Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW6150

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
14-02-2012
Datum publicatie
21-05-2012
Zaaknummer
06/940256-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol tijdens een meningsverschil met haar partner heeft gepoogd hem met een keukenmes van het leven te beroven. Deze gedraging van verdachte heeft het slachtoffer veel schade berokkend. Voorts roepen feiten als de onderhavige gevoelens van angst en verontwaardiging op in de maatschappij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940256-11

Uitspraak d.d. 14 februari 2011

Raadsman mr. Weermeijer, advocaat te Delft.

Tolk Slowaaks mw. Kram-Baloghova, nr. 612

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Tsjechoslowakije) op [1975],

wonende te [plaats],

thans verblijvende in PI Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 18 juni 2011 te Winterswijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (haar vriend) [slachtoffer] van het

leven te beroven, met dat opzet een mes heeft gepakt en/of (vervolgens) met

dit mes naar die [slachtoffer] is gegaan en/of dit mes boven haar hoofd heeft geheven

en/of (wild) met haar hand met daarin het mes heen en weer heeft bewogen en/of

stekende bewegingen heeft gemaakt en/of die [slachtoffer] met dat mes (in het

bovenlichaam) heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 18 juni 2011 te Winterswijk aan (haar vriend) [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een geperforeerde long), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk met een mes (in het bovenlichaam) te

steken/prikken;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 18 juni 2011 te Winterswijk ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan haar vriend, althans aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met

dat opzet een mes heeft gepakt en/of (vervolgens) met dit mes naar die [slachtoffer]

is gegaan en/of dit mes boven haar hoofd heeft geheven en/of (wild) met haar

hand met daarin het mes heen en weer heeft bewogen en/of stekende bewegingen

heeft gemaakt en/of die [slachtoffer] met dat mes (in het bovenlichaam) heeft

gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

zij op of omstreeks 18 juni 2011 te Winterswijk (haar vriend) [slachtoffer] heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

een mes gepakt en/of getoond aan die [slachtoffer] en/of boven haar hoofd geheven

en/of (wild) met haar hand met daarin het mes heen en weer bewogen en/of (een)

stekende wegingen gemaakt met dat mes;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Aanleiding voor het onderzoek van de politie is de melding dat op 18 juni 2011 op het adres [adres te plaats] een steekpartij heeft plaatsgevonden, waarbij een persoon is neergestoken. In de hal wordt een man aangetroffen met een hevig bloedende wond in de borst. Op aanwijzingen van de buren wordt als mogelijke verdachte de vriendin van het slachtoffer ([verdachte]) aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is een integrale vrijspraak bepleit. Ter zitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging toegelicht. Door de raadsman is met name aangevoerd dat door de wisselende verklaringen van getuigen in combinatie met de ontkenning van verdachte niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Aannemelijk volgens de raadsman is dat de hand van verdachte met het mes tijdens de duw en trekpartij is uitgeschoten, met als gevolg de steek in de borst van het slachtoffer. Verder heeft verdachte het slachtoffer niet bedreigd en zou het slachtoffer zich op geen enkel moment bedreigd hebben gevoeld.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden. In het dossier bevinden zich verschillende stukken, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven.

Op 18 juni 2011 heeft de politie een melding binnengekregen van een steekpartij op het adres [adres te plaats]2. In de hal van het perceel wordt een man liggend op de grond aangetroffen met een hevig bloedende wond in zijn borst. Naast hem zit een vrouw geknield. Zij wordt op aanwijzingen van de buurman als verdachte van de steekpartij ter plaatse aangehouden.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard3 dat zij een mes heeft gepakt en mee naar buiten heeft genomen. Bij de auto heeft het slachtoffer geprobeerd het mes van haar af te pakken, maar zij heeft het mes niet losgelaten.

De buurman [getuige A] heeft bij de politie verklaard4 dat hij op 18 juni 2011 hoorde dat de buren van [huisnummer] ruzie hadden. Toen hij uit het badkamerraam keek zag hij dat de vrouw met een mes in haar hand naar buiten kwam lopen. De man stond bij de auto. Wat zij schreeuwden kon hij vanwege de vreemde taal niet verstaan. Hij zag dat de man de vrouw bij de polsen vastgreep. Volgens hem had de vrouw het mes in haar linkerhand vast en boven haar hoofd geheven en bleef zij heen en weer maaien in de richting van het lichaam van de man. Op een gegeven moment wist de vrouw haar hand/arm los te rukken en zag hij dat zij met het mes in het bovenlichaam van de man stak. Vervolgens zag hij dat de man de hand van de vrouw weer vastpakte en deze met het mes uit zijn lichaam trok. Hij zag het bloed uit de wond gutsen en het mes onder het bloed zitten. Het was een groot keukenmes, met een lemmet van ongeveer 20 cm en een zwart handvat. De man liet zich op de grond vallen en kroop het halletje van de woning binnen.

Bij de rechter-commissaris heeft deze getuige voorts op 25 oktober 2011 verklaard dat hij bij de politie een verklaring heeft afgelegd en deze heeft gelezen voordat hij hem heeft ondertekend, dat hij toen heeft verklaard wat hij heeft gezien en dat de tekst van het proces-verbaal zijn verklaring goed weer geeft.

Getuige [getuige B] heeft bij de politie verklaard5 dat hij die avond voor de eerste keer samen met [naam 1] op bezoek was bij verdachte en haar vriend. Toen zij daar kwamen had het stel al ruzie en vocht [slachtoffer] met zijn vrouw. De vechtpartij hield op toen [slachtoffer] en zijn broer naar de auto gingen. Toen zij ook bij de auto stonden zag hij dat [slachtoffer] en zijn vrouw aan het duwen waren bij de auto. Hij zag dat mevrouw een mes in haar handen had. Toen [slachtoffer] zei "zij heeft mij gestoken", heeft hij zich omgedraaid en zag hij dat [slachtoffer] bloedde. Hij heeft verdachte toen samen met de broer van [slachtoffer] vastgepakt en het mes uit haar handen genomen en uit haar buurt weggegooid, zodat zij niet nogmaals kon steken. Bij de steekpartij stonden verdachte, [slachtoffer], getuige zelf en de broer van [slachtoffer].

Getuige [getuige C] (zoon van verdachte) heeft verklaard6 dat zijn moeder die avond veel gedronken had en ruzie had met haar vriend en met hem. Op enig moment had ze zich opgesloten in de zit/slaapkamer en zei dat ze zich ging verhangen. Zijn moeder heeft hem en zijn stiefvader [slachtoffer] geslagen. Hij werd door zijn moeder weggestuurd en toen hij terugkwam hoorde hij van de eigenaar van de pizzeria en van [getuige B] en [naam 1] dat zijn moeder had gestoken. Van [getuige B] en [naam 1] had hij gehoord dat zij erbij waren toen er gestoken werd. Ook van [getuige D] had hij gehoord dat [getuige D] gezien had dat zijn moeder zijn stiefvader gestoken had.

Getuige [getuige D] [slachtoffer] (broer van slachtoffer) heeft verklaard7dat [slachtoffer] en [verdachte] door haar drankgebruik regelmatig ruzie hadden, zij raakt door de drank buiten zinnen.

Op 18 juni 2011 hadden zij ook weer ruzie. Hij zag zijn broer onder aan de trap liggen onder het bloed. Het bloed kwam uit een wond uit zijn borstkast en hij maakte gorgelende geluiden. Ongeveer een meter van zijn broer af zag hij een groot keukenmes liggen. Hij zag [verdachte] naast [slachtoffer] knielen en hoorde haar zeggen "sorry lieverd, dat had ik niet willen doen" of iets dergelijks.

Volgens de geneeskundige verklaring8 van 27 juni 2011 heeft het slachtoffer een steekverwonding rechter thorax. Geschatte duur van de genezing: ongeveer 6 weken.

In de ontslagbrief gericht aan de huisarts9 wordt vermeld dat [slachtoffer] in het ziekenhuis opgenomen is geweest van 18 tot 24 juni 2011 in verband met een pneumothorax als gevolg van een steekverwonding. Lichamelijk onderzoek toonde een steekwond van ongeveer 7 cm breed aan de voorzijde van de rechter thoraxhelft. Onder plaatselijke verdoving is een thoraxdrain geplaatst welke op 24 juni 2011 is verwijderd. Patiënt is op 24 juni 2011 ontslagen met een poliklinische afspraak voor wond en thoraxcontrole en hechtingen verwijderen.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank acht, ondanks de ontkenning van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 18 juni 2011 heeft geprobeerd haar vriend [slachtoffer] met een mes van het leven te beroven.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de getuigenverklaringen bij de politie nu deze kort na het feit zijn afgelegd zonder negatieve beïnvloeding door geheugen en/of omstanders.

De lezing van het slachtoffer dat hij zichzelf gestoken zou hebben acht de rechtbank niet geloofwaardig nu dit door geen enkel ander bewijsmiddel in het dossier wordt ondersteund. Weliswaar heeft verdachte op enig moment een gelijkluidende verklaring afgelegd, maar nu dit pas heeft plaatsgevonden nadat zij is geconfronteerd met de verklaring van het slachtoffer en zij voorheen ontkende überhaupt in de buurt te zijn geweest, ontbreekt elke overtuigingskracht aan deze verklaring.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op 18 juni 2011 te Winterswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk haar vriend [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet een mes heeft gepakt en vervolgens met dit mes naar die [slachtoffer] is gegaan en dit mes boven haar hoofd heeft geheven en wild met haar hand met daarin het mes heen en weer heeft bewogen en/of

stekende bewegingen heeft gemaakt en die [slachtoffer] met dat mes in het bovenlichaam heeft gestoken/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Poging tot doodslag

Strafbaarheid van de verdachte

Naar de persoon van verdachte is psychiatrisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van M. Kemink, klinisch psycholoog, van 21 oktober 2011.

De psycholoog is tot de conclusie gekomen dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een persoonlijkheidsstoornis Nao met narcistische, borderline en vermijdende kenmerken. Tevens is er sprake van alcoholmisbruik.

De persoonlijkheidsstoornis maakt dat verdachte moeilijk met verschil van mening binnen de partnerrelaties kan omgaan. Zij heeft problemen met het herkennen en kanaliseren van frustraties en boosheid. Als er dan tevens alcoholmisbruik in het spel is, ontstaat er een situatie waarin haar emoties sterk de overhand nemen (angst, onmacht en mogelijk woede) en er geen/weinig coping meer mogelijk is. Uit het onderzoek wordt wel inzichtelijk dat zij frustratie en boosheid binnen een partnerrelatie moeilijk/nauwelijks kan (h)erkennen.

Verdachte kan licht verminderd toerekeningsvatbaar geacht worden.

Met de conclusie van de psycholoog dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dit inhoudt ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische kliniek (FPK).

De raadsman heeft - ingeval de rechtbank niet tot een vrijspraak mocht komen - verzocht een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan het advies van de reclassering en de psycholoog.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting en uit de opgemaakte rapporten van de reclassering en de psycholoog is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte, onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol tijdens een meningsverschil met haar partner heeft gepoogd hem met een keukenmes van het leven te beroven.

Deze gedraging van verdachte heeft het slachtoffer veel schade berokkend. Voorts roepen feiten als de onderhavige gevoelens van angst en verontwaardiging op in de maatschappij.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een op haar naam gesteld uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 09 januari 2012, niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Gezien vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd en zal zij de eis van de officier van justitie volgen.

De rechtbank is van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, enerzijds teneinde de ernst van de onderhavige feiten te benadrukken en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst weer strafbare feiten te plegen.

Nu verdachte ter zitting heeft benadrukt ook na haar detentie gestopt te willen blijven met haar alcoholgebruik en gemotiveerd te zijn voor partnerrelatiegesprekken is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van na te melden bijzondere voorwaarde daarbij een nuttig instrument kan zijn.

In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank heeft te beslissen wat er moet gebeuren met de in beslag genomen dames- en herenkleding en een keukenmes.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het keukenmes en de herenkleding verbeurd dienen te worden verklaard en de dameskleding teruggegeven kan worden aan veroordeelde.

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen keukenmes dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dat voorwerp is begaan. Het ongecontroleerde bezit van het keukenmes is in strijd met het algemeen belang. De rechtbank acht het om die reden niet wenselijk dat het mes terugkomt in de maatschappij.

De rechtbank is van oordeel dat, nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, de teruggave kan worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de veroordeelde en de rechthebbende:

- dameskleding aan veroordeelde;

- herenkleding aan [slachtoffer];

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Poging tot doodslag

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling door een forensische polikliniek;

- dat veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een keukenmes;

* gelast de teruggave van de inbeslaggenomen nog niet teruggeven voorwerpen, te weten:

- dameskleding aan veroordeelde;

- herenkleding aan [slachtoffer];

Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mr. Van Apeldoorn en mr. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van De Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 februari 2012.

Mr. Tas is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 89-90

3 Proces-verbaal ter terechtzitting van 31 januari 2012

4 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 51-52

5 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 67-68

6 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 60-61

7 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 54

8 Proces-verbaal van bevindingennadere medische informatie ingekomen 09 jan. 2012

9 Brief van 12 juli 2011 van T.PH. van Thiel, chirurg