Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BW1489

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
10-04-2012
Zaaknummer
06/916402-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:7280, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor de ten laste gelegde overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Niet duidelijk is wat in de reguliere handel en met name bij het bedrijf van verdachte gebruikelijke hoeveelheden zijn en bij welke hoeveelheid verdachte rekening had moeten houden met de mogelijkheid van een verdachte transactie.

De rechtbank acht wel bewezen de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet, het voorhanden hebben van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet en het in voorraad hebben en te koop aanbieden van waren die voorzien zijn van de handelsnaam van een ander of het merk waarop een ander recht heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/916402-10

Uitspraak d.d.: 10 april 2012

Tegenspraak / dip/oip/oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte D],

geboren te [plaats op 1984],

wonende te [plaats, adres].

Raadsvrouw: mr. M. Hoekzema, advocaat te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 juli 2010, 9 november 2010 en 27 maart 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 13 april 2010

te Twello (gemeente Voorst), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

als marktdeelnemer, de bevoegde instanties opzettelijk niet in kennis heeft

gesteld van (een) voorval(len) met betrekking tot geregistreerde stoffen,

dat/die er op wijst/wijzen of kan wijzen, dat deze in de handel te brengen

geregistreerde stoffen wellicht misbruikt zullen worden voor de illegale

vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, hebbende hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s)

meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk een (grote) hoeveelheid zoutzuur en/of zwavelzuur en/of aceton

en/of tolueen verkocht en/of geleverd;

(De terminologie is gebruikt in de zin van de Wet voorkoming misbruik

chemicalien en de Verordening (EG) nummer 273/2004 van het Europees Parlement

en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren)

(art 2 onder a van de Wet voorkoming misbruik chemicalien jo art 8 lid 1 van

de EG-verordening nr. 273/2004)

art 4 lid 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën

2.

hij

op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen

in of omstreeks de periode van 01 mei 2006 tot en met 13 april 2010

te Twello, (gemeente Voorst) en/of Steenenkamer (gemeente Voorst), althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de

Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen van amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA

en/of cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of cocaine,

zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of

cocaine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te

bereiden en/of te bevorderen,

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te

plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij

behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen

had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van

dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

(al dan niet via (een) ander(en)):

- hardware/laboratoriumbenodigdheden (onder meer twee destillatieapparaten

en/of een vacuümcontroller en/of meerdere rondbodemkolven, - welke

voorwerp(en) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de

bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van MDMA en/of MDEA en/of MDA

en/of amfetamine en/of cocaïne en/of metamfetamine, in elk geval een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I -), voorhanden gehad en/of

verkocht en/of geleverd en/of besteld en/of

- (een) stof(fen), te weten (een) (grote) hoeveelheid/-heden aceton en/of

zoutzuur en/of zwavelzuur en/of mierenzuur en/of rode fosfor en/of jodium

en/of hexaan en/of methanol en/of formamide en/of natriumhydroxide en/of

wasbenzine (petroleum ether) en/of tolueen en/of fosforzuur en/of safrol (-

welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor

de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van MDMA en/of MDEA en/of

MDA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of metamfetamine, in elk geval een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I -) besteld en/of

vervoerd en/of opgeslagen en/of verpakt en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of gekocht en/of verkocht en/of

gefinancierd en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of

doen/laten bestellen en/of vervoeren en/of opslaan en/of verpakken en/of

bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of afleveren en/of verstrekken

en/of kopen en/of verkopen en/of financieren en/of ter beschikking stellen

en/of voorhanden hebben en/of

- een of meer bescheiden (inhoudende onder meer een beschrijving van het

productieproces van metamfetamine) voorhanden gehad en/of

- tot bovenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en

spandiensten verricht.

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op of omstreeks 27 oktober 2009 en/of 13 april 2010

te Twello, gemeente Voorst, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine

zijnde MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine (telkens) een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

4.

hij

in de periode van 01 november 2008 tot en met 27 oktober 2009

te Twello, gemeente Voorst, in elk geval in Nederland,

opzettelijk

waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had,

te weten

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 1] en/of

- shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 2] en/of

- sjaals en/of shirts en/of shorts en/of vesten en/of broeken en/of

ondergoed,voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 3] en/of

- parfums en/of shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 4] en/of

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 5] en/of

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 6] en/of

- shirts en/of vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 7] en/of

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 8] en/of

- tassen en/of spijkerbroeken en/of parfums en/of shirts en/of shorts en/of

ondergoed, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 9] en/of

- bloezen en/of jassen en/of spijkerbroeken en/of shirts en/of vesten,

voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 10] en/of

- vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 11] en/of

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 12]] en/of

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 13] en/of

- shirts en/of vesten en/of broeken, voorzien van de/het handelsnaam/merk

[merk 14] en/of

- schoenen, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 15] en/of

- shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 16] en/of

- shirts en/of vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 17]

en/of

- tassen, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 18] en/of

- spijkerbroeken en/of shirts en/of vesten, voorzien van de/het

handelsnaam/merk [merk 19]

in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden

art 337 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond d Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond e Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij

in of omstreeks 01 november 2008 tot en met 13 april 2010

te Twello, gemeente Voorst,, althans in Nederland,

opzettelijk

(een) voorwerp(en),

te weten een hoeveelheid kleding en/of schoenen en/of tassen en/of parfum,

waarin met inbreuk op het auteursrecht van (een) ander(en),

te weten

- [merk 1] B.V. en/of

- [naam A] B.V. en/of

- [merk 3] en/of

- [merk 4] en/of

- [merk 5] en/of

- [merk 6]. en/of

- [merk 7] S.p.A. en/of

- [naam b] Inc. En/of

- [naam C] en/of

- [naam D] En/of

- [merk 11] International Licensing N.V. en/of

- [merk 12]] S.p.A. en/of

- [merk 13] S.A. en/of

- [merk 13] S.A. en/of

- [merk 14] International Ltd. en/of

- [merk 16] Brands Ltd.

- [merk 17]. en/of

- [merk 18] S.A. en/of

- [naam E].,

en/of een of meer ander(en) werk(en), te weten (een) (nagemaakt)(e)) logo('s)

van [merk 1] en/of [merk 2] en/of [merk 3] en/of [[merk 4] en/of [merk 5] en/of [merk 6] en/of [merk 7] en/of [merk 8] en/of [merk 9] en/of

[merk 10] en/of [merk 11] en/of [merk 12]] en/of [merk 13] en/of [merk 13] en/of [merk 14]

en/of [merk 16] en/of [merk 17] en/of [merk 18] en/of [merk 19],

was vervat,

openlijk ter verspreiding heeft aangeboden;

art 31a ahf/ond a Auteurswet

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

In de periode van 1 mei 2006 tot en met 1 juli 2008 zijn door of namens [verdachte groothandel] (vof) bij monde van [medeverdachte A] diverse meldingen, bestellingen en informatieverzoeken gedaan met betrekking tot verschillende stoffen waarop de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (WVMC) en de Opiumwet van toepassing zijn2. Naar aanleiding van een aanvraag van [verdachte groothandel] voor een activiteitenvergunning voor de stof efedrine is op 17 juli 2007 een integriteitonderzoek ingesteld bij [verdachte groothandel]. Gesproken is met de heren [medeverdachte A] en [medeverdachte B]. [medeverdachte A] is tijdens het onderzoek onder andere voorgelicht over het mogelijke misbruik van de stof efedrine. Aan [medeverdachte A] zijn stukken uitgereikt, te weten de (EG) Verordeningen nr. 273/2004 en nr. 111/2005 en de contactgegevens van het meldpunt verdachte transacties chemicaliën van de FIOD-ECD. Mede naar aanleiding van het onderzoek is door [verdachte groothandel] afgezien van de transactie met de efedrine.

Tijdens diverse door de politie en Nationale Recherche ingestelde strafrechtelijke onderzoeken zijn op meerdere plaatsen in Nederland cocaïnewasserijen, een amfetaminelaboratorium en een productieplaats van metamfetamine aangetroffen3. Op al die locaties zijn chemicaliën aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met [verdachte groothandel] vof. Dit heeft geleid tot nader onderzoek, waarbij de verdenking rees dat verdachte, een van de vennoten van [verdachte groothandel] vof, zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en overtreding van de Opiumwet.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie betoogd dat verdachte in ieder geval vanaf 1 april 2008 als vennoot van [verdachte groothandel] vof is aan te merken als marktdeelnemer. Ook voor die tijd was verdachte aan te merken als marktdeelnemer nu hij sinds 2001 bij [verdachte groothandel] werkt, eerst als stagiair, daarna als vakantiekracht, vanaf 2004 als uitzendkracht en sinds 2006 in vaste loondienst. Verdachte was voordat hij vennoot werd een ervaren medewerker die zich bezig hield met de verkoop en inkoop van geregistreerde chemicaliën. De grote partij aceton in mei 2007, te weten 25 200-liter vaten heeft hij in ontvangst genomen. Daarnaast is in de computer in de woning van verdachte e-mailverkeer uit 2006 aangetroffen met medeverdachte [medeverdachte C] over de levering van rode fosfor. De officier van justitie meent dat verdachte door het verrichten van deze activiteiten ook voor 1 april 2008 kon worden aangemerkt als marktdeelnemer en dat hij verplicht was transacties met geregistreerde stoffen te melden.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie betoogd dat naast meldingsplichtige stoffen uit categorie 3 ook andere stoffen zijn geleverd waarvan, zeker in combinatie met de geregistreerde stoffen en in combinatie met elkaar, duidelijk was dat deze stoffen gebruikt zouden gaan worden voor de productie van middelen die staan vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Verder zijn bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [verdachte groothandel] op 27 oktober 2009 chemicaliën en laboratoriumbenodigdheden aangetroffen, die volgens de expert van het LFO zijn gebruikt bij dan wel zijn bestemd voor de omzetting van safrol naar PMK. Bij de doorzoeking van het bedrijfspand van [verdachte groothandel] op 13 april 2010 zijn opnieuw stoffen aangetroffen die worden gebruikt bij de productie of bewerking van drugs. De officier van justitie heeft verder betoogd dat op de computer van verdachte en in diens administratie beschrijvingen zijn gevonden van de productie van metamfetamine met behulp van de jood-fosformethode. Daarnaast zijn bij doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte C] omzettingsprocedurebeschrijvingen van safrol naar PMK aangetroffen die door verdachte zijn geschreven.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 heeft de officier van justitie betoogd dat bij de doorzoekingen op 27 oktober 2009 en/of 13 april 2010 op het terrein van [verdachte groothandel] vof kleine hoeveelheden stoffen zijn aangetroffen die voorkomen op lijst 1 van de Opiumwet en een grote hoeveelheid vervalste merkproducten.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van feit 1 heeft ze betoogd dat verdachte voor 1 april 2008 niet kan worden aangemerkt als marktdeelnemer omdat onvoldoende duidelijk is welke verantwoordelijkheden hij precies had en wanneer zijn functie als stagiair is overgegaan in een functie als verantwoordelijke en zelfstandig handelende werknemer. De raadsvrouw heeft verder naar voren gebracht dat uit het dossier kan worden afgeleid dat er regelmatig met medeverdachte [medeverdachte A] is gesproken over de richtlijnen betreffende verdachte transacties en dat aan hem informatie is verstrekt. Onvoldoende kan echter worden vastgesteld dat verdachte daar bij betrokken is geweest. Niet kan worden bewezen dat verdachte iets heeft geweten van de transacties met de goederen die op de tenlastelegging zijn opgenomen. Van opzet is geen sprake. Voorts is volgens de raadsvrouw geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering, zoals is vereist voor medeplegen, en kon [medeverdachte A] worden gezien als de aangewezen persoon om verdachte transacties te melden.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte de aanhangwagen die op 27 oktober 2009 is aangetroffen heeft gekocht zonder te weten wat daarin zat. Hoewel kan worden bewezen dat verdachte laboratoriumbenodigdheden voorhanden heeft gehad, kunnen voorbereidingshandelingen niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat de laboratoriumbenodigdheden daarvoor zouden worden gebruikt of eerder zijn gebruikt. Datzelfde geldt voor de in de tenlastelegging genoemde stoffen, nu de stoffen en transacties behoorden tot de normale bedrijfsvoering van [verdachte groothandel]. De raadsvrouw heeft verder betoogd dat verdachte beroepsmatig geïnteresseerd was in chemie en chemische processen en om die reden beschikte over beschrijvingen. Volgens de raadsvrouw kan ook niet worden bewezen dat verdachte tot de omschreven feiten opdracht heeft gegeven en/of hand- en spandiensten heeft verricht en is geen sprake geweest van opzet op het te plegen delict.

Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de middelen. De aanhangwagen bevatte goederen die voor de normale bedrijfsvoering van [verdachte groothandel] gebruikelijk zijn. Uit het uiterlijk van de goederen kon niet worden afgeleid dat deze goederen verboden middelen bevatten. Daar komt bij, aldus de raadsvrouw, dat verbalisant De Vrij in een aanvullend proces-verbaal van 2 november 2010 heeft gesteld dat het niet mogelijk is om de ouderdom van de aangetroffen chemicaliën te onderzoeken. Verder valt uit het dossier onvoldoende af te leiden welke stoffen het NFI heeft onderzocht, nu de in het rapport van het NFI genoemde SIN-nummers niet in het proces-verbaal van doorzoeking, noch in de lijst met in beslag genomen goederen voorkomen. Ook ten aanzien van de op 13 april 2010 in beslag genomen goederen meent de raadsvrouw dat er geen sprake is van opzet. Verdachte mocht erop vertrouwen dat de opgeslagen goederen goederen waren die tot de normale bedrijfsvoering behoorden en dus geen verboden middelen bevatten.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde kan worden bewezen vanaf 1 januari 2009.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

[verdachte groothandel] was vanaf 31 december 2004 een eenmanszaak met als bestuurder mevrouw [echtegenote medeverdachte A]. Vanaf 31 december 2007 was [verdachte groothandel] een eenmanszaak met als bestuurder medeverdachte [medeverdachte A]. Met ingang van 1 april 2008 werd [verdachte groothandel] een vennootschap onder firma. De vennoten waren verdachte en medeverdachte [medeverdachte A]. [verdachte groothandel] (vof) was een groothandel in laboratoriumartikelen, chemicaliën, kunstenaars- en restauratiematerialen. Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf 2006 bij [verdachte groothandel] in loondienst was, dat [medeverdachte A] tot en met april 2008 alleen verantwoordelijk was voor de inkopen en dat [medeverdachte A] en Van den Heuvel-[medeverdachte A] tot en met april 2008 verantwoordelijk waren voor de verkopen. Na april 2008 was hij medeverantwoordelijk daarvoor.

Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte in de periode van 2006 tot 1 april 2008 niet kan worden aangemerkt als marktdeelnemer namens [verdachte groothandel] nu onvoldoende duidelijk is welke verantwoordelijkheden hij precies had, mede gelet op het feit dat hij in een dienstbetrekking werkte en aannemelijk is dat hij in opdracht van [medeverdachte A] handelde.

Gelet hierop kan het ten laste gelegde met betrekking tot de periode van 1 mei 2006 tot 1 april 2008 niet worden bewezen en dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat verdachte vanaf 1 april 2008 wel samen met [medeverdachte A] kan worden aangemerkt als marktdeelnemer namens [verdachte groothandel] vof.

Ten aanzien van het zoutzuur, zwavelzuur, aceton en tolueen geleverd in de periode vanaf

1 april 2008 - de rechtbank merkt ten overvloede op dat de door de officier van justitie genoemde 5.000 liter aceton is geleverd in juni 2007 en dus buiten de bij verdachte bewezenverklaarde periode - overweegt de rechtbank dat uit het proces-verbaal niet kan worden afgeleid en dat ook overigens niet duidelijk is geworden, wat in de reguliere handel en met name ook bij [verdachte groothandel] gebruikelijke hoeveelheden zijn en bij welke hoeveelheid verdachte rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat het een verdachte transactie betrof. Voorts is niet gebleken dat verdachte uit de overige omstandigheden had moeten afleiden dat de transacties betreffende de genoemde stoffen verdacht waren, zodat hij ook ten aanzien van de periode vanaf 1 april 2008 dient te worden vrijgesproken.

Feit 2

[verdachte groothandel] was zoals eerder overwogen vanaf 31 december 2004 een eenmanszaak gevestigd te Twello met als bestuurder mevrouw [echtegenote medeverdachte A]4. Vanaf 31 december 2007 was [verdachte groothandel] een eenmanszaak met als bestuurder medeverdachte [medeverdachte A]. Met ingang van

1 april 2008 werd [verdachte groothandel] een vennootschap onder firma5. De vennoten waren verdachte en [medeverdachte A]. [verdachte groothandel]/[verdachte groothandel] vof was een groothandel in laboratoriumartikelen, chemicaliën, kunstenaars- en restauratiematerialen. [medeverdachte A] verzorgde over het algemeen de inkoop, terwijl verdachte meestal de zaken via internet regelde6. Beiden deden zij verkooptransacties7. [naam 1], die in loondienst van [verdachte groothandel] was, deed voornamelijk inpakwerk8.

Uit de administratie van [verdachte groothandel] komt naar voren dat er transacties zijn gedaan waarbij chemische stoffen zijn geleverd die kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging en/of bewerking van (synthetische) drugs. Zo is naar aanleiding van een e-mail van 19 februari 2007 een prijsopgave gedaan betreffende:

- vijf kilo bariumhydroxide;

- twintig liter fosforzuur;

- twee liter zwavelzuur;

- twintig kilo natriumhydroxide;

- twintig kilo kaliumhydroxide9.

Dit heeft geleid tot een bestelling die is gefactureerd op 20 februari 200710. Van bariumhydroxide is het mogelijk illegaal gebruik onbekend11. Fosforzuur kan worden gebruikt voor het kristalliseren van amfetamine en MDMA. Het mogelijk illegale gebruik van zwavelzuur betreft het kristalliseren van amfetamine en de extractie van cocaïne. Natriumhydroxide kan worden gebruikt voor de productie van amfetaminen en andere drugs en kaliumhydroxide kan worden gebruikt bij de omzetting van safrol in iso-safrol (ten behoeve van de productie van PMK) en voor de productie van LSD.

Verder blijkt uit de administratie van [verdachte groothandel] (vof) dat op 31 december 2008 de levering van 500 kilo rode fosfor en 500 kilo jodium dubbelgesublimeerd is gefactureerd12. Deze chemische stoffen kunnen worden gebruikt voor de productie van metamfetamine13.

Eveneens op 31 december 2008 is gefactureerd de levering van de volgende chemische stoffen14:

- 25 kilo calciumchloride;

- 25 kilo norit 3-5 mm;

- 200 liter ethylacetaat;

- 500 liter hexaan;

- 20 liter zoutzuur 35% p.a. rokend;

- 200 liter methanol.

Calciumchloride, Norit 3-5 mm en ethylacetaat kunnen worden gebruikt voor het wasproces van cocaïne15. Hexaan is een oplosmiddel en kan eveneens worden gebruikt voor het wasproces van cocaïne. Zoutzuur 36% p.a. rokend kan worden gebruikt voor het kristalliseren van metamfetamine, MDMA en cocaïne, en voor de productie van onder andere amfetamine en PMK. Methanol kan worden gebruikt voor het kristalliseren van amfetamine en is een oplosmiddel voor de productie van diverse drugs.

Verder is een levering van 5.000 liter aceton op 26 juni 200716 en een levering van 500 liter aceton op 31 december 200817 gefactureerd. Aceton kan worden gebruikt als oplosmiddel voor de productie van diverse drugs, en voor de omzetting van iso-safrol in PMK18.

Op de genoemde facturen van 26 juni 2007 en 31 december 2008 staat het debiteurennummer [nummer]. [medeverdachte A] heeft verklaard dat dit debiteurennummer hoort bij [medeverdachte C uit plaats]19.

Uit de administratie van [verdachte groothandel] vof blijkt bovendien dat [naam 4] Nederland B.V. op 1 september 2008 de levering van vijf keer 25 kilo natriumhydroxide mini-parels aan [verdachte groothandel] vof in rekening heeft gebracht20.

Op de achterzijde van een brief, gedateerd 15 december 2008, is een staffel gemaakt van een levering die naar de rechtbank aanneemt kennelijk in september heeft plaatsgevonden21. De bestelling betreft 500 liter aceton, 500 liter wasbenzine, 200 liter ammonia, 100 liter salp,

3 kilo norit, 100 liter zwavelzuur en 30 liter zoutzuur 36%.

In de administratie van [verdachte groothandel] vof is voorts aanwezig een order, gedateerd 20 maart 2009, betreffende de heer [naam 2]22. Het gaat om diverse laboratoriumartikelen en een aantal chemische stoffen, zoals ammoniumhydroxide 25%, tolueen, zoutzuur 36% p.a. rokend, aceton, natriumcarbonaat en zwavelzuur 96%.

Op 18 maart 2010 is een factuur opgemaakt op naam van [naam 3] voor de levering van

75 liter formamide, 20 liter zoutzuur 30% en 10 liter mierenzuur 85%23. [medeverdachte A] heeft hierover verklaard24 dat hij de bestelling heeft gedaan bij [naam 4] en dat de levering door [naam 4], factuur [nummer] in de bijlagen, gerelateerd is aan de levering aan [naam 3].

[medeverdachte A] heeft verder verklaard dat [medeverdachte C] regelmatig voor anderen in de aankoop van chemicaliën bemiddelde26. Ook [medeverdachte C] heeft verklaard dat hij een soort tussenhandelaar was27. Zo heeft een klant voor wie hij eerder stoffen had besteld en afgeleverd hem een lijstje met de stoffen calciumchloride, norit 3-5, ethylacetaat, hexaan, zoutzuur en methanol gegeven met het verzoek te informeren naar de prijs28. Het lijstje dat in het Spaans was, heeft hij vertaald en aan verdachte gegeven met het verzoek om een prijsopgave. Verdachte heeft de stoffen besteld. Tot een bestelling door zijn klant is het niet gekomen. De door verdachte bestelde stoffen stonden daarom tijdens de (eerste) doorzoeking op 27 oktober 2009 nog bij [verdachte groothandel] vof. Over de rode fosfor en jodium, bedoeld in de factuur in bijlage [nummer] heeft [medeverdachte C] verklaard dat hij een keer 50 kilo van beide stoffen bij [naam 5] heeft neergezet. De rode fosfor zat in een blauwe ton die hij in zijn eigen auto bij [verdachte groothandel] (vof) heeft opgehaald. Thuis heeft hij de rode fosfor overgepakt in een verhuisdoos. Ook het jodium dat was verpakt in een bananendoos heeft hij bij [verdachte groothandel] (vof) opgehaald. Beide dozen heeft hij naar [naam 5] gebracht. Van de partij rode fosfor en jodium heeft hij alleen de delen betaald die hij heeft opgehaald. Hij deed dat in opdracht van een Chinees-Nederlandse man uit [plaats] die er weer een koper voor had. Van de 500 kilo rode fosfor en 500 kilo jodium heeft hij zo'n 300 kilo geleverd aan deze Chinees-Nederlandse man. Volgens [medeverdachte C] gebruikte hij [verdachte groothandel] (vof) voor de opslag van stoffen30. Dit vindt bevestiging in de verklaring van [medeverdachte A] die eveneens heeft verklaard dat [medeverdachte C] [verdachte groothandel] (vof) gebruikte voor opslag31.

Over de bestelling van 5.000 liter aceton heeft [medeverdachte A] verklaard32 dat de bestelling is gedaan door [medeverdachte C uit plaats]. Uit de administratie van [verdachte groothandel] komt naar voren dat de leverancier [naam 8] B.V. de vaten op 30 mei 2007 heeft afgeleverd bij [verdachte groothandel]33. Verdachte heeft de op de vervoersbon staande handtekening herkend als zijnde zijn handtekening voor ontvangst van de goederen34. [medeverdachte C] heeft de 25 vaten met een vrachtwagen van een transportbedrijf opgehaald35.

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek hebben bij [verdachte groothandel] vof op het adres [adres te plaats] twee doorzoekingen plaatsgevonden. Op 27 oktober 2009 is in een unit op het terrein van [verdachte groothandel] vof een witte gesloten aanhangwagen aangetroffen met het kenteken

[kenteken]. Dit kenteken staat geregistreerd op naam van verdachte. De aanhangwagen is in beslag genomen37 en er is onderzoek gedaan naar de goederen die in de aanhanger waren geplaatst38. In de aanhanger zijn diverse laboratoriumbenodigdheden aangetroffen, waaronder:

- een doos met onder meer twee elektrische motoren van een Rotavapor (destillatieapparaat) (LS-1);

- een doos met onder meer een rondbodemkolf van vier liter en een verwarmingsplaat met roermotor (LS-3);

- een doos met een Rotavapor (vacuüm destillatieapparaat) merk "Büchi"type "R-200" met vacuümcontroller type "V-805" (LS-5);

- een doos met onder meer een verwarmingsplaat met roermotor (LS-8.4);

- een Rotavapor motor op standaard (LS-9);

- een doos met een vacuümpomp met bijbehorend glaswerk en slangen (LS-20);

- een verhuisdoos met onder meer een glazen maatbeker van 10 liter, een gebruikte rondbodemkolf van vier liter en een dikwandige vacuüm erlenmeyer van twee liter (LS-22);

- een doos met een glazen scheitrechter van twee liter, een glazen scheitrechter van één liter, een glazen bekerglas van één liter met hierin drie elektronische PH meters, een peervormige rondbodemkolf van twee liter voor gebruik met een Rotavapor, twee gebruikte koelers behorend bij een Rotavapor, een glazen koppelbuis voor een Rotavapor, een erlenmeyer van twee liter, een glazen gaswas fles, een glazen vacuümbeker van drie liter en een rvs-pan met rondbodemkolf van 250 milliliter (LS-25).

In de aanhangwagen is verder een aantal chemische stoffen aangetroffen, waaronder:

- een bruine fles van twee liter geheel gevuld met een heldere vloeistof en met op het etiket "Zwavelzuur 99 proc" (LS-14.1);

- een groene fles van één liter gevuld met 0,9 liter heldere vloeistof voorzien van een gedeeltelijk weggescheurd etiket van de firma [verdachte groothandel] met het opschrift "Mierenzuur geconcentreerd bestelnummer [nummer]" (LS-14.2);

- een groene fles van één liter geheel gevuld met een heldere vloeistof voorzien van een gedeeltelijk weggescheurd etiket van de firma [verdachte groothandel] met het opschrift "Waterstofperoxide 37% bestelnummer [nummer]" (LS-14.3);

- een witte kunststof jerrycan van vijf liter geheel gevuld met een heldere vloeistof, aan de bovenzijde voorzien van het opschrift "METHANOL" (LS-15.1);

- een witte kunststof jerrycan van vijf liter geheel gevuld met een zwakgele vloeistof, aan de zijkant voorzien van het opschrift "ACETONE" (LS-15.2).

Van de Rotavapor en van enkele andere goederen is een monster genomen en ter onderzoek opgestuurd naar het NFI. Na analyse van de monsters is gebleken dat39:

- het monster tissue, volgens opgave uit de uitgespoelde hals van rotavapor R-200, safrol bevatte;

- het monster bruine vloeistof, volgens opgave uit een bruine fles van twee liter, voornamelijk MDMA bevatte;

- het monster bruine vloeistof, volgens opgave uit een jampot, safrol bevatte;

- het monster donkergele vloeistof, volgens opgave uit een jampotje, amfetamine bevatte.

Bij de doorzoeking op het vestigingsadres van [verdachte groothandel] vof op 13 april 2010 zijn onder meer diverse jerrycans petroleum ether, een drum ammoniak, een fles parafine, twee flessen zoutzuur 36% en onbekende vloeistoffen aangetroffen40. Wederom zijn monsters genomen en opgestuurd naar het NFI. Na analyse is gebleken dat41:

- een monster lichtgele vloeistof met een geringe hoeveelheid bruin bezinksel metamfetamine bevatte;

- een monster gele vloeistof safrol bevatte;

- een monster gele zwak troebele vloeistof safrol bevatte;

- een monster donkerbuine bovenlaag op lichtbruine waterige onderlaag vloeistof safrol bevatte.

Op 13 april 2010 heeft tevens een doorzoeking plaatsgevonden op het adres [adres te plaats], het woonadres van medeverdachte [medeverdachte C]42. Bij deze doorzoeking zijn een procedurebeschrijving en een lijst met benodigdheden voor het productieproces van PMK aangetroffen43. Verdachte heeft verklaard dat hij de beschrijving kent44. Het handschrift van de procedurebeschrijving en de lijst met benodigdheden (betiteld als het betwiste handschrift) is vergeleken met pagina's uit verhoren waarop verdachte aantekeningen/verbeteringen heeft genoteerd en blaadjes met teksten waarover verdachte heeft verklaard dat het zijn handschrift is45. Voor het merendeel van het betwiste handschrift acht het NFI de bevindingen van het onderzoek zeer veel waarschijnlijker wanneer dit door verdachte is geproduceerd dan wanneer een willekeurige andere persoon de schrijver ervan is.

Bij de doorzoeking op het adres van [medeverdachte C] is onder meer ook een procedurebeschrijving in het Engels aangetroffen betreffende de omzeting van isosafrol naar MDP2P46. Verder is een e-mailbericht, gedateerd 25 november 2009, aangetroffen van [naam 6] aan [medeverdachte C], waarin een prijsopgave wordt gedaan van onder meer een rotary evaporator Type R5002K47.

De woning van verdachte, gelegen aan de [adres te plaats], is op

27 oktober 2009 doorzocht48. Bij de doorzoeking is onder meer in de administratie van verdachte een beschrijving aangetroffen betreffende de synthese van safrool49. Ook is in het Engels een beschrijving aangetroffen van een methode om metamfetamine te maken, waarbij onder andere rode fosfor en iodine worden genoemd50. Verder is een handgeschreven notitie aangetroffen met daarop laboratoriumartikelen en chemicaliën51. Bij de chemicaliën worden onder meer genoemd: rode fosfor, jodium, tolueen en natriumhydroxide.

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met anderen in de periode van 1 mei 2006 tot en met 13 april 2010 voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het overtreden van de Opiumwet. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat chemische stoffen zijn geleverd die kunnen worden gebruikt voor de productie of bewerking dan wel verwerking van drugs, waarbij [medeverdachte C] kan worden aangemerkt als een regelmatige klant. Zowel bij verdachte als bij [medeverdachte C] zijn beschrijvingen aangetroffen die wijzen op de productie van drugs. Daarnaast is het aannemelijk dat een bij [medeverdachte C] aangetroffen handgeschreven procedure, is geschreven door verdachte. Ook acht de rechtbank van belang dat bij [verdachte groothandel] vof een aanhangwagen met goederen is aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat hij die had gekocht. Op de aanhangwagen zat een kenteken dat op naam van verdachte stond. Op monsters genomen van goederen uit die aanhangwagen is vastgesteld dat deze safrol dan wel amfetamine dan wel metamfetamine bevatten. Gelet op het feit dat verdachte vanaf 1 april 2008 een van de vennoten was van verdachte, hij niet alleen als vennoot maar ook in de periode daaraan voorafgaand betrokken is geweest bij de in- en verkoop van chemische stoffen, hij de aanhangwagen met goederen die zich op het terrein van [verdachte groothandel] vof bevond had gekocht en verdachte gelet op de bij hem aangetroffen beschrijvingen kennis had van procedures voor de productie van drugs dan wel de bewerking daarvan, acht de rechtbank verdachte mede schuldig aan het ten laste gelegde.

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte de aanhangwagen heeft gekocht zonder te weten welke goederen daarin zaten overweegt de rechtbank dat dit niet aannemelijk is geworden. Voor zover daarvan al sprake zou zijn geweest dan komt dit voor rekening en risico van verdachte en had het op zijn weg gelegen zich direct na aankoop van de aanhangwagen van de goederen te ontdoen. De rechtbank verwerpt het verweer. De rechtbank verwerpt eveneens de overige verweren betreffende het onderhavige feit, nu uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen blijkt van kennis van chemische procedures alsmede van opzet op het gepleegde delict.

Alle bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, leiden ertoe dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet.

Feit 3

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek hebben bij [verdachte groothandel] vof op het adres [adres te plaats] twee doorzoekingen plaatsgevonden. Op 27 oktober 2009 is in een unit op het terrein van verdachte een witte gesloten aanhangwagen aangetroffen met het kenteken

[kenteken]. Dit kenteken staat geregistreerd op naam van verdachte. De aanhangwagen is in beslag genomen53 en er is onderzoek gedaan naar de goederen die in de aanhanger waren geplaatst54. In de aanhangwagen zijn laboratoriumbenodigdheden en chemische stoffen aangetroffen.

Van de in de aanhangwagen aangetroffen Rotavapor en van enkele andere goederen is een monster genomen en ter onderzoek opgestuurd naar het NFI. Na analyse van de monsters is gebleken dat55:

- het monster tissue, volgens opgave uit de uitgespoelde hals van rotavapor R-200, safrol bevatte;

- het monster bruine vloeistof, volgens opgave uit een bruine fles van twee liter, voornamelijk MDMA bevatte;

- het monster bruine vloeistof, volgens opgave uit een jampot, safrol bevatte;

- het monster donkergele vloeistof, volgens opgave uit een jampotje, amfetamine bevatte.

Verdachte heeft ten aanzien van de aanhangwagen verklaard56 dat er spullen zijn opgekocht om te bekijken en dat hij de transactie alleen heeft gedaan.

Bij de doorzoeking op 13 april 2010 op het adres van [verdachte groothandel] aan de [adres te plaats] zijn onder meer diverse jerrycans petroleum ether, een drum ammoniak, een fles parafine, twee flessen zoutzuur 36% en onbekende vloeistoffen aangetroffen57. Er zijn monsters genomen en opgestuurd naar het NFI. Na analyse is gebleken dat58:

- een monster lichtgele vloeistof met een geringe hoeveelheid bruin bezinksel metamfetamine bevatte;

- een monster gele vloeistof safrol bevatte;

- een monster gele zwak troebele vloeistof safrol bevatte;

- een monster donkerbuine bovenlaag op lichtbruine waterige onderlaag vloeistof safrol bevatte.

[medeverdachte A] heeft ten aanzien van de lijst in beslag genomen goederen betreffende de doorzoeking van [verdachte groothandel] op 13 april 2010 verklaard59 dat hij op die lijst geen chemicaliën zag die waren bestemd voor [medeverdachte C] en dat de in de units aangetroffen goederen van [verdachte groothandel] waren. Hij leidde dit af uit het feit dat verdachte hun magazijnmedewerker opdracht heeft gegeven om daar goederen in op te slaan. Verdachte heeft verklaard60 dat de aangetroffen chemicaliën niet van [verdachte groothandel] vof waren maar van een klant. Op verzoek van die klant zijn de chemicaliën in het bedrijf van [verdachte groothandel] opgeslagen. Deze klant heeft ook wel eens jerrycans chemicaliën teruggebracht. Verdachte beroept zich op zijn zwijgrecht op de vraag of werd gecontroleerd wat deze klant terugbracht.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde bewezen. De rechtbank neemt in dit verband in aanmerking dat de genoemde en in beslag genomen chemische stoffen zijn aangetroffen in een aanhangwagen waarvan aannemelijk is dat deze toebehoorde aan verdachte en in een unit op het bedrijventerrein van [verdachte groothandel] vof. Verdachte is één van de vennoten van [verdachte groothandel] vof en als zodanig medeverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van [verdachte groothandel] waaronder mede is te verstaan de opslag van stoffen op het terrein dan wel in de units op het terrein van [verdachte groothandel] vof. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer dat er geen sprake is geweest van opzet bij verdachte gelet op de gebezigde bewijsmiddelen. Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte er bij de in de unit opgeslagen goederen op mocht vertrouwen dat deze tot de normale bedrijfsvoering van [verdachte groothandel] vof behoorden, overweegt de rechtbank dat verdachte heeft verklaard dat deze goederen op verzoek van een klant waren opgeslagen bij [verdachte groothandel] vof. Het lag op de weg van verdachte om te controleren wat voor stoffen dit betrof en of daarbij stoffen waren die het bedrijf op grond van de wet niet voorhanden mocht hebben. De rechtbank verwerpt het verweer. Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw dat uit het dossier onvoldoende valt af te leiden welke stoffen het NFI heeft onderzocht, nu de in het rapport van het NFI genoemde SIN-nummers niet in het proces-verbaal van doorzoeking, noch in de lijst met in beslag genomen goederen voorkomen, overweegt de rechtbank dat wat er ook zij van die SIN-nummers, gesteld noch gebleken is dat hierdoor verwarring is ontstaan. Het verweer wordt verworpen.

Feit 4

De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit is gebaseerd op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 maart 2012, de aangifte door [naam 9] namens SNB-REACT U.A.61 en de lijst van in beslag genomen goederen62.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

2.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 mei 2006 tot en met 13 april 2010 te Twello, (gemeente Voorst) en Steenenkamer (gemeente Voorst), tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of cocaïne, zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of cocaïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te

bereiden en te bevorderen,

- anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen,

om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe middelen en inlichtingen te verschaffen en

- zich en/of een of meer anderen middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten

heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of

ernstige redenen had om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) telkens al dan niet via (een) ander(en):

- hardware/laboratoriumbenodigdheden (onder meer een destillatieapparaat en een

vacuümcontroller en meerdere rondbodemkolven, - welke voorwerpen benodigd zijn,

althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of

vervaardiging van MDMA en/of MDEA en/of MDA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of

metamfetamine -), voorhanden gehad en/of verkocht en/of geleverd en/of besteld en

- stoffen, te weten een grote hoeveelheid aceton en hoeveelheden zoutzuur en/of zwavelzuur

en/of mierenzuur en/of rode fosfor en/of jodium en/of hexaan en/of methanol en/of

formamide en/of natriumhydroxide en/of wasbenzine (petroleum ether) en/of tolueen en/of

fosforzuur en/of safrol (- welke stoffen benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt,

bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van MDMA en/of MDEA en/of

MDA en/of amfetamine en/of cocaïne en/of metamfetamine -) besteld en/of vervoerd en/of

opgeslagen en/of verpakt en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of afgeleverd en/of

verstrekt en/of gekocht en/of verkocht en/of gefinancierd en/of ter beschikking gesteld en/of

voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen en/of vervoeren en/of opslaan en/of verpakken

en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of afleveren en/of verstrekken en/of

kopen en/of verkopen en/of ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en

- bescheiden inhoudende onder meer een beschrijving van het productieproces van

metamfetamine voorhanden gehad en

- tot bovenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht.

3.

hij op 27 oktober 2009 en 13 april 2010 te Twello, gemeente Voorst, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij in de periode van 1 november 2008 tot en met 27 oktober 2009 te Twello, gemeente Voorst, opzettelijk waren, die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht had, te weten

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 1] en

- shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 2] en

- sjaals en shirts en shorts en vesten en broeken en ondergoed, voorzien van de/het

handelsnaam/merk [merk 3] en

- parfums en shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [[merk 4] en

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 5] en

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 6] en

- shirts en vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 7] en

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 8] en

- tassen en spijkerbroeken en parfums en shirts en shorts en ondergoed, voorzien van de/het

handelsnaam/merk [merk 9] en

- bloezen en jassen en spijkerbroeken en shirts en vesten, voorzien van de/het

handelsnaam/merk [merk 10] en

- vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 11] en

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 12]] en

- parfums, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 13] en

- shirts en vesten en broeken, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 13] en

- schoenen, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 14] en

- shirts, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 16] en

- shirts en vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 17] en

- tassen, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 18] en

- spijkerbroeken en shirts en vesten, voorzien van de/het handelsnaam/merk [merk 19]

in voorraad heeft gehad en te koop heeft aangeboden.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 2:

Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, of om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe middelen of inlichtingen te verschaffen, en door zich of een ander middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, en door voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben gehad, waarvan verdachte weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;

Feit 3:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Opzettelijk in voorraad hebben en te koop aanbieden van waren die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 geen strafmaatverweer gevoerd gelet op de door haar bepleite vrijspraak. Met betrekking tot feit 4 acht de raadsvrouw de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht voldoende als bestraffing.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de in- en verkoop van chemische stoffen die kunnen worden gebruikt voor de productie dan wel de bewerking of verwerking van drugs. Ook beschikte hij over beschrijvingen betreffende de omzetting van chemische stoffen naar drugs en heeft hij dergelijke beschrijvingen verspreid. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van drugs. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de mogelijkheid drugs te produceren, te verwerken dan wel te bewerken. Hierdoor heeft hij ook bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Algemeen bekend is dat dergelijke activiteiten plegen te leiden tot nadelige maatschappelijke gevolgen als gezondheidsschade voor gebruikers. Ook leidt het gebruik van drugs tot sociale overlast. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en te koop aanbieden van valse/vervalste goederen. Hij wist dat het goederen betroffen die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft. Door aldus te handelen heeft hij economisch nadeel berokkend aan de rechthebbenden op die handelsnaam onderscheidenlijk dat merk.

De rechtbank acht gelet op de ernst van de gepleegde delicten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en gerechtvaardigd. De rechtbank komt evenwel tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd, nu zij het eerste ten laste gelegde feit niet bewezen acht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op:

- de artikelen 10, 27, 47, 57, 91 en 337 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 2, 10, 10a, 12 van de Opiumwet.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 2:

Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, of om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe middelen of inlichtingen te verschaffen, en door zich of een ander middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, en door voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben gehad, waarvan verdachte weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;

Feit 3:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 4:

Opzettelijk in voorraad hebben en te koop aanbieden van waren die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, meermalen gepleegd;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaar;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. Kleinrensink, voorzitter, De Jong en Troost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 april 2012.

Mr. De Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 43770, Belastingdienst/FIOD-ECD, kantoor Zwolle, gesloten en ondertekend op 30 juni 2010.

2 Overzichtsproces-verbaal, p.19-21

3 Overzichtsproces-verbaal, p.21-25

4 Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, D 090

5 Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, D 089

6 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.281

7 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.279

8 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.281

9 Bijlage D 222

10 Bijlage D 317

11 Proces-verbaal, Team Forensische Opsporing, Groep landelijke Faciliteit Ontmantelen, p.1250

12 Bijlage D 298

13 Proces-verbaal, Team Forensische Opsporing, Groep landelijke Faciliteit Ontmantelen, p.1258

14 Bijlage D 299

15 Proces-verbaal, Team Forensische Opsporing, Groep landelijke Faciliteit Ontmantelen, p.1259

16 Bijlage D 239

17 Bijlage D 300

18 Proces-verbaal, Team Forensische Opsporing, Groep landelijke Faciliteit Ontmantelen, p.1259

19 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.288-289

20 Bijlage D 406

21 Bijlage D 250

22 Bijlage D 377

23 Bijlage D 456

24 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.330

25 Bijlage 458

26 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.329

27 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.523

28 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.527-528

29 Bijlage D 298

30 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte C], p.523

31 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.330

32 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.285

33 Bijlage D 064-3

34 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte D], p.416

35 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.285

36 Proces-verbaal van doorzoeking [adres te plaats], p.916-917

37 Lijst in beslag genomen voorwerpen, bijlage D 179.7

38 Proces-verbaal, D 207

39 Bijlage D 206

40 Bijlage D 448

41 Bijlage D 503

42 Proces-verbaal van doorzoeking [adres te plaats], D 501

43 Overzichtsproces-verbaal, p.193 / Bijlage D 445

44 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte D], p.434

45 NFI Vergelijkend handschriftonderzoek notities betreffende vervaardiging chemische stoffen, 12 augustus 2010

46 Overzichtsproces-verbaal, p.202 / Bijlage D 470

47 Bijlage D 468

48 Proces-verbaal van doorzoeking perceel [adres te plaats], p.921

49 Bijlage D 345

50 Bijlage D 215

51 Bijlage D 216

52 Proces-verbaal van doorzoeking [adres te plaats], p.916-917

53 Lijst in beslag genomen voorwerpen, bijlage D 179.7

54 Proces-verbaal, D 207

55 Bijlage D 206

56 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte D], p.423

57 Bijlage D 448

58 Bijlage D 503

59 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte A], p.330-331

60 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte D], p.435

61 Proces-verbaal van aangifte door [naam 9] namens SNB-REACT U.A., Bijlage D 201

62 Lijst van in beslag genomen voorwerpen, D 179-8, D 179-9