Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4004

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
19-07-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
483340 HA VERZ 12-33
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Kantonrechter geeft stichting Reflector tot 30 juli 2012 om het verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst in te trekken. Als het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken ontbindt de overeenkomst met ingang van 1 augustus 2012 en kent de verweerder, (mede)oprichter van de stichting, een vergoeding toe van €30.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0724
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Zutphen

Zaaknummer: 483340 HA VERZ 12-33

grosse aan: mr. J.C.E. Siebenga-Moggré

afschrift aan: mr. M.C. Noordergraaf

verzonden d.d.:

beschikking van de kantonrechter d.d. 19 juli 2012

in de zaak van:

de stichting

STICHTING REFLECTOR ZUTPHEN,

gevestigd te Zutphen,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.C.E. Siebenga-Moggré,

tegen:

[verweerder],

wonende te Zutphen,

verweerder,

gemachtigde: M.C. Noordergraaf.

Partijen worden hierna Reflector en [verweerder] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de producties 11 tot en met 13 van Reflector;

- de pleitaantekeningen van Reflector;

- de pleitaantekeningen van [verweerder];

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting van 28 juni 2012.

2. De vaststaande feiten

2.1 Reflector is een stichting die volgens haar statuten beoogt dat kinderen, tieners en jongeren op mogen groeien tot geestelijke en sociaal-emotioneel stabiele volwassenen die in staat zijn hun plaats in de maatschappij in te nemen. Zij doet dit door activiteiten voor jongeren te organiseren in de wijk Waterkwartier te Zutphen. Reflector is voor wat betreft haar inkomen volledig afhankelijk van giften uit de achterban, waaronder de christelijke en de vrijgemaakte kerk in Zutphen.

2.2 [verweerder], geboren op [datum, 1973], heeft Reflector samen met zijn vrouw opgericht. Sinds november 1999 is [verweerder] bij Reflector in dienst als directeur. Zijn salaris bedraagt op dit moment € 2.567,20 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Reflector werkt verder met 15 tot 20 vrijwilligers en verschillende student-stagiaires. Deze worden door [verweerder] aangestuurd.

2.3 Een van de vrijwilligers met wie [verweerder] enkele jaren heeft samenwerkt is mevrouw [naam A] (hierna: [naam A]). [naam A] was als stafmedewerker verantwoordelijk voor het tiener-, jongeren- en meidenwerk.

2.4 Op enig moment is de relatie tussen [verweerder] en [naam A] dermate intensief geworden – partijen spreken over geestelijke intimiteit en wederzijdse afhankelijkheid – dat hiermee de samenwerking binnen Reflector en de thuissituatie van [verweerder] onder druk is komen te staan. [naam A] wilde op enig moment alleen nog maar een zakelijke, collegiale verhouding, maar [verweerder] kon zich daar niet goed bij neerleggen.

2.5 Een en ander heeft ertoe geleid dat [verweerder] na een hoogoplopend conflict met [naam A] op 1 november 2011 per e-mail bij de voorzitter van het bestuur (de heer [naam B]) zijn ontslag heeft ingediend. Hierna is het bestuur met zowel [verweerder] als [naam A] in gesprek gegaan. In de teamvergadering van 8 november 2011, die [verweerder] ook heeft bijgewoond, heeft het team besloten dat er toch voldoende draagvlak was om [verweerder] zijn werkzaamheden te laten hervatten. Dat is feitelijk ook gebeurd.

2.6 In de maanden daarna heeft Reflector door middel van gesprekken en mailcontact met [verweerder] en [naam A] geprobeerd de werkverhouding tussen [verweerder] en [naam A] te (helpen) normaliseren. Dat verliep moeizaam.

2.7 Op instigatie van Reflector is in december 2011 een mediationtraject van start gegaan onder leiding van de voorzitter van het bestuur. Eind januari 2012 heeft [verweerder] zich uit de mediation teruggetrokken, omdat hij vond dat er geen goede balans was (een van de bestuursleden was een vriendin van [naam A].

2.8 Bij brief van 23 februari 2012 heeft het bestuur [verweerder] voor twee maanden met betaald verlof gestuurd en hem verboden het pand van Reflector (Lighthouse) te betreden of zich bij medewerkers van Reflector in privé te vertonen. [verweerder] heeft dat verbod echter niet geaccepteerd. Op 28 februari 2012 is een en ander geëscaleerd, in die zin dat [verweerder] zich ondanks het verbod daartoe heeft gemeld in het pand van Reflector. Een door Reflector ingeschakelde predikant moest eraan te pas komen om [verweerder] te laten vertrekken.

2.9 In diezelfde periode heeft Reflector een ‘commissie van wijzen’ aangezocht om te adviseren over het functioneren van [verweerder] als directeur en over een oplossing van het conflict. In haar advies van 3 april 2012 concludeerde de commissie:

“(...) Kern van de problematiek is ons inziens dat [verweerder] en [naam A] een relatie met elkaar zijn aangegaan die verder ging dan een werkrelatie. Beide spreken van geestelijke intimiteit. Onze interpretatie is dat deze intimiteit hen uiteindelijk in een wurggreep heeft gebracht. Beide zijn hiervoor verantwoordelijk, maar de verantwoordelijkheid van een leidinggevende ligt op een ander niveau. Hij is hier eerst verantwoordelijk voor.

De grensoverschrijdende geestelijke intimiteit heeft er toe bijgedragen dat ze emotioneel afhankelijk werden van elkaar. Met als gevolg dat het ‘geestelijk leiderschap’ onder druk kwam te staan en er spanning en labiliteit in de besluitvorming en derhalve op de werkvloer kwam. Dit in combinatie met een bestuur dat niet vanuit een helder beschreven visie bestuurde (vastgelegd in een bestuursmodel/bestuursstatuut) en formeel en functioneel te laat betrokken is bij de problematiek zorgt er voor dat het werk van Reflectorenorm onder druk is komen te staan. (...) Wij trekken hieruit de conclusie dat verdere samenwerking tussen [naam A] en [verweerder] niet gewenst is. Gezamenlijk in dezelfde (kleine) organisatie werkzaam zijn, lijkt ons inziens niet meer mogelijk. Eén van tweeën ontslaan zou ons inziens geen recht doen aan de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding tussen [naam A] en [verweerder]. Hier zijn ze namelijk beide verantwoordelijk voor. (...) Wanneer we nog enige mogelijkheid tot herstel van de verstoorde werkrelatie tussen [verweerder] en [naam A] en [verweerder] en het bestuur zouden zien dan zouden we ervoor kiezen om een hersteltraject in te gaan. Maar vanuit onze bevindingen zien we zeker m.b.t. de verstuurde werkrelatie [naam A] en [verweerder] hier geen verantwoorde mogelijkheden toe. (...)”

De commissie adviseerde Reflector toe te werken naar beëindiging van de werkrelatie met zowel [verweerder] als [naam A] per 1 augustus 2012 en daarnaast de eigen (bestuurs)structuur te reorganiseren.

2.10 Reflector heeft het advies van de commissie opgevolgd, in die zin dat zij een interim-bestuursvoorzitter heeft aangesteld, de relatie met [naam A] heeft beëindigd en de onderhavige ontbindingsprocedure heeft ingeleid, nadat [verweerder] niet bereid was gebleken zelf op te stappen. Inmiddels was een interim-directeur belast met (een deel van) de werkzaamheden van [verweerder].

3. Het verzoek

3.1 Reflector verzoekt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, per de eerst mogelijke datum te ontbinden, zonder toekenning van een vergoeding.

3.2 Reflector legt aan haar verzoek, onder verwijzing naar (onder meer) de vaststaande feiten, primair ten grondslag dat [verweerder] stelselmatig weigert opdrachten van het bestuur uit te voeren en het werk van de stichting zelfs schade toebrengt. Dit levert volgens haar een dringende reden op. Subsidiair is volgens Reflector sprake van gewijzigde omstandigheden daarin bestaande dat [verweerder] zijn taken als leidinggevende heeft verwaarloosd en een grensoverschrijdende relatie met een vrijwillige stafmedewerkster is aangegaan, waardoor er geen vertrouwen meer bestaat in een voortgezette vruchtbare samenwerking. Omdat de ontstane situatie geheel aan [verweerder] valt te verwijten, is voor een ontbindingsvergoeding geen grond aanwezig. [verweerder] heeft zich in het conflict escalerend en contra-productief opgesteld. In zijn relatie tot [naam A] heeft hij zich intimiderend gedragen. De pogingen tot oplossing van het conflict heeft hij gefrustreerd en hij heeft bestuursbesluiten naast zich neergelegd. Een toekomst met [verweerder] is daarom uitgesloten.

4. Het verweer

4.1 [verweerder] heeft primair verzocht het ontbindingsverzoek af te wijzen, met veroordeling van Reflector in de kosten van het geding. Subsidiair verzoekt hij de arbeidsovereenkomst te ontbinden met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn en onder toekenning van een vergoeding berekend aan de hand van de kantonrechtersformule, waarbij de correctiefactor wordt gesteld op C=2 zijnde een bedrag van € 47.133,79 met het opleggen van de verplichting aan Reflector tot uitbetaling van het loon tot einde dienstverband, het vakantiegeld en de niet genoten vakantiedagen over te gaan, alsmede een vergoeding in de kosten van rechtsbijstand toe te staan, dan wel over te gaan tot een ontbindingsvergoeding te bepalen in goede justitie.

4.2 Voor zover voor de beoordeling relevant heeft [verweerder] onder meer het volgende aangevoerd. Reflector gaat eraan voorbij dat hij niet alleen met al zijn arbeid en toewijding aan de stichting is verbonden, maar dat hij er in de afgelopen 12,5 jaar ook € 30.000,- eigen geld in heeft gestoken. Reflector vormt niet alleen voor [verweerder], maar voor alle betrokkenen een soort familie. De achterban van Reflector bestaat voor een groot gedeelte uit vrienden en kennissen die maandelijks doneren. Vóór de non-actief stelling was er geen sprake van een conflict. Dat is juist door die maatregel ontstaan. In de beschrijving van zijn relatie met en houding ten opzichte van [naam A] herkent hij zich niet. Hij heeft juist geprobeerd om alles te normaliseren door zelf afstand te nemen. Anders dan Reflector stelt is er nooit sprake geweest van escalatie ten overstaan van de jongeren. [naam A] en [verweerder] werkten nog maar een keer per veertien dagen op de vrijdagavond samen. Over het negeren van opdrachten van het bestuur en niet overleggen over het opnemen van vakantie stelt [verweerder] dat hij in het verleden dergelijke zaken nooit met het bestuur overlegde. Die dingen bepaalde hij zelf. Tijdens zijn vakantie stond het bestuur ineens voor zijn deur, wat hij als intimiderend heeft ervaren. Voor het afbreken van de mediation had hij goede redenen, waarvan de belangrijkste was dat het bestuur niet objectief was, omdat een van de leden goed bevriend is met [naam A]. Ook is de vertrouwelijkheid geschonden. Daarnaast heeft hij op goede gronden niet meegewerkt aan een bindend advies over zijn positie. Nadat het bestuur hem bij brief van 23 februari 2012 op non-actief had gesteld, heeft het direct alle kerken en organisaties ingelicht. Daarbij is de suggestie gewekt dat hij seksueel over de schreef was gegaan of gestolen had. Daarvan is echter nooit sprake geweest. Ten slotte geldt dat de ‘commissie van wijzen’ hem noch andere teamleden of vrijwilligers heeft gehoord met betrekking tot zijn functioneren op de werkvloer. Ten slotte wijst [verweerder] erop dat hij een dienstverband heeft en [naam A] slechts vrijwilliger was. Dat zij niet meer kunnen samenwerken onderschrijft hij, maar in die situatie ligt het voor de hand dat Reflector kiest voor het behoud van zijn dienstverband. Dat geldt te meer nu hij de oprichter van Reflector is. Al met al voelt hij zich door de handelwijze van het bestuur onnodig benadeeld en beschadigd. Van een wijziging van omstandigheden die tot ontbinding zou moeten leiden en aan hem te wijten is, is dus geen sprake, laat staan van een dringende reden.

5. De beoordeling

5.1 Ter zitting is duidelijk geworden dat de arbeidsverhouding tussen Reflector en [verweerder] dermate verstoord is geraakt dat herstel van het vertrouwen alleen mogelijk is als beide partijen dat echt zouden willen. Behalve dat partijen verschillen van mening over de wijze waarop [verweerder] aan het ontstaan en de continuering van de problemen met [naam A] heeft bijgedragen, blijkt er echter ook sprake van verschil van inzicht te bestaan over de wijze waarop aan de doelstelling van de stichting invulling moet worden gegeven. Reflector kan zich niet vinden in de daarbij voor [verweerder] geldende uitgangspunten – de vier g’s – en ook de verhouding tussen directeur en bestuur wordt als problematisch ervaren. Dat de relatie tussen Reflector en [naam A] inmiddels is geëindigd – dat heeft Reflector ter zitting bevestigd – en daarmee de primaire oorzaak van alle problemen is weggenomen, is voor Reflector geen reden de arbeidsverhouding met [verweerder] te willen continueren. Daarbij spelen, zo heeft Reflector ter zitting kenbaar gemaakt, ook uitdrukkelijk de mening van de achterban van Reflector en het oordeel van de commissie van wijzen een rol. De gedachte die Reflector daarover heeft uitgesproken is dat zowel [verweerder] als [naam A] in gelijke mate verantwoordelijk is voor de ontstane problemen en dat daarom niet voor de ene of de ander partij kan worden gekozen: beiden moeten ze het toneel verlaten.

5.2 Daarbij miskent Reflector echter dat de posities van [verweerder] en [naam A], zoals [verweerder] terecht heeft aangevoerd, wezenlijk van elkaar verschillen. [verweerder] heeft immers, anders dan [naam A], een arbeidsovereenkomst en is dus voor zijn inkomen van Reflector afhankelijk. Daarnaast is [verweerder] de (mede)oprichter van Reflector en daarmee de man van het eerste uur. Dat [verweerder], los van de problemen met [naam A], niet goed (meer) zou (kunnen) functioneren, is onvoldoende gesteld of gebleken. Waar het door Reflector genoemde grensoverschrijdende gedrag uit bestaat, is ook desgevraagd niet echt helder en concreet geworden. De door Reflector aangehaalde incidenten, die direct samenhangen met het conflict met/over [naam A] en de door het bestuur in dat conflict gemaakte keuzes (waaronder de plotselinge non-actiefstelling), vormen voor een algeheel niet (meer) functioneren onvoldoende aanwijzing. [verweerder] heeft bovendien over die incidenten een andere mening, zodat bij gebreke van duidelijk bewijs over de exacte gang van zaken niet van de juistheid van de stellingen van Reflector kan worden uitgegaan. Een dringende reden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst is daarom onvoldoende aannemelijk geworden.

5.3 De keuze van Reflector – ter zitting ondubbelzinnig uitgesproken – om het ondanks het vertrek van [naam A] niet meer met [verweerder] te willen proberen getuigt als zodanig niet van goed werkgeverschap. Dat geldt te meer, omdat de situatie met [naam A] mede heeft kunnen ontstaan omdat – zoals in het advies van de ‘commissie van wijzen’ valt te lezen – het bestuur in het verleden kennelijk onvoldoende invulling aan haar taak heeft gegeven (ontbreken van een directiestatuut, onvoldoende helderheid over verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden, ruimte voor [verweerder] om als een soort goeroe te opereren). Voor een continuering van het dienstverband ziet de kantonrechter onder voormelde omstandigheden echter onvoldoende draagvlak. Daarvoor is de positie van [verweerder] als vaandeldrager van de stichting te beeldbepalend en zijn de steun en het vertrouwen van het bestuur voor diens functioneren een te belangrijke voorwaarde.

5.4 Anders dan Reflector heeft betoogd, volgt uit het vorenstaande dat het ontstaan van deze wijziging van omstandigheden niet in overwegende mate aan [verweerder] te wijten. De hiervoor besproken feiten en omstandigheden vertalen zich in de toepassing van factor C = 1,3. Daarmee bedraagt de toe te kennen vergoeding afgerond € 30.000,- bruto.

5.5 Omdat Reflector zich op het standpunt heeft gesteld dat geen vergoeding moet worden toegekend, krijgt Reflector op de hieronder te vermelden wijze een korte termijn om het verzoek in te trekken, bij gebreke waarvan de ontbinding tot stand komt met ingang van

1 augustus 2012. In het geval Reflector bij het verzoek persisteert ziet de kantonrechter in de uitkomst van de procedure aanleiding de proceskosten te compenseren. In het andere geval ziet de kantonrechter aanleiding Reflector in de proceskosten te veroordelen, zijnde € 400,- wegens salaris gemachtigde.

6. De beslissing

De kantonrechter:

stelt Reflector in de gelegenheid uiterlijk 30 juli 2012 het verzoek in te trekken;

en voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2012;

kent aan Reflector ten laste van [verweerder] een vergoeding toe van € 30.000,- bruto en veroordeelt Reflector tot betaling van deze vergoeding aan [verweerder];

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

en voor het geval het verzoek tijdig wordt ingetrokken:

veroordeelt Reflector in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,- aan salaris gemachtigde.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Gratama, en in het openbaar uitgesproken op

19 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.