Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4177

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
06-950414-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf. Groep mannen veroordeeld wegens mensenhandel in onder andere Apeldoorn en Deventer. Verdachte en zijn mededaders hebben de vrouwen ingepalmd en gedwongen te werken in de prostitutie, waarbij dwang en geweld door verdachte en diens mededaders werden gebruikt. Onderzoek Pelet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950414-10

Uitspraak d.d. 26 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats, 1987],

wonende te [adres].

Raadsman: mr. S.J. Jansen, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 juni 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd, is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2008

tot en met 22 januari 2009 te Apeldoorn en/of Deventer en/of te Linne en/of

Geleen en/of Amsterdam, in elk geval (telkens) in Nederland,

(art 273f SR lid 3 sub 1)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [slachtoffer B],

(art 273f SR lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing,

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met

het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer B],

en/of

(art 273f Sr lid 1, onder 4°)

die [slachtoffer B], (telkens) met één of meerdere van de onder 10 van artikel 273f lid 1

Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

een kwetsbare positie

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

arbeid en/of diensten

dan wel onder de onder 1° van artikel 273f lid 1 Sr genoemde omstandigheden, te

weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie,

enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn

mededaders(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer B]

zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(art 273f SR lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting

van die [slachtoffer B],

en/of

(art 273f Sr lid 1, onder 9°)

die [slachtoffer B] (telkens) met één of meerdere van de onder 1 ° van artikel 273f lid 1 Sr

genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

een kwetsbare positie,

heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele

handelingen met en/of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), (één of meermalen),

- die [slachtoffer B] voorgehouden dat hij en/of zijn mededader(s), het door haar

verdiende geld zou(den) beheren en/of investeren (zodat zij haar inleg later

verdubbeld terug zou krijgen) en/of

- die [slachtoffer B] vervoerd naar en vanaf locaties waar zij als prostituee werkte

en/of

- die [slachtoffer B] geld voorgeschoten ten behoeve van de huur van een peeskamer

en/of de aanschaf van condooms en/of glijmiddel en/of

- die [slachtoffer B] aangegeven welke bedragen zij voor haar seksuele diensten aan

haar klanten moest rekenen en/of

- die [slachtoffer B] gecomplimenteerd over de wijze waarop zij haar werk als

prostituee deed en/of

- die [slachtoffer B] met klem verzocht niet op vakantie te gaan en/of

- het geld van die [slachtoffer B] geïncasseerd en/of

- gecontroleerd of [slachtoffer B] geen geld voor verdachte en/of zijn mededader(s)

achterhield (onder meer door in haartas te zoeken) en/of

- die [slachtoffer B] voorgehouden dat hij en/of zijn mededader(s), het door haar

verdiende geld zou(den) beheren en/of investeren (zodat zij haar inleg later

verdubbeld terug zou krijgen) en/of

- die [slachtoffer B] boos toegesproken wanneer zij te weinig geld had verdiend,

althans aan hem of zijn mededaders kon afdragen,

- terwijl die [slachtoffer B] geen vaste woon- of verblijfplaats had en/of die [slachtoffer B] gehuisvest,

- terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) schulden heeft/hebben en/of

geen inkomsten heeft/hebben uit reguliere arbeid,

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer B] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en zijn

mededaders heeft kunnen bieden;

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus

2008 tot en met 31 december 2008 te Apeldoorn en/of Deventer en/of Geleen en/of

Linne en/of Amsterdam en/of Nijmegen in elk geval (telkens) in Nederland,

(art. 273 f SR, lid 3 sub 1)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten, [slachtoffer C],

(art. 273f SR, lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door fraude,

afpersing,

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft/hebben geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met

het

oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer C],

en/of

(art. 273f Sr, lid 1, onder 4°)

die [slachtoffer C], (telkens) met één of meerdere van de onder 1 ° van artikel 273f lid 1

Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

een kwetsbare positie

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

arbeid en/of diensten

dan wel onder de onder 1 ° van artikel 273f lid 1 Sr genoemde omstandigheden, te

weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie,

enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij/zij, verdachte en/of zijn

mededaders(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer C] zich

daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(art. 273f SR, lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting

van die [slachtoffer C],

en/of

(art. 273f Sr, lid 1, onder 9°)

die [slachtoffer C] (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van artikel 273f lid 1 Sr

genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

een kwetsbare positie,

heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele

handelingen met en/of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (één of meermalen)

- die [slachtoffer C] bewogen om haar werkzaamheden als prostituee voort te zetten op

een locatie waar zij volgens verdachte en/of zijn mededader(s) meer geld kon

verdienen en/of

- die [slachtoffer C] voorgehouden dat zij geld moest verdienen ten behoeve van de

investering (door verdachte en/of zijn mededader(s)) in wietplantages en/of

een (zogenaamd) spaarplan waaruit die [slachtoffer C] dan na enige tijd maandelijks

circa 10.000 euro uitgekeerd zou krijgen en/of

- die [slachtoffer C] bedreigd en/of geïntimideerd met de opmerking dat er 'gekke

dingen' zouden gebeuren als zij geen geld voor verdachte en/of zijn

mededader(s) zou verdienen en/of met de opmerking dat zij bij verdachte en/of

zijn mededader(s) een geldschuld had die moest worden terugverdiend en/of

- (mede) bepaald waar die [slachtoffer C] als prostituee moest gaan werken en/of haar

werktijden bepaald en/of

- die [slachtoffer C] vervoerd naar de locatie waar zij haar werkzaamheden als

prostituee moest verrichten en/of

- die [slachtoffer C] verboden om met haar werkzaamheden als prostituee te stoppen en/of

- het gaan en staan van die [slachtoffer C] onder intensieve controle gehouden en/of

- die [slachtoffer C] geboden door te werken als prostituee op momenten dat zij

ongesteld was en/of

- het door die [slachtoffer C] als prostituee verdiende geld ingenomen, althans

geïncasseerd;

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Bij de regiopolitie Noord- en Oost Gelderland kwam vanaf medio 2008 via verschillende bronnen informatie binnen dat in de gemeente Apeldoorn diverse jonge volwassen vrouwen slachtoffers bleken van seksuele uitbuiting. Deze jong volwassenen werden aangezet tot prostitutie dan wel risicovol grensoverschrijdend seksueel gedrag. Op 13 februari 2009 werd een opsporingsonderzoek naar de vermeende mensenhandel gestart.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht een en ander zoals verwoord in haar overgelegde schriftelijk requisitoir.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde, omdat er onvoldoende objectief bewijs is dat aangeefsters onder dwang van verdachte en de medeverdachten in de prostitutie hebben gewerkt. De verklaringen van aangeefsters [slachtoffer B] en [slachtoffer C] zijn niet geloofwaardig en er is geen steunbewijs. Er is geen sprake van medeplegen nu nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten ontbreekt.

Beoordeling door de rechtbank

De betrouwbaarheid van de aangifte en verklaringen van [slachtoffer B] en [slachtoffer C]

Aangeefster [slachtoffer B] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat zij eind september 2008 een relatie kreeg met [verdachte A].2

[slachtoffer C] vertelde [slachtoffer B] dat zij heel veel geld voor verdachte moest verdienen. [slachtoffer C] vertelde dat zij aan verdachte een auto had beloofd. [slachtoffer C] ging toen een keer bij Jan Bik geld tellen waar [slachtoffer B] bij was. [slachtoffer C] belde met verdachte. Zij vertelde hem dat zij kapot was en niet meer kon werken. Tevens zei zij dat zij wilde stoppen. [slachtoffer C] had toen al

€ 900,- bij elkaar gewerkt. Verdachte vond dat het bedrag hoog genoeg was en ze mocht van hem stoppen.3

Begin oktober 2008 is [slachtoffer B] met verdachte en [slachtoffer C] met de trein naar Geleen gegaan.4 Daar verbleven zij in een woning.5 Omdat [slachtoffer B] en [slachtoffer C] wilden gaan werken, werden zij door [naam B] (= [naam B]) naar clubs gebracht.6 In Geleen vroegen zij naar clubs. Een man vertelde over Club 2000 die in de buurt lag.7 Op een gegeven moment kwamen [slachtoffer C] en [slachtoffer B] Club 2000 tegen. [slachtoffer C] en [slachtoffer B] zijn toen dezelfde avond nog gaan werken. Zij hadden beiden één klant gehad. Zij hadden afgesproken dat verdachte hen zou komen ophalen.8

Op een gegeven moment belde verdachte en vroeg naar [slachtoffer C]. [slachtoffer B] zei dat die daar niet meer werkte. Dat is goed zei verdachte, dan moet jij mij geld geven. Zij had toen

€ 300,- aan verdachte gegeven bij Sneeuwwitje en had gezegd: nu moet je mij met rust laten.9

[slachtoffer B] heeft verder verklaard dat verdachte haar op het station te Roermond onderuit heeft gehaald. Hij had haar met een aanloop onderuit geschopt. Hierdoor viel [slachtoffer B] voorover en kwam met haar mond op de tegels terecht. Hierdoor raakten haar beide voortanden los en staan zij nu een beetje scheef.10 Met haar voortanden was zij door haar bovenlip gegaan. De aanleiding hiervan was het volgende. [slachtoffer C] en verdachte hadden toen een seksuele relatie. [slachtoffer C] was verliefd op verdachte en gaf hem altijd geld. [slachtoffer B] wist dat in de tijd van Jan Bik in Apeldoorn [slachtoffer C] van verdachte € 1.400,- moest verdienen. Dat was in de periode begin juli 2008. [slachtoffer C] had geld aan verdachte beloofd zodat hij daarvan een auto kon kopen. Door het lange werken was [slachtoffer C] helemaal kapot. [slachtoffer C] mocht toen in die tijd geen contact meer met [slachtoffer B] hebben omdat [slachtoffer B] volgens Verdachte een slechte invloed op [slachtoffer C] had. [slachtoffer C] verdiende toen in twee weken tijd € 900,- en had dit aan verdachte gegeven. [slachtoffer C] was helemaal op en kon niet meer geld verdienen. Verdachte was hiermee in eerste instantie tevreden. Later wilde verdachte de resterende

€ 500,- van [slachtoffer C] hebben. Hij belde haar menig keer. Verdachte zei letterlijk als hij geen geld van [slachtoffer C] kreeg, [slachtoffer B] hem dan maar geld moest betalen. Later kwamen [slachtoffer B] en [slachtoffer C], verdachte op het station van Roermond tegen. Hij stapte net uit de trein en [slachtoffer B] en [slachtoffer C] wilden de trein nemen naar Deventer. Verdachte sprak hen aan. Hij schreeuwde tegen [slachtoffer C]. De strekking was dat hij [slachtoffer C] voor kankerhoer uitschold en dat zij terug naar Sneeuwwitje moest gaan om voor hem geld te verdienen. [slachtoffer C] had daarvoor tegen hem gezegd dat zij geen geld had. [slachtoffer C] en verdachte kregen toen ruzie met elkaar. [slachtoffer C] liep weg en verdachte sprak [slachtoffer B] toen aan. Hij vroeg aan haar of zij geld had. Zij zei "ja". Hij zei toen "geef". Toen zei [slachtoffer B] tegen hem "ben je ziek geworden in je kankerhoofd". Verdachte zei toen tegen [slachtoffer B]: "je moet je bek houden, jullie gaan nu weer terug naar Sneeuwwitje om te werken".11 Verdachte werd kwaad en [slachtoffer B] liep toen weg. Vervolgens hoorde zij dat iemand achter haar aan kwam rennen. Tegelijkertijd voelde zij een harde duw in haar rug en werden haar benen onder haar lichaam weggeschopt. Hierdoor viel zij met haar gezicht op de grond. Zij stond op en voelde het bloed uit haar mond en lip weglopen. Zij veegde met haar rechterhand over haar gezicht en zag dat dat ze onder het bloed zat.12

Aangeefster [slachtoffer C] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat zij in augustus 2008 vrijwillig als prostituee ging werken bij Jan Bik in Apeldoorn. Zij had toen een weekend gewerkt. Een paar dagen later leerden [slachtoffer C] en [slachtoffer B] tijdens het uitgaan in Apeldoorn [verdachte E] en [verdachte F] kennen. Later leerden zij verdachte, [verdachte B], kennen. Deze jongens wisten dat zij als prostituee werkzaam was. Verdachte vroeg aan [slachtoffer C] wat zij verdiende. Hij stelde voor dat zij beter konden samenwerken. De drie jongens zouden gaan dealen in drugs en [slachtoffer C] zou haar verdiende geld aan hen geven. Zij noemden dit een spaarplan. Haar geld zou in een potje gaan en uiteindelijk wilden de jongens een wietplantage bouwen. Zij zou € 30.000,- per kwartaal krijgen. [slachtoffer C] wilde niet als prostituee werken. [verdachte E] en verdachte zeiden dat [slachtoffer C] er toch mee door moest gaan, want zij werkte al als prostituee. [slachtoffer C] moest geen spelletjes met hen spelen en zij hadden al kosten voor haar gemaakt. Zij moest binnen vijf dagen € 1.000,- voor verdachte verdienen omdat hij een scooter of motor wilde. Als [slachtoffer C] dat niet zou doen, zouden er gekke dingen gebeuren. Verdachte wist waar haar moeder en zusje woonden en [slachtoffer C] was bang dat hij hun wat aan zou kunnen doen. Zij ging toen weer als prostituee werken bij Jan Bik in Apeldoorn. [verdachte E], verdachte en [verdachte F] brachten haar iedere dag na haar werk naar huis, zij bleven bij haar slapen en lieten haar geen moment alleen en de volgende dag brachten zij haar weer naar het werk bij Jan Bik in Apeldoorn. Iedere dag dat [slachtoffer C] werkte, kwam een van deze jongens haar verdiende geld ophalen. Zij mocht zelf niets houden.13 Na een week werken had zij € 800,- verdiend. In Apeldoorn heeft zij [verdachte E] die € 800,- gegeven. [verdachte E] gaf dit geld aan verdachte. [slachtoffer C] had dit zelf gezien, want zij stond er naast. Verdachte was kwaad omdat [slachtoffer C] niet al het geld bij elkaar had.14 Zij had in totaal ongeveer twee maanden gewerkt bij Jan Bik. Van augustus 2008 tot het eind van de ramadan, vermoedelijk september 2008.15

[slachtoffer C] heeft verder verklaard dat in de periode tussen Jan Bik en Nijmegen een vriend van de jongens een oud kinderziekenhuis in Apeldoorn had gehuurd. [verdachte E] nam haar met de auto daar mee naar toe. Op het moment dat zij daar kwam, waren daar twee meisjes, die later weggingen, [verdachte F], [verdachte E] en nog een paar jongens. Zij moest seks hebben met die jongens.16 Zij was daar in totaal twee of drie keer geweest. Een keer moest zij seks hebben met jongens.17

In september of oktober 2008, direct na de periode bij Jan Bik, hadden [verdachte E], verdachte en [verdachte F] uitgezocht dat [slachtoffer C] in Nijmegen moest werken. Zij kon daar volgens hen meer verdienen. Zij moest in Nijmegen aan de Waalkade een raam huren en moest als prostituee werken. Zij wilde dit niet, maar moest geld verdienen, anders werden zij boos. Zij had een weekend in Nijmegen gewerkt. Het geld dat zij hier verdiende, moest zij afstaan aan genoemde jongens. [slachtoffer C] wilde stoppen, maar kon dat niet omdat ze haar een schuldgevoel aanpraatten en zij heel veel geld zou moeten terug betalen.18 Verdachte, [verdachte E] en [verdachte F] hadden haar met de auto naar Nijmegen gebracht.19 [slachtoffer C] had de jongens gebeld met de mededeling dat zij ongesteld was geworden en dat zij niet meer wilde. Zij had buikpijn. [slachtoffer C] zei dat zij een morning-afterpil moesten regelen. Die jongens zeiden dat zij toch geen € 390,- voor haar zouden betalen voor niks. Zij had pas € 50,- verdiend. Zij zeiden dat [slachtoffer C] gewoon door moest werken, ook al was zij ongesteld.20 Die eerste avond kwamen die jongens om de beurt bij haar langs om het geld op te halen.

[slachtoffer C] ging met [slachtoffer B] bij club Sneeuwwitje in Linne werken. Verdachte belde 's avonds en vroeg wat zij verdienden. Hij zei dat hij nog geld van hen kreeg voor een treinkaartje en eten en zo. Dit was helemaal niet waar. Deze telefoontjes bleven doorgaan. Verdachte kwam ook in de club met zijn kameraadjes. Na een paar dagen was [slachtoffer C] zo ziek van dat gezeur over geld dat zij verdachte geld had gegeven.21 [slachtoffer C] heeft verklaard dat zij in de periode van Sneeuwwitje in Linne bij die club verbleef. Als zij vrij was, wat bijna nooit gebeurde, dan sliep zij in een hotel. In totaal heeft zij twee nachten in een hotel geslapen in Steinbarchem. Dit hotel lag dicht bij de snelweg. Volgens [slachtoffer C] was dat in oktober. Zij had zich daar ingeschreven met haar ID-kaart. [slachtoffer B] verbleef daar ook. Zij hadden twee kamers.22

In totaal had zij twee of drie keer geld aan verdachte gegeven.23

[slachtoffer C] heeft verder verklaard dat verdachte vernielingen had aangericht in de woning van haar vader in Zutphen. Hij was erg agressief. Hij gooide zijn telefoon kapot tegen de muur van haar slaapkamer. [slachtoffer C] werd steeds uitgescholden. Zij had hem verneukt. Als zij zou stoppen, moest zij hen heel veel geld terugbetalen. Als zij zou stoppen zou zij er wel achter komen, zeiden ze. Er werd ook steeds gezegd dat de tank van de auto niet op water liep en zo.24

[verdachte E] had tegen [slachtoffer C] gezegd: "Kankerhoer ik maak je kapot". Hij zei dat wanneer [slachtoffer C] niet wilde werken. Hij zei dan: "Denk je dat de auto op water loopt. We brengen je iedere keer met de auto van Zutphen naar Apeldoorn". Hij dreigde ook iedere keer met zijn stiefvader [naam D]. Dat was een hele grote man en daar was [slachtoffer C] bang voor. Hij zei ook: "Zal ik [naam D] even langs sturen bij Jan Bik".25

[slachtoffer C] heeft over [slachtoffer B] nog verklaard dat [verdachte A] in Geleen was en dat [slachtoffer B] het zielig vond dat hij steeds geen geld had en zijn vrienden wel. Omdat [slachtoffer B] dit zielig vond, had zij hem geld gegeven. Later hoorde [slachtoffer C] dat hij domme dingen tegen [slachtoffer B] zei wanneer zij hem geen geld gaf. Hij schold haar uit voor "kankerhoer" en verwachtte geld van haar. Bij Sneeuwwitje moest [slachtoffer B] geld afgeven aan [verdachte A], aldus [slachtoffer C]. [slachtoffer C] heeft verder verklaard dat zij met [slachtoffer B] naar Roermond was gegaan en dat [slachtoffer B] op het station door verdachte in elkaar was geslagen, omdat hij geld wilde. Hij werd heel boos. [slachtoffer B] en [slachtoffer C] liepen weg en toen trapte verdachte [slachtoffer B].26

Onderzoek clubs

Getuige [getuige A] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat zij begin juli 2008 tot en met maart 2009 werkzaam was als prostituee bij seksclub Sneeuwwitje in Linne.27 Zij kreeg een paspoort van een meisje, naar later bleek [slachtoffer B] ([slachtoffer B]). Zij begon in september of oktober 2008 bij Sneeuwwitje te werken. Zij verdiende minimaal € 3.000,- à € 4.000,- in de week. Zij had nooit geld en was altijd aan het sms'en en bellen en maakte dan via de telefoon ruzie met iemand.28 [slachtoffer B] werkte daar ongeveer drie of vier maanden. [slachtoffer B] werd gebeld en dan hoorde [getuige A] haar ruzie maken en hoorde dat zij bang was. Zij sprak met die persoon over het werk, wat zij had verdiend en of het druk was.29

Getuige [getuige B] ([getuige B]) heeft, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij met [verdachte A] [slachtoffer A] en [slachtoffer B] heeft afgezet bij Sneeuwwitje in Linne. De volgende dag belden zij [verdachte A] weer op en toen haalden [getuige B] en [verdachte A] de vrouwen weer op.30 [getuige B] heeft [slachtoffer A] en [slachtoffer B] twee of drie keer naar Sneeuwwitje gebracht en weer opgehaald.31 Volgens [getuige B] gebruikten [slachtoffer A] en [slachtoffer B] daar cocaïne. Zij hadden dat nodig om de hele nacht actief te blijven.32

Woning [verdachte F]

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat hij in juni, juli en augustus 2008 veel omging met medeverdachte [verdachte F]. Hij was bevriend met [verdachte F]. De ouders van [verdachte F] waren in die periode vaak op vakantie en dan zaten [verdachte E] en [verdachte F] vaak in de ouderlijke woning van [verdachte F] in de wijk De Maten in Apeldoorn. In die woning kwam ook verdachte. Verdachte kwam daar met een meisje genaamd [slachtoffer C] [slachtoffer C], ongeveer 21 á 22 jaar oud. [verdachte E] hoorde van haar dat zij werkzaam was in de prostitutie. [slachtoffer C] was geregeld weg en kwam dan later 's avonds samen met verdachte bij de woning van [verdachte F].33 [slachtoffer C] sliep wel eens met verdachte bij [verdachte F] thuis. [verdachte E] had ook wel eens bij [verdachte F] geslapen. Verdachte en [slachtoffer C] sliepen dan op zolder.34

Medeverdachte [verdachte F] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat [slachtoffer C] twee á drie keer bij hem thuis is geweest. Verdachte nam haar altijd mee. Verdachte had een sleutel van de ouderlijke woning van [verdachte F]. Verdachte had seks met [slachtoffer C] in die woning. Dat kon [verdachte F] horen.35

Jan Bik in Apeldoorn

Medeverdachte [verdachte E] was [slachtoffer C] en verdachte tegengekomen toen zij in de auto zaten op de parkeerplaats naast de school, en voor Jan Bik. Zij hadden elkaar daar gesproken en verdachte was achter [verdachte F] en [verdachte E] aan gereden naar de woning van [verdachte F] in de Maten.36

Hotel in Nijmegen en Stein

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat hij verdachte wel eens had weggebracht naar Nijmegen. Verdachte was samen met [slachtoffer C]. Verdachte wilde naar het Van der Valk Hotel in Nijmegen. Verdachte, [slachtoffer C], [verdachte F] en [verdachte E] zijn naar Nijmegen gereden in de Ford Mondeo van [verdachte E]. Verdachte en [slachtoffer C] werden bij het Van der Valk hotel afgezet.37

In het proces-verbaal van bevindingen van 29 juli 2010 is vermeld dat op een registratieformulier van de Bastion hotelgroep uit Nijmegen de naam van verdachte, [verdachte B], staat. De aankomstdatum was 19 september 2008 en de vertrekdatum was 20 september 2008. Daarnaast was er een factuur waarop stond dat twee volwassenen gebruik hebben gemaakt van de kamer.38

In het proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2010 is vermeld dat uit informatie van het Van der Valk hotel in Stein-Urmond bleek dat in de nacht van 2 op 3 oktober 2008 op naam van [verdachte A] een tweepersoonskamer was geboekt. In dezelfde nacht van 2 op 3 oktober 2008 had [slachtoffer C] eveneens een tweepersoonskamer geboekt.39

Rijden voor [verdachte B]

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat hij wel eens met [verdachte F] naar Deventer was geweest met de auto, een Ford Mondeo. Verdachte belde naar [verdachte F] met de vraag om hem op te halen in Deventer bij het huis van verdachte.40 [verdachte E] had bij elkaar € 30,- gekregen voor de verreden benzine omdat hij verdachte had weggebracht en een andere keer in Deventer had opgehaald.41 [verdachte E] had geregeld voor verdachte gereden naar Nijmegen of Deventer. Dat was een keer of vijf of zes gebeurd. [slachtoffer C] was daar twee á drie keer bij geweest.42 Als [verdachte E] voor verdachte had gereden dan betaalde hij hem wel goed.43

Vernieling in de woning van de vader van [slachtoffer C]

Medeverdachte [verdachte F] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat [slachtoffer C] vaak met verdachte was. [verdachte F] was ergens in juli 2008 met verdachte een keer in de woning van [slachtoffer C] in Zutphen geweest. [slachtoffer C] had toen een relatie met verdachte.44 [verdachte F] had wel eens van verdachte gehoord dat verdachte in het huis van [slachtoffer C] iets kapot gooide. Dat was in Zutphen. Dat was in de tijd dat de vader van [slachtoffer C] vast zat.45

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat hij een paar keer naar Zutphen was geweest. Toen ging hij samen met [verdachte F] en verdachte naar de woning van de vader van [slachtoffer C].46 [verdachte F] en [verdachte E] waren een keer in Zutphen bij [slachtoffer C] thuis toen ze ruzie hadden. Er werd over en weer gescholden en verdachte gooide de wasmand met kleren door het huis. Ook trapte hij tegen de deuren. Daarna ging verdachte kwaad weg.47

Spaarplan

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat [slachtoffer C] tegen hem wel eens had gezegd dat verdachte voor haar spaarde.48 [verdachte E] wist dat verdachte het geld van [slachtoffer C] spaarde en [verdachte E] dacht dat dat voor een auto was. Hij ging hiervan uit omdat verdachte geen vervoer had.49

Scooter/runner/auto

Medeverdachte [verdachte E] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat hij wel een keer geld van [slachtoffer C] aan verdachte had gegeven. Hij kreeg geld van [slachtoffer C] toen zij op het station stonden. [slachtoffer C] gaf hem het geld en vroeg of [verdachte E] dit aan verdachte wilde geven. [verdachte E] moest erbij zeggen dat verdachte een kankerlijer was. Hij kreeg bankbiljetten van € 50,-, € 20,- en € 10,-. Hij had het geld niet geteld. Zij had het geld dubbelgevouwen en gaf hem dat zo. Hij zag briefjes van € 50,- zitten. Hij dacht dat het wel

€ 800,- kon zijn geweest.50

Onder druk zetten

Getuige [getuige C] heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat zij een vriendin is van [slachtoffer C] en [slachtoffer B]. [slachtoffer C] was onder druk gezet door een Marokkaanse jongen van wie getuige de naam niet meer durfde te zeggen. [slachtoffer B] werd onder druk gezet door een Somalische jongen die zij kende als [verdachte C] ([verdachte C]). Beide jongens kwamen uit Apeldoorn. Ze hadden beide meisjes op verschillende plekken, waaronder Jan Bik in Apeldoorn, voor zich laten werken. Ze hebben hen heen en terug gebracht. De meisjes werden fysiek en geestelijk beïnvloed. Fysiek door slaan, onder druk zetten dat er dingen met hen zouden gebeuren als ze bepaalde dingen niet zouden doen. Van geld bleef ook nooit veel over. Er werden beloftes gedaan wat ze allemaal met het geld zouden gaan doen.51 [getuige C] had dit van [slachtoffer B] gehoord.52

Vechtpartij [slachtoffer B] en [verdachte B]

Uit de opgenomen tapgesprekken van de telefoon met nummer 31-06-[nummer] van [slachtoffer B]53 blijkt het volgende.

Op 30 januari 2009 wordt [slachtoffer B] gebeld door NNman. [slachtoffer B] vertelt dat zij eerst iets met een loverboy had, een Marokkaanse jongen die eerst in Deventer woonde en ook naar Apeldoorn is verhuisd. Zij zegt dat die gozer haar ook heel lang onder druk heeft gezet en dat ze op de Wallen moest werken in Amsterdam en Nijmegen en zo.54 [slachtoffer B] zegt dat zij moest werken bij Jan Bik. [slachtoffer B] zegt verder nog over die pooier van haar vriendin [slachtoffer C], die toen ook bij Sneeuwwitje werkte, dat hij (ook een Marokkaan) [slachtoffer C] een keer wilde slaan op het station in Roermond omdat [slachtoffer C] hem geld moest geven. Dat [slachtoffer B] er toen tussen was gaan staan en hem bij de keel had gepakt en dat hij toen haar tand eruit had geslagen. [slachtoffer B] zegt dat daarom dat een tand van haar nep is en dat al haar tanden scheef staan.55

Getuige [getuige D], de biologische vader van [slachtoffer B] [slachtoffer B], heeft onder meer, zakelijk weergegeven, bij de politie verklaard dat [slachtoffer B] in november 2008 thuis kwam met een dikke lip. De bovenlip was ter hoogte van de neus gescheurd en haar voortand zat los. Zij wilde nog naar de tandarts gaan, omdat zij bang was dat de tand eruit zou vallen. [slachtoffer B] had verteld dat zij was gevallen op het perron.56

Uit het proces-verbaal met betrekking tot de financiële gegevens van verdachte blijkt dat verdachte studiefinanciering heeft gehad en dat hij schulden had.57 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode 2007 tot 2009 voor zijn vader werkte. Zijn vader had een groothandel in vlees. Hij verdiende daarmee geen geld, maar hij at wel zijn ouders. Hij kluste in die periode wel eens wat bij, aldus verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat zij, gelet op de bovenvermelde bewijsmiddelen, geen reden heeft te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer B] en [slachtoffer C]. De verklaringen van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] worden op vele onderdelen ondersteund door verklaringen van getuigen en ander in het dossier voorhanden zijnd bewijs. Ook hebben zij consistent en gedetailleerd verklaard over het grensoverschrijdende gedrag van verdachte en diens medeverdachten. De hiervoor weergegeven verklaringen van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] kunnen derhalve ten volle aan het bewijs bijdragen.

Een bewezenverklaring van artikel 273f, eerste lid, sub 1, van het Wetboek van Strafrecht kan volgen als verdachte ten aanzien van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] een of meer handelingen heeft verricht met het oogmerk van uitbuiting en met gebruikmaking van (één van) de in dat artikel genoemde dwangmiddelen.

Een bewezenverklaring van artikel 273f, eerste lid, sub 4, van het Wetboek van Strafrecht kan volgen als verdachte [slachtoffer B] en [slachtoffer C] met gebruikmaking van (één van) de in dat artikel genoemde dwangmiddelen heeft aangezet tot prostitutie.

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

De dwangmiddelen

[slachtoffer C] verkeerde in een kwetsbare positie. Vast staat dat verdachte een (liefdes)relatie met haar onderhield. Ze was door haar liefde voor c.q. verliefdheid op verdachte emotioneel van hem afhankelijk en kon zich daardoor niet aan de situatie onttrekken. In die zin was sprake van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.

Aangeefster [slachtoffer B] verkeerde eveneens in een kwetsbare positie, omdat zij problemen had met haar ouders. Voor haar huisvesting was zij afhankelijk van verdachte. In die zin was sprake van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, zoals weergegeven, aangeefsters heeft gedwongen in de prostitutie te gaan werken en heeft tegen [slachtoffer B] daadwerkelijk geweld gebruikt. Verdachte heeft derhalve (een aantal van) de in de wet vermelde dwangmiddelen gebruikt. De rechtbank is bovendien van oordeel dat verdachte, door [slachtoffer B] en [slachtoffer C] te werk te stellen op de wijze waarop hij dat deed, misbruik heeft gemaakt van hun zwakke en kwetsbare positie en van zijn feitelijk overwicht op hen. Verdachte heeft [slachtoffer B] en [slachtoffer C] immers in hun vrijheid beperkt en hen geïsoleerd van hun familie waardoor zij niet of moeilijk konden ontsnappen aan de situatie. Ook heeft verdachte een vergaande vorm van controle, en derhalve dwang, uitgeoefend op [slachtoffer B] en [slachtoffer C] door de inkomsten uit de prostitutie te controleren. Verdachte was zich ook bewust van de feitelijke omstandigheden van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] waaruit het misbruik is voortgevloeid. Zo heeft [slachtoffer C] verklaard dat verdachte en medeverdachte [verdachte E] zeiden dat zij moest doorgaan met haar prostitutiewerkzaamheden en dat zij het verdiende geld aan hen moest afgeven voor een spaarplan. [slachtoffer C] moest geen spelletje met hen spelen en zij hadden al kosten voor haar gemaakt. Als zij niet ging werken zouden er gekke dingen gebeuren.

[slachtoffer B] heeft verklaard dat zij verdachte geld moest geven omdat hij geen geld van [slachtoffer C] kreeg. Toen [slachtoffer B] en [slachtoffer C] niet wilde werken, heeft verdachte [slachtoffer C] uitgescholden en gezegd dat zij moest werken om voor hem geld te verdienen. Verdachte vroeg vervolgens [slachtoffer B] om geld. Toen zij dat niet gaf en weigerde om te gaan werken, gebruikte verdachte geweld tegen [slachtoffer B].

Handelingen

Verdachte heeft blijkens voormelde bewijsmiddelen [slachtoffer B] en [slachtoffer C] vervoerd, overgebracht, het door hen verdiende geld afgepakt, gehuisvest en opgenomen en hen aangezet tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden.

(Oogmerk van) uitbuiting

Oogmerk veronderstelt tenminste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg.

Verdachte kreeg het door [slachtoffer B] en [slachtoffer C] verdiende geld. Als hij geen geld van [slachtoffer C] kreeg, ging hij naar [slachtoffer B] en dreigde aangeefsters. Toen [slachtoffer B] en [slachtoffer C] weigerden te werken heeft verdachte geweld tegen [slachtoffer B] gebruikt. De rechtbank leidt hieruit af, dat verdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting had toen hij de bovengenoemde handelingen verrichtte, maar hen daardoor ook daadwerkelijk uitbuitte. Ondersteuning voor dat oordeel vindt de rechtbank in het feit dat verdachte [slachtoffer B] en [slachtoffer C] verplichtte om veel te werken en ook te werken als ze menstrueerden, terwijl zij dat eigenlijk niet wilden of niet konden, kennelijk alleen om meer geld voor hem te verdienen.

Voordeel trekken uit de uitbuiting en gedwongen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de prostitutie

Verdachte heeft van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] geldbedragen ontvangen tijdens de periode dat zij voor verdachte als prostituee werkten. Mede gelet op hetgeen hiervoor omtrent de uitbuiting van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] is overwogen, leidt dit tot de conclusie dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer B] en [slachtoffer C] (artikel 273f, eerste lid, sub 6 van het Wetboek van Strafrecht), alsmede dat verdachte [slachtoffer B] en [slachtoffer C], die geld aan hem afdroegen uit hun prostitutiewerkzaamheden, door het hanteren van dwangmiddelen heeft gedwongen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van dat prostitutiewerk (artikel 273f, eerste lid, sub 9 van het Wetboek van Strafrecht).

In vereniging

De rechtbank is van oordeel dat uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten.

[slachtoffer B] werd door verdachte en diens medeverdachten naar Linne gestuurd om als prostituee te gaan werken. Verdachte en diens medeverdachten regelden (daar) het vervoer en zij incasseerden het door [slachtoffer B] verdiende geld.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben [slachtoffer C] aangezet om in de prostitutie te blijven werken. Zij hebben bij [slachtoffer C] aangedrongen om te gaan werken bij Jan Bik in Apeldoorn en op de Waalkade in Nijmegen. Er werd een werkplek in Linne geregeld, alsmede het vervoer van en naar de club. Om de beurt hebben verdachten en zijn medeverdachten geld bij [slachtoffer C] opgehaald.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde tezamen en in vereniging heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2008 tot en met 22 januari 2009 te Apeldoorn en/of Deventer en/of te Linne en/of Geleen,

(art 273f SR lid 3 sub 1)

tezamen en in vereniging met anderen,

een ander, te weten, [slachtoffer B],

(art 273f SR lid 1, onder 1°)

door dwang en geweld en één of meer (andere) feitelijkheden en misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer B],

en

(art 273f Sr lid 1, onder 4°)

die [slachtoffer B], (telkens) met één of meerdere van de onder 10 van artikel 273f lid 1

Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

een kwetsbare positie

heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

arbeid en/of diensten,

en

(art 273f SR lid 1, onder 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer B],

en

(art 273f Sr lid 1, onder 9°)

die [slachtoffer B] telkens met één of meerdere van de onder 1 ° van artikel 273f lid 1 Sr

genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie,

heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele

handelingen met of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders,

- die [slachtoffer B] voorgehouden dat hij en/of zijn mededader(s), het door haar

verdiende geld zou(den) beheren en/of investeren (zodat zij haar inleg later

verdubbeld terug zou krijgen) en/of

- die [slachtoffer B] vervoerd naar en vanaf locaties waar zij als prostituee werkte

en/of

- het geld van die [slachtoffer B] geïncasseerd en/of

- gecontroleerd of [slachtoffer B] geen geld voor verdachte en/of zijn mededader(s)

achterhield (onder meer door in haartas te zoeken) en/of

- die [slachtoffer B] voorgehouden dat hij en/of zijn mededader(s), het door haar

verdiende geld zou(den) beheren en/of investeren (zodat zij haar inleg later

verdubbeld terug zou krijgen) en/of

- die [slachtoffer B] boos toegesproken wanneer zij te weinig geld had verdiend,

- terwijl die [slachtoffer B] geen vaste woon- of verblijfplaats had en die [slachtoffer B] gehuisvest,

- terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) schulden heeft/hebben en/of geen inkomsten heeft/hebben uit reguliere arbeid,

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer B] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en zijn mededaders heeft kunnen bieden;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 31 december 2008 te Apeldoorn en/of Deventer en/of Geleen en/of Linne en/of Nijmegen,

(art. 273 f SR, lid 3 sub 1)

tezamen en in vereniging met anderen,

een ander, te weten, [slachtoffer C],

(art. 273f SR, lid 1, onder 1°)

door dwang en één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden, door afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misbruik van de kwetsbare positie,

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer C],

en

(art. 273f Sr, lid 1, onder 4°)

die [slachtoffer C], (telkens) met één of meerdere van de onder 1 ° van artikel 273f lid 1 Sr genoemde middelen, te weten dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten

en

(art. 273f SR, lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer C],

en

(art. 273f Sr, lid 1, onder 9°)

die [slachtoffer C] (telkens) met één of meerdere van de onder 1° van artikel 273f lid 1 Sr

genoemde middelen, te weten dwang en één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie,

heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele

handelingen met en/of voor een derde,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer C] bewogen om haar werkzaamheden als prostituee voort te zetten op een locatie waar zij volgens verdachte en/of zijn mededader(s) meer geld kon verdienen en

- die [slachtoffer C] voorgehouden dat zij geld moest verdienen ten behoeve van de investering (door verdachte en/of zijn mededader(s)) in wietplantages en/of een (zogenaamd) spaarplan waaruit die [slachtoffer C] dan na enige tijd maandelijks circa 10.000 euro uitgekeerd zou krijgen en

- die [slachtoffer C] bedreigd en/of geïntimideerd met de opmerking dat er 'gekke dingen' zouden gebeuren als zij geen geld voor verdachte en mededader(s) zou verdienen en/of met de opmerking dat zij bij verdachte en/of zijn mededader(s) een geldschuld had die moest worden terugverdiend en

- (mede) bepaald waar die [slachtoffer C] als prostituee moest gaan werken en/of haar werktijden bepaald en

- die [slachtoffer C] vervoerd naar de locatie waar zij haar werkzaamheden als prostituee moest verrichten en/of

- die [slachtoffer C] verboden om met haar werkzaamheden als prostituee te stoppen en

- het gaan en staan van die [slachtoffer C] onder intensieve controle gehouden en

- die [slachtoffer C] geboden door te werken als prostituee op momenten dat zij ongesteld was en

- het door die [slachtoffer C] als prostituee verdiende geld ingenomen.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1 en 2, telkens: medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. De officier van justitie heeft tevens gevorderd een geldboete van € 10.000,-. De officier van justitie heeft hierbij rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

De raadsman heeft, naar de rechtbank begrijpt, bepleit een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte in het kader van een veroordeling in een andere strafzaak in het recidivetraject zit en bezig is om terug te keren in de samenleving. Een detentie zal dit traject doorkruisen. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn gewijzigd in die zin dat hij geen contact meer heeft met randfiguren, in een andere woonplaats verblijft en namens de het landelijk project Delinkwentie & Samenleving voorlichting geeft op scholen. Tevens verzoekt de raadsman rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van twee jonge vrouwen, gedurende periodes van drie voor wat betreft [slachtoffer B] en ongeveer vijf maanden voor wat betreft [slachtoffer C]. Met één van de vrouwen heeft verdachte een relatie gehad. Deze vrouwen verkeerden in een kwetsbare positie. Zij hadden thuis problemen. Verdachte en zijn mededaders hebben de vrouwen ingepalmd en gedwongen te werken in de prostitutie, waarbij dwang en/of geweld door verdachte en diens mededaders werden gebruikt. Deze vrouwen moesten ook tijdens de menstruatie doorwerken. Zij werden tijdens hun werkzaamheden als prostituee gecontroleerd en in de gaten gehouden. Zij werden gehaald en gebracht naar de clubs waar zij werkten. De opbrengst van de werkzaamheden moesten de vrouwen afstaan.

Juist omdat het hier om prostitutiewerkzaamheden ging, heeft verdachte door aldus te handelen een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vrouwen. Dat zij aanvankelijk vrijwillig in de prostitutie wilden gaan werken, doet daaraan niet af. Immers, de omstandigheden waaronder zij in de prostitutie hebben gewerkt zijn niet de omstandigheden waarin een mondige prostituee werkzaam dient te zijn. Verdachte heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen die de vrouwen zouden ondervinden als gevolg van zijn handelen. Hij heeft zich louter laten leiden door zijn eigen financieel gewin. De rechtbank rekent hem dit ernstig aan. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden.

De rechtbank houdt verder rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank houdt bij het opleggen van na te melden straf op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht rekening met de veroordeling bij het gerechtshof te Arnhem van

11 maart 2011.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren opleggen met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Voor het opleggen van een geldboete zoals door de officier van justitie voorgesteld, ziet de rechtbank geen aanleiding. Een geldboete verdraagt zich immers niet met de ernst van de feiten. De rechtbank acht in dit soort zaken oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende sanctie.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 1 en 2, telkens: medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Kropman, voorzitter, Prisse en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juni 2012.

Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0664/09-205343, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team regionale recherche, gesloten en ondertekend op 26 november 2010.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer B], p. 545.

3 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 542 en 2101.

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 545.

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 546.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 550.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 551.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 552.

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 563.

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 561.

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 562.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer B], p. 562.

13 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 712, 720 en 721.

14 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 721.

15 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 712, 720 en 721.

16 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 724.

17 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 728.

18 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 712.

19 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 722.

20 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 723.

21 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 730.

22 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 747.

23 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 758.

24 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 749 en 721.

25 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer C], p. 760.

26 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer C], p. 731.

27 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 849.

28 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 850.

29 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 851.

30 Proces-verbaal van getuige [getuige B], p. 1329.

31 Proces-verbaal van getuige [getuige B], p. 1330.

32 Proces-verbaal van getuige [getuige B], p. 1332.

33 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2273.

34 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2305.

35 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer F], p. 2353.

36 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-5.

37 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2285.

38 Proces-verbaal van bevindingen van 29 juli 2010, p. 2249 en 2250.

39 Proces-verbaal van bevindingen van 23 september 2010, p. 1400 en 1402.

40 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2284.

41 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2307.

42 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-6.

43 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-4.

44 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer F], p. 2354.

45 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [slachtoffer F], p. 2377.

46 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2285.

47 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-4.

48 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-5.

49 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-8.

50 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte E], p. 2308-9.

51 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige C], p. 1214 en 1216.

52 -verbaal van verhoor van getuige [getuige C], p. 1214 en 1217.

53 Tapgesprekken, p. 1290-1293.

54 Tapgesprekken, p. 1291.

55 Tapgesprekken, p. 1292.

56 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige D], p. 130 en 800.

57 Proces-verbaal met betrekking tot financiële gegevens, p. 1710-1714.