Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4613

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
06/950189-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 27-jarige man uit Uddel voor het plegen van ontuchtige handelingen en verkrachting van minderjarige jongens. De man krijgt hiervoor een gevangenisstraf van 2,5 jaar en tbs met voorwaarden opgelegd. Ook moet de man een schadevergoeding betalen aan één van de slachtoffers. Zie ook uitspraak LJN BW4637.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950189-11

Uitspraak d.d.: 2 mei 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985, plaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Zwolle.

Raadsman: mr. P.R. Hogerbrugge, advocaat te Ermelo.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

22 juni 2011, 23 augustus 2011, 2 november 2011, 25 januari 2012 en 18 april 2012.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van

23 augustus 2011 - ten laste gelegd dat:

1.

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 8 september 2004 tot

8 september 2007 te Uddel en/of Kootwijk en/of elders in Nederland, met [slachtoffer A], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het pijpen van die [slachtoffer A] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer A] en/of het zich door die [slachtoffer A]

laten aftrekken en/of

- het die [slachtoffer A] zichzelf voor een webcam (zichtbaar voor verdachte

en/of voor derden) laten aftrekken

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

2.

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 8 september 2005 tot en met 11 januari 2008 te Uddel en/of elders in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer A], geboortedatum [1991], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of in de anus van die [slachtoffer A]

waarbij die feitelijkheden en/of de bedreiging met die feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan

- dat verdachte die [slachtoffer A] heeft voorgehouden dat hij derden over het homoseksuele contact dat verdachte en die [slachtoffer A] met elkaar hadden, zou informeren en/of dat hij film- en/of foto-opnamen die hij, verdachte, van hun onderlinge seksuele contact zei te hebben gemaakt, op internet zou zetten,

- terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer A] had;

ALTHANS, dat

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 8 september 2005 tot

8 september 2007 te Uddel en/of elders in Nederland, met [slachtoffer A], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of in de anus van die

[slachtoffer A],

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van

zestien had bereikt;

3.

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2004 tot

3 september 2007 te Uddel en/of elders in Nederland, met [slachtoffer B], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het pijpen van die [slachtoffer B] en/of

- het aftrekken van die [slachtoffer B] en/of het zich door die [slachtoffer B] laten aftrekken,

- het die [slachtoffer B] zichzelf voor een webcam (zichtbaar voor verdachte en/of voor derden) laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

4.

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2005 tot en met 11 januari 2008 te Uddel en/of elders in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer B], geboortedatum

[1991], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer B],

waarbij die feitelijkheden en/of de bedreiging met die feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan

- dat verdachte die [slachtoffer B] heeft voorgehouden dat hij derden over het homoseksuele contact dat die [slachtoffer B] met hem, verdachte, had, zou informeren,

- terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer B] had;

ALTHANS, dat

hij (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2005 tot

3 september 2007 te Uddel en/of elders in Nederland, met [slachtoffer B], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer B], terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

5.

hij in de periode van 01 januari 2006 tot en met 31 december 2008 te Uddel, gemeente Apeldoorn, een of meermalen door misleiding, te weten het zich op internet tijdens

MSN-gesprekken voordoen als een meisje en blijven voordoen als een meisje, een

minderjarige, [slachtoffer C], geboren op [1994], wiens minderjarigheid verdachte kende of redelijkerwijs moest vermoeden, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten het zich voor de webcam zichtbaar voor verdachte aftrekken;

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek2

Op 1 maart 2011 werd door de moeder van [slachtoffer A] bij de afdeling zeden van het politiedistrict Apeldoorn, telefonisch melding gedaan van seksueel misbruik van haar zoon. Na een informatief gesprek tussen gecertificeerd zedenrechercheurs en [slachtoffer A], waaruit onder meer naar voren is gekomen dat [slachtoffer B] mogelijk ook slachtoffer is geworden, heeft [slachtoffer A] op 7 maart 2011 aangifte gedaan van seksueel misbruik en verkrachting door [verdachte].

Een dag later, te weten op 8 maart 2011, is er - na een informatief gesprek - ook door

[slachtoffer B] aangifte gedaan van verkrachting door [verdachte].

Op 9 maart 2011 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 'Veldmuis', dat zich richtte op verkrachting c.q. het plegen van ontuchtige handelingen en/of het seksueel binnendringen van iemand beneden de zestien jaar c.q. het door misleiding aanzetten van een minderjarige tot het plegen van ontuchtige handelingen door [verdachte], geboren op [1985, plaats].

Op 11 maart is een doorzoeking verricht in de woning van [verdachte], gelegen aan de [adres] te Uddel (gemeente Apeldoorn), waarbij meerdere digitale gegevensdragers zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen.

Op 21 maart 2011 is [verdachte] buiten heterdaad aangehouden en in verzekering gesteld.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de aan verdachte onder 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht, zoals weergegeven in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijke requisitoir.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte van de hem tenlastegelegde verkrachtingen (feiten 2 primair en 4 primair) dient te worden vrijgesproken, nu het voor dat feit benodigde opzet ontbreekt. Voor wat betreft de feiten 1, 2 subsidiair, 3 en 4 subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de te bewijzen periode korter is dan tenlastegelegd, een en ander zoals weergegeven in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1, 2 primair, 3 en 4 primair

[slachtoffer A], geboren op [1991], heeft tegenover de politie verklaard dat hij [verdachte] op het voetbalveld van SV Prins Bernhard te Uddel heeft leren kennen. Hij was toen ongeveer twaalf jaar oud. Toen hij ongeveer dertien jaar was zei [verdachte] dat hij leuke meisjes voor hem kon regelen. Hij kreeg toen allerlei contacten op MSN met meisjes, die vroegen of hij zich voor de webcam wilde aftrekken. Hij heeft dat meerdere keren gedaan. Op een gegeven moment kreeg hij door dat er iets niet klopte omdat [verdachte] uitspraken deed waaruit hij kon afleiden dat dit uit de gesprekken kwam die hij met die meisjes had gevoerd. Op een gegeven moment moest hij zich van [verdachte] aftrekken voor een webcam en later moest hij ook [verdachte] aftrekken. Vanaf toen ging het steeds verder. [verdachte] begon hem ook af te trekken zonder kleren en voor de webcam. Toen [verdachte] dit een paar keer had gedaan vertelde hij [slachtoffer A] dat hij foto's had gemaakt. Later moest hij [verdachte] pijpen en wilde [verdachte] hem ook pijpen. Het pijpen gebeurde regelmatig. [verdachte] bleef dreigen met het op internet zetten van de foto's en filmpjes. [slachtoffer A] is met [verdachte] wel eens rondjes gaan rijden en in de auto gebeurden seksuele handelingen zoals aftrekken en pijpen. Toen [slachtoffer A] en zijn neef (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer B]) niet meer naar [verdachte] toe wilden gaan, dreigde [verdachte] met het op internet zetten van foto's en filmpjes van wat er was gebeurd. [slachtoffer A] heeft verklaard dat hij heel bang was dat andere mensen deze filmpjes te zien zouden krijgen, en daarom bleef hij komen. Toen [slachtoffer A] ongeveer zestien jaar oud was, is [verdachte] verhuisd en toen is [slachtoffer A] niet meer naar hem toegegaan.3

[slachtoffer A] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [verdachte] zich op MSN voordeed als een meisje en dat hij, [slachtoffer A], zich heeft afgetrokken voor de webcam. Hij wist niet dat het [verdachte] was, totdat hij niet meer wilde komen en [verdachte] ermee begon te dreigen. [verdachte] zei dat hij er foto's van had gemaakt en dat hij die op internet zou gaan zetten en dat hij dingen zou gaan vertellen, zoals dat hij zich aftrok voor de webcam. 4

[slachtoffer B], geboren op [1991], heeft tegenover de politie verklaard dat hij [verdachte] heeft leren kennen op het voetbalveld en dat hij samen met zijn neef [slachtof[slachtoffer A] in hetzelfde voetbalteam zat. [verdachte] vroeg hen steeds vaker om bij hem thuis te komen en als ze niet wilden komen dreigde hij met het plegen van zelfmoord of het tegen anderen vertellen van wat zij bij hem deden. Op een gegeven moment had [verdachte] hem zover gekregen dat hij, [slachtoffer B], zichzelf voor de webcam aftrok. [verdachte] deed hetzelfde. [slachtoffer B] heeft verder verklaard dat [verdachte] hem aftrok en pijpte en dat hij [verdachte] ook aftrok en pijpte. [slachtoffer B] heeft ook verklaard dat hij wist dat [verdachte] een foto van hem en [slachtoffer A] op zijn laptop had staan. [verdachte] heeft wel eens tegen een vriend van [slachtoffer B] gezegd dat zij homo waren, met de bedoeling dat zij daardoor weer bij hem zouden komen. Uiteindelijk is het gestopt omdat hij niet meer naar [verdachte] ging en omdat hij ouder werd en een weerwoord durfde te geven. 5

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij zich op MSN voordeed als de meisjes die bij de door hem speciaal voor dat doel aangemaakte MSN-accounts hoorden. Via die accounts nam hij, terwijl hij zich voordeed als meisje, contact op met jongens, waaronder met [slachtoffer A] (de rechtbank begrijpt: [slachtof[slachtoffer A]) en [slachtoffer B] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer B]). Na een paar gesprekken vroeg hij aan hen om zich af te rukken.6

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij tot eind 2007 op de [adres] te Uddel heeft gewoond. Vanaf begin 2008 woont hij aan [adres] te Uddel. 7 Op verdachtes slaapkamer heeft verdachte [slachtof[slachtoffer A] en [slachtoffer B] afgetrokken. Zij hebben verdachte ook afgetrokken. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer B] en [slachtoffer A] pijpte en dat zij hem hebben gepijpt. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment twintig jaar was en dat [slachtoffer B] en [slachtoffer A] zes jaar jonger waren dan hij, dus veertien jaar oud. Verdachte heeft verklaard dat hij helemaal niets [op film of foto, zo begrijpt de rechtbank] heeft vastgelegd maar dat hij de jongens misschien in emotie heeft gedreigd om dingen die bij hem thuis waren gebeurd op het internet te zetten. Hij weet niet of hij heeft gedreigd om zichzelf van kant te maken als zij niet meer zouden komen, maar hij heeft wel eens aangegeven dat hij het helemaal zat was. 8

Conclusie rechtbank

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien - is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 1, 2 primair, 3 en

4 primair tenlastegelegde feiten.

Nu door de verdediging niet is betwist dat [slachtoffer B] en [slachtof[slachtoffer A] op het moment van de door verdachte gepleegde handelingen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, noch dat de tenlastegelegde feiten binnen de tenlastegelegde periode vallen, komt de rechtbank ten aanzien van de feiten 1, 2 primair, 3 en 4 primair tot een bewezenverklaring van de gehele tenlastegelegde periode. Echter, uit het dossier kan worden afgeleid dat de door de verdachte gepleegde handelingen een kortere periode beslaan dan tenlastegelegd en bewezenverklaard. De rechtbank zal daarmee bij de bepaling van de op te leggen straf, rekening houden.

Voor wat betreft de onder feit 2 primair en 4 primair tenlastegelegde feiten, overweegt de rechtbank dat gelet op de zich in het dossier bevindende stukken, in het bijzonder gelet op de blijkens de slachtoffers door verdachte geuite bedreigingen, alsmede gelet op het door het leeftijdsverschil van zes jaren ontstane feitelijk overwicht, genoegzaam is komen vast te staan dat er sprake is van verkrachting als bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank wijst in dit verband op de omstandigheid dat beide slachtoffers herhaaldelijk hebben verklaard dat verdachte op de momenten dat zij niet langer naar hem toe wilden gaan, heeft gedreigd met bekendmaking, op internet, van hetgeen er op zijn slaapkamer gebeurde, dan wel dat hij zichzelf iets zou aan doen. Verdachte heeft weliswaar ontkend iets te hebben vastgelegd, waarmee hij, zo begrijpt de rechtbank althans, heeft willen betogen dat hij ook niets op internet bekend kon maken, maar hij heeft wel erkend dat hij mogelijk daarmee in emotie heeft gedreigd. Voorts heeft hij erkend dat hij heeft gezegd dat hij zich iets aan wilde doen en dat de jongens dat mogelijk als bedreiging hebben opgevat. 9

Deze dwangmiddelen acht de rechtbank - onder de gegeven omstandigheden en gelet op de kwetsbare puberale leeftijd van de slachtoffers en het daardoor ontstane (psychisch) overwicht - zodanig, dat het normaal was dat 'capitulatie' van de slachtoffers te verwachten viel. De stelling van de verdediging dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het doen van de dreigementen, acht de rechtbank onder voornoemde omstandigheden niet aannemelijk geworden. Immers, verdachte wist, althans kon vermoeden, dat door zijn uitlatingen beide jongens tegen hun zin bij hem zouden blijven komen en seksuele handelingen zouden ondergaan dan wel zouden uitvoeren, uit angst voor de gevolgen wanneer zij dat niet zouden doen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de enkele verklaring van [slachtof[slachtoffer A] niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen voor wat betreft de tenlastegelegde anale verkrachting.

Feit 5

[slachtoffer C], geboren op [1994] en wonende te Uddel, heeft tegenover de politie verklaard dat hij samen met zijn tweeënhalf jaar oudere broer [slachtoffer A], gedurende een periode van zo'n twee jaren naar [verdachte] ging. Hij was toen elf of twaalf jaar oud. Op een gegeven moment werd hij door een onbekend meisje uitgenodigd om te chatten op MSN. Hij was toen twaalf of dertien jaar oud. Dat meisje vroeg na enkele gesprekken of hij zich voor de webcam wilde aftrekken. Hij heeft dit één of twee keer gedaan. Enkele dagen later kwam [verdachte] op MSN. [verdachte] begon rare vragen te stellen en liet doorschemeren dat hij het meisje was waarmee [slachtoffer C] had gechat. Hij heeft [verdachte] daarna geblokt. Vervolgens werd hij door andere meisjes benaderd. Hij heeft er toen één keer een toegevoegd, maar toen hij met dit meisje aan het chatten was, kwamen er weer dezelfde vragen die leken op de vragen die [verdachte] stelde.10

De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij zich op MSN voordeed als de meisjes die bij de door hem speciaal voor dat doel aangemaakte MSN-accounts hoorden. Via die accounts nam hij, terwijl hij zich voordeed als meisje, contact op met jongens, waaronder met [slachtoffer C] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer C]). [slachtoffer C] was op dat moment 14 jaar oud. De verdachte vroeg aan [slachtoffer C] om zich af te rukken. Hij heeft [slachtoffer C] eenmaal benaderd.11

Conclusie rechtbank

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is genoegzaam komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 5 tenlastegelegde feit.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 8 september 2004 tot 8 september 2007 te Uddel en/of Kootwijk en/of elders in Nederland, met [slachtoffer A], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het pijpen van die [slachtoffer A] en

- het aftrekken van die [slachtoffer A] en het zich door die [slachtoffer A] laten aftrekken en

- het die [slachtoffer A] zichzelf voor een webcam (zichtbaar voor verdachte

en/of voor derden) laten aftrekken

terwijl die [slachtoffer A] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

2.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 september 2005 tot en met 11 januari 2008 te Uddel en/of elders in Nederland, door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer A], geboortedatum

[1991], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer A], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer A]

waarbij die feitelijkheden en de bedreiging met die feitelijkheden er in hebben bestaan

- dat verdachte die [slachtoffer A] heeft voorgehouden dat hij film- en/of foto-opnamen die hij, verdachte, van hun onderlinge seksuele contact zei te hebben gemaakt, op internet zou zetten,

- terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer A] had;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 3 september 2004 tot 3 september 2007 te Uddel, met

[slachtoffer B], geboortedatum [1991], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het pijpen van die [slachtoffer B] en

- het aftrekken van die [slachtoffer B] en het zich door die [slachtoffer B] laten aftrekken,

- het die [slachtoffer B] zichzelf voor een webcam (zichtbaar voor verdachte) laten aftrekken,

terwijl die [slachtoffer B] toen de leeftijd van twaalf maar niet die van zestien had bereikt;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 3 september 2005 tot en met 11 januari 2008 te Uddel, door één of meer feitelijkheden en/of door bedreiging met één of meer feitelijkheden, [slachtoffer B], geboortedatum [1991], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer B], te weten

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer B], waarbij die feitelijkheden en de bedreiging met die feitelijkheden er in hebben bestaan

- dat verdachte die [slachtoffer B] heeft voorgehouden dat hij derden over het homoseksuele contact dat die [slachtoffer B] met hem, verdachte, had, zou informeren,

- terwijl verdachte door het leeftijdsverschil een (psychisch) overwicht op die [slachtoffer B] had;

5.

hij in de periode van 01 januari 2006 tot en met 31 december 2008 te Uddel, gemeente Apeldoorn, door misleiding, te weten het zich op internet tijdens MSN-gesprekken voordoen als een meisje en blijven voordoen als een meisje, een minderjarige, [slachtoffer C], geboren op [1994], wiens minderjarigheid verdachte kende, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te weten het zich voor de webcam zichtbaar voor verdachte aftrekken;

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde: Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde: Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde: Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden.

Strafbaarheid van de verdachte

Naar de persoon van de verdachte is psychiatrisch en psychologisch onderzoek verricht, waarvan de resultaten zijn neergelegd in respectievelijk een Pro Justitia rapport van

M. Drost, psychiater, van 12 maart 2012 en een psychologisch rapport Pro Justitia van

drs. M. van Heteren, GZ psycholoog, van 15 augustus 2011.

In het rapport van de psychiater wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anders Omschreven, met afhankelijke en narcistische trekken. Differentiaal-diagnostisch moet gedacht worden aan pedofilie, maar dat kan op grond van het onderhavige onderzoek niet met zekerheid worden vastgesteld. Pedofilie is echter zeker niet uit te sluiten, en blijft in de differentiaal diagnostiek gehandhaafd. Indien het tenlastegelegde bewezen geacht wordt, wordt aan de criteria voor pedofilie voldaan. De persoonlijkheidsstoornis en de seksuele problematiek, die sinds de puberteit tot ontwikkeling kwamen, waren ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig en hebben de gedragskeuze dan de wel de gedragingen van betrokkene ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde beïnvloed.

Geadviseerd wordt om betrokkene voor de hem tenlastegelegde feite, als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

In het rapport van de psycholoog wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

Bij betrokkene is sprake van zowel een ziekelijke stoornis als een gebrekkige ontwikkeling. Allereerst is er sprake van een seksuele scheefgroei die al jong is aangevangen, namelijk pedofilie, niet exclusieve type, voorkeur voor jonge jongens. Betrokkene heeft zich gebrekkig kunnen ontwikkelen als nakomertje waarbij hij opgroeide zonder vader (overleden toen betrokkene zes jaar was) en met een oude moeder bij wie hij tot zijn veertiende in bed sliep. Hij werd enerzijds verwend en anderzijds sociaal-emotioneel verwaarloosd en trok zich terug op zichzelf waardoor hij enerzijds egocentrisch (narcistische dynamiek) en anderzijds obsessief zijn afhankelijkheidsproblematiek uitageerde via eten, drinken, seks, internet en gokken. Betrokkene lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis NAO, met obsessief-compulsieve en narcistische trekken. Hiervan was sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Hiervan was ook sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde en heeft betrokkenes gedragskeuzes, c.q. gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloed. Geadviseerd wordt om betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Met de conclusie van de psycholoog en psychiater, dat verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, kan de rechtbank zich verenigen en zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft ter zake van het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. De officier van justitie heeft aangegeven dat behandeling van verdachte noodzakelijk is. Daartoe heeft hij verwezen naar de rapportages van de psychiater en psycholoog, alsmede naar de reclasseringsrapportage van 17 april 2012. Gelet op de inhoud van die rapporten heeft de officier van justitie oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals verwoord in laatstgenoemd rapport, gevorderd.

De raadsman heeft primair verzocht tot oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden als genoemd in voormeld reclasseringsadvies. Subsidiair heeft de raadsman verzocht tot oplegging van een aanzienlijk lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist, met oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden als genoemd in voormeld reclasseringsadvies.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen en aan de verkrachting van twee jongens die ten tijde van het tenlastegelegde nog geen zestien jaar oud waren. Beide jongens had verdachte leren kennen bij voetbalclub Prins Bernhard te Uddel. Hij heeft de jongens niet alleen via MSN benaderd - terwijl hij zich onder een valse chat-account als een meisje voordeed - en verzocht zich voor de webcam af te trekken, maar hij heeft de jongens ook afgetrokken en gepijpt en verzocht diezelfde handelingen ook bij hem te verrichten. Het zich laten pijpen door deze twee jongens wordt in juridische zin als verkrachting van die jongens aangemerkt. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan misleiding van een andere jongen door zich op internet voor te doen als meisje en de jongen te bewegen zich voor de webcam af te trekken.

Door zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn (toen) nog jonge slachtoffers, dat mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Hij heeft door het door leeftijdsverschil ontstane (psychische) overwicht, alsmede door het uiten van bedreigingen, het vertrouwen van de minderjarigen misbruikt en hen angst aangejaagd, dit alles ten behoeve van de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeftes. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van seksueel misbruik ernstig en langdurig kunnen zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte daarvan rekening gehouden met straffen die voor soortgelijke feiten worden gepleegd. Voorts heeft zij rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 21 maart 2012 niet eerder wegens het plegen van strafbare feiten is veroordeeld, alsmede met zijn hiervoor vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat het om relatief oude tenlastegelegde feiten gaat en het lang heeft geduurd voordat de zaak inhoudelijk kon worden behandeld. Voorts kan uit het dossier worden afgeleid dat de door de verdachte gepleegde handelingen een kortere periode beslaan dan tenlastegelegd, terwijl verdachte partieel wordt vrijgesproken van verkrachting van [slachtof[slachtoffer A] voor zover het betreft de anale seks.

Ten aanzien van de over verdachte opgemaakte persoonsrapportages, hierboven vermeld, overweegt de rechtbank het volgende.

Uit voormeld rapport van psychiater M. Drost, komt onder meer het volgende naar voren:

De recidivekans op soortgelijke delicten is matig, maar kan toenemen als betrokkene negatieve opvattingen ontwikkelt, zoals gebrek aan motivatie tot behandeling, of als persoonlijke steun wegvalt. Deelname aan een gespecialiseerde behandeling voor zedendelinquenten is noodzakelijk om het recidivegevaar te verminderen. Daartoe is deeltijdbehandeling bij forensisch psychiatrische polikliniek aangewezen, bijvoorbeeld bij de Tender in Deventer. Een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke strafdeel biedt onvoldoende garanties dat betrokkene de behandeling zal afmaken. Een steviger stok achter de deur is gewenst om zijn motivatie tot behandeling te vergroten en deelname minder vrijblijvend te maken. Geadviseerd wordt om de voorgestelde behandeling en begeleiding te doen plaatsvinden in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.

Uit voormeld eerste rapport van psycholoog M. van Heteren, komt onder meer het volgende naar voren:

Betrokkene past mede door zijn huidige toekomstperspectief van een huwelijk en een gekocht huis extreme cognitieve vervormingen en loochening toe. Hij wil 'narcistisch' niet kwijtraken wat hij heeft. Men zou het mede als beschermende factor hem ook wel gunnen om met een gezonde partner 'het zedenhoofdstuk achter zich te laten', zoals hij het zelf formuleert. Echter, betrokkene keek tot zijn detentie stiekem nog steeds naar masturberende jongetjes, samenhangende met pedofilie. Helaas is het bij pedofilie ook zo dat hoe groter de onderdrukking, hoe groter de obsessieve drang. Eén van de gebruikte risico taxatie instrumenten geeft een verhoogd risico ten aanzien van een seksueel delict met name op grond van seksualiserende items. Betrokkene heeft een vriendin en een steunend familienetwerk. Hij kan terugkeren naar zijn baas en is vele financiële verplichtingen aangegaan in verband met een aanstaand huwelijk en een koophuis. Er zijn nog steeds vele (familie)geheimen, zijn moeder mag niet geïnformeerd worden, zijn broer hoort bij de kapper de laatste informatie en zijn netwerk doet grotendeels mee aan het blaming the victim principe, zo lijkt. Deze bagatellisering kan de kans op recidive vergroten.

In een aanvullend psychologisch rapport van voornoemde psycholoog van 16 april 2012 wordt - onder meer - het volgende geconstateerd:

De problematiek is minder ontvankelijk geworden dan hij was of leek bij het uitbrengen van het vorige rapport. Diagnostisch zit er niet veel verschil tussen collega onderzoeker (de rechtbank begrijpt: psychiater M. Drost) en ondergetekende. De obsessief-compulsieve trekken bij de persoonlijkheidsstoornis NAO kwamen uit het testmateriaal en komen veel voor bij drangmatig handelen (internet e.d.). Wel staan thans de narcistische trekken op de voorgrond. Onderzoekster handhaaft de destijds gestelde diagnose van pedofilie.

Onderzoekster acht het steviger kader van de TBS met voorwaarden meer garanties bieden dan dat van een voorwaardelijk strafdeel, immers de problematiek lijkt minder toegankelijk geworden. De behandeling zal een taai proces worden.

Gelet op de inhoud van deze rapporten is de oplegging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met voorwaarden ook naar het oordeel van de rechtbank de passende afdoening voor deze feiten en deze verdachte. Een straf als primair door de raadsman verzocht acht de rechtbank gelet op de ernst van de feiten en de ernst van de (te behandelen) persoonlijkheidsproblematiek, niet passend. Behandeling van verdachte is niet alleen in het belang van verdachte, maar ook in het belang van de samenleving.

Naar aanleiding van voormelde rapporten heeft de reclassering een advies van 17 april 2012 uitgebracht. In dat advies zijn voorwaarden met betrekking tot begeleiding bij een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgenomen, waaraan de verdachte zich zou dienen te houden. Eén van die voorwaarden is dat de verdachte zich zal laten behandelen in polikliniek De Tender te Deventer of een andere door de reclassering aan te wijzen instelling. Uit het advies blijkt voorts dat De Tender heeft toegezegd dat er een behandelplek is voor verdachte en dat er geen wachtlijst is. De officier van justitie heeft de voorwaarde voor wat betreft het (via internet) contact zoeken en/of onderhouden met minderjarigen enigszins gewijzigd, in die zin dat hieraan de zinsnede dient te worden toegevoegd 'zonder toestemming van de reclassering'. Gelet op de omstandigheid dat er gevaar bestaat voor herhaling, zal de rechtbank (grotendeels) de door de reclassering geformuleerde voorwaarden stellen. De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij zich bij een veroordeling zal houden aan de aan terbeschikkingstelling te verbinden voorwaarden, zoals in het rapport genoemd.

De feiten waarvoor verdachte wordt veroordeeld, zijn door de wetgever aangemerkt als feiten waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank zal de reclassering opdracht geven aan verdachte hulp en steun te verlenen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden opleggen, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is gevorderd. Daarvoor zijn redenen. De rechtbank acht namelijk niet bewezen dat verdachte een van de slachtoffers anaal heeft verkracht. Verder heeft de rechtbank niet alleen aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS inzake feiten, soortgelijk aan de bewezenverklaarde feiten, maar ook heeft de rechtbank gelet op de intensiteit en de lange duur van de geadviseerde behandeling van verdachte bij De Tender te Deventer. Daarbij gaat het om een vierdaagse dagbehandeling die naar alle waarschijnlijkheid 12 tot 18 maanden zal duren, waarna gekeken kan worden of de behandeling minder intensief kan worden en verdachte langzaamaan weer kan gaan werken.

Vordering tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces heeft mr. L.H. Pomp zich namens [slachtoffer A] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van in totaal

€ 4.855,74 (€ 4.150 immateriële schade en € 705,74 aan materiële schade).

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij ten onrechte is gebaseerd op een langere periode van seksueel misbruik dan in werkelijkheid het geval was. Voor het overige heeft de raadsman van verdachte zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde schade heeft geleden. Vast staat dat de benadeelde partij een therapie heeft moeten ondergaan bij GGNet en ook thans nog ondergaat bij psycholoog [naam psycholoog]. De rechtbank zal de tot op heden geleden immateriële schade, rekening houdend met de kortere periode van seksueel misbruik dan tenlastegelegd, naar redelijkheid en billijkheid begroten op € 3.000,--. Met betrekking tot de overigens gevorderde immateriële schade zal zij de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de gevorderde reiskosten en het eigen risico ziektekosten over het jaar 2011 - € 142,12 respectievelijk € 170,-- - alsmede de reiskosten slachtofferhulp van € 6,46 zal de rechtbank de vordering toewijzen. Toekomstige schade, althans schade die over het jaar 2012 niet tot op heden is begroot, komt in het kader van deze procedure niet voor vergoeding in aanmerking, zodat de benadeelde partij voor het overige, met uitzondering van de toewijsbare kosten rechtsbijstand van € 75,--, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 38, 38a, 57, 242, 247 en 248a van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde: Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde: Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 4 primair bewezenverklaarde: Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde: Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) jaren en zes (6) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde:

- dat veroordeelde zich vóór het einde van de maatregel niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

- dat veroordeelde zich dient zich te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, welke hem namens Reclassering Nederland gegeven worden;

- dat veroordeelde zich zal houden aan de behandel/begeleidingsvoorschriften van de

behandelaars van De Tender en Reclassering Nederland. Dit geldt ook voor middelengebruik, vrijheden en medicatiebeleid. Hij zal zich na de opname houden aan de aanwijzingen te geven door de reclassering en zal daarbij een traject volgen dat de behandelaren nodig of wenselijk achten;

- dat veroordeelde Reclassering Nederland op de hoogte zal houden van de inhoud en

voortgang van de behandeling/begeleiding;

- dat veroordeelde zal toestaan dat Reclassering Nederland door de behandelende/

begeleidende instelling over de voortgang wordt ingelicht;

- dat veroordeelde bijzonderheden, van welke aard dan ook, welke de begeleiding kunnen belemmeren, direct aan de reclassering dient te melden;

- dat veranderingen van woonsituatie, zoals een verhuizing, slechts na overleg en met goedkeuring van de reclassering kan plaatsvinden;

- dat veroordeelde zich constructief en open zal opstellen in het contact met de medewerker van de reclassering en inzicht zal geven in zijn psychosociaal functioneren;

- dat veroordeelde, indien de reclasseringswerker dat in het kader van de begeleiding en/of rapportage noodzakelijk acht, contact zal hebben met de psychiater die verbonden is aan de reclassering;

- dat veroordeelde toestemming aan de reclassering geeft om contact op te nemen met relevante personen en of instellingen, voor zover dit noodzakelijk is in het kader van het toezicht, door indien gewenst daarvoor een verklaring van geen bezwaar te ondertekenen;

- dat veroordeelde iedere zes maanden een pasfoto, welke niet ouder is dan zes maanden, zal afgeven aan de reclassering welke gebruikt kan worden voor opsporingsdoeleinden in het geval hij zich aan het toezicht van de reclassering onttrekt;

- dat veroordeelde te allen tijde telefonisch bereikbaar dient te zijn voor de reclassering;

- dat het veroordeelde niet is toegestaan contact te hebben met de slachtoffers, waaronder in ieder geval [slachtoffer A] en [slachtoffer C], [slachtoffer B], [naam A], [naam B] en [naam C];

- dat het veroordeelde niet is toegestaan (via internet) contact te zoeken en of te onderhouden met minderjarigen zonder toestemming van de reclassering;

- dat het de veroordeelde niet is toegestaan lid te zijn van of activiteiten uit te voeren voor organisaties of verenigingen zonder toestemming van de reclassering;

- dat veroordeelde toestemming aan de reclassering geeft om (al of niet in aanwezigheid van de politie) zijn computer en/of telefoon te controleren;

- dat enkel na overleg met de behandelaar en met toestemming van de reclassering veroordeelde zijn beroep (koerier) weer mag gaan uitvoeren.

Geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer A], van een bedrag van € 3.393,58, en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer A], een bedrag te betalen van € 3.393,58, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 43 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Aldus gewezen door mrs. Heenk, voorzitter, Kleinrensink en Van der Mei, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 mei 2012.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0620 / 201105992, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, team recherche, gesloten en ondertekend op 31 mei 2011.

2 Relaas proces-verbaal, p. 5-15

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], p. 20-28

4 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris

5 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer B], p. 32-39

6 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 244-254

7 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 220-233

8 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 244-254

9 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 270

10 Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer C], p. 49-52

11 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 244-254