Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX1186

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
11-07-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
06/880042-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:10048, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

2 jaar gevangenisstraf waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor het veroorzaken ongeval waarbij de bijrijder om het leven is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/880042-11

Uitspraak d.d.: 11 juli 2012

tegenspraak / onip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [1986],

wonende te [adres], Bondsrepubliek Duitsland,

raadsman: mr Grob, advocaat te Doetinchem,

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Aalten in elk geval in Nederland, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de

Boterdijk, roekeloos, althans zeer, althans aanmerkelijk onoplettend,

onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, door aan de linkerzijde en/of rechterzijde van die weg de Boterdijk

in de berm staande bomen en/of gewassen, en/of

-terwijl op die weg, de Boterdijk, in de rijrichting van verdachte bij het

naderen van de/het kruising/kruispunt de Boterdijk met de Zilverbekendijk een

bord van het model J8 van de bijlage I van het Reglement van verkeersregels en

verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend)

gevaar, te weten gevaarlijk kruispunt, en/of

-terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs, en/of (derhalve) niet

beschikte over de vereiste vaardigheden om genoemd motorrijtuig te besturen,

en/of

-terwijl hij dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een

onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1.56 milligram, in elk geval hoger dan de toegestane

0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, en/of

-terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid)

harddrugs (MDMA en/of MDA en/of amfetamine), althans na het gebruik van een

(niet onaanzienlijke) hoeveelheid harddrugs en/of softdrugs (hasjiesj en/of

hennep),

over die Boterdijk heeft gereden met een (veel) hogere snelheid, dan de aldaar

toegestane maximum snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een,

gezien de omstandigheden ter plaatse, (veel) te hoge snelheid, en/of

(daarbij) met onverminderde (hoge) snelheid, althans nagenoeg onverminderde

(hoge) snelheid het/de kruispunt/kruising van die Boterdijk met de

Zilverbekendijk is opgereden en/of is overgereden, en/of

(daarbij) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd

en/of aangepast aan het overige verkeer en/of de omstandigheden ter plaatse,

en/of

(vervolgens) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad,

en/of

(vervolgens) in de aan de linkerzijde van die Boterdijk gelegen berm is

gegleden of gereden, in elk geval terecht gekomen, en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting

zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van genoemd

Reglement, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een of

meerdere in die berm staande boom/bomen,

en zich aldus zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([inzittende]) werd

gedood,

terwijl terwijl het feit is veroorzaakt terwijl verdachte toen dat

motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat

het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in

artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1.56 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram

alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat

motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft

bestuurd zonder rijbewijs

art 6 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond a Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 2 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Aalten in elk geval in Nederland als

bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, De

Boterdijk,

-terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, door aan de linkerzijde en/of rechterzijde van die weg de Boterdijk

in de berm staande bomen en/of gewassen, en/of

-terwijl op die weg, de Boterdijk, in de rijrichting van verdachte bij het

naderen van de/het kruising/kruispunt de Boterdijk met de Zilverbekendijk een

bord van het model J8 van de bijlage I van het Reglement van verkeersregels en

verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend)

gevaar, te weten gevaarlijk kruispunt, en/of

-terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs, en/of (derhalve) niet

beschikte over de vereiste vaardigheden om genoemd motorrijtuig te besturen,

en/of

-terwijl hij dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een

onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1.56 milligram, in elk geval hoger dan de toegestane

0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, en/of

-terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid)

harddrugs (MDMA en/of MDA en/of amfetamine), althans na het gebruik van een

(niet onaanzienlijke) hoeveelheid harddrugs en/of softdrugs (hasjiesj en/of

hennep),

over die Boterdijk heeft gereden met een (veel) hogere snelheid, dan de aldaar

toegestane maximum snelheid van 60 kilometer per uur, in elk geval met een,

gezien de omstandigheden ter plaatse, (veel) te hoge snelheid, en/of

(daarbij) met onverminderde (hoge) snelheid, althans nagenoeg onverminderde

(hoge) snelheid het/de kruispunt/kruising van die Boterdijk met de

Zilverbekendijk is opgereden en/of is overgereden, en/of

(daarbij) zijn snelheid niet, althans in onvoldoende mate heeft verminderd

en/of aangepast aan het overige verkeer en/of de omstandigheden ter plaatse,

en/of

(vervolgens) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad,

en/of

(vervolgens) in de aan de linkerzijde van die Boterdijk gelegen berm is

gegleden of gereden, in elk geval terecht gekomen, en/of

(daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting

zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van genoemd

Reglement, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een of

meerdere in die berm staande boom/bomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Aalten, in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft

bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte

van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid,

aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,56 milligram, in elk geval

hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl

voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte

dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

art 8 lid 3 ahf/ond b Wegenverkeerswet 1994

art 8 lid 4 Wegenverkeerswet 1994

3.

hij op of omstreeks 03 juni 2011 te Aalten, in elk geval in Nederland,

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, De

Boterdijk, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld

in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven

voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 3 juni 2011 rond 21.30 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de Boterdijk te Aalten. Een personenauto is tegen twee links van de weg staande bomen gereden. Ten gevolge van dit ongeval is een van de twee inzittenden, [inzittende], komen te overlijden. Op basis van onderzoek van de politie is de verdenking gerezen dat verdachte als bestuurder van de personenauto verantwoordelijk voor de gevolgen van dit verkeersongeval is.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaringen van alle tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat voldoende bewijs voorhanden is om vast te stellen dat verdachte de bestuurder is geweest. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van roekeloos rijgedrag door verdachte, door zonder rijbewijs en onder invloed van drugs en drank te gaan rijden.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Er is geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden om vast te stellen dat verdachte de bestuurder is geweest. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat, als aangenomen zou worden dat verdachte wel de bestuurder is geweest, het rijgedrag niet als roekeloos kan worden beschouwd. Daarbij heeft de raadsman verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Breda van 11 november 2011, LJN BU 7553. Ten aanzien van feit 2 dient eveneens vrijspraak te volgen, omdat de bloedproef zonder toestemming van de verdachte is afgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Uit het proces-verbaal aanrijding2 blijkt dat op 3 juni 2011 te 21.32 uur bij de politie melding werd gedaan van een verkeersongeval op de Boterdijk te Aalten. Ter plaatse gekomen, zagen verbalisanten dat een personenauto tegen twee links van de weg staande bomen was gereden. In de onmiddellijke nabijheid van deze personenauto troffen zij twee manspersonen aan. Een van deze personen lag in een ter plaatse gelegen droge sloot (met ontbloot bovenlijf) en een tweede persoon lag direct naast het bij de aanrijding betrokken personenauto. De persoon in de sloot, te weten verdachte, was bij kennis. De andere persoon was buiten bewustzijn ([inzittende]) en kreeg eerste hulp van de getuige [getuige 1]. De adem van verdachte riekte sterk naar het inwendig gebruik van alcoholhoudende drank en hij had bloeddoorlopen ogen. In de rechterachterzak van [inzittende] werd een portemonnee met diens identiteitsbewijs aangetroffen. Het slachtoffer [inzittende] lag direct schuin achter het rechtervoorportier. In de middenconsole, ter hoogte van het stuur, troffen verbalisanten een portemonnee aan met pasjes en ID-kaarten van verdachte.

Uit het proces-verbaal van bevindingen3 blijkt dat naar aanleiding van een ernstig verkeersongeval, welke plaats vond op vrijdag 3 juni 2011, omstreeks 21.30 uur, door verbalisanten nader onderzoek is ingesteld. In de personenauto die bij deze aanrijding betrokken was, werd een zwarte herenslipper met een oranje band onder de bedieningspedalen aangetroffen. Onder de bestuurdersstoel werd een tweede soortgelijke slipper aangetroffen. Twee totaal andere schoenen werden aangetroffen precies op de plaats waar het slachtoffer [inzittende] terecht was gekomen. Desgevraagd heeft verdachte bekend dat dat zijn slippers waren en dat hij die gedragen had tijdens de aanrijding.

Op zaterdag 4 juni 2011 te 23.354 [de rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving in het proces-verbaal, en dat is bedoeld 3 juni 2011] is van verdachte bloed afgenomen, welke bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in de Regeling Bloed- en urineonderzoek naar het NFI zijn verzonden.

Uit een rapport van het NFI5 blijkt dat het alcoholgehalte in het bloed van verdachte 1,56 milligram per milliliter bloed bedroeg.

Uit toxicologisch onderzoek van het NFI6 blijkt dat het bloed van verdachte concentraties MDMA, MDA, Amfetamine en Cannbinoïden zijn aangetroffen. Op grond van de concentratie van MDMA in het bloed van verdachte concludeert het NFI dat ten tijde van de bloedafname de rijvaardigheid waarschijnlijk nadelig beïnvloed was.

Uit het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse komt naar voren dat het rijzicht van de bestuurder op de bocht naar rechts, waar het ongeval had plaatsgevonden, werd belemmerd door het bosperceel aan de rechterzijde van de weg7. Voorts blijkt dat voor de kruising met de Zilverbekendijk een bord van het model J8 van de bijlage I van het Reglement van verkeersregels en verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend) gevaar, te weten gevaarlijk kruispunt8.

Aan de hand van de aangetroffen sporen en het ingestelde onderzoek wordt over de meest waarschijnlijke toedracht van het ongeval onder meer het volgende geconcludeerd: de bestuurder van de Fiat reed over de voor het openbaar verkeer opengestelde weg de Boterdijk te Aalten, komend uit de richting van de Zilverbekendijk en gaande richting van de Aladnaweg. Volgens een getuigeverklaring was de Fiat vertrokken van camping Goorzicht. Vlak na een kruispunt, in het begin van de bocht naar rechts, raakte de Fiat (met de linkerwielen) in de linkerberm en raakte daar twee bomen. Door de heftigheid van deze botsing draaide de Fiat meer dan 360 graden rond. Daarbij werden het motorblok en de versnellingsbak uit het voertuig geslingerd. De bestuurder en de daarnaast zittende passagier werden buiten het voertuig aangetroffen. Beide inzittenden bleken geen gordel te hebben gedragen9.

Uit het verslag van de lijkschouwer10 blijkt dat [inzittende] niet natuurlijk is overleden. De doodsoorzaak was ernstig hersenletsel.

De getuige [getuige 2]11 heeft verklaard dat zij op camping Goorzicht een zwart autootje met een reclametekst op de portieren met twee mannen daarin heeft gezien. Zij heeft ze daarin zien slapen, ze een joint zien roken en uiteindelijk weg zien rijden. De bestuurder was de man met korte blonde haren en ontbloot bovenlijf. Ze herkent verdachte op een foto van zijn identiteitsbewijs als die bestuurder.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet over een rijbewijs beschikt en nooit rijles heeft gehad12. Voorts heeft hij verklaard dat hij op 3 juni 2011 op camping Goorzicht met het latere slachtoffer en ene [voornaam] 2 flessen wodka heeft opgedronken en een joint heeft gerookt13. De slippers die de politie hem heeft getoond, zijn van hem14. Verdachte heeft geen herinneringen aan het ongeval15.

De rechtbank leidt uit de inhoud van deze bewijsmiddelen af dat verdachte de bestuurder is geweest van de Fiat ten tijde van het ongeval. Dit leidt de rechtbank af uit de verklaring van getuige [getuige 2], de plaats van het aantreffen van de slippers van verdachte en de plaats van aantreffen van het slachtoffer, te weten naast het rechtervoorportier.

Weliswaar blijkt uit de VerkeersOngevallenAnalyse dat het waarschijnlijk is dat verdachte (veel) harder dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 60 km/u heeft gereden, maar niettemin acht de rechtbank het onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte harder dan 60 km/u heeft gereden niet wettig en overtuigend bewezen, omdat geen nauwkeurige snelheidsberekening op basis van de aangetroffen sporen kon worden gemaakt16.

Aan de hand van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank voorts vast dat verdachte roekeloos heeft gereden. Die vaststelling baseert de rechtbank met name op het feit dat verdachte, terwijl hij niet beschikte over een rijbewijs (en nooit rijlessen had gevolgd), een auto is gaan besturen, terwijl hij een zeer aanzienlijke hoeveelheid drank had genuttigd en drugs had gebruikt. Dit zijn ieder voor zich grove overtredingen van de Wegenverkeerswet. Verdachte heeft met het maken van deze overtredingen (in combinatie met elkaar) welbewust en met ernstige gevolgen onaanvaardbare risico's genomen, waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat het slachtoffer is komen te overlijden. Dit gedrag levert naar het oordeel van de rechtbank de zwaarste gradatie van schuld, te weten roekeloosheid, op.

Uit het proces-verbaal waarin gerelateerd wordt over het bloedonderzoek blijkt dat dit pas is verricht na daarvoor van verdachte verkregen toestemming17. Het verweer van de raadsman dat verdachte hiervoor geen toestemming zou zijn gevraagd, mist dan ook feitelijke grondslag en wordt dan ook verworpen.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 03 juni 2011 te Aalten als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de

Boterdijk, roekeloos, heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-terwijl het zicht ter plaatse werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, door aan de linkerzijde van die weg de Boterdijk

in de berm staande bomen en/of gewassen, en

-terwijl op die weg, de Boterdijk, in de rijrichting van verdachte bij het

naderen van de/het kruising/kruispunt de Boterdijk met de Zilverbekendijk een

bord van het model J8 van de bijlage I van het Reglement van verkeersregels en

verkeerstekens 1990 was geplaatst, inhoudende een aanduiding van (naderend)

gevaar, te weten gevaarlijk kruispunt, en

-terwijl hij, verdachte, niet in het bezit was van een voor het besturen van

dat motorrijtuig (personenauto) vereist rijbewijs, en (derhalve) niet

beschikte over de vereiste vaardigheden om genoemd motorrijtuig te besturen,

en

-terwijl hij dat motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van

alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een

onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1.56 milligram, in elk geval hoger dan de toegestane

0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, en

-terwijl hij onder invloed verkeerde van (een aanzienlijke hoeveelheid)

harddrugs (MDMA en/of MDA en/of amfetamine), althans na het gebruik van softdrugs (hasjiesj en/of

hennep),

over die Boterdijk heeft gereden met een gezien de omstandigheden ter plaatse, te hoge snelheid, en (daarbij) met onverminderde snelheid, de kruising van die Boterdijk met de

Zilverbekendijk is opgereden en is overgereden, en

(daarbij) zijn snelheid in onvoldoende mate heeft verminderd

aan de omstandigheden ter plaatse,

en

(vervolgens) dat motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad,

en

(vervolgens) in de aan de linkerzijde van die Boterdijk gelegen berm is

gegleden of gereden, in elk geval terecht gekomen, en

(daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting

zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van genoemd

Reglement, en

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een of

meerdere in die berm staande bomen,

en zich aldus zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([inzittende]) werd

gedood,

terwijl terwijl het feit is veroorzaakt terwijl verdachte toen dat

motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat

het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in

artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de

Wegenverkeerswet 1994, 1.56 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram

alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat

motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft

bestuurd zonder rijbewijs;

2.

hij op 03 juni 2011 te Aalten als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid,

aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,56 milligram, in elk geval

hoger dan 0,2 milligram alcohol per milliliter bloed bleek te zijn, terwijl

voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte

dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs;

3.

hij op 03 juni 2011 te Aalten, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, De Boterdijk, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven

voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl degene die schuldig is aan het feit, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b en vierde lid van deze wet en niet in het bezit was van een rijbewijs

Feit 2:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994

Feit 3:

Overtreding van artikel 107 eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar voor de feiten 1 en 2. Daarnaast heeft zij de ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf jaren gevorderd. Voor feit 3 heeft zij een geldboete van € 330,00 gevorderd. Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte verantwoordelijk is voor het overlijden van het slachtoffer. De gevolgen van zijn roekeloze gedrag zijn enorm. Weliswaar heeft verdachte ook zijn vriend verloren en heeft hij een blanco strafblad, maar een andere straf dan een lange gevangenisstraf is niet passend. Dat het slachtoffer geen gordel droeg en zelf bij hem is ingestapt, maakt dat niet anders.

De raadsman heeft bepleit om verdachte een werkstraf op te leggen. De gevolgen van het ongeluk zijn voor verdachte zelf ook enorm geweest. Hij heeft zijn beste vriend verloren en zit daar erg mee. Hij lijdt zelf ook onder de gevolgen van het ongeluk.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is door zijn roekeloze rijgedrag van de weg geraakt en tegen twee bomen aangereden, ten gevolge waarvan een vriend die naast hem op de bijrijdersstoel zat is komen te overlijden. Verdachte is gaan rijden zonder dat hij over een rijbewijs beschikte, nooit rijles had gehad, nadat hij ook nog eens veel wodka had gedronken en drugs had gebruikt. De gevolgen van dit ongeval zijn enorm geweest. Door het door verdachte veroorzaakte ongeval is een 22-jarige man het leven ontnomen op een moment dat nog een heel leven voor hem lag. Zijn nabestaanden is daarmee een onnoemelijk leed toegedaan.

Gelet op de ernst van de gevolgen van het door verdachtes schuld ontstane ongeval en de zeer ernstige welbewust door verdachte genomen risico's door te gaan rijden zonder rijbewijs en onder invloed van drank en drugs, is geen andere straf passend dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Gelet op het feit dat verdachte zelf ook een vriend heeft verloren, zelf ook betrokken was bij het ongeval en met de gevolgen van het door hem veroorzaakte ongeval moet verder leven, ziet de rechtbank aanleiding om een lagere straf dan de officier van justitie op te leggen. Daarbij is ook meegewogen dat verdachte nog niet eerder met justitie in aanraking was gekomen.

Een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd, teneinde te voorkomen dat verdachte in herhaling zal vallen.

Als bijkomende straf acht de rechtbank het, net als de officier van justitie, noodzakelijk om verdachte voor de duur van vijf jaar de rijbevoegdheid te ontzeggen.

De rechtbank acht het, gelet op de hoogte van de op te leggen straffen voor de 1 en 2 bewezenverklaarde misdrijven, niet nodig om nog een afzonderlijke straf op te leggen voor de onder 3 bewezenverklaarde overtreding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 6, 8, 107, 175, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 9a, 10, 14a, 14b, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl degene die schuldig is aan het feit, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b en vierde lid van deze wet en niet in het bezit was van een rijbewijs

Feit 2:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994

Feit 3:

Overtreding van artikel 107 eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar;

* beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* bepaalt, dat bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot één jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

* ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van vijf jaar;

* bepaalt dat geen straf of maatregel voor het onder 3 bewezen verklaarde wordt opgelegd;

Aldus gewezen door mrs. Troost, voorzitter, Gilhuis en De Jong, rechters, in tegenwoordigheid van Heebink, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juli 2012.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0644 2011076082, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 27 juli 2011.

2 Proces-verbaal aanrijding, eerste en tweede pagina (PL0644 2011076082-1), gesloten en ondertekend op 27 juli 2011 door verbalisanten[verbalisanten 1, 2, 3, 4 en 5]..

3 Proces-verbaal van bevindingen, blad 1 (PL 0644 2011076082-2), gesloten en ondertekend d.d. 4 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 1 en 2].

4 Proces-verbaal Misdrijf, blad 2, gesloten en ondertekend d.d. 6 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 1 en 6].

5 Rapport NFI d.d. 28 juni 2011 van deskundige B. Ruiter.

6 Toxocologisch onderzoek naar aanleiding van een vermoedelijke verkeersovertreding van 8 Wegenverkeerswet van het NFI d.d. 18 juli van deskundige Dr. B.E. Smink, apotheker, p. 4 en 6.

7 VerkeersOngevallenAnalyse, Politie NOG, d.d. 19 juli 2011, p. 21.

8 VerkeersOngevallenAnalyse, Politie NOG, d.d. 19 juli 2011, p.22

9 VerkeersOngevallenAnalyse, Politie NOG, d.d. 19 juli 2011, p. 26.

10 Bijlage bij Proces-verbaal van onnatuurlijke dood d.d. 7 juni 2011 van [verbalisant 7], te weten Modelformulier d.d. 6 juni 2011, opgesteld en ondertekend door J. Dekker, lijkschouwer.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], blad 1 en 2, opgemaakt en ondertekend d.d. 4 juni 2011 door verbalisant [verbalisant 2].

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte (van 6 juni 2011 15.06 uur), blad 3, opgemaakt en ondertekend d.d. 6 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 5 en 4].

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte (van 6 juni 2011 15.06 uur), blad 2 en 3, opgemaakt en ondertekend d.d. 6 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 5 en 4].

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte (van 6 juni 2011 15.06 uur), blad 4, opgemaakt en ondertekend d.d. 6 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 5 en 4].

15 Verklaring verdachte ter terechtzitting.

16 VerkeersOngevallenAnalyse, Politie NOG d.d 19 juli 2011, p. 21.

17 Proces-verbaal Misdrijf, blad 2, gesloten en ondertekend d.d. 6 juni 2011 door verbalisanten [verbalisanten 1 en 6].