Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX6786

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
06/950359-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte tot 7 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in een korte periode schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vervelende feiten, heeft hij goederen uit een woning gehaald, iemand bedreigd en zich schuldig gemaakt aan opzetheling. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte na vele eerdere veroordelingen niet heeft geprobeerd zijn criminele levensstijl te staken. Eerdere veroordelingen weerhouden hem er kennelijk niet van opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950359-12

Uitspraak d.d.: 7 september 2012

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1969],

wonende te [plaats]

thans gedetineerd in Huis van Bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. R.P.A. Kint, advocaat te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 september 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 maart 2012 te Zutphen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (Apple Iphone-4), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer A] tot stoppen heeft/hebben bewogen/gedwongen en/of (vervolgens) die [slachtoffer A] eenmaal of meermalen met de vuist(en) in het gezicht, althans tegen het hoofd heeft/hebben geslagen/gestompt en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer A] heeft/hebben gezegd: "Ik zou maar gaan rennen" en/of "Hier die telefoon",

althans woorden van gelijke strekking of aard;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 maart 2012 te Zutphen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een spelcomputer (Playstation 3) en/of een of meer spellen (voor Playstation) en/of een televisie (LG full HD) en/of een of meer (huis)telefoons (Motorola) en/of een computer (Compaq) en/of een digitale

fotolijst en/of een geluidssysteem (subwoofer met 5 boxen) en/of een geldbedrag van ongeveer 20 EURO, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 april 2012 te Zutphen [slachtoffer C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"Als jullie aangifte gaan doen bij de politie, trap ik je kind uit je buik", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2012 tot en met 17 april 2012 te Zutphen, in elk geval in Nederland, een landmeter (Topcon GTS 226) en/of een statief (behorend bij de landmeter) en/of een printer (HP Officejet Pro 8500) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat voornoemde goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2012 tot en met 17 april 2012 te Zutphen, in elk geval in Nederland, een landmeter (Topcon GTS 226) en/of een statief (behorend bij de landmeter) en/of een printer (HP Officejet Pro 8500) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die voornoemde goed(eren) redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Feit 1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Aangever heeft aangifte gedaan van afpersing. Hij heeft verklaard dat hij op 12 maart 2012 omstreeks 23.30 uur op zijn scooter naar huis is gereden. Vlak bij zijn huis heeft er een man op de weg staan zwaaien. Aangever is gestopt en de man heeft tegen hem gezegd: "Zo dus jij vindt mij een mongool?" Direct daarop heeft de man aangever een vuistslag in het gezicht gegeven. De scooter is op de grond gevallen. De telefoon is vervolgens door de man aan aangever afgegeven.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht .

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit. Volgens de raadsman is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en ontbreekt het oogmerk voor de wederrechtelijke bevoordeling met betrekking tot de Iphone. Verdachte heeft de Iphone bovendien niet voor zichzelf gehouden, maar deze aan zijn zoon gegeven.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bekend dat hij aangever, die op een scooter reed, heeft gedwongen te stoppen en dat hij vervolgens aangever met de vuist in het gezicht heeft geslagen. Verdachte heeft ter terechtzitting echter ontkend dat hij aangever heeft gedwongen tot de afgifte van zijn Iphone.

Naar het oordeel van de rechtbank dient verdachte te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde afpersing. Uit het dossier komt onvoldoende naar voren dat verdachte aangever heeft gedwongen tot afgifte van zijn Iphone. Verdachte heeft aangever gedwongen te stoppen en hem vervolgens een vuistslag in het gezicht gegeven, omdat aangever de zoons van verdachte zou hebben uitgescholden en verdachte wilde verhaal halen. Niet is uit het dossier gebleken dat verdachte het geweld tegen aangever heeft gebruikt om zijn Iphone af te pakken. Het oogmerk van wederrechtelijk bevoordeling in relatie tot het geweld ontbreekt, aldus het oordeel van de rechtbank.

Nu er geen bewezenverklaring kan volgen voor de wederrechtelijke bevoordeling moet vrijspraak volgen van de ten laste gelegde afpersing.

Feit 2

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Aangeefster heeft twee kapotte Spartamets laten repareren door verdachte voor € 50,00 per stuk. Aangeefster heeft deze reparaties niet volledig kunnen betalen en er is afgesproken dat verdachte een Playstation 3 zou krijgen van aangeefster in plaats van de afgesproken € 50,00. Verdachte is zelf de woning van aangeefster ingegaan en heeft naast de Playstation 3 nog diverse spullen meegenomen. Aangeefster heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft ter terechtzitting dit feit bekend.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de in de ten laste gelegde goederen heeft gestolen. De rechtbank heeft haar oordeel gebaseerd op de aangifte van [slachtoffer B]2 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. Ook de diefstal van de Playstation 3 acht de rechtbank bewezen, nu verdachte zonder toestemming van aangeefster de woning is binnengedrongen met een valse sleutel en de goederen, waaronder de Playstation 3, uit de woning heeft meegenomen.

Feit 3

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Aangeefster heeft aangifte gedaan van bedreiging. Verdachte zou aangeefster gedreigd hebben haar op dat moment vier maanden oude kind uit haar buik te schoppen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er meerdere mensen aanwezig zijn geweest op het moment dat de bedreigingen zijn geuit. Onduidelijk is wie wat heeft geroepen. Er staat onvoldoende vast dat verdachte de bedreiging richting aangeefster heeft geuit. Dit moet leiden tot vrijspraak.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank baseert haar oordeel op de aangifte van [slachtoffer C]3, de verklaring van getuige [getuige A]4 en de verklaring van getuige [getuige B]5.

Aangeefster heeft verklaard6 dat verdachte haar bedreigd heeft, volgens haar is dat op 16 april 2012 geweest. Verdachte heeft tegen haar gezegd: "Als jullie aangifte doen, trap ik je kind uit je buik."

[getuige A] heeft verklaard7 dat zij ook bedreigd wordt door de familie [verdachte]. Zij heeft tevens gehoord dat haar vriendin [slachtoffer C] bedreigd is door deze familie. [naam 1] heeft op 22 april 2012 gezegd dat hij haar kind uit haar buik gaat trappen. Ook verdachte heeft dit vorige week tegen aangeefster gezegd toen hij op de 17e april de ruit van [slachtoffer C] heeft vernield.

[getuige B] heeft verklaard8 dat hij [naam 2], [verdachte] en [naam 1] alle drie heeft horen zeggen tegen [slachtoffer C] dat wanneer zij niet wilde meewerken of aangifte zou doen, dat ze persoonlijk haar kind uit de buik zouden schoppen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de bedreiging richting aangeefster heeft geuit.

Feit 4

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Naar aanleiding van een conflict zijn medewerkers van het politieteam Zutphen op 17 april 2012 in de woning van verdachte in Zutphen geweest. De betreffende verbalisanten zijn op zoek geweest naar verdachte en hebben met toestemming rondgekeken in de woning. In de slaapkamer hebben zij een koffer met meetapparatuur en een statief aangetroffen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde geconcludeerd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair onder 4 ten laste gelegde feit. Er is onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig dat verdachte opzet heeft gehad. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt. Op de meetapparatuur en het statief was een briefje bevestigd met daarop "Afblijven, moet naar de politie". De raadsman heeft subsidiair verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde zal de raadsman zich refereren.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan het onder 4 primair ten laste gelegde worden bewezen verklaard, met uitzondering van de ten laste gelegde opzetheling van de printer. Deze printer is buiten de ten laste gelegde periode in beslag genomen door de politie bij [getuige B].

De rechtbank komt tot de conclusie van opzetheling van de landmeter en het statief op basis van het proces-verbaal van bevindingen9 en het BlueView Registratie Export10,

Verbalisanten hebben op 17 april 2012 in de woning van verdachte aan het [adres in plaats] een professioneel statief en koffer met professionele meetapparatuur aangetroffen11. De koffer was voorzien van een briefje met de tekst: "Afblijven moet naar de politie".

Uit het Blue View Registratie Export blijkt12 dat er tussen 28 maart 2012 om 16.00 uur en 29 maart 2012 om 6.45 uur een diefstal heeft plaatsgevonden bij [adres te plaats]. Hierbij is onder andere een Topcon GTS 226 landmeter gestolen.

Verdachte heeft verklaard dat hij de landmeter en het bijbehorende statief heeft ontvangen van [getuige B] omdat [getuige B] nog enkele duizenden euro's verschuldigd zou zijn aan verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij heeft getwijfeld of deze goederen wel legaal zouden zijn en hij heeft hiermee naar de politie willen gaan. Vandaar ook het briefje met de tekst op de landmeter: "Afblijven moet naar de politie". De rechtbank acht dit verhaal van verdachte ongeloofwaardig. Als verdachte met deze goederen naar de politie had willen gaan, had hij dit onmiddellijk moeten doen. Hij had desnoods telefonisch contact op kunnen nemen met de politie, dan wel er onmiddellijk naar toe kunnen gaan. Nu hij dit niet heeft gedaan, gelooft de rechtbank zijn enkele verklaring op dit punt niet. De raadsman volgt het betoog van de raadsman dat de materiële wederrechtelijkheid ontbreekt dan ook niet, alleen al omdat door de omstandigheid dat de rechtbank de verdachte op dit punt niet gelooft, de bodem onder dat verweer is weggevallen. De primair ten laste gelegde opzetheling acht de rechtbank wettig en overtuigende bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

hij op 23 maart 2012 te Zutphen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een spelcomputer (Playstation 3) en een of meer spellen (voor Playstation) en een televisie (LG full HD) en een of meer (huis)telefoons (Motorola) en een computer (Compaq) en een digitale fotolijst en een geluidssysteem (subwoofer met 5 boxen) en een geldbedrag van ongeveer 20 EURO, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

3.

hij op of omstreeks 16 april 2012 te Zutphen [slachtoffer C] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd :"Als jullie aangifte gaan doen bij de politie, trap ik je kind uit je buik";

4.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 30 maart 2012 tot en met 17 april 2012 te Zutphen, een landmeter (Topcon GTS 226) en een statief (behorend bij de landmeter) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die voornoemde goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 2

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

feit 3

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

feit 4

Opzetheling

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft gevorderd verdachte de bijzondere voorwaarde op te leggen dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich in een korte periode schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vervelende feiten, heeft hij goederen uit een woning gehaald, iemand bedreigd en zich schuldig gemaakt aan opzetheling. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte na vele eerdere veroordelingen niet heeft geprobeerd zijn criminele levensstijl te staken. Eerdere veroordelingen weerhouden hem er kennelijk niet van opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan, acht de rechtbank een gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank acht tevens een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarde stellen, dat verdachte dient te worden begeleid door de reclassering.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling, zoals deze blijkt uit het in fotokopie aan dit vonnis gehechte uittreksel uit het algemeen documentatieregister ten name van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 756,10 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 63, 285, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze golden ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 2

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel

feit 3

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

feit 4

Opzetheling

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot twee (2) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt;

- op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering;

Aldus gewezen door mrs. Prisse, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 september 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2012034467, 2012039459, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district IJsselstreek, gesloten en ondertekend op 2 juli 2012.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], p. 437-440

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], p. 550-553

4 Proces-verbaal van aangifte [getuige A], p. 555 en p. 563

5 Proces-verbaal van aangifte [getuige B], p. 565-569

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], p. 552

7 Proces-verbaal van aangifte [getuige A], p. 555

8 Proces-verbaal van aangifte [getuige B], p. 566

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 624-625

10 Blue View Registratie Export, p. 628-632a

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 625

12 Blue View Registratie Export, p. 629a