Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX6416

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
28-08-2012
Datum publicatie
04-09-2012
Zaaknummer
06/850006-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht ontucht niet bewezen en spreekt verdachte, een 83-jarige man, vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850006-11

Uitspraak d.d.: 28 augustus 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1929],

wonende te [plaats]

Raadsman: mr. C.B. Bos, advocaat te Nijkerk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

21 augustus 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot

en met 15 september 2009, te Nunspeet, in ieder geval in Nederland,

met [slachtoffer], geboortedatum [1999],

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande

uit het betasten van haar vagina, in ieder geval haar schaamstreek,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

art 247 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Op 27 oktober 2010 heeft mevrouw [moeder slachtoffer], moeder van de op [1999] geboren [slachtoffer] contact gezocht met de politie. Haar dochter had verteld dat een ongeveer 80-jarige kennis van de familie, genaamd [verdachte] (verdachte), haar op seksueel gebied iets had aangedaan. Op 29 oktober 2010 heeft een informatief gesprek plaatsgevonden met [moeder slachtoffer], waarna ze op 10 november 2010 aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik van haar dochter.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Volgens hem is de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en klopt deze met hetgeen haar ouders hebben verklaard. Het klopt dat ze op bezoek is geweest bij verdachte, dat haar vader door het raam heeft gekeken en dat ze snoep, een horloge en geld heeft gekregen. De officier van justitie denkt daarom dat ze ook betrouwbaar heeft verklaard over de ontuchtige handelingen.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Primair heeft zij hiertoe betoogd dat niet is voldaan aan het bewijsminimum nu de verklaring van [slachtoffer] alleen wordt onderbouwd door 'de auditu' verklaringen van haar ouders. De bewijsmiddelen zijn slechts te herleiden tot één bron, te weten [slachtoffer]. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat geen sprake is van overtuigend bewijs gelet op de onbetrouwbaarheid van de verklaringen. Niet kan worden uitgesloten dat [slachtoffer] is beïnvloed door haar moeder dan wel door anderen of door andere gebeurtenissen. Ook is er door tijdsverloop ruimte geweest voor het ontstaan van ruis tussen werkelijke- en niet-werkelijke feiten. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat de ten laste gelegde periode niet kan worden bewezen nu nergens uit kan worden afgeleid wanneer de ontuchtige handelingen zouden hebben plaatsgevonden.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het feit in beginsel wettig bewezen zou kunnen worden nu de verklaring van [slachtoffer] op een aantal punten (zoals het op schoot zitten, het geven van enkele kadootjes en het geven van kusjes (op de wang)) wordt bevestigd door de verklaring van verdachte. Het gaat daarbij dan niet om punten die door het Openbaar Ministerie als ontuchtig zijn aangemerkt en ten laste gelegd.

Anders dan de officier van justitie heeft de rechtbank echter niet de overtuiging dat de ten laste gelegde ontucht heeft plaatsgevonden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte de ontuchtige handelingen steeds ten stelligste heeft ontkend. Verder neemt de rechtbank in aanmerking het tijdsverloop tussen de periode waarin de ontucht zou hebben plaatsgevonden en het moment dat [slachtoffer] dit aan haar moeder heeft verteld en met name het tijdsverloop dat toen volgde tot het doen van aangifte. Dit forse tijdsverloop is onvoldoende waarborg voor een betrouwbare weergave van de herinnering. Nu het daar in de kern op aan komt heeft de rechtbank niet de overtuiging dat de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden.

Gelet hierop dient verdachte te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.041,76 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Prisse en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 augustus 2012.