Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX2011

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
06/940521-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie verdachten veroordeeld tot gevangenisstraffen voor overval op man met verstandelijke beperking op 29 oktober 2011 in Apeldoorn. Zie uitspraken BX1982, BX1995 en BX2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940521-11

Uitspraak d.d.: 18 juli 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C]

geboren te [plaats, 1989],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in Huis van Bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. R.P. Adema, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juli 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 29 oktober 2011, te Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een geldbedrag (totaalbedrag ongeveer 110 Euro) en/of een mobiele

telefoon(merk Samsung) en/of een aansteker (merk Zippo), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal (telkens) werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat

hij en/of zijn mededader(s)

- die (verstandelijke beperkte) [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zak(ken)

leeg te maken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze niets zou afgeven

aan hem en/of zijn mededader(s), hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die

[slachtoffer] [verdachte C] verkracht en/of geslagen had, althans woorden van

gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou

geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of geslagen en/of gestompt en/of deze (in

diens kruis) heeft/hebben getrapt/geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij/hij deze voor de bek zou(den)

slaan als die [slachtoffer] hem/hen achterna bleef lopen, althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd;

EN/OF

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 29 oktober 2011 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, (telkens) met

het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte

van een geldbedrag (totaalbedrag ongeveer 110 Euro) en/of een mobiele telefoon

(merk Samsung) en/of een aansteker (merk Zippo), geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of

zijn mededader(s)

- die (verstandelijke beperkte) [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zak(ken)

leeg te maken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze niets zou afgeven

aan hem en/of zijn mededader(s), hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die

[slachtoffer] [verdachte C] verkracht en/of geslagen had, althans woorden van

gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou

geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of geslagen en/of gestompt en/of deze (in

diens kruis) heeft/hebben getrapt/geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij/hij deze voor de bek zou(den)

slaan als die [slachtoffer] hem/hen achterna bleef lopen, althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd ;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 29 oktober 2011 kreeg de meldkamer van de politie een melding binnen dat er een persoon zou zijn beroofd in Apeldoorn. De beroving, zo werd gezegd, zou gepleegd zijn door een jongen en een meisje, die zouden thuishoren bij het slaaphuis in Apeldoorn. De melder van deze beroving zou aan de Hofstraat te Apeldoorn staan. Een politie-eenheid ging aldaar ter plaatse en trof daar [slachtoffer], die aangaf dat hij even tevoren beroofd was.2

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen, waaronder met name de verklaring van de aangever en de afgelegde verklaringen van [verdachte B], opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd. De raadsman heeft aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. Zowel de verklaringen van de aangever, als van medeverdachte [verdachte B], zijn niet betrouwbaar en niet te gebruiken voor enige bewijsconstructie.

Verder heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen. Verdachte heeft geen geweldshandelingen verricht en er is geen sprake van samenwerking of overleg voorafgaand aan het incident.

Beoordeling door de rechtbank

Op 29 oktober 2011 kwam bij de meldkamer de melding binnen dat er iemand was beroofd door een jongen en een meisje die thuis hoorden bij het slaaphuis in Apeldoorn. De melder zou op de Hofstraat in Apeldoorn staan. Verbalisant [verbalisant] was zeer dicht in de buurt van de Hofstraat en was binnen enkele seconden ter plaatse. De verbalisant werd aangesproken door een man, te weten [slachtoffer], die aangaf beroofd te zijn. De verbalisant merkte dat het communiceren met deze man moeilijk was. De verbalisant schatte in dat deze persoon een verstandelijke beperking had.3

Door [slachtoffer] is aangifte gedaan van diefstal, gepleegd op 29 oktober 2011 in Apeldoorn.4 De aangever heeft verklaard dat hij met de trein naar Apeldoorn is gegaan. Op het station stond [verdachte B] te bedelen. De aangever is met [verdachte B] naar het slaaphuis gelopen, waar [verdachte B] een lange jongen ophaalde. Deze jongen had een lange zwarte leren jas aan. Toen [verdachte B] de jongen bij het slaaphuis ophaalde is de aangever tussen de ingang en de overkant van het slaaphuis blijven wachten. Toen [verdachte B] en de lange jongen kwamen gingen ze naar een hoekje en daar kwam er nog een jongen bij.5 Dit was een bruine jongen, een Surinamer. [verdachte B] zei toen tegen de aangever dat hij zijn zakken leeg moest halen. De bruine jongen pakte toen de telefoon van aangever. De drie personen stonden tegenover de aangever en [verdachte B] zei tegen de aangever dat als hij niets zou afgeven, zij tegen de politie zou zeggen dat hij haar verkracht had. Dit gebeurde bij het slaaphuis om de hoek. [verdachte B] zei tegen de aangever dat hij zijn zakken leeg moest maken. De Surinamer pakte toen de telefoon en Zippo aansteker uit de zakken van de aangever.6 [verdachte B] heeft de portemonnee uit zijn binnenzak gepakt. Ze heeft de portemonnee opengemaakt, het geld eruit gehaald en de lege portemonnee aan aangever teruggegeven. Het betrof drie briefjes van twintig en vijf briefjes van tien. [verdachte B] ging met de jongen met de leren jas terug naar het slaaphuis. De andere jongen ging met nog een andere jongen richting de stad. De aangever is achter [verdachte B] en de jongen aangelopen. Die jongen zei tegen de aangever dat als hij hun achterna bleef lopen hij hem op de bek zou slaan.7

De Surinamer is breed voor hem gaan staan. Als hij geen geld zou geven, dan zou hij van alle drie klappen krijgen. [verdachte B] had een grote bek en zei dat als de aangever het geld niet zou geven, ze tegen de politie zou zeggen dat hij haar verkracht zou hebben.8

Verbalisant [verbalisant] heeft een lege verpakkingsdoos van een mobiele telefoon afkomstig van [slachtoffer], aangever van een diefstal met geweld, gepleegd in Apeldoorn op 29 oktober 2011, afgehaald. Van de vaste begeleider van [slachtoffer] ontving de verbalisant een lege verpakkingsdoos van een mobiele telefoon, merk Samsung.9

Door verbalisant [verbalisant] zijn de beelden van de bewakingscamera's van het Omnizorg centrum van 29 oktober 2011 bekeken in verband met de straatroof die had plaats gevonden. Op de beelden zag verbalisant [verdachte A] en [verdachte B]. Te zien was dat beide verdachten zich ophielden bij Omnizorg. Om 21.11 uur verlieten [verd[verdachte B] en [verdachte A] samen het binnenpleintje van Omnizorg. Zij namen de uitgang die is gevestigd aan de zijde van de Stationsstraat. [verdachte A] en [verdachte B] lopen samen op.

Op de camera beelden was ook te zien dat een persoon genaamd "[bijnaam getuige A]" zijn fiets op slot zette op het binnenpleintje. Deze persoon verlaat om 21.16 uur het binnenpleintje, via de uitgang gelegen aan de Stationsstraat. Op de beelden is te zien dat deze persoon in het gezelschap verkeerde van een donker getinte man, die een donkerkleurige jas draagt en die direct achter "[bijnaam getuige A]" aanloopt. Beide mannen lopen over de Stationsstraat weg in de richting van de Kanaalstraat.10

Door verbalisant [verbalisant] wordt op de camerabeelden de achterste van de twee mannien herkend als de hem ambtshalve bekende [verdachte C].11

Door [getuige A] is een verklaring afgelegd over het voorval in de buurt van Omnizorg op 29 oktober 2011.12 Door de getuige is verklaard dat hij [bijnaam getuige A] wordt genoemd. De getuige kent [verdachte B] van Omnizorg.13 De avond dat [verdachte B] opgepakt werd, heeft getuige [verdachte B] gezien met een man met krullend haar en rare ogen. Dat was bij het stoplicht bij het kantongerecht in Apeldoorn. De getuige heeft [verdachte B] samen met die man en met nog een andere jongen gezien, dit was rond 21.00 uur à 21.30 uur. De andere jongen heet [verdachte A]. Er was ook nog een Antilliaanse jongen bij.14 [verdachte A] wordt ook wel Lange genoemd.15

Door de getuige [getuige A] is verder verklaard dat de Antilliaanse jongen ook wel Kleine wordt genoemd.16

Door [verdachte B] is verklaard dat zij op 29 oktober 2011 naar het station ging om mensen om geld te vragen. Daar kwam zij "die schele", [slachtoffer], tegen. [slachtoffer] sprak [verdachte B] aan ter hoogte van het Sophiaplein. [verdachte B] heeft geld van [slachtoffer] aangepakt en is naar het pleintje gegaan, waar zij [verdachte A] heeft aangesproken.17 [verdachte B] is later met [verdachte A] terug gegaan naar [slachtoffer], omdat zij nog meer geld wilden weghalen. Samen met [verdachte A] is [verdachte B] naar an gegaan.18 Onderweg kwamen [verdachte B] en [verdachte A] een aantal mensen tegen, waaronder [bijnaam getuige A] en Kleine. Samen met anderen heeft [verdachte B] [slachtoffer] overvallen. [verdachte B] heeft [slachtoffer] geld afhandig gemaakt. Kleine heeft de telefoon van [slachtoffer].19

Door [verdachte B] is verklaard dat [verdachte A] met haar is meegegaan, dit betreft [verdachte A]. Ook Kleine was erbij, zijn echte naam kent [verdachte B] niet.20

[verdachte B] heeft verklaard dat het klopt dat ze met twee anderen voor [slachtoffer] stond en dat zij een grote bek tegen hem had. Ze heeft tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat als hij hun een kunstje zou flikken zij aan de politie zou vertellen dat hij vrouwen sloeg. [verdachte B] heeft verder ook verklaard dat iemand de portemonnee van [slachtoffer] heeft gepakt en dat zij daar geld uit heeft gehaald.21

Door [verdachte C] is verklaard dat hij wel eens "Kleine" wordt genoemd.22

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangever en [verdachte B], zoals afgelegd ten overstaan van de politie, betrouwbaar zijn en derhalve gebezigd kunnen worden voor het bewijs. Hiertoe overweegt de rechtbank dat deze verklaringen gedetailleerd zijn en op diverse punten overeenstemmen. Tevens komen de verklaringen overeen met de overige gebezigde bewijsmiddelen.

Op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte tezamen met [verdachte B] en [verdachte A] goederen heeft gestolen van [slachtoffer]. Alle drie betrokkenen hebben een wezenlijk aandeel gehad in de diefstal met bedreiging van geweld en hebben handelingen verricht ten einde de diefstal gemakkelijk en/of de vlucht mogelijk te maken.

De rechtbank acht niet bewezen dat de aangever is geduwd, geslagen, gestompt en/of in zijn kruis is getrapt/geschopt. Hoewel door verdachte [verdachte B] is verklaard dat zij aangever in het kruis heeft getrapt, heeft de aangever - toen hij daar specifiek over werd bevraagd - bij herhaling verklaard dat er geen fysiek geweld tegen hem is uitgeoefend. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

Tevens zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde afpersing. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de goederen van de aangever door de verdachten zijn afgepakt onder bedreiging met geweld. Gelet op de bewijsmiddelen kan dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de aangever zijn goederen heeft afgegeven (onder bedreiging met geweld).

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 29 oktober 2011, te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, totaalbedrag 110 Euro, en een mobiele telefoon, merk Samsung en een aansteker, merk Zippo, toebehorende aan [slachtoffer],

welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken,

welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en/of zijn mededaders

- die verstandelijke beperkte [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zakken leeg te maken en

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze niets zou afgeven aan hem en/of zijn mededaders, hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die [slachtoffer] [verdachte C] verkracht had, althans woorden van gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij/hij deze voor de bek zou(den) slaan als die [slachtoffer] hem/hen achterna bleef lopen.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de justitiële documentatie en de persoon van verdachte.

De raadsman heeft ten aangevoerd dat een straf gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis voldoende is. Langere detentie is niet gepast. Tevens zou een deels voorwaardelijke straf met daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht opgelegd kunnen worden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. De rechtbank rekent het verdachte hierbij zwaar aan dat hij van een verstandelijk beperkte man samen met anderen goederen afhandig heeft gemaakt, waarbij gedreigd is met geweld. Diefstal met bedreiging met geweld is een ernstig feit, waarvan de slachtoffers over het algemeen nog lang hinder ondervinden. Een diefstal als deze zorgt ook voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ook rekening met de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting. Tevens houdt de rechtbank ook rekening met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het omtrent verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport d.d. 7 maart 2012. Door de reclassering wordt geadviseerd tot het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. De rechtbank acht echter het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf niet passend en geboden. Gelet op het reclasseringsadvies, waaruit naar voren komt dat er een hoog risico op het onttrekken aan de voorwaarden is en verdachte matig gemotiveerd is voor een dergelijk toezicht, en hetgeen hiervoor verder is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.

Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Heenk en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juli 2012.

Mr. Heenk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2011179554, Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 23 december 2011.

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina 7.

3 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 166.

4 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 151 e.v.

5 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 153.

6 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 155.

7 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 156.

8 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 157.

9 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 164.

10 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 169.

11 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 131.

12 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 173.

13 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 174.

14 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 176.

15 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 177.

16 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 180.

17 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 84.

18 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 85.

19 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 86.

20 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 89.

21 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 95.

22 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 121.