Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4767

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
15-08-2012
Datum publicatie
15-08-2012
Zaaknummer
06/880045-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Automobilist veroordeeld tot een boete van €500,-. De man verleende op 10 mei 2011 op een kruispunt in Laren geen voorrang aan een wielrenner en reed deze aan. Het slachtoffer raakte ernstig gewond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880045-11

Uitspraak d.d.: 15 augustus 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1950, te plaats],

adres: [adres].

Raadsvrouw: mr. J. Steenbrink, advocaat te Arnhem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

1 augustus 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 mei 2011 te Laren, gemeente Lochem, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Harfsenseweg, ter hoogte van de/het kruising/kruispunt van de Harfsenseweg met de Mussenberg, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht van verdachte (ernstig) werd beperkt en/of belemmerd en/of gehinderd door aan de rechterzijde van die Harfsenseweg geplaatste struiken en/of bossages,

over die Harfsenseweg in de richting van genoemd(e) kruispunt/kruising heeft gereden, en/of

(vervolgens) genoemd(e) kruispunt/kruising is opgereden en/of is overgereden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die/dat kruising/kruispunt en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, genoemd(e) kruispunt/kruising kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen voorrang heeft verleend aan een voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurder van een fiets, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een fiets, die op dat moment die/dat kruising/kruispunt vanaf de rechterkant overstak,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (een) ander(en) ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht

art 6 Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 10 mei 2011 te Laren, gemeente Lochem, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Harfsenseweg, ter hoogte van de/het kruising/kruispunt van de Harfsenseweg met de Mussenberg,

terwijl het zicht van verdachte (ernstig) werd beperkt en/of belemmerd en/of gehinderd door aan de rechterzijde van die Harfsenseweg geplaatste struiken en/of bossages,

over die Harfsenseweg in de richting van genoemd(e) kruispunt/kruising heeft gereden, en/of

(vervolgens) genoemd(e) kruispunt/kruising is opgereden en/of is overgereden, en/of

(daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die/dat kruising/kruispunt en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, genoemd(e) kruispunt/kruising kon overzien en waarover deze vrij was, en/of

(daarbij) in strijd met artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen voorrang heeft verleend aan een voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurder van een fiets, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een fiets, die op dat moment die/dat kruising/kruispunt vanaf de rechterkant overstak,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 10 mei 2011 vond er op de gelijkwaardige kruising van de Harfsenseweg en de Mussenbroek te Laren, gemeente Lochem, een aanrijding plaats tussen een personenauto van het type Mercedes Benz, met als bestuurder [verdachte], en een wielrenner, te weten

[slachtoffer]. De bestuurder van de personenauto had de voor hem van rechts komende fietser geen voorrang verleend.

De plaats van het ongeval is door de politie afgezet voor onderzoek. [verdachte] is direct na het ongeval door de politie aangehouden en verhoord, alvorens hij diezelfde avond weer in vrijheid is gesteld.

Ten gevolge van het ongeval heeft het slachtoffer meerdere botbreuken opgelopen en langdurig in coma gelegen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het aan de verdachte primair tenlastegelegde feit, te weten overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte van het hem primair tenlastegelegde feit dient te worden vrijgesproken en hem voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde feit een beroep op afwezigheid van alle schuld toekomt, een en ander zoals weergegeven in de door haar overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota.

Beoordeling door de rechtbank

In het onderhavige geval betreft het een verkeersongeval te Laren op het kruising Harfsenseweg/Mussenberg. Dit kruispunt lag buiten de bebouwde kom te Laren in de gemeente Lochem. Het betrof een gelijkwaardige kruising waar de toegestane maximum snelheid 80 kilometer per uur bedroeg. Er waren geen waarschuwingsborden aanwezig. De weersomstandigheden waren droog en zonnig. Het wegdek was schoon, droog en normaal ingereden.

Op 10 mei 2011 rond 14.30 uur reed een personenauto van het merk Mercedes-Benz over de Harfsenseweg komend uit de richting Eefde, gaande in de richting Lochem. Bestuurder naderde het kruispunt Harfsenseweg/Mussenberg, waarbij hij geen zicht had op de Mussenberg. Ter hoogte van het kruispunt reed een wielrenner, als eerste van een groepje van zeven renners, van rechts vanuit de Mussenberg, de kruising op. Voor de kruising werd het zicht in de richting waarvan de Mercedes-Benz hem naderde belemmerd door de daar aanwezige bossage.

De bestuurder van de Mercedes-Benz remde waarschijnlijk zijn voertuig maximaal af. Uit snelheidsberekening bleek dat de Mercedes-Benz aan het begin van het aangetroffen spoor niet boven de toegestane maximum snelheid gereden had; uit de berekening blijkt dat de auto aan het begin van het rol- remspoor mogelijk heeft gereden met een snelheid tussen de 43 en 49 kilometer per uur. Een aanrijding kon op dat moment niet voorkomen worden. De voorzijde van de Mercedes-Benz raakte de linkerzijde van deze wielrenner, waarna de fiets en zijn bestuurder weggeworpen werden.

Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat het slachtoffer meerdere breuken heeft opgelopen, waaronder in het bekken, zijn rechterboven- en onderbeen, zijn linker knie, zijn rechter schouderblad en zijn wervelkolom.

Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij de kruising van de Harfsenseweg/Mussenberg goed kent. Toen hij de kruising naderde kwam er een fietser van rechts vanuit de Mussenberg. Hij zag de fietser laat, omdat er vlak voor de kruising bosjes staan. Hij wist dat hij de fietser voorrang moest verlenen. Hij dacht in een fractie van een seconde te hebben gezien dat de fietser een soort slinger naar rechts maakte om niet uit de pedalen te hoeven gaan en zodoende gewoon kon wachten tot verdachte de kruising was gepasseerd. De fietser stak echter de weg over om vervolgens linksaf te slaan, waarop verdachte vol heeft geremd. Een aanrijding was niet meer te voorkomen.

[getuige A] heeft tegenover de politie verklaard dat hij naast het slachtoffer reed toen ze bij de kruising aankwamen. Het verkeer dat uit de richting Eefde over de Harfsenseweg de kruising met de Mussenberg naderde, kon hij niet goed zien doordat aan de linkerkant veel bosjes stonden die het zicht wegnamen. Hij zag dat het slachtoffer de Harfsenseweg over wilde steken om linksaf te slaan. Hij zag dat het slachtoffer de weg op wilde fietsen maar een beweging naar rechts maakte. Hij had het vermoeden dat hij voor iets wilde uitwijken. Vervolgens zag hij van links de auto aan komen rijden en zag hij dat het slachtoffer door de auto werd geraakt.

[getuige B] heeft tegenover de politie verklaard dat [getuige A] en het slachtoffer de kruising als eersten uit de groep naderden. Hij hoorde een auto naderen. Links van de weg is sprake van dikke bebossing tot aan de kruising. Voor zijn gevoel stopte iedereen, behalve het slachtoffer. Hij zag dat het slachtoffer nog iets naar rechts uitweek en vervolgens de Harfsenseweg over wilde steken om linksaf te slaan. Vervolgens werd het slachtoffer aangereden.

Conclusies rechtbank

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de verdachte van de hem primair tenlastegelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994 dient te worden vrijgesproken. Immers, de stelling van de verdachte dat de van rechts komende fietser, alvorens hij linksaf de weg over wilde steken, een beweging naar rechts heeft gemaakt, als het ware in de richting waarin ook verdachte zich bewoog, vindt steun in de overige zich in het dossier bevindende stukken. Zodoende kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte – in welke mate dan ook - onvoldoende oplettend is geweest en er is daarom geen sprake van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, zodat grove schuld als bedoeld in eerdergenoemd artikel niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank wijst in dit verband ook op de gematigde snelheid van de verdachte, alsmede op de bijzonder onoverzichtelijke situatie ter plaatse.

De vraag of de verdachte zich dan wel schuldig heeft gemaakt aan gevaarzetting als bedoeld in artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1995, wordt door de rechtbank bevestigend beantwoord. De verdachte heeft de fietser die voor hem van rechts kwam ten onrechte geen voorrang verleend en daarnaast zijn auto niet tijdig tot stilstand gebracht, waardoor er sprake is van overtreding van artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 10 mei 2011 te Laren, gemeente Lochem, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Harfsenseweg, ter hoogte van het kruispunt van de Harfsenseweg met de Mussenberg,

terwijl het zicht van verdachte werd beperkt en belemmerd en gehinderd door aan de rechterzijde van die Harfsenseweg geplaatste struiken en/of bossages,

over die Harfsenseweg in de richting van genoemd kruispunt heeft gereden, en

vervolgens genoemd kruispunt is opgereden en/is overgereden, en

(vervolgens) in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was voormeld motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, genoemd kruispunt kon overzien en waarover dit vrij was, en

(daarbij) in strijd met artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen voorrang heeft verleend aan een voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurder van een fiets, en

vervolgens is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met (de bestuurder van) een fiets, die op dat moment dat kruispunt vanaf de rechterkant overstak,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op de overtreding:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Aan de stelling van de raadsvrouw dat aan de verdachte ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit, te weten de gevaarzetting, een beroep op afwezigheid van alles schuld toekomt, gaat de rechtbank voorbij, nu dit in het geheel niet is onderbouwd.

Verdachte is dus strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde (overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft bij het oprijden van een kruispunt nagelaten een fietser voorrang te verlenen, hetgeen tot een aanrijding heeft geleid waarbij de fietser ernstig gewond is geraakt.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 3 juli 2012 nooit eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen, alsmede met de omstandigheid dat de verdachte van meet af aan (door tussenkomst van Slachtofferhulp Nederland) betrokkenheid heeft getoond bij de medische toestand van het slachtoffer.

Ten slotte heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortgelijk aan het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank is, alles overwegende, van oordeel dat een onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt. Bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en op artikel 24 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde (overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde (overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994) heeft begaan;

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

• verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

• verklaart verdachte strafbaar;

• veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door tien (10) dagen hechtenis;

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, De Bie en Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 augustus 2012.

Mrs. De Bie en Follender Grossfeld zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.