Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX3786

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
07-08-2012
Zaaknummer
06/940171-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Flessentrekkerij in Terborg en Ulft (gemeente Oude IJsselstreek) en in samenhang met ernstige recidive leidt tot een gevangenisstraf van drie jaren en het terugbetalen van benadeelde partijen van ruim €20.000,-.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer 06/940171-12

Vi-zaaknummer 99-000079 (vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling)

Uitspraak d.d. 7 augustus 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1954],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring Ter Peel te Evertsoord.

Raadsvrouw mr. Van der Koelen, advocaat te Tegelen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juli 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 16 april 2012 te Terborg in de gemeente Oude Ijsselstreek, in ieder

geval, in Nederland een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd - zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een

arbeidsovereenkomst van het [naam ziekenhuis] Ziekenhuis opgemaakt/nagemaakt en/of

(valselijk) voorzien van een handtekening welke moest doorgaan voor de

handtekening van [naam A] (hoofd personeelszaken [naam ziekenhuis] ziekenhuis)

en/of voorzien van haar -verdachtes- eigen handtekening (alsof ze werkzaam

zou zijn als medisch secretaresse in het [naam ziekenhuis] Ziekenhuis), zulks met het

oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen

te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks op na te noemen plaatsen, in

elk geval in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen

van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een)

ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte,

telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats

daarbij vermeld - gekocht, te weten:

-op of omstreeks 25 januari 2012 te Ulft, in de gemeente Oude IJsselstreek,

bij '[bedrijf slachtoffer A]' vloerbedekking in de (huur)woning van verdachte,

te weten vloerbedekking op de slaapkamer 1e verdieping en/of vloerbedekking

overloop en trapen/of vloerbedekking hal en/of vloerbedekking werkruimte,

en/of vloerbedekking berging en/of vloerbedekking woonkamer en/of keuken;

en/of

-op of omstreeks 9 februari 2012 te Ulft, in de gemeente Oude ijsselstreek bij

'[bedrijf slachtoffer B]' voor de tuin van de (huur)woning van verdachte, 55

(vijfenvijftig) m2 50 x 50 tegels 'Rustic Slade' en/of opluitband 5 (vijf) x

15 x 100 cm en/of 1 (één) basaltblok ca 35 cm hoog en/of 1 (één) hard houten

paal en of 2 (twee) pergola's met bankirai palen 9 x9 cm en/of 3 (drie)

in-lite spots en/of 1 (één) in-lite trafo en/of 1 (één) houten tuindeur met

slot en/of beslag en/of 1 (één) houten paal en/of 1 (één) berging met wanden

en rabatdelen en/of polyester dakplaten en/of 24 (vierentwintig) m2 Home Grass

Devon (kunstgras) en/of 1 (één) boom en/of 1 (één) leilinde en/of 1 (één)

taxus en/of 1 (één) thuja en/of 29 (negenentwintig) m2 sierheesters en/of

-op of omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 8 februari 2012 te

Ulft in de Gemeente Oude IJsselstreek bij '[bedrijf slachtoffer C]' voor de (huur)woning

van verdachte 2 (twee) plafonnieres en/of 1 (één) grote plafonniere en/of 1

(één) Honeywell kamerthermostaat, kleur wit en/of 1 (één) koolmonoxide/brand

melder en/of timmermateriaal (hout e.d.);

art 326a Wetboek van Strafrecht

3.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 maart 2012 tot

en met 16 april 2012 te Terborg in de gemeente oude Ijsselstreek opzettelijk

euro 450,-, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten

als lener dan wel als houder of bewaarder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op een of meer tijdstip(pen)in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot

en met 30 juni 2011 te Gendringen, in de gemeente Oude IJsselstreek, in ieder

geval in Nederland een wijziging tenaaamstelling van een bankrekening - zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een

handtekening geplaatst, welke moest doorgaan voor de handtekening van [ slachtoffer E], zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding tot het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek was een aangifte op 5 april 2012 door [slachtoffer A] terzake van oplichting/flessentrekkerij door verdachte in verband met door hem uitgevoerde werkzaamheden in haar woning, waarvoor de rekeningen door verdachte na herhaalde aanmaning niet werden betaald. Door verschillende personen is vervolgens aangifte tegen verdachte gedaan terzake van oplichting/flessentrekkerij en valsheid in geschrift, hetgeen tenslotte heeft geleid tot de aanhouding van verdachte op 16 april 2012.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Ten aanzien van feit 4 heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan bewijs.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de haar verweten feiten. Ter zitting heeft de raadsvrouw het standpunt van de verdediging toegelicht. Naar zeggen van verdachte heeft zij de onder feit 1 genoemde arbeidsovereenkomst nooit gezien, terwijl ten aanzien van de feiten onder 2 en 3 nooit het opzet bij verdachte heeft bestaan om de desbetreffende facturen niet te voldoen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Feit 1

Verdachte heeft verklaard2 dat de handtekening op de arbeidsovereenkomst, welke arbeidsovereenkomst afkomstig is uit haar dossier bij Wonion, van haar is, maar dat zij de overeenkomst als zodanig niet kent. Zij weet van niets en heeft nooit bij [naam ziekenhuis] gewerkt.

Op de vraag van verbalisanten hoe het kan dat het adres op de arbeidsovereenkomst het adres is van de gevangenis van Heerhugowaard heeft verdachte - als wordt gezegd dat zij daar toch gevangen heeft gezeten - verklaard dat dit laatste klopt.

Aangever [naam B], wijkconsulent bij de woningstichting Wonion, heeft verklaard3 dat hij op 10 april 2012 aan de politie een goedhuurdersverklaring van Vestia en een arbeidsovereenkomst met het ziekenhuis [naam ziekenhuis] heeft overhandigd, welke stukken afkomstig zijn uit het dossier van mevrouw [verdachte]. Op basis van die goedhuurdersverklaring en de arbeidsovereenkomst heeft mevrouw [verdachte] vanaf 24 januari 2012 een woning toegewezen gekregen aan de [adres] te Terborg. Doordat mevrouw [verdachte] aan de woningstichting een valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomst heeft overhandigd, deed zij voorkomen alsof zij financieel in staat was de huur te betalen. Het feit is gepleegd tussen 1 januari 2012 en 12 april 2012 binnen de gemeente Oude IJsselstreek.

Bij voormelde aangifte is een arbeidsovereenkomst4 gevoegd voor bepaalde tijd - ziende op de functie van medisch secretaresse -, gedateerd 5 december 2011 en voorzien van een handtekening van de werkgever [naam ziekenhuis] Ziekenhuis, in deze vertegenwoordigd door [naam A] (hoofd personele zaken) en de werknemer [verdachte].

[naam C], coördinator HR servicepunt bij het [naam ziekenhuis] ziekenhuis in Arnhem, heeft verklaard5 dat de haar getoonde overeenkomst niet klopt. Er staat onder meer geen logo op van [naam ziekenhuis]. [naam A] is geen hoofd personeelszaken en er werkt ook geen [naam A] bij het ziekenhuis, evenmin als ene [verdachte].

Feit 2

Incident 1

Aangever [slachtoffer A] van [bedrijf slachtoffer A] te Ulft gemeente Oude IJsselstreek heeft verklaard6 dat bij verdachte ingevolge door haar akkoord bevonden offertes schilder- en stofferingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden aan de [adres] in Terborg. Tot 5 april 2012 was er nog geen cent ontvangen. Met de offerte voor de stoffering had zij mondeling (telefonisch) ingestemd en gezegd dat hij de spullen zoals gordijnen, raamdecoratie en vloeren kon gaan bestellen.

De offerte voor de schilderwerkzaamheden is op 19 januari 2012 door verdachte voor akkoord getekend en vrijwel direct daarna zijn ze in de woning van verdachte aan de slag gegaan. Tijdens de schilderwerkzaamheden kwam verdachte met een verzoek voor een offerte voor de stoffering van haar woning. Nadat het schilderwerk klaar was is aan verdachte een factuur voor het schilderwerk gestuurd. Daarna is een stoffeerder een week lang in haar woning aan het werk geweest.

Aangever [slachtoffer A] heeft ook nog verklaard dat verdachte tijdens de werkzaamheden in haar woning tegen zijn werknemers heeft verteld dat zij medisch secretaresse was (i.v.m. feit 1).

Bij de aangifte is gevoegd een offerte betreffende de complete stoffering7 van de genoemde woning, gedateerd 25 januari 2012, onder meer ziende op het leveren en leggen van ondertapijt en tapijt slaapkamer 1e verdieping, ondertapijt en tapijt overloop en trap, ondervloer en laminaat hal en werkruimte, vinyl berging, ondervloer en laminaat woonkamer/keuken.

Verdachte heeft verklaard8 dat zij een opdracht/akkoordbevestiging heeft gegeven voor schilderwerk en het stofferen van haar woning door [bedrijf slachtoffer A]. Zij heeft via via de rekeningen van het schildersbedrijf aangeboden ter betaling.

Incident 2

Aangever [slachtoffer B] van [bedrijf slachtoffer B] te Ulft gemeente Oude IJsselstreek heeft verklaard9 dat hij op 9 februari 2012 van verdachte een door haar ondertekende opdracht/bevestiging heeft ontvangen voor een door hem opgemaakte offerte d.d. 7 februari 2012 voor het inrichten van haar tuin op het adres [adres] in Terborg. Op 20 februari 2012 zijn de werkzaamheden begonnen bij verdachte en op 1 maart 2012 was het werk af. Hij heeft geen geld ontvangen van verdachte.

Bij de aangifte is gevoegd bedoelde offerte10 van [bedrijf slachtoffer B] te Ulft, gedateerd 7 februari 2012, ziende op een totaal bedrag van 11.622,75 euro, onder meer ziende op:

het leveren en verwerken van tegels 50x50cm Rustic Slade, 50 m²

het leveren en verwerken van opluitband (bedoeld zal zijn opsluitband) 5x15x100cm t.b.v. de opsluiting van straatwerk, 49 strekkende meter

het leveren en verwerken van een basaltblok ca. 35 cm hoog, 5 stuks

het leveren en plaatsen van een rechte of toog scherm met een hard houten paal, 7 stuks (zie tevens feit 3)

het leveren en plaatsen van 2 pergola's met bankirai palen 9x9 (zie tevens feit 3)

het leveren en aanbrengen in-lite spot ASL-1A, 3 stuks

het leveren en verwerken in-lite trafo, 1 stuks

het leveren van een houten tuindeur met beslag, slot en hard houten paal

het leveren en plaatsen afdak/berging met wanden van rabatdelen en polyester dakplaten, 1 stuks

het leveren en leggen Home GrassDevon 26, 24 m²

het leveren van een boom, 3 stuks

het leveren van een lei linde 16-18, 3 stukshet leveren van een taxus voor haag maat 60-80 cm, 3,5 strekkende meter

het leveren van een thuja maat 140-160 cm, 11 strekkende meter

het aanplanten van sierheesters en vaste planten als beplanting van de tuin, 29 m²,

welke offerte is vergezeld van een door de opdrachtgever ondertekende akkoordbevinding11 gedateerd 9 februari 2012.

Verdachte heeft hierover verklaard12 dat de handtekening op de offerte van [bedrijf slachtoffer B] van haar is. Zij heeft de werkzaamheden laten verrichten die op de offerte staan. Zij heeft de rekening van het hoveniersbedrijf niet betaald omdat het geld niet voorhanden was.

Incident 4

Aangever [slachtoffer C] van [bedrijf slachtoffer C], gevestigd in Ulft gemeente Oude IJsselstreek, heeft verklaard13 dat hij via [bedrijf slachtoffer A] in contact is gekomen met verdachte, omdat [slachtoffer A] verschillende werkzaamheden niet in eigen beheer kon doen; hij werd ingehuurd door [slachtoffer A]. Hij is in de eerste week van februari bij verdachte in haar woning gedurende ongeveer 27 uur aan het werk geweest met timmerwerkzaamheden. Aan het eind van die week heeft hij verdachte ontmoet (bij de oplevering van het werk, samen met [slachtoffer A]). Daarna is hij op een gegeven moment in februari gebeld door verdachte omdat zij lampen opgehangen wilde hebben en een koolmonoxide melder en een kamerthermostaat. Deze klusjes zijn uitgevoerd. Het gaat om een bedrag van 1613,80 euro en een bedrag van 385,05 euro.

Bij de aangifte is onder meer een factuur14 gevoegd aan het adres van verdachte in Terborg voor gewerkte uren in verband met de levering van twee kleine plafonnières, een grote plafonnière, een Honywell kamerthermostaat wit en een koolmonoxide/brand melder.

Verdachte heeft hierover verklaard15 dat zij via [slachtoffer A] in contact is gekomen met [slachtoffer C] uit Ulft. Hij heeft zijn werkzaamheden uitgevoerd. Het ging om een rekening van circa 1600 en 300 euro. Voor het niet betalen van de rekening geldt hetzelfde als zij heeft verklaard ten aanzien van [slachtoffer A] en [slachtoffer B] (pag. 133, 134)

Feit 3

Verdachte heeft bekend16 de 450 euro die zij van haar buren had ontvangen in verband met het plaatsen van een gezamenlijke schutting niet te hebben gebruikt om de rekening van [bedrijf slachtoffer B] te betalen zoals met de buren was afgesproken.

Naast deze verklaring is voorhanden de aangifte van [slachtoffer D]. Hij heeft verklaard17 dat hij 450 euro naar verdachte heeft overgemaakt met de bedoeling dat zij dit geld zou gebruiken voor de betaling van de gezamenlijke schutting, zoals tussen hen was afgesproken. Verdachte zou de hele rekening van [slachtoffer B] betalen, waarvan de schutting ook deel uitmaakte. Verdachte kwam rond 1 maart met die rekening van [slachtoffer B].

Uit de voorlopige eindfactuur van [bedrijf slachtoffer B] d.d. 29 februari 20132 blijkt dat er voor plaatsen van de schutting een bedrag van 929,53 euro in rekening is gebracht18.

De rechtbank komt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van deze feiten. Dat verdachte van het begin af aan het oogmerk had om niet- of niet volledig te betalen acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden, nu uit het handelen van verdachte blijkt van een patroon van bestellen van goederen, het afhouden van - ook na herhaalde aanmaning - betalingen en het verzinnen van allerlei smoezen om het uitblijven van betalingen aannemelijk te maken. Ter zitting heeft verdachte weliswaar aangevoerd dat dhr. [slachtoffer E] de rekeningen zou voldoen, maar dat staat in schril contrast met haar verklaringen bij de politie:"....[slachtoffer E]. Die heeft er geen partij in."(pag. 75.) en naar aanleiding van de vraag dat verdachte gezegd zou hebben dat een oude man garant voor haar stond en wie die man dan was: "Ik heb dat nooit genoemd", in samenhang met de verklaringen van aangevers [slachtoffer A] en [slachtoffer C].

De rechtbank overweegt ten aanzien van de onder feit 2 vermelde goederen dat er met betrekking tot sommige goederen feitelijk sprake is van veel meer goederen, maar dat dit in beginsel ook met zich brengt dat op die onderdelen in ieder geval 1 van die goederen bewezen kan worden verklaard.

Feit 4

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het verdachte is geweest die op de bewuste 'wijziging van de tenaamstelling' een handtekening heeft geplaatst welke moest doorgaan voor de handtekening van [slachtoffer E]. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan. De verdachte behoort hiervan te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 16 april 2012 te Terborg in de gemeente Oude IJsselstreek, een arbeidsovereenkomst tijd - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk een arbeidsovereenkomst van het [naam ziekenhuis] Ziekenhuis opgemaakt/nagemaakt en voorzien van een handtekening welke moest doorgaan voor de

handtekening van [naam A] (hoofd personeelszaken [naam ziekenhuis] ziekenhuis) en voorzien van haar -verdachtes- eigen handtekening (alsof ze werkzaam zou zijn als medisch secretaresse in het [naam ziekenhuis] Ziekenhuis), zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

zij op tijdstippen op na te noemen plaatsen, een gewoonte heeft gemaakt van het kopen

van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- op of omstreeks 25 januari 2012 te Ulft, in de gemeente Oude IJsselstreek, bij '[bedrijf slachtoffer A]' vloerbedekking in de (huur)woning van verdachte, te weten vloerbedekking op de slaapkamer 1e verdieping en vloerbedekking overloop en trap en vloerbedekking hal en vloerbedekking werkruimte en vloerbedekking berging en vloerbedekking woonkamer en keuken

en

- op 9 februari 2012 te Ulft, in de gemeente Oude IJsselstreek bij '[bedrijf slachtoffer B]' voor de tuin van de (huur)woning van verdachte, 55 m2 50 x 50 tegels 'Rustic Slade' en opsluitbanden 5 x 15 x 100 cm en 1 basaltblok ca 35 cm hoog en 1 hard houten paal en 2 pergola's met bankirai palen 9 x 9 cm en 3 in-lite spots en 1 in-lite trafo en 1 houten tuindeur met slot en beslag en 1 houten paal en 1 berging met wanden van rabatdelen en polyester dakplaten en 24 m2 Home Grass Devon (kunstgras) en 1 boom en 1 lei linde en 1

taxus en 1 thuja en sierheesters en

- in of omstreeks de periode van 1 februari 2012 tot en met 8 februari 2012 te Ulft in de Gemeente Oude IJsselstreek bij '[bedrijf slachtoffer C]' voor de (huur)woning van verdachte 2 plafonnieres en 1 plafonniere en 1 Honeywell kamerthermostaat, kleur wit en 1 koolmonoxide/brand melder en timmermateriaal (hout e.d.);

3.

zij in de periode 1 maart 2012 tot en met 16 april 2012 te Terborg in de gemeente Oude IJsselstreek opzettelijk euro 450,00, toebehorende aan [slachtoffer D], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

1. valsheid in geschrift;

2. een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren;

3. verduistering.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier heeft in haar eis betrokken dat verdachte beschikt over een omvangrijke documentatie terzake dit soort feiten en dat verdachte vervolgens kort nadat zij op vrije voeten is gekomen na het uitzitten van een eerder opgelegde straf weer in de fout is gegaan. Verdachte heeft aanzienlijke schade veroorzaakt waardoor de relatief kleine bedrijven waarmee zij in zee is gegaan in problemen zijn gekomen. Met het plegen van dit soort feiten heeft verdachte inbreuk gemaakt op het voor een goed functionerend economisch verkeer noodzakelijk vertrouwen ten opzichte van bedrijven, terwijl zij bovendien misbruik heeft gemaakt van het door haar buren in haar gestelde vertrouwen.

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat de eis bovenmatig is en dat het voor de betrokken bedrijven in wezen een goed lesje is geweest en het - zeker in deze crisistijd - getuigt van naïveteit aan de zijde van deze bedrijven door geen voorschot te vragen.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een relatief kort tijdsbestek een drietal kleine ondernemers weten te bewegen tot het leveren van goederen, waarbij het om forse bedragen ging.

Verdachte heeft zodoende misbruik gemaakt van het in haar door deze ondernemers gestelde vertrouwen en heeft dusdoende het ordelijk functioneren van het economisch verkeer gefrustreerd door misbruik te maken van het door ondernemers in haar gestelde vertrouwen. De gevolgen voor juist kleine ondernemers kunnen aanzienlijk zijn. In deze is één van de ondernemers zelfs in dusdanig zwaar weer komen te verkeren dat hij wellicht genoodzaakt is om één van zijn werknemers te moeten ontslaan. Verdachte heeft eveneens misbruik gemaakt van het door een buurman in haar gestelde vertrouwen.

Daarbij komt dat verdachte in het verleden veelvuldig is veroordeeld terzake oplichting / flessentrekkerij / verduistering / valsheid in geschrift etc. en waarvoor zij tot aanzienlijke gevangenisstraffen is veroordeeld. Ook hier gaat om feiten waarbij doorgaans misbruik is gemaakt van het in haar gestelde vertrouwen. Door de reclassering wordt de kans op recidive hoog ingeschat.

In de ernstige en niet aflatende recidive van verdachte ziet de rechtbank aanleiding om een straf op te leggen zoals door de officier van justitie gevorderd.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank van 9 november 2010 (parketnummer 06/950298-10) is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafvordering. Bij onherroepelijk vonnis van de politierechter te Zwolle van 24 juni 2009 (parketnummer 99-000079-36) is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Bij besluit van 1 april 2011 is de voorwaardelijke invrijheidstelling verleend per 10 mei 2011, met een proeftijd van 365 dagen voor de bij de wet gestelde algemene voorwaarde (niet plegen van een strafbaar feit) en een proeftijd van 77 dagen voor de gestelde bijzondere voorwaarde (meldingsgebod Leger des Heils Amsterdam).

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorwaardelijke invrijheidstelling moet worden herroepen voor een periode van 77 dagen, nu de algemene voorwaarde is overtreden.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, gelet op de door haar bepleite vrijspraak van de thans aan verdachte ten laste gelegde feiten, dient te worden afgewezen.

Nu de veroordeelde voor het einde van de proeftijd strafbare feiten heeft begaan zal de rechtbank de vordering van de officier toewijzen wegens het niet naleven van de algemene voorwaarde en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] ([bedrijf slachtoffer A]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 27.246,03, te vermeerderen met de wettelijke rente

vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2, eerste gedachtestreepje, tenlastegelegde.

[slachtoffer B] ([bedrijf slachtoffer B]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 11.622,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, eveneens als benadeelde partij in het strafproces gevoegd inzake het onder 2, tweede gedachtestreepje, tenlastegelegde.

Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij aangevoerd dat hij spullen - voor zover nog bruikbaar - uit de tuin heeft gehaald. De opgehaalde spullen vertegenwoordigen een waarde van ongeveer 3500 euro.

De benadeelde partij [slachtoffer C] ([bedrijf slachtoffer C]) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.998,86, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2, derde gedachtestreepje, tenlastegelegde.

Tenslotte heeft [slachtoffer D] zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, als benadeelde partij gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partij [slachtoffer A], [slachtoffer C] en [slachtoffer D] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen integraal kunnen worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer B] kan volgens de officier worden toegewezen tot het gevorderde bedrag met aftrek van de goederen die door de benadeelde weer zijn meegenomen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient de benadeelde niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer D] aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de overige vorderingen heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen niet van eenvoudige aard zijn, aangezien verdachte afstand heeft gedaan van de goederen en er spullen door de aangevers zijn teruggehaald. Aangezien niet duidelijk is welke spullen precies zijn teruggehaald is het aan de civiele rechter om over deze vorderingen te oordelen.

Derhalve dienen deze benadeelden niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij [slachtoffer D], zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade - naar burgerlijk recht - aansprakelijk.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat [slachtoffer A], [slachtoffer B] en [slachtoffer C] als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Met betrekking tot de hoogte van de vorderingen overweegt de rechtbank als volgt.

Zowel ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer A] als [slachtoffer C] is de rechtbank van oordeel dat deze vorderingen onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken. De enkele stelling van de raadsvrouw dat er spullen zijn weggehaald acht de rechtbank onvoldoende, nu er verder geen enkele aanwijzing bestaat dat dit ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

De vordering van [slachtoffer C] zal dan ook integraal worden toegewezen.

Anders ligt dat ten aanzien van de vordering van [slachtoffer A]. De officier van justitie heeft er voor gekozen om enkel de stoffering van de woning van verdachte in de tenlastelegging op te

nemen en niet de in verband met de schilderwerkzaamheden geleverde goederen en de onlosmakelijk aan het leveren van die goederen verbonden arbeidskosten. De rechtbank zal dan ook de vordering slechts toewijzen voor zover deze ziet op het stofferen van de woning en de daarmee onlosmakelijk samenhangende arbeidskosten, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 10.176,00. De door de benadeelde als gevolgschade geclaimde kosten van taxatierapporten ten behoeve van de bank, neerkomend op een bedrag van € 1.035,30, zal de rechtbank niet toewijzen wegens een te ver verwijderd verband met het onderhavige bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer B] zal de rechtbank een bedrag, in redelijkheid begroot op € 8.000,00 toewijzen. Die hoogte wordt mede ingegeven door de niet betwiste stelling van [slachtoffer B] dat hij voor een bedrag van ongeveer € 3.500,00 aan goederen heeft teruggehaald. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedragen ten behoeve van voornoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 225, 321 en 326a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1. valsheid in geschrift;

2. een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren;

3. verduistering

en verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer A] ([bedrijf slachtoffer A]) € 10.176,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2012);

2. [slachtoffer B] ([bedrijf slachtoffer B]) € 8.000,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012);

3. [slachtoffer C] ([bedrijf slachtoffer C]) € 1.998,86 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2012);

4. [slachtoffer D] € 700,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2012);

* verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer A] en [slachtoffer B] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

* legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen na te melden bedragen, steeds te vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum zoals hiervoor is vermeld, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Slachtoffers Bedrag Vervangende hechtenis

1. [slachtoffer A] ([bedrijf slachtoffer A]) € 10.176,00 85 dagen;

2. [slachtoffer B] ([bedrijf slachtoffer B]) € 8.000,00 75 dagen;

3. [slachtoffer C] ([bedrijf slachtoffer C]) € 1.998,86 29 dagen;

4. [slachtoffer D] € 700,00 12 dagen;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* wijst de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling - Vi-zaaknummer 99-000079 - toe en gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet worden ondergaan.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, Van Valderen en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 augustus 2012.

mr. Van der Hooft is buiten staat mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit delen van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal van de politie Regio Noord- en Oost Gelderland, District Achterhoek, gedateerd 18 april 2012, opgemaakt door de verbalisant brigadier [verbalisant] (voor zover niet anders is vermeld)

2 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 77 en 148

3 Verklaring aangever [naam B] namens Wonion, doorgenummerde dossierpag. 137 en 138

4 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, doorgenummerde dossierpag. 142 en 143

5 Verklaring [naam C], doorgenummerde dossierpag. 144

6 Verklaring aangever [slachtoffer A] namens [bedrijf slachtoffer A], doorgenummerde dossierpag. 28 en 29

7 Offerte, doorgenummerde dossierpag. 37, 38 en 39

8 Verklaring van verdachte, doorgenummerde dossierpag. 75

9 Verklaring aangever [slachtoffer B] namens [bedrijf slachtoffer B], doorgenummerde dossierpag. 82 t/m 84

10 Offerte, doorgenummerde dossierpag. 90 t/m 92

11 Akkoordbevinding, doorgenummerde dossierpag. 93

12 Verklaring van verdachte, doorgenummerde dossierpag. 76

13 Verklaring aangever [slachtoffer C] namens [bedrijf slachtoffer C], doorgenummerde dossierpag. 125 t/m 128

14 Factuur, doorgenummerde dossierpag. 129

15 Verklaring van verdachte, doorgenummerde dossierpag. 133 en 134

16 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 121

17 Verklaring aangever [slachtoffer D], doorgenummerde dossierpag. 114

18 Factuur nr. 2012043, doorgenummerde dossierpag. 96