Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1336

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
06/950538-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:4278, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, voor deelname aan een afgesproken vechtpartij in Doetinchem op 4 juni 2011. In totaal veroordeelt de rechtbank zeven verdachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950538-11

Uitspraak d.d.: 12 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte D],

geboren te [plaats] (Bosnië en Herzegovina) op [1984],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. M. t'Sas, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 mei 2012 en 29 mei 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [medeverdachte B], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

immers heeft hij, verdachte, die [medeverdachte B] getroffen op de door hen afgesproken plaa

weten: Landgoed Hagen) en/of tijd, en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte B] afgesproken om te vechten (totdat een van hen

knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of (fysiek) niet

meer overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten) en/of

is verdachte (vervolgens) met die [medeverdachte B] gaan vechten en/of

heeft verdachte (daarbij) die [medeverdachte B] meerdere malen, althans éénmaal, (met kracht)

(met geschoeide voet) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in

en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders

in en/of op en/of tegen het lichaam van die [medeverdachte B], en/of

die [medeverdachte B] één of meermalen in en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de

arm(en) en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam, heeft gebeten en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte B] geworsteld en/of die [medeverdachte B] aan de armen en/of de

benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of die

[medeverdachte B] meermalen, althans éénmaal, naar de grond gewerkt en/of ten val heeft

gebracht en/of (daarbij) een houdgreep aangelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

opzettelijk mishandelend (met die) [medeverdachte B]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft

geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in en/of tegen en/of op

de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of

tegen het lichaam, en/of

- meermalen, althans éénmaal (met kracht) die [medeverdachte B] in en/of op de rug en/of

de hand(en) en/of de arm(en) en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam

heeft gebeten, en/of

- heeft geworsteld en/of die [medeverdachte B] aan de armen en/of de benen en/of

elders aan het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [medeverdachte B]

meermalen, althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of ten val heeft

gebracht en/of (daarbij) een houdgreep heeft aangelegd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[medeverdachte B], [medeverdachte G], [medeverdachte H], [medeverdachte I], en/of [slachtoffer A],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide

voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [medeverdachte B] en/of die

[medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [slachtoffer A], en/of

het trekken en/of tonen en/of in de lucht houden en/of in de richting houden

van (en/of richten op) één of meerdere vuurwapen(s), althans één of meer op

(vuur)wapen(s) gelijkende voorwerp(en), aan die [slachtoffer A] en/of die [medeverdachte B], die

[medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I].

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Het grootschalige opsporingsonderzoek Agaat, waarvan deze zaak onderdeel uitmaakt, is gestart naar aanleiding van een melding op 4 juni 2011 bij de regionale Meldkamer Oost Nederland. Deze melding hield in dat er nabij het Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem een man in het hoofd was geschoten. Bij nader onderzoek bleek dat de man was beschoten in een bosperceel gelegen aan de noodwestzijde van de 2e Loolaan te Doetinchem, direct gelegen achter het Slingeland Ziekenhuis.2

Naar aanleiding van de binnengekomen melding(en) werden er politie-eenheden naar de opgegeven locatie gezonden. Op de locatie werd een man liggend op de grond aangetroffen met een schotwond in zijn voorhoofd. Rondom het slachtoffer stond een viertal personen, te weten [medeverdachte H], [medeverdachte I], [naam A] en [naam B], die vertelden dat ze het slachtoffer kennen als [slachtoffer A]. Door [medeverdachte H] werd verteld dat er een afgesproken vechtpartij tussen een Turkse groep en een Bosnische groep was geweest.3

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie in zijn schriftelijk requisitoir de bewijsmiddelen uitvoerig opgesomd en toegelicht.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd dat er sprake was van afgesproken vechtpartij tussen [medeverdachte B] en [verdachte D], hetgeen duidelijk blijkt uit de afgelegde verklaringen. Door verdachte is ook een secondant/scheidsrechter meegenomen naar de vechtpartij en meerdere vrienden. Voorafgaand aan deze vechtpartij zijn door partijen afspraken gemaakt over het vechten en zijn ze beiden gefouilleerd. De daarop volgende vechtpartij is ontaard in een massale vecht-, duw- en trekpartij tussen de beide betrokken kampen, waarin iedereen zich heeft gemengd.

De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van de openlijke geweldpleging voor zover dit betrekking heeft op de passage die ziet op het gebruik van het vuurwapen.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat het doel van de afspraak tussen verdachte en [medeverdachte B] is geweest om het geschil uit te praten. Verdachte heeft duidelijk verklaard dat hij dit geschil verbaal wilde oplossen, hetgeen ook is verklaard door verdachtes broer en [medeverdachte F]. Dat anderen verklaard hebben dat er gevochten zou gaan worden, is geen bewijs voor het feit dat dit ook de intentie zou zijn geweest van verdachte.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het onduidelijk is welke van de ten laste gelegde handelingen al dan niet door verdachte zijn verricht., zodat ook daarvoor vrijspraak dient te volgen.

Voor zover er ten aanzien van het onder 1 subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde enige bewezenverklaring zou volgen, heeft de raadsman een beroep gedaan op noodweer(exces).

Beoordeling door de rechtbank

Om te beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld acht de rechtbank verschillende omstandigheden van belang. Het gaat daarbij om de afspraak tussen twee personen die is gemaakt om een ruzie uit te vechten, om de keuze van de locatie waar dat dan zou plaatsvinden, hoe dat gevecht tussen de twee kemphanen zou plaatsvinden en wat de bijdrage van de andere aanwezigen is geweest. Op die verschillende aspecten wordt hierna ingegaan.

Bewijsmiddelen

Afspraak om te gaan vechten

Door [medeverdachte B] is verklaard dat [verdachte D] hem zat te treiteren in discotheek [discotheek] in Doetinchem.4 [medeverdachte B] is door [verdachte D] onder meer uitgescholden voor "hoerenzoon". [medeverdachte B] heeft aan [naam C] om het telefoonnummer van [verdachte D] gevraagd. Hij wilde dat [verdachte D] zijn excuses aan zou bieden. Vervolgens is er een week of drie overheen gegaan. In de tussentijd ontving [medeverdachte B] sms'jes van [verdachte D] en verstuurde hij ook berichten naar hem. Op enig moment heeft [medeverdachte B] met [verdachte D] gebeld. In dat telefoongesprek is toen afgesproken dat ze een man tegen man gevecht zouden hebben, daarna zou het afgelopen zijn. [medeverdachte B] heeft de afspraak gemaakt, omdat hij van [verdachte D] afwilde. De afspraak was om het die zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - uit te vechten.5 De anderen zijn vooruit gegaan om te kijken of het veilig was.6

Door [medeverdachte H] is verklaard dat hij van [medeverdachte B] had gehoord dat [medeverdachte B] een conflict had gehad met iemand in een discotheek. Dit was met de broer van [medeverdachte E], [verdachte D]. [verdachte D] en [medeverdachte B] stuurden elkaar sms'jes in dreigende en treiterende sfeer. Een week voor 4 juni 2011 werd er een afspraak gemaakt om het uit te vechten.7 Eerst zou dit op een schoolplein gebeuren, later werd dit veranderd naar een bos waar geen camera's zouden hangen. [medeverdachte B] vroeg aan [medeverdachte H] om scheidsrechter te zijn bij het gevecht. Er was afgesproken om met de handen en de regels van het boksen en het straatvechten te vechten, zonder wapens. Twee personen zouden met elkaar vechten, [medeverdachte B] en [verdachte D].8

Door [medeverdachte G] [medeverdachte G] is verklaard dat er een vechtpartij was afgesproken tussen [medeverdachte B] en [verdachte D]. Deze vechtpartij was het gevolg van een eerdere vechtpartij in [discotheek] te Doetinchem. [medeverdachte B] en [verdachte D] hadden toen ook gevochten en [medeverdachte B] was door [verdachte D] uitgescholden voor "hoerenjong".9 [medeverdachte G] hoorde van [slachtoffer A] dat het conflict verergerde. Het moest en zou vechten worden.10 [slachtoffer A] vertelde [medeverdachte G] dat dit bij het Ludger zou gebeuren. [medeverdachte G] ging mee uit veiligheid voor [medeverdachte B].11

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 door [medeverdachte B] en [medeverdachte H] is gebeld en gevraagd om naar de bult te komen. [medeverdachte B] zei dat hij één tegen één ging vechten met [verdachte D].12 [medeverdachte B] vroeg hem of hij wilde kijken op de bult met hoeveel ze waren.13

Door [naam B] is verklaard dat [medeverdachte B] [verdachte D] wilde terugpakken en dat hij door [medeverdachte B] is gebeld met de mededeling dat hij die dag zou vechten met [verdachte D]. [naam B] ging mee om te ondersteunen; als anderen zich er mee bemoeiden, zou hij dat ook doen.14

Door [verdachte D] is verklaard dat hij al een aantal weken problemen had met [medeverdachte B]. Dit was begonnen in uitgaansgelegenheid [discotheek]. Beiden zijn toen de club uitgezet. Hierbij heeft [verdachte D] [medeverdachte B] een hoerenzoon genoemd. [medeverdachte B] bestookte [verdachte D] na dat voorval met sms'jes, onder meer met als inhoud dat [medeverdachte B] [verdachte D] zou pakken. [verdachte D] en [medeverdachte B] hadden zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - afgesproken om met elkaar deze vete uit te vechten. [verdachte D] en [medeverdachte B] zouden het één tegen één, man tegen man uitvechten.15

Er werden geen afspraken gemaakt over hoe het zou gaan gebeuren. Er werd nog wel gesproken over dat het één tegen één zou zijn.16 De anderen waren erbij om er voor te zorgen dat het eerlijk bleef.17 [medeverdachte A] en [medeverdachte C] wisten van de ruzie met [medeverdachte B] af.18 Volgens [verdachte D] zei [medeverdachte A] dat als de jongen zou komen, we dan eerst zouden praten en als die jongen echt niet wilde praten, dan moesten we het maar uitvechten.19

Door [medeverdachte E] is een verklaring afgelegd van hetgeen er op 4 juni 2011 is gebeurd.20 [medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte B] - de rechtbank begrijpt dat door hem hiermee [medeverdachte B] wordt bedoeld, verder zal dan ook [medeverdachte B] gebruikt worden - een conflict had met [verdachte D]. [verdachte D] zou [medeverdachte B] "hoerenzoon" genoemd hebben. [verdachte D] heeft in een sms'je gezegd dat het hem speet, maar [medeverdachte B] bleef dreigen.21 De reden van de uitnodiging tot een gevecht was dat [medeverdachte B] de excuses van [verdachte D] niet accepteerde. [medeverdachte B] wilde vechten, één op één, met [verdachte D]. In een sms had [medeverdachte B] een datum gezet waarop hij met [verdachte D] wou afspreken. [medeverdachte B] had daar ook bijgezet dat hij met mensen zou komen, omdat hij dacht dat [medeverdachte E] er ook bij zou zijn.22 De anderen gingen mee voor de zekerheid dat het niet uit de hand liep. [verdachte D] had tegen [medeverdachte E] gezegd dat hij wilde dat [medeverdachte E] meeging, dit omdat [verdachte D] dacht dat [medeverdachte B] niet met hem wilde praten.23 [medeverdachte E] heeft tegen [medeverdachte A] gezegd om thuis te blijven onder meer omdat hij geen papieren had.24

Door [medeverdachte F] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar een plaats is gegaan in de buurt van het ziekenhuis in Doetinchem. Hij was samen met [verdachte D] en [medeverdachte E], [medeverdachte C] en [medeverdachte A].25 [medeverdachte F] was thuis gebeld door [medeverdachte E] die hem heeft gevraagd of hij meeging. [verdachte D] had ruzie gehad met een jongen uit Doetinchem en [medeverdachte E] vroeg of [medeverdachte F] mee wilde gaan om de ruzie met die jongen op te helderen.26

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij wist dat [verdachte D] sinds een paar weken voor 4 juni 2011 problemen had met een jongen.27 [verdachte D] had [medeverdachte A] verteld dat hij problemen had gehad met een jongen in een discotheek in het centrum van Doetinchem. De jongen begon sms'jes te sturen naar [verdachte D]. Die jongen zou [verdachte D] pakken, het huis in brand steken en dat soort dingen. [medeverdachte A] heeft een aantal van die sms'jes gelezen. Op zaterdag (4 juni 2011) kwam [verdachte D] naar het huis van [medeverdachte A]. [verdachte D] zei dat de jongen door bleef gaan met de sms'jes. [verdachte D] zei ook dat hij en die Koerdische jongen een afspraak hadden gemaakt bij een school.28

Ludger College

Door [medeverdachte B] is verklaard dat er eerst afgesproken was achter de Aldi in Doetinchem, maar daar is overdag publiek. Door [medeverdachte B] is naar [verdachte D] een sms-bericht gestuurd om achter het Ludger College te vechten.29 [verdachte D] heeft vervolgens laten weten dat ze naar het bultje moesten gaan, omdat er bij het Ludger College allemaal camera's hingen. Na veel over en weer telefoonverkeer werd door [verdachte D] besloten dat ze het zouden uitvechten op of bij de zandbult.30

Door [verdachte D] is verklaard dat hij op de desbetreffende zaterdag samen met zijn buurman [medeverdachte A], zijn broer [medeverdachte E], [medeverdachte F] en [medeverdachte C] en een andere jongen die met [medeverdachte C] mee was, bij het Ludger College is geweest. Dit omdat [medeverdachte B] [verdachte D] had ge-sms't dat zij daar heen moesten gaan. Na deze sms heeft [verdachte D] [medeverdachte B] gebeld. [verdachte D] vond het niet verstandig om daar af te spreken omdat er bij het Ludger College camera's hingen en hij eerder betrokken was bij een vechtpartij waar hij nog een werkstraf voor open had staan. [verdachte D] heeft [medeverdachte B] toen gezegd dat ze naar het bos zouden rijden. Toen ze bij het bos stonden te wachten, belde [medeverdachte B] [verdachte D] op, omdat hij de ontmoeting bij het Ludger College wilde. [medeverdachte B] wilde op steen, daarmee bedoelde hij de ondergrond. [verdachte D] heeft [medeverdachte B] verteld dat zij bij de zandbult waren en heeft hem uitgelegd dat het de zandbult achter het ziekenhuis betrof.31

Door [medeverdachte F] is verklaard dat ze, toen hij was opgehaald, eerst naar het Ludger College zijn gereden. Op een gegeven moment werd er gebeld. [verdachte D] zei toen dat ze op een andere plaats moesten zijn.32 Ze zijn toen in de richting van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem gereden. Ze kwamen uit bij het Kruisbergse bos.33

Door [medeverdachte E] is verklaard dat op zaterdag was afgesproken bij het Ludger College. Daar zou gezegd zijn dat er teveel camera's hingen. Hierna ging de groep naar het bos. [medeverdachte E] reed met [medeverdachte A] en [medeverdachte F] mee naar de afgesproken plek. [verdachte D] zat bij [medeverdachte C] in de auto.34

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij met [verdachte D] is meegegaan. [medeverdachte E] - de rechtbank begrijpt dat hiermee door hem [medeverdachte E] wordt bedoeld35 - en [medeverdachte C] waren er ook bij. Bij [medeverdachte C] was ook een andere jongen.36 Verder was ook [medeverdachte F] erbij.37 Nadat ze op het schoolplein waren geweest zijn ze naar een plek achter het ziekenhuis gereden.38

Het treffen op de bult

Door [medeverdachte B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen was met [medeverdachte H], die had hij thuis opgehaald. [medeverdachte B] had ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] gebeld, die kwamen samen in één auto naar de plek waar [medeverdachte B] met [verdachte D] had afgesproken. [medeverdachte B] had ook [medeverdachte I] gebeld, die stond op de Varkensweide.39 Ze gingen met vier auto's, drie auto's reden vooruit naar de afgesproken locatie. [medeverdachte I] zou gaan kijken of zij niet iets gevaarlijk bij zich hadden. [medeverdachte I], [naam B], [slachtoffer A] en [medeverdachte G] zijn vooruit gegaan. [medeverdachte B] wachtte samen met [medeverdachte H]. [medeverdachte B] werd door [medeverdachte I] gebeld dat het veilig was. Hierna is [medeverdachte I] met [medeverdachte H] naar de bult gereden.40

Door [medeverdachte H] is verklaard dat hij samen met [medeverdachte B] naar het bos is gereden. [medeverdachte I] zou vooruit rijden om te kijken wie er waren. [medeverdachte H] kwam later met [medeverdachte B] aan, omdat [medeverdachte I] aangaf dat het veilig was.41 Verder waren ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] mee. Ook [naam B] was mee. Ze hadden zich verzameld bij het ziekenhuis en zijn later naar de zandbult gereden. Bij de zandbult aangekomen, zag [medeverdachte H] dat [medeverdachte E] met zijn broer [verdachte D] was meegekomen.42

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 op de Varkensweide was. Daar kwam [medeverdachte H] samen met [medeverdachte B] aanrijden. [medeverdachte I] wist dat [medeverdachte B] problemen had met [verdachte D]. [medeverdachte I] hoorde dat [verdachte D] en [medeverdachte B] elkaar ergens zouden ontmoeten.

[medeverdachte I] is in zijn eigen auto met [medeverdachte B] en [medeverdachte H] meegereden. Vlak bij de ingang van het ziekenhuis kwam ook [slachtoffer A] samen met [medeverdachte G] aangereden. Door [medeverdachte B] is aan [medeverdachte I] gevraagd om te zien bij de 2e Loolaan bij de zandbult met hoeveel man de anderen waren. [medeverdachte G] is bij [medeverdachte I] ingestapt en samen zijn ze naar de zandbult gereden. Daar zag [medeverdachte I] een paar jongens staan, waaronder [verdachte D], [medeverdachte E], [medeverdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A].

Van [verdachte D] begreep [medeverdachte I] dat [medeverdachte B] en [verdachte D] het zouden uitvechten. Het kwam erop neer dat [medeverdachte B] en [verdachte D] elkaar zouden afbeuken en dat het dan klaar zou zijn. De rest zou zich er niet mee bemoeien. [medeverdachte B] kwam later samen met [medeverdachte H] aan bij de zandbult.43

[medeverdachte B] en [verdachte D] gingen samen de bult op. Ze zouden man tegen man met elkaar gaan vechten. Dat moest gebeuren boven op de bult. Iedereen die er was liep mee naar boven. [medeverdachte I] heeft gezegd dat als anderen zich er meer zouden bemoeien, hij dat ook zou doen.44

Door [medeverdachte G] [medeverdachte G] is verklaard dat [slachtoffer A] een woordenwisseling kreeg met de Armeense man (naar de rechtbank begrijpt: [medeverdachte A]) en een grote Bosniër. Ze stonden iets buiten de kring die om de vechtenden heen stond. Hij zag dat de Armeen [slachtoffer A] bij de arm pakte en met harde boze stem zei "wat is jouw probleem". [medeverdachte G] haalde [slachtoffer A] en de Armeense man uit elkaar.45

[verdachte D] heeft verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen met [medeverdachte E], [medeverdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A] naar de zandbult is gegaan. Ze waren met zijn vijven. Toen zij op de bult waren zag hij dat er een aantal mannen met diverse auto's aan kwam rijden. Die groep bestond uit [medeverdachte B] en andere mannen.46

Door [medeverdachte E] is verklaard dat de andere groep met drie auto's aan kwam rijden. Een paar seconden later kwam ook [medeverdachte B] aan rijden. Bij [medeverdachte B] was een grote gespierde vent die [medeverdachte H] heet.47 [medeverdachte E] kende uit de andere groep [medeverdachte B], [medeverdachte H] en [medeverdachte I].48

Door [medeverdachte F] is verklaard dat, nadat zij bij het Kruisbergse bos waren aangekomen, ze naar het heuveltje zijn gelopen. Toen ze daar waren kwamen de andere jongens er aan. Er kwam een aantal personen schreeuwend uit de auto en een aantal was rustig. Een aantal jongens liep naar [medeverdachte E] en [verdachte D]. Hierna kwam er nog een auto aangereden met daarin twee mannen. Een daarvan was de jongen waar [verdachte D] ruzie mee had en de andere man betrof een gespierde man.49

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij tijdens het wachten op de bult met [verdachte D] heeft gesproken over het probleem dat bij de disco was ontstaan, en dat [verdachte D] tegen hem zei dat hij ([verdachte D]) dacht dat er gevochten ging worden.50 Toen de andere jongens gekomen waren - naar de rechtbank begrijpt: voor de aankomst van [medeverdachte B] - heeft [medeverdachte A] aan iedereen gevraagd of ze wisten waarvoor ze daar waren en wat het probleem was. [medeverdachte A] heeft namens [verdachte D] nog een keer sorry gezegd. [medeverdachte A] heeft gezegd dat ze kwamen voor een vredige oplossing, waarop het latere slachtoffer zei dat vechten de enige oplossing was. [medeverdachte A] heeft verklaard dat iedereen zich er mee bemoeide en dat niemand meer naar hem luisterde. Hij moest zich maar neerleggen bij het feit dat er wel gevochten zou gaan worden. Iedereen werd onrustig aldus [medeverdachte A], hij zelf ook. In zijn hoofd speelde al dat er politie zou komen en hij dacht aan de gevolgen voor zijn gezin en zijn asielprocedure. Hij weet niet waarom hij toen niet is weggegaan. Verdachte is meegelopen naar boven, de bult op.51

"Regels van de vechtpartij"

Door [medeverdachte B] is verklaard dat toen hij op 4 juni 2011 bij de bult aankwam, [verdachte D] zei dat ze naar boven zouden gaan. [verdachte D] bepaalde dat ze het boven op de zandbult zouden uitvechten. Iedereen is achter [verdachte D] aangelopen. Boven op de bult heeft [medeverdachte H] [verdachte D] gefouilleerd. [medeverdachte B] werd door [medeverdachte E] gefouilleerd. [medeverdachte B] zei nog aftikken of K.O. (knock-out) gaan is afgelopen, op de grond doorvechten en niet bijten. Hierna begon het gevecht. [medeverdachte H] was de scheidsrechter, dat was een week eerder al bepaald. [verdachte D] was telefonisch op de hoogte gesteld dat [medeverdachte H] de scheidsrechter was.52

Door [medeverdachte H] is verklaard dat hij met [medeverdachte E] had afgesproken dat [medeverdachte E] [verdachte D] in de gaten zou houden en dat hij, [medeverdachte H], [medeverdachte B] in de gaten zou houden, dit zodat er eerlijk gevochten zou worden. Er werd tegen elkaar gezegd dat er eerlijk gevochten zou worden en dat er niet werd gebeten of kopstoten uitgedeeld zouden worden. Als iemand zich zou overgeven, dan was het gevecht ten einde.53 De afspraak was dat het gevecht zou eindigen als iemand knock-out zou gaan.54

Door [medeverdachte I] is verklaard dat aan [medeverdachte H] was gevraagd of hij als scheidsrechter wilde optreden in een wedstrijd die op 4 juni 2011 uitgevochten zou worden. Dat was een soort duel tussen twee mannen.55 [medeverdachte H] zou boven op de bult bemiddelen als scheidsrechter. Hij heeft tegen [verdachte D] en [medeverdachte E] gezegd dat het een eerlijk gevecht moest worden. De eerste die zei dat hij wilde stoppen, had verloren. [medeverdachte H] heeft de regels uitgelegd aan [verdachte D] en [medeverdachte B]. [medeverdachte H] zei dat het gevecht tussen [verdachte D] en [medeverdachte B] ging en dat niemand zich ermee mocht bemoeien.56 [verdachte D] en [medeverdachte B] zijn gefouilleerd. Als er één knock-out zou gaan, dan zou het klaar zijn. Ze zouden net zolang doorgaan tot iemand knock-out zou gaan.57

Door [medeverdachte G] [medeverdachte G] is verklaard dat [medeverdachte B] en [verdachte D] voor het gevecht zijn gefouilleerd. Er zou één tegen één en met blote handen gevochten worden. Er zou gevochten worden tot een knock-out. Er zou gestopt worden als er iemand knock-out ging.58

Door [naam B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar de bult is gegaan omdat [medeverdachte B] en [medeverdachte H] hem hadden gebeld. [medeverdachte B] kwam bij [naam B] en vertelde dat hij ruzie had gehad met [verdachte D]. Het was voor [naam B] duidelijk dat er man tegen man gevochten zou worden.59

Door [verdachte D] is verklaard dat met [medeverdachte B] een oudere, bredere man mee was. Deze man zei dat ze, [verdachte D] en [medeverdachte B], één tegen één moesten vechten. Door de man werd gevraagd of er wapens bij waren. [verdachte D] heeft gezegd dat het niet zo was.60 De man heeft oppervlakkig aan [verdachte D]s kleding gevoeld. Dat was vlak voordat [verdachte D] en [medeverdachte B] gingen vechten. Het moest een eerlijk gevecht worden met de vuisten.61

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] voorafgaand aan het vechten bij [medeverdachte B] en [verdachte D] op de kleding heeft geklopt. [medeverdachte H] schreeuwde ook één tegen één. [medeverdachte H] was ook een soort van scheidsrechter.62

Door [medeverdachte F] is verklaard dat de gespierde man naar de groep kwam lopen en zei dat ze ([verdachte D] en [medeverdachte B]) het moesten uitvechten. De man had het over een eerlijk gevecht van één tegen één. Iedereen liep vervolgens de bult op en [verdachte D] en de man zonder shirt begonnen te vechten.63 Voor het gevecht heeft [medeverdachte F] gehoord dat iemand zei: "Jij moet ze fouilleren". Hij heeft ook gehoord dat het een eerlijk gevecht moest zijn, één tegen één.64

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij achter de groep aan naar boven is gelopen. Boven begonnen [verdachte D] en de andere jongen te vechten. [medeverdachte A] heeft gehoord dat iemand zei dat er geen stenen en stokken gebruikt mochten worden. Er zou ook afgesproken zijn dat er alleen met de handen gevochten zou worden. Vervolgens begon het gevecht bovenop de bult.65

De vechtpartij tussen [verdachte D] en [medeverdachte B]

Door [medeverdachte B] is over de vechtpartij het volgende verklaard.

Toen [verdachte D] en [medeverdachte B] begonnen met vechten, probeerde [medeverdachte B] [verdachte D] naar de grond te trekken. Hij dook naar [verdachte D]s benen en trok hem op de grond. [verdachte D] lag op zijn rug op de grond. [medeverdachte B] lag bovenop [verdachte D] en [verdachte D] kon geen kant op. [medeverdachte B] hoorde [medeverdachte E] zeggen dat ze moesten gaan staan en opnieuw beginnen. Terwijl [medeverdachte E] dit zei, trok hij [medeverdachte B] en [verdachte D] los. Hierna begonnen ze opnieuw te vechten. Toen [medeverdachte B] het been van [verdachte D] vast had, beet [verdachte D] hem in zijn schouder. [verdachte D] had [medeverdachte B] bij zijn keel vast.66 Toen [medeverdachte B] [verdachte D] weer op de grond had, greep [medeverdachte E] weer in. [medeverdachte B] wilde opgeven, maar moest van [medeverdachte E] doorvechten. [medeverdachte H] heeft toen [medeverdachte E] weggeduwd.67

[medeverdachte H] heeft verklaard over de vechtpartij tussen [medeverdachte B] en [verdachte D] als volgt verklaard. [medeverdachte B] kreeg behoorlijke klappen van [verdachte D]. Op het moment dat [medeverdachte B] [verdachte D] op de grond had gewerkt, werden ze gelijk door [medeverdachte E] van elkaar afgetrokken. Dit gebeurde twee keer. Op een gegeven moment was [medeverdachte B] buiten adem en zei [medeverdachte H] tegen hem dat hij moest stoppen. [verdachte D] had [medeverdachte B] ook tot bloedens toe gebeten. [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden.68

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [medeverdachte B] en [verdachte D] gingen vechten, het er gelijk fel op ging. [medeverdachte I] zag dat ze elkaar sloegen en raakten. [medeverdachte B] lag op [verdachte D] en [verdachte D] beet toen in de rug van [medeverdachte B].69 [medeverdachte B] wilde opgeven, hij kon niet meer.70

[medeverdachte G] [medeverdachte G] heeft verklaard dat hij zag dat [verdachte D] en [medeverdachte B] tegen elkaar gingen vechten. De groepen stonden er omheen. Er was toen nog geen ruzie tussen de groepen. [verdachte D] en [medeverdachte B] sloegen elkaar met vuisten tegen het hoofd. Eerst stonden zij tegenover elkaar en later waren zij op de grond met elkaar aan het worstelen. [verdachte D] beet [medeverdachte B] in de nek en zij sloegen elkaar over en weer hard met de vuist. [medeverdachte G] zag dat [medeverdachte E] [verdachte D] en [medeverdachte B] uit elkaar haalde. [medeverdachte E] deed dit met nog een man. [medeverdachte E] wilde dat er staand verder gevochten werd.71 [medeverdachte G] heeft gezien dat [medeverdachte B] geworsteld heeft. [medeverdachte B] heeft ook klappen gekregen. [medeverdachte B] gaf [verdachte D] een klap en kreeg er een paar terug van [verdachte D]. [medeverdachte G] heeft gehoord dat [medeverdachte B] schreeuwde dat hij niet meer kon. Toen liep het uit de hand.72

Door [getuige A] is verklaard dat toen [verdachte D] en [medeverdachte B] elkaar vasthadden op de grond ze uit elkaar werden gehaald door anderen. Ze moesten opstaan en weer doorvechten. De tweede keer dat [verdachte D] en [medeverdachte B] op de grond lagen, bemoeiden anderen zich er weer mee. Men begon te schreeuwen. Eerst werd er aangemoedigd, maar later was het geschreeuw tegen elkaar.73

Door [verdachte D] is ten aanzien van het vechten zelf het volgende verklaard.

[verdachte D] en [medeverdachte B] hebben gevochten. Ze werden hierbij een paar keer van elkaar afgehaald.74 Het gevecht met [medeverdachte B] en [verdachte D] bestond uit slaan en schoppen. [medeverdachte B] heeft [verdachte D] ook een keer vastgepakt, waardoor [verdachte D] op de grond kwam te liggen. Toen [medeverdachte B] [verdachte D] om zijn nek vast had, heeft [verdachte D] [medeverdachte B] ook gebeten.75

[medeverdachte E] heeft verklaard dat het vechten tussen [verdachte D] en [medeverdachte B] snel ging. [medeverdachte E] zag dat [verdachte D] verwondingen had op zijn rug en [medeverdachte B] had een bloedneus.76

Door [medeverdachte A] is verklaard dat tijdens het gevecht iedereen op een meter of drie rondom de twee vechtende jongens stond. [medeverdachte A] heeft gezien dat [verdachte D] en de andere jongen op de grond vielen toen de jongen [verdachte D] beetpakte. De andere jongen sloeg heel vaak op [verdachte D] en [verdachte D] kon niet loskomen. [medeverdachte A] ging naar de jongens toe en probeerde ze uit elkaar te duwen. [verdachte D] zei tegen [medeverdachte E] dat hij [verdachte D] en die andere jongen uit elkaar moest houden. [verdachte D] wilde doorgaan met vechten en naar de andere jongen toe. De andere jongen wilde ook weer terug naar [verdachte D] om verder te vechten. Plotseling gingen ze allebei weer met elkaar in gevecht.77 De jongen pakte [verdachte D] weer om zijn middel en beiden vielen weer op de grond. [verdachte D] werd om zijn middel vastgehouden en [verdachte D] had de andere jongen om zijn nek vast. Die andere jongen sloeg op dat moment vaak in op [verdachte D]. [medeverdachte A] zag dat [verdachte D] in de schouder van de andere jongen beet.78

Vechtpartij tussen de beide groepen

[medeverdachte H] heeft verklaard dat nadat hij had gezegd dat [medeverdachte B] moest stoppen, [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden. [medeverdachte H] ging voor [medeverdachte B] staan en duwde [medeverdachte E] van zich af. Op dat moment werd er door een persoon een pistool uit een tasje gehaald.79 [medeverdachte G] en [medeverdachte I] waren op dat moment ook aan het vechten met de Bosnische jongens. [medeverdachte H] werd toen aangevallen door [verdachte D], [medeverdachte E], de dikke Bosnische jongen en nog een andere jongen. [medeverdachte H] kreeg klappen, maar heeft er zeker zo veel uitgedeeld. Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, kwam [medeverdachte I] hem helpen.80 Het vechten ging door tot het moment dat het wapen in beeld kwam.81

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [medeverdachte B] boven op [verdachte D] lag en [verdachte D] [medeverdachte B] beet, [medeverdachte H], [medeverdachte I] en andere jongens zich met het gevecht bemoeiden. Zij probeerden de twee uit elkaar te trekken. Anderen wilden dat weer tegenhouden. Er ontstond om [verdachte D] en [medeverdachte B] heen een geduw en getrek. In een flits zag [medeverdachte I] dat er vier of vijf man op [medeverdachte H] wilden springen. [medeverdachte I] is zich daar mee gaan bemoeien. [medeverdachte H] lag op de grond en weerde zich af. [verdachte D] was nog aan het vechten met [medeverdachte B]. Vier tot vijf andere jongens wilden [medeverdachte H] aanvallen. [medeverdachte I] is daarop afgestapt en wilde iedereen wegtrekken bij [medeverdachte H].82 Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, werd [medeverdachte I] als het ware gek en is hij [medeverdachte H] gaan helpen. Met helpen bedoelde [medeverdachte I] dat hij mensen uit elkaar trok.83

[medeverdachte G] [medeverdachte G] heeft verklaard dat uiteindelijk iedereen zich met de vechtpartij tussen [verdachte D] en [medeverdachte B] ging bemoeien. Er werd geduwd en gescholden.84 Iedereen sloeg elkaar.85 Op het moment van het schot stond [slachtoffer A] wat hoger (naar de rechtbank begrijpt: op of tegen de bult) dan de [medeverdachte A]iër en de Bosniër.86 Bij de stukken bevindt verder zich een tapgesprek, dat aan [medeverdachte G] [medeverdachte G] wordt toegeschreven. In dat gesprek is door [medeverdachte G] onder meer gezegd dat hij alles had gezien en dat "we met elkaar aan het vechten gingen".87

[verdachte D] heeft verklaard dat toen hij aan het vechten was met [medeverdachte B] andere personen uit beide groepen ook een handgemeen kregen. [verdachte D] heeft gezien dat er aan elkaar getrokken en geduwd werd.88 Er werd ook over en weer geslagen. Er werd ook geroepen dat [verdachte D] en [medeverdachte B] door moesten vechten, anderen riepen weer van niet.89

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] [medeverdachte B] overeind heeft geholpen, op het moment dat [verdachte D] en [medeverdachte B] op de grond lagen. [medeverdachte E] heeft [verdachte D] vastgepakt. [verdachte D] bleef [medeverdachte B] vasthouden in een soort greep op zijn hoofd. [medeverdachte H] zag dat en greep naar [verdachte D]. [medeverdachte E] wilde toen [medeverdachte H] wegduwen. [medeverdachte E] kreeg toen een trap van [medeverdachte H] en viel daarbij op zijn rechterheup. [medeverdachte E] zag toen dat [medeverdachte F] [medeverdachte H] een duw gaf. [medeverdachte E] duwde [medeverdachte H] met kracht. waardoor [medeverdachte H] uit balans kwam en op zijn rug terecht kwam. [medeverdachte E] en [medeverdachte F] stapten toen naar [medeverdachte H] toe. [medeverdachte H] stond niet op maar bleef op zijn rug liggen.90

Door [medeverdachte F] is verklaard dat tijdens de vechtpartij van [verdachte D] iedereen zich met de vechtpartij begon te bemoeien. Er werd geduwd en getrokken. Het was een chaos. Op een gegeven moment zag [medeverdachte F] dat de gespierde man dreigend op [medeverdachte E] afliep. [medeverdachte F] dacht dat die man [medeverdachte E] wilde pakken. Hij wilde dit voorkomen en heeft de man met enige kracht weggeduwd. Op dat moment heeft [medeverdachte E] de man ook geduwd. Door het duwen van [medeverdachte F] en [medeverdachte E] viel de gespierde man op de grond.91

Door [getuige A] is verklaard dat de anderen eerst de vechters aanmoedigden en dat ze later tegen elkaar schreeuwden. Volgens [getuige A] werd hem toen duidelijk dat meer mensen gingen vechten.92 Er was sprake van duwen, trekken en schreeuwen. Er werd op meerdere plaatsen gevochten. Volgens [getuige A] was hij de enige van de Bosnische groep die zich er niet mee bemoeide.93

Door [medeverdachte A] is verklaard dat [verdachte D] en de andere jongen door een aantal Turkse jongens uit elkaar werden gehaald toen [verdachte D] had gebeten. Er werd gezegd dat er niet gebeten mocht worden. [verdachte D] werd weggeduwd door een aantal Turkse jongens, waarna [medeverdachte E] zich er ook mee ging bemoeien.94

Overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen het volgende.

Tussen verdachte [verdachte D] en [medeverdachte B] was sprake van een conflict. Dat conflict was in mei 2011 in een uitgaansgelegenheid ontstaan. Daar is toen verbaal en fysiek geweld aan te pas gekomen. In de weken na dat voorval is het conflict in ernst toegenomen; [medeverdachte B] heeft een reeks van ernstige bedreigingen geuit aan het adres van verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen dat er voorafgaand aan het daadwerkelijke treffen op de bult sprake was van een afspraak tussen verdachte en [medeverdachte B] om hun vete uit te gaan vechten. Uit de verklaringen blijkt genoegzaam dat het doel van de afspraak was om te gaan vechten en niet om het geschil uit te praten. De verklaring die verdachte daarover ter terechtzitting heeft afgelegd, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig en in strijd met zijn eerdere op dit punt bij de politie afgelegde verklaringen, waaraan de rechtbank hem - ook in het licht van alle bewijsmiddelen - zal houden. Daarbij acht de rechtbank het voorts van belang dat er blijkbaar bewust voor een afgelegen locatie zonder camera's is gekozen. Niet valt in te zien waarom de aanwezigheid van camera's bij het Ludger College bezwaarlijk zouden zijn geweest indien er enkel gesproken zou worden. Het doelbewust kiezen van een locatie buiten het zicht van camera's duidt er mede op dat reeds voorafgaand aan het treffen partijen hebben geweten dat er gevochten zou gaan worden.

Gelet op het hiervoor overwogene is duidelijk dat er sprake is geweest van een afgesproken vechtpartij tussen verdachte en [medeverdachte B]. Verdachte heeft samen met [medeverdachte B] bewust de afspraak gemaakt het geschil uit te vechten, welke afspraak ook is uitgelopen op een daadwerkelijk treffen tussen beiden.

Uit de gemaakte afspraken blijkt dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad de vechtpartij is aangegaan. Gelet op alle omstandigheden van deze afgesproken vechtpartij, met name dat er was afgesproken om door te gaan totdat een van beide knock-out zou gaan, heeft verdachte ook de aanmerkelijke kans dat hij de ander zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen tijdens de vechtpartij bewust aanvaard. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, het verdachte onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Dat deze situatie zou kunnen gaan escaleren was voor beide partijen te voorzien. Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte E] blijkt dat zij anderen, waaronder verdachte, meenamen om er voor te zorgen dat het "eerlijk" bleef en niet uit de hand liep. [medeverdachte B] zou namelijk ook mensen meenemen. De rechtbank is van oordeel dat dit in dit verband en gelet op de gehele situatie niet anders uitgelegd kan worden dan dat partijen zich hiermee wilden voorbereiden op een mogelijk groter treffen dan enkel het één tegen één gevecht.Daarbij komt tevens dat diverse personen die door [medeverdachte B] dan wel verdachte zijn meegenomen zich ook actief bemoeid met het gevecht tussen [medeverdachte B] en verdachte, waardoor de gemoederen nog hoger opliepen. Vooral de verklaring van [getuige A] is in dit verband treffend. Daaruit komt naar voren dat het aanvankelijke aanmoedigen van de vechters door de omstanders, omsloeg in schreeuwen naar elkaar en vervolgens in vechten met elkaar.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle omstandigheden verdachte deel heeft uitgemaakt van één van de groepen die geweld heeft gepleegd tegen de personen uit de andere groep. Verdachte heeft door de hiervoor omschreven omstandigheden ook een significante bijdrage geleverd aan de ontstane vechtpartij tussen uiteindelijk beide groepen en het daarbij gebruikte geweld. Derhalve kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte voorafgaand aan het gebeuren heeft geweten van de aanwezigheid van een vuurwapen bij één van de betrokken personen en dat er een vuurwapen gebruikt zou (kunnen) worden. De rechtbank zal verdachte van dat onderdeel van het ten laste gelegde dan ook vrijspreken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1 primair.

hij op 4 juni 2011 te Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [medeverdachte B], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

immers heeft hij, verdachte, die [medeverdachte B] getroffen op de door hen afgesproken plaats, te weten

weten Landgoed Hagen en tijd, en heeft verdachte met die [medeverdachte B] afgesproken om te vechten totdat een van hen knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of fysiek niet meer overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten en

is verdachte vervolgens met die [medeverdachte B] gaan vechten en

heeft verdachte daarbij die [medeverdachte B] meerdere malen (met kracht) (met geschoeide voet) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam van die [medeverdachte B], en

die [medeverdachte B] éénmaal in de rug heeft gebeten en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte B] geworsteld en/of die [medeverdachte B] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of die [medeverdachte B] meermalen, althans éénmaal, naar de grond gewerkt en/of ten val heeft gebracht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 4 juni 2011, te Doetinchem, met anderen, aan de openbare weg, de Tweede Loolaan, op het voor het publiek opengestelde Landgoed Hagen, achter Slingeland Ziekenhuis, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[medeverdachte B], [medeverdachte G], [medeverdachte H], [medeverdachte I], en [slachtoffer A],

welk geweld bestond uit:

het meermalen, slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trappen en/of trekken en/of duwen van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [slachtoffer A].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1 primair: poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het onder 1 subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde een gemotiveerd beroep gedaan op respectievelijk noodweer en noodweer exces. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zich moest verdedigen tegen een wederrechtelijke aanranding door [medeverdachte B]. Vervolgens heeft verdachte zich geprobeerd te verwijderen van het geweld, waarbij hij mogelijk andere personen heeft geduwd om weg te komen. De raadsman heeft tevens gemotiveerd waarom eventuele omstandigheden waardoor een beroep op noodweer niet zou slagen, waaronder mogelijke provocatie van verdachte en het opzoeken van de confrontatie door verdachte, hem niet tegengeworpen kunnen worden.

Gelet op verdachtes initiërende rol ten aanzien van beide feiten, komt hem geen beroep op noodweer dan wel noodweer-exces toe. Hij heeft zich immers bewust zelf in de situtatie gebracht, dat hij 'aangerand' zou worden door [medeverdachte B] en/of anderen. Daarbij acht de rechtbank het tevens van belang dat verdachte zich vervolgens tijdens het (afgesproken) gevecht niet onbetuigd heeft gelaten en dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte probeerde te ontkomen aan dit mede door hemzelf gearrangeerde gevecht toen het escaleerde naar een groepsgevecht.

Er is ook overigens geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met [medeverdachte B], een straatverbod voor het woonadres van [medeverdachte B] en deelname aan één of meerdere bemiddelingsgesprekken tussen [medeverdachte B] en verdachte. Hiertoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte een langlopend conflict had met [medeverdachte B], welk conflict verdachte wilde oplossen door middel van een vechtpartij. Verdachte heeft, terwijl voorzienbaar was dat het treffen volledig uit de hand kon lopen, ook andere vrienden opgeroepen mee te gaan naar de plaats van de vechtpartij. De officier van justitie rekent het de verdachte ook zwaar aan dat hij niet bereid is om mee te werken aan een bemiddelingspoging. Tevens rekent hij het de verdachte zwaar aan dat hij aantoonbaar heeft gelogen en alleen oog heeft gehad voor zijn eigen belangen.

De raadsman die vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging heeft bepleit, heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot strafmaat.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarbij voor openlijke geweldpleging met enig letsel en voor zware mishandelingen, waarbij voor openlijk geweld en voor zware mishandeling (zonder voorbedachte raad) in beide gevallen drie maanden gevangenisstraf oriëntatiepunt wordt gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze oriëntatiepunten niet als uitgangspunt te nemen.

Verder overweegt de rechtbank nog het volgende.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft afgesproken om een geschil tussen hem en [medeverdachte B] uit te vechten. Door verdachte is er bewust voor gekozen het geschil buiten het zicht van justitie uit te vechten; hij wilde een locatie zonder camera's. Daarbij komt dat door verdachte diverse personen zijn meegenomen naar het mede door hem gearrangeerde gevecht, waarbij het reeds voorafgaand aan het gevecht voorzienbaar was dat dit treffen uit de hand zou lopen. Dat dit gevecht ook daadwerkelijk uit de hand is gelopen is mede aan verdachte te wijten.

Verdachte heeft zich niets aangetrokken van (geschreven of ongeschreven) regels die er op neer komen dat conflicten op een fatsoenlijke manier worden aangepakt en opgelost.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat, afgezien van de schotwond bij [slachtoffer A], waarvan verdachte geen verwijt te maken valt, uit het proces-dossier niet is gebleken van ernstig letsel bij de betrokken vechtersbazen. De rechtbank heeft tevens gelet op de omstandigheid dat het voor wat betreft de zware mishandeling bij een poging is gebleven.

Het organiseren van het gevecht (voorbedachte raad) en de ernst van de inzet van dat gevecht (tot knock-out) vormen strafverwarende omstandigheden. De rechtbank houdt er tevens in het nadeel van verdachte rekening mee dat verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie reeds eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

De door de officier van justitie gevorderde straf doet naar oordeel van de rechtbank in het geheel geen recht aan de ernst van de feiten. Gelet op de ernst van de feiten, de oriëntatiepunten straftoemeting en hetgeen hiervoor verder is overwogen acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden passend en geboden. Teneinde enig inzicht te geven in de wijze waarop de rechtbank tot de strafmaatbepaling is gekomen, wordt het volgende opgemerkt. Voor de poging zware mishandeling met voorbedachte raad acht de rechtbank, mede gezien de recidive en de achtergronden bij het conflict, een gevangenisstraf van ongeveer 5,5 maand op zijn plaats. De openlijke geweldpleging rechtvaardigt in dit geval gezien de recidive en de achtergronden bij het conflict een gevangenisstraf van ongeveer 4,5 maand. Een deel van de op te leggen gevangenisstraf van totaal 10 maanden zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen in verband met het beperkte strafblad van verdachte.

De rechtbank zal derhalve twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren opleggen, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De door de officier van justitie voorgestelde bijzondere voorwaarden zal de rechtbank niet overnemen, nu zij de noodzaak daartoe niet aanwezig acht.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [medeverdachte H] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 901,-- gevoegd in het strafproces.

De benadeelde partij [medeverdachte I] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.500,-- gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moet worden verklaard in hun vordering tot schadevergoeding. Hiertoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [medeverdachte H] heeft de officier van justitie tevens aangevoerd dat de benadeelde partij zichzelf in de conflictsituatie heeft gebracht, wetende dat deze situatie volledig zou kunnen escaleren. Tevens heeft de benadeelde partij zich dusdanig gedragen dat er in civielrechtelijke zin sprake is van medeschuld aan de door de benadeelde partij gestelde schade.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [medeverdachte I] heeft de officier van justitie tevens aangevoerd dat deze vordering ziet op schade veroorzaakt door het schietincident. Deze schade kan niet bij verdachte worden verhaald en de vordering dient dan ook te worden afgewezen.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaring in hun vorderingen, nu een behandeling van de vorderingen naar oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank overweegt hiertoe dat de benadeelde partijen in deze zaak beide ook zijn aangemerkt als verdachte en (mogelijk) een eigen aandeel hebben gehad in de ontstane schade.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 45, 57, 141 en 303 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1 primair: poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien (10) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot twee (2) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* verklaart de benadeelde partij [medeverdachte H] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [medeverdachte I] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Van der Mei en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0641-2011076318, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team grootschalige opsporing, gesloten en ondertekend op 14 november 2011.

2 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 21

3 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 22

4 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1187

5 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1189

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1192

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2452

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 3001

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 646

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 651

12 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

14 Proces-verbaal van verhoor [naam B], dossierpagina's 663 en 664

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

16 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3174

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 365

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 388

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 389

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3203

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3204

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3205

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3207

24 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 437

25 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3272

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

29 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1189

30 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1190

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3173

32 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

33 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

34 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3206

35 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

36 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

37 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 237

38 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 240

39 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1191

40 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1192

41 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

44 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

45 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

46 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

47 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3208

48 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3209

49 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

50 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 271

51 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina's 241 en 242

52 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1196

53 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

54 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3 en 4

55 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 2460

56 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

57 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

58 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

59 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [naam B] d.d. 13 maart 2012, pagina 3 en 4

60 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

61 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3217

63 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

64 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3285

65 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

66 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1196

67 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1197

68 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

70 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

71 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

72 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

73 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 684

74 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

75 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

76 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

77 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

78 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244

79 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

80 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3

81 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2455

82 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

83 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

84 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

85 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1132

86 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

87 Uitwerking tapgesprek d.d. 5 juni 2011, dossierpagina 3929

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

89 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

91 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

92 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2885

93 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2126

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244