Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4337

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-06-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
06/950685-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft overschrijvingsformulieren vervalst en vervolgens gebruikt waardoor veel geld van het slachtoffer is overgeboekt naar zijn eigen rekening. Ook heeft hij met de pinpas van het slachtoffer grote bedragen geld gepind bij een geldautomaat en facturen betaald ten laste van de rekening van het slachtoffer. De rechtbank acht verdachte schuldig aan alle ten laste gelegde feiten. De erven van het slachtoffer hebben een civiele vordering ingediend. De rechtbank heeft de erven niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering omdat geen sprake is van rechtstreekse schade in de zin van de wet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950685-10

Uitspraak d.d.: 19 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1954],

wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. W. Hekkelman, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

14 december 2011, 14 februari 2012 en 5 juni 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 14 februari 2012 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

13 januari 2005 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland,

en/of elders in Nederland,

(telkens) een overschrijvingsformulier (zogenaamde

overschrijvingskaart van de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van

rekeninghouder [slachtoffer]), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om

tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte (telkens) valselijk

op dat overschrijvingsformulier

- een over te maken geldbedrag ingevuld en/of

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden

geboekt, zijn, verdachtes, eigen bankrekeningnummer ([nummer]), althans een

bankrekeningnummer ingevuld en/of

- een handtekening geplaatst als ware hij voornoemde [slachtoffer],

waarmee (telkens) is voorgewend dat dat geldbedrag en/of dat bankrekeningnummer

en/of die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is

ingevuld,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(p.559 e.v., p.654 e.v. overschrijvingskaartnrs 43,52,53,54,56,60,65,63,66,81)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

13 januari 2005 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland,

en/of elders in Nederland

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e)

overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart van de Postbank/ING,

rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer]),

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware dat geschrift (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat hij, verdachte, dat

overschrijvingsformulier heeft opgestuurd of laten opsturen naar de

Postbank/ING ter overboeking van dat geldbedrag op zijn, verdachtes, eigen

bankrekening ([nummer]),

en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat

op dat overschrijvingsformulier

- een over te maken geldbedrag was ingevuld en/of

- bankrekeningnummer [nummer], althans een bankrekeningnummer, waar voornoemd

geldbedrag op moest worden geboekt, was ingevuld en/of

- een handtekening was geplaatst als ware deze afkomstig van (voornoemde) [slachtoffer],

waarmee (telkens) is voorgewend dat dat geldbedrag en/of dat bankrekeningnummer

en/of die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is

ingevuld;

((p.559 e.v., p.654 e.v.,overschrijvingskaartnrs 43,52,53,54,56,60,65,63,66,81)

art.225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2006

te Didam, gemeente Montferland, en/of elders in Nederland,

een overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart (OV nr.62) van

de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer])

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk

op dat overschrijvingsformulier

- een geldbedrag van Euro 2.605,98 , althans een geldbedrag ingevuld en/of

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden

geboekt, bankrekeningnummer [nummer], althans een bankrekeningnummer

ingevuld en/of

- als betalingskenmerk 1092 ingevuld en/of

- een handtekening geplaatst als ware hij voornoemde [slachtoffer],

waarmee (telkens) is voorgewend dat dat geldbedrag en/of dat bankrekeningnummer

en/of die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is

ingevuld,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(p.559 , p.661)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2006

te Didam, gemeente Montferland, en/of elders in Nederland,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e)

overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart (OV nr.62) van de

Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer])

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, dat

overschrijvingsformulier heeft opgestuurd of laten opsturen naar de

Postbank/ING ter overboeking van een geldbedrag (te weten 2.605,98 Euro)

(ter betaling van een schuld van (muziekband) [naam] aan het bedrijf [bedrijf])

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

op dat overschrijvingsformulier

- een geldbedrag van Euro 2.605,98 , althans een geldbedrag was ingevuld en/of

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden

overgeboekt, het bankrekeningnummer ([nummer]) van het bedrijf [bedrijf] was ingevuld en/of

- als betalingskenmerk 1092 was ingevuld en/of

- een handtekening was geplaatst als ware deze afkomstig van (voornoemde) [slachtoffer],

waarmee (telkens) is voorgewend dat dat geldbedrag en/of dat bankrekeningnummer

en/of die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is

ingevuld;

(p.559 , p.661)

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

3 februari 2004 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning

( perceel [adres]) heeft weggenomen een bankpas (van Postbank/ING, op

naam van rekeninghouder [slachtoffer], rekeningnr [nummer]), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op éen of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 februari

2004 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

een bankpas (van Postbank/ING, op naam van rekeninghouder [slachtoffer],

rekeningnr [nummer]), geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

heeft weggemaakt door die bankpas vanuit de woning van die [slachtoffer]

(perceel [adres]) te vervoeren naar een voor die [slachtoffer] onbekende

plaats;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks één of meer van de navolgende data en tijdstip(pen),

althans in of omstreeks de periode van 11 december 2006 tot en met 15 december

2007 te Didam, gemeente Montferland, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen

navolgend geldbedrag, althans een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten

door een - tevoren gestolen, weggemaakt dan wel zonder toestemming of

instemming van de rechthebbende in gebruik genomen - bankpasje

(van Postbank/ING, op naam van rekeninghouder,voornoemde [slachtoffer],

rekeningnummer [nummer])

in die geldautomaat in te voeren en vervolgens de PIN-code (welke een unieke

combinatie met het nummer op voornoemd bankpasje vormt) in te toetsen, waarna

(telkens) vrijelijk door verdachte over dat geldbedrag kon worden beschikt;

datum+ tijdstip: geldbedrag: pag.nr pv: aanvpv:

-11-12-2006,1621 uur 1000 Euro p.512 p.6,p.11 en/of

-12-12-2006,1932 uur 1000 Euro p.512 p.11 en/of

-13-12-2006,1816 uur 1000 Euro p.434/p.513 p.11,13 en/of

-14-12-2006,0838 uur 1000 Euro p.513 p.6,12,13 en/of

-26-01-2007,1618 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-02-02-2007,1700 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-16-02-2007,1321 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-23-02-2007,1146 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-27-02-2007,0933 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-01-03-2007,1717 uur 1000 Euro p.513 p.12,13 en/of

-02-03-2007,0953 uur 1000 Euro p.513 p.6,p.12 en/of

-05-03-2007,1603 uur 1000 Euro p.513 p.12,13 en/of

-07-03-2007,1055 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-08-03-2007,1325 uur 1000 Euro p.513 p.6,p.12 en/of

-13-04-2007,0907 uur 1000 Euro p.434/p.513 p.12,13 en/of

-17-04-2007,1901 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-19-04-2007,1540 uur 1000 Euro p.434 /p.513 p.12,13 en/of

-28-04-2007,1027 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-03-05-2007,1652 uur 1000 Euro p.513 p.12,13 en/of

-11-05-2007,1150 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-18-05-2007,1558 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-26-05-2007,1140 uur 1000 Euro p.513 p.12 ,13 en/of

-01-06-2007,1120 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-08-06-2007,0927 uur 1000 Euro p.513 p.12 en/of

-16-06-2007,1330 uur 1000 Euro p.513 p.12 ,13 en/of

-18-06-2007,1642 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.6,12,13 en/of

-19-06-2007,1436 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.12 en/of

-19-07-2007,1215 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.12 en/of

-27-07-2007,1115 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.12 en/of

-08-08-2007,1014 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.12,13 en/of

-14-08-2007,1413 uur 1000 Euro p.437/p.513 p.6,12 en/of

-06-09-2007,1304 uur 1000 Euro p.437/p.514 p.12 en/of

-11-09-2007,1453 uur 1000 Euro p.434/437/514 p.12,13 en/of

-15-09-2007,1059 uur 1000 Euro p.437/p.514 p.12,13 en/of

-27-09-2007,1335 uur 1000 Euro p.437/p.514 p.12,13 en/of

-13-10-2007,1231 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-07-11-2007,1310 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-16-11-2007,1556 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-22-11-2007,1351 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-29-11-2007,1406 uur 1000 Euro p.514 p.12,13 en/of

-03-12-2007,1315 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-08-12-2007,1424 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

-15-12-2007,1247 uur 1000 Euro p.514 p.12 en/of

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 14 december 2006 (om 14:17 uur) te Drempt, gemeente

Bronckhorst, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen 2.289,= Euro, althans een geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van (een) valse sleutel(s)

te weten door met een - tevoren gestolen, weggemaakt dan wel zonder

toestemming of instemming van de rechthebbende in gebruik genomen - bankpasje

(van Postbank/ING, op naam van rekeninghouder, voornoemde [slachtoffer],

rekeningnummer [nummer])

een PIN betalingsstransactie te verrichten bij "[winkel]", althans een

winkel, voor de aanschaf van een ledikant en/of een linnenkast en/of een

spiraalbodem en/of een matrasbeschermer en/of een matras, althans goederen ter

waarde van 2.289,= Euro

( door deze bankpas in de betaalautomaat van die "[winkel]"/winkel, in

te voeren en vervolgens de PIN-code, welke een unieke combinatie met het

nummer op voornoemd bankpasje vormt, in te toetsen),

waarna de aldus gedane (electronische PIN) betaling ten laste van die [slachtoffer] is gekomen ;

(p.433, aanvullpv p.13 en bijlage 05 (afschrift girorekening dd 28-12-2006,

volgnr 25) )

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 2 april 2008 heeft [aangeefster] aangifte gedaan van verduistering van geld van haar vader [slachtoffer]2. Aangeefster verklaarde dat haar vader twee jaar eerder een beroerte had gehad en vanaf dat moment in de war was. Hij bleef zelfstandig wonen met hulp van twee vrienden. Op 17 december 2007 is hij opgenomen in een verpleeghuis, omdat hij geestelijk achteruit ging. Aangeefsters vader is vervolgens onder bewind gesteld, waarbij aangeefster is benoemd tot bewindvoerder3. Toen zij de financiële situatie van haar vader wilde bezien, bleken alle financiële stukken en de bankgiropas te zijn verdwenen4. Aangeefster heeft het pasje laten blokkeren en alle afschriften vanaf eind 2006 tot eind 2007 opnieuw aangevraagd. Op de afschriften zag ze dat er grote bedragen waren afgeschreven naar [verdachte] te Didam (verdachte). Ook zag ze dat er veel geld was opgenomen. Naar aanleiding van de aangifte is onderzoek gedaan. Dit heeft in verband met onvoldoende opsporingsindicatie niet geleid tot een strafrechtelijke vervolging5.

Op 12 februari 2009 is [slachtoffer] overleden6.

Op 2 juli 2009 heeft [aangeefster] namens de erven van [slachtoffer] opnieuw aangifte gedaan van verduistering van geld7. Vervolgens is een onderzoek gestart naar verdachte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit voor feit 2. Ze heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat haar cliënt de overschrijvingskaart in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2006 heeft ingevuld. De raadsvrouw heeft verder vrijspraak bepleit voor feit 4. Hiertoe heeft ze betoogd dat op de data 28 april 2007, 26 mei 2007, 16 juni 2007, 15 september 2007, 13 oktober 2007 en 8 en 12 december 2007 geen transacties hebben plaatsgevonden op de rekening van [slachtoffer]. Haar cliënt dient ten aanzien van deze transacties te worden vrijgesproken. Verder heeft de raadsvrouw betoogd dat haar cliënt heeft bekend een aantal pintransacties te hebben gedaan zonder toestemming van [slachtoffer]. Ten aanzien van de overige pintransacties volgt echter niet uit het dossier dat deze zonder toestemming van [slachtoffer] hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 voor zover dit betreft het gebruikmaken van een valselijk opgemaakt overschrijvingsformulier, 3 primair en 5 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Verdachte heeft ter zitting van 5 juni 2012 verklaard dat het vedrag dat hij zich ten onrechte heeft toegeëigend ongeveer € 80.000,- is.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht zowel het telkens valselijk opmaken van een overschrijvingsformulier als het telkens gebruik daarvan maken bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2012 en de aangifte van [aangeefster]8.

Feit 2

Uit het dossier blijkt dat met het overschrijvingsformulier met volgnummer 62 opdracht is gegeven geld van de ING/Postbankrekening van [slachtoffer], rekeningnummer [nummer], over te maken naar het rekeningnummer [nummer] van [bedrijf] met als betalingskenmerk 10929.

Op 29 augustus 2006 is ten laste van de genoemde rekening van [slachtoffer] een bedrag van

€ 2.605,98 afgeboekt naar de genoemde rekening van [bedrijf]10. Verdachte heeft ter terechtzitting van 5 juni 2012 bekend dat hij daartoe een op naam van [slachtoffer] staande overschrijvingskaart heeft ingevuld, de handtekening van [slachtoffer] heeft nagemaakt en het formulier vervolgens op de post heeft gedaan.

Tegen deze achtergrond, en gelet op algemeen bekende en gangbare verwerkingtijden van dergelijke opdrachten, acht de rechtbank bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd in de ten laste gelegde periode. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd is onvoldoende concreet en specifiek om daaraan te twijfelen.

De rechtbank acht ook bewezen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van een door hem valselijk opgemaakt overschrijvingsformulier. De bewezenverklaring daarvan is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2012 en de aangifte van [aangeefster]11.

Feit 3

De rechtbank acht de primair ten laste gelegde diefstal van de pinpas bewezen. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2012 en de aangifte van [aangeefster]12.

Feit 4

Uit de aangifte13 komt naar voren dat in de periode van december 2006 tot en met december 2007 43 keer is gepind, telkens voor het maximale bedrag van € 1.000,- bij de geldautomaat op het adres Oranjestraat 4 te Didam. Deze bedragen zijn terug te vinden in een excelbestand14 dat van de rekeningafschriften van [slachtoffer] is gemaakt. In het bestand staan in de periode van 11 december 2006 tot en met 15 december 2007 onder meer en voor zover van belang de volgende geldopnames op de Oranjestraat 4 ten laste van de rekening met het nummer [nummer]:

Datum Tijd Geldbedrag

- 11 december 2006 16.21 uur € 1.000,-

- 12 december 2006 19.32 uur € 1.000,-

- 13 december 2006 18.16 uur € 1.000,-

- 14 december 2006 08.38 uur € 1.000,-

- 26 januari 2007 16.18 uur € 1.000,-

- 2 februari 2007 17.00 uur € 1.000,-

- 16 februari 2007 13.21 uur € 1.000,-

- 23 februari 2007 11.46 uur € 1.000,-

- 27 februari 2007 09.33 uur € 1.000,-

- 1 maart 2007 17.17 uur € 1.000,-

- 2 maart 2007 09.53 uur € 1.000,-

- 5 maart 2007 16.03 uur € 1.000,-

- 7 maart 2007 10.55 uur € 1.000,-

- 8 maart 2007 13.25 uur € 1.000,-

- 13 april 2007 09.07 uur € 1.000,-

- 17 april 2007 19.01 uur € 1.000,-

- 19 april 2007 15.40 uur € 1.000,-

- 28 april 2007 10.27 uur € 1.000,-

- 3 mei 2007 16.52 uur € 1.000,-

- 11 mei 2007 11.50 uur € 1.000,-

- 18 mei 2007 15.58 uur € 1.000,-

- 26 mei 2007 11.40 uur € 1.000,-

- 1 juni 2007 11.20 uur € 1.000,-

- 8 juni 2007 09.27 uur € 1.000,-

- 16 juni 2007 13.30 uur € 1.000,-

- 18 juni 2007 16.42 uur € 1.000,-

- 19 juni 2007 14.36 uur € 1.000,-

- 19 juli 2007 12.15 uur € 1.000,-

- 27 juli 2007 11.15 uur € 1.000,-

- 8 augustus 2007 10.14 uur € 1.000,-

- 14 augustus 2007 14.13 uur € 1.000,-

- 6 september 2007 13.04 uur € 1.000,-

- 11 september 2007 14.53 uur € 1.000,-

- 15 september 2007 10.59 uur € 1.000,-

- 27 september 2007 13.35 uur € 1.000,-

- 13 oktober 2007 12.31 uur € 1.000,-

- 7 november 2007 13.10 uur € 1.000,-

- 16 november 2007 15.56 uur € 1.000,-

- 22 november 2007 13.51 uur € 1.000,-

- 29 november 2007 14.06 uur € 1.000,-

- 3 december 2007 13.15 uur € 1.000,-

- 8 december 2007 14.24 uur € 1.000,-

- 15 december 2007 12.47 uur € 1.000,-

Verdachte heeft ter terechtzitting van 5 juni 2012 verklaard dat hij het pasje van [slachtoffer] meenam en daarmee geld pinde. Volgens verdachte was [slachtoffer] daar ongeveer zestien tot negentien à twintig keer bij. De overige keren was hij alleen. Verdachte heeft verder ter terechtzitting van 5 juni 2012 verklaard dat hij de pinpas niet altijd met toestemming van [slachtoffer] meenam.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen. Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat op de data 28 april 2007, 26 mei 2007, 16 juni 2007, 15 september 2007, 13 oktober 2007 en 8 december 2007 geen transacties hebben plaatsgevonden op de rekening van [slachtoffer] overweegt de rechtbank dat uit de genoemde bewijsmiddelen het tegendeel blijkt. De door de raadsvrouw genoemde datum van 12 december 2007 is niet in de tenlastelegging genoemd. Het verweer wordt daarom verworpen. Ten aanzien van verdachtes verklaring dat [slachtoffer] zestien tot negentien à twintig keer bij het pinnen was en, naar de rechtbank begrijpt, in de visie van verdachte op de hoogte was van het pinnen, overweegt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat [slachtoffer] toestemming heeft gegeven voor de geldopnames. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat gelet op het patroon in de opnames, te weten steeds het maximale bedrag en steeds op de Oranjestraat 4 te Didam, niet aannemelijk is dat [slachtoffer] op de hoogte was van de opnames ten laste van zijn rekening, te meer nu uit de verklaring van getuige [getuige] naar voren komt dat [slachtoffer] een bescheiden leefwijze had en weinig geld uitgaf. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat [slachtoffer] volgens het financiële overzicht vóór de ten laste gelegde periode slechts incidenteel geld opnam bij een geldautomaat, waarbij hij nooit het maximale bedrag opnam. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] toestemming heeft gegeven voor de opnames.

Feit 5

De rechtbank overweegt dat op een rekeningafschrift van de ING/Postbank van 28 december 2006 betreffende de girorekening van [slachtoffer] met het rekeningnummer [nummer] is te zien dat een bedrag van € 2.289,- van de rekening van [slachtoffer] is overgeschreven naar de [winkel]15. De betaling, geboekt op 14 december 2006, is volgens de omschrijving op het afschrift gedaan op 14 december 2006 te 14.17 uur.

Uit stukken, overgelegd door de [winkel], gevestigd te Drempt, komt naar voren dat verdachte op 6 december 2006 een ledikant, een linnenkast, een spiraalbodem, een matrasbeschermer en een matras heeft gekocht voor een bedrag van € 2.289,-16. De rekening is per pinbetaling (vooruit) betaald op 14 december 2006.

Verdachte heeft verklaard17 dat hij een bed heeft gekocht en dit bed heeft betaald met de pinpas van [slachtoffer]. [slachtoffer] wist niet van de factuur van de [winkel]18 en heeft geen toestemming gegeven om de gekochte goederen met zijn pinpas te betalen, aldus verdachte19.

Ter terechtzitting van 5 juni 2012 heeft verdachte verklaard dat hij wel aan [slachtoffer] had gezegd dat hij een ander bed en kast nodig had en dat hij deze goederen had gekocht. De rechtbank acht evenwel gelet op het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn pinpas. Zij houdt verdachte daarom aan zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het ten laste gelegde bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 13 januari 2005 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland, telkens een overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart van de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer]), - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte telkens valselijk op dat overschrijvingsformulier

- een over te maken geldbedrag ingevuld en

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden geboekt, zijn,

verdachtes, eigen bankrekeningnummer ([nummer]), ingevuld en

- een handtekening geplaatst als ware hij voornoemde [slachtoffer],

waarmee telkens is voorgewend dat dat geldbedrag en dat bankrekeningnummer en die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is ingevuld, zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

EN

hij op tijdstippen in de periode van 13 januari 2005 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart van de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer]),

- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift telkens echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat hij, verdachte, dat overschrijvingsformulier heeft opgestuurd of laten opsturen naar de Postbank/ING ter overboeking van dat geldbedrag op zijn, verdachtes, eigen bankrekening ([nummer]),

en bestaande die valsheid telkens hierin dat op dat overschrijvingsformulier

- een over te maken geldbedrag was ingevuld en

- bankrekeningnummer [nummer], waar voornoemd geldbedrag op moest worden geboekt,

was ingevuld en

- een handtekening was geplaatst als ware deze afkomstig van voornoemde [slachtoffer],

waarmee telkens is voorgewend dat dat geldbedrag en dat bankrekeningnummer en die

handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is ingevuld;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2006 te Didam, gemeente Montferland, een overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart (OV nr.62) van de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer]) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk op dat overschrijvingsformulier

- een geldbedrag van Euro 2.605,98 ingevuld en

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden geboekt,

bankrekeningnummer [nummer] ingevuld en

- als betalingskenmerk 1092 ingevuld en

- een handtekening geplaatst als ware hij voornoemde [slachtoffer],

waarmee telkens is voorgewend dat dat geldbedrag en dat bankrekeningnummer en die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is ingevuld,

zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

EN

hij in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 30 augustus 2006 te Didam, gemeente Montferland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals overschrijvingsformulier (zogenaamde overschrijvingskaart (OV nr.62) van de Postbank/ING, rekeningnummer [nummer] op naam van rekeninghouder [slachtoffer]) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, dat overschrijvingsformulier heeft opgestuurd naar de Postbank/ING ter overboeking van een geldbedrag (te weten 2.605,98 Euro ter betaling van een schuld van muziekband [naam] aan het bedrijf [bedrijf])

en bestaande die valsheid hierin dat op dat overschrijvingsformulier

- een geldbedrag van Euro 2.605,98 was ingevuld en

- als bankrekeningnummer waar voornoemd geldbedrag op moest worden overgeboekt, het

bankrekeningnummer ([nummer]) van het bedrijf [bedrijf] was ingevuld en

- als betalingskenmerk 1092 was ingevuld en

- een handtekening was geplaatst als ware deze afkomstig van voornoemde [slachtoffer],

waarmee telkens is voorgewend dat dat geldbedrag en dat bankrekeningnummer en die handtekening met instemming van en/of door voornoemde [slachtoffer] is ingevuld;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 3 februari 2004 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ( perceel [adres]) heeft weggenomen een bankpas (van Postbank/ING, op

naam van rekeninghouder [slachtoffer], rekeningnr [nummer]), toebehorende aan [slachtoffer];

4.

hij op de navolgende data en tijdstippen in de periode van 11 december 2006 tot en met 15 december 2007 te Didam, gemeente Montferland, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen navolgend geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte het weg te nemen goed telkens onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door een - tevoren gestolen dan wel zonder toestemming of instemming van de rechthebbende in gebruik genomen - bankpasje (van Postbank/ING, op naam van rekeninghouder, voornoemde [slachtoffer], rekeningnummer [nummer]) in die geldautomaat in te voeren en vervolgens de PIN-code welke een unieke combinatie met het nummer op voornoemd bankpasje vormt in te toetsen, waarna telkens vrijelijk door verdachte over dat geldbedrag kon worden beschikt;

datum+ tijdstip: geldbedrag:

- 11-12-2006, 16.21 uur 1000 Euro en

- 12-12-2006, 19.32 uur 1000 Euro en

- 13-12-2006, 18.16 uur 1000 Euro en

- 14-12-2006, 08.38 uur 1000 Euro en

- 26-01-2007, 16.18 uur 1000 Euro en

- 02-02-2007, 17.00 uur 1000 Euro en

- 16-02-2007, 13.21 uur 1000 Euro en

- 23-02-2007, 11.46 uur 1000 Euro en

- 27-02-2007, 09.33 uur 1000 Euro en

- 01-03-2007, 17.17 uur 1000 Euro en

- 02-03-2007, 09.53 uur 1000 Euro en

- 05-03-2007, 16.03 uur 1000 Euro en

- 07-03-2007, 10.55 uur 1000 Euro en

- 08-03-2007, 13.25 uur 1000 Euro en

- 13-04-2007, 09.07 uur 1000 Euro en

- 17-04-2007, 19.01 uur 1000 Euro en

- 19-04-2007, 15.40 uur 1000 Euro en

- 28-04-2007, 10.27 uur 1000 Euro en

- 03-05-2007, 16.52 uur 1000 Euro en

- 11-05-2007, 11.50 uur 1000 Euro en

- 18-05-2007, 15.58 uur 1000 Euro en

- 26-05-2007, 11.40 uur 1000 Euro en

- 01-06-2007, 11.20 uur 1000 Euro en

- 08-06-2007, 09.27 uur 1000 Euro en

- 16-06-2007, 13.30 uur 1000 Euro en

- 18-06-2007, 16.42 uur 1000 Euro en

- 19-06-2007, 14.36 uur 1000 Euro en

- 19-07-2007, 12.15 uur 1000 Euro en

- 27-07-2007, 11.15 uur 1000 Euro en

- 08-08-2007, 10.14 uur 1000 Euro en

- 14-08-2007, 14.13 uur 1000 Euro en

- 06-09-2007, 13.04 uur 1000 Euro en

- 11-09-2007, 14.53 uur 1000 Euro en

- 15-09-2007, 10.59 uur 1000 Euro en

- 27-09-2007, 13.35 uur 1000 Euro en

- 13-10-2007, 12.31 uur 1000 Euro en

- 07-11-2007, 13.10 uur 1000 Euro en

- 16-11-2007, 15.56 uur 1000 Euro en

- 22-11-2007, 13.51 uur 1000 Euro en

- 29-11-2007, 14.06 uur 1000 Euro en

- 03-12-2007, 13.15 uur 1000 Euro en

- 08-12-2007, 14.24 uur 1000 Euro en

- 15-12-2007, 12.47 uur 1000 Euro en

5.

hij op 14 december 2006 (om 14:17 uur) te Drempt, gemeente Bronckhorst, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2.289,- Euro, toebehorende aan

[slachtoffer], waarbij verdachte het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van een valse sleutel, te weten door met een - tevoren gestolen, dan wel zonder

toestemming of instemming van de rechthebbende in gebruik genomen - bankpasje (van Postbank/ING, op naam van rekeninghouder, voornoemde [slachtoffer], rekeningnummer

[nummer]) een PIN betalingstransactie te verrichten bij "[winkel]", voor de aanschaf van een ledikant en een linnenkast en een spiraalbodem en een matrasbeschermer en een matras ter waarde van 2.289,- Euro (door deze bankpas in de betaalautomaat van die "[winkel]" in te voeren en vervolgens de PIN-code, welke een unieke combinatie met het nummer op voornoemd bankpasje vormt, in te toetsen), waarna de aldus gedane (elektronische PIN) betaling ten laste van die [slachtoffer] is gekomen.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

De voortgezette handeling van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

Feit 2:

De voortgezette handeling van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

Feit 3:

Diefstal, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

Feit 5:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis.

De raadsvrouw heeft verzocht bij het opleggen van een straf rekening te houden met het feit dat haar cliënt twee banen heeft en de zorg voor zijn gehandicapte vrouw.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende lange tijd schuldig gemaakt aan het opmaken en vervolgens gebruik maken van valse overschrijvingsformulieren, waardoor een groot geldbedrag van de rekening van [slachtoffer] is overgeschreven naar verdachtes eigen rekening. Daarnaast heeft hij grote bedragen bij de geldautomaat opgenomen en voor hem bestemde facturen betaald van de rekening van [slachtoffer]. Verdachte heeft daarbij enkel gehandeld uit financieel gewin. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan temeer daar [slachtoffer] gelet op zijn leeftijd en gezondheid een kwetsbaar persoon was van wie de geestelijke gezondheid in de ten laste gelegde periode achteruit ging. Verdachte was hiervan op de hoogte.

De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij, nadat in april 2008 aangifte was gedaan ter zake van vermoedelijke verduistering van geld van [slachtoffer], geen openheid van zaken heeft gegeven.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat het om oude feiten gaat en verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde werkstraf passend en geboden is. De rechtbank acht daarnaast de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ad informandum gevoegde zaken

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaak, bekend onder parketnummer 06/950685-10 betreffende het valselijk opmaken van een overschrijvingskaart (interne overschrijving) in Didam in september 2005.

Verdachte heeft bekend dat feit te hebben begaan en de officier van justitie heeft toegezegd dat voor dat feit geen verdere strafvervolging zal volgen.

Vordering tot schadevergoeding

De erven van de benadeelde partij [slachtoffer] hebben zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 122.218,-, te verhogen met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde.

De erven zullen niet-ontvankelijk verklaard worden in hun vordering.

De rechtbank overweegt in dit verband dat gelet op artikel 51f, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering degene die rechtstreeks schade heeft geleden zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kan voegen in het strafproces. Ingevolge het tweede lid van voornoemd artikel - voor zover hier van belang- kunnen diens erfgenamen zich voegen ter zake van hun onder algemene titel verkregen vordering indien de in het eerste lid bedoelde persoon ten gevolge van het strafbare feit is overleden.

Volgens de wetsgeschiedenis20 is van rechtstreekse schade sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch dat van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 april 200521 - kort samengevat - overwogen dat blijkens de wetsgeschiedenis de wetgever niet de mogelijkheid heeft willen openen dat in geval van overlijden van het slachtoffer de erfgenamen zich in het strafproces voegen ter zake van door het slachtoffer geleden schade. Die schade is dus door de wetgever voor wat die erfgenamen betreft niet als rechtstreekse schade in de zin van die bepaling beschouwd.

In de onderhavige zaak is [slachtoffer] op 12 februari 2009 overleden. Het voegingsformulier is op 24 november 2011, derhalve na het overlijden van [slachtoffer] ingediend. Nu [slachtoffer] niet is overleden ten gevolge van een ten laste gelegd feit, is er geen sprake van rechtstreekse schade en dienen de erven derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering. Zij kunnen hun vordering derhalve bij de civiele rechter aanhangig maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 56, 57, 225, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

De voortgezette handeling van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

Feit 2:

De voortgezette handeling van valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;

Feit 3:

Diefstal, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

Feit 5:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

* verklaart de erven van [slachtoffer] niet-ontvankelijk in hun vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Van der Hooft en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juni 2012.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2009016238, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 13 juli 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.277

3 Beschikking onderbewindstelling, p.282

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.278

5 Stamproces-verbaal, p.259

6 Uittreksel uit een overlijdensakte, p.286

7 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], p.287

8 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], p.287-292, 295

9 Overschrijvingsformulier, p.661

10 Kopie afschrift ING/Postbank-rekening tnv [slachtoffer], p.662

11 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], p.290

12 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], p.292-296

13 Proces-verbaal van aangifte door [aangeefster], p.294

14 Excel-overzicht van alle gevraagde rekeningen, p.512-514

15 Kopie afschrift ING/Postbank-rekening t.n.v. [slachtoffer] met rekeningnummer [nummer], p.721

16 Order van de [winkel] te Drempt, p.726-727

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.92

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.94

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.97

20 Kamerstukken II 1989-1990, 21 345, nr. 3, p.11

21 Hoge Raad, LJN: AS9225