Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5063

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
08-05-2012
Zaaknummer
06/922016-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreekt verdachte vrij van oplichtingsactiviteiten met levensverzekeringsovereenkomsten omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan. Door de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat het oogemerk van verdachte gericht is geweest op alle in de tenlastelegging genoemde elementen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/922016-10

Uitspraak d.d.: 20 maart 2012

Tegenspraak - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland) op [geboortedatum] 1979,

wonende te [adres].

Raadsman: mr. Verhaak, advocaat te Huissen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 06 maart 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2005

tot en met 25 februari 2006 te Gouda, althans te Nederland, tezamen en in

vereniging met een of meer rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke

personen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Goudse

levensverzekeringen N.V. heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) ongeveer

96.477,36 euro, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig

goed, en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een

inschuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid, 39 althans een of meer

levensverzekeringsovereenkomsten aangebracht bij de Goudse levensverzekeringen

N.V.,(telkens) met de intentie om uitbetaling van de provisie-ineens door de

Goudse levensverzekeringen N.V. te verkrijgen, en vervolgens die

overeenkomst(en) heeft (laten) beëindigen en/of heeft doen beëindigen door de

verzekeringnemer en/of de Goudse levensverzekeringen N.V. wegens het

uitblijven van premiebetaling(en), waardoor de Goudse Levensverzekeringen N.V.

(telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte van provisie-ineens;

art 326 Wetboek van Strafrecht

Niet-ontvankelijkheidsverweer

De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en voorts dat bij de vervolging van verdachte sprake is van willekeur.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij arrest van 17 juni 2008 heeft de Hoge raad eerdere jurisprudentie met betrekking tot de berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM samengevat en waar nodig aangepast. Hoofdregel is dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijk van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Het desbetreffende verweer wordt mitsdien verworpen.

Het verweer dat er sprake zou zijn van willekeur bij de vervolging van verdachte wordt eveneens verworpen. Niet aannemelijk is geworden, bij gebrek aan verdere feitelijke onderbouwing, dat door het niet vervolgen van in het bijzonder van [naam 1] en [naam 2] en wel van verdachte, sprake is van het door het openbaar ministerie op zodanige wijze in strijd handelen met het gelijkheidsbeginsel dat dat de conclusie zou wettigen dat ter zake van de onderhavige vervolgingsbeslissing het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

In dit verband wordt nog overwogen dat door de rechtbank niet kan worden vastgesteld dat het oogmerk van verdachte gericht is geweest op alle in de tenlastelegging genoemde elementen.

Beslissing

De rechtbank:

• verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door mr. Prisse, voorzitter, mr. Van der Hooft en mr. Edelenbos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2012.