Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BX0390

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
11-1053 en 11-1094
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank vernietigt besluit plaatsing drie tijdelijke spaceboxen in Apeldoorn. Reden is de gebrekkige publicatie door de gemeente Apeldoorn van dit ontwerpbesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nrs.: 11/1053 en 11/1094

Uitspraak in de gedingen tussen:

1. Vereniging Dorpsraad Beekbergen-Lieren

te Beekbergen,

eiseres (reg.nr.: 11/1053),

2. [eiser]

te Beekbergen,

eiser (reg.nr.: 11/1094),

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn

verweerder.

de Stichting Sprengeland Wonen

derde-partij.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2011 heeft verweerder aan de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk plaatsen (twee jaar) van drie spaceboxen op het perceel [adres] te Beekbergen.

Eisers hebben beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

Bij uitspraak van 2 februari 2012 heeft de rechtbank de beroepen van eisers met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 2 mei 2012 zijn de tegen de uitspraak van 2 februari 2012 gedane verzetten van eisers gegrond verklaard.

De beroepen zijn behandeld ter zitting van 19 juni 2012, waar namens eiseres

A. Oosterwoud is verschenen. Eiser is verschenen, bijgestaan door G. Veeneman. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G.L. ter Brugge.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb, legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.

Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp van het te nemen besluit naar voren brengen.

Ingevolge artikel 3:16, eerste lid, voor zover hier van belang, bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel vangt de termijn aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

Ingevolge het derde lid zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen de artikelen 6:9 en 6:10 van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 6:13, voor zover hier van belang, kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht.

2.2 Onder het niet naar voren brengen van zienswijzen moet ook worden verstaan het niet binnen de zienswijzentermijn naar voren brengen van zienswijzen.

2.3 Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp van het te nemen besluit op 14 april 2011 heeft verweerder in de rubriek Gemeentelijke bekendmakingen van het Apeldoorns Stadsblad van 13 april 2011 kennis gegeven van het ontwerp.

2.4 Eisers hebben niet binnen de in artikel 3:16, eerste lid, van de Awb bedoelde termijn, uiterlijk op 25 mei 2011, zienswijzen over het ontwerp van het te nemen besluit naar voren gebracht. De rechtbank overweegt dat hun dit redelijkerwijs niet kan worden verweten. In de publicatie is vermeld dat het ontwerpbesluit een omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van drie spaceboxen (twee jaar) op het in geding zijnde perceel betreft. Met deze vermelding van de inhoud van het ontwerpbesluit is de zakelijke inhoud ontoereikend weergegeven. De rechtbank is van oordeel dat de publicatie, hoewel betrekking hebbend op een concreet project, met de term ‘spaceboxen’ geen indicatie geeft van de aard van de bebouwing danwel de functie van de te realiseren bouwwerken. De publicatie van het ontwerpbesluit bevatte derhalve voor potentiële zienswijzegerechtigden onvoldoende informatie om te beoordelen of het wenselijk is om de op het gemeentehuis ter inzage gelegde stukken te gaan inzien en eventueel naar aanleiding daarvan zienswijzen tegen het ontwerpbesluit naar voren te brengen.

2.5 Uit het vorenstaande volgt dat de beroepen ontvankelijk zijn.

2.6 Uit het vorenstaande volgt verder dat het bestreden besluit is voorbereid in strijd met artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Schending van dit vormvoorschrift kan worden gepasseerd, indien belanghebbenden niet in hun belangen zijn geschaad. Gebleken is dat er mogelijk andere belanghebbenden zijn die door de gebrekkige publicatie geen zienswijzen naar voren hebben kunnen brengen. Daarom is er geen aanleiding om het gebrek te passeren.

Hieruit volgt dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd en verweerder de gehele procedure ter zake van de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten overdoen.

Ter voorlichting van eisers wijst de rechtbank er op dat zij in die procedure desgewenst opnieuw van hun zienswijzen blijk moeten geven. Mede gelet op de duur van de te volgen procedure van in beginsel 26 weken alsmede hetgeen namens verweerder ter zitting is medegedeeld dat gezocht wordt naar een alternatieve locatie, ziet de rechtbank af van toepassing van de in artikel 8:51a van de Awb neergelegde zogenoemde bestuurlijke lus.

2.7 De beroepen zijn gegrond. Niet gebleken is dat eisers proceskosten hebben gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 302,-- en het door eiser betaalde griffierecht van € 152,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2012.