Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX7175

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
12-09-2012
Zaaknummer
06/580297-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Betrokkenheid bij mensensmokkel leidt tot verschillende strafopleggingen voor betrokken verdachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

meervoudige kamer

parketnummer: 06/580297-09

datum uitspraak: 13 juni 2012

tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte E],

geboren te [plaats] (Iran) op [1970]

wonende te [plaats, adres].

Raadsvrouw: mr. Sanders, advocaat te Doetinchem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 mei 2012.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij ((zich eerder (t.b.v. een Noors Schengen visum) noemend [verdachte E])) op of omstreeks 30 augustus 2007 te Alkmaar, in elk geval in de

gemeente Alkmaar, een zogenaamde (schriftelijke) verklaring onder ede/belofte

van gemeente Alkmaar (gedateerd 30 augustus 2007) (va blz. 1715 dossier) -

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk

voormelde (schriftelijke) verklaring ondertekend en/of (daardoor) verklaard

dat de door haar verstrekte gegevens, vermeld op die verklaring,

overeenkomstig de waarheid waren terwijl op die verklaring stond vermeld dat:

-zij geen akte of enig ander document kon overleggen en/of

-dat haar geslachtsnaam en/of personali[verdachte E], geboren

[1970] in [plaats] Iran, terwijl haar (werkelijke) geslachtsnaam/personalia

(volgens eerder ten behoeve van een Noors Schengen visum verstrekte gegevens

betrof en/of een Iranees paspoort, gebruikt om met visum te reizen naar

Noorwegen) betrof [verdachte E] geboren [1970] te [plaats] Iran,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken;(aangifte gemeente Alkmaar dossier va blz. 1712)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht;

2.

zij (zich eerder/in visumprocedure noemend [verdachte E]) op een of

meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand mei 2006 tot en met

de maand augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in de gemeente Amsterdam

en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse

naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Nederlandse Staat

en/of de Nederlandse Staatssecretaris van Justitie heeft bewogen tot de

afgifte van een beschikking tot verlening van een verblijfsvergunning asiel

voor bepaalde tijd in de zin van artikel 28 van de vreemdelingenwet op n[verdachte E], in elk geval van enig goed, hebbende verdachte

en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

vanuit Noorwegen (waar verdachte op basis van een aan haar verstrekt visum

verbleef), naar Nederland gereisd en/of (vervolgens) naar schiphol gereisd

en/of verdachte (vervolgens) op n[verdachte E] asiel in

Nederland aangevraagd en/of daarbij en/of bij de daarbij behorende gehoren

verzwegen dat zij, verdachte, reeds op naam van [verdachte E] een

visum verblijf van de Noorse ambassade had verkregen en in Europa verbleef op

basis van dit visum en/of (vervolgens) bij deze asielaanvraag en/of de daarbij

behorende gehoren een door verdachte en/of verdachtes mededader(s) verzonnen

vluchtverhaal verteld ((te weten dat zij, verdachte, lesbisch is en/of in

Iran gedwongen was toe te geven dat zij lesbisch was en/of (derhalve) in Iran

werd vervolgd en/of gemarteld en/of door haar, verdachtes familie werd

bedreigd en/of(vervolgens) naar Nederland gevlucht is, althans een verhaal van

gelijke aard en/of strekken)) en/of verdachte, bij haar asielaanvraag en/of de

daarbij behorende gehoren verteld dat zij rechtstreeks uit Iran kwam (terwijl

zij reeds op basis van een Noors visum in Europ verbleef en/of zelfs al enige

tijd in Nederland verbleef voor de door haar gedane asielaanvraag in

Nederland) en/of bij die asielaanvraag en/of de bij de zogenaamde gehoren ten

behoeve van haar asielaanvraag littekens op haar, verdachtes, rug heeft laten

zien ter ondersteuning van dit verzonnen vluchtverhaal terwijl verdachte en/of

verdachtes mededader(s) deze littekens opzettelijk op haar, verdachtes,

lichaam had(den) gemaakt en/of verdachte deze littekens opzettelijk op haar

rug had laten maken, waardoor De Nederlandse Staat en/of de Nederlandse

Staatssecretaris van Justitie werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Naar aanleiding van anonieme informatie over vermeende mensensmokkel van Iraniërs naar Nederland werd op 23 januari 2009 door de vreemdelingenpolitie een opsporingsonderzoek tegen onder meer de verdachte gestart. Ten behoeve van het onderzoek werden meerdere telefoonaansluitingen getapt en bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van justitie dossiers opgevraagd. Op 6 mei 2009 werd [medeverdachte B] nader gehoord door de IND. Naar aanleiding van een aangifte van de IND op 8 juni 2009 werd op 15 juni 2009 als [verdachte E] aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over de onder 1 ten laste gelegde valsheid in geschrift. Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde oplichting heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. De verdachte ontkent dat zij een verzonnen asielverhaal aan haar asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Ten aanzien van feit 1

Aangezien de verdachte het onder 1 tenlastegelegde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, zal in dit vonnis wat dat ten laste gelegde feit betreft worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De verdachte heeft ter terechtzitting ten aanzien van dit feit een bekennende verklaring afgelegd.2 Daarnaast is voor het bewijs voorhanden de aangifte namens de gemeente Alkmaar3, de bij deze aangifte behorende verklaring van 8 augustus 20074 en de aangifte namens de IND van 8 juni 20095.

Ten aanzien van feit 2

De verdachte heeft terechtzitting6 ten aanzien van haar asielaanvraag (ziende op feit 2) verklaard dat zij heeft verzwegen dat zij een Iraans paspoort had en op basis van een Noors visum in Europa verbleef.

De verdachte heeft verklaard dat haar echte naam is: [verdachte E].7 Zij is op 18 mei 2006 op Schiphol aangekomen en zij heeft op 19 mei 2006 een asielaanvraag ingediend. Drie maanden daarvóór is aan haar via de Noorse ambassade een visum verstrekt en is zij vanuit Teheran via Götenborg naar Noorwegen gereisd. Haar zwager heeft haar toen meegenomen naar zijn huis en zij heeft 22 dagen bij haar zus en toenmalige zwager in Noorwegen verbleven. De verdachte heeft verklaard dat zij met een Iraans paspoort en haar Noorse visum vanuit Noorwegen naar Nederland is gereisd. Gedurende de geldigheid van haar visum verbleef zij bij [medeverdachte C]. [medeverdachte C] is geen familie van haar. Zij heeft een valse naam en onjuiste gegevens opgegeven aan de IND bij haar asielaanvraag in Nederland. Zij heeft op 4 augustus 2006 een vervalste geboorteakte aan de IND getoond. Bij inschrijving in het bevolkingsregister van Alkmaar heeft zij een valse naam opgegeven. Zij heeft tijdelijk samengewoond met [medeverdachte A] op het adres [adres 1 in plaats]. Zij is twee maanden getrouwd geweest met die [medeverdachte A].

Op 8 juni 2009 is door de IND aangifte gedaan tegen[verdachte E] van valsheid in geschrift, oplichting en het opgeven van een valse naam.8 Deze aangifte houdt in:

Op 19 mei 2006 diende een vreemdelinge die opgaf t[verdachte E], geboren te [plaats] op [1970] van Iraanse nationaliteit een aanvraag voor een vergunning voor asiel in Nederland in. Betrokkene is respectievelijk op 19 mei 2006 te Schiphol en op 4 augustus 2006 in het aanmeldcentrum Zevenaar gehoord over haar asielverzoek. Op 7 augustus 2007 is aan betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Uit ambtshalve verkregen informatie afkomstig uit een onderzoek door de vreemdelingenpolitie Winterswijk is naar voren gekomen dat een vreemdelinge van Iraanse nationaliteit, genaamd [verdachte E], geboren te [plaats] op [1970] van Iraanse nationaliteit met gebruikmaking van een nationaal Iraans paspoort en een visum voor Noorwegen naar Nederland is gekomen. Uit onderzoek van de vreemdelingendienst is gebleken dat het gaat om de in Nederland verbl[verdachte E]. Het Noorse visum was geldig van 3 januari 2006 tot en met 18 juli 2006. Volgens de informatie van de vreemdelingendienst zou de referent voor het Noorse visum haar in Noorwegen woonachtige zus [zus medeverdachte B] zijn. Verder is uit het onderzoek voortgekomen dat er in december 2005 melding is gemaakt van een voorgenomen huwelijk tussen [verdachte E] met [medeverdachte A], geboren op [1971], van Iraanse nationaliteit, woonachtig in Nederland. De vreemdelingenpolitie heeft hiervoor een formulier M46 opgemaakt. Tijdens de geho[verdachte E] van respectievelijk 19 mei 2006 en 4 augustus 2006 heeft betrokkene niet aangegeven dat zij gereisd is met gebruikmaking van haar eigen Iraanse paspoort en visum voor Noorwegen. De referent, haar zus [zus medeverdachte B], is evenmin genoemd in de gehoren. Ook is er tijdens de gehoren geen melding van gemaakt dat in 2005 sprake was van een voorgenomen huwelijk tussen betrokkene en [medeverdachte A]. Doordat betrokkene mogelijk een valse naam of hoedanigheid aannam, dan wel gebruik maakte van listige kunstgrepen, heeft zij getracht de IND te bewegen tot afgifte van een verblijfsvergunning.

Er is onderzoek gedaan naar de littekens op de [verdachte E].9 Een forensisch arts heeft in totaal zeventien verschillende langwerpige verkleuringen waargenomen.10 Het verhaal dat deze verkleuringen het resultaat zijn van brandwonden die ongeveer drie jaar eerder op de rug zijn toegebracht door middel van een lange dunne metalen staaf, kan volgens de forensisch arts passen bij tweedegraads brandwonden die na genezing een hyperpigmentatie in de huid hebben achtergelaten.

In het dossier is aanwezig een ondertekende 'Aanvraag tot het verlenen van een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd' ten n[verdachte E], geboren op [1970] te [plaats] (Iran), gedateerd 19 mei 200611, alsmede een bij deze aanvraag behorend 'Rapport van eerste gehoor'12 en een 'Rapport van Nader Gehoor'13. Uit de gehoren volgt onder meer dat de verdachte samengevat heeft opgegeven dat:

zij tijdens haar studententijd was opgepakt door de politie

zij 75 zweepslagen zou krijgen, maar dat dit door haar ouders werd afgekocht

zij voortdurend door haar ouders in de gaten werd gehouden en haar broers moeilijk deden

zij tijdens een feest werd opgepakt en meegenomen en drie dagen is vastgehouden

zij tijdens haar detentie is gemarteld en heeft moeten toegeven dat zij lesbisch is

zij daarvoor een formulier heeft moeten ondertekenen en dat zij daarmee in feite haar doodvonnis had getekend

dat haar broer en de vader van haar vriendin op het bureau kwamen

haar broer tegen de politie heeft gezegd dat als zij haar niet zouden doden, hij dat zelf zou doen

de vader van haar vriendin (die ook door de politie was meegenomen) haar heeft vrij gekregen

zij niet meer naar huis terug is gegaan

zij naar Teheran is vertrokken en met behulp van haar zwager Iran heeft verlaten.

[medeverdachte C], heeft verklaard14 dat zij in 2008 een garantieverklaring heeft ondertekend voor een visumaanvraag van een Iraanse vrouw. Zij heeft aan haar man gevraagd de verklaring af te geven omdat zij door [medeverdachte A] werd bedreigd. [medeverdachte A] heeft haar begin 2008, in januari/februari 2008, gebeld en gevraagd een garantstelling op te stellen voor een visumaanvraag van een vrouw genaamd [medeverdachte B]. Zij wist van het verleden van [medeverdachte A], van zijn eigen asielaanvraag en het naar Nederland laten komen van zijn vrouw [verdachte E]. [medeverdachte A] heeft gelogen over zijn eigen asielaanvraag en hij heeft de sociale dienst opgelicht.

Ook heeft [medeverdachte C] verklaard te weten dat [medeverdachte B], nadat zij op een visum naar Nederland was gereisd, zich op haar rug door [medeverdachte A] met een pin brandwonden heeft laten aanbrengen om zo te fingeren dat zij door de Iraanse overheid was gemarteld. [medeverdachte A] heeft haar aangeraden om op de luchthaven haar paspoort te verscheuren en asiel aan te vragen. [verdachte E] is met een visum via Noorwegen in Nederland beland. [verdachte E] is op dezelfde manier op haar rug gebrandmerkt. [verdachte E] en [medeverdachte A] zijn op een gegeven moment gehuwd volgens de islamitische wetgeving. Nadat dit huwelijk was gesloten heeft [verdachte E] een visum aangevraagd voor familiebezoek bij een zus in Noorwegen. [medeverdachte A] heeft haar een dag later opgehaald en zij zijn naar Nederland waar zij in de woning van [medeverdachte A] hebben gewoond. [medeverdachte A] en [verdachte E] hebben samen met een andere man een asielverhaal verzonnen.

[medeverdachte B] heeft verklaard15 dat haar echte naam luidt [medeverdachte B] en dat zij op 7 oktober 2008 op Schiphol te kennen heeft gegeven asiel te willen aanvragen, welk asielverzoek op 8 oktober 2008 in behandeling is genomen. Bij het asielverzoek heeft zij de naam [medeverdachte B] opgegeven. Haar zwager heeft haar in oktober naar Schiphol gebracht en haar gezegd dat zij langs de paspoortcontrole moest gaan en een stempel voor uitreis moest halen en dat zij vervolgens haar paspoort en ticket moest vernietigen en asiel moest aanvragen. Zij had een visum voor een maand gekregen, maar haar zwager bij wie zij verbleef wilde haar niet terug laten gaan naar Iran. Haar zus [verdachte E] en haar man hadden besloten haar naar Nederland te halen. [verdachte E] heeft haar verteld dat vrienden haar zouden uitnodigen. Omdat de man van deze vrouw Duitser was dachten ze dat het dan makkelijker was een visum te krijgen. Op een donderdag in juni 2008 is zij bij de ambassade in Teheran geweest voor de visumaanvraag. Zij was op uitnodiging van een kennis van haar zus in Nederland. Haar zwager zei dat zij asiel moest aanvragen en dat hij er voor zou zorgen dat zij in Nederland kon blijven en dat hij een asielverhaal voor haar zou maken, zodat zij gegarandeerd in Nederland kon blijven. Hij heeft haar een verzonnen verhaal geleerd en ook het bewijs van marteling toegebracht. Met een heet gemaakte metalen staaf heeft hij in haar rug gebrand. Hij heeft haar gezegd dat zij haar tickets moest vernietigen en dat zij een door hem verzonnen valse naam moest opgeven. Het hele verhaal bij haar asielaanvraag is verzonnen en gelogen. Zij is niet lesbisch. [medeverdachte A] heeft tegen haar gezegd dat zij zonder martelen geen asiel zou krijgen. De littekens op haar rug zijn door [medeverdachte A] aangebracht en [verdachte E] was daarbij aanwezig. Een paar maanden voordat zij naar Nederland kwam was er sprake van een man waaraan zij gekoppeld zou kunnen worden. Koppelen is normaal in Iran, [verdachte E] is op dezelfde manier getrouwd. [verdachte E] heet [meisjesnaam], maar door [medeverdachte A] heet zij nu [getrouwde naam]. [medeverdachte A] heeft hetzelfde gedaan bij haar zus [verdachte E]. Toen [verdachte E] naar Nederland kwam was zij verloofd met [medeverdachte A]. [verdachte E] is met een Noors visum naar Noorwegen gereisd. [medeverdachte A] heeft haar vanuit Noorwegen naar Nederland gehaald. [medeverdachte A] had haar asielverhaal verzonnen en heeft littekens op haar rug aangebracht en haar familienaam veranderd. Zij heeft de littekens op de rug van [verdachte E] gezien.

In het dossier is aanwezig een ondertekende 'Aanvraag tot het verlenen van een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd' ten name van [medeverdachte B], geboren op 2 juni 1985 te [plaats], gedateerd 8 oktober 200816, alsmede een bij deze aanvraag behorend Rapport van eerste gehoor17 en een Rapport van Nader Gehoor18. Uit deze gehoren volgt onder meer dat [medeverdachte B] heeft verklaard dat:

zij haar leven moest redden

zij op 4 september 2008 door de autoriteiten was aangehouden en vastgehouden tegen haar wil en dat zij twee dagen heeft vastgezeten en toen op borg is vrijgekomen

zij nimmer een authentiek op haar naam gesteld paspoort in bezit heeft gehad

haar mishandelingen ter ondersteuning van het asielrelaas duidelijk zijn, een soort levend document

zij lesbisch is

zij is mishandeld en gemarteld

zij (onder meer) haar seksuele geaardheid moest bekennen

zij haar broer op het (politie)bureau in Iran tegen de autoriteiten hoorde zeggen dat ze haar er uit moesten laten en ze (de familie) haar zelf zouden vermoorden (...) zij een schandvlek was (...) en dat als zij daar levend vandaan zou komen de familie haar zou vermoorden

zij voorlopig vrij was tot de rechtszitting

haar terugkeer naar Iran gelijk staat aan de dood.

Er is onderzoek gedaan naar de littekens op de rug bij [medeverdachte B].19 Een forensisch arts heeft ongeveer dertig langwerpige pigmentverkleuringen waargenomen.20 Deze littekens kunnen passen bij bij een verhitte (dunne) staaf die wat diepere tweedegraads brandwonden heeft veroorzaak[getuige B]etuige B] heeft verklaard21 dat [medeverdachte A] overal heeft gevraagd of iemand een uitnodigingsbrief kon schrijven voor [medeverdachte B]. [medeverdachte A] wilde daarvoor betalen. Hij, [getuige B], wilde die brief niet schrijven. [medeverdachte A] heeft hem verteld dat hij blij was dat [medeverdachte B] naar Nederland kwam en dat [medeverdachte C] uiteindelijk de uitnodigingsbrief had verstuurd. [verdachte E] wilde dat [medeverdachte B] in Nederland zou blijven en dat ze dezelfde weg zouden volgen als bij haar was gedaan en dat ze voor [medeverdachte B] asiel zouden aanvragen. [verdachte E] kent hij sinds zij in Nederland is. [medeverdachte A] heeft hem ongeveer twee maanden nadat zij in Nederland was gekomen opgebeld en aan hem verteld dat hij zijn vrouw wilde laten zien. Hij was verbaasd dat [medeverdachte A] met [verdachte E] wilde trouwen. [medeverdachte A] heeft hem verteld dat hij zijn asielverhaal had gebruikt voor [verdachte E]. Het asielverhaal van [medeverdachte B] is hetzelfde verhaal als waarmee [verdachte E] een verblijfsvergunning heeft gekregen. [medeverdachte A] heeft met een spaak van een fiets brandwonden op de rug van [verdachte E] aangebracht. [medeverdachte A] heeft hem verteld dat hij dit ook bij [medeverdachte B] heeft gedaan. [medeverdachte B] wilde dat eerst niet, maar [verdachte E] heeft haar overgehaald om het toch te doen.

Hij is er getuige van geweest dat [medeverdachte A] de rug van ene [naam ] met een spaak heeft bewerkt. Die jongen had toen binnen een paar maanden een verblijfsvergunning. Hij heeft gehoord dat de broer van die [naam ] € 2.000,- daarvoor heeft betaald aan [medeverdachte A].

Door de verbalisanten is opgemerkt22 dat:

daar waar in dit dossier gesproken wordt over: [medeverdachte C, medeverdachte C, medeverdachte C, medeverdachte C, medeverdachte C], wordt bedoeld: [medeverdachte C];

daar waar in dit dossier gesproken wordt over : [medeverdachte B], [medeverdachte B], [medeverdachte B], [medeverdachte B], en [medeverdachte B] wordt bedoeld: [medeverdachte B] die ook bekend is onder [medeverdachte B];

daar waar in dit dossier gesproken wordt over: [verdachte E, verdachte E, verdachte E], wordt bedoeld: [verdachte E] die ook bekend is onder [verdachte E];

daar waar in dit dossier gesproken wordt over: [getuige A, getuige A, getuige A] wordt bedoeld: [getuige A].

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De verdachte heeft weliswaar verklaard dat haar asielverhaal klopt, maar de rechtbank vindt in de diverse andere verklaringen voldoende ondersteuning om tot een bewezenverklaring te komen en verdachtes asielrelaas voor niet waar te houden. De asielverhalen van [verdachte E] en [medeverdachte B] komen in grote lijnen overeen, terwijl de leugenachtigheid van dat verhaal door diverse anderen wordt bevestigd en er geen reden is om die verklaringen - waarmee sommigen ook zichzelf hebben belast - in twijfel te trekken. Overigens bekent de verdachte dat zij bij de asielaanvraag een valse naam heeft opgegeven en dat zij heeft verzwegen met een Noors visum vanuit Noorwegen naar Nederland te zijn gereisd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij (zich eerder (t.b.v. een Noors Schengen visum) noemend [verdachte E]) op 30 augustus 2007 te Alkmaar, een zogenaamde (schriftelijke) verklaring onder ede/belofte

van gemeente Alkmaar (gedateerd 30 augustus 2007) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft de verdachte valselijk voormelde (schriftelijke) verklaring ondertekend en daardoor verklaard dat de door haar verstrekte gegevens, vermeld op die verklaring, overeenkomstig de waarheid waren terwijl op die verklaring stond vermeld dat:

- zij geen akte of enig ander document kon overleggen en

- dat haar geslachtsnaam en/of personali[verdachte E], geboren

[1970] in [plaats] Iran, terwijl haar werkelijke geslachtsnaam/personalia (volgens eerder ten behoeve van een Noors Schengen-visum verstrekte gegevens betrof en/of een Iraans paspoort, gebruikt om met visum te reizen naar Noorwegen) betrof [verdachte E] Hassan Nezhadi geboren [1970] te [plaats] Iran, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

zij (zich eerder/in visumprocedure noemend [verdachte E]) in periode van de maand mei 2006 tot en met de maand augustus 2007 te Amsterdam, en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Nederlandse Staat en/of de Nederlandse Staatssecretaris van Justitie heeft bewogen tot de afgifte van een beschikking tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de zin van artikel 28 van de Vreemdelingenwet op n[verdachte E], hebbende verdachte en/of haar mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven ? valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid vanuit Noorwegen (waar de verdachte op basis van een aan haar verstrekt visum verbleef), naar Nederland gereisd en vervolgens naar Schiphol gereisd en de verdachte vervolgens op n[verdachte E] asiel in

Nederland aangevraagd en daarbij en/of bij de daarbij behorende gehoren verzwegen dat zij, de verdachte, reeds op naam van [verdachte E] een visum verblijf van de Noorse ambassade had verkregen en in Europa verbleef op basis van dit visum en (vervolgens) bij deze asielaanvraag en de daarbij behorende gehoren een door verdachtes mededaders verzonnen vluchtverhaal verteld (te weten dat zij, de verdachte, lesbisch is en/of in Iran gedwongen was toe te geven dat zij lesbisch was en/of (derhalve) in Iran werd vervolgd en gemarteld en door haar, verdachtes familie werd bedreigd en vervolgens naar Nederland gevlucht is) en de verdachte, bij haar asielaanvraag en/of de daarbij behorende gehoren verteld dat zij rechtstreeks uit Iran kwam (terwijl zij reeds op basis van een Noors visum in Europa verbleef en zelfs al enige tijd in Nederland verbleef voor de door haar gedane asielaanvraag in Nederland) en bij die asielaanvraag en/of de bij de zogeheten gehoren ten

behoeve van haar asielaanvraag littekens op haar, verdachtes, rug heeft laten zien ter ondersteuning van dit verzonnen vluchtverhaal terwijl verdachtes mededaders deze littekens opzettelijk op haar, verdachtes, lichaam had gemaakt en/of de verdachte deze littekens opzettelijk op haar rug had laten maken, waardoor De Nederlandse Staat en/of de Nederlandse Staatssecretaris van Justitie werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1: valsheid in geschrift;

feit 2: medeplegen van oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. De officier heeft in zijn eis betrokken de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals aangegeven in het over haar uitgebrachte reclasseringsrapport en het blanco strafblad van de verdachte.

De raadsvrouw heeft verzocht om in het geval dat de verdachte niet mocht worden vrijgesproken en een veroordeling zou volgen, het advies van de reclassering te volgen.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft samen met een ander onder valse voorwendselen de Nederlandse staat bewogen tot het verstrekken van een verblijfsvergunning. Door een dergelijke handelwijze wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de waarachtige asielzoeker daardoor kan worden geschaad.

Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de feiten al geruime tijd geleden hebben plaatsgevonden en dat de verdachte een blanco strafblad heeft.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de officier van justitie is gevorderd past bij de ernst van de feiten en de rol die de verdachte daarin heeft gespeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze golden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 1: valsheid in geschrift;

feit 2: medeplegen van oplichting;

en verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

* veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Heenk en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juni 2012.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Als hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0600-08-390988 van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, vreemdelingenpolitie, gesloten en ondertekend op 3 maart 2010 door brigadier S.H. van Halteren en buitengewoon opsporingsambtenaar [naam]

2 Een verklaring van de verdachte, proces-verbaal van de terechtzitting 30 mei 2012.

3 Een proces-verbaal van aangifte van E.M. Cappai namens de gemeente Alkmaar, doorgenummerde dossierpag. (p.) 1.712-1.713.

4 Een verklaring onder ede/belofte, p. 1.715-1.716.

5 Een aangifte van [naam] namens de IND, p. 1.688-1.689.

6 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal terechtzitting.

7 Verklaringen van [medeverdachte B] p. 368, 374, 375, 376, 403, 404, 408.

8 Een aangifte van [naam] namens de IND, p. 1.688-1.689.

9 Een relaas van bevindingen van technisch rechercheur [naam], p. 1.874.

10 Een letselbeschrijving van de forensisch arts H.H.Q.P. van Douveren, gedateerd 3 juli 2009, p. 1.875-1.877.

11 Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, p. 1.690.

12 Een rapport van eerste gehoor, gedateerd 20 mei 2006, Schiphol, p. 1.691-1.695.

13 Een rapport van Nader Gehoor, gedateerd 22 mei 2006, p. 1.696-1.700.

14 Een verklaring van [medeverdachte C] p. 57, 59-62, 68.

15 Verklaringen van [vader medeverdachte B], p. 108, 112, 113, 114, 115, 145, 149, 162, 164, 166, 167, 168, 171.

16 Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, p. 1.496.

17 Rapport van eerste gehoor, gedateerd 9 oktober 2008, plaats Schiphol, p. 1501-1512.

18 Rapport van Nader Gehoor, gedateerd 5 januari 2099, p. 1.533-1.549.

19 Een relaas van bevindingen va technisch rechercheur [naam], p. 1.866.

20 Een letselbeschrijving van forensisch arts H.H.Q.P. van Douveren, gedateerd 5 juni 2099, p. 1.867 en p. 1.868.

21 Een verklaring van [getuige B], p. 1.836-1.840.

22 Stamproces-verbaal, p. 33.