn in een Volkswagen Golf heeft gereden over de Langeboomsestraat richting de Dr Hoegenstraat, welke wegen doorkruist worden door de Terborgseweg, zijnde een voorrangsweg. Zij naderde de kruising en zag dat er voor haar van links op de Terborgseweg een auto aan kwam rijden, waarvan zij dacht dat die zodanig ver weg was dat zij, verdachte, de tijd had om de kruising op en over te rijden. Tijdens het oversteken van de Terborgseweg, reed zij vervolgens tegen een van rechts komende Opel Astra. Verdachte heeft verklaard deze auto niet gezien te hebben. Verdachte heeft geen reden kunnen geven voor het niet gezien hebben van deze auto. Verdachte heeft voorts verklaard een zich aan de overzijde van de kruising bevindend taxibusje niet gezien te hebben. Met betrekking tot de gehanteerde snelheid op de kruising heeft verdachte aangegeven dat zij van een geringe vaart bij het naderen van de kruising vervolgens in volle vaart de kruising is opgegaan. Verdachte heeft met betrekking tot haar Volkswagen verklaard dat als je daarmee gas geeft je dan ook direct weg bent. Voorts heeft zij tijdens haar verklaring2 tegenover de politie aangegeven wetenschap te hebben van het feit dat het om een voorrangskruising ging alsmede dat ze iedere woensdag over de bewuste weg rijdt.

Getuige [getuige 1]3 heeft verklaard dat hij op 25 januari 2012 over het fietspad reed vanuit de richting Etten richting 's-Heerenberg, waarvan hij dacht dat dit de Zeddamse of Terborgseweg te Azewijn was. Hij was ongeveer 20 meter verwijderd vanaf de kruising bij de steenfabriek. Plotseling zag hij een Volkswagen vanuit de straat van rechts komen rijden. Deze stak in volle vaart de kruising over.

Getuige [getuige 2]4 heeft verklaard dat hij op 25 januari 2012 als taxichauffeur reed vanuit de richting Azewijn en ter hoogte van de kruising met de Terborgseweg rechtsaf wilde slaan richting Etten. Vanaf de overzijde van de weg, de Langeboomsestraat, zag hij een personenauto rijden. Hij zag dat deze auto de kruising opreed. De getuige verklaart voorts dat hij op de Terborgseweg een andere personenauto zag rijden. Vervolgens ziet hij dat de auto's tegen elkaar botsten. Hij zag voorts dat de auto die kwam vanuit de Langeboomsestraat op zijn kant terecht kwam en met de onderzijde richting zijn taxibus schoof en hierbij de voorzijde van zijn bus raakte.

Getuige [slachtoffer 3]5 heeft verklaard dat zij in haar personenauto op 25 januari 2012 vanuit de richting Zeddam in de richting van Etten reed. Zij verklaart dat zij ter hoogte van de kruising met de Dr. Hoegenstraat (steenfabriek) een harde knal hoorde en voelde dat haar auto met iets in botsing was geraakt. De getuige verklaart voorts dat er daarna een vrouw naast haar auto stond die onder meer zei: "Ik heb je niet gezien, ben zo de weg opgereden".

Uit het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse komt onder meer het volgende naar voren.

Het verkeersongeval had plaatsgevonden op de Terborgseweg, buiten de bebouwde kom van Azewijn in de gemeente Montferland. Het verkeersongeval vond plaats ter hoogte van het kruispunt met de Langeboomsestraat en de Dr. Hoegenstraat. Genoemde wegen waren voor het openbaar verkeer opengesteld.6

De Terborgseweg is aangeduid als voorrangsweg en dit wordt aan de bestuurders op de Langeboomsestraat kenbaar gemaakt door een bord model B6 van de Bijlage 1 van het RVV 1990 en door op het wegdek aangebrachte haaientanden.7

Voor wat betreft de wegsituatie zijn geen bijzonderheden ontdekt, die mogelijk een rol kunnen hebben gespeeld bij het ontstaan en de toedracht van het ongeval.8

Het oprijzicht van de bestuurder van voertuig 1.2.1, in de richting van waaruit de bestuurder van voertuig 1.2.2 hem naderde was goed.9 Het voertuig 1.2.1 betreft de Volkswagen gekentekend [kenteken 2]. Het voertuig 1.2.2 betreft de Opel, gekentekend [kenteken 1].10

De Volkswagen vertoonde, voor zover door de schade nog te beoordelen, geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval.11

Uit de geneeskundige verklaring met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 1] komt onder meer naar voren dat zij een bovenarmfractuur heeft opgelopen. De geschatte duur van de genezing is onbekend.12

Uit de geneeskundige verklaring met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 2] komt onder meer naar voren dat zij diverse ribfracturen en wervelfracturen, een borstbeenfractuur en een kniefractuur heeft opgelopen. De geschatte duur van de genezing is onbekend.13

Uit de geneeskundige verklaring met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 3] komt onder meer naar voren dat zij meerdere kneuzingen en een ribbreuk heeft opgelopen. De geschatte duur van de genezing is onbekend. 14

Gelet op de aangehaalde getuigenverklaringen, de conclusies uit de VerkeersOngevalsAnalyse en de geneeskundige verklaringen is de rechtbank van oordeel dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 WVW draagt aan de aanrijding tussen de door haar bestuurde Volkswagen Golf en de Opel Astra alsmede het taxibusje. Zij heeft ondanks de aanwezigheid van een voorrangsbord en haaientanden op de Langeboomsestraat - die ingevolge artikel 80 RVV gebieden voorrang te verlenen aan verkeer op de Terborgseweg - ten onrechte geen voorrang verleend aan de bestuurder van de Opel Astra.

Een ieder die een gelijkwaardige kruising nadert, moet zijn snelheid zo aanpassen dat hij voldoende tijd heeft om zich er van te kunnen vergewissen dat er geen verkeer van rechts komt en om zonodig zijn voertuig nog voor die kruising te kunnen stoppen. Weliswaar is niet onaanemelijk dat verdachte haar snelheid heeft gematigd en (bijna) tot stilstand is gekomen toen zij de kruising naderde, daar staat tegenover dat zij de kruising vervolgens naar eigen zeggen met volle vaart is opgereden, hetgeen bevestiging vindt in de verklaring van Van den Bosch. Verdachte heeft consequent verklaard dat zij de Opel Astra niet heeft waargenomen voordat haar personenauto ermee in aanrijding kwam. Dit noopt tot de conclusie dat verdachte niet of slechts onoplettend naar rechts heeft gekeken alvorens de kruising op te rijden doch ook op het moment dat zij reeds op de kruising reed. Ook een tijdelijke onoplettendheid als in het onderhavige geval levert schuld op als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (vgl. HR 17 februari 2009, VR 2009/102).

Het rijgedrag van verdachte, zoals dit ten laste is gelegd, is gelet op het voorgaande dan ook aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van de zich in het procesdossier bevindende geneeskundige verklaringen en het daarin beschreven letsel van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Gelet op de aard en ernst van dit (blijvende) letsel en de lange duur van genezing kwalificeert de rechtbank dit letsel als zwaar lichamelijk letsel.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 25 januari 2012 te Azewijn, gemeente Montferland als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig daarmede rijdende over de voor het openbaar

verkeer openstaande weg, de Langeboomsestraat, ter hoogte van de kruising met

de Terborgseweg,

aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam,

terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt en werd gehinderd, en

terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing bord

model B 6 van de bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens

1990 was geplaatst

en terwijl op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising of splitsing

haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren

aangebracht, en

terwijl zij op die weg, de Terborgseweg, rijdend ander verkeer wel had

waargenomen en zien naderen, en

niet op het overige verkeer heeft gelet en

vervolgens voormelde kruising is opgereden en daarbij in strijd met artikel 62 van voormeld reglement, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een gebod inhoudt, namelijk geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een op die Terborgseweg rijdend ander motorrijtuig (personenauto), immers geen gevolg heeft gegeven aan bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement en geen gevolg heeft gegeven aan de

op de Langeboomsestraat voor genoemde kruising aangebrachte haaientanden,

en

vervolgens in aanrijding is gekomen met die personenauto merk: Opel, type: Astra, kenteken: [kenteken 1] en

vervolgens in aanrijding is gekomen met een motorrijtuig (taxibusje),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen ([slachtoffer 1]

en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3])

zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht

terwijl het feit is veroorzaakt is veroorzaakt doordat zij,

verdachte, in strijd met voormeld bord en voormelde haaientanden geen

voorrang heeft verleend aan de bestuurder van dat op die kruisende weg, de

Terborgseweg, rijdend ander motorrijtuig

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde bewezen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf van honderd uur, te vervangen door vijftig dagen hechtenis als deze werkstraf niet wordt uitgevoerd en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twaalf maanden.

Gelet op de persoonlijke omstandigheden en gelet op de blanco documentatie acht de officier van justitie een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid niet aan de orde. Een onvoorwaardelijke werkstraf acht hij daarentegen wel op zijn plaats.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het tijdsverloop van deze zaak en met het feit dat verdachte een geheel blanco strafblad heeft. Tevens heeft de verdachte ter terechtzitting oprecht laten blijken dat zij zwaar onder de indruk is van het ongeval en het letsel dat hierdoor bij anderen is veroorzaakt. Voorts heeft zij aangegeven diverse malen door het sturen van brieven en bloemen contact te hebben gehad met de slachtoffers en dat zij samen met de slachtoffers bijeen is gekomen om over het verkeersongeval te praten. De rechtbank acht het zeer te prijzen dat verdachte genoemde initiatieven heeft ondernomen.

Teneinde de ernst van het onderhavige feit te benadrukken acht de rechtbank een voorwaardelijke werkstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats.

De rechtbank zal gelet op het voorgaande verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf opleggen van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis alsmede een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 176, 178, 179 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.,

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten: een werkstraf gedurende tachtig uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

* bepaalt, dat deze werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden;

* bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door mrs. Rademaker, voorzitter, Davids en Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Koster, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 december 2012.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0642 201201563, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 12 mei 2012.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte van 1 februari 2012 te 11:00 uur

3 Proces-verbaal verhoor getuige van 17 maart 2012 te 19:03 uur

4 Proces-verbaal verhoor getuige van 25 januari 2012 te 17:05 uur

5 Proces-verbaal verhoor betrokkene d.d. 28 april 2012 te 17:22 uur

6 Bladzijde 9 van 24 van het proces-verbaal VOA

7 Bladzijde 9 van 24 van het proces-verbaal VOA

8 Bladzijde 9 van 24 van het proces-verbaal VOA

9 Bladzijde 9 van 24 van het proces-verbaal VOA

10 Bladzijde 4 van 24 van het proces-verbaal VOA

11 Bladzijde 12 van 24 van het proces-verbaal VOA

12 Geneeskundige verklaring d.d. 17/4/2012, direct achter verhoor getuige [slachtoffer 1]

13 Geneeskundige verklaring d.d. 17/4/2012, direct achter verhoor getuige [slachtoffer 2]

14 Geneeskundige verklaring d.d. 17/4/2012, direct achter verhoor getuige [slachtoffer 3]