Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX3382

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
01-08-2012
Zaaknummer
06/940484-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

57-jarige man is veroordeeld tot 4 jaar cel voor het neersteken van een man in een restaurant/brasserie op een vakantiepark in Doornspijk op 11 december 2010. Daarnaast bedreigde de man de restauranteigenaar en zijn vrouw en dochter en enkele gasten. Zie LJN BV7135 voor een tussenuitspraak in deze zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940484-10

Uitspraak d.d.: 1 augustus 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats, 1954],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in huis van bewaring Almere Binnen te Almere.

Raadsman: mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 september 2011, 30 november 2012, 14 februari 2012, 15 mei 2012 en 18 juli 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is na de wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 december 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg,

mevrouw [slachtoffer A] en/of mevrouw [slachtoffer B] en/of de heer [slachtoffer C] en/of

(indirect) de heer [slachtoffer D] en/of één of meer andere perso(o)n(en) die

aanwezig waren in restaurant/brasserie op vakantiepark [naam vakantiepark],

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

voornoemde [slachtoffer A], zijnde de echtgenote van voornoemde [slachtoffer D], de woorden

toegevoegd : "Ga die kale klootzak halen, want ik steek hem dood. Hij maakt

mij belachelijk " met wie hij, verdachte, de heer [slachtoffer D], bedoelde, en/of

"Je moet nu luisteren of ik steek jullie allemaal neer", en/of "Ik maak je

dood. Ik steek je kapot.", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking,

en/of

voornoemde [slachtoffer B], zijnde de dochter van de heer [slachtoffer D], de woorden

toegevoegd : "Je vader is dood" en/of "Jij bent dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking,

en/of

één of meer andere perso(o)n(en) die aanwezig waren in restaurant/brasserie op

vakantiepark [naam vakantiepark], dreigend de woorden toegevoegd : "Als jullie geen

bloedbad willen meemaken, moeten jullie nu naar buiten gaan", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of

(daarbij) voornoemde [slachtoffer C] een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, getoond en/of met dat mes in de richting van (de borst en/of de arm)

van voornoemde [slachtoffer C] bewogen en/of gestoken

en/of

(daarbij) voornoemde [slachtoffer A] een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, getoond en/of met dat mes in de richting van voornoemde [slachtoffer A]

gestoken, althans dat mes in de richting van voornoemde [slachtoffer A] bewogen, en/of

daarmee tegen de zijkant van haar buik, althans tegen haar lichaam geprikt,

en/of (vervolgens) dat mes tegen haar lichaam gedrukt;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 11 december 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en

met voorbedachten rade, althans opzettelijk, de heer [slachtoffer E] van het leven

te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat

opzet,

met een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst

en/of in een long heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 11 december 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg,

aan de heer [slachtoffer E] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een

klaplong en/of een diepe steekwond in de borst), heeft toegebracht,

door deze opzettelijk met een (groot) mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in de borst en/of in een long te steken;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op zaterdag 11 december 2010 kreeg politieambtenaar [verbalisant] van de regionale meldkamer de melding dat een man met een mes stond te zwaaien in café/restaurant [naam restaurant] te Doornspijk. Onderweg naar het restaurant werd er gemeld dat er iemand was neergestoken en dat de verdachte knock-out was geslagen.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en onder 2 primair, met uitzondering van de ten laste gelegde voorbedachte rade, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de aangever en de deels bekennende verklaring van verdachte, opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Hiertoe is onder meer aangevoerd dat voor bedreigingen van mevrouw [slachtoffer A], mevrouw [slachtoffer B] en de heer [slachtoffer D] onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer C] heeft de verdediging aangevoerd dat er geen sprake is geweest van opzet. Verder is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de andere personen die toen in de brasserie aanwezig waren heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Tevens hebben de bedoelde personen geen aangifte gedaan van bedreiging.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hiertoe is gesteld dat verdachte nooit de bedoeling heeft gehad om [slachtoffer E] te steken, er is dan ook geen sprake van opzet. Het mes is door verdachte ook niet bewust meegenomen.

Verder is door de verdediging aangevoerd dat de verklaring van mevrouw [echtgenote verdachte] niet gebezigd kan worden voor het bewijs. Hiertoe is aangevoerd dat in strijd met de richtlijnen daarvoor de verklaring niet audiovisueel is vastgelegd en dat mevrouw [echtgenote verdachte] niet met behulp van een tolk is verhoord.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen

Door [slachtoffer A] is aangifte gedaan van bedreiging. Zij heeft verklaard dat zij op 11 december 2012 werkzaam was in haar restaurant/brasserie te Doornspijk. Haar dochter was toen ook het werk in de zaak. Op 11 december 2010 omstreeks 20.15 uur kwam [verdachte], samen met zijn vrouw, de zaak binnen. [slachtoffer A] hoorde dat [verdachte] eiste dat hij bier zou krijgen. [slachtoffer A] negeerde [verdachte] en liep om hem heen. [verdachte] schreeuwde en vroeg aan [slachtoffer A] waar haar echtgenoot was. [slachtoffer A] hoorde [verdachte] roepen: "Ga die kale klootzak halen, want ik steek hem dood. Hij maakt mij belachelijk", althans woorden van gelijke strekking. [slachtoffer A] liep de keuken in en heeft de eigenaar van het park gebeld voor hulp. Vervolgens is zij teruggelopen de zaak in. [slachtoffer A] liep langs [verdachte] en negeerde hem. [verdachte] begon steeds harder te schreeuwen. Hij riep: "je moet nu luisteren of ik steek jullie allemaal neer".3

[slachtoffer A] ging dichter bij haar dochter staan om haar af te schermen van [verdachte]. [verdachte] schreeuwde dat hij bier wilde. [slachtoffer A] zag dat [verdachte] met zijn handen rommelde en zij zag ineens dat hij een groot mes in zijn hand had. Hij maakte een stekende beweging met het mes naar het lichaam van [slachtoffer A]. [slachtoffer A] voelde de punt van het mes in de zijkant van haar buik prikken. [verdachte] bleef het mes tegen haar lichaam aan drukken. [slachtoffer A] liep naar achteren en schreeuwde om hulp. [verdachte] schreeuwde tegen [slachtoffer A]: "Ik maak je dood. Ik steek je kapot", althans woorden van gelijke strekking.4

Door [slachtoffer E] is aangifte van poging tot doodslag gedaan. [slachtoffer E] heeft verklaard dat hij op zaterdag 11 december 2010 omstreeks 19.45 uur samen met [naam A] naar de brasserie [naam restaurant] in Doonspijk is gegaan. Opeens hoorde hij een noodkreet van [slachtoffer A], de eigenaresse van de brasserie.5 [slachtoffer E] hoorde ook [slachtoffer C] roepen dat er iemand met een mes stond. [slachtoffer E] keek achterom en zag een lange man achter de bar staan. De man stond met beide handen gespreid en had een groot mes in zijn hand. [slachtoffer E] rende naar de ingang van de bar en zag dat [slachtoffer A] en haar dochter [slachtoffer B] weg konden komen door een deur aan het uiteinde van de bar. De man stond nog steeds achter de bar. [slachtoffer E] sprak de man aan en zei dat de man het mes weg moest gooien. Plotseling stapte de man in de richting van [slachtoffer E] en strekte zijn arm. [slachtoffer E] voelde dat het mes hem in de linkerborst raakte en hij voelde pijn. [slachtoffer E] kreeg een raar gevoel en kromp ineen.6

Uit de letselrapportage van forensisch arts Dekker blijkt dat [slachtoffer E] op 11 december 2010 een snijwond ter hoogte van de vierde rib aan de linkerkant had. In het medisch dossier wordt beschreven dat de wond vijftien centimeter diep zou zijn. Er was sprake van een klaplong, veroorzaakt door het aanprikken van de long. [slachtoffer E] is aanvankelijk opgenomen op de intensive care. Van de behandelend artsen heeft de forensisch arts te horen gekregen dat de grote lichaamsslagader op twee centimeter na is gemist.7

Door [slachtoffer C] is ook aangifte gedaan van bedreiging. Door [slachtoffer C] is verklaard dat hij op 11 december 2010 in restaurant [naam restaurant] te Doornspijk was. Op een gegeven moment, omstreeks 20.15 uur, kwam er een man het restaurant ingelopen. [slachtoffer C] zag dat de man aan de bar ging staan. Na enige tijd merkte [slachtoffer C] aan de vrouw achter de bar, [slachtoffer A], dat er iets aan de had was.8 Plotseling draaide de man zich om en zei tegen een aantal bezoekers: "Als jullie geen bloedbad willen zien, dan moeten jullie nu naar buiten gaan". [slachtoffer C] zag dat de man achter de bar liep richting [slachtoffer A] en haar dochter [slachtoffer B], die achter de bar stonden. [slachtoffer C] zag vervolgens dat de man met zijn hand naar zijn binnenzak ging en daaruit een groot mes tevoorschijn haalde en vervolgens dreigende bewegingen richting [slachtoffer A] en [slachtoffer B] maakte. De man liep richting [slachtoffer A] en [slachtoffer B].

[slachtoffer C] is naar de bar gelopen en schreeuwde tegen de man. Hierbij leunde [slachtoffer C] over de bar heen. De man draaide zich hierop om en stak vrijwel direct met het mes naar [slachtoffer C]. De man maakte een steekbeweging in de richting van de borst van [slachtoffer C].

[slachtoffer E] [slachtoffer E] sprong ook bij en ging achter de bar naar de man toe. [slachtoffer E] probeerde de man te kalmeren. De man draaide zich vervolgnes naar [slachtoffer E] en er ontstond een beetje over en weer gepraat. De man hield het mes voor zich en maakte stekende bewegingen richting [slachtoffer E] en [slachtoffer C]. Plotseling stak de man ineens [slachtoffer E] in zijn borst, aan de linkerkant. [slachtoffer E] greep naar zijn borst en riep dat hij gestoken was. [slachtoffer C] heeft een barkruk gepakt en de man die gestoken had in de hoek gedreven. De man bleef stekende bewegingen maken.9

Door [slachtoffer B] is verklaard dat zij op 11 december 2010 aan het werk was in de zaak van haar ouders, de brasserie/restaurant op vakantiepark [naam vakantiepark] te Doornspijk. Terwijl zij aan het werk was zag zij omstreeks 20.15 uur een man en een vrouw de zaak binnenkomen. Zij herkende de man als [verdachte], die van haar vader een verbod had om in de zaak te komen. [verdachte] bestelde een bier en een wijn. [slachtoffer B] zag en hoorde dat haar moeder haar duidelijk probeerde te maken dat zij [verdachte] niet moest bedienen en hem moest negeren. [slachtoffer B] hoorde dat [verdachte] boos werd en schreeuwde dat hij een biertje moest hebben. [slachtoffer B] heeft tegen [verdachte] gezegd dat dat tegen de afspraak was en dat hij niet welkom was. [verdachte] reageerde hierop en schreeuwde "Je vader is dood", althans woorden van gelijke strekking.10 [slachtoffer B] gaf [verdachte] nogmaals te kennen dat zij hem geen bier zou schenken. Hierop zei [verdachte] tegen haar: "Jij bent dood".

[verdachte] nam een dreigende houding aan en kwam dichter bij [slachtoffer B] staan. De moeder van [slachtoffer B] kwam bij [slachtoffer B] staan en probeerde zich tussen [verdachte] en [slachtoffer B] op te stellen. De situatie werd toen heel dreigend. Ineens hoorde [slachtoffer B] haar moeder schreeuwen dat [verdachte] een mes had. [slachtoffer B] zag dat [verdachte] een groot mes vasthield. [slachtoffer B] werd door haar moeder de keuken in geduwd. [slachtoffer B] schoot de keuken in, weg bij het mes.11

[slachtoffer D] is de beheerder van de Brasserie [naam restaurant] op camping [naam vakantiepark] te Doornspijk.12

Door verdachte is verklaard dat hij op 11 december 2010 naar de het restaurant op het park [naam vakantiepark] te Doornspijk is gegaan. Voordat verdachte naar het restaurant is gegaan heeft hij twee keer met de politie gebeld, onder meer via het nummer 0900-8844. Hij heeft uitgelegd dat hij met [slachtoffer D], de eigenaar van het restaurant, wilde praten, omdat hij daar niet meer welkom was.13 Verdachte is samen met [echtgenote verdachte] naar het restaurant gegaan.14 In het restaurant is verdachte op de hoek van de bar blijven staan. Verdachte geloofde niet dat [slachtoffer D] er niet was en drong aan. Hij vroeg ook wat te drinken voor [echtgenote verdachte] en zichzelf, maar kreeg niets.15

Door verdachte is ook verklaard dat hij op enig moment een mes heeft gepakt. Verder heeft verdachte verklaard dat toen hij met het mes stond er een vrij forse jongen op hem af kwam. Verdachte heeft het mes in de richting van deze jongen gehouden. Hij wees met het mes uitdrukkelijk naar de jongen. Verdachte voelde dat het mes de jongen raakte. Verdachte raakte de jongen met het mes aan de linkerkant van zijn lichaam, tussen zijn borst en schouder.16 Verdachte heeft verklaard dat hij de jongen met het mes wilde prikken.17

Naar aanleiding van de aanhouding van [verdachte] zijn door verbalisant [verbalisant] twee gesprekken van het 0900-8844 telefoonverkeer uitgeluisterd en uitgewerkt.

Het eerste telefonisch contact was op 11 december 2010 om 18.47 uur. Door [verdachte] is in het gesprek verklaard dat hij naar het restaurant van camping [naam vakantiepark] zou gaan, waar hem de toegang was ontzegd.18 In het gesprek is door verdachte gezegd dat hij stampij zou maken als hem de toegang geweigerd zou worden.19

Het tweede contact vond plaats op dezelfde datum om 19.05 uur. In dit gesprek heeft verdachte onder meer gezegd dat hij naar het restaurant zou gaan en dat hij de eigenaar zou zeggen dat hij zijn bek moet houden.20

[echtgenote verdachte], echtgenote van verdachte, heeft op 11 december 2010 verklaard dat zij haar man nog nooit zo boos heeft gezien als die avond. Toen [verdachte] die middag thuis kwam was hij boos. Zij had hem nog nooit zo kwaad gezien. Hij sprak met luide stem. Rond 19.00 uur heeft [verdachte] de politie gebeld en [echtgenote verdachte] hoorde dat hij naar het restaurant van [slachtoffer D] zou gaan en dat als hem een drankje geweigerd zou worden, hij dan nog bozer zou worden. Zij zag dat [verdachte] in de keuken stond met een mes in zijn handen.

Op vragen van de verbalisant antwoordde [echtgenote verdachte] dat het aan haar getoonde, inbeslaggenomen mes, hetzelfde mes is als het mes dat [verdachte] in de keuken in zijn handen had.21

Verder heeft [echtgenote verdachte] verklaard dat [verdachte] en zij om ongeveer 20.00 uur naar het restaurant zijn gelopen. Binnen aan de bar wilde [verdachte] een biertje en een wijn bestellen. Dat werd hem geweigerd door [slachtoffer A] en [slachtoffer B].22 [verdachte] ging achter de bar staan en wilde de keuken in lopen. Op een gegeven moment had [verdachte] het keukenmes in zijn hand.23

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het verweer dat de verklaring van mevrouw [echtgenote verdachte] uitgesloten moet worden van het bewijs oordeelt de rechtbank als volgt. Door de raadsman is aangevoerd dat het verhoor van [echtgenote verdachte] niet audiovisueel is vastgelegd en dat zij, hoewel zij het Nederlands onvoldoende machtig is, niet is gehoord met behulp van een tolk. Door de raadsman en/of verdachte zelf is niet gesteld dat de verklaring inhoudelijk onjuist en/of onvolledig zou zijn. Evenmin is onderbouwd op welke wijze verdachte door het niet in acht nemen van de voorschriften in zijn belangen is geschaad. De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op de overige bewijsmiddelen, niet gebleken is dat de verklaring van [echtgenote verdachte] inhoudelijk onjuist is. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim. De verklaring van [echtgenote verdachte] kan dan ook gebezigd worden voor het bewijs van het ten laste gelegde.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk [slachtoffer E] heeft neergestoken. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verdachte gericht met een groot mes in de borst van [slachtoffer E] heeft gestoken. In deze handeling ligt naar oordeel van de rechtbank het opzet besloten. Het gericht steken met een mes in de borststreek brengt de aanmerkelijke kans met zich mee dat de persoon die gestoken wordt komt te overlijden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte met zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij iemand van het leven zou beroven. Er is dan ook sprake van op zijn minst voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer E] bij verdachte.

Niet bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer E] met voorbedachten rade van het leven wilde beroven. Hoewel uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zelf een mes had meegenomen naar de brasserie, kan niet bewezen worden dat hij voornemens was om [slachtoffer E] hiermee van het leven te beroven. Verdachte ging naar de brasserie toe om met de heer [slachtoffer D] te spreken en verdachtes woede was ook gericht op [slachtoffer D]. Pas toen [slachtoffer E] erger probeerde te voorkomen richtte de woede van verdachte zich op [slachtoffer E] en heeft hem op dat moment gestoken.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem onder feit 1 ten laste gelegde bedreigingen en de aan hem onder feit 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 11 december 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg, mevrouw [slachtoffer A], mevrouw [slachtoffer B], de heer [slachtoffer C] en (indirect) de heer [slachtoffer D] en één of meer andere personen die aanwezig waren in restaurant/brasserie op vakantiepark [naam vakantiepark], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

voornoemde [slachtoffer A], zijnde de echtgenote van voornoemde [slachtoffer D], de woorden

toegevoegd : "Ga die kale klootzak halen, want ik steek hem dood. Hij maakt

mij belachelijk " met wie hij, verdachte, de heer [slachtoffer D], bedoelde, en/of

"Je moet nu luisteren of ik steek jullie allemaal neer", en/of "Ik maak je

dood. Ik steek je kapot.", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking,

en

voornoemde [slachtoffer B], zijnde de dochter van de heer [slachtoffer D], de woorden

toegevoegd : "Je vader is dood" en "Jij bent dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking,

en

één of meer andere personen die aanwezig waren in restaurant/brasserie op vakantiepark [naam vakantiepark], dreigend de woorden toegevoegd : "Als jullie geen bloedbad willen meemaken, moeten jullie nu naar buiten gaan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en

(daarbij) voornoemde [slachtoffer C] een (groot) mes, getoond en met dat mes in de richting van (de borst en/of de arm) van voornoemde [slachtoffer C] bewogen en/of gestoken

en

(daarbij) voornoemde [slachtoffer A] een (groot) mes, getoond en met dat mes in de richting van voornoemde [slachtoffer A] gestoken, althans dat mes in de richting van voornoemde [slachtoffer A] bewogen, daarmee tegen de zijkant van haar buik, althans tegen haar lichaam geprikt,

en/of (vervolgens) dat mes tegen haar lichaam gedrukt;

2.

hij op of omstreeks 11 december 2010 te Doornspijk, gemeente Elburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, de heer [slachtoffer E] van het leven

te beroven, met dat opzet, met een (groot) mes, in de borst en in een long heeft gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde bedreiging van de heer [slachtoffer C] en ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde is door en namens verdachte een gemotiveerd beroep gedaan op noodweer.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van noodweer. Er was geen sprake van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding, niet van noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf en dus niet van een noodweersituatie. Er kan dan ook geen geldig beroep worden gedaan op noodweer. Indien er wel sprake zou zijn van een noodweersituatie, dan nog zou het beroep op noodweer niet kunnen slagen. Dit omdat er niet is voldaan aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseisen en omdat er sprake is van culpa in causa.

De rechtbank verwerpt het door de verdediging gedane beroep op noodweer. Naar oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

2 primair: poging tot doodslag.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een van de ergste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent, hij heeft gepoogd iemand van het leven te beroven. Verdachte heeft door zijn handelen een enorme inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer [slachtoffer E]. Het gebeuren heeft niet alleen op [slachtoffer E], maar ook op de overige aanwezigen een enorme indruk gemaakt.

Verder heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omtrent verdachte opgemaakte rapporten en de justitiële documentatie van verdachte.

De raadsman heeft gesteld dat de door de officier van justitie geëiste straf niet past bij de feiten en de persoon van verdachte. Bij het opleggen van een straf dient niet alleen rekening te worden gehouden met de ernst van de feiten en de persoon van verdachte, maar ook met de situatie thuis. De vrouw van verdachte verkeert in erbarmelijke omstandigheden en er wordt slechts beperkt hulp verleend. Dit geeft voor verdachte een enorm gevoel van machteloosheid en maakt de detentie zwaarder. Tevens dient er rekening te worden gehouden met de leeftijd van verdachte.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Doodslag - en ook een poging daartoe - behoort tot de ernstigste delicten die onze rechtsorde kent. Het recht op leven behoort tot de meest fundamentele rechten die in onze rechtsorde dienen te worden beschermd. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer E], terwijl het slachtoffer enkel trachtte te voorkomen dat een reeds uit de hand gelopen situatie verder zou escaleren. Verdachte heeft door zijn handelen geen enkel respect getoond voor het leven van [slachtoffer E]. De kans was immers aanwezig dat verdachte hem in het hart, dan wel andere vitale lichaamsdelen in de borststreek zou raken, waardoor deze [slachtoffer E] zou komen te overlijden. De betrokkenen mogen allen van geluk spreken dat het anders is afgelopen.

De rechtbank rekent het verdachte verder in belangrijke mate aan dat verdachte meerdere personen ernstig heeft bedreigd. De door verdachte gepleegde feiten zijn ernstige feiten, waarvan de slachtoffers over het algemeen nog lang hinder ondervinden. Misdrijven als door verdachte gepleegd zorgen ook voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank houdt er bij de bepaling van de straf rekening mee dat uit zowel het psychologisch als het psychiatrisch rapport blijkt dat het bewezenverklaarde volledig aan verdachte kan worden toegerekend. Verder houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van de feiten, niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is overwogen een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd door verdachte doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis passend en geboden.

In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen mes te onttrekken aan het verkeer.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal het in beslag genomen mes, waarmee het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde is begaan, onttrekken aan het verkeer. Het mes is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in handen van deze verdachte in strijd is met het algemeen belang.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 800,-- gevoegd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer C] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.175,-- gevoegd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij [slachtoffer E] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.557,26, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden toegewezen tot de gevorderde bedragen.

De raadsman heeft gesteld dat de vorderingen, nu door de raadsman is gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, dan wel te worden ontslagen van alle rechtsvervolging moeten worden afgewezen. Ter zake van de benadeelde partijen [slachtoffer E] en [slachtoffer C] is verder gesteld dat de vorderingen voor de materiële schade onvoldoende zijn onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer A] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 500,-- rechtstreeks (immateriële) schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, toewijzen.

Voor het overige zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer C] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 275,-- rechtstreeks (immateriële) schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, toewijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij ter zake de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaren, nu de vordering in zoverre onvoldoende is onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer E] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Nu de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal de rechtbank de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van de hierboven genoemde slachtoffers.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 285, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

2 primair: poging tot doodslag;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mes;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A] van een bedrag van € 500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 500,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 10 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer C] van een bedrag van € 275,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer C] , een bedrag te betalen van € 275,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer E] van een bedrag van € 2.557,26,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer E], een bedrag te betalen van € 2.557,26 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 december 2010, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 35 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. Van Valderen, voorzitter, mrs. De Jong en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 augustus 2012.

Mr. De Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2010180136, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Noord West Veluwe, Team Recherche, gesloten en ondertekend op 2 februari 2011.

2 (Stam)proces-verbaal, dossierpagina 4

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 76

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 77

5 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer E], dossierpagina 55

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer E], dossierpagina 56

7 Letselrapportage d.d. 14 december 2010, dossierpagina's 60 en 61

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina's 79

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina 80

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer B], dossierpagina 102

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer B], dossierpagina 103

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer D], dossierpagina 114

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 27

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 28

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 33

16 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 28

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina 33

18 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 40

19 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 41

20 Proces-verbaal ambtelijk verslag, dossierpagina 42

21 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 141

22 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 141

23 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 142