Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW4032

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
25-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
06/850472-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

30-jarige man veroordeeld wegens het chanteren van zijn ex-vriendin. Hij chanteerde haar met het openbaar maken van een in zijn bezit zijnde filmpje, om zodoende seks met haar te hebben. Op het filmpje was te zien dat zij beiden seks hadden. Hij was gefrustreerd over het beëindigen door zijn toenmalige vriendin van hun relatie. De rechtbank legt hem een straf op van twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van twee jaar, een werkstraf van 60 uur, ambulante behandeling en een contactverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/850472-11

Uitspraak d.d. 25 april 2012

Tegenspraak / dip - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats (Irak), 1982],

wonende te [adres].

Raadsvrouw: mr. Eversteijn, advocaat te Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 april 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd (wijzigingen zijn cursief aangegeven) is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 8 maart 2011 op 9 maart 2011 te Wezep, in

ieder geval in Nederland,

[slachtoffer],

door een feitelijkheid en/of bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen

[slachtoffer],

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden,

immers heeft die [slachtoffer] verdachte in haar woning ontvangen onder het

dreigement van verdachte dat hij een in zijn bezit zijnd filmpje, met voor die

[slachtoffer] compromitterende beelden, onder haar familie en vrienden zou gaan

verspreiden indien [slachtoffer] geen seks met hem wilde hebben;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot 10 maart 2011 te

Wezep, in ieder geval in Nederland,

een of meer afbeeldingen/multimediafiles (te weten één of meer filmfragmenten)

(danwel één of meer gegevensdragers (te weten een Acer laptop en een Nokia N95

mobiele telefoon) bevattende die afbeeldingen/multimediafiles),

van (telkens) een seksuele gedraging waarbij de minderjarige betrokken is,

in zijn bezit heeft gehad

of die afbeelding(en) heeft vervaardigd en/of verspreid,

te weten één of meer filmfragmenten met een opname van de 17-jarige [slachtoffer], geboortedatum [1993], die vaginaal door een penis

wordt gepenetreerd;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Naar aanleiding van twee kortstondige informatieve gesprekken op respectievelijk 9 en 16 maart 2011werd door [slachtoffer] aangifte gedaan van gedwongen seks door verdachte, onder de bedreiging dat hij anders een door hem - zonder haar toestemming - gemaakt seksfilmpje zou doorsturen aan haar familie en vrienden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de beide aan verdachte ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de raadsvrouw het standpunt van de verdediging toegelicht.

De raadsvrouw heeft onder meer aangevoerd dat ten aanzien van feit 1 geen sprake is geweest van wederrechtelijkheid. [slachtoffer] heeft immers verdachte zelf de woning binnengelaten en verdachte heeft geen dreigementen geuit op het moment dat hij voor haar deur stond, terwijl hij evenmin heeft gedreigd het filmpje te openbaren als [slachtoffer] hem niet binnen zou laten. Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat verdachte niet het opzet had op het afdwingen van het hem binnenlaten in de woning maar wellicht "enkel" het opzet had op het afdwingen van seks.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 2 aan verdachte ten laste gelegde feit zal de rechtbank verdachte vrijspreken, nu de betreffende filmfragmenten niet door de politie zijn beschreven en uit de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] onvoldoende duidelijk is of op die fragmenten te zien is dat [slachtoffer] vaginaal met een penis is gepenetreerd. Het tenlastegelegde is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onder 1 tenlastegelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Door aangeefster [slachtoffer] is aangifte gedaan tegen haar ex vriend [verdachte]. Hij heeft beelden gemaakt terwijl zij seks hadden met elkaar en heeft gedreigd om dat op internet te zetten als zij geen seks met hem zou hebben2. Zij heeft verklaard3 dat zij op 8 maart 2011 een smsje kreeg van verdachte dat hij zijn spullen op wilde halen en dat hij nog een verrassing voor haar had. Zij heeft toen een afspraak met hem gemaakt, omdat ze er zo snel mogelijk van af wilde zijn. Zij wilde hem niet in huis hebben. Zij had al een keer ruzie met hem gehad over seks en toen wilde hij haar huis niet uit gaan. Zij had met verdachte afgesproken bij de Boni op drie minuten loopafstand van haar huis. Zij is daar om 00.15 uur heen gegaan en trof daar verdachte bij zijn auto. Hij vroeg haar of zij hem nog een kans wilde geven, maar dat wilde zij niet. Daarop veranderde zijn blik en zei hij dat hij nog wat had. Vervolgens liet hij haar op zijn mobiel een filmpje zien, waarop te zien was dat zij beiden seks hadden. Zij raakte helemaal over haar toeren en was bang dat hij wat met het filmpje zou gaan doen. Hij zei dat hij dat niet zou doen en dat hij het filmpje zou verwijderen. Vervolgens is hij weggegaan, maar daarna ging hij haar bellen en sms-en. Hij probeerde het goed te praten, maar toen zij zei dat het voor haar niet werkte smste hij op 9 maart 2011 om 01.31 uur: "Neem op ik vertel je over het filmpje". Vervolgens belde hij haar en begon hij haar te dreigen dat zij gewoon ging doen wat hij wilde en dat zij anders wel wist wat hij met het filmpje ging doen. Kort daarop om 01.33 uur smste hij haar: "Ik denk niet dat je het leuk vind als ik het naar je zus zou mailen .. via Hyves en je vrienden toch?" Vervolgens heeft hij haar weer gebeld en zei haar dat hij als hij die avond nog seks met haar had, hij het filmpje zou verwijderen en als zij dat niet deed hij het zou mailen. Vervolgens kreeg zij diverse smsjes, om 01.45 uur: "Ik rij nu terug naar jou", om 01.48 uur: "Neem op [slachtoffer]", om 01.52: "Ik ben onderweg naar jou", om 01.53 uur: "Neem gvd op, ik ben er over 20 minuten"en om 02.08 uur: "Je kan douchen als je wilt, het wordt erg geil en lekker en alles is dan zo opgelost, heb ik je al beloofd, maak het goed geil zo meteen, tot zo". Zij was bang en toen hij vervolgens bij haar huis aanbelde heeft zij de deur open gedaan vanwege het chanteren. Zij wilde er vanaf zijn.

Bij onderzoek van de telefoon4 van aangeefster bleken de smsjes waarvan aangeefster gewag maakt opgeslagen te zijn onder de afzender [verdachte]

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard5 dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen om hem in haar binnen te laten. Hij had met haar afgesproken op 8 maart rond middernacht. Hij kwam er om seks te hebben.

Verdachte heeft bij de politie verklaard6 dat hij tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij hun relatie nog een kans moest geven of nog een keer seks met hem moest hebben en dat hij anders het filmpje naar haar familie en vrienden zou sturen, waarop [slachtoffer] begon te huilen en zei dat hij het moest verwijderen.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde dwang. Door de raadsvrouw is weliswaar aangevoerd dat er geen sprake is van wederrechtelijkheid/opzet en derhalve vrijspraak dient te volgen, maar de rechtbank is van oordeel dat uit de uitlatingen van verdachte en de verschillende smsjes die hij aan [slachtoffer] heeft doen toekomen overduidelijk blijkt dat verdachte onder de druk van het openbaren van het door hem gemaakte filmpje aangeefster in een positie heeft gedwongen om hem toegang tot haar woning te verschaffen.

Onder die omstandigheden was sprake van wederrechtelijk handelen van de verdachte, terwijl uit de bewijsmiddelen eveneens kan worden afgeleid dat verdachtes gedraging er op was gericht om het slachtoffer opzettelijk te dwingen iets te doen of te dulden, namelijk het hebben van seks.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij in de nacht van 8 maart 2011 op 9 maart 2011 te Wezep, [slachtoffer],

door bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen [slachtoffer], wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen of te dulden,

immers heeft die [slachtoffer] verdachte in haar woning ontvangen onder het dreigement van verdachte dat hij een in zijn bezit zijnd filmpje, met voor die [slachtoffer] compromitterende beelden, onder haar familie en vrienden zou gaan verspreiden indien [slachtoffer] geen seks met hem wilde hebben.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen of te dulden.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht ook als dat inhoudt een behandelverplichting bij De Waag en een contactverbod met [slachtoffer] gedurende de proeftijd, met daarnaast een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

De officier van justitie heeft wat de hoogte van straf betreft aangegeven feit 2 niet te hebben laten meewegen, aangezien het slachtoffer bijna achttien was en de gemaakte opname niet de intentie had van kinderporno en/of ook niet als zodanig was bedoeld.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat, voor zover de rechtbank tot een veroordeling mocht komen, verdachte zich wel in de gevorderde straf zal kunnen vinden. Een contactverbod is overbodig aangezien verdachte geen contact meer heeft met [slachtoffer] en daar ook geen behoefte meer aan heeft.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft uit frustratie over het beëindigen door zijn toenmalige vriendin van hun relatie haar gechanteerd met het openbaar maken van een in zijn bezit zijnde filmpje, om zodoende seks met haar te hebben. Verdachte heeft dusdoende het slachtoffer in haar vrijheid van handelen beperkt. Algemeen bekend is dat het effect van het openbaren van dit soort intieme filmpjes aan anderen of op sociale media een groot effect kan hebben zodat de dreiging daarmee dan ook bepaald geen sinecure is.

In het nadeel van verdachte weegt dat hij eerder met justitie in aanraking is gekomen voor een bedreiging.

Ten voordele van verdachte weegt dat hij inmiddels contact heeft opgenomen met de polikliniek De Waag en daar een aantal taxatiegesprekken heeft gehad met het oog op een passende indicatie en (gedrags)behandeling.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend bij de aard en de ernst van dit delict. Ook als de rechtbank tot een bewezenverklaring zou zijn gekomen van het onder 2 aan verdachte ten laste, zou dat niet tot een andere strafoplegging hebben geleid.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gesteld met inbegrip van een contactverbod met het slachtoffer. Aan de te stellen voorwaarden wordt een proeftijd van twee jaren gekoppeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 284 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze golden ten tijde van het bewezenverklaarde feit.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen of te dulden;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

* bepaalt, dat deze gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd en stelt een proeftijd vast van twee jaren;

* stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Dat houdt in elk geval het navolgende in:

* Meldplicht reclassering

dat veroordeelde zich (uiterlijk) binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis meldt bij de reclassering, Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht en heeft te melden wanneer en zolang als de reclassering dat wenst;

* Behandelverplichting - Ambulante behandeling

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de forensisch psychiatrische kliniek De Waag, Oudlaan 9, 3515 GA Utrecht of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die kliniek of instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn problematiek;

* Contactverbod

dat veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

* beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Kleinrensink en Heenk, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 april 2012.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0610 2011034231-7 van de politie regio Noord- en Oost Gelderland, District Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 29 mei 2011 door [verbalisanten]

2 Aangifte [slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 27

3 Aangifte [slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 30 en 31

4 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 8

5 Proces-verbaal terechtzitting van 11 april 2012

6 Verklaring verdachte, doorgenummerde dossierpag. 131