Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX0946

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
06/940142-12 en 06/850674-10 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich meerdere keren (twaalf maal) schuldig gemaakt aan diefstal van forse hoeveelheden brandstof, waardoor de verdachte de pomphouders financiële schade, ergernis en overlast heeft bezorgd. Alvorens deze brandstof te stelen heeft hij meerdere kentekenplaten gestolen, om zo de kans om gepakt te worden wegens het tanken zonder te betalen te verkleinen. Ook heeft verdachte goederen en een auto gestolen van mensen bij wie hij heeft gewoond en voor wie hij heeft gewerkt. Dit zijn minst genomen ergerniswekkende feiten, die blijk geven van een gebrek aan respect voor de eigendom van anderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940142-12 en 06/850674-10 (tul)

Uitspraak d.d.: 10 juli 2012

tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1971],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Doetinchem.

Raadsman: mr. Vreeken, advocaat te Zutphen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 januari 2012 tot en met 13 maart 2012 te Zutphen en/of te Wichmond en/of te Hengelo, althans in de gemeente(n) Zutphen en/of Bronckhorst (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 1]), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf A] en/of [naam 1] en/of

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 2]), gehele of ten dele toebehorende aan [naam 2] en/of

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 3]), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf B] en/of [naam 3] en/of

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 4]), geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf C],

in elk geval (telkens) enig goed geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 16 maart 2012 te Deventer en/of Zutphen en/of Wilp en/of Holten en/of Groenlo en/of Ruurlo en/of Lochem en/of Vorden en/of Doetinchem en/of Apeldoorn en/of Zelhem en/of Huissen, in elk geval (telkens) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan

- [bedrijf D] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 4] en/of [tankstation A] gelegen aan [adres te plaats] en/of

- [tankstation B] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation C] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [bedrijf E] en/of [tankstation D] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 5] en/of [tankstation E] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 6] en/of [tankstation F] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 7] en/of [tankstation G] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 8] en/of [tankstation H] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation I] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 9] en/of [tankstation J] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation K] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation L] en/of [tankstation M] gelegen aan [adres te plaats],

in elk geval (telkens) een grote hoeveelhe(i)d(en) brandstof, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 16 maart 2012 te Deventer en/of Zutphen en/of Wilp en/of Holten en/of Groenlo en/of Ruurlo en/of Lochem en/of Vorden en/of Doetinchem en/of Apeldoorn en/of Zelhem en/of Huissen, in elk geval (telkens) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, (telkens) opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan

- [bedrijf D] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 4] en/of [tankstation A] gelegen aan [adres te plaats] en/of

- [tankstation B] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation C] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [bedrijf E] en/of [tankstation D] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 5] en/of [tankstation E] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 6] en/of [tankstation F] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 7] en/of [tankstation G] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 8] en/of [tankstation H] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation I] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [naam 9] en/of [tankstation J] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation K] gelegen aan de [adres te plaats] en/of

- [tankstation L] en/of [tankstation M] gelegen aan [adres te plaats],

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke brandstof verdachte en/of zijn mededader(s) bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan op/aan voormelde lokatie(s), had(den) getankt, onder gehoudenheid die brandstof te betalen en welke brandstof verdachte en/of zijn mededader(s) aldus anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 25 januari 2012 te Schaijk, gemeente Landerd met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of bij die woning behorende opslag/schuur gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop (Acer) en/of een gaskachel en/of één of meer (contact)sleutel(s) en/of een tas (met inhoud) en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een kettingzaag en/of een navigatiesysteem (Tomtom), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 25 januari 2012 te Uden en/of Schaijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Caddy), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (een op eerder tijdstip weggenomen en bij die personenauto behorende, contactsleutel);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 25 januari 2012 te Uden en/of Schaijk, althans in Nederland, opzettelijk een auto (Volkswagen Caddy), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte als houder/gebruiker, en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Nietigheid van de dagvaarding met betrekking tot de feiten 1 en 2

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de tenlastelegging met betrekking tot de feiten 1 en 2 onvoldoende feitelijk is omschreven als bedoeld in artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Hoewel het proces-verbaal voldoende duidelijk is over de data waarop de tenlastegelegde feiten zouden zijn gepleegd, is in de tenlastelegging volstaan met de weergave van periodes, zonder per feit de exacte pleegdatum aan te geven. Juist omdat verdachte tijdens zijn verhoren steeds heeft aangegeven dat hij het allemaal niet meer precies weet, is het extra belangrijk om de tenlastelegging voldoende feitelijk te omschrijven. De dagvaarding dient daarom voor deze feiten nietig te worden verklaard.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat uit de tenlastelegging voor verdachte duidelijk moet zijn van welke diefstallen van kentekenplaten hij wordt verdacht. Tevens is met betrekking tot het tweede feit in de tenlastelegging telkens aangegeven op welk tankstation de diefstal betrekking heeft. De tenlastelegging is (ook wat de feiten 1 en 2 betreft) voldoende feitelijk en duidelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten voldoende feitelijk omschreven en is aan de vereisten van artikel 261 lid 1 Sv voldaan. Uit de tenlastelegging in combinatie met de inhoud van het procesdossier heeft verdachte moeten kunnen begrijpen welke verwijten hem worden gemaakt; per feit is aangegeven op welk kenteken dat betrekking heeft, dan wel bij welk tankstation is getankt zonder te betalen.

Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen en de rechtbank beslist dat de dagvaarding geldig is.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Feiten 1 en 2

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 31 januari 2012 zijn in Wichmond kentekenplaten ontvreemd van een Ford Transit ([kenteken 1]) en vervolgens is er door een witte VW Caddy met deze kentekenplaten op diverse tijdstippen in diverse plaatsen getankt zonder dat de brandstof wordt betaald. Op of omstreeks 2 maart 2012 worden in Hengelo (Gld) van een tweetal bestelauto's de kentekenplaten ontvreemd ([kenteken 3] en [kenteken 2]). Ook deze kentekens worden gebruikt op een witte VW Caddy waarmee diesel en benzine wordt getankt zonder te betalen.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Volgens de raadsman kan feit 1 van de tenlastelegging bewezen worden verklaard. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bepleit dat verdachte weliswaar heeft bekend enkele malen te hebben getankt zonder te hebben betaald, maar dat er voor sommige ten laste gelegde feiten onvoldoende bewijs is, zoals nader verwoord in zijn ter terechtzitting overgelegde pleitnota. Dit moet leiden tot partiële vrijspraak.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van wat onder 1 is ten laste gelegd. De rechtbank komt tot haar oordeel op grond van de aangiftes van [naam 10]h namens [bedrijf A]2, [naam 11]3, [bedrijf B]4 en [bedrijf C]5 en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde feiten komt de rechtbank eveneens tot een bewezenverklaring, met uitzondering van wat onder het negende gedachtestreepje ten laste is gelegd. Dit feit is blijkens de aangifte gepleegd met een witte VW Caddy met het kenteken [kenteken 5]. Niet kan worden vastgesteld dat dit een kentekenplaat is die door verdachte is weggenomen. Nu er ook verder geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is waaruit naar voren komt dat verdachte dit feit zou hebben begaan, behoort verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

Verdachte heeft bekend dat hij de feiten zoals ten laste gelegd onder het vijfde, zevende, achtste, twaalfde en dertiende gedachtestreepje heeft gepleegd. Naast de aangiftes van [naam 11]6, [naam 6]7, [naam 7] namens [tankstation G]8, [naam 12] namens [tankstation K]9 en [naam 13] namens [tankstation L]10 komt de rechtbank tot bewezenverklaring van deze onder 2 ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van de overige onder 2 tenlastegelegde feiten overweegt de rechtbank als volgt. Van deze feiten is aangifte gedaan door:

- [naam 14] namens [bedrijf A]11;

- [naam 4] namens [tankstation A]12;

- [naam 15] namens [bedrijf A]13;

- [naam 16] namens [bedrijf B]14;

- [naam 5] namens [tankstation E]15;

- [naam 18] namens [tankstation I]16;

- [naam 9]17.

Om verdachtes betrokkenheid bij deze diefstallen van benzine te bewijzen komt de rechtbank tot de volgende reconstructie.

Verdachte18 heeft verklaard dat hij zich ongeveer vier tot vijf keer schuldig heeft gemaakt aan het tanken zonder betalen. Hij heeft verklaard dat het ook zes of zeven keer kan zijn geweest. Tien keer lijkt hem teveel. Hij heeft gebruik gemaakt van twee of drie verschillende kentekenplaten. Verdachte heeft verklaard dat hij altijd benzine tankte in jerrycans om te verkopen en de diesel tankte voor eigen gebruik. Hij heeft verder verklaard dat hij ongeveer twintig of dertig verschillende jerrycans had. Hij heeft de jerrycans die hij had volgetankt afgeleverd. Zijn jerrycans hebben allemaal dezelfde maat gehad. Dit is 20 liter per jerrycan. Al die jerrycans zijn niet gemarkeerd geweest. Hij heeft een euro per liter ontvangen, dus ongeveer twintig euro per jerrycan. Hij heeft een vaste afnemer gehad. Hij heeft de jerrycans meteen naar de afnemer gebracht. Als hij geld nodig had dan ging hij tanken. Die benzine kon hij dan altijd naar zijn afnemer brengen en die persoon kon ook altijd benzine gebruiken. De afnemer heeft ook wel geweten dat verdachte de benzine niet op eerlijke wijze had gekregen, anders zou hij ook niet een euro voor een liter benzine hebben betaald. Verdachte tankte altijd Euro 95.

Uit de aangiftes blijkt dat bij bovengenoemde diefstallen gebruik is gemaakt van de gestolen kentekenplaten welke onder feit 1 ten laste zijn gelegd. Verdachte heeft bekend dat hij deze kentekenplaten heeft weggenomen. De gestolen kentekenplaten zaten blijkens de aangiften alle op een witte VW Caddy. Verdachte heeft bekend dat hij vanaf eind januari 2012 een VW Caddy onder zich had (zie bij feit 4). Verder heeft hij bekend dat hij de VW Caddy aan niemand heeft uitgeleend en dat, als er sinds eind januari 2012 iets met die VW Caddy is gebeurd, hij dat dan heeft gedaan. Bij het in beslag nemen van de VW Caddy bij verdachte zaten er nog gestolen kentekenplaten op.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte, soms alleen, soms met iemand anders, de ten laste gelegde diefstallen heeft gepleegd.

Feiten 3 en 4

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op 25 januari 2012 is een witte Volkswagen, type Caddy, diesel uitvoering, verduisterd. Tevens zijn er die dag goederen verdwenen uit een chalet.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van deze ten laste gelegde feiten nu verdachte niet het oogmerk heeft gehad zich deze goederen wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft bekend dat hij de ten laste gelegde goederen heeft weggenomen, maar hij heeft dit gedaan om pressie uit te oefenen om zijn verdiende geld te ontvangen. Verdachte heeft de goederen willen teruggeven aan de eigenaren zodra hij het geld zou ontvangen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de aangiftes van [slachtoffer 2]19 en [slachtoffer 1]20 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting en bij de politie21 tot bewezenverklaring kan worden gekomen van deze ten laste gelegde feiten.

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard22 dat op 25 januari 2012 uit het chalet in [plaats] spullen zijn weggenomen, onder andere een laptop van het merk Acer, een infrarood gaskacheltje inclusief de gasfles, de reservesleutel van de Volkswagen Caddy, een huissleutel van de achterdeur van hun oude adres, de sleutel van de opslag in [plaats], haar schoudertas, haar portemonnee met inhoud en een TomTom. Uit de houten stellingrekken, aan de achterkant van het chalet, is een groene kettingzaag meegenomen.

Verdachte heeft verklaard23 dat hij de genoemde spullen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] heeft meegenomen om druk uit te oefenen. Hij heeft in een korte tijd van alles meegenomen. Hij heeft de laptop van [slachtoffer1] meegenomen. Het kan zijn dat hij de rode schoudertas van [slachtoffer 1] heeft meegenomen. Het kan zijn dat de portemonnee van [slachtoffer 1] in haar tas zat. Hij heeft in ieder geval geen geld uitgegeven uit deze portemonnee. Als hij de spullen heeft meegenomen dan liggen ze in de opslag. Verdachte heeft verder verklaard dat hij ook een tom tom heeft meegenomen. Verder heeft hij een kettingzaag die buiten de caravan lag meegenomen.

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard24 dat op 25 januari 2012 haar bestelauto van het merk Volkswagen type Caddy SDI, kleur wit, voorzien van kenteken [kenteken 5] is gestolen van achter haar woning in Uden.

Verdachte heeft bij de politie bekend25 dat hij de witte Volkswagen Caddy van het koeriersbedrijf van aangeefster [slachtoffer 2] heeft meegenomen toen hij eind januari vertrok van de [camping in plaats]. Hij heeft de sleutel uit de caravan bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] meegenomen. De sleutel zat in een sleutelkastje in de woonkamer in de kast. De Volkswagen Caddy stond niet bij [slachtoffer 2] voor de deur in [plaats]; deze stond gewoon bij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] voor de caravan op de [camping in plaats].

De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte de Caddy heeft meegenomen uit [plaats], vanaf de camping. De rechtbank ziet geen reden waarom verdachte hierover een onjuiste verklaring zou afleggen. Bovendien past deze verklaring bij het wegnemen van de spullen zoals dat als feit 3 ten laste is gelegd.

Op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte bovengenoemde voorwerpen heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft de goederen weggenomen, daarover gedurende langere tijd (als heer en meester) beschikt en de goederen aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken. Dat het wegnemen van de voowerpen alleen zou zijn bedoeld als pressiemiddel om achterstallig loon betaald te krijgen, is gelet op het lange tijdsverloop en het feit dat verdachte na één sms niet meer heeft getracht alsnog zijn loon betaald te krijgen, niet aannemelijk geworden.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 31 januari 2012 tot en met 13 maart 2012 te Zutphen en/of te Wichmond en/of te Hengelo, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 1]), geheel toebehorende aan [bedrijf A] en

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 2]), geheel toebehorende aan een ander dan verdachte en

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 3]), geheel toebehorende aan [bedrijf B]. en

- één of meer kentekenpla(a)t(en) ([kenteken 4]), geheel toebehorende aan [bedrijf C];

2.

hij op één of meer tijdstippen in de periode van 2 februari 2012 tot en met 16 maart 2012 te Deventer en/of Wilp en/of Holten en/of Groenlo en/of Ruurlo en/of Lochem en/of Vorden en/of Doetinchem en/of Apeldoorn en/of Zelhem en/of Huissen, tezamen en in vereniging met een ander of alleen, (telkens) opzettelijk (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelhe(i)d(en) brandstof, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel toebehorende aan

- [bedrijf D] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation A] gelegen aan [adres te plaats] en

- [tankstation B] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation C] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [bedrijf E] en/of [tankstation D] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation E] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation F] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [naam 7] en/of [tankstation G] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation I] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [naam 9] en/of [tankstation J] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation K] gelegen aan de [adres te plaats] en

- [tankstation L] tankstation B.V. en/of [tankstation M] gelegen aan [adres te plaats];

3.

hij op 25 januari 2012 te Schaijk, gemeente Landerd met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of bij die woning behorende opslag gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop (Acer) en een gaskachel en één of meer (contact)sleutel(s) en een tas (met inhoud) en een portemonnee (met inhoud) en een kettingzaag en een navigatiesysteem (Tomtom), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1];

4.

hij op 25 januari 2012 te Schaijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Caddy), geheel toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich die weg te nemen personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (een op eerder tijdstip weggenomen en bij die personenauto behorende contactsleutel);

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

feit 1

Diefstal, meermalen gepleegd

feit 2

Diefstal, meermalen gepleegd

Diefstal in vereniging, meermalen gepleegd

feit 3

Diefstal

feit 4

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft gevorderd daarbij de bijzondere voorwaarde op te leggen dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt een meldingsgebod en het deelnemen aan gedragsinterventie (CoVa training).

De raadsman heeft aangegeven dat hij de eis van de officier van justitie ontzettend hoog vindt. Verdachte staat open voor reclasseringscontact en is bereid zich te houden aan bijzondere voorwaarden. Daarbij geeft verdachte de voorkeur aan een werkstraf in plaats van een gevangenisstraf, om zo eerder te wennen aan werkdiscipline.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich meerdere keren (twaalf maal) schuldig gemaakt aan diefstal van forse hoeveelheden brandstof, waardoor de verdachte de pomphouders financiële schade, ergernis en overlast heeft bezorgd. Alvorens deze brandstof te stelen heeft hij meerdere kentekenplaten gestolen, om zo de kans om gepakt te worden wegens het tanken zonder te betalen te verkleinen. Ook heeft verdachte goederen en een auto gestolen van mensen bij wie hij heeft gewoond en voor wie hij heeft gewerkt. Dit zijn minst genomen ergerniswekkende feiten, die blijk geven van een gebrek aan respect voor de eigendom van anderen.

Blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 31 mei 2012 is de verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van vergelijkbare strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Gelet op de feiten en de persoon van verdachte is een gevangenisstraf passend en geboden. Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van het reclasseringsadvies van 31 mei 2012. Ten slotte heeft de rechtbank gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortelijk aan de bewezenverklaarde feiten.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren een passende straf is. De rechtbank zal verdachte bijzondere voorwaarden opleggen, zoals geformuleerd in het reclasseringsrapport.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [naam 19] zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu het aan de vordering ten grondslag liggende feit niet aan verdachte ten laste is gelegd. De benadeelde partij [naam 19] kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De volgende benadeelde partijen hebben zich met een vordering gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Benadeelde partij Bedrag

[naam 11] € 185,69

[naam 17], gemachtigde [naam 8] € 316,32

[tankstation I], gemachtigde [naam 18] € 199,44

[naam 19] € 174,15

[[tankstat[tankstation K]80

[tankstation K] € 260,78

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van deze benadeelde partijen.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vorderingen van [tankstation K] en [tankstation L] af te wijzen wegens het ontbreken van een bon. De vorderingen van [naam 17] en [tankstation I] moeten eveneens worden afgewezen nu er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. De vorderingen van [[tankstation E] en [naam 11] zijn volgens de raadsman voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal de benadeelde partij [naam 17], gemachtigde [naam 8] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu verdachte wordt vrijgesproken van dit gedeelte van het onder 2 tenlastegelegde. Deze benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Met betrekking tot de vorderingen van [tankstation K] en [tankstation L] is de rechtbank van oordeel dat deze wel degelijk voldoende zijn onderbouwd, nu de vorderingen volledig overeenkomen met de aangiften..

Ten aanzien van het feit dat is gepleegd bij [tankstation I] is de rechtbank van oordeel dat, zoals hiervoor is gebleken, wel degelijk voldoende bewijs in het dossier aanwezig is. Nu verder niet is weersproken dat deze benadeelde partij schade heeft geleden als gevolg van het bewezen verklaarde handelen, zal deze vordering worden toegewezen.

Nu niet is weersproken dat de overige benadeelde partijen schade hebben geleden als gevolg van het bewezen verklaarde handelen, zullen ook deze overige vorderingen worden toegewezen.

Wel zal bij alle benadeelde partijen de gevorderde vergoeding voor 19% BTW, die verdisconteerd zit in alle bedragen, worden afgewezen nu de benadeelde partijen over de schadevergoeding geen BTW zijn verschuldigd.

De wettelijke rente zal, indien gevorderd, worden toegewezen vanaf de dag na het moment dat de schade is toegebracht.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemde slachtoffers.

Vordering tenuitvoerlegging

Nu is bewezen dat verdachte zich opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 17 juni 2011 (parketnummer 06/850674-10) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden ten uitvoer gelegd te worden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1, 2, 3 en 4 heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

feit 1

Diefstal, meermalen gepleegd

feit 2

Diefstal, meermalen gepleegd

Diefstal in vereniging, meermalen gepleegd

feit 3

Diefstal

feit 4

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden dat

- veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt deelname aan een gedragsinterventie (CoVa-training);

- dat veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van rechtbank te Zutphen van 17 juni 2011, te weten van:

2 maanden gevangenisstraf;

* verklaart de benadeelde partijen [naam 19] en [tankstation I] niet-ontvankelijk in hun vordering;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [naam 11]

rekeningnummer [nummer] € 156,04

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2012

2. [tankstation I], gemachtigde [naam 18]

rekeningnummer [nummer] € 167,60

3. [naam 19],

rekeningnummer [nummer] € 146,34

4. [[tankstation E], gemachtigde [naam 5],

r[tankstation K]5. [tankstation K],

rekeningnummer [nummer] € 219,14

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende slachtoffers te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

1. [naam 11], € 156,04 3 dagen

2. [tankstation I], gemachtigde [naam 18] € 167,60 3 dagen

3. [naam 19] € 146,34 2 dagen

4. [[tankstation E], gemachtigde [naam 5] € 156,13 3 dagen

5. [[tankstation K], € 219,14 4 dagen

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

* wijst voor het overige de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen af.

Aldus gewezen door mrs. Rademaker, voorzitter, Heenk en Van Lookeren Campagne, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Oosting, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 juli 2012.

mrs. Rademaker en Heenk zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0647 2012030313-37, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, team Bronckhorst, gesloten en ondertekend op 20 april 2012.

2 Proces-verbaal van aangifte [naam 1] namens [bedrijf A], p. 140-141.

3 Proces-verbaal van aangifte [naam 11], p. 261-262.

4 Proces-verbaal van aangifte [bedrijf B], p. 250-251.

5 Proces-verbaal van aangifte Autohaas B.V., p. 366-367.

6 Proces-verbaal van aangifte [naam 11] namens [bedrijf E], p. 291-292.

7 Proces-verbaal van aangifte [naam 6] namens [tankstation F], p. 321-322.

8 Proces-verbaal van aangifte [naam 7] namens [tankstation G], p. 338-339.

9 Proces-verbaal van aangifte M. [naam 12] namens [tankstation K], p. 417-418.

10 Proces-verbaal van aangifte [naam 13] namens [tankstation L], p. 444-445 .

11 Proces-verbaal van aangifte [naam 14] namens [bedrijf A], p. 166-170.

12 Proces-verbaal van aangifte [naam 4] namens [[tankstation A], p. 196-197.

13 Proces-verbaal van aangifte [naam 15] namens [bedrijf A] p. 209-213.

14 Proces-verbaal van aangifte [naam 16] namens [bedrijf B]., p. 271-277.

15 Proces-verbaal van aangifte [naam 5] namens [tankstation E], p. 308-311.

16 Proces-verbaal van aangifte [naam 18] namens [tankstation I] p. 382-383.

17 Proces-verbaal van aangifte [naam 9] namens Garage [naam 9], p. 404-405.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 111-114.

19 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 99-101.

20 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 125-127.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 112-114.

22 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], p. 126-127.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 112.

24 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], p. 99-101.

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 112.