Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4265

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
27-04-2012
Zaaknummer
11/801 WOB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuursrechter veroordeelt verweerder in proceskosten. WOB; wet openbaarheid bestuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Reg.nr.: 11/801 WOB

Uitspraak in het geding tussen:

[eiseres]

te Apeldoorn,

eiseres,

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

verweerder.

1. Overwegingen

Bij brief van 28 mei 2011 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het door verweerder niet tijdig nemen van een besluit omtrent de verschuldigdheid van een dwangsom. Bij brief van

17 november 2011 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Na kennisgeving aan partijen dat het verzoek op 22 maart 2012 ter zitting zou worden behandeld, heeft verweerder de rechtbank bij brief van 5 maart 2012 meegedeeld dat zij zich niet verzet tegen het toekennen van een proceskostenvergoeding van € 437,00 en evenmin tegen vergoeding van het griffierecht van € 152,00.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 22 maart 2012, waar eiseres zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. H. van Drunen en verweerder door mr. L.H.C. de Vries en

S. Raterink. Het verzoek is aldaar verder niet inhoudelijk besproken gelet op verweerders brief van 5 maart 2012.

De rechtbank ziet gelet op het standpunt van verweerder als verwoord in zijn brief van

5 maart 2012 aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 437,00.

Voorts wijst de rechtbank erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gehouden is het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.

2. Beslissing

De rechtbank:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,00, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J.P. Lambooij. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 april 2011.