Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV9588

Instantie
Rechtbank Zutphen
Datum uitspraak
21-03-2012
Datum publicatie
21-03-2012
Zaaknummer
06/950769-11 en 06/940471-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt 42-jarige man voor twee overvallen en een diefstal in één week bij dezelfde supermarkt in Apeldoorn tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden. Verdachte heeft er bij zijn tweede overval niet voor teruggedeinsd om zijn bedreigingen kracht bij te zetten door het gebruik van fors geweld en door het gebruik van een mes, waarmee hij niet alleen supermarktmedewerkers heeft bedreigd, maar een van hen daar ook mee heeft geprikt. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in zeer korte tijd tweemaal dezelfde supermarkt heeft overvallen, hetgeen voor de slachtoffers extra traumatiserend is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummers: 06/950769-11 en 06/940471-11 (gev. ttz.)

Uitspraak d.d.: 21 maart 2012

Tegenspraak / dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969 te plaats] (Somalië),

wonende te [adres]

thans gedetineerd in Huis van Bewaring Doetinchem.

Raadsman: mr. F.A. de Leeuw, advocaat te Eindhoven.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

inzake parketnummer 06/940471-11

1.

hij op of omstreeks 12 november 2011 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

meerdere, althans een pakje(s) shag (merk Van Nelle) en/of sigaretten (merk

Camel),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij -verdachte-

-(onverhoeds) dicht op en/of achter die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer B] is gaan

staan en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer A] (met kracht) bij de arm heeft vastgepakt en/of

(tegen de arm) heeft geduwd en/of

-(daarbij) tegen die [slachtoffer A] en/of die [slachtoffer B] heeft gezegd: "Ik wil geld"

en/of "Dit is een overval" en/of "Doe de kassa open, dit is een overval";

2.

hij op of omstreeks 12 november 2011 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

meerdere, althans een blik(ken) bier (merk Bavaria en/of Dommelsch),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

inzake parketnummer 06/950769-11

hij op of omstreeks 17 november 2011 te Apeldoorn,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een geldbedrag (van ongeveer EURO 710,00) en/of meerdere, althans een pakje(s)

sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B] en/of [slachtoffer C] en/of

[slachtoffer D], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij -

verdachte-

-(onverhoeds) dicht op/naast die [slachtoffer B] is gaan staan en/of

-(vervolgens) tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd: "Maak de lade open" en/of

-(vervolgens/daarbij) een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan

die [slachtoffer B] heeft getoond

en/of (vervolgens)

-die [slachtoffer C] om/bij zijn nek heeft vastgepakt en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer C] meerdere, althans een kopsto(o)t(en) heeft gegeven,

althans meerdere, althans een kopstootbeweging(en) in de richting van het

lichaam van die [slachtoffer C] heeft gemaakt en/of

-(vervolgens/daarbij) tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd: "Maak de kassa open.

Maak de kassa open" en/of "Je moet nu echt de kassalade openmaken, anders

gebeuren er nare dingen" en/of

-(vervolgens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp (een)

zwaaiende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van (het lichaam van) die

[slachtoffer C] en/of

-(vervolgens/daarbij) die [slachtoffer C] met dat/een mes, althans dat/een scherp

en/of puntig voorwerp, in de arm heeft gestoken, althans op arm heeft geraakt

en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer C] meermalen, althans eenmaal met dat/een mes, althans

dat/een scherp en/of puntig voorwerp in de rug, althans in het lichaam heeft

gestoken/geprikt

en/of (vervolgens)

-met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp (een) zwaaiende

beweging(en) heeft gemaakt in de richting van (het lichaam van) die [slachtoffer D] en/of

-(vervolgens/daarbij) die [slachtoffer D] met dat/een mes, althans dat/een

scherp en/of puntig voorwerp, in de hand heeft gestoken, althans op de hand

heeft geraakt.

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verder geconcludeerd tot de bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft aanzien van het onder 06/940471-11 onder 1 ten laste gelegde zich op het standpunt gesteld dat verdachte heeft bekend. Verdachte heeft aangegeven dat hij de geduwd heeft, hetgeen als geweld gekwalificeerd kan worden. Ten aanzien van dit feit refereert de verdediging zich dan ook aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 06/940471-11 onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit feit, nu verdachte dit heeft ontkend, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder parketnummer 06/950769-11 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat uit de verklaringen van de slachtoffers en de getuigen niet een eenduidig signalement naar voren komt. De signalementen verschillen op belangrijke onderdelen van elkaar en uit de signalementen kan niet worden afgeleid dat verdachte het feit heeft gepleegd. Daar komt bij dat uit de camerabeelden evenmin is af te leiden dat de persoon die op deze beelden te zien is verdachte betreft. Verder zijn er geen technische bewijsmiddelen voorhanden en ontkent verdachte het feit te hebben gepleegd.

Beoordeling door de rechtbank

Inzake parketnummer 06/950769-11 1

Door [slachtoffer A] is aangifte gedaan van een winkeldiefstal met geweld gepleegd op 12 november 2011 bij de [supermarkt], gevestigd te Apeldoorn.2

[slachtoffer A] stond op 12 november 2011 samen met medewerkster [slachtoffer B] achter de informatiebalie van de [supermarkt] in Apeldoorn. Omstreeks 18.40 uur pakte een man haar stevig bij haar rechterbovenarm vast. [slachtoffer A] stond samen met [slachtoffer B] voor een geopende kassalade. Direct nadat de man haar vastpakte ging de man tussen [slachtoffer B] en [slachtoffer A] instaan. [slachtoffer A] zag dat de man zich vooroverboog over de kassalade. [slachtoffer A] hoorde de man mompelen dat hij geld wilde en tevens hoorde zij hem zeggen "dit is een overval". [slachtoffer A] heeft hierop de kassalade dichtgeslagen. Hierop hoorde zij de man nog een paar keer zeggen dat de kassalade open moest. De man probeerde de kassalade te openen, maar dit lukte hem niet. De man draaide zich vervolgens om en pakte een stuk of tien pakjes zware shag van het merk Van Nelle uit de schappen en nog vier pakjes Camel sigaretten. De man rende vervolgens de winkel uit.3

Getuige [slachtoffer B] heeft verklaard dat zij op 12 november 2011 samen met haar collega [slachtoffer A] achter de informatiebalie van de [supermarkt] in Apeldoorn stond. Toen zij samen bezig waren wisselgeld uit de kassa te halen stond er opeens een man achter hun. De man stond vlak achter [slachtoffer A]. De man ging met de hand naar de kassalade. Hierop hebben [slachtoffer A] en [slachtoffer B] de kassalade dichtgeslagen.4 [slachtoffer B] hoorde de man zeggen "doe de kassa open, dit is een overval". De man liep achter [slachtoffer A] en [slachtoffer B] langs en pakte een handvol pakjes zware shag van het merk Van Nelle en een aantal pakjes Camel sigaretten. Hierna verliet de man de winkel.5

Door verbalisant [verbalisant] zijn de camerabeelden bekeken die door de [supermarkt] ter beschikking zijn gesteld aan voor het onderzoek naar de diefstal c.q. diefstal met geweld. De verbalisant heeft het volgende waargenomen.

Op de beelden van 12 november 2011 is te zien dat omstreeks 18.40 uur de verdachte de winkel binnen komt. Vervolgens is te zien dat hij bij de schappen met bier twee blikken bier pakt en in zijn jas stopt. Vervolgens pakt hij nog twee blikken bier uit het schap en stopt ook deze in zijn jas. Vervolgens loopt verdachte richting de kassa's. Hierna is te zien dat verdachte de kassa's voorbij was en dat hij richting de uitgang van de winkel liep.6

Omstreeks 18.43 uur is op de beelden te zien dat een manspersoon achter de toonbank van de informatiebalie liep. Achter de informatiebalie stonden twee medewerksters vlak naast elkaar bij een geopende kassa. Op de beelden is te zien dat de man zich tussen de twee medewerksters wrong en dat hij daarbij de op beelden linker medewerkster wegduwde. Vervolgens keek de man in de geopende kassa. Daarna draaide de man zich om en liep weg. Ongeveer 2 seconden later is op de beelden te zien dat dezelfde man weer terugkeerde. De kassalade was door de medewerkster ondertussen gesloten. De man ging bij de inmiddels afgesloten kassalade staan en voelde hier met zijn hand aan. Vervolgens is op de beelden te zien dat de man zich omdraaide en uit een schap iets wegpakte, waarna hij vervolgens wegliep.7

Door [aangever], bedrijfsleider van de [supermarkt] aan de [adres] te Apeldoorn is verklaard dat op de camerabeelden is te zien dat de man welke de overval pleegde ook nog drie a vier blikken bier in zijn jaszakken heeft gestopt. Deze blikken bier heeft de man niet afgerekend.8

Door verdachte is bij de politie verklaard dat hij sigaretten nodig had en daarom naar de [supermarkt] aan de [adres] is gegaan.9 Verdachte had geen geld bij zich om de sigaretten te kopen. Verdachte is achter de balie gelopen. Hij zag daar twee meisjes staan. Hij heeft een meisje op de bovenarm geduwd om haar opzij te laten gaan. Het zou kunnen dat hij heeft gezegd dat het een overval was. Verdachte heeft shag en Camel sigaretten meegenomen. Voordat hij de sigaretten heeft gestolen heeft verdachte nog blikken bier gestolen. Verdachte heeft twee blikken Bavaria en twee blikken Dommelsch meegenomen.10

Door verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij op 12 november 2011 bij de [supermarkt] in Apeldoorn is geweest en dat hij bij de [supermarkt] sigaretten heeft weggenomen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder parketnummer 06/940471-11 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Weliswaar heeft verdachte ter terechtzitting feit 2 ontkend, maar de rechtbank acht gelet op de camerabeelden, de getuigeverklaring van [aangever] en zijn bekennende verklaring bij de politie dit feit niettemin wettig en overtuigend bewezen.

Inzake parketnummer 06/950769-11 11

Door [slac[slachtoffer B] is aangifte gedaan van een diefstal met geweld gepleegd op 17 november 2011 bij de [supermarkt], gevestigd te Apeldoorn.12

Op 17 november 2011 om 17.00 uur stond [slachtoffer B] achter de verkoopbalie van de [supermarkt]. Zij zag omstreeks 17.15 uur een man binnen komen die leek op de man die 12 november 2011 een overval op de [supermarkt] had gepleegd. De man liep vervolgens verder. Collega [slachtoffer C] kwam bij [slachtoffer B] staan om samen haar rooster te bekijken. Ongeveer 15 minuten later zag [slachtoffer B] dat de man welke zij eerder had gezien, ineens achter haar stond, achter de balie. De man zei dat de lade open moest. [slachtoffer B] zag dat de man in zijn rechterhand een mes vast had. De man hield het mes recht voor zich uit, in de richting van [slachtoffer B]. [slachtoffer B] heeft de kassalade geopend, omdat de man haar bedreigde met een mes. De man pakte geld uit de kassalade. Vervolgens liep de man in de richting van [slachtoffer C]. Toen de man op [slachtoffer C] afliep is [slachtoffer B] achter de balie weggelopen, richting het magazijn van de winkel.13

Door [slachtoffer C] is aangifte gedaan van een diefstal met geweld gepleegd op 17 november 2011 tussen 17.15 uur en 17.30 uur bij de [supermarkt], gevestigd te Apeldoorn.14

[slachtoffer C] was op 17 november 2011 bezig met zijn werkzaamheden bij de servicebalie/informatiebalie van de [supermarkt]. [slachtoffer C] zag zijn collega [slachtoffer D] praten met een man bij de kassa's. [slachtoffer C] zag dat de man op een gegeven moment een fles port uit zijn binnenzak haalde en deze aan [slachtoffer D] gaf. De man liep vervolgens naar de uitgang.

Even later stond [slachtoffer C] naast collega [slachtoffer B] achter de informatiebalie. Opeens stond dezelfde man als de man die de fles had willen stelen rechts naast [slachtoffer C]. [slachtoffer C] zag dat de man een mes in zijn handen had. [slachtoffer B] opende vervolgens de kassa en de man deed een greep in de kassa. Hij pakte papiergeld uit de kassa. De man pakte ook sigaretten uit de schappen achter [slachtoffer C]. Vervolgens kwam de man op [slachtoffer C] toe. De man pakte [slachtoffer C] bij zijn arm en drukte hem naar de andere kassa toe. De hand waar de man het mes in vasthield had hij om de nek van [slachtoffer C]. De man ziet dat [slachtoffer C] de andere kassalade moest openen. De man zei: "maak de kassa open. Maak de kassa open".15

Het lukte [slachtoffer C] niet gelijk om de kassalade te openen. De man zei: "Je moet nu echt de kassalade open maken, anders gebeuren er nare dingen". [slachtoffer C] vond dit erg bedreigend. De man zwaaide met het mes langs de linkeronderarm van [slachtoffer C]. [slachtoffer C] voelde het mes langs zijn linkeronderarm. Toen het [slachtoffer C] niet meteen lukte om de kassa te openen voelde hij het mes in zijn rug prikken. De man drukte het mes in de rug van [slachtoffer C] en prikte twee tot drie keer in zijn rug. [slachtoffer C] was bang dat de man echt ging steken. De kassa ging open toen [slachtoffer C] de goede code intoetste. De man pakte vervolgens papiergeld uit de kassalade. Toen de kassalade open was liep [slachtoffer C] iets naar achteren. Hij is achter de balie langs weggelopen en heeft bij de informatiebalie de overvalknop ingedrukt.16

Door [slachtoffer D], leidinggevende bij de [supermarkt] gevestigd aan de [adres] te Apeldoorn, is verklaard dat hij op 17 november 2011 in de winkel zag dat een man een fles port in zijn linkermouw stopte.17 Hij heeft de man hierop aangesproken. De man heeft de fles in de handen van [slachtoffer D] gedrukt. [slachtoffer D] heeft de man verzocht de winkel te verlaten en de man verliet het pand. Tien minuten later loopt [slachtoffer D] in het magazijn, waar een caissière op hem af komt lopen. De caissière, [slachtoffer B], vertelde [slachtoffer D] dat er een overval plaatsvindt bij de informatiebalie. Hierna is [slachtoffer D] naar de balie gerend. Bij de balie ziet hij dat zijn collega [slachto[slachtoffer C] aan de voorkant van de balie stond. De man pakte die bij de balie staat is dezelfde als de man die [slachtoffer D] daarvoor de winkel uit heeft gezet. De man komt naar [slachtoffer D] toelopen en begint met een mes naar [slachtoffer D] te zwaaien. De man raakte daarbij met de punt van het mes [slachtoffer D] in zijn linkerhand. De man probeerde door middel van dreiging met dat mes zich een weg te banen naar buiten. [slachtoffer D] deed een stap achteruit en heeft de man door de klaphekjes naar buiten laten gaan.18

Door [aangever], bedrijfsleider bij de [supermarkt] te Apeldoorn, is verklaard dat de dader van de overval € 710,-- aan buit heeft meegenomen.19

Door [getuige A] is verklaard dat zij op 17 november 2011 bij de informatiebalie van de [supermarkt] in Apeldoorn stond. Zij zag dat er een man achter de balie liep en een medewerker van de [supermarkt] om zijn hoofd/nek pakte. Achter de balie stond ook een medewerkster van de [supermarkt]. De beide mannen draaiden dusdanig dat ze in de richting van de kassa kwamen. De man gaf de medewerker van de [supermarkt] een soort van kopstoten.20 De man werd agressief en stootte met zijn hoofd tegen het hoofd van de medewerker. Vervolgens liet de man de medewerker los en griste een aantal pakjes sigaretten mee.21

Door [getuige B] is verklaard dat op videobeelden van de hal bij Omnizorg te Apeldoorn van 17 november 2011 om 17.02 uur [verdachte], geboren op [1969], is te zien.22 Door [getuige C] wordt de man op dezelfde beelden ook herkend als [verdachte].23

Verbalisanten [verbalisanten] hebben de camerabeelden van de interne bewakingscamera van Omnizorg bekeken, waarop een man zichtbaar was die door de medewerkers van Omnizorg werd herkend als [verdachte]. De verbalisanten hebben tevens de beelden van de overval bij de [supermarkt] bekeken. Het signalement van de kleding zoals gedragen door [verdachte] op de beelden van Omnizorg komt overeen met de door de kleding die door de dader van de overval bij de [supermarkt] is gedragen.24

Verbalisanten [verbalisanten] kregen op 17 november 2011 omstreeks 19.49 uur de opdracht om naar de flat [naam flat] in Apeldoorn te gaan in verband met overlast van een junk in het trappenhuis. Ter plaatse werden de verbalisanten aangesproken door de melder, de junk was voor het laatst gezien op de zevende verdieping. Op de trap naar de zevende verdieping troffen verbalisanten een persoon aan. Deze persoon legitimeerde zich als [verdachte].25

Naar aanleiding van de melding van overlast zijn de camerabeelden, die waren opgenomen in de betreffende flat, door verbalisant [verbalisant] vergeleken met het signalement van de dader van de overval bij de [supermarkt]. Op de camerabeelden van de flat [naam flat] is een man te zien die qua signalement voldoet aan het signalement van de dader van de overval en het signalement van [verdachte].26

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder parketnummer 06/950769-11 ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Het signalement van de persoon die de diefstal met geweld bij de [supermarkt] heeft gepleegd, komt volledig overeen met het signalement van de man die op de beelden van Omnizorg is herkend als verdachte [verdachte] en tevens komt het signalement overeen met de man die zich in de flat [naam flat] heeft gelegitimeerd als [verdachte]. Bovendien heeft aangeefster [slachtoffer B] verklaard dat de overvaller van 17 november 2011 leek op die van 12 november 2011. Hieruit concludeert de rechtbank dan ook dat de persoon die de diefstal met geweld bij de [supermarkt] heeft gepleegd verdachte moet zijn geweest. De verklaring van verdachte dat hij niet in Apeldoorn was op het bewuste tijdstip wordt dan ook als ongeloofwaardig verworpen.

De overige door de raadsman gevoerde verweren worden door de rechtbank eveneens verworpen. Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen behoeft dit geen nadere motivering.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

inzake parketnummer 06/940471-11

1.

hij op 12 november 2011 te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere pakjes shag (merk Van Nelle) en sigaretten (merk Camel), toebehorende aan [supermarkt], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld tegen [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij - verdachte -

- onverhoeds dicht op en/of achter die [slachtoffer A] en die [slachtoffer B] is gaan staan en

- vervolgens die [slachtoffer A] met kracht bij de arm heeft vastgepakt

- tegen die [slachtoffer A] en die [slachtoffer B] heeft gezegd: "Ik wil geld" en "Dit is een overval" en/of "Doe de kassa open, dit is een overval";

2.

hij op 12 november 2011 te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere blikken bier (merk Bavaria en Dommelsch), toebehorende aan [supermarkt];

inzake parketnummer 06/950769-11

hij op 17 november 2011 te Apeldoorn, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van EURO 710,00 en meerdere pakjes sigaretten, toebehorende aan [supermarkt], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld

en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer B], [slachtoffer C] en [slachtoffer D], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij -verdachte-

- onverhoeds dicht op/naast die [slachtoffer B] is gaan staan en

- vervolgens tegen die [slachtoffer B] heeft gezegd: "Maak de lade open" en

- daarbij een mes aan die [slachtoffer B] heeft getoond

en vervolgens

- die [slachtoffer C] om/bij zijn nek heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer C] meerdere kopstootbewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer C] heeft gemaakt en

- daarbij tegen die [slachtoffer C] heeft gezegd: "Maak de kassa open. Maak de kassa open" en "Je moet nu echt de kassalade openmaken, anders gebeuren er nare dingen" en

- vervolgens met een mes zwaaiende bewegingen heeft gemaakt in de richting van (het lichaam van) die [slachtoffer C] en

- daarbij die [slachtoffer C] met dat mes op arm heeft geraakt

en

- die [slachtoffer C] meermalen met dat mes in de rug heeft gestoken/geprikt

en vervolgens

-met een mes zwaaiende bewegingen heeft gemaakt in de richting van (het lichaam van) die [slachtoffer D] en

- daarbij die [slachtoffer D] met dat mes in de hand heeft gestoken.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

06/940471-11, feit 1: diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

06/940471-11, feit 2: diefstal;

06/950769-11: diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd door verdachte doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte binnen één week twee keer een overval heeft gepleegd op dezelfde winkel, waarbij één overval is gepleegd met behulp van een mes. De impact van een dergelijke overval is voor de betrokkenen zeer groot. Verdachte heeft neemt ook geen enkele verantwoordelijkheid en geeft niet aan spijt te hebben van zijn daden. Eventuele hulpverlening aan verdachte kan opgestart worden binnen het traject Terugdringen Recidive.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu enkel een bewezenverklaring kan volgen voor het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 ten laste gelegde, volstaan dient te worden met een straf die gelijk is aan het door verdachte ondergane voorarrest. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat er slechts sprake is van een zeer beperkte vorm van geweld.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee overvallen en een diefstal bij telkens dezelfde [supermarkt]. Hierbij heeft verdachte gedreigd met geweld en ook daadwerkelijk geweld gebruikt. Verdachte heeft er bij zijn tweede overval niet voor teruggedeinsd om zijn bedreigingen kracht bij te zetten door het gebruik van fors geweld en door het gebruik van een mes, waarmee hij niet alleen [supermarkt]-medewerkers heeft bedreigd, maar een van hen daar ook mee heeft geprikt.

Met name de overvallen zijn door de slachtoffers als bedreigend en beangstigend ervaren, zoals ook is gebleken uit de schriftelijke slachtofferverklaring van aangeefster [slachtoffer B] en de ervaring leert dat slachtoffers vaak nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen verdachte hun heeft aangedaan. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in zeer korte tijd tweemaal dezelfde [supermarkt] heeft overvallen, hetgeen voor de slachtoffers extra traumatiserend is geweest.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte voor de tweede overval zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging tevens rekening met de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake vermogensdelicten. Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de door Tactus Verslavingszorg uitgebrachte rapporten van 23 februari 2012 en 6 maart 2012. Uit het rapport van 23 februari 2012 blijkt onder meer dat er sprake is van een hoog gemiddelde kans op recidive. Geadviseerd wordt om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zodat het traject Terugdringen Recidive behandeling van verdachte kan worden gerealiseerd.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het vooroverwogene de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, met name gelet op de grofheid van de tweede overval, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank komt dan ook tot een hogere strafoplegging en zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. In de laatste fase van deze gevangenisstraf kan zo mogelijk in het kader van het traject Terugdringen Recidive gewerkt worden aan een behandeling van verdachte.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer B] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 800,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2011, in het strafproces gevoegd ten aanzien van het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 en het onder parketnummer 06/950769-11 ten laste gelegde.

De benadeelde partij [supermarkt] BV heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 226,81 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 ten laste gelegde.

Tevens heeft de benadeelde partij [supermarkt] BV zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.099,-- gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder parketnummer 06/950769-11 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer B] kan worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [supermarkt] ten bedrage van € 226,81 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze ook kan worden toegewezen. De [supermarkt] dient in haar andere vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer B], nu deze is ingediend in de zaak onder parketnummer 06/950769-11 en de raadsman heeft bepleit dat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De [supermarkt] dient in haar vordering ten bedrage van € 10.099,-- eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard, mede ook omdat deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [supermarkt] ten bedrage van € 226,81 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer B] als gevolg van het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 en het onder parketnummer 06/950769-11 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank zal deze vordering dan ook toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, tevens komen vast te staan dat de benadeelde partij [supermarkt] als gevolg van het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot een bedrag van € 214,11 schade heeft geleden, waarbij de rechtbank uitgaat van 1 pakje sigaretten respectievelijk shag minder, omdat deze na inbeslagname onder verdachte aan de [supermarkt] zijn teruggegeven. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank zal deze vordering in zoverre dan ook toewijzen.

De benadeelde partij [supermarkt] zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering ten bedrage van € 10.099,--, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer B].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 06/940471-11 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 06/950769-11 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

06/940471-11, feit 1: diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

06/940471-11, feit 2: diefstal;

06/950769-11: diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van het parketnummer 06940471-11, onder 1 en het onder parketnummer 06/950769-11 bewezen verklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer B] (bankrekening [nummer]), van een bedrag van € 800,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2011 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer B], een bedrag te betalen van € 800,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 november 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 16 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van het parketnummer 06/940471-11, onder 1 bewezen verklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [supermarkt] BV (bankrekening [nummer]), van een bedrag van € 214,11, vermeerderd met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij [supermarkt] BV in haar vordering ingediend onder parketnummer 06/950769-11 niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door mrs. Gilhuis, voorzitter, Van Valderen en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 maart 2012.

Mr. Van Valderen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0621 2011159770, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 14 november 2011.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 6

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer A], dossierpagina 7

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer B], dossierpagina 31

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer B], dossierpagina 32

6 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 38

7 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 39

8 Proces-verbaal van verhoor aangever [aangever], dossierpagina 48

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina's 26 en 27

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, dossierpagina's 27

11 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0660 2011162363, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 2 februari 2012.

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], dossierpagina 53

13 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], dossierpagina 54

14 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina 56

15 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina 57

16 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer C], dossierpagina 58

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer D], dossierpagina 65

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer D], dossierpagina 66

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [aangever], dossierpagina 79

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige A], dossierpagina 66

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige A], dossierpagina 67

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige B], dossierpagina 69

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige C], dossierpagina 74

24 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 76 en 77

25 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 92

26 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 212