Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX7600

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
06-880008-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte voor inhaalmanoeuvre met dodelijke afloop tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, een werkstraf van 240 urenen en ontzegging van rijbevoegdheid voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880008-11

Uitspraak d.d. 21 augustus 2012

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Turkije) op [1970],

wonende te [plaats].

Raadsman: mr. M.K. Rack, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 augustus 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 15 februari 2011 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg weg, de Arnhemseweg,

roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd door een op korte afstand voor haar uit rijdende trekker met oplegger, en/of door een voor haar uitrijdende personenauto, en/of

terwijl zij voornemens was, en/of bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

over die Arnhemseweg dicht achter een voor haar uit rijdende trekker met oplegger is gaan rijden en/of heeft gereden, en/of

(vervolgens) deze trekker met oplegger is gaan inhalen en/of heeft ingehaald, en/of

(daarbij) naar links heeft gestuurd, en/of

(daarbij) een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) is gaan rijden en/of heeft gereden over de, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, linkerrijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast haar liggende weggedeelte van die Arnhemseweg en/of het tegemoetkomende verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van voornoemd Reglement (de bestuurder van) een over die Arnhemseweg rijdend, haar tegemoetkomend, ander motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die haar tegemoetkomend ander motorrijtuig (personenauto)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer A]) werd gedood, en/of

waardoor (een) ander(en) ([slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D] en/of [slachtoffer E]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 15 februari 2011 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Arnhemseweg, terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd door een op korte afstand voor haar uit rijdende trekker met oplegger, en/of door een voor haar uitrijdende personenauto en/of

terwijl zij voornemens was, en/of bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

over die Arnhemseweg dicht achter een voor haar uit rijdende trekker met oplegger is gaan rijden en/of heeft gereden, en/of

(vervolgens) deze trekker met oplegger is gaan inhalen en/of heeft ingehaald, en/of

(daarbij) naar links heeft gestuurd, en/of

(daarbij) een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) is gaan rijden en/of heeft gereden over de, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, linkerrijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast haar liggende weggedeelte van die Arnhemseweg en/of het tegemoetkomende verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van voornoemd Reglement (de bestuurder van) een over die Arnhemseweg rijdend, haar tegemoetkomend, ander motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die haar tegemoetkomend ander motorrijtuig (personenauto),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 15 februari 2011 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de Arnhemseweg in Beekbergen.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Voor wat betreft de mate van schuld heeft de officier van justitie betoogd dat geen sprake is geweest van roekeloosheid, maar van zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam verkeersgedrag.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe naar voren gebracht dat geen sprake is geweest van roekeloos rijgedrag. Het is volgens de raadsman niet vast te stellen dat verdachte te dicht op haar voorganger heeft gereden. De verklaringen van getuige [getuige A] en andere getuigen zijn niet voldoende gedetailleerd. Verdachte had goed zicht op de weg en er was voldoende ruimte om de vrachtwagen die vóór verdachte reed in te halen. De vrachtwagenchauffeur heeft echter onvoldoende gelegenheid geboden om verdachte goed te laten passeren; die chauffeur heeft juist zijn snelheid verhoogd toen verdachte passeerde. Er is sprake van medeschuld van de vrachtwagenchauffeur, aldus de raadsman. Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat, in het geval van bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, slechts de lichtste categorie van schuld kan worden bewezen verklaard: een grove verkeersfout.

De raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het subsidiair tenlastegelegde wel kan worden bewezenverklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat op 15 februari 2011 omstreeks 10.45 uur een verkeersongeval heeft plaatsgevonden op de Arnhemseweg in Beekbergen, gemeente Apeldoorn.3

Uit het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse (hierna: VOA) blijkt dat het een verkeersongeval betrof te Beekbergen op de Arnhemseweg ter hoogte van perceelnummer 725 (Mendel). Het ongeval vond plaats buiten de bebouwde kom en de ter plaatse toegestane maximale snelheid is 80 kilometer per uur. Het betrof een verkeersongeval bij daglicht op een droog wegdek en het was droog weer. Bij dit ongeval waren personenauto's van het merk Citroën (kenteken: [kenteken 1]), een Chevrolet (kenteken: [kenteken 2])4 en een Nissan (kenteken: [kenteken 3])5 betrokken. De Citroën kwam uit de richting van de A50 en reed in de richting van Beekbergen. Achter de Citroën reed in dezelfde richting de Nissan. De Chevrolet kwam uit de richting Beekbergen en reed in richting van de A50.

Ter hoogte van perceelnummer 725 reed de Citroën op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer. Daar raakten de linkervoorzijde van de Citroën en de linkervoorzijde van de Chevrolet elkaar. Gezien vanuit de richting van de Citroën, is de Citroen in de rechterberm tot stilstand gekomen. Door de aanrijding was de Citroën een kwartslag linksom zijn gieras gedraaid (tegen de klok in). De Citroën verloor door de aanrijding het linker voorwiel. Dat wiel werd aangetroffen onder de Nissan, die voorbij de eindpositie van de Citroën tot stilstand was gekomen. De Nissan was daardoor beschadigd aan de voorzijde.

Gezien vanuit de rijrichting van de Chevrolet, was deze in de rechterberm tegen een lichtmast tot stilstand gekomen en was deze een kwartslag linksom zijn gieras gedraaid (tegen de klok in).

Op basis van de aangetroffen sporen op het wegdek, de schade aan de voertuigen en hun eindposities was geen nauwkeurige snelheidsberekening te maken van de snelheid van de Citroën en de Chevrolet vlak voor/op het moment van het ongeval. Gezien de eindposities van de voertuigen, de voertuigschades en hun onderlinge massa was het waarschijnlijk dat de Citroën op het moment van de aanrijding een hogere snelheid had dan de Chevrolet.6

De verbalisanten constateerden ter plaatse dat de vier inzittenden van de Citroën en de twee inzittenden van de Chevrolet gewond waren. De bestuurder van de Chevrolet, [slachtoffer A], is daarna als gevolg van het ongeval overleden.7

Uit het proces-verbaal schouw stoffelijk overschot blijkt dat [slachtoffer A] is overleden ten gevolge van neurologisch letsel met verbloeding in borst en buikholte. Tevens had zijn linker onderbeen een fractuur.8

Verdachte was bestuurder van de groene Citroën.9

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos, zeer dan wel aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt naar vaste jurisprudentie dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Verdachte heeft ter terechtzitting - zakelijk weergeven - verklaard dat zij met anderen op weg was naar een feest in Apeldoorn. Met vier auto's reden zij achter elkaar. Verdachte bestuurde de vierde auto in de rij. Op de Arnhemseweg in Beekbergen reed zij op een gegeven moment achter een vrachtwagen met oplegger. De voor haar rijdende auto's reden vóór de vrachtwagen. De vrachtwagen reed 80 á 85 kilometer. Verdachte reed 10 tot 16 meter achter de vrachtwagen toen zij besloot te gaan inhalen. Zij had daarvoor gekeken of er een tegenligger aan kwam. Daartoe reed zij richting de linkeras van de weg. Toen de weg volgens haar vrij was, ging zij inhalen. Tijdens het inhalen, ging de vrachtwagen harder rijden en het duurde even voordat zij voldoende ruimte had om weer op de rechter rijstrook te kunnen komen. Toen zij de vrachtwagen voorbij was, deed zij haar knipperlicht naar rechts aan om naar de rechter rijstrook te gaan. Plotseling zag zij de tegenligger en volgde de aanrijding. Verdachte heeft daarbij aangegeven dat de vrachtwagenchauffeur haar onvoldoende gelegenheid gaf om in te halen omdat hij sneller ging rijden toen zij aan het inhalen was.

Getuige [getuige B] heeft ter terechtzitting - zakelijk weergegeven - verklaard dat zij op

15 februari 2011 op weg was naar een feest in Apeldoorn. Zij reden met vier auto's achter elkaar naar dat feest. [getuige B] bestuurde de derde auto in de rij. Zij had de vrachtwagen met oplegger met een snelheid van 75 tot 80 kilometer ingehaald. De vrachtwagen reed iets langzamer dan zij. Verdachte reed 20 tot 25 meter achter haar. [getuige B] heeft verder verklaard dat zij de vrachtwagen nog niet geheel had ingehaald, toen verdachte naar de linkerrijstrook ging. Toen [getuige B] de vrachtwagen had gepasseerd en weer op de rechter rijstrook reed, zag zij de tegenligger. Verdachte reed toen nog op de linker rijstrook, aldus [getuige B].

Getuige [getuige A] heeft verklaard dat hij bestuurder was van de Nissan. Voor hem reed een groene personenauto. Op een gegeven moment zag hij dat die auto wilde inhalen, want hij zag dat de auto ineens naar de linker rijbaan ging. Hij dacht nog 'dat kan absoluut niet!'. De auto zat te dicht op de tegenligger, een blauwe personenauto. Hij zag dat de bestuurder van de groene auto nog probeerde te corrigeren, maar het was te laat. Hij wist niet wat die blauwe auto deed, maar hij dacht dat die volkomen verrast was.10 Hij zag dat de groene auto op de blauwe tegemoetkomende auto reed. De auto's slingerden en er vlogen brokstukken door de lucht. Hij hoorde iets onder zijn auto, dat later een wiel van één van de auto's bleek te zijn. Hij wist niet hoe, maar hij had het kunnen ontwijken. Volgens hem gaf de bestuurder van de groene auto geen richting aan, ze ging opeens naar links.11

Op basis van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van roekeloos verkeersgedrag van verdachte, zodat zij hiervan dient te worden vrijgesproken.

Met de officier van justitie is de rechtbank is van oordeel, dat het handelen van verdachte zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam was en dat dit als zeer onoplettend (grove verkeersfout) moet worden aangemerkt. Zo heeft verdachte op korte afstand achter een vrachtwagen met oplegger gereden en is zij al gaan inhalen terwijl een andere auto nog op de linker rijstrook reed en bezig was de vrachtwagen in te halen. De vrachtwagen en de op de linker rijstrook rijdende auto hebben het zicht van verdachte belemmerd. Zij had daardoor geen goed zicht op eventueel tegemoetkomend verkeer. Gelet op deze verkeersfouten, het geheel van gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich hiermee in een situatie heeft gebracht waarin een ongeval, zoals dat heeft plaatsgevonden, voorzienbaar was. Dit betekent dat er sprake is van een grove verkeersfout.

Het gedrag van verdachte is ook verwijtbaar omdat de verkeersfouten vermijdbaar waren. Verdachte had ervoor kunnen kiezen om meer afstand te houden van de voor haar rijdende vrachtwagen met oplegger en pas te gaan inhalen als de auto op de linker rijstrook de vrachtwagen geheel had gepasseerd. Bovendien is hierbij nog van belang dat het niet noodzakelijk was de vrachtwagen in te halen nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat de vrachtwagen 80 tot 85 kilometer reed en de ter plaatse toegestane maximale snelheid 80 kilometer per uur is.

Letsel van de gewonden

Getuige [slachtoffer D], inzittende van de Chevrolet en echtgenote van de overledene [slachtoffer A], had als het gevolg van het ongeval haar linker arm gebroken en haar ribben gekneusd. Het was nog niet duidelijk of haar arm moest worden geopereerd.12 Uit de schriftelijk slachtofferverklaring van [slachtoffer D] blijkt dat haar linker arm gebroken is geweest en dat zij er blijvend letsel aan over houdt.13

Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de duur van genezing kan niet worden vastgesteld of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Wel is er sprake van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, zodat dit onderdeel van de tenlastelegging zal worden bewezenverklaard.

Getuige [slachtoffer B], inzittende van de Citroën, heeft op 2 maart 2011 verklaard dat als gevolg van het ongeval haar beide armen waren gebroken en dat zij aan haar rechterarm is geopereerd vanwege een complexe breuk. Zij had nog steeds pijn aan haar armen.14 Uit de medische verklaring van 24 oktober 2011 blijkt dat [slachtoffer C] op de dag na het ongeval een standsafwijzing van de polsen links en rechts had alsmede een bloedende wond aan de rechter duim. Op 18 februari 2011 is zij geopereerd aan de rechter pols. Er is sprake van blijvende functiebeperking aan beide polsen. De definitieve eindtoestand is ongeveer na een jaar te bepalen.15 Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de duur van genezing kwalificeert de rechtbank dit als zwaar lichamelijk letsel.

Uit de medische verklaring van getuige [slachtoffer C], inzittende van de Citroën, blijkt dat zij een bloeduitstorting aan haar onderbeen links en haar bovenbeen links en een schaafwond aan haar linker onderbeen had. Geschatte duur van de genezing was binnen 6 maanden.16 Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de duur van genezing kan niet worden vastgesteld of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Verdachte zal derhalve van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Uit de medische verklaring van getuige [slachtoffer E], inzittende van de Citroën, blijkt dat zij een bloeduitstorting in haar linkerborst en een bloeduitstorting in haar linker lies had. Bovendien was sprake van distorsie/kneuzing van de borst/ribben links. De geschatte duur van de genezing was enkele weken tot maanden.17 Gelet op de aard en ernst van dit letsel en de duur van genezing kan niet worden vastgesteld of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Verdachte zal derhalve van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Het verkeersongeval en het overlijden van [slachtoffer A] en de gewond geraakte [slachtoffer D] en [slachtoffer B] ten gevolge daarvan, zijn niet alleen door het handelen van verdachte veroorzaakt, maar ook aan haar schuld te wijten in de zin van artikel 6 WVW.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 15 februari 2011 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Arnhemseweg, zeer, onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd gehinderd door een op korte afstand voor haar uit rijdende trekker met oplegger, en/of door een voor haar uitrijdende personenauto, en/of

terwijl zij voornemens was, en/of bezig was een bijzondere manoeuvre uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

over die Arnhemseweg dicht achter een voor haar uit rijdende trekker met oplegger is gaan rijden en/of heeft gereden, en/of

(vervolgens) deze trekker met oplegger is gaan inhalen en/of heeft ingehaald, en/of

(daarbij) naar links heeft gestuurd, en/of

(daarbij) een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld, althans is gaan wisselen, en/of

(daarbij) is gaan rijden en/of heeft gereden over de, bezien vanuit de rijrichting van verdachte, linkerrijbaan bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast haar liggende weggedeelte van die Arnhemseweg en/of het tegemoetkomende verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 54 van voornoemd Reglement (de bestuurder van) een over die Arnhemseweg rijdend, haar tegemoetkomend, ander motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die haar tegemoetkomend ander motorrijtuig (personenauto)

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer A]) werd gedood, en/of

waardoor anderen ([slachtoffer B] en [slachtoffer D]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, indien deze straf niet naar behoren wordt verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden gevorderd. Ten slotte heeft hij gevorderd een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren.

De raadsman heeft primair bepleit verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan de eis van de officier van justitie.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft, door zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam te rijden met haar auto, een verkeersongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan een ander, [slachtoffer A], is overleden en anderen, [slachtoffer D] en [slachtoffer B], gewond zijn geraakt. Daarmee is [slachtoffer A] beroofd van het hoogste rechtsgoed dat de wet beschermt: het leven. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring door [slachtoffer D] blijkt dat het plotselinge overlijden van [slachtoffer A] bij haar en hun kinderen een grote schok en sterke gevoelens van verlies en verdriet teweeg heeft gebracht. De rechtbank rekent verdachte aan dat zij door haar verkeersgedrag de veiligheid van anderen in gevaar heeft gebracht, welk gevaar zich voor meerdere slachtoffers ook heeft verwezenlijkt.

De rechtbank houdt voorts rekening met het feit dat verdachte, blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 12 januari 2012, niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Verdachte zal verder moeten leven met het besef dat een ander door haar toedoen om het leven is gekomen. Hoewel een aan verdachte op te leggen strafrechtelijke sanctie het verlies van de familie van het slachtoffer [slachtoffer A] niet kan wegnemen, is de rechtbank van oordeel dat een strafrechtelijke sanctie moet volgen ter bevestiging van de door verdachte overtreden norm en de daarmee gediende algemene en speciale preventie.

De oriëntatiepunten van het LOVS noemen als richtlijn voor onder meer een dodelijk slachtoffer en een grove verkeersfout een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Gelet op de slachtoffers die gewond zijn geraakt, zou zelfs een gevangenisstraf voor langere duur geïndiceerd zijn. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze echter niet aangewezen mede omdat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft. Daarom kiest zij voor een werkstraf als een minder ingrijpende strafsoort. Alles overwegende acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 240 uur passend en geboden. Daarnaast dient aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid te worden opgelegd. Verdachte heeft immers een grove verkeersfout begaan, door zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam te rijden zoals hiervoor beschreven. Om verdachte ook voor de toekomst te doordringen van het belang van voorzichtig en oplettend verkeersgedrag, zal de rechtbank aan haar een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 2 jaren en daarnaast, en als stok achter de deur, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op:

- de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en

- de artikelen 6, 175, 177, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval

betreft waardoor een ander wordt gedood

en

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

* ontzegt verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Aldus gewezen door mrs. Heenk, voorzitter, Kleinrensink en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL062B 2011021403, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 24 maart 2011.

2 Proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2011, p. 3.

3 Proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2011, p. 3

4 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van 15 maart 2011, p. 41.

5 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van 15 maart 2011, p. 42.

6 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van 15 maart 2011, p. 70.

7 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van 15 maart 2011, p. 41.

8 Proces-verbaal schouw stoffelijk overschot, p. 31.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2011, p. 4.

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 24.

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 25.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer D], p. 21.

13 Schriftelijke slachtofferverklaring, een geschrift, p. 2.

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 14.

15 Een geneeskundige verklaring van 24 oktober 2011, los bijgevoegd geschrift.

16 Een geneeskundige verklaring van 24 oktober 2011, los bijgevoegd geschrift.

17 Een geneeskundige verklaring van 25 oktober 2011, los bijgevoegd geschrift