Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX9432

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
08-10-2012
Zaaknummer
131916 - KG ZA 12-213
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat het artikel in de Volkskrant van 7 juli 2012 onrechtmatig is jegens eiseres. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 131916 / KG ZA 12-213

Vonnis in kort geding van 23 augustus 2012

in de zaak van

ESTHER HEIJNEN-DE WEERD,

wonende te Elst, gemeente Overbetuwe,

eiseres,

advocaat mr. H.J.W.A. van der Put te Breda,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE GYMNASTIEK UNIE,

gevestigd te Beekbergen, gemeente Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Heijnen en de KNGU genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling;

- de pleitnota aan de zijde van Heijnen;

- de pleitnota aan de zijde van de KNGU.

2. De feiten

2.1. Heijnen is van februari 1996 tot 23 april 2008 in dienst geweest bij Gymnastiek- en turnvereniging (hierna: GTV) De Hazenkamp te Nijmegen in de functie van trainster/choreografe en sinds 2005 tevens als manager topsport. Daarnaast was Heijnen vanaf 15 februari 2006 tot circa september 2008 in dienst van de KNGU als technisch adviseur. Sinds circa september 2008 is Heijnen geen lid meer van de KNGU.

Nadien heeft Heijnen tot oktober 2010 als jurylid gefungeerd (Wereldkampioenschappen turnen). Per 10 januari 2012 heeft Heijnen haar trainerslicentie laten verlopen.

2.2. Op 7 mei 2008 hebben vier (ex-)turnsters van GTV De Hazenkamp te Nijmegen klachten ingediend bij de Tuchtcommissie van de KNGU tegen Heijnen met betrekking tot haar wijze van training geven en beweerde misdragingen jegens deze turnsters. Op 2 juni 2009 zijn deze klachten ongegrond verklaard.

2.3. Op 8 juni 2009 hebben de (ex-)turnsters beroep aangetekend tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie bij de Commissie van Beroep van de KNGU.

Op 16 december 2009 heeft de Commissie van Beroep van de KNGU (onder meer) geoordeeld dat de ongegrondverklaring van de Tuchtcommissie gelijk is te stellen aan vrijspraak. Verder heeft zij de (ex-)turnsters niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.

2.4. In september 2011 zijn in het sportmagazine Helden twee artikelen verschenen aangaande het onpedagogisch en ontoelaatbaar handelen van de turntrainers

de heer F. Louter en de heer G. Beltman met betrekking tot de vier (ex-) turnsters S. Harmes, V. van de Leur, R. Endel en G. Wammes.

2.5. Op 7 juli 2012 heeft De Volkskrant het volgende artikel gepubliceerd:

“Turnbond onderzoekt topcoaches

JOHN VOLKERS - 07/07/12, 00:00

Het onderzoek naar mogelijk wangedrag van Nederlandse turntrainers wordt uitgebreid. De nationale gymnastiekbond, de KNGU, heeft naast oud-bondscoach Frank Louter ook het vizier gericht op de in Canada werkzame Gerrit Beltman en op Esther Heijnen, de olympische vrouwencoach van 2008. Twee weken geleden vond een eerste gesprek plaats tussen Heijnen en KNGU-voorzitter Jos Geukers.

AMSTERDAM - Geukers erkende donderdagavond met een onderzoek bezig te zijn naar de gedragingen van de Nederlandse topcoaches. Hij is zijn onderzoek begonnen naar aanleiding van de verklaringen van de voormalige turnsters Renske Endel, Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriella Wammes in het blad Helden, in september 2011. Die betroffen misdragingen van Beltman en Louter tussen 1990 en 2004. Geukers: ‘Eind augustus komen wij met de conclusies.’

Het onderzoek door Geukers was een goed bewaard geheim. Donderdagmiddag werd het onthuld door gymnastiekvereniging Pro Patria, de werkgever van Louter. Diens trainers-licentie, deze zomer toe aan verlenging, is voorlopig opgeschort.

Geukers: ‘Het is deels een technische kwestie. Louter is de hoogst gekwalificeerde trainer van ons land. Anderzijds zou het niet van zorgvuldigheid getuigen, als we zijn licentie vrolijk zouden verlengen. Een pas op de plaats is gerechtvaardigd.’

Beltman berichtte dit voorjaar in een interview met de Volkskrant niets te hebben gehoord van de KNGU. Hij was in het recente verleden in dienst van de bond. Louter werd pas dit jaar gehoord. Heijnen werd twee weken geleden gevraagd voor een gesprek.

Zij is ‘onthutst’ omdat ze op één hoop wordt geveegd met Louter en Beltman. ‘Ik wil niet met hen worden geassocieerd.’ In 2009 won zij een tuchtzaak die door een groepje turnsters was aangespannen. Haar werd onpedagogisch handelen aangewreven. Die beschuldiging werd ongegrond verklaard.

Heijnen: ‘De zaak is afgedaan, heb ik tegen Geukers gezegd. Je kunt niet tweemaal berecht worden voor dezelfde zaak.’ Heijnen zegt eerder excuses van de KNGU te verwachten. Haar advocaat kondigt juridische actie tegen de bond aan.”.

3. Het geschil

3.1. Heijnen vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de KNGU te bevelen om enig onderzoek naar het functioneren van Heijnen als

(ex-)turntrainster/coach binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;

II. de KNGU te verbieden om enig onderzoek, alsmede eventuele conclusie daaruit, naar het functioneren van Heijnen als (ex-)turntrainster/coach, op enigerlei wijze openbaar te (laten) maken;

III. de KNGU te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis in het dagblad De Volkskrant de navolgende rectificatie te (laten) plaatsen:

“In De Volkskrant van zaterdag 7 juli 2012 werd namens de KNGU opgetekend dat er een onderzoek zou lopen naar Esther Heijnen, voormalig trainster van de Nederlandse turnploeg. Daarmee is ten onrechte de suggestie gewekt dat Esther Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. Esther Heijnen is van deze gedragingen in hoogste tuchtinstantie van de KNGU vrijgesproken. Voor zover er al een onderzoek door de KNGU naar Esther Heijnen gaande was, is dit met onmiddellijke ingang stopgezet.

Mr. J.J.G.M Geukers

Voorzitter Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie”

althans woorden van gelijke strekking;

IV. ten aanzien van de vorderingen onder I tot en met III een dwangsom op te leggen van € 1.000,00 voor ieder(e) dag(deel) dat de KNGU, nadat twee dagen na voormelde betekening zullen zijn verstreken, in gebreke blijft aan de vorderingen te voldoen, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

V. de KNGU in de kosten van dit geding te veroordelen, waaronder het griffierecht en het (na)salaris van de advocaat van Heijnen.

3.2. Heijnen acht het onrechtmatig dat de KNGU zonder dat blijkt van nieuwe feiten of omstandigheden, opnieuw een onderzoek naar haar functioneren als club-, (inter)nationaal- en Olympisch coach heeft ingesteld en daarvan blijkens een in vorenaangehaald artikel in de Volkskrant van 7 juli 2012 weergegeven citaat van haar voorzitter, mr J.J.G.M. Geukers, melding heeft gedaan aan een journalist van de Volkskrant. Weliswaar zijn er door andere (ex-)turn(st)ers recent klachten ingediend tegen andere coaches en trainers en uitlatingen gedaan in de pers, maar deze betreffen haar niet. Heijnen wil niet met hen op één lijn worden gesteld. Op grond van het zowel in het straf- als het tuchtrecht geldende beginsel “ne bis in idem” (geen tweede vervolging voor dezelfde zaken) meent zij er recht op te hebben verstoken te mogen blijven van nieuwe onderzoeken naar oude en ongegrond bevonden klachten.

3.3. De KNGU voert verweer. Het behoort haar inziens tot de bestuurlijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de KNGU om onderzoek in te stellen naar aanleiding van de schokkende artikelen in het sportmagazine Helden, zulks met het oogmerk om het bestuurlijke oor te lenen aan degenen die uit het verleden onverwerkt leed met zich dragen en voorts om met conclusies en aanbevelingen te komen om dergelijke misstanden in de toekomst zoveel mogelijk uit te sluiten. Dat in het kader van dat onderzoek mede aandacht bestaat voor het functioneren van Heijnen is een gevolg van het feit dat de turnsters, de ouders en het bestuur van GTV De Hazenkamp daarvoor bij de KNGU aandacht hebben gevraagd.

Het onderzoek is met een grote mate van zorgvuldigheid omgeven. De diverse gesprekken zijn in beslotenheid gevoerd en het bestuur heeft hoor en wederhoor willen toepassen. Ook is Heijnen aangeboden het concept-rapport ten aanzien van de conclusies en aanbevelingen vooraf ter inzage te krijgen.

De KNGU erkent dat de klachten ten aanzien van het functioneren van Heijnen tuchtrechtelijk zijn afgedaan. De KNGU erkent ook het bestaan van het beginsel “ne bis in idem”. De KNGU wil ook geen nieuwe tuchtrechtelijke procedure tegen Heijnen starten. Tot welke conclusies en aanbevelingen het onderzoek exact zal leiden, is nog voorwerp van bestuurlijk overleg. Het enkele feit dat de KNGU bereid is geweest op verzoek van direct betrokkenen kennis te nemen van klachten ten aanzien van het functioneren van Heijnen in het verleden (en Heijnen hoor en wederhoor te bieden) kan bezwaarlijk als onrechtmatig worden geduid.

Wat betreft de vordering tot rectificatie stelt de KNGU dat de publicatie in de Volkskrant op initiatief van derden tot stand is gekomen en voorts louter feitelijke en grotendeels juiste informatie bevat. Ten slotte merkt de KNGU op dat in het artikel niet de suggestie wordt gewekt dat Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. In het artikel is juist vermeld dat zij daar in het verleden tuchtrechtelijk van is vrijgesproken.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter zitting is gebleken dat hetgeen aanvankelijk is aangeduid als een onderzoek met hoor en wederhoor gezien moet worden als een in de periode september 2011 tot en met juni 2012 plaatsgevonden hebbende rondgang door voorzitter Geukers langs direct betrokkenen zoals turnsters, ouders en trainers. Er zal eind augustus 2012 geen onderzoeksrapport opgemaakt worden doch slechts een oplegnotitie, waarin conclusies en aanbevelingen worden opgenomen die een vertaling zijn van de veelheid aan signalen die de KNGU-voorzitter in zijn rondgang heeft opgepikt. Deze conclusies en aanbevelingen zullen gebruikt worden bij het ontwikkelen van toekomstig beleid rondom met name de licentieverstrekking aan nieuwe trainers/coaches. De conclusies en aanbevelingen zijn niet direct op de persoon gericht en er zullen geen namen worden genoemd. Ook zal verwezen worden naar de tuchtrechter voor een oordeel over de gegrondheid van klachten.

4.2. Gelet op voormelde toezeggingen van de KNGU ter zitting heeft Heijnen de vorderingen onder 1 en 2 ingetrokken. Resteert dus ter beoordeling de rectificatie.

De wens tot rectificatie wordt ingegeven door onder meer het negeren van de vrijspraak van Heijnen door de tuchtrechter. In het krantenbericht van 7 juli 2012 is echter met zoveel woorden opgenomen dat Heijnen onpedagogisch handelen werd aangewreven, maar dat die beschuldiging ongegrond is verklaard en dat zij de tuchtzaak in 2009 won. Hierin is geen feitelijke onjuistheid te bekennen.

Dat de KNGU Heijnen heeft betrokken bij haar “onderzoek” en dat er twee weken geleden (te weten 25 juni 2012) een gesprek heeft plaatsgevonden tussen Heijnen en voorzitter Geukers is evenmin onjuist.

Derhalve zijn geen feitelijke onjuistheden over Heijnen opgenomen in het krantenartikel.

In de artikelen in het sportmagazine Helden worden de beide trainers Louter en Beltman genoemd. Heijnen stelt dat zij in het krantenartikel in één adem wordt genoemd met deze heren en wil zich daarvan distantiëren. Het komt de voorzieningenrechter echter niet geraden voor om distantie te scheppen tussen Heijnen en niet in het kort geding betrokken personen.

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat in de tekst van de voorgestelde rectificatie onjuist is, dat in het artikel van 7 juli 2012 ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. Deze suggestie wordt in het geheel niet gewekt in het krantenartikel, dat integendeel meldt dat Heijnen in de tuchtzaak is vrijgesproken.

Ten slotte is het “onderzoek” intussen ook afgerond, zodat Heijnen geen belang meer heeft bij stopzetting hiervan.

De voorgestelde rectificatie suggereert zelfs een afgedwongen staking of opschorting van het “onderzoek”, terwijl de daartoe strekkende vordering is ingetrokken.

Al met al is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat het krantenartikel van 7 juli 2012 onrechtmatig is jegens Heijnen. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot rectificatie. De daartoe strekkende vordering wordt afgewezen.

4.3. Aangezien de vorderingen deels zijn ingetrokken vanwege eerst ter zitting gedane toezeggingen door de KNGU en deels zijn afgewezen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Vrieze en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2012.