Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5706

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
27-02-2012
Datum publicatie
14-05-2012
Zaaknummer
472541 / HA 12-8
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijk ontbindingsverzoek afgewezen op grond van reflexwerking opzegverbod. Verslaving werknemer aan drugs en alcohol is ziekte in de zin van het BW. Verwijzing naar STECR werkwijzer verslaving en werk.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 670
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/165
JAR 2012/162 met annotatie van mr. F.G. Laagland
AR-Updates.nl 2012-0482
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Kanton – Locatie Apeldoorn

Zaaknummer : 472541 / HA 12-8

Afschrift aan : mr. I.E. van Hassel en verweerder

Verzonden d.d. :

beschikking van de kantonrechter d.d. 27 februari 2012

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Detailresult Productie B.V.,

gevestigd te Velsen-Noord,

verzoekster,

gemachtigde: mr. I.E. van Hassel,

tegen

[verweerder],

wonende te [plaats, adres],

verweerder,

procederende in persoon.

Procesverloop

- het ter griffie binnengekomen verzoekschrift d.d. 19 januari 2012;

- de ter griffie binnengekomen exploot van dagvaarding d.d. 10 februari 2012;

- de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 13 februari 2012;

- de voortzetting van de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d.

20 februari 2012

Beoordeling

1. Verweerder, die 22 jaar oud is, is op 3 maart 2008 in dienst getreden van de rechtsvoor-

gangster van verzoekster als medewerker expeditie.

2. Hij is op 30 december 2011 op staande voet ontslagen, omdat hij , aldus verzoekster,

–ondanks herhaaldelijke waarschuwingen– hardnekkig weigerde aan redelijke instructies

van verzoekster te voldoen en grovelijk de plichten heeft veronachtzaamd die de

arbeidsovereenkomst en het toepasselijke bedrijfsreglement hem hebben opgelegd.

3. Verzoekster vraagt thans voorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

4. In het verzoekschrift heeft verzoekster gesteld dat het verzoek geen verband houdt met

het bestaan van een opzegverbod. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of dit het

geval is en is tot de conclusie gekomen dat dit verband wel degelijk bestaat.

5. Immers aan verweerder wordt verweten dat hij vele malen gewaarschuwd is voor o.a. te

laat komen en onder invloed van drugs en/of alcohol op het werk te komen. Verweerder

is ook met medewerking van verzoekster opgenomen geweest. Bij verzoekster was

bekend dat verweerder een terugval heeft gehad.

6. Onder de gegeven omstandigheden staat vast dat verweerder verslaafd is aan alcohol en

drugs, hetgeen aangemerkt moet worden als ziekte in de zin van het Burgerlijk Wetboek.

Deze ziekte moet als de onderliggende oorzaak van de problemen worden gezien.

7. De reflexwerking van het opzegverbod brengt met zich dat het verzoek moet worden

afgewezen.

8. Terzijde wordt opgemerkt dat voor zover verzoekster verwijst naar art. 7 van haar

bedrijfsreglement, dit in de gegeven situatie geen doel lijkt te treffen. Dit artikel luidt:

‘Voor alle bedrijfsruimtes alsmede de directe omgeving van het pand, geldt dat het

gebruiken van alcohol en drugs verboden is’. Verzoekster verwijt verweerder echter dat

hij (te veel) alcohol heeft genuttigd alvorens het pand te betreden. Dat lijkt de kern van

verweerders problematiek (die zoals hiervoor al overwogen ook drugsgerelateerd is) te

raken.

9. Voorts wordt opgemerkt dat uit de stukken niet blijkt van betrokkenheid van de

bedrijfsarts bij de problematiek van verweerder. De kantonrechter ziet aanleiding de

STECR werkwijzer verslaving en werk (www.stecr.nl) onder de aandacht van

verzoekster te brengen.

10. De kantonrechter onderkent en waardeert de positieve grondhouding van verzoekster

maar moet constateren dat disciplinaire maatregelen geen adequate reacties zijn op het

door ziekte veroorzaakte gedrag van verweerder.

11. In de omstandigheden van het geval wordt aanleiding gevonden voor compensatie van

proceskosten.

Beslissing

Het verzoek wordt afgewezen.

Iedere partij blijft belast met de eigen proceskosten.

Aldus gegeven door mr. D.J. Buijs, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 27 februari 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.