Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1995

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
18-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
06/940449-11 en 06/850815-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie verdachten veroordeeld tot gevangenisstraffen voor overval op man met verstandelijke beperking op 29 oktober 2011 in Apeldoorn. Zie uitspraken BX1982, BX1995 en BX2011.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940449-11 en 06/850815-11 (gevoegd ter terechtzitting)

Datum uitspraak: 18 juli 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen[verdachte B]achte B],

geboren te [plaats, 1984],

wonende te [adres]

Raadsvrouw: mr. A. Foppen, advocaat te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juli 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 06/940449-11

zij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 29 oktober 2011 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een geldbedrag (totaalbedrag ongeveer 110 Euro) en/of een mobiele

telefoon(merk Samsung) en/of een aansteker (merk Zippo), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of haar mededader(s),

welke diefstal (telkens) werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan

voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(en) dat

zij en/of haar mededader(s)

- die (verstandelijke beperkte) [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zak(ken)

leeg te maken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze niets zou afgeven

aan haar en/of haar mededader(s), zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die [slachtoffer]

[verdachte B] verkracht en/of geslagen had, althans woorden van

gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou

geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of geslagen en/of gestompt en/of deze (in

diens kruis) heeft/hebben getrapt/geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij deze voor de bek zou(den)

slaan als die [slachtoffer] haar/hen achterna bleef lopen, althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd ;

EN/OF

zij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 29 oktober 2011, te Apeldoorn.

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/of alleen, (telkens) met

het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte

van een geldbedrag (totaalbedrag ongeveer 110 Euro) en/of een mobiele telefoon

(merk Samsung) en/of een aansteker (merk Zippo), geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of haar mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zij en/of

haar mededader(s)

- die (verstandelijke beperkte) [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zak(ken)

leeg te maken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze niets zou afgeven

aan haar en/of haar mededader(s), zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die

[slachtoffer] [verdachte B] verkracht en/of geslagen had, althans woorden van

gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou

geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en/of

- die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of geslagen en/of gestompt en/of deze (in

diens kruis) heeft/hebben getrapt/geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij deze voor de bek zou(den)

slaan als die [slachtoffer] haar/hen achterna bleef lopen, althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 06/850815-11

1.

zij in of omstreeks de periode van 29 mei tot en met 30 mei 2011

in de gemeente Epe

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en wederrechtelijk een (raam)kozijn en/of een 2, athans een of meer ruit(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer B],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij in of omstreeks de periode van 29 mei 2011 tot en met 30 mei 2011

in de gemeente Epe

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

wederrechtelijk is binnengedrongen in een woning (gelegen aan [adres]) en in gebruik bij [slachtoffer B], althans bij een ander of anderen dan

bij verdachte en/of haar mededader(s);

art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 138 lid 4 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij in of omstreeks de periode van 29 mei 2011 tot en met 30 mei 2011

in de gemeente Epe

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in een

woning of gebouw (gelegen aan de [adres]), waarvan het gebruik door de

rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen en/of

wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd;

art 138a lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 138a lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Vaststaande feiten/aanleiding van het onderzoek

Parketnummer 06/940449-111

Op 29 oktober 2011 kreeg de meldkamer van de politie een melding binnen dat er een persoon zou zijn beroofd in Apeldoorn. De beroving, zo werd gezegd, zou gepleegd zijn door een jongen en een meisje, die zouden thuishoren bij het slaaphuis in Apeldoorn. De melder van deze beroving zou aan de Hofstraat te Apeldoorn staan. Een politie-eenheid ging aldaar ter plaatse en trof [slachtoffer], die aangaf dat hij even tevoren beroofd was.2

Parketnummer 06/850815-113

Op 30 mei 2011 kregen verbalisanten [verbalisanten] de melding van de meldkamer dat in het perceel [adres] te Epe zou worden ingebroken.4

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Parketnummer 06/940449-11

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de aangever en de verklaringen van de verdachte, opgesomd en toegelicht.

Parketnummer 06/850815-11

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat uit het dossier naar voren komt dat de betreffende woning te koop stond en niet meer in gebruik was bij de aangever [slachtoffer B].

De officier van justitie heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het onder 1 en onder 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de aangever en de bekennende verklaring van verdachte, opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

Parketnummer 06/940449-11

De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van geld. Nu [slachtoffer] niet heeft verklaard dat hij is gestompt, geslagen en/of getrapt door verdachte, dient zij daarvan te worden vrijgesproken.

Tevens heeft de raadsvrouw gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat enkel aangever over medeplegen heeft verklaard. Verdachte heeft verklaard dat zij niet met de andere verdachten heeft afgesproken om [slachtoffer] te beroven. Ook de andere verdachten hebben geen verklaring afgelegd over het medeplegen. Er is geen bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte dient daarvan dan ook te worden vrijgesproken.

Parketnummer 06/850815-11

De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan. Hiertoe heeft zij, overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie, aangevoerd dat uit het dossier blijkt dat de betreffende woning te koop stond en niet meer in gebruik was bij aangever [slachtoffer B].

Ten aanzien van het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 06/940449-11

Op 29 oktober 2011 kwam bij de meldkamer de melding binnen dat er iemand was beroofd door een jongen en een meisje die thuis hoorden bij het slaaphuis in Apeldoorn. De melder zou op de Hofstraat in Apeldoorn staan. Verbalisant [verbalisant] was zeer dicht in de buurt van de Hofstraat en was binnen enkele seconden ter plaatse. De verbalisant werd aangesproken door een man, te weten [slachtoffer], die aangaf beroofd te zijn. De verbalisant merkte dat het communiceren met deze man moeilijk was. De verbalisant schatte in dat deze persoon een verstandelijke beperking had.5

Door [slachtoffer] is aangifte gedaan van diefstal, gepleegd op 29 oktober 2011 in Apeldoorn.6 De aangever heeft verklaard dat hij met de trein naar Apeldoorn was gegaan. Op het station stond [verdachte B] te bedelen. De aangever is met [verdachte B] naar het slaaphuis gelopen, waar [verdachte B] een lange jongen ophaalde. Deze jongen had een lange zwarte leren jas aan. Toen [verdachte B] de jongen bij het slaaphuis ophaalde is de aangever tussen de ingang en de overkant van het slaaphuis blijven wachten. Toen [verdachte B] en de lange jongen kwamen gingen ze naar een hoekje en daar kwam er nog een jongen bij.7 Dit was een bruine jongen, een Surinamer. [verdachte B] zei toen tegen de aangever dat hij zijn zakken leeg moest halen. De bruine jongen pakte toen de telefoon van aangever. De drie personen stonden tegenover de aangever en [verdachte B] zei tegen de aangever dat als hij niets zou afgeven, zij tegen de politie zou zeggen dat hij haar verkracht had. Dit gebeurde bij het slaaphuis om de hoek. [verdachte B] zei tegen de aangever dat hij zijn zakken leeg moest maken. De Surinamer pakte toen de telefoon en Zippo aansteker uit de zakken van de aangever.8 [verdachte B] heeft de portemonnee uit zijn binnenzak gepakt. Ze heeft de portemonnee opengemaakt, het geld eruit gehaald en de lege portemonnee aan aangever teruggegeven. Het betrof drie briefjes van twintig en vijf briefjes van tien. [verdachte B] ging met de jongen met de leren jas terug naar het slaaphuis. De andere jongen ging met nog een andere jongen richting de stad. De aangever is achter [verdachte B] en de jongen aangelopen. Die jongen zei tegen de aangever dat als hij hun achterna bleef lopen hij hem op de bek zou slaan.9

De Surinamer is breed voor hem gaan staan. Als hij geen geld zou geven, dan zou hij van alle drie klappen krijgen. [verdachte B] had een grote bek en zei dat als de aangever het geld niet zou geven, ze tegen de politie zou zeggen dat hij haar verkracht zou hebben.10

Verbalisant [verbalisant] heeft een lege verpakkingsdoos van een mobiele telefoon afkomstig van [slachtoffer], aangever van een diefstal met geweld, gepleegd in Apeldoorn op 29 oktober 2011, afgehaald. Van de vaste begeleider van [slachtoffer] ontving de verbalisant een lege verpakkingsdoos van een mobiele telefoon, merk Samsung.11

Door verbalisant [verbalisant] zijn de beelden van de bewakingscamera's van het Omnizorg centrum van 29 oktober 2011 bekeken in verband met de straatroof die had plaats gevonden. Op de beelden zag verbalisant [verdachte A] en [verdachte B]. Te zien was dat beide verdachten zich ophielden bij Omnizorg. Om 21.11 uur verlieten [verd[verdachte B] en [verdachte A] samen het binnenpleintje van Omnizorg. Zij namen de uitgang die is gevestigd aan de zijde van de Stationsstraat. [verdachte A] en [verdachte B] lopen samen op.

Op de camera beelden was ook te zien dat een persoon genaamd "[bijnaam getuige A]" zijn fiets op slot zette op het binnenpleintje. Deze persoon verlaat om 21.16 uur het binnenpleintje, via de uitgang gelegen aan de Stationsstraat. Op de beelden is te zien dat deze persoon in het gezelschap verkeerde van een donker getinte man, die een donkerkleurige jas draagt en die direct achter "[bijnaam getuige A]" aanloopt. Beide mannen lopen over de Stationsstraat weg in de richting van de Kanaalstraat.12

Door verbalisant [verbalisant] wordt op de camerabeelden de achterste van de twee mannien herkend als de hem ambtshalve bekende Bradley Jonathan [verdachte C].13

Door [getuige A] is een verklaring afgelegd over het voorval in de buurt van Omnizorg op 29 oktober 2011.14 Door de getuige is verklaard dat hij [bijnaam getuige A] wordt genoemd. De getuige kent [verdachte B]/[verdachte B] van Omnizorg.15 De avond dat [verdachte B] opgepakt werd, heeft getuige [verdachte B] gezien met een man met krullend haar en rare ogen. Dat was bij het stoplicht bij het kantongerecht in Apeldoorn. De getuige heeft [verdachte B] samen met die man en met nog een andere jongen gezien, dit was rond 21.00 uur à 21.30 uur. De andere jongen heet [verdachte A]. Er was ook nog een Antilliaanse jongen bij.16 [verdachte A] wordt ook wel Lange genoemd.17

Door de getuige [getuige A] is verder verklaard dat de Antilliaanse jongen ook wel Kleine wordt genoemd.18

Door [verdachte B] is verklaard dat zij op 29 oktober 2011 naar het station ging om mensen om geld te vragen. Daar kwam zij "die schele", [slachtoffer], tegen. [slachtoffer] sprak [verdachte B] aan ter hoogte van het Sophiaplein. [verdachte B] heeft geld van [slachtoffer] aangepakt en is naar het pleintje gegaan, waar zij [verdachte A] heeft aangesproken.19 [verdachte B] is later met [verdachte A] terug gegaan naar [slachtoffer], omdat zij nog meer geld wilden weghalen.20 Onderweg kwamen [verdachte B] en [verdachte A] een aantal mensen tegen, waaronder [bijnaam getuige A] en Kleine. Samen met anderen heeft [verdachte B] [slachtoffer] overvallen. [verdachte B] heeft [slachtoffer] geld afhandig gemaakt. Kleine heeft de telefoon van [slachtoffer].21

Door [verdachte B] is verklaard dat [verdachte A] met haar is meegegaan, dit betreft [verdachte A]. Ook Kleine was erbij, zijn echte naam kent [verdachte B] niet.22

[verdachte B] heeft verklaard dat het klopt dat ze met twee anderen voor [slachtoffer] stond en dat zij een grote bek tegen hem had. Ze heeft tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat als hij hun een kunstje zou flikken zij aan de politie zou vertellen dat hij vrouwen sloeg. [verdachte B] heeft verder ook verklaard dat iemand de portemonnee van [slachtoffer] heeft gepakt en dat zij daar geld uit heeft gehaald.23

Door [verdachte C] is verklaard dat hij wel eens "Kleine" wordt genoemd.24

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangever en verdachte [verdachte B], zoals afgelegd ten overstaan van de politie, betrouwbaar zijn en derhalve gebezigd kunnen worden voor het bewijs. Hiertoe overweegt de rechtbank dat deze verklaringen gedetailleerd zijn en op diverse punten met elkaar overeenstemmen. Tevens komen de verklaringen overeen met de overige gebezigde bewijsmiddelen.

Op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte tezamen met [verdachte A] en [verdachte C] goederen heeft gestolen van [slachtoffer]. Alle drie betrokkenen hebben een wezenlijk aandeel gehad in de diefstal met bedreiging van geweld en hebben handelingen verricht ten einde de diefstal gemakkelijk en/of de vlucht mogelijk te maken.

De rechtbank acht niet bewezen dat de aangever is geduwd, geslagen, gestompt en/of in zijn kruis is getrapt/geschopt. Hoewel door verdachte [verdachte B] is verklaard dat zij aangever in het kruis heeft getrapt, heeft de aangever - toen hij daar specifiek over werd bevraagd - bij herhaling verklaard dat er geen fysiek geweld tegen hem is uitgeoefend. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

Tevens zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde afpersing. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de goederen van de aangever door de verdachten zijn afgepakt onder bedreiging met geweld. Gelet op de bewijsmiddelen kan dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de aangever zijn goederen heeft afgegeven (onder bedreiging met geweld).

Parketnummer 06/850815-11

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat uit op grond van de aanwezige bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een woning is binnengedrongen die in gebruik was bij [slachtoffer B]. Uit onder meer de aangifte van [slachtoffer B] blijkt dat de betreffende woning leeg stond en niet in gebruik was bij [slachtoffer B] en/of anderen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Bewijsmiddelen

De rechtbank acht voor het bewijs van het onder 1 en het onder 2 subsidiair laste gelegde feit de navolgende redengevende feiten en omstandigheden voorhanden:

- een proces-verbaal van aangifte van aangever [slachtoffer B];25

- een proces-verbaal van bevindingen;26

- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd tijdens haar verhoor bij de politie27 en ter terechtzitting.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/940449-11

zij op 29 oktober 2011 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (totaalbedrag ongeveer 110 Euro), een mobiele telefoon (merk Samsung) en een aansteker (merk Zippo), toebehorende aan [slachtoffer],

welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat zij en/of haar mededaders

- die (verstandelijke beperkte) [slachtoffer] heeft/hebben bevolen diens zakken leeg te maken en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat, indien deze niets zou afgeven aan haar en/of haar mededaders, zij, verdachte, en/of haar mededaders tegen de politie zou(den) zeggen dat die [slachtoffer] vrouwen sloeg en/of dat die [slachtoffer] [verdachte B] verkracht had, althans woorden van gelijke aard of strekking heeft/hebben toegevoegd, en

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat, indien deze geen spullen zou geven, die [slachtoffer] van alle drie (daders) klappen zou krijgen en

- tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij deze voor de bek zou(den) slaan als die [slachtoffer] hen achterna bleef lopen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd;

Parketnummer 06/850815-11

1.

zij in de periode van 29 mei tot en met 30 mei 2011 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een raamkozijn en een of meer ruiten, toebehorende aan [slachtoffer B], heeft vernield en/of beschadigd;

2 subsidiair.

zij in de periode van 29 mei 2011 tot en met 30 mei 2011 in de gemeente Epe tezamen en in vereniging met anderen, in een woning (gelegen aan de [adres]), waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Parketnummer 06/940449-11

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 06/850815-11

1: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen en/of beschadigen;

2 subsidiair: medeplegen van kraken.

Strafbaarheid van de verdachte

Uit het over verdachte uitgebrachte psychologisch rapport Pro Justitia van 14 mei 2012, opgesteld door GZ-psycholoog E. de Vrij, blijkt onder meer het volgende.

Bij verdachte is sprake van ernstige verslavingsproblematiek, evenals van persoonlijkheidsproblematiek met borderline en antisociale kenmerken. Deze pathologie is al geruime tijd aan de orde. Centraal element in de tenlastegelegde situatie is de invloed van de ernstige verslavingsziekte en, meer op het niveau van haar persoonlijkheid gelegen, problemen in de impulsbeheersing en een antisociale overlevingsstijl. Als gevolg van een ernstige afhankelijkheid is sprake van een - niet of moeilijk uit te stellen - behoefte aan drugs. Tegen beter weten in en kennelijk niet gehinderd door veel scrupules wordt door verdachte alles in werking gesteld om de ziekmakende onthoudingsverschijnselen te bestrijden. Zonder drugs kunnen, naar verwachting, gevoelens van ontreddering makkelijk overgaan in vijandigheid en agressie.

Het is aannemelijk dat de onderzochte ten tijde van het ten laste gelegde voldoende inzicht had in het ongeoorloofde en onmaatschappelijke karakter van haar gedrag. Echter, gezien de kracht van de verslavingsproblematiek en de onderliggende, op dit moment onvoldoende te omschrijven, psychische/persoonlijkheidsproblematiek kan men zich afvragen of zij op dat moment een voldoende doorleefd contact had met dit 'weten' om zichzelf aan te sturen. Het is aannemelijk dat sprake is geweest van beperkingen in de eigen keuze- en sturingsmogelijkheden. Gezien het causale verband tussen het ten laste gelegde en, in ieder geval, de verslavingsproblematiek wordt geadviseerd verdachte het haar ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze conclusie over en is van oordeel dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaarheid is.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten, de justitiële documentatie en de persoon van verdachte.

De officier van justitie heeft met name rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte ten aanzien van het onder 06/940449-11 ten laste gelegde een voortrekkersrol heeft gehad. Nu een klinische behandeling niet mogelijk is, vanwege het ontbreken van de daarvoor benodigde rapporten en een ambulante behandeling, gelet op de persoon van verdachte gedoemd is te mislukken, acht de officier van justitie een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie te hoog is. Gelet op de problematiek van verdachte is een gevangenisstraf van die hoogte niet passend. Er dient ook rekening te worden gehouden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zij van een verstandelijk beperkte man samen met anderen goederen afhandig heeft gemaakt, waarbij gedreigd is met geweld. Diefstal met bedreiging met geweld is een ernstig feit, waarvan de slachtoffers over het algemeen nog lang hinder ondervinden. Een diefstal als deze zorgt ook voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling en kraken. Dergelijke feiten veroorzaken voor de benadeelden veel hinder.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ook rekening met de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting en met de justitiële documentatie van verdachte.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de omtrent verdachte uitgebrachte rapporten. Uit deze rapporten blijkt dat bij verdachte sprake is van ernstige verslavingsproblematiek naast persoonlijkheidsproblematiek met borderline en antisociale kenmerken en dat het bewezen verklaarde in verminderde mate aan haar kan worden toegerekend.

In het hiervoor vermelde psychologische rapport wordt geadviseerd tot een klinische behandeling. Hoewel de rechtbank de noodzaak tot een behandeling onderschrijft kan een klinische behandeling, nu de daarvoor benodigde indicatiestelling en reclasseringsrapportage waarin is neergelegd per welke datum in welke kliniek verdachte zou kunnen worden opgenomen, ontbreken, thans niet worden opgelegd in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Gelet op de duur van de al ondergane preventieve hechtenis en in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting uitdrukkelijk heeft aangegeven niet meer te willen meewerken aan een klinisch traject als dat inhoudt dat de strafzaak daardoor zou worden aangehouden en niet aanstonds zou kunnen worden afgedaan, is het naar oordeel van de rechtbank niet zinvol de mogelijkheid om alsnog een dergelijke behandelverplichting op te leggen verder na te gaan.

Tevens acht de rechtbank het opleggen van een ambulante behandelverplichting niet gepast, nu gelet op de persoon van verdachte ernstig te verwachten valt dat een dergelijke behandeling niet zal slagen. Hierbij neemt de rechtbank ook in ogenschouw dat er, vanwege de duur van de al ondergane preventieve hechtenis en gelet op het hiervoor overwogene, geen ruimte is voor een substantieel voorwaardelijk strafdeel om een dergelijke voorwaarde aan te koppelen.

Gelet op het al wat hiervoor is overwogen zal de rechtbank aan verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van zeven maanden met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 138a, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 06/850815-11 onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/940449-11 en het onder parketnummer 06/850815-11, onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Parketnummer 06/940449-11

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl dit feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 06/850815-11

1: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen en/of beschadigen;

2 subsidiair: medeplegen van kraken;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. Van Lookeren Campagne, voorzitter, en mrs. Heenk en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 juli 2012.

Mr. Heenk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna ter zake van strafzaak met het parketnummer 06/940449-11 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2011179554, van de Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 23 december 2011.

2 Stamproces-verbaal, dossierpagina 7.

3 Als hierna ter zake van parketnummer 06/850815-11 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0610 2011073305-23, Regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, district Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 8 augustus 2011.

4 Stamproces-verbaal, dossierpagina 2.

5 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 166.

6 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 151 e.v.

7 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 153.

8 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 155.

9 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 156.

10 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 157.

11 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 164.

12 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 169.

13 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 131.

14 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 173.

15 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 174.

16 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 176.

17 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 177.

18 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 180.

19 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 84.

20 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 85.

21 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 86.

22 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 89.

23 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 95.

24 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 121.

25 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 28 e.v.

26 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 35 e.v.

27 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte, dossierpagina 42 e.v.