Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW2960

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
06/940421-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte krijgt voor het uitlokken van een door hem 'als grap bedoelde' overval op een winkel op 3 oktober 2011 een aanzienlijke gevangenisstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940421-11

Uitspraak d.d. 17 april 2012

Tegenspraak / dip - oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats op 1992],

wonende te [plaats, adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Berg te Arnhem Noord.

Raadsman: mr. Fleuren, advocaat te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 januari 2012 en 3 april 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting is gewijzigd (wijzigingen zijn cursief aangegeven) is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

[Medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] op of omstreeks 03 oktober 2011 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [medewerkster winkel] en/of [verdachte] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer EURO 3.200,00), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[winkel] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

[Medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s)

-met gezichtsbedekkende kleding (capuchon en/of zakdoek) het pand van [winkel] is/zijn binnengedrongen/binnengegaan en/of

-(vervolgens) tegen die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Geld" en/of "Dit is een overval" en/of

-(vervolgens/daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben gericht en/of aan die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben getoond,

welk feit hij -verdachte- op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2011 tot en met 03 oktober 2011, te Brummen en/of Zutphen en/of Warnsveld en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen,

immers heeft hij -verdachte- in voornoemde periode aldaar

-die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] benaderd met het plan om de [winkel] (zijnde het bedrijf waar hij -verdachte- werkzaam is) te overvallen en/of

-met die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] afgesproken op welke datum en/of op welk tijdstip en/of op welke wijze de overval zou moeten plaatsvinden en/of -(vervolgens) die [medeverdachte A] twee messen geleverd en/of

-die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] een (deel van de) buit (zijnde een bedrag

van ongeveer EURO 500,00 per persoon) in het vooruitzicht gesteld;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

subsidiair:

[Medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] op of omstreeks 03 oktober 2011 te Apeldoorn,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een geldbedrag (van ongeveer EURO 3.200,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [medewerkster winkel] en/of [winkel] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan ent of vergezeld ent of gevolgd van geweld ent of bedreiging met geweld tegen [medewerkster winkel] en/of [verdachte], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

[Medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of zijn/hun mededader(s)

-met gezichtsbedekkende kleding (capuchon en/of zakdoek) het pand van [winkel] is/zijn binnengedrongen/binnengegaan en/of

-(vervolgens) tegen die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben geroepen/gezegd: "Geld" en/of "Dit is een overval" en/of

-(vervolgens/daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben gericht en/of aan die [medewerkster winkel] en/of die [verdachte] heeft/hebben getoond,

welk feit hij -verdachte- op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 0l september 2011 tot en met 03 oktober 2011, te Brummen en/of Zutphen en/of Warnsveld en/of Apeldoorn, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen,

immers heeft hij -verdachte- in voornoemde periode aldaar

-die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] benaderd met het plan om de [winkel] (zijnde het bedrijf waar hij -verdachte- werkzaam is) te overvallen en/of

-met die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] afgesproken op welke datum en/of op welk tijdstip en/of op welke wijze de overval zou moeten plaatsvinden en/of

-(vervolgens) die [medeverdachte A] twee messen geleverd en/of

-die [medeverdachte A] en/of die [medeverdachte B] een (deel van de) buit (zijnde een bedrag van ongeveer EURO 500,00 per persoon) in het vooruitzicht gesteld;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 03 oktober 2011 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een geldbedrag (ongeveer EURO 3.200,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders), welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf (te weten in verband met zijn functie als bedrijfsleider van [winkel] B.V.), onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub I Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 03 oktober 2011 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[medewerkster winkel] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader opzettelijk dreigend een

mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp op die [medewerkster winkel] gericht en/of aan

die [medewerkster winkel] getoond,

althans handelingen van gelijke dreigende aard of strekking;

artikel 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 05 oktober 2011 te Apeldoorn,

een of meer wapens van categorie I, onder 3, te weten meerdere, althans een

boksbeugel(s) (twee stuks) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 3 oktober 2011, omstreeks 18.15 uur, vond er bij de [winkel], gevestigd aan het Korianderplein 9 te Apeldoorn een overval plaats, waarbij de daders twee personeelsleden met messen hadden bedreigd en hen daarmee dwong tot afgifte van geld. De daders waren weggereden met een zwarte Peugeot. Naar aanleiding van de overval werd door meerdere surveillance-eenheden uitgekeken naar de daders en hun voertuig. Korte tijd later zag een politieagent de zwarte Peugeot met twee inzittenden in Apeldoorn rijden. De inzittenden, [medeverdachte B] en [medeverdachte A], werden staande gehouden en in het voertuig werd een tas aangetroffen met daarin (zo wees later onderzoek uit) het weggenomen geld, twee messen en vermommingen, die bij de overval waren gebruikt. Hierop werden [medeverdachte B] en [medeverdachte A] aangehouden2. Naar aanleiding van de verhoren van [medeverdachte B] en Kosteloos werd verdachte aangehouden3.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde uitlokking van een overval (gekwalificeerd als afpersing) en van het onder 2 ten laste gelegde verboden wapenbezit. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er een bewezenverklaring kan volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Aangezien verdachte de feiten onder 1 primair en 2 duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, zal in dit vonnis worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Verdachte heeft ter terechtzitting4 ten aanzien van de bedoelde feiten bekennende verklaringen afgelegd. Daarnaast zijn voor het bewijs voorhanden de aangifte van [medewerkster winkel]5, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte B]6, de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte A]7 en de bevindingen van verbalisanten8.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

[Medeverdachte A] en [medeverdachte B] op 3 oktober 2011 te Apeldoorn met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [medewerkster winkel] hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer euro 3.200,00), toebehorende aan [winkel] B.V., welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

[Medeverdachte A] en [medeverdachte B]

-met gezichtsbedekkende kleding (capuchon en/of zakdoek) het pand van [winkel] zijn binnengegaan en

-vervolgens tegen die [medewerkster winkel] en [verdachte] hebben geroepen/gezegd: "Geld" en

-vervolgens/daarbij een mes op die [medewerkster winkel] hebben gericht en aan die [medewerkster winkel] en die [verdachte] hebben getoond,

welk feit hij -verdachte- op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 3 oktober 2011, te Brummen en/of Zutphen en/of Warnsveld en/of Apeldoorn, opzettelijk heeft uitgelokt door het verschaffen van gelegenheid en middelen en inlichtingen, immers heeft hij -verdachte- in voornoemde periode aldaar

-die [medeverdachte A] en die [medeverdachte B] benaderd met het plan om de [winkel] (zijnde het bedrijf waar hij -verdachte- werkzaam is) te overvallen en

-met die [medeverdachte A] en die [medeverdachte B] afgesproken op welke datum en op welk tijdstip en op welke wijze de overval zou moeten plaatsvinden en

-(vervolgens) die [medeverdachte A] twee messen geleverd en

-die [medeverdachte A] en die [medeverdachte B] een deel van de buit (zijnde een bedrag van ongeveer euro 500,00 per persoon) in het vooruitzicht gesteld;

2.

hij op 5 oktober 2011 te Apeldoorn wapens van categorie I, onder 3, te weten meerdere

boksbeugels (twee stuks) voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 primair: opzettelijk uitlokken van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport gedateerd 22 maart 2012 opgemaakt door de

gezondheidszorgpsycholoog drs. T. 't Hoen. Door deze psycholoog is geconcludeerd dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een aanpassingsstoornis met depressieve stemming en een kwetsbare persoonlijkheidsconstellatie met een schreefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling en dat verdachte vanuit gedragskundig oogpunt enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een behandelverplichting bij Kairos, zolang de reclassering dat nodig acht.

De officier van justitie heeft bij zijn strafeis rekening gehouden met de ernstige inbreuk die dit soort overvallen hebben op de rechtsorde en de grote impact die deze overval heeft gehad op mevrouw [medewerkster winkel] als direct betrokkene. Verdachte heeft deze overval beraamd en uitgelokt, nota bene een overval bij zijn eigen werkgever. Verdachte heeft dusdoende het door de werkgever in hem gestelde vertrouwen ten diepste beschaamd. Verdachte is de initiatiefnemer geweest voor deze overval.

Gezien de feitelijke gang van zaken voorafgaand aan de overval en verdachte de initiatiefnemer geweest voor deze overval, komt hem een zwaardere straf toe dan de feitelijke plegers van de overval. In zijn eis heeft de officier verder betrokken dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Ten voordele van verdachte heeft de officier laten wegen dat verdachte nauwelijks een strafblad heeft en reeds in detentie is begonnen met een behandeling bij Kairos.

De raadsman heeft bepleit dat het door de officier van justitie voorgestelde onvoorwaardelijke strafdeel zal worden gematigd en deels zal worden vervangen door een werkstraf. Daarnaast kan een voorwaardelijke straf worden opgelegd, maar een behandelingsverplichting bij Kairos lijkt, gelet op de andersoortige problematiek van verdachte dan bij de gebruikelijke doelgroep voor Kairos, te zwaar ingezet. Een behandelverplichting kan in dat opzicht beter ter beoordeling van de reclassering worden gelaten. De officier legt het accent te veel bij verdachte, terwijl gelet op de hele toedracht alle drie verdachten een gelijkelijk aandeel bij de overval hebben gehad. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met het nagenoeg blanco strafblad van verdachte, verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht en de kans op herhaling door de psycholoog als matig wordt ingeschat. Voorts in het bijzonder met de jeugdige leeftijd van verdachte, mede met het oog op de straf die aan de minderjarige medeverdachte [medeverdachte A] is opgelegd.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is de initiatiefnemer geweest tot het plegen van een overval, nota bene op een filiaal van de [winkel] in Apeldoorn waar hij zelf werkzaam was. Hij heeft deze overval samen met zijn mededaders in scene gezet. De mededaders [medeverdachte A] en [medeverdachte B] hebben de overval feitelijk uitgevoerd op een moment dat verdachte daar zelf met een collega werkzaam was.

Onder bedreiging van de door verdachte ter beschikking gestelde messen werd een medewerkster van de winkel, mevrouw [medewerkster winkel], gedwongen tot afgifte van geld.

Verdachte heeft met zijn handelwijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid van zijn collega, het slachtoffer.

Een dergelijke overval behoort tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke overvallen daarvan veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Verdachte en zijn mededaders hebben zich niets gelegen laten liggen aan de mogelijke ernstige gevolgen die dergelijk handelen voor een potentieel slachtoffer kan hebben. De impact van deze overval op mevrouw [medewerkster winkel] is, zoals ook blijkt uit de toelichting op haar vordering, aanzienlijk geweest. Daarbij speelt ook een rol dat haar collega, verdachte, achter deze overval bleek te zitten, hetgeen haar vertrouwen in mensen in het algemeen een gevoelige deuk heeft gegeven.

Verdachte heeft aangegeven dat het aanvankelijk als een "grap" is begonnen en hij niet had verwacht dat het tot een werkelijke uitvoering zou komen, maar daar hecht de rechtbank geen geloof aan gelet op de veelheid van initiatieven die verdachte heeft ontplooid.

Zo heeft verdachte actief gezocht naar (mede)plegers voor de overval. Wanneer iemand aangaf niet mee te willen doen, vroeg hij een ander om mee te doen. Verder heeft verdachte de bij de overval gebruikte messen ter beschikking gesteld en aangegeven hoe en wanneer de overval zou moeten plaatsvinden. Op maandagmiddag winkelsluitingstijdstip was het meeste geld aanwezig; op dinsdag werd het geld opgehaald.

Bovendien zijn er diverse momenten geweest om een daadwerkelijke uitvoering te voorkomen. Zo heeft verdachte op de maandagmiddag en aantal uren voor de overval nog een SMS-bericht ontvangen, waarin verdachte er op gewezen werd dat er veel politie op straat was. Ook heeft verdachte verklaard voordat hij het pand van [winkel] weer binnenging, [medeverdachte B] en [medeverdachte A] op straat had gezien.

Alleen al het feit dat verdachte aan zijn mededaders de gebruikte messen leverde maakt zijn verklaring over de "uit de hand gelopen grap" geheel ongeloofwaardig.

Op een dergelijk feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank dat hij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Ten positieve weegt ook dat verdachte inmiddels een behandeling ondergaat.

Door de reclassering (rapport 13 december 2011) is geadviseerd om aan een voorwaardelijk strafdeel en verplicht reclasseringscontact met bijzondere voorwaarden op te leggen (meldingsgebod en behandelverplichting bij een forensische polikliniek als Kairos of een soortgelijke instantie). Het recidiverisico wordt door de reclassering als laag gemiddeld ingeschat.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte als enigszins verminderd ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Uit het rapport van de psycholoog 't Hoen komt onder meer naar voren:

"Onderzoeker schat zonder passende hulpverlening c.q. begeleiding het risico op recidive als matig in. De kwetsbare persoonlijkheidsconstellatie zorgt over het algemeen voor

een patroon van gedragingen die invloed heeft op meerdere levensgebieden en wat het

risico om in probleemgedrag te vervallen vergroot. De impulscontrole en frustratietolerantie

zijn beperkt, hij heeft problemen om de consequenties van zijn gedrag voor zowel

zichzelf als anderen in voldoende mate te overzien, er is sprake van onvoldoende emotionele

wederkerigheid en de gewetensfunctie is lacunair. Zijn introspectief en zelfkritisch

vermogen zijn beperkt en er is een neiging tot bagatelliseren van zijn gedrag en externaliseren van zijn verantwoordelijkheden. Zijn copingvaardigheden zijn beperkt en hij is geneigd zichzelf te overschatten. Bovendien is hij nauwelijks in staat op een adequate

wijze met afwijzing, teleurstelling en krenking om te gaan. Het middelengebruik lijkt in

het verleden een belangrijke risicofactor te hebben gevormd, maar op dit moment lijkt

het middelengebruik (cannabis en alcohol) beperkt c.q. onder controle. Hij heeft financiële

problemen middels een schuld bij zijn ouders, waar hij zich echter weinig zorgen om

lijkt te maken ("zij vragen er niet meer om").

Eerdere hulpverlening heeft tot op heden nauwelijks enig effect gesorteerd en betrokkene

toonde zich hierbij weinig gemotiveerd. Hij stelt momenteel wel gemotiveerd te zijn

en zegt zijn les wel te hebben geleerd. Hij staat open voor hulpverlening, wat als een

(voorzichtig) positief gegeven dient te worden aangemerkt. Eveneens positief is het feit

dat betrokkene blijk geeft iets van zijn toekomst te willen maken en een opleiding/

cursus in de PI heeft gedaan."

Door de psycholoog wordt onder meer een forensisch poliklinische behandeling geadviseerd, alsmede een verplicht reclasseringstoezicht.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend bij de ernst van dit delict, de rol die verdachte daarin heeft gespeeld en de persoonsgerelateerde facetten zoals die uit de over verdachte uitgebrachte rapporten blijken.

De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gesteld. Aan de te stellen voorwaarden wordt een proeftijd van twee jaren gekoppeld.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [medewerkster winkel] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.000,00 (immateriële schade), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal kan worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte heeft ingestemd met de door de benadeelde partij gedane vordering en raadsman heeft geen bezwaar gemaakt tegen toewijzing van die vordering.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor deze schade - naar burgerlijk recht - hoofdelijk aansprakelijk. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 3 oktober 2011.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 47, 57, 91, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie, zoals deze golden ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 primair: opzettelijk uitlokken van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zevenentwintig maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot negen maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd en stelt een proeftijd vast van twee jaren;

* stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt. Dat houdt in elk geval het navolgende in:

* Meldplicht reclassering

dat veroordeelde zich (uiterlijk) na 5 werkdagen na het uitzitten van de onvoorwaardelijk opgelegde straf meldt bij de reclassering, Houtwal 16 te Zutphen;

* Behandelverplichting - Ambulante behandeling

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van een forensische polikliniek of een soortgelijke instelling op de tijden en plaatsen als door of namens die kliniek of instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn psychische problematiek als aangegeven in het rapport van de psycholoog drs. T. 't Hoen van 22 maart 2012;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [medewerkster winkel] van een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [medewerkster winkel] een bedrag te betalen van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2011, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Van der Hooft, voorzitter, Van Valderen en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 april 2012. Mr. Van der Hooft is buiten staat mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0620 2011 139 427 van de politie regio Noord- en Oost Gelderland, Regionale recherche, gesloten en ondertekend op 27 oktober 2011 door hoofdagent [hoofdagent].

2 (Stam)proces-verbaal, p. 6.

3 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 6, 9 en 10

4 Verklaring verdachte, proces-verbaal terechtzitting 3 april 2012

5 Proces-verbaal van aangifte [medewerkster winkel], doorgenummerde dossierpag. 114, 115, 116 en 120

6 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte B], doorgenummerde dossierpag. 63, 64, 65, 66 en 69

7 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte A], doorgenummerde dossierpag. 78, 79, 80, 81 en 84

8 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant]s, doorgenummerde dossierpag. 172 en 173