Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3735

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
24-04-2012
Datum publicatie
25-04-2012
Zaaknummer
06/850263-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

51-jarige verdachte heeft zich samen met zijn 21 jarige partner schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met verdachte's voormalig 15-jarige buurmeisje. Ook hebben zij dit buurmeisje ertoe bewogen getuige te zijn van de door verdachte en medeverdachte bij elkaar gepleegde seksuele handelingen. Beiden zijn veroordeeld voor dezelfde straf: een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daarbij verplicht reclasseringstoezicht, het volgen van een behandeling en een contactverbod met jonge meisjes. Daarnaast zijn ze veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 140 uren subsidiair 70 dagen hechtenis en vergoeding van de immateriële schade van € 3.000,00 (uitspraak medeverdachte LJN BW3742)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

meervoudige strafkamer

parketnummer: 06/850263-11

datum uitspraak: 24 april 2012

tegenspraak / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1961],

wonende te [plaats, adres].

Raadsvrouw: mr. M.J.G. Jolink te Harderwijk.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de in het openbaar gehouden onderzoek op de terechtzitting van 10 april 2012.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 15 september 2010

tot en met 22 december 2010 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander (te weten [medeverdachte]), althans alleen,

met [slachtoffer], geboortedatum [1995], buiten echt,

ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en/of

- het (over haar onderbroek) betasten van de vagina, in ieder geval de

schaamstreek van die [slachtoffer] en/of

- het brengen van de hand van die [slachtoffer] tegen zijn penis,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 15 september 2010

tot en met 22 december 2010 te Ermelo, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander (te weten [medeverdachte]), althans alleen,

met ontuchtig oogmerk, [slachtoffer], geboortedatum [1995],

ertoe heeft bewogen getuige te zijn van door verdachten bij elkaar gepleegde

seksuele handelingen (zoals het door verdachte betasten van de penis van

medeverdachte [verdachte] en/of het door medeverdachte [verdachte] laten betasten van de

borsten van verdachte en/of hebben van geslachtsgemeenschap)

terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [slachtoffer] toen

de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

art 248d Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding voor het onderzoek

Door [moeder slachtoffer] is aangifte gedaan ter zake het plegen van ontuchtige handelingen met haar dochter [slachtoffer] door de voormalig overbuurman [verdachte] (verdachte). Het vermoeden van seksueel misbruik ontstond toen zij een briefje met een sinterklaasgedicht vond onder het bed van [slachtoffer] met de tekst "Sint zat te denken, wat hij die geile beer van mij moest schenken"2. Daarna heeft ze het dagboek3 en mailtjes van [slachtoffer] gelezen4. Ook heeft ze op 19 december 2010 de telefoon van [slachtoffer] afgepakt. Daarin stonden veel sms'jes van verdachte en medeverdachte [medeverdachte]5.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte/de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat voor de feitelijke handelingen zoals omschreven onder het 3e gedachtestreepje in de tenlastelegging, te weten dat medeverdachte [medeverdachte] de hand van die [slachtoffer] tegen verdachtes penis heeft gebracht, niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen en dat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken dient te worden.

Voorts heeft de raadsvrouw opgemerkt dat er geen sprake is geweest van medeplegen nu er geen sprake was van een vooropgezet plan en ze bovendien niet van elkaar wisten wat de ander deed of zou gaan doen; verdachte heeft de vagina van [slachtoffer] betast, maar medeverdachte [medeverdachte] was hiervan niet op de hoogte.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw opgemerkt dat áls verdachte en medeverdachte [medeverdachte] al seksuele handelingen zouden hebben gepleegd in het bijzijn van [slachtoffer], deze [slachtoffer] dit nooit gezien zou kunnen hebben omdat ze dan aan de buitenkant van het bed, of onder de dekens lag.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

[slachtoffer], geboren op [1995], heeft bij de politie verklaard dat ze voor het eerst bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] thuis kwam in de eerste week van het schooljaar, begin september 2010 en dat [verdachte] en [medeverdachte] in een huisje op een bungalowpark in [plaats] wonen. Eerst kwam [slachtoffer] één keer per week en later bijna elke dag.6 [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] beiden haar borsten hebben aangeraakt. Medeverdachte [medeverdachte] deed dit als eerste. Verdachte heeft haar borsten één keer aangeraakt; hij ging dan met zijn handen onder haar hemdje en streelde haar borsten. Soms "speelde" medeverdachte [medeverdachte] ook mee en zat ook zij aan [slachtoffer]'s borsten7. Medeverdachte [medeverdachte] heeft [slachtoffer]'s borsten twee keer aangeraakt; ze ging dan met haar vingers rondjes draaien om haar tepel8. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat verdachte ook met zijn hand naar haar lies ging en dat hij toen met zijn hand (op de onderbroek) aan haar clitoris voelde en "rondjes ging draaien"9. Daarna is het nog een keer gebeurd dat verdachte aan haar clitoris zat10. Verder heeft ze verklaard dat het één keer is gebeurd dat medeverdachte [medeverdachte] aan haar vroeg of [slachtoffer] aan de "rikkie" (piemel) van verdachte wilde zitten. [slachtoffer] wilde zijn piemel niet aanraken, maar medeverdachte [medeverdachte] pakte [slachtoffer]'s hand en trok deze naar de piemel van verdachte. [slachtoffer] raakte toen de zijkant van de piemel met haar vinger. Ze weet niet of zijn piemel toen stijf was11.

In het dossier bevinden zich tevens kopieën van het dagboek van [slachtoffer]. Daarin heeft ze onder meer het volgende geschreven: "En toen zat [medeverdachte] (medeverdachte [medeverdachte]) met zijn rikki (piemel) te spelen en toen ging ze hem tegen me been aan doen. Maar ik dacht dat het een hand was dus ik wou voelen maar glad enzo was het dus rikki en [medeverdachte] liet het zien dat hij stijf was en ze trok me vinger mee ik raakte dus rikki aan met 1 reflex trok ik hem weer weg. Me vinger dan he!"12 En verderop in het dagboek: "en dan ging hij richting onderen en ging rondjes draaien met zijn vinger bij me clitoris en ging naar beneden bij me schaamlippen gewoon bij de zijkant en ik vond het te ver gaan dus ik zei Vola13!"

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer], in het kader van seksuele voorlichting, dingen heeft aangewezen en haar heeft aangeraakt en dat dit niet alleen door hem is gedaan, maar ook door medeverdachte [medeverdachte]14. Verdachte heeft daarover verder verklaard dat ze bepaalde delen van [slachtoffer] hebben aangeraakt en ook de binnenkant van haar benen; hij heeft haar aangewezen wat gevoelige plekken zijn op je lichaam15. Verdachte heeft aangegeven dat hij haar clitoris heeft aangeraakt, dat dit 4, 5 of 6 seconden duurde en dat [slachtoffer] toen wel haar onderbroek aanhad. "Ik denk dat ik daar te ver in ben gegaan. Of wij, in ons enthousiasme", aldus verdachte. Medeverdachte [medeverdachte] was hier ook bij aanwezig16. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij haar borsten een keer of 3,4 heeft aangeraakt17 en dat hij ook eens aan haar tepels (over de kleren) heeft gevoeld18.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat zij inderdaad handelingen met [slachtoffer] heeft verricht, maar dat dit altijd met instemming van [slachtoffer] was19. Zij heeft daarover verder verklaard dat toen verdachte de bovenbenen en de buik van [slachtoffer] heeft gestreeld, hij met zijn vingers aan de binnenkant van haar benen, onder de rand van haar boxershort zat20. Medeverdachte [medeverdachte] heeft niet gezien of verdachte met zijn vinger aan de clitoris van [slachtoffer] heeft gezeten, maar het zou gebeurd kunnen zijn21.

Voorts heeft ze verklaard dat zij de borsten van [slachtoffer] wel eens aangeraakt heeft, maar dat dit onbewust is gebeurd tijdens het stoeien. Verdachte heeft de borsten van [slachtoffer] ook wel eens aangeraakt tijdens het stoeien22. Daarover heeft Medeverdachte [medeverdachte] nog verklaard dat verdachte, toen verdachte [slachtoffer] haar "gevoelige" plekjes liet zien, ook de borsten van [slachtoffer] heeft aangeraakt. Medeverdachte [medeverdachte] zelf heeft toen aan de tepel en borst van [slachtoffer] gezeten en heeft de borst en tepel toen met de hand gemasseerd23.

[moeder slachtoffer] heeft tijdens het "informatief gesprek zeden" bij de politie verklaard24 dat het (de rechtbank begrijpt: de contacten tussen [slachtoffer] en verdachte en medeverdachte [medeverdachte]) heeft plaatsgevonden van ongeveer 1 juni 2010 tot 23 december 2010.

Op grond van voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 15 september 2010 tot en met 22 december 2010 in Ermelo schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer], geboren op [1995]. De rechtbank overweegt verder dat uit het dossier en het verhandelde ter zitting naar voren is gekomen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] beiden telkens aanwezig waren ten tijde van het plegen van de ontuchtige handelingen, dat ze in gelijke gezindheid en gezamenlijk hebben gehandeld en dat hun rollen daarin min of meer uitwisselbaar waren. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is geweest van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte], dat sprake is van medeplegen van het plegen van ontuchtige handelingen. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat door dit gezamenlijk optreden van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] het voor de bewezenverklaring van dit feit niet ter zake doet wie van de verdachten welke van de ten laste gelegde handelingen feitelijk heeft gepleegd.

De rechtbank heeft, anders dan de raadsvrouw, geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring en met hetgeen [slachtoffer] in haar dagboek heeft beschreven met betrekking tot het brengen van de hand van [slachtoffer] tegen de penis van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer], ook op dit punt, gedetailleerd, authentiek en consistent is, en dat haar verklaring wordt bevestigd door de passage uit het dagboek. Bovendien maakt [slachtoffer] het niet erger dan het is.

Feit 2

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat ze voor het eerst bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] thuis kwam in de eerste week van het schooljaar, begin september 2010 en dat ze in een huisje op een bungalowpark in [plaats] wonen. Eerst kwam [slachtoffer] één keer per week en later bijna elke dag25. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat ze bijna niets van seks af wist, maar dat ze het nu een keer heeft gezien bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte]26. Zij heeft voorts verklaard dat ze vaak bij hen thuis kwam en dat het leven eigenlijk alleen bed was27. Ze lagen vaak met zijn drieën in het tweepersoonsbed, waarbij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] nagenoeg altijd naakt waren. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zaten dan aan elkaar; zij zat aan zijn piemel, ze pijpte hem of ze trok hem af. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] deden dan de deken weg en dan kon zij alles zien. Zij heeft dit meermalen gezien28. Ook heeft ze gezien dat verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] zat; hij zat aan haar borsten en hij zat aan haar clitoris. Het gebeurde bijna elke keer dat zij aan elkaar zaten terwijl [slachtoffer] bij hen in bed lag29. Ook heeft ze een keer met verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in bad gezeten, waarbij verdachte en medeverdachte naakt waren. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] gingen zich vervolgens (in bad) douchen, en toen ze klaar waren moest [slachtoffer] in bad blijven zitten omdat zij dan nog even gingen neuken30. [slachtoffer] heeft tot slot nog verklaard dat ze het nu vreselijk vindt wat er met haar is gebeurd, ze heeft last van beelden en gedachten aan verdachte en medeverdachte [medeverdachte]: "Ik zie de beelden dat ze het voordeden, het neuken31."

In het dossier bevinden zich tevens kopieën van het dagboek van [slachtoffer]. Daarin heeft ze onder meer het volgende geschreven: "Het leek wel of ik gehersenspoeld ben32. Ik wist wel dat het eigenlijk niet normaal was, maar ja, ik niet wat nou normaal was en wat niet. Maar ze waren belangrijk voor me en ik wou ze niet kwijt enzo. Ik was niet meer de [slachtoffer] van vroeger meer doordrenkende [slachtoffer] en seksgedoe [slachtoffer] omdat ik dat vaak naakte mensen zag hun dus33."

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte] heeft gekust in het bijzijn van [slachtoffer], dat hij [medeverdachte] aan haar borsten heeft gezeten en dat hij onder de dekens aan haar kont heeft gezeten. Ook heeft hij met zijn vingers aan haar vagina gezeten, heeft [medeverdachte] hem gekust, op hem gelegen en "zijn zaakje" vastgehad. Medeverdachte [medeverdachte] masseerde zijn piemel dan een beetje. [slachtoffer] lag dan met de rug naar hen toe en het kan zijn dat ze gezien heeft dat hij een keer op [medeverdachte] is gaan liggen. Verdachte en [medeverdachte] waren dan naakt. Ze deden dan of ze seks hadden. Ook heeft [medeverdachte] een keer gedaan alsof of ze verdachte pijpte34.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat ze wel eens aan de piemel van verdachte heeft gezeten terwijl [slachtoffer] erbij was. Toen heeft verdachte ook aan haar vagina gezeten. Voorts heeft ze verklaard dat het zou kunnen dat [slachtoffer] wel eens gezien heeft dat zij aan de piemel van verdachte zat. Misschien heeft ze dit één keer gezien35. Medeverdachte [medeverdachte] heeft ontkend dat ze verdachte heeft gepijpt in het bijzijn van [slachtoffer]; ze hebben wel de indruk gewekt. "Op een gegeven moment waren we aan het jennen en toen gingen we kijken tot hoever ze het trok", aldus medeverdachte [medeverdachte] bij de politie36.

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en de bewijsmiddelen opgesomd en besproken onder feit 1, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde, te weten het op meerdere tijdstippen in de periode van 15 september 2010 tot en met 22 december 2010 in Ermelo tezamen en in vereniging met een ander, te weten [medeverdachte], met ontuchtig oogmerk, [slachtoffer], die op dat moment beneden de leeftijd van 16 jaren was, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen. De rechtbank overweegt daarbij dat zij, net als bij feit 1, geen reden heeft te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer] afgelegde verklaring. De rechtbank is van oordeel is dat de verklaring van [slachtoffer], ook op dit punt, gedetailleerd, authentiek en consistent is. Bovendien bekent verdachte dit feit grotendeels. Verdachte heeft bij de politie verklaard37 dat [slachtoffer] 15 jaar is. Dit betekent dat verdachte wist dat [slachtoffer] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

Voor zover verdachte heeft verklaard dat zij niet zeker weet wat [slachtoffer] gezien heeft en wat niet is de rechtbank van oordeel dat daaruit kan worden afgeleid dat het haar dus om het even is geweest wat [slachtoffer] zag. Als [slachtoffer] dus dingen heeft gezien, had verdachte tenminste het voorwaardelijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat ook bij feit 2 sprake is van medeplegen omdat uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] beiden telkens aanwezig waren ten tijde van het plegen van de ontuchtige handelingen, dat ze in gelijke gezindheid en gezamenlijk hebben gehandeld en dat hun rollen daarin min of meer uitwisselbaar waren. De rechtbank is derhalve ten aanzien van feit 2 van oordeel dat sprake is geweest van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte], dat sprake is van medeplegen van het met ontuchtig oogmerk iemand ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 15 september 2010 tot en met 22 december 2010 te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander (te weten [medeverdachte]), met [slachtoffer], geboortedatum [1995], buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en

- het over haar onderbroek betasten van de vagina, in ieder geval de schaamstreek van die

[slachtoffer] en

- het brengen van de hand van die [slachtoffer] tegen zijn penis,

terwijl die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 15 september 2010 tot en met 22 december 2010 te Ermelo, tezamen en in vereniging met een ander (te weten [medeverdachte]), met ontuchtig oogmerk, [slachtoffer], geboortedatum [1995], ertoe heeft bewogen getuige te zijn van door verdachten bij elkaar gepleegde seksuele handelingen (zoals het door medeverdachte laten betasten van de penis van verdachte [verdachte] en het door verdachte [verdachte] betasten van de borsten van medeverdachte, terwijl verdachte wist dat die [slachtoffer] toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

3. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

Feit 2:

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd.

4. Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

5. Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft, uitgaande van een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met daarbij de bijzondere voorwaarden van verplicht reclasseringcontact, ook als dit inhoudt meewerken aan een ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling, alsmede een contactverbod met het slachtoffer. Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 140 uren, subsidiair 70 dagen hechtenis gevorderd.

De verdediging heeft, voor het geval de rechtbank de feiten bewezen mocht achten, ten aanzien van de strafmaat opgemerkt dat uit het dossier blijkt dat de periode waarin de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden korter is geweest, namelijk vanaf november 2010 tot en met december 2010. Daarnaast heeft de raadsvrouw opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met het gegeven dat verdachte zelf contact heeft gezocht met De Waag in Amersfoort en dat hij daar al onder behandeling is. Dit betreft een groepsbehandeling en zal ongeveer 9 maanden gaan duren. Deze behandeling heeft al veel indruk gemaakt en valt verdachte zwaar. Tot slot heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met verdachtes blanco strafblad.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met zijn partner, tevens medeverdachte, plegen van ontuchtige handelingen met zijn voormalig 15-jarige buurmeisje en hij heeft haar er ook toe bewogen heeft getuige te zijn van de door verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij elkaar gepleegde seksuele handelingen. Verdachte heeft hiermee een bijzonder ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Bij zijn handelen heeft verdachte louter en alleen oog gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging en heeft hij zich niet bekommerd om de gevoelens van dit jonge meisje. Zij bevond zich gedurende de periode van het misbruik in een zeer kwetsbare fase van haar ontwikkeling: de puberteit. Het is algemeen bekend dat dergelijke feiten grote schade kunnen toebrengen aan de ontwikkeling van kinderen, vooral als zij zich in de puberteit bevinden. Dat de feiten een grote impact op het slachtoffer hebben gehad, blijkt ook uit haar slachtofferverklaring. De effecten van de strafbare handelingen van de verdachte (en medeverdachte) op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het slachtoffer zijn momenteel niet geheel te overzien. Het is slechts te hopen dat zij daarvan geen verdere (blijvende) psychische en lichamelijke gevolgen zal ondervinden. Het feit is des te ernstiger nu verdachte en zijn partner (medeverdachte) vertrouwenspersonen waren voor het slachtoffer en verdachte een soort vaderfiguur voor haar was. Daarnaast veroorzaken feiten als het onderhavige sterke gevoelens van afschuw en verontwaardiging in de samenleving.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die gewoonlijk voor deze feiten worden opgelegd. Die straffen bedragen, gelet op de jurisprudentie, een forse (on)voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat ten voordele van verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte een first offender is, alsmede dat verdachte zelf hulp heeft gezocht en ook al onder behandeling is. De rechtbank heeft daarnaast in ogenschouw genomen het over verdachte opgemaakte rapport van de reclassering. In dit rapport van 12 juli 2011 is - onder meer - vermeld dat betrokkene een 49-jarige man is die voor het eerst met justitie in aanraking komt. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Verdachte staat open voor begeleiding en behandeling om recidive te voorkomen. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzonder voorwaarden van verplicht reclasseringscontact, het meldingsgebod, een behandelverplichting en een contactverbod met het slachtoffer.

Mede gelet op het voorgaande acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Aan verdachte zal derhalve een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd onder de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact en dat verdachte een (ambulante) behandeling zal ondergaan, welke behandeling gericht zal zijn op delictanalyse, om verdachte inzicht te laten tonen in het ontstaan van het delict en zijn aandeel, denkpatronen en het gedrag ten tijde van het delict. Evenals de officier van justitie acht de rechtbank tevens redenen aanwezig om een contactverbod met het slachtoffer op te leggen.

Nu het betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon en gevaar voor herhaling (op langere termijn) aanwezig is indien geen behandeling volgt, zal de rechtbank een proeftijd voor de duur van drie jaar opleggen.

De rechtbank zal daarnaast, gelet op de ernst van de feiten en uit het oogpunt van vergelding en normhandhaving, de door de officier van justitie gevorderde werkstraf opleggen.

Voor het standpunt van de raadsvrouw, te weten dat de ten laste gelegde periode korter is geweest, namelijk van november 2010 tot en met december 2010 en dat daar bij de bepaling van de strafmaat rekening mee moet worden gehouden, bevinden zich naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten in het dossier, nu uit de zich in het dossier bevindende uitdraaien van sms-verkeer tussen verdachte en [slachtoffer] genoegzaam blijkt dat het bewezen verklaarde plaats heeft gevonden in, of aansluitend aan, de ten laste gelegde periode.

6. Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakend feit, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden aangezien deze een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Meer subsidiair is zij van mening dat de gevorderde immateriële schade te hoog is, nu het slachtoffer vóór de vermeende ontucht al problemen met zichzelf en in de thuissituatie had.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, aannemelijk geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich -naar maatstaven van billijkheid- voor toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 3.000,00. De wettelijke rente over de genoemde immateriële schade zal worden toegewezen vanaf het moment van dagvaarding, te weten 7 november 2011.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank met inachtneming van het bovenstaande vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van in totaal € 3.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is toegebracht, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22m, 22n, 24c, 36f, 57, 248, 248d en 249 van het Wetboek van Strafrecht

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige

handelingen plegen, meermalen gepleegd;

Feit 2:

met ontuchtig oogmerk iemand, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien

jaren nog niet heeft bereikt, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat

deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ertoe bewegen getuige te

zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

* bepaalt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel dat veroordeelde vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens reclassering Nederland, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen door de forensische polikliniek De Waag te Amersfoort of een soortgelijke instelling. De veroordeelde zal zich dan houden aan regels die door of namens de leiding van de reclassering of die andere instelling zullen worden gegeven;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich binnen 5 werkdagen volgend op de uitspraak (telefonisch) zal melden bij reclassering Nederland, Houtwal 16D te Zutphen. Hierna moet hij zich gedurende door reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als de reclassering gedurende deze periode nodig acht;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

* stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde gedurende de proeftijd wordt verboden contact te (laten) leggen met het slachtoffer [slachtoffer];

* veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van de feiten 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer te plaats] van een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2011, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 45 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Aldus gewezen door mrs. Kropman, voorzitter, Troost en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van Vriezekolk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 april 2012.

Voetnoten

1 wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm

opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal met procesnummer

PL0610/2010184348-23, Regio Noord- en Oost Gelderland, District Noordwest Veluwe, Team

recherche Noordwest Veluwe, gesloten en ondertekend op 2 maart 2011 te Harderwijk

2 Proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffer], pag. 194

3 Proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffer], pag. 194

4 Proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffer], pag. 197

5 Proces-verbaal van aangifte door [moeder slachtoffer], pag. 197

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 203

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 204

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 206

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 204

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 204

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 206

12 Kopieën dagboek [slachtoffer], schriftelijk bescheiden, pag. 212

13 Kopieën dagboek [slachtoffer], schriftelijk bescheiden, pag. 212

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 285

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 286

16 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 287

17 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 287

18 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 286

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 270

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 264

21 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 268

22 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 267

23 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 267

24 Verslag informatief gesprek zeden d.d. 23 december 2010, pag. 190

25 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 203

26 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 201

27 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 204

28 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], schriftelijk bescheiden, pag. 203

29 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], schriftelijk bescheiden, pag. 204

30 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 206

31 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], pag. 208

32 Kopieën van het dagboek van [slachtoffer], pag. 211

33 Kopieën van het dagboek van [slachtoffer], pag. 215

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 288

35 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 266

36 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte], pag. 263

37 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 280