Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW7865

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
08-06-2012
Zaaknummer
06/950838-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Algehele vrijspraak voor een vrouw die verdacht werd van het plegen van een diefstal met geweld. De rechtbank acht niet bewezen dat het door verdachte toegepaste geweld was gericht op het kunnen stelen van geld en een mobiele telefoon. De rechtbank acht ook niet bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De aard van het door de arts geconstateerde letsel en het op de foto's zichtbare letsel duiden er nameliijk niet op dat verdachte aangever twee maal hard met een zwaar gietijzeren strijkijzer op het hoofd zou hebben geslagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950838-11

Uitspraak d.d.: 6 juni 2012

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1966],

wonende te [plaats, adres],

voorheen gedetineerd in PI Zuid Oost - huis van bewaring Ter Peel Evertsoord, Evertsoord.

Raadsvrouw: J.A. van der Lem advocaat te Deventer.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 24 november 2011 te Doetinchem,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen 23.00 uur en 23.30 uur)

in een woning (gelegen aan de [adres]),

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (merk Nokia, kleur zwart) en/of een geldbedrag (ongeveer

EURO 130,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zij

-verdachte- die [slachtoffer]

-(met kracht) op/tegen het lichaam heeft geduwd en/of getrapt (ten gevolge

waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of

-(met kracht) met een strijkijzer, althans een zwaar en/of hard voorwerp, op

het hoofd heeft geslagen;

art 312 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 24 november 2011 te Doetinchem,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet die [slachtoffer],

-(met kracht) op/tegen het lichaam heeft geduwd en/of getrapt (ten gevolge

waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of

-(daarbij/vervolgens) (met kracht) met een strijkijzer, althans een zwaar

en/of hard voorwerp, op het hoofd heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

en/of (dat)

zij op of omstreeks 24 november 2011 te Doetinchem met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een mobiele telefoon (merk Nokia, kleur zwart) en/of een geldbedrag (ongeveer

EURO 130,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 24 november 2011 kreeg de meldkamer een melding van een beroving op een camping te Doetinchem. Het slachtoffer heeft aan de politie verklaard dat hij door een vrouw die hij kent als "[naam]" met een antiek strijkijzer op het hoofd was geslagen. De vrouw zou geld en een mobiele telefoon hebben weggenomen. Er is onderzoek ingesteld. De verdachte is op 14 februari 2012 aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het primair ten last laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak van diefstal van de telefoon en het geld. Aangeefster heeft op 24 november 2011 geen geld weggenomen, maar heeft het geld van aangever gekregen omdat zij dat nog van hem tegoed had. Ten aanzien van het toegepaste geweld doet verdachte een beroep op noodweer danwel noodweerexces, zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer] heeft aangifte2 gedaan van diefstal met geweld, gepleegd op 24 november 2011.

Verdachte was tussen 00.15 uur en 03.30 uur bij hem geweest in de recreatiewoning te Doetinchem. Om 09.30 in de ochtend uur zag hij dat zijn portemonnee weg was. Hij heeft verdachte vervolgens een aantal keren gebeld naar aanleiding van het missen van zijn portemonnee. Om ongeveer 21.30 uur op die dag was verdachte weer bij zijn woning. Hij heeft haar binnengelaten. Zij vroeg om geld en bleef daarover doorvragen. Uiteindelijk heeft hij haar geld gegeven, in totaal € 130,--. Vervolgens is er een woordenwisseling en een worsteling ontstaan waarbij verdachte hem twee keer met een zwaar gietijzeren strijkijzer op het hoofd heeft geslagen. Vervolgens is er nog een worsteling geweest waarbij aangever op de grond is gevallen.Toen hij weer bij kwam zag hij verdachte naar buiten gaan en kort daarna bemerkte hij dat zijn mobiele telefoon en geld weg was.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 23 mei 2012 verklaard dat zij op 23 november 2011

's-avonds in de woning van [slachtoffer] te Doetinchem is geweest. In de loop van de daarop volgende dag heeft [slachtoffer] haar gebeld en gezegd dat hij aangifte zou doen van diefstal omdat hij zijn portemonnee en een geldbedrag zou missen. Zij voelde zich vals beschuldigd en is op 24 mei 2011 's-avonds vanuit Deventer naar Doetinchem gegaan, waar zij om ongeveer 21.30 uur aankwam. Zij heeft gevraagd om geld dat zij nog van [slachtoffer] tegoed had en heeft dat ook gekregen. Toen zij [slachtoffer] verteld had dat zij zijn portemonnee niet gestolen had en dat deze nog op de kast lag, heeft [slachtoffer] die gepakt en door de kamer gesmeten. Even later kregen zij ruzie over een veertienjarig meisje met wie [slachtoffer] inmiddels aan het chatten was via zijn laptop. [slachtoffer] heeft haar toen bij de keel gegrepen. Tijdens die worsteling gleed hij onderuit en kwam hij met zijn hoofd tegen de kachel, waardoor hij een wond had en bloedde. Zij heeft dat geprobeerd te stelpen met een theedoek. Toen zij vervolgens weg wilde gaan heeft [slachtoffer] geprobeerd dat te beletten door haar te grijpen. Op dat moment heeft zij hem twee keer met het strijkijzer tegen de rechter arm geslagen en kon zij alsnog de recreatiewoning verlaten. Zij heeft niet hard geslagen met het strijkijzer.

Primair is aan verdachte ten laste gelegd dat het door verdachte toegepaste geweld gericht was op het kunnen stelen van geld en een mobiele telefoon van [slachtoffer].

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit voornoemde verklaringen dat het geweld dat verdachte heeft toegepast niet gericht was op het kunnen stelen van geld en een mobiele telefoon van [slachtoffer]. Uit de verklaringen blijkt dat [slachtoffer] het geld aan verdachte heeft gegeven voordat er enige geweldshandeling heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft ook niet de overtuiging verkregen dat verdachte geld en een mobiele telefoon van verdachte heeft willen stelen. Verdachte zal derhalve van het primair ten laste gelegde vrijgesproken worden.

Subsidiair is aan verdachte ten laste gelegd dat zij heeft geprobeerd [slachtoffer] te mishandelen door hem tegen het lichaam te duwen en/of te trappen en hem met een strijkijzer op het hoofd te slaan en dat zij een geldbedrag en een mobiele telefoon heeft gestolen.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer] twee maal met een strijkijzer op het hoofd heeft geslagen. De behandelend arts3heeft bij aangever een zwelling rechts voor het oor en een verwonding op het achterhoofd geconstateerd. Op de foto's die van het hoofd van aangever zijn gemaakt, pagina's 80, 92 en 93 van het proces-verbaal, is wel enig letsel zichtbaar. De aard van het door de arts geconstateerde letsel en het op de foto zichtbare letsel duiden er niet op dat verdachte aangever twee maal hard met een zwaar gietijzeren strijkijzer op het hoofd zou hebben geslagen. Verdachte zal van dit deel van het subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken worden.

Uit de verklaringen van [slachtoffer] en verdachte blijkt dat er inderdaad een worsteling is geweest waarbij er is geduwd en/of getrapt door verdachte, waardoor [slachtoffer] ten val is gekomen en enig letsel heeft bekomen. De rechtbank is van oordeel dat dit handelen niet gekwalificeerd kan worden als een poging om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, maar eerder als een eenvoudige mishandeling, hetgeen echter niet ten laste is gelegd.

Verdachte dient derhalve in het geheel van de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling vrijgesproken te worden.

Op grond van hetgeen ten aanzien van de primair ten laste gelegde diefstal is overwogen, komt de rechtbank ook tot vrijspraak van de subsidiair alternatief ten laste gelegde diefstal.

Samenvattend betekent dit dat verdachte van de gehele tenlastelegging vrijgesproken dient te worden. De door de raadsvrouw gevoerde verweren met betrekking tot noodverweer en noodweerexces behoeven derhalve geen verdere bespreking meer.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 165,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering nog slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, De Jong en Tas, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van

6 juni 2012.

Mrs. De Jong en Tas zijn buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2011165829, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, Regionaal Overvallen Team, gesloten en ondertekend op 27 februari 2012.

2 Processen-verbaal van aangifte door [slachtoffer], pag. 56-58 en 68-73

3 Geneeskundige verklaring, pag. 75