Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW9406

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
06/940253-11 en 06/850687-11 (ttz. gev.)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2014:4277, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man tot 6 maanden gevangenisstraf, voor deelname aan een afgesproken vechtpartij in Doetinchem op 4 juni 2011. In totaal veroordeelt de rechtbank zeven verdachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/940253-11 en 06/850687-11 (ttz. gev.)

Uitspraak d.d.: 12 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte C],

geboren te [plaats] (Bosnië en Herzegovina) op [1985],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 23 september 2011, 13 december 2011, 2 maart 2012, 21 mei 2012 en 29 mei 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 06/940253-11

1.

hij op of omstreeks 04 juni 2011, te Doetinchem, althans in Nederland,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [slachtoffer A],

welk geweld bestond uit het

- slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A], en/of

- naar de grond werken van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A], en/of

- in het bijzijn van en/of zichtbaar voor die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) (overige) aanwezige perso(o)n(en), pakken van een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit een tas(je) en/of vanachter verdachtes broeksband en/of uit verdachtes kleding te voorschijn halen, en/of

- tonen aan en/of zichtbaar in de lucht houden van dat (vuur)wapen voor en/of in de nabijheid houden van dat (vuur)wapen, van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en) en/of

- (zichtbaar voor andere perso(o)n(en)) doorladen van dat (vuur)wapen, althans één of meer handelingen verrichten met dat (vuur)wapen, (teneinde dit gebruiks/schiet gereed te maken) en/of

- richten van dat (vuur)wapen op die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en);

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 04 juni 2011 in de gemeente Doetinchem, althans in

Nederland,

[medeverdachte B] en/of [medeverdachte G] en/of [medeverdachte H] en/of [medeverdachte I] en/of [slachtoffer A], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling,

immers heeft hij, verdachte, opzettelijk dreigend

- in het bijzijn van en/of zichtbaar voor die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) (overige) aanwezige perso(o)n(en), pakken van een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, uit een tas(je) en/of vanachter verdachtes broeksband en/of uit verdachtes kleding te voorschijn halen, en/of

- tonen aan en/of zichtbaar in de lucht houden van dat (vuur)wapen voor en/of in de nabijheid houden van dat (vuur)wapen, van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en) en/of

- (zichtbaar voor andere perso(o)n(en)) doorladen van dat (vuur)wapen, althans één of meer handelingen verrichten met dat (vuur)wapen, (teneinde dit gebruiks/schiet gereed te maken) en/of

- richten van dat (vuur)wapen op die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A] en/of (een) overige aanwezige perso(o)n(en);

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Doetinchem

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

één vuurwapens van de categorie III voorhanden heeft gehad

en/of heeft gedragen,

en/of (daarbij behorende) munitie van categorie III, te weten

één of meer, althans één, patro(o)n(en) (kaliber 7.65 mm);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

art 55 lid 3 ahf/ond b Wet wapens en munitie

Parketnummer 06/850687-11

hij op of omstreeks 22 oktober 2008 te Zevenaar en/of te Oldambt en/of te

Stadskanaal en/of te Deventer en/of elders in Nederland,

één of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Walther,

type P22, kaliber .22LR), en/of munitie van categorie III, te weten negen,

althans één of meer, patro(o)n(en) (kaliber .22), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Parketnummer 06/940253-111

Het grootschalige opsporingsonderzoek Agaat, waarvan deze zaak onderdeel uitmaakt, is gestart naar aanleiding van een melding op 4 juni 2011 bij de regionale Meldkamer Oost Nederland. Deze melding hield in dat er nabij het Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem een man in het hoofd was geschoten. Bij nader onderzoek bleek dat de man was beschoten in een bosperceel gelegen aan de noodwestzijde van de 2e Loolaan te Doetinchem, direct gelegen achter het Slingeland Ziekenhuis.2

Naar aanleiding van de binnengekomen melding(en) werden er politie-eenheden naar de opgegeven locatie gezonden. Op de locatie werd een man liggend op de grond aangetroffen met een schotwond in zijn voorhoofd. Rondom het slachtoffer stond een viertal personen, te weten [medeverdachte H], [medeverdachte I], [naam A] en [naam B], die vertelden dat ze het slachtoffer kennen als [slachtoffer A]. Door [medeverdachte H] werd verteld dat er een afgesproken vechtpartij tussen een Turkse groep en een Bosnische groep was geweest.3

Parketnummer 06/850687-114

Op 22 oktober 2008 kregen dienstdoende politiefunctionarissen de opdracht om naar de [adre te plaats] te gaan, waar een conflict in een woning zou hebben plaatsgevonden. Ter plaatse worden politiemensen aangesproken door [naam F]. Zij verklaarde samen te wonen met [naam G]. Voorts verklaarde zij samen met [naam G] een dochter te hebben van vier maanden, genaamd [dochter]. [naam F] verklaarde dat zij een conflict had gehad met [naam G], waarbij [naam G] haar mishandeld had. [naam F] is hierna enige tijd de woning ontvlucht. Nadat ze was teruggekomen ontdekte ze dat haar dochter [dochter] weg was, evenals [naam G]. Door de ter plaatse aanwezige politiemensen is getracht te bemiddelen. [naam G] gaf telefonisch aan [dochter] terug te brengen, wat vervolgens niet gebeurde. De politiemensen zijn hierna nogmaals naar de [adre te plaats] gereden. Door [naam G] is daar onder meer tegenover de politie mensen verklaard dat hij niet wilde zeggen waar zijn dochter was.5

Gedurende het onderzoek naar [naam G] en de mogelijke verblijfplaats van [naam G] en [dochter] werden diverse spoedtaps geplaatst.6 Naar aanleiding van datagegevens uit spoedtaps en naar aanleiding van waarnemingen van het observatieteam werden op 22 oktober 2008 verdachten [naam G], [naam H] (oma van [dochter]) en verdachte [verdachte C] waargenomen door het observatieteam. Zij werden waargenomen op de rijksweg A28, richting Dwingeloo en reden naar het ziekenhuis in Deventer. Daar werd vastgesteld dat [dochter] bij het drietal verdachten was. De verdachten zijn bij het ziekenhuis aangehouden.7

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Parketnummer 06/940253-11

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld. Ter zitting heeft de officier van justitie in zijn schriftelijk requisitoir de bewijsmiddelen uitvoerig opgesomd en toegelicht.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd dat er sprake was van een afgesproken vechtpartij tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D]. Verdachte is meegegaan naar deze vechtpartij. Deze vechtpartij is ontaard in een massale vecht-, duw- en trekpartij tussen de beide betrokken kampen, waarin iedereen zich mengde. Met betrekking tot alle personen die op de bult aanwezig zijn geweest bij de vechtpartij, zijn bewijsmiddelen aanwezig dat deze personen, waaronder ook verdachte, geweld tegen iemand van een andere groep hebben gebruikt.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat het trekken van het pistool uit een tasje of vanachter zijn rug door verdachte door meerdere mensen is gezien. Ook blijkt uit de camerabeelden van het Ludger College dat verdachte met een tasje rondliep, welke hij ook voorhanden had op de bult. Door [medeverdachte A] is verklaard dat verdachte diverse handelingen met het vuurwapen heeft verricht, waaronder het doorladen van het wapen.

Parketnummer 06/850687-11

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat in het voertuig waar verdachte zat, onder de passagiersstoel een vuurwapen is aangetroffen. Door [naam H] is verklaard dat zij het vuurwapen eerder bij verdachte heeft gezien. Door verdachte is verklaard dat het vuurwapen van hem zou zijn.

Standpunt van de verdediging / de verdachte

Parketnummer 06/940253-11

Door de raadsman is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft gepleegd. Door de raadsman is hiertoe aangevoerd dat de afgelegde verklaringen door betrokkenen volstrekt onduidelijk en tegenstrijdig zijn. Daarnaast is de verklaring van [medeverdachte A], waarin hij verdachte heeft beschuldigd, volstrekt ongeloofwaardig, onbetrouwbaar en komt de verklaring niet overeen met de feiten. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken.

Parketnummer 06/850687-11

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaring van [naam H] niet waarachtig is. De verklaring die verdachte bij de politie heeft afgelegd, was om een [naam G] uit de wind te houden. Verder is er onvoldoende bewijs voorhanden dat het wapen van verdachte is.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van parketnummer 06/940253-11, feit 2

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft gepleegd. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.

[medeverdachte A] heeft verklaard dat verdachte op de bult een vuurwapen tevoorschijn haalde en doorlaadde. Volgens een tapgesprek heeft [medeverdachte B] gezegd dat verdachte uit een tas het pistool pakte.8 Bij de politie heeft [medeverdachte B] echter verklaard dat niet verdachte maar een man die [medeverdachte F] werd genoemd het pistool pakte. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte B] verklaard dat [medeverdachte F] op de bult het pistool pakte en doorlaadde. Verder bevinden zich in het dossier verklaringen van [medeverdachte H] die heeft verklaard dat het wapen uit een tasje werd gehaald dat een man met een trainingspak droeg. Niet gebleken is dat verdachte een trainingspak droeg; het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte een korte broek droeg.

Het dossier bevat derhalve uiteenlopende verklaringen over de persoon die op de bult een vuurwapen bij zich had.

Hoewel wettig bewezen zou kunnen worden dat verdachte de persoon is geweest die het wapen op de bult bij zich had, laten de bewijsmiddelen ook de mogelijkheid open dat het een ander dan verdachte is geweest. Nu niet buiten gerede twijfel is vast te stellen dat verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van hetgeen aan hem onder 2 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van parketnummer 06/940253-11, feit 1

Om te beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld acht de rechtbank verschillende omstandigheden van belang. Het gaat daarbij om de afspraak tussen twee personen die is gemaakt om een ruzie uit te vechten, om de keuze van de locatie waar dat dan zou plaatsvinden, hoe dat gevecht tussen de twee kemphanen zou plaatsvinden en wat de bijdrage van de andere aanwezigen is geweest. Op die verschillende aspecten wordt hierna ingegaan.

Bewijsmiddelen

Afspraak om te gaan vechten

Door [medeverdachte B] is verklaard dat [medeverdachte D] hem zat te treiteren in [discotheek] in Doetinchem.9 [medeverdachte B] is door [medeverdachte D] onder meer uitgescholden voor "hoerenzoon". [medeverdachte B] heeft aan [naam C] om het telefoonnummer van [medeverdachte D] gevraagd. Hij wilde dat [medeverdachte D] zijn excuses aan zou bieden. Vervolgens is er een week of drie overheen gegaan. In de tussentijd ontving [medeverdachte B] sms'jes van [medeverdachte D] en verstuurde hij ook berichten naar hem. Op enig moment heeft [medeverdachte B] met [medeverdachte D] gebeld. In dat telefoongesprek is toen afgesproken dat ze een man tegen man gevecht zouden hebben, daarna zou het afgelopen zijn. [medeverdachte B] heeft de afspraak gemaakt, omdat hij van [medeverdachte D] afwilde. De afspraak was om het die zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - uit te vechten.10 De anderen zijn vooruit gegaan om te kijken of het veilig was.11

[medeverdachte H] [medeverdachte H] is verklaard dat hij van [medeverdachte B] had gehoord dat [medeverdachte B] een conflict had gehad met iemand in een discotheek. Dit was met de broer van [medeverdachte E], [medeverdachte D]. [medeverdachte D] en [medeverdachte B] stuurden elkaar sms'jes in dreigende en treiterende sfeer. Een week voor 4 juni 2011 werd er een afspraak gemaakt om het uit te vechten.12 Eerst zou dit op een schoolplein gebeuren, later werd dit veranderd naar een bos waar geen camera's zouden hangen. [medeverdachte B] vroeg aan [medeverdachte H] om scheidsrechter te zijn bij het gevecht. Er was afgesproken om met de handen en de regels van het boksen en het straatvechten te vechten, zonder wapens. Twee personen zouden met elkaar vechten, [medeverdachte B] en [medeverdachte D].13

Door [medeverdachte G] is verklaard dat er een vechtpartij was afgesproken tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D]. Deze vechtpartij was het gevolg van een eerdere vechtpartij in [discotheek] te Doetinchem. [medeverdachte B] en [medeverdachte D] hadden toen ook gevochten en [medeverdachte B] was door [medeverdachte D] uitgescholden voor "hoerenjong".14 [medeverdachte G] hoorde van [slachtoffer A] dat het conflict verergerde. Het moest en zou vechten worden.15 [slachtoffer A] vertelde [medeverdachte G] dat dit bij het Ludger zou gebeuren. [medeverdachte G] ging mee uit veiligheid voor [medeverdachte B].16

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 door [medeverdachte B] en [medeverdachte H] is gebeld en gevraagd om naar de bult te komen. [medeverdachte B] zei dat hij één tegen één ging vechten met [medeverdachte D].17 [medeverdachte B] vroeg hem of hij wilde kijken op de bult met hoeveel ze waren.18

Door [naam B] is verklaard dat [medeverdachte B] [medeverdachte D] wilde terugpakken en dat hij door [medeverdachte B] is gebeld met de mededeling dat hij die dag zou vechten met [medeverdachte D]. [naam B] ging mee om te ondersteunen; als anderen zich er mee bemoeiden, zou hij dat ook doen.19

Door [medeverdachte D] is verklaard dat hij al een aantal weken problemen had met [medeverdachte B]. Dit was begonnen in uitgaansgelegenheid [discotheek]. Beiden zijn toen de club uitgezet. Hierbij heeft [medeverdachte D] [medeverdachte B] een hoerenzoon genoemd. [medeverdachte B] bestookte [medeverdachte D] na dat voorval met sms'jes, onder meer met als inhoud dat [medeverdachte B] [medeverdachte D] zou pakken. [medeverdachte D] en [medeverdachte B] hadden zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - afgesproken om met elkaar deze vete uit te vechten. [medeverdachte D] en [medeverdachte B] zouden het één tegen één, man tegen man uitvechten.20

Er werden geen afspraken gemaakt over hoe het zou gaan gebeuren. Er werd nog wel gesproken over dat het één tegen één zou zijn.21 De anderen waren erbij om er voor te zorgen dat het eerlijk bleef.22 [medeverdachte A] en [verdachte C] wisten van de ruzie met [medeverdachte B] af.23 [medeverdachte D] heeft bij vertrek vanuit huis aan [verdachte C] verteld dat [medeverdachte B] hem steeds bedreigde.24 Volgens [medeverdachte D] zei [medeverdachte A] dat als de jongen zou komen, we dan eerst zouden praten en als die jongen echt niet wilde praten, dan moesten we het maar uitvechten.25

Door [medeverdachte E] is een verklaring afgelegd van hetgeen er op 4 juni 2011 is gebeurd.26 [medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte B] - de rechtbank begrijpt dat door hem hiermee [medeverdachte B] wordt bedoeld, verder zal dan ook [medeverdachte B] gebruikt worden - een conflict had met [medeverdachte D]. [medeverdachte D] zou [medeverdachte B] "hoerenzoon" genoemd hebben. [medeverdachte D] heeft in een sms'je gezegd dat het hem speet, maar [medeverdachte B] bleef dreigen.27 De reden van de uitnodiging tot een gevecht was dat [medeverdachte B] de excuses van [medeverdachte D] niet accepteerde. [medeverdachte B] wilde vechten, één op één, met [medeverdachte D]. In een sms had [medeverdachte B] een datum gezet waarop hij met [medeverdachte D] wou afspreken. [medeverdachte B] had daar ook bijgezet dat hij met mensen zou komen, omdat hij dacht dat [medeverdachte E] er ook bij zou zijn.28 De anderen gingen mee voor de zekerheid dat het niet uit de hand liep. [medeverdachte D] had tegen [medeverdachte E] gezegd dat hij wilde dat [medeverdachte E] meeging, dit omdat [medeverdachte D] dacht dat [medeverdachte B] niet met hem wilde praten.29 [medeverdachte E] heeft tegen [medeverdachte A] gezegd om thuis te blijven onder meer omdat hij geen papieren had.30

Door [medeverdachte F] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar een plaats is gegaan in de buurt van het ziekenhuis in Doetinchem. Hij was samen met [medeverdachte D] en [medeverdachte E], [verdachte C] en [medeverdachte A].31 [medeverdachte F] was thuis gebeld door [medeverdachte E] die hem heeft gevraagd of hij meeging. [medeverdachte D] had ruzie gehad met een jongen uit Doetinchem en [medeverdachte E] vroeg of [medeverdachte F] mee wilde gaan om de ruzie met die jongen op te helderen.32

Door [medeverdachte A] [medeverdachte A] is verklaard dat hij wist dat [medeverdachte D] sinds een paar weken voor 4 juni 2011 problemen had met een jongen.33 [medeverdachte D] had [medeverdachte A] verteld dat hij problemen had gehad met een jongen in een discotheek in het centrum van Doetinchem. De jongen begon sms'jes te sturen naar [medeverdachte D]. Die jongen zou [medeverdachte D] pakken, het huis in brand steken en dat soort dingen. [medeverdachte A] heeft een aantal van die sms'jes gelezen. Op zaterdag (4 juni 2011) kwam [medeverdachte D] naar het huis van [medeverdachte A]. [medeverdachte D] zei dat de jongen door bleef gaan met de sms'jes. [medeverdachte D] zei ook dat hij en die Koerdische jongen een afspraak hadden gemaakt bij een school.34

Ludger College

Door [medeverdachte B] is verklaard dat er eerst afgesproken was achter de Aldi in Doetinchem, maar daar is overdag publiek. Door [medeverdachte B] is naar [medeverdachte D] een sms-bericht gestuurd om achter het Ludger College te vechten.35 [medeverdachte D] heeft vervolgens laten weten dat ze naar het bultje moesten gaan, omdat er bij het Ludger College allemaal camera's hingen. Na veel over en weer telefoonverkeer werd door [medeverdachte D] besloten dat ze het zouden uitvechten op of bij de zandbult.36

Door [medeverdachte D] is verklaard dat hij op de desbetreffende zaterdag samen met zijn buurman [medeverdachte A], zijn broer [medeverdachte E], [medeverdachte F] en [verdachte C] en een andere jongen die met [verdachte C] mee was, bij het Ludger College is geweest. Dit omdat [medeverdachte B] [medeverdachte D] had ge-sms't dat zij daar heen moesten gaan. Na deze sms heeft [medeverdachte D] [medeverdachte B] gebeld. [medeverdachte D] vond het niet verstandig om daar af te spreken omdat er bij het Ludger College camera's hingen en hij eerder betrokken was bij een vechtpartij waar hij nog een werkstraf voor open had staan. [medeverdachte D] heeft [medeverdachte B] toen gezegd dat ze naar het bos zouden rijden. Toen ze bij het bos stonden te wachten, belde [medeverdachte B] [medeverdachte D] op, omdat hij de ontmoeting bij het Ludger College wilde. [medeverdachte B] wilde op steen, daarmee bedoelde hij de ondergrond. [medeverdachte D] heeft [medeverdachte B] verteld dat zij bij de zandbult waren en heeft hem uitgelegd dat het de zandbult achter het ziekenhuis betrof.37

Door [medeverdachte F] is verklaard dat ze, toen hij was opgehaald, eerst naar het Ludger College zijn gereden. Op een gegeven moment werd er gebeld. [medeverdachte D] zei toen dat ze op een andere plaats moesten zijn.38 Ze zijn toen in de richting van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem gereden. Ze kwamen uit bij het Kruisbergse bos.39

Door [medeverdachte E] is verklaard dat op zaterdag was afgesproken bij het Ludger College. Daar zou gezegd zijn dat er teveel camera's hingen. Hierna ging de groep naar het bos. [medeverdachte E] reed met [medeverdachte A] en [medeverdachte F] mee naar de afgesproken plek. [medeverdachte D] zat bij [verdachte C] in de auto.40

Door [medeverdachte A] [medeverdachte A] is verklaard dat hij met [medeverdachte D] is meegegaan. Nale - de rechtbank begrijpt dat hiermee door hem [medeverdachte E] wordt bedoeld41 - en [verdachte C] waren er ook bij. Bij [verdachte C] was ook een andere jongen.42 Verder was ook [medeverdachte F] erbij.43 Nadat ze op het schoolplein waren geweest zijn ze naar een plek achter het ziekenhuis gereden.44

Het treffen op de bult

Door [medeverdachte B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen wa[medeverdachte H] [medeverdachte H], die had hij thuis opgehaald. [medeverdachte B] had ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] gebeld, die kwamen samen in één auto naar de plek waar [medeverdachte B] met [medeverdachte D] had afgesproken. [medeverdachte B] had ook [medeverdachte I] gebeld, die stond op de Varkensweide.45 Ze gingen met vier auto's, drie auto's reden vooruit naar de afgesproken locatie. [medeverdachte I] zou gaan kijken of zij niet iets gevaarlijk bij zich hadden. [medeverdachte I], [naam B], [slachtoffer A] en [medeverdachte G] zijn vooruit gegaan. [medeverdachte B] wachtte samen met [medeverdachte H]. [medeverdachte B] werd door [medeverdachte I] gebeld dat het veilig was. Hierna is [medeverdachte I] met [medeverdachte H] naar de bult gereden.46

[medeverdachte H] [medeverdachte H] is verklaard dat hij samen met [medeverdachte B] naar het bos is gereden. [medeverdachte I] zou vooruit rijden om te kijken wie er waren. [medeverdachte H] kwam later met [medeverdachte B] aan, omdat [medeverdachte I] aangaf dat het veilig was.47 Verder waren ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] mee. Ook [naam B] was mee. Ze hadden zich verzameld bij het ziekenhuis en zijn later naar de zandbult gereden. Bij de zandbult aangekomen, zag [medeverdachte H] dat [medeverdachte E] met zijn broer [medeverdachte D] was meegekomen.48

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 op de Varkensweide was. Daar kwam [medeverdachte H] samen met [medeverdachte B] aanrijden. [medeverdachte I] wist dat [medeverdachte B] problemen had met [medeverdachte D]. [medeverdachte I] hoorde dat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] elkaar ergens zouden ontmoeten.

[medeverdachte I] is in zijn eigen auto met [medeverdachte B] en [medeverdachte H] meegereden. Vlak bij de ingang van het ziekenhuis kwam ook [slachtoffer A] samen met [medeverdachte G] aangereden. Door [medeverdachte B] is aan [medeverdachte I] gevraagd om te zien bij de 2e Loolaan bij de zandbult met hoeveel man de anderen waren. [medeverdachte G] is bij [medeverdachte I] ingestapt en samen zijn ze naar de zandbult gereden. Daar zag [medeverdachte I] een paar jongens staan, waaronder [medeverdachte D], [medeverdachte E], [verdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A].

Van [medeverdachte D] begreep [medeverdachte I] dat [medeverdachte B] en [medeverdachte D] het zouden uitvechten. Het kwam erop neer dat [medeverdachte B] en [medeverdachte D] elkaar zouden afbeuken en dat het dan klaar zou zijn. De rest zou zich er niet mee bemoeien. [medeverdachte B] kwam later samen met [medeverdachte H] aan bij de zandbult.49

[medeverdachte B] en [medeverdachte D] gingen samen de bult op. Ze zouden man tegen man met elkaar gaan vechten. Dat moest gebeuren boven op de bult. Iedereen die er was liep mee naar boven. [medeverdachte I] heeft gezegd dat als anderen zich er meer zouden bemoeien, hij dat ook zou doen.50

Door [medeverdachte G] is verklaard dat [slachtoffer A] een woordenwisseling kreeg met de Armeense man (naar de rechtbank begrijpt: [medeverdachte A] [medeverdachte A]) en een grote Bosniër. Ze stonden iets buiten de kring die om de vechtenden heen stond. Hij zag dat de Armeen [slachtoffer A] bij de arm pakte en met harde boze stem zei "wat is jouw probleem". [medeverdachte G] haalde [slachtoffer A] en de Armeense man uit elkaar.51

[medeverdachte D] heeft verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen met [medeverdachte E], [verdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A] naar de zandbult is gegaan. Ze waren met zijn vijven. Toen zij op de bult waren zag hij dat er een aantal mannen met diverse auto's aan kwam rijden. Die groep bestond uit [medeverdachte B] en andere mannen.52

Door [medeverdachte E] is verklaard dat de andere groep met drie auto's aan kwam rijden. Een paar seconden later kwam ook [medeverdachte B] aan rijden. Bij [medeverdachte B] was een grote gespierde vent die [medeverdachte H] heet.53 [medeverdachte E] kende uit de andere groep [medeverdachte B], [medeverdachte H] en [medeverdachte I].54

Door [medeverdachte F] is verklaard dat, nadat zij bij het Kruisbergse bos waren aangekomen, ze naar het heuveltje zijn gelopen. Toen ze daar waren kwamen de andere jongens er aan. Er kwam een aantal personen schreeuwend uit de auto en een aantal was rustig. Een aantal jongens liep naar [medeverdachte E] en [medeverdachte D]. Hierna kwam er nog een auto aangereden met daarin twee mannen. Een daarvan was de jongen waar [medeverdachte D] ruzie mee had en de andere man betrof een gespierde man.55

Door [medeverdachte A] [medeverdachte A] is verklaard dat hij tijdens het wachten op de bult met [medeverdachte D] heeft gesproken over het probleem dat bij de disco was ontstaan, en dat [medeverdachte D] tegen hem zei dat hij ([medeverdachte D]) dacht dat er gevochten ging worden.56 Toen de andere jongens gekomen waren - naar de rechtbank begrijpt: voor de aankomst van [medeverdachte B] - heeft [medeverdachte A] aan iedereen gevraagd of ze wisten waarvoor ze daar waren en wat het probleem was. [medeverdachte A] heeft namens [medeverdachte D] nog een keer sorry gezegd. [medeverdachte A] heeft gezegd dat ze kwamen voor een vredige oplossing, waarop het latere slachtoffer zei dat vechten de enige oplossing was. [medeverdachte A] heeft verklaard dat iedereen zich er mee bemoeide en dat niemand meer naar hem luisterde. Hij moest zich maar neerleggen bij het feit dat er wel gevochten zou gaan worden. Iedereen werd onrustig aldus [medeverdachte A], hij zelf ook. In zijn hoofd speelde al dat er politie zou komen en hij dacht aan de gevolgen voor zijn gezin en zijn asielprocedure. Hij weet niet waarom hij toen niet is weggegaan. Verdachte is meegelopen naar boven, de bult op.57

"Regels van de vechtpartij"

Door [medeverdachte B] is verklaard dat toen hij op 4 juni 2011 bij de bult aankwam, [medeverdachte D] zei dat ze naar boven zouden gaan. [medeverdachte D] bepaalde dat ze het boven op de zandbult zouden uitvechten. Iedereen is achter [medeverdachte D] aangelopen. Boven op de bult heeft [medeverdachte H] [medeverdachte D] gefouilleerd. [medeverdachte B] werd door [medeverdachte E] gefouilleerd. [medeverdachte B] zei nog aftikken of K.O. (knock-out) gaan is afgelopen, op de grond doorvechten en niet bijten. Hierna begon het gevecht. [medeverdachte H] was de scheidsrechter, dat was een week eerder al bepaald. [medeverdachte D] was telefonisch op de hoogte gesteld dat [medeverdachte H] de scheidsrechter was.58

Door [medeverdachte H] is verklaard dat hij met [medeverdachte E] had afgesproken dat [medeverdachte E] [medeverdachte D] in de gaten zou houden en dat hij, [medeverdachte H], [medeverdachte B] in de gaten zou houden, dit zodat er eerlijk gevochten zou worden. Er werd tegen elkaar gezegd dat er eerlijk gevochten zou worden en dat er niet werd gebeten of kopstoten uitgedeeld zouden worden. Als iemand zich zou overgeven, dan was het gevecht ten einde.59 De afspraak was dat het gevecht zou eindigen als iemand knock-out zou gaan.60

Door [medeverdachte I] is verklaard dat aan [medeverdachte H] was gevraagd of hij als scheidsrechter wilde optreden in een wedstrijd die op 4 juni 2011 uitgevochten zou worden. Dat was een soort duel tussen twee mannen.61 [medeverdachte H] zou boven op de bult bemiddelen als scheidsrechter. Hij heeft tegen [medeverdachte D] en [medeverdachte E] gezegd dat het een eerlijk gevecht moest worden. De eerste die zei dat hij wilde stoppen, had verloren. [medeverdachte H] heeft de regels uitgelegd aan [medeverdachte D] en [medeverdachte B]. [medeverdachte H] zei dat het gevecht tussen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] ging en dat niemand zich ermee mocht bemoeien.62 [medeverdachte D] en [medeverdachte B] zijn gefouilleerd. Als er één knock-out zou gaan, dan zou het klaar zijn. Ze zouden net zolang doorgaan tot iemand knock-out zou gaan.63

Door [medeverdachte G] is verklaard dat [medeverdachte B] en [medeverdachte D] voor het gevecht zijn gefouilleerd. Er zou één tegen één en met blote handen gevochten worden. Er zou gevochten worden tot een knock-out. Er zou gestopt worden als er iemand knock-out ging.64

Door [naam B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar de bult is gegaan omdat [medeverdachte B] en [medeverdachte H] hem hadden gebeld. [medeverdachte B] kwam bij [naam B] en vertelde dat hij ruzie had gehad met [medeverdachte D]. Het was voor [naam B] duidelijk dat er man tegen man gevochten zou worden.65

Door [medeverdachte D] is verklaard dat met [medeverdachte B] een oudere, bredere man mee was. Deze man zei dat ze, [medeverdachte D] en [medeverdachte B], één tegen één moesten vechten. Door de man werd gevraagd of er wapens bij waren. [medeverdachte D] heeft gezegd dat het niet zo was.66 De man heeft oppervlakkig aan [medeverdachte D]s kleding gevoeld. Dat was vlak voordat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] gingen vechten. Het moest een eerlijk gevecht worden met de vuisten.67

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] voorafgaand aan het vechten bij [medeverdachte B] en [medeverdachte D] op de kleding heeft geklopt. [medeverdachte H] schreeuwde ook één tegen één. [medeverdachte H] was ook een soort van scheidsrechter.68

Door [medeverdachte F] is verklaard dat de gespierde man naar de groep kwam lopen en zei dat ze ([medeverdachte D] en [medeverdachte B]) het moesten uitvechten. De man had het over een eerlijk gevecht van één tegen één. Iedereen liep vervolgens de bult op en [medeverdachte D] en de man zonder shirt begonnen te vechten.69 Voor het gevecht heeft [medeverdachte F] gehoord dat iemand zei: "Jij moet ze fouilleren". Hij heeft ook gehoord dat het een eerlijk gevecht moest zijn, één tegen één.70

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij achter de groep aan naar boven is gelopen. Boven begonnen [medeverdachte D] en de andere jongen te vechten. [medeverdachte A] heeft gehoord dat iemand zei dat er geen stenen en stokken gebruikt mochten worden. Er zou ook afgesproken zijn dat er alleen met de handen gevochten zou worden. Vervolgens begon het gevecht bovenop de bult.71

De vechtpartij tussen [medeverdachte D] en [medeverdachte B]

Door [medeverdachte B] is over de vechtpartij het volgende verklaard.

Toen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] begonnen met vechten, probeerde [medeverdachte B] [medeverdachte D] naar de grond te trekken. Hij dook naar [medeverdachte D]s benen en trok hem op de grond. [medeverdachte D] lag op zijn rug op de grond. [medeverdachte B] lag bovenop [medeverdachte D] en [medeverdachte D] kon geen kant op. [medeverdachte B] hoorde [medeverdachte E] zeggen dat ze moesten gaan staan en opnieuw beginnen. Terwijl [medeverdachte E] dit zei, trok hij [medeverdachte B] en [medeverdachte D] los. Hierna begonnen ze opnieuw te vechten. Toen [medeverdachte B] het been van [medeverdachte D] vast had, beet [medeverdachte D] hem in zijn schouder. [medeverdachte D] had [medeverdachte B] bij zijn keel vast.72 Toen [medeverdachte B] [medeverdachte D] weer op de grond had, greep [medeverdachte E] weer in. [medeverdachte B] wilde opgeven, maar moest van [medeverdachte E] doorvechten. [medeverdachte H] heeft toen [medeverdachte E] weggeduwd.73

[medeverdachte H] heeft verklaard over de vechtpartij tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D] als volgt verklaard. [medeverdachte B] kreeg behoorlijke klappen van [medeverdachte D]. Op het moment dat [medeverdachte B] [medeverdachte D] op de grond had gewerkt, werden ze gelijk door [medeverdachte E] van elkaar afgetrokken. Dit gebeurde twee keer. Op een gegeven moment was [medeverdachte B] buiten adem en zei [medeverdachte H] tegen hem dat hij moest stoppen. [medeverdachte D] had [medeverdachte B] ook tot bloedens toe gebeten. [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden.74

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [medeverdachte B] en [medeverdachte D] gingen vechten, het er gelijk fel op ging. [medeverdachte I] zag dat ze elkaar sloegen en raakten. [medeverdachte B] lag op [medeverdachte D] en [medeverdachte D] beet toen in de rug van [medeverdachte B].75 [medeverdachte B] wilde opgeven, hij kon niet meer.76

[medeverdachte G] heeft verklaard dat hij zag dat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] tegen elkaar gingen vechten. De groepen stonden er omheen. Er was toen nog geen ruzie tussen de groepen. [medeverdachte D] en [medeverdachte B] sloegen elkaar met vuisten tegen het hoofd. Eerst stonden zij tegenover elkaar en later waren zij op de grond met elkaar aan het worstelen. [medeverdachte D] beet [medeverdachte B] in de nek en zij sloegen elkaar over en weer hard met de vuist. [medeverdachte G] zag dat [medeverdachte E] [medeverdachte D] en [medeverdachte B] uit elkaar haalde. [medeverdachte E] deed dit met nog een man. [medeverdachte E] wilde dat er staand verder gevochten werd.77 [medeverdachte G] heeft gezien dat [medeverdachte B] geworsteld heeft. [medeverdachte B] heeft ook klappen gekregen. [medeverdachte B] gaf [medeverdachte D] een klap en kreeg er een paar terug van [medeverdachte D]. [medeverdachte G] heeft gehoord dat [medeverdachte B] schreeuwde dat hij niet meer kon. Toen liep het uit de hand.78

Door [getuige A] is verklaard dat toen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] elkaar vasthadden op de grond ze uit elkaar werden gehaald door anderen. Ze moesten opstaan en weer doorvechten. De tweede keer dat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] op de grond lagen, bemoeiden anderen zich er weer mee. Men begon te schreeuwen. Eerst werd er aangemoedigd, maar later was het geschreeuw tegen elkaar.79

Door [medeverdachte D] is ten aanzien van het vechten zelf het volgende verklaard.

[medeverdachte D] en [medeverdachte B] hebben gevochten. Ze werden hierbij een paar keer van elkaar afgehaald.80 Het gevecht met [medeverdachte B] en [medeverdachte D] bestond uit slaan en schoppen. [medeverdachte B] heeft [medeverdachte D] ook een keer vastgepakt, waardoor [medeverdachte D] op de grond kwam te liggen. Toen [medeverdachte B] [medeverdachte D] om zijn nek vast had, heeft [medeverdachte D] [medeverdachte B] ook gebeten.81

[medeverdachte E] heeft verklaard dat het vechten tussen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] snel ging. [medeverdachte E] zag dat [medeverdachte D] verwondingen had op zijn rug en [medeverdachte B] had een bloedneus.82

Door [medeverdachte A] [medeverdachte A] is verklaard dat tijdens het gevecht iedereen op een meter of drie rondom de twee vechtende jongens stond. [medeverdachte A] heeft gezien dat [medeverdachte D] en de andere jongen op de grond vielen toen de jongen [medeverdachte D] beetpakte. De andere jongen sloeg heel vaak op [medeverdachte D] en [medeverdachte D] kon niet loskomen. [medeverdachte A] ging naar de jongens toe en probeerde ze uit elkaar te duwen. [medeverdachte D] zei tegen [medeverdachte E] dat hij [medeverdachte D] en die andere jongen uit elkaar moest houden. [medeverdachte D] wilde doorgaan met vechten en naar de andere jongen toe. De andere jongen wilde ook weer terug naar [medeverdachte D] om verder te vechten. Plotseling gingen ze allebei weer met elkaar in gevecht.83 De jongen pakte [medeverdachte D] weer om zijn middel en beiden vielen weer op de grond. [medeverdachte D] werd om zijn middel vastgehouden en [medeverdachte D] had de andere jongen om zijn nek vast. Die andere jongen sloeg op dat moment vaak in op [medeverdachte D]. [medeverdachte A] zag dat [medeverdachte D] in de schouder van de andere jongen beet.84

Vechtpartij tussen de beide groepen

[medeverdachte H] heeft verklaard dat nadat hij had gezegd dat [medeverdachte B] moest stoppen, [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden. [medeverdachte H] ging voor [medeverdachte B] staan en duwde [medeverdachte E] van zich af. Op dat moment werd er door een persoon een pistool uit een tasje gehaald.85 [medeverdachte G] en [medeverdachte I] waren op dat moment ook aan het vechten met de Bosnische jongens. [medeverdachte H] werd toen aangevallen door [medeverdachte D], [medeverdachte E], de dikke Bosnische jongen en nog een andere jongen. [medeverdachte H] kreeg klappen, maar heeft er zeker zo veel uitgedeeld. Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, kwam [medeverdachte I] hem helpen.86 Het vechten ging door tot het moment dat het wapen in beeld kwam.87

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [medeverdachte B] boven op [medeverdachte D] lag en [medeverdachte D] [medeverdachte B] beet, [medeverdachte H], [medeverdachte I] en andere jongens zich met het gevecht bemoeiden. Zij probeerden de twee uit elkaar te trekken. Anderen wilden dat weer tegenhouden. Er ontstond om [medeverdachte D] en [medeverdachte B] heen een geduw en getrek. In een flits zag [medeverdachte I] dat er vier of vijf man op [medeverdachte H] wilden springen. [medeverdachte I] is zich daar mee gaan bemoeien. [medeverdachte H] lag op de grond en weerde zich af. [medeverdachte D] was nog aan het vechten met [medeverdachte B]. Vier tot vijf andere jongens wilden [medeverdachte H] aanvallen. [medeverdachte I] is daarop afgestapt en wilde iedereen wegtrekken bij [medeverdachte H].88 Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, werd [medeverdachte I] als het ware gek en is hij [medeverdachte H] gaan helpen. Met helpen bedoelde [medeverdachte I] dat hij mensen uit elkaar trok.89

[medeverdachte G] heeft verklaard dat uiteindelijk iedereen zich met de vechtpartij tussen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] ging bemoeien. Er werd geduwd en gescholden.90 Iedereen sloeg elkaar.91 Op het moment van het schot stond [slachtoffer A] wat hoger (naar de rechtbank begrijpt: op of tegen de bult) dan de [medeverdachte A]iër en de Bosniër.92 Bij de stukken bevindt verder zich een tapgesprek, dat aan [medeverdachte G] wordt toegeschreven. In dat gesprek is door [medeverdachte G] onder meer gezegd dat hij alles had gezien en dat "we met elkaar aan het vechten gingen".93

[medeverdachte D] heeft verklaard dat toen hij aan het vechten was met [medeverdachte B] andere personen uit beide groepen ook een handgemeen kregen. [medeverdachte D] heeft gezien dat er aan elkaar getrokken en geduwd werd.94 Er werd ook over en weer geslagen. Er werd ook geroepen dat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] door moesten vechten, anderen riepen weer van niet.95

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] [medeverdachte B] overeind heeft geholpen, op het moment dat [medeverdachte D] en [medeverdachte B] op de grond lagen. [medeverdachte E] heeft [medeverdachte D] vastgepakt. [medeverdachte D] bleef [medeverdachte B] vasthouden in een soort greep op zijn hoofd. [medeverdachte H] zag dat en greep naar [medeverdachte D]. [medeverdachte E] wilde toen [medeverdachte H] wegduwen. [medeverdachte E] kreeg toen een trap van [medeverdachte H] en viel daarbij op zijn rechterheup. [medeverdachte E] zag toen dat [medeverdachte F] [medeverdachte H] een duw gaf. [medeverdachte E] duwde [medeverdachte H] met kracht. waardoor [medeverdachte H] uit balans kwam en op zijn rug terecht kwam. [medeverdachte E] en [medeverdachte F] stapten toen naar [medeverdachte H] toe. [medeverdachte H] stond niet op maar bleef op zijn rug liggen.96

Door [medeverdachte F] is verklaard dat tijdens de vechtpartij van [medeverdachte D] iedereen zich met de vechtpartij begon te bemoeien. Er werd geduwd en getrokken. Het was een chaos. Op een gegeven moment zag [medeverdachte F] dat de gespierde man dreigend op [medeverdachte E] afliep. [medeverdachte F] dacht dat die man [medeverdachte E] wilde pakken. Hij wilde dit voorkomen en heeft de man met enige kracht weggeduwd. Op dat moment heeft [medeverdachte E] de man ook geduwd. Door het duwen van [medeverdachte F] en [medeverdachte E] viel de gespierde man op de grond.97

Door [getuige A] is verklaard dat de anderen eerst de vechters aanmoedigden en dat ze later tegen elkaar schreeuwden. Volgens [getuige A] werd hem toen duidelijk dat meer mensen gingen vechten.98 Er was sprake van duwen, trekken en schreeuwen. Er werd op meerdere plaatsen gevochten. Volgens [getuige A] was hij de enige van de Bosnische groep die zich er niet mee bemoeide.99

Door [medeverdachte A] is verklaard dat [medeverdachte D] en de andere jongen door een aantal Turkse jongens uit elkaar werden gehaald toen [medeverdachte D] had gebeten. Er werd gezegd dat er niet gebeten mocht worden. [medeverdachte D] werd weggeduwd door een aantal Turkse jongens, waarna [medeverdachte E] zich er ook mee ging bemoeien.100

Overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen het volgende.

Tussen [medeverdachte D] en [medeverdachte B] was sprake van een conflict. Dat conflict was in mei 2011 in een uitgaansgelegenheid ontstaan. Daar is toen verbaal en fysiek geweld aan te pas gekomen. In de weken na dat voorval is het conflict in ernst toegenomen; [medeverdachte B] heeft een reeks van ernstige bedreigingen geuit aan het adres van [medeverdachte D]. Uit (onder meer) de verklaringen van [medeverdachte D] blijkt dat verdachte voor het treffen op de bult wist van dit conflict en van de bedreigingen.

Toch is verdachte, met nog vier anderen, meegegaan met [medeverdachte D] terwijl hij wist dat deze een afspraak had met [medeverdachte B], eerst naar het schoolplein en later naar de bult. Die afspraak hield in dat er gevochten zou worden tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D]. Verdachte moet dit tevoren hebben geweten en in ieder geval rondom aankomst op de bult. Toch is verdachte met de anderen de bult opgelopen, waar het gevecht tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D] zou moeten plaatsvinden.

Uit de verklaringen van [medeverdachte D] en [medeverdachte E] blijkt dat zij anderen, waaronder verdachte, meenamen om er voor te zorgen dat het "eerlijk" bleef en niet uit de hand liep. [medeverdachte B] zou namelijk ook mensen meenemen. Voor beide partijen en dus ook voor verdachte was derhalve voorzienbaar dat deze situatie zou kunnen gaan escaleren. Het onder deze omstandigheden meenemen van meerdere personen naar het treffen kan niet anders uitgelegd worden dan dat partijen zich hiermee wilden voorbereiden op een mogelijk groter treffen dan enkel het één tegen één gevecht. Verdachte heeft dit risico door zijn aanwezigheid aldaar bewust voor lief genomen. Daarbij komt tevens dat diverse personen, die door [medeverdachte B] dan wel [medeverdachte D] zijn meegenomen, zich voor en tijdens het gevecht actief hebben bemoeid met de confrontatie tussen [medeverdachte B] en [medeverdachte D], waardoor de gemoederen nog hoger opliepen. Vooral de verklaring van [getuige A] is in dit verband treffend. Daaruit komt naar voren dat het aanvankelijke aanmoedigen van de vechters door de omstanders, omsloeg in schreeuwen naar elkaar en vervolgens in vechten met elkaar.

Ondanks dit alles heeft verdachte zich niet gedistantieerd van het geheel. Verdachte heeft ondanks deze wetenschap zelf de bewuste keuze gemaakt om mee te gaan naar de locatie waar de beide vechtersbazen en hun aanhang elkaar zouden treffen. Daarbij komt dat verdachte ook een actieve rol heeft gehad in het geheel en zich tijdens het treffen niet ongemoeid heeft gelaten, gezien de verklaringen van [medeverdachte G] en [getuige A], terwijl hij als getalsmatige versterking met [medeverdachte D] naar het gevecht toe is gegaan. Verdachtes ontkenning dat hij geweld heeft gebruikt acht de rechtbank gezien voornoemde verklaringen niet aannemelijk, te minder nu verdachte zich overigens op zijn zwijgrecht heeft beroepen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle omstandigheden verdachte deel heeft uitgemaakt van één van de groepen die geweld heeft gepleegd tegen de personen uit de andere groep. Verdachte heeft door de hiervoor omschreven omstandigheden ook een voldoende significante bijdrage geleverd aan de ontstane vechtpartij tussen uiteindelijk beide groepen en het daarbij gebruikte geweld. Derhalve kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

De bewezenverklaring geldt niet voor het gebruik van het vuurwapen, op de gronden zoals vermeld bij de overwegingen hiervoor ten aanzien van feit 2; van dit onderdeel zal verdachte derhalve worden vrijgesproken.

Parketnummer 06/850687-11

Bewijsmiddelen

Op 22 oktober 2008 is verdachte door een arrestatieteam aangehouden als verdachte van overtreding van artikel 279 en artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht.101 Verdachte werd samen met [naam G] aangehouden in hun voertuig, een Volvo V70 met kenteken [kenteken], op de parkeerplaats van het Deventer ziekenhuis in Deventer.102

Door [naam G] is verklaard dat hij op 21 oktober 2008 met [dochter] is weggegaan. Hij reed in de auto van zijn schoonopa, een Volvo.103 Toen hij van huis wegging heeft [naam G] een vriend uit [plaats] gebeld, genaamd [verdachte C]. [verdachte C] stapte bij [naam G] in de auto. [verdachte C] is met de moeder van [naam G] en [dochter] naar [plaats] gereden, naar het huis van [naam G].104 Op 22 oktober is [naam G], samen met [dochter] en [verdachte C] naar Deventer gereden. Na het verlaten van het ziekenhuis is [naam G] door de politie aangehouden.105

Door [naam H] is verklaard dat zij het vuurwapen, Walther P22, heeft gezien. Het vuurwapen was van [verdachte C]. Zij heeft in [plaats] gezien dat [verdachte C] het wapen in zijn binnenzak deed. [verdachte C] heeft in [plaats] in de woonkamer geslapen op een slaapbank. [naam H] zag op woensdagmorgen - de rechtbank begrijpt 22 oktober 2008 - tijdens het opruimen van de slaapbank iets onder de bank liggen. Dit bleek een vuurwapen te zijn. Zij heeft het vuurwapen weer terug gelegd. Toen ze weggingen uit [plaats] zag [naam H] dat [verdachte C] iets onder de bank vandaan pakte en in zijn binnenzak deed.106

In de Volvo met kenteken [kenteken] is tijdens onderzoek onder de bijrijderstoel een vuurwapen gevonden. In het vuurwapen zaten negen patronen.107 Het vuurwapen betreft een Walther, type P22, kaliber .22LR. De munitie betreft 9 patronen van kaliber .22. De munitie is geschikt en bestemd om met het vuurwapen te worden verschoten.108

Door verdachte is verklaard dat het aangetroffen vuurwapen van hem is.109 Verdachte had het wapen in de auto onder de stoel liggen. Toen verdachte naar het ziekenhuis in Deventer ging had hij het vuurwapen in zijn binnenzak. Aangekomen bij het ziekenhuis heeft hij het wapen onder zijn stoel gelegd. Toen verdachte later weer naar de auto liep, is hij aangehouden.110 Verdachte heeft later nogmaals verklaard dat het vuurwapen van hem is en dat hij niemand de hand boven het hoofd houdt.111

De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 21 mei 2012, inhoudende dat het wapen niet van hem was en hij zijn bij de politie bekennende verklaring heeft afgelegd om [naam G] uit de wind te houden, acht de rechtbank gelet op de gebezigde bewijsmiddelen ongeloofwaardig. De rechtbank overweegt hiertoe dat verdachte bij de politie bij herhaling en uitdrukkelijk heeft verklaard dat het vuurwapen van hem was. De verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft gegeven waarom hij eerder ten onrechte zou hebben verklaard dat het wapen van hem was, acht de rechtbank gezien zijn politieverklaringen niet aannemelijk.

De rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een vuurwapen en munitie voorhanden had.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 06/940253-11

1.

hij op 4 juni 2011, te Doetinchem, met anderen, aan de openbare weg, de Tweede Loolaan, op het voor het publiek opengestelde Landgoed Hagen, achter Slingeland Ziekenhuis, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[medeverdachte B], [medeverdachte G], [medeverdachte H], [medeverdachte I] en [slachtoffer A],

welk geweld bestond uit het

- slaan en/of stompen en/of trappen en/of (met geschoeide voet) schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [medeverdachte B] en/of die [medeverdachte G] en/of die [medeverdachte H] en/of die [medeverdachte I] en/of die [slachtoffer A].

Parketnummer 06/850687-11

hij op 22 oktober 2008 te Stadskanaal en te Deventer, één wapens van categorie III, te weten een pistool, merk: Walther, type P22, kaliber .22LR, en munitie van categorie III, te weten negen patronen, kaliber .22, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van 06/940253-11, feit 1 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

ten aanzien van 06/850687-11: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (het wapen);

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (de munitie).

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Ten aanzien van parketnummer 06/940253-11 heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte bewust is meegegaan naar een afgesproken vechtpartij, waarbij het voorzienbaar was dat dit treffen volledig uit de hand kon lopen. Daarbij komt dat verdachte een vuurwapen heeft meegenomen naar het treffen en daadwerkelijk in het conflict heeft gebruikt. De officier van justitie acht een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden voor het meenemen en voorhanden hebben van het wapen op zijn plaats. Voor de openlijke geweldpleging, waarbij verdachte het wapen heeft gebruikt, acht de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend.

Ten aanzien van het onder 06/850687-11 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte het vuurwapen met munitie onder dubieuze omstandigheden bij zich had. Gelet echter op de ouderdom van dit feit acht de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voor dit feit op zijn plaats.

De raadsman heeft, nu door hem vrijspraak is bepleit, geen standpunt ingenomen met betrekking tot strafmaat.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarbij voor openlijke geweldpleging met enig letsel en voor het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III afzonderlijk een gevangenisstraf de duur van drie maanden als oriëntatiepunt wordt gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze oriëntatiepunten niet als uitgangspunt te nemen.

Verder overweegt de rechtbank nog het volgende.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij is meegegaan naar een afgesproken vechtpartij, waarbij het voor verdachte en zijn medeverdachten voorzienbaar was dat dit treffen zou escaleren. Deze afgesproken vechtpartij had als doel om een geschil tussen twee medeverdachten "op te lossen". Verdachte wist dat tussen beide vechtersbazen bedreigingen zijn uitgewisseld. Door partijen is er bewust voor gekozen om dit geschil op een afgelegen plek, buiten het zicht van camera's uit te vechten. Desondanks is verdachte meegegaan naar de afgesproken vechtpartij en heeft hij vervolgens een aandeel gehad in de daaropvolgende openlijke geweldpleging.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat, afgezien van de schotwond van [slachtoffer A] waarvan deze verdachte geen strafrechtelijk verwijt te maken valt, uit het proces-dossier niet is gebleken van ernstig letsel bij de betrokken vechtersbazen.

Tevens rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij een vuurwapen en bijhorende munitie voorhanden heeft gehad. Het behoeft naar oordeel van de rechtbank verder ook geen uitleg dat, gelet op de gevaren van vuurwapens, het voorhanden hebben van een dergelijk wapen onwenselijk is.

De rechtbank houdt tevens rekening met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Ten aanzien van het voorhanden van het parketnummer 06/850687-11 bewezen verklaarde houdt de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn.

Gelet op de ernst van het feiten, de oriëntatiepunten straftoemeting en hetgeen hiervoor verder is overwogen acht de rechtbank voor de bewezenverklaarde feiten oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend en geboden. Met een andere strafmodaliteit kan niet worden volstaan.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer A] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 34.200,72,-- gevoegd in het strafproces.

De benadeelde partij [medeverdachte H] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 901,-- gevoegd in het strafproces.

De benadeelde partij [medeverdachte I] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.500,-- gevoegd in het strafproces.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer A] hoofdelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 5.000,--. Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer A] het slachtoffer is geworden van een schietincident waar verdachte in civielrechtelijke zin medeschuldig aan is. Tevens dient hierbij de schadevergoedingsmaatregel opgelegd te worden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [medeverdachte H] en [medeverdachte I] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in hun vordering tot schadevergoeding. Hiertoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [medeverdachte H] heeft de officier van justitie tevens aangevoerd dat de benadeelde partij zichzelf in de conflictsituatie heeft gebracht, wetende dat deze situatie volledig zou kunnen escaleren. Tevens heeft de benadeelde partij zich dusdanig gedragen dat er in civielrechtelijke zin sprake is van medeschuld aan de door de benadeelde partij gestelde schade.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [medeverdachte I] heeft de officier van justitie tevens aangevoerd dat deze vordering ziet op schade veroorzaakt door het schietincident. Deze schade kan niet bij verdachte worden verhaald en de vordering dient dan ook te worden afgewezen.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen op het standpunt gesteld dat deze moeten worden afgewezen.

Nu de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde en de onder feit 1 primair ten laste gelegde onderdelen voor zover deze zien op het wapen, zal de rechtbank de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk verklaren in diens vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [medeverdachte H] en [medeverdachte I] eveneens niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen, nu een behandeling van de vorderingen naar oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank overweegt hiertoe dat de benadeelde partijen in deze zaak beide ook zijn aangemerkt als verdachte en (mogelijk) een eigen aandeel hebben gehad in de ontstane schade.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 91 en 141 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 06/940253-11, onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart inzake parketnummer 06/940253-11 bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en verklaart inzake 06/850687-11 bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

ten aanzien van 06/940253-11, feit 1 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

ten aanzien van 06/850687-11: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III (het wapen);

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (de munitie);

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer A] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [medeverdachte H] niet-ontvankelijk in haar vordering;

* verklaart de benadeelde partij [medeverdachte I] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van der Mei, voorzitter, Ouweneel en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna met betrekking tot parketnummer 06/940253-11 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0641-2011076318, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team grootschalige opsporing, gesloten en ondertekend op 14 november 2011.

2 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 21

3 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 22

4 Wanneer hierna met betrekking tot parketnummer 06/850687-11 verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0792/08-008164, Regiopolitie Gelderland Midden, district Rivierenland, gesloten en ondertekend op 11 december 2011.

5 Proces-verbaal van relaas, dossierpagina's 6 en 7 en proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 88 en 89

6 Proces-verbaal van relaas, dossierpagina 9

7 Proces-verbaal van relaas, dossierpagina 11

8 Uitwerking tapgesprek d.d. 5 juni 2011, dossierpagina 3931

9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1187

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1189

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1192

12 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2452

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

14 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 3001

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 646

16 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 651

17 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

19 Proces-verbaal van verhoor [naam B], dossierpagina's 663 en 664

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3174

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 365

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 388

24 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 398

25 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 389

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3203

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3204

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3205

29 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3207

30 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 437

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3272

32 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

33 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

34 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

35 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1189

36 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1190

37 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3173

38 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

39 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

40 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3206

41 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 237

44 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 240

45 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1191

46 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1192

47 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

48 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

49 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

50 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

51 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

52 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

53 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3208

54 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3209

55 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

56 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 271

57 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina's 241 en 242

58 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1196

59 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

60 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3 en 4

61 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 2460

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

63 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

64 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

65 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [naam B] d.d. 13 maart 2012, pagina 3 en 4

66 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

67 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

68 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3217

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

70 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3285

71 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

72 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1196

73 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], dossierpagina 1197

74 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

75 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

76 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

77 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

78 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

79 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 684

80 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

81 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

82 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

83 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

84 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244

85 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

86 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3

87 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2455

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

89 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

91 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1132

92 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

93 Uitwerking tapgesprek d.d. 5 juni 2011, dossierpagina 3929

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

95 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

96 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

97 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

98 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2885

99 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2126

100 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244

101 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 42

102 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 43

103 Proces-verbaal van verhoor [naam G], dossierpagina 144

104 Proces-verbaal van verhoor [naam G], dossierpagina 145 en 145.

105 Proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 150

106 Proces-verbaal van verhoor [naam H], dossierpagina 161 en 162

107 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 167

108 Proces-verbaal wet wapens en munitie, dossierpagina 172

109 Proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina 177

110 Proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina's 179 en 180

111 Proces-verbaal verhoor verdachte, dossierpagina's 182