Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3598

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
23-04-2012
Datum publicatie
23-04-2012
Zaaknummer
129184 / KG ZA 12-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter te Zutphen stelt turnster Céline van Gerner in het gelijk en oordeelt dat de KNGU te snel is geweest met de voordracht van Wyomi Masela voor de Olympische Spelen van 2012. Eerst nadat Van Gerner in één van de wedstrijden van de komende maanden vormbehoud heeft getoond, kan een keuze worden gemaakt tussen haar en Masela. De KNGU zal de resultaten van die wedstrijden moeten meewegen bij de uiteindelijke keuze. Ook in de zaak van turner Jeffrey Wammes oordeelde de rechtbank dat de KNGU te snel is geweest met de voordracht van Epke Zonderland. Lees die uitspraak via LJN BV7877.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Handel

zaaknummer / rolnummer: 129184 / KG ZA 12-97

Vonnis in kort geding van 23 april 2012

in de zaak van

ANTOON JOHANNES VAN GERNER,

in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige CÉLINE HENRIËTTE BIANCA VAN GERNER,

wonende te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

eiser,

advocaat mr. W.F.C. van Megen te Schiedam,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid KONINKLIJKE NEDERLANDSE GYMNASTIEK UNIE,

gevestigd te Beekbergen, gemeente Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. H.J.A. Knijff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Van Gerner en de KNGU genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van Van Gerner;

- de pleitnota van de KNGU.

2. De feiten

2.1. Van Gerner is de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige Céline van Gerner (hierna: Céline).

2.2. Céline is lid van turnvereniging Turncentrum Sportstad Heerenveen (hierna: TSH).

TSH is aangesloten bij de overkoepelende organisatie van de KNGU.

2.3. Céline maakt deel uit van de nationale turnselectie.

2.4. In juli en augustus 2012 zullen de Olympische Spelen plaatsvinden te Londen. Voor deelname aan deze Spelen mag NOC*NSF voor Nederland één turnster aanwijzen.

2.5. Om in aanmerking te komen voor deelname aan de Olympische Spelen 2012 dient te worden voldaan aan de kwalificatie-eis van NOC*NSF zoals opgenomen in de “Algemene Uitgangspunten voor kwalificatie voor Olympische Spelen te Londen” (hierna: de Algemene Uitgangspunten) en het “Sjabloon turnen”.

De Algemene Uitgangspunten houden onder meer het volgende in:

“(…)

1. Grondslag

1.1. De grondslag (norm) voor kwalificatie voor de Olympische Spelen Londen 2012 is: de atleet kwalificeert zich wanneer hij heeft aangetoond een redelijke kans te hebben om op de Olympische Spelen bij de beste acht van zijn discipline te eindigen

(…)

2. Kwalificatieprocedure

2.1 Kwalificatie is in beginsel een feit na:

1) nominatie op basis van prestatie volgens de vastgestelde norm waarna nog vaststelling van vormbehoud plaatsvindt. De norm voor vormbehoud is dat handhaving op het prestatieniveau bewezen wordt;

2) het voldoen aan de eisen voor directe kwalificatie;

(…)

NOC*NSF besluit tot nominatie en kwalificatie na schriftelijke voordracht van de betrokken sportbonden, waarbij de sportbonden in het geval dat meer atleten voor kwalificatie in aanmerking komen dan kunnen deelnemen aan de Olympische Spelen een interne selectieprocedure hanteren zoals uitgewerkt in 2.6.

(…)

2.2 Na overleg met alle Olympische sportbonden, waarbij de sportbonden vooraf atleten (…) en bondscoaches betrekken, zijn uiterlijk per 1 oktober 2010 (…) door NOC*NSF de besluiten genomen over de concrete invulling van de normen en limieten, die worden opgenomen in de sjablonen.

(…)

2.5. In de vastgestelde kwalificatieprocedure worden evenementen aangewezen waarop door deelname nominatie- en vormbehoudprestaties kunnen worden geleverd dan wel directe kwalificatie mogelijk is.

(…)

2.6 Waar zich in concreto de kans voordoet dat in een bepaalde discipline meer atleten voor kwalificatie in aanmerking komen dan kunnen deelnemen aan de Olympische Spelen, rapporteert de betrokken sportbond dat aan NOC*NSF. De sportbond stelt hiervoor een interne selectieprocedure op, waarbij ook atleten (bondsatletencommissie dan wel vertegenwoordiging van atleten) en bondscoaches worden betrokken. De interne selectieprocedure wordt schriftelijk door de sportbond vastgelegd. De interne selectieprocedure en de uiteindelijke voordracht voor kwalificatie aan NOC*NSF zijn de verantwoordelijkheid van de sportbond. Een faire, doorzichtige en tijdige aanwijzing, gericht op een optimale voorbereiding op de Olympische Spelen is te allen tijde het uitgangspunt bij (het opstellen van) deze interne kwalificatieprocedure en voordracht.

(…)”.

Onderdeel van de Algemene Uitgangspunten is het Reglement Normen en Limieten, dat onder meer het volgende inhoudt:

“(…) 2. Traject van besluitvorming en kwalificatie

(…)

Beslissingen

2.2 In het traject van kwalificatie voor de Olympische Spelen Londen 2012 zijn drie mogelijke door NOC*NSF te nemen beslissingen te onderscheiden, welke schriftelijk worden bevestigd aan de betreffende sportbonden.

Nominatie (1)

2.2.1 Gegeven de vastgestelde nominatieprocedure doet de betrokken sportbond zo spoedig mogelijk na de prestatie van de atleet een schriftelijke voordracht voor nominatie gericht aan NOC*NSF, t.a.v. Manager Topsport.

NOC*NSF besluit binnen 30 dagen na ontvangst van de voordracht of de voorgedragen atleet wordt genomineerd. Dit besluit wordt “nominatiebeslissing” genoemd.

Kwalificatie (2)

2.2.2 Nadat de nominatiebeslissing is genomen en is vastgesteld dat vormbehoud is getoond dan wel sprake is van directe kwalificatie dient door NOC*NSF nog het besluit tot kwalificatie te worden genomen. Hiertoe doet de betrokken sportbond zo spoedig mogelijk nadat de atleet heeft voldaan aan de kwalificatie eisen of - in het geval als bedoeld in artikel 2.6 van de ‘Algemene Uitgangspunten’- nadat de interne selectieprocedure van de sportbond is afgerond een schriftelijke voordracht voor kwalificatie gericht aan NOC*NSF, t.a.v. Manager Topsport.

NOC*NSF besluit binnen 30 dagen na ontvangst van de voordracht of de voorgedragen atleet wordt gekwalificeerd. Dit besluit wordt “kwalificatiebeslissing” genoemd.

(…)”

Het sjabloon turnen vermeldt de kwalificatie-eisen van het Internationaal Olympisch Comité (hierna: IOC) en de FIG en houdt onder meer het volgende in:

“Gymnastics / artistic

Kwalificatie-eisen Algemeen

(eisen voor nominatie en/of Voldoen aan de selectiecriteria zoals die zijn

kwalificatie) vastgesteld door het IOC in overleg met de FIG

en

Voldoen aan de selectiecriteria zoals door NOC*NSF

vastgesteld na overleg met de KNGU

Individueel

WK 2011 : eerste 12 meerkamp (CI of CII)

of per toestel (CI) voor sprong geldt hierbij het gemiddelde cijfer van 2 sprongen

of

: in CII een score behalen op een toestel welke in CI eerste 12 had opgeleverd met uitzondering van sprong

of

Testevent 2012 : een score behalen op de meerkamp en/of een toestel (voor sprong geldt het gemiddelde cijfer van 2 sprongen) welke op het WK 2011 eerste 12 had opgeleverd.

Voor de meerkampscore geldt eerste 12 CII, voor de toestelscores eerste 12 CI, voor sprong geldt hierbij het gemiddelde cijfer van 2 sprongen

Kwalificatiemomenten • WK (Japan) : 8 t/m 16 oktober 2011

(evenementen voor nominatie • Testevent 2012 : 10 t/m 11 januari 2012

en eventueel vormbehoud) (Groot-Brittannië)

• EK dames (België) : 8 t/m 13 mei 2012

• EK heren (Frankrijk) : 21 t/m 27 mei 2012

World Cups/Challenger Cups

• Challenger Cup Cottbus : 22-25 maart 2012

• Challenger Cup Maribor : 01-03 juni 2012 • Challenger Cup Gent : 09-10 juni 2012

Vormbehoud Indien in 2011 een nominatieprestatie wordt geleverd dient in 2012 vormbehoud te worden getoond door het behalen van een score (…) die minimaal gelijk is aan die van de top 16 uit CII (meerkamp) en/of CI (toestel) van het WK 2011 (voor sprong geldt het gemiddelde van twee sprongen). Deze scores kunnen worden behaald op vijf momenten te weten: het testevent, EK en drie World Cups/Challenger Cups. In het geval deelname aan het testevent niet plaatsvindt, kan hiervoor in de plaats een extra World Cup/Challenger Cup** worden aangewezen.

Opmerkingen • Indien een sporter zich tijdens het WK 2011 individueel nomineert op één of meerdere toestellen, geldt deze nominatie alleen voor het (of de) toestel(len) waar deze nominatie(s) is (zijn) behaald

(…)

• De KNGU informeert NOC*NSF over een vervangend evenement indien een sporter niet heeft kunnen deelnemen aan het testevent.

(…)”.

2.6. De KNGU heeft de “Selectieprocedure Olympische Spelen 2012 Turnen Dames” (hierna: interne selectieprocedure) opgesteld, zoals bedoeld in artikel 2.6 van Algemene Uitgangspunten van NOC*NSF, die onder meer het volgende inhoudt:

“ (…) Uitgangspunten:

Deze kwalificatieprocedure is alleen van toepassing indien Nederland

1. heeft voldaan aan de kwalificatie-eisen zoals vastgesteld door het IOC in overleg met de FIG

2. heeft voldaan aan de kwalificatie-eisen zoals vastgesteld door NOC*NSF

(…)

Voordracht aan NOC*NSF bij landenplaats

1. één turnster heeft voldaan aan de NOC*NSF en FIG norm: Deze turnster wordt voorgedragen aan NOC*NSF

2. twee of meer turnsters hebben voldaan aan de NOC*NSF norm: De voordracht wordt vastgesteld door de topsportmanager van de KNGU op basis van een voordracht van de selectiecommissie bestaande uit de KNGU coach(es), internationaal jurylid en consulent topsport.

De selectie vindt plaats op basis van:

a. Kans op een medaille

De selectiecommissie kan de behaalde resultaten van afgelopen WK’s, EK’s, Testevent en World Cups meenemen in de totstandkoming van haar voordracht, evenals de resultaten van door de KNGU georganiseerde trainingtests en een analyse van het deelnemersveld.

Meest recente resultaten tellen zwaarder dan resultaten langer geleden.

De selectiecommissie doet haar voordracht uiterlijk 1 maand na het Testevent 2012.

(…)”

2.7. Céline heeft tijdens het WK 2011 een wortelvoetbeentje gebroken en daardoor enige tijd niet kunnen turnen. Zij heeft daartoor ook niet kunnen deelnemen aan het Testevent in Londen.

2.8. De KNGU heeft Wyomi Masela (hierna: Wyomi) bij NOC*NSF voorgedragen als deelneemster aan de Olympische Spelen en Céline als reserve.

2.9. Op 3 februari 2012 heeft de KNGU door middel van een persbericht kenbaar gemaakt dat Wyomi is geselecteerd om aan NOC*NSF te worden voorgedragen als deelnemer aan de Olympische Spelen. In het persbericht wordt onder meer vermeld:

“ (…)

Ad Roskam, de topsportmanager a.i. van de KNGU, heeft de sporters geselecteerd die aan NOC*NSF zullen worden voorgedragen als deelnemer aan de Olympische Spelen van Londen: bij de heren Epke Zonderland en bij de dames Wyomi Masela. Jeffrey Wammes en Céline van Gerner worden voorgedragen als reserve, zij hebben eveneens aan de kwalificatie-eis van NOC*NSF voldaan.

(…)

Dames

Bij de dames wordt Wyomi Masela voorgedragen als deelneemster en Céline van Gerner als reserve. In de keuze bij de turnsters heeft het scoreniveau op het WK en het Testevent de doorslag gegeven. Net zoals bij de heren heeft hier de laatste mondiale krachtmeting, het WK in Tokyo 2011, als referentie gediend. Hierin scoort Wyomi Masela een 9e plaats (op sprong) terwijl Céline van Gerner een 12e positie (op balk) inneemt. Een aanvullende overweging is de inschatting op basis van voorgaande Olympische Spelen, dat het deelnemersveld op het toestel sprong minder ‘dicht’ bezet is dan op de overige toestellen die meer het domein van Céline zijn. In een 5-3-3 format (deelnemers per team, deelnemers per toestel, meetellende scores voor het teamresultaat) zullen landenteams minder snel geneigd zijn een sprongspecialist pur sang in te zetten. Hoewel er niet direct zicht is op een medaille zijn de perspectieven voor een finaleplaats zeer reëel.

Op basis van aanvullend intensief overleg met NOC*NSF is komen vast te staan dat vormbehoud toch uitsluitend getoond kan worden op het toestel waarop aan de kwalificatie-eis is voldaan. Derhalve dienen Epke Zonderland (rek) en reserve Céline van Gerner (balk) op één van de World Cups of Challenger Cup-wedstrijden dan wel het EK vormbehoud te tonen door aan de daarvoor opgestelde normscore te voldoen (geschoonde top 16 score van het WK 2011 in Tokyo) Voor Epke betekent dit 14.500 op rek en voor Céline 14.166 op balk.

2.10. Bij brief van 14 februari 2012 heeft de KNGU aan NOC*NSF onder meer het volgende medegedeeld:

“(…) De internationale turnbond FIG heeft twee kwalificatiewedstrijden aangewezen voor de Olympische Spelen, te weten de WK in oktober 2011 en het Testevent in januari 2012.

Na het Testevent heeft de FIG bekend gemaakt welke landen c.q. sporters in aanmerking komen voor deelname aan de Olympische Spelen 2012. Bij de dames betrof dit één ticket waarvoor de KNGU óf Céline van Gerner óf Wyomi Masela in aanmerking kan laten komen.

Na toepassing van de in het sjabloon opgenomen regels en eisen, dient de interne procedure tot aanwijzing van de KNGU tot aanwijzing van die sporters te komen die aan zowel de eisen van de internationale federatie, als de eisen van NOC*NSF hebben voldaan.

De interne selectieprocedure heeft geleid tot de keuze voor Wyomi Masela.

De Algemene uitgangspunten schrijven voor dat een sporter slechts dan kan worden voorgedragen als ook voldaan is aan de vormbehoud-eis.

(…)”

2.11. Bij brief van 1 maart 2012 heeft NOC*NSF de KNGU medegedeeld dat zij heeft besloten de voordracht van de KNGU over te nemen en de kwalificatie toe te kennen aan Wyomi.

2.12. Bij e-mailbericht en brief van 7 maart 2012 is namens Céline aan de KNGU verzocht om de beslissing tot voordracht van te herzien en te wachten met een voordracht tot na de wedstrijden die ingevolge het sjabloon turnen nog kunnen meetellen voor het aantonen van vormbehoud.

2.13. De KNGU is daartoe niet overgegaan en heeft in een e-mailbericht van 14 maart 2012 alsmede bij brief van 15 maart 2012 haar standpunt als volgt toegelicht:

“(…) De beslissing om Wyomi Masela namens de KNGU voor te dragen aan NOC*NSF voor uitzending naar de Olympische Spelen is op 3 februari jl. genomen door de topsportmanager a.i. van de KNGU, Ad Roskam, na advies van een daartoe ingestelde selectiecommissie. Voorwaarde voor het kunnen aanwijzen van Wyomi Masela op basis van de interne procedure van de KNGU was het voldaan hebben aan de eisen van de internationale federatie en die van NOC*NSF. Wyomi Masela heeft tijdens het zgn. Testevent in Londen (januari 2012) voldaan aan de kwalificatie-eisen van NOC*NSF en zich daarmee rechtstreeks gekwalificeerd voor de Olympische Spelen.

Anders dan in de situatie bij de mannen waarin de KNGU aan NOC*NSF had laten weten voornemens te zijn Epke Zonderland voor te dragen onder voorbehoud van het tonen van vormbehoud, heeft de door de KNGU voorgedragen turnster, i.c. Wyomi Masela, al vormbehoud getoond tijdens het eerder genoemde Testevent. Daarmee was aan alle formele voorwaarden voor het doen van een voordracht voldaan in tegenstelling tot de voordracht bij de mannen die eerst kan plaatsvinden nadat de door de KNGU beoogde sporter voldaan heeft aan de eisen van vormbehoud; en dat alles op basis van een gemotiveerde beslissing. Er is derhalve geen sprake geweest van een premature voordracht. (…)”

3. Het geschil

3.1. Van Gerner vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. de KNGU zal veroordelen tot intrekking van de voordracht van Wyomi Masela voor deelname aan de Olympische Spelen 2012 te Londen;

2. zal bepalen dat de KNGU haar voordracht eerst zal doen na afwikkeling van de wedstrijden die in het sjabloon turnen als kwalificatiemomenten zijn aangeduid en dat, in geval dat Céline in één van die wedstrijden wel vormbehoud toont, de KNGU een gemotiveerde keuze dient te maken tussen beide sporters aan de hand van het beslissingskader zoals dat is opgenomen in haar Selectieprocedure Olympische Spelen 2012;

een en ander op straffe van een dwangsom van EUR 500,00 per dag voor iedere dag dat de KNGU na betekening van het te wijzen vonnis geen gevolg geeft aan dit vonnis;

3. de KNGU zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. Van Gerner heeft aan zijn primaire vordering ten grondslag gelegd dat de beslissing van de KNGU om niet Céline maar Wyomi af te vaardigen naar de Olympische Spelen prematuur moet worden geacht omdat er nog wedstrijden volgen waarop vormbehoud kan worden getoond door Céline. Eerst na afwikkeling van de wedstrijden die in het sjabloon turnen als kwalificatiemomenten zijn aangeduid zal de voordracht door de KNGU kunnen plaatsvinden op basis van een gemotiveerde keuze tussen beide turnsters.

Verder stelt Van Gerner dat de beslissing van de KNGU om Wyomi voor te dragen niet als redelijk kan worden aangemerkt omdat over de recente, langere termijn de resultaten van Céline beter zijn geweest dan die van Wyomi.

3.3. De KNGU voert als verweer dat bij het maken van de keuze tussen Wyomi en Céline de selectieregels correct zijn toegepast en dat zij in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om Wyomi voor deelname aan de Olympische Spelen voor te dragen. De KNGU heeft verklaard dat Wyomi aan alle kwalificatie-eisen heeft voldaan, waardoor is voldaan aan alle formele voorwaarden voor het doen van een voordracht. Het gegeven dat Céline nog vormbehoud dient te tonen in de daarvoor aangewezen toernooien is bij de voordrachtskeuze niet bepalend geweest. De beslissing omtrent een voordracht diende immers op grond van de interne selectieprocedure te worden genomen binnen een maand na het Testevent in Londen. Peildatum was derhalve 31 januari 2012 en de afweging op dat moment heeft geleid tot een gemotiveerde keuze voor Wyomi, waarbij de vraag of Céline op dat moment wel of geen vormbehoud had getoond niet ter zake deed. De KNGU heeft gesteld dat zij een gemotiveerde keuze heeft gemaakt tussen beide turnsters aan de hand van het beslissingskader zoals dat is opgenomen in haar interne selectieprocedure.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Beide partijen zijn het er over eens dat slechts die turnster Nederland op de komende Olympische spelen mag vertegenwoordigen, die heeft voldaan aan de kwalificatie-eis van het NOC*NSF. Kwalificatie is slechts mogelijk op basis van prestatie volgens de vastgestelde norm, waarna nog vaststelling van vormbehoud plaatsvindt (zie vaststaande feiten onder 2.5.).

Tussen partijen staat vast dat Céline op het onderdeel balk tijdens de WK te Tokio in 2011 een prestatie heeft geleverd volgens de vastgestelde norm. Wyomi heeft die prestatie behaald op het onderdeel sprong tijdens het Testevent te Londen in 2012. Omdat Wyomi dit resultaat in 2012 realiseerde, hoeft zij geen vormbehoud meer te tonen. Céline daarentegen moet, omdat zij in 2011 de vereiste prestatie heeft geleverd, tijdens één van de daartoe in het sjabloon turnen aangewezen wedstrijden nog vormbehoud laten zien op het onderdeel balk.

4.2. Van Gerner stelt zich op het standpunt dat de voordracht van de KNGU prematuur is omdat de KNGU eerst na afronding van de voor kwalificatie en vormbehoud aangewezen wedstrijden tot een keuze tussen beide turnsters kan komen.

De KNGU weerspreekt die stelling en is van mening dat zij op terechte gronden Wyomi heeft voorgedragen, aangezien zij op het moment dat zij de beslissing uiterlijk diende te nemen (één maand na het Testevent) aan alle formele voorwaarden had voldaan en de keuze van de KNGU na een afweging volgens de regels van de interne selectieprocedure is gevallen op Wyomi.

4.3. Bij de beantwoording van de vragen die in dit verband rijzen, zal uitleg gegeven moeten worden aan de door NOC*NSF, de FIG en de KNGU vastgestelde regelingen (zie vaststaande feiten onder 2.5. en 2.6). Aangezien Céline en deels ook de KNGU bij de vaststelling van die regelingen niet (rechtstreeks) betrokken zijn geweest, geldt als uitgangspunt dat de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin die regelingen zijn gesteld en de eventueel daarbij gegeven schriftelijke toelichting van doorslaggevende betekenis zijn. Aan de bedoelingen van de opstellers van deze regelingen dient te worden voorbijgegaan, voor zover althans die bedoelingen niet uit de regelingen zelf en de daarbij behorende schriftelijke toelichting kenbaar zijn. Bij de uitleg wordt acht geslagen op de betekenis die de gebruikte bewoordingen in de betreffende maatschappelijke kring normaal gesproken hebben, op de elders in die regelingen gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties leiden.

4.4. De KNGU heeft in haar selectieprocedure opgenomen dat de selectiecommissie haar voordracht uiterlijk één maand na het Testevent 2012 dient te doen (zie vaststaande feiten onder 2.6.). Deze door de KNGU in haar eigen selectieprocedure vastgestelde subregel verdraagt zich echter niet met de uitgangspunten in het sjabloon turnen, waarin immers ook een aantal nog te organiseren wedstrijden wordt aangewezen voor het aantonen van vormbehoud. Bij deze kennelijke inconsistentie in de geldende regels dient rechtens te worden uitgegaan van de “hogere” regels uit de Algemene Uitgangspunten van NOC*NSF en het sjabloon turnen van het IOC en de FIG in plaats van de “lagere” regel, die de KNGU ter uitwerking daarvan heeft opgesteld. In de Algemene Uitgangspunten en het sjabloon turnen is voor de voordracht geen termijn gesteld die is verbonden met het Testevent 2012. Weliswaar is in artikel 2.6 van de algemene uitgangspunten opgenomen dat een ‘tijdige aanwijzing, gericht op een optimale voorbereiding op de Olympische Spelen te allen tijde het uitgangspunt is bij de voordracht’, maar een termijn van vier weken na het Testevent 2012 strookt niet met het bepaalde in artikel 2.2.2 van het Reglement Normen en Limieten, waarin is vastgelegd dat NOC*NSF het besluit tot kwalificatie pas neemt nadat de nominatiebeslissing is genomen en is vastgesteld dat vormbehoud is getoond. Aangezien er nog toernooien zullen volgen waarop dit vormbehoud kan worden getoond, kan de KNGU thans nog geen voordracht doen. Die voordracht kan pas worden gedaan, nadat de resultaten van de nog te organiseren wedstrijden bekend zijn geworden en in het geval naast Wyomi ook Céline voor kwalificatie in aanmerking komt. Er zal alsdan een keuze gemaakt moeten worden tussen beide sporters aan de hand van de interne selectieprocedure van de KNGU.

Dit klemt overigens te meer nu de KNGU ter zitting met zoveel woorden heeft erkend dat in geen enkele regel is bepaald dat ‘wie het eerst, komt het eerst maalt’ en terecht. In het sjabloon turnen (zie vaststaande feiten onder 2.5) is immers niet alleen het Testevent in Londen, maar ook het EK en de World/Challenger Cup-wedstrijden aangewezen als evenementen om vormbehoud aan te tonen, zonder dat sprake is van enige rangorde tussen die toernooien.

4.5. Geconcludeerd wordt dan ook dat de KNGU veroordeeld dient te worden tot intrekking van haar voorbarige beslissing waarbij zij Wyomi heeft voorgedragen voor deelname aan de Olympische Spelen in Londen.

Ingevolge voormelde regelgeving zal de voordracht eerst kunnen plaatsvinden nadat Céline in één van de in het sjabloon turnen als kwalificatiemomenten aangeduide wedstrijden vormbehoud heeft getoond op het onderdeel balk. In geval Céline in geen van die wedstrijden vormbehoud heeft getoond, zal Wyomi dienen te worden voorgedragen. In geval dat Céline wel vormbehoud heeft getoond, zal een gemotiveerde keuze dienen te worden gemaakt tussen beide sporters aan de hand van het beslissingskader zoals dat is opgenomen in de interne selectieprocedure van de KNGU.

Op grond van die interne selectieprocedure zal, in geval beide turnsters hebben voldaan aan de NOC*NFS norm een selectie plaats dienen te vinden op basis van de kans op een medaille. In de interne selectieprocedure is dienaangaande bepaald dat bij die afweging de behaalde resultaten van de aflopen wereldkampioenschappen, Europese Kampioenschappen, Testevent en World Cups kunnen worden meegenomen, evenals de resultaten van door de KNGU georganiseerde trainingstests en een analyse van het deelnemersveld, waarbij de meest recente resultaten zwaarder zullen tellen dan resultaten van langer geleden.

4.6. Ter nuancering van vorenstaande conclusie zij overigens overwogen dat, uitsluitend bezien vanuit de tot dusver door beide turnsters behaalde resultaten, niet gezegd kan worden dat de KNGU in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de kans op het behalen van een medaille in het geval van Wyomi groter is dan bij Céline, ook al is op een deze inschatting altijd wel iets af te dingen. De KNGU heeft haar beslissing voorzien van een inzichtelijke motivering, die de genomen beslissing kan dragen. Daaraan doet niet af dat Van Gerner zelf tot een ander oordeel komt. De KNGU heeft door de samenstelling van de selectiecommissie en de aangereikte beslissingskaders er in voldoende mate voor zorg gedragen dat de keuze niet op basis van louter subjectieve voorkeuren voor een bepaalde persoon gemaakt kan en zal worden.

4.7. Het gegeven dat NOC*NSF de voordracht van de KNGU reeds heeft overgenomen leidt niet tot een ander oordeel. In deze zaak staat immers niet de beslissing van NOC*NSF ter discussie, maar de voordracht van de KNGU.

4.8. Gelet op de proceshouding van de KNGU, zal het opleggen van dwangsommen achterwege blijven.

4.9. De KNGU zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Van Gerner worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,64

- griffierecht 73,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 979,64

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt de KNGU om de voordracht van Wyomi Masela voor deelname aan de Olympische Spelen 2012 te Londen in te trekken;

5.2. bepaalt dat de KNGU haar voordracht eerst zal doen na afwikkeling van de wedstrijden die in het sjabloon turnen als kwalificatiemomenten zijn aangeduid, met dien verstande dat, in het geval dat Céline in één van die wedstrijden vormbehoud toont, de KNGU een keuze dient te maken tussen beide sporters aan de hand van het beslissingskader zoals dat is opgenomen in haar Selectieprocedure Olympische Spelen 2012;

5.3. veroordeelt de KNGU in de proceskosten, aan de zijde van Van Gerner tot op heden begroot op EUR 979,64;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2012.